zaterdag 11 januari 2014

Maarten van Bommel en het internaat Louisa State


Dit verhaal is gedoneerd door jurist / schrijver Maarten van Bommel die in de jaren zeventig als kind naar Baarn kwam om in het internaat Louisa State aan de Gerrit van de Veenlaan te gaan wonen. Maarten heeft een weblog waar hij verhalen en herinneringen deelt. Het verhaal dat hij daar geschreven heeft over zijn tijd in Louisa State deelt hij nu ook met ons, in ons weblog.

1978 – Internaat Louisa State

Hoofdingang Internaat Louisa State
bron: http//www.louisastate.org/
De bewuste dag was aangebroken. De dag waarop ik mijn ouderlijk huis zou verlaten. Ik werd naar het internaat Louisa State gebracht om daar mijn schoolopleiding te voltooien. Terwijl we vanuit Duitsland naar Nederland reden en bij Schoonebeek de grens overstaken, maakte ik mij wijs dat deze autorit een rit naar de toekomst zou worden maar het bewees zich als een rit naar het verleden. Zelfverzekerd koerste mijn moeder door een rododendrontunnel het grind op, de plasticachtige bladeren van de rododendronstruiken zwiepten en schraapten tegen de lak van het autodak. Bij het uitstappen flikkerde de augustuszon me in de ogen. Hier begint dan mijn internaatstoekomst, dacht ik bij mezelf. Maar denk je eigenlijk wel zo als kind? Ik betwijfel het. Dacht ik überhaupt wel toen – of eisten alle nieuwe indrukken gewoon teveel van mijn aandacht op?





Het hoofdgebouw Internaat Louisa State in 1979, in brandende staat. Foto met dank aan dhr. L.J.A. Bakker, Baarn.

Met gedecideerde stapjes begaf mijn moeder zich in de richting de hoofdingang. Alleen aan haar periodieke kuchje kon ik horen dat ook zij zenuwachtig was. Ik dribbelde achter haar aan. Op de deur hing een vel papier waarop stond: u wordt verwacht in de Grote Salon. We passeerden een imposante hal met een evenzo indrukwekkend trappenhuis en liepen als vanzelf de Grote Salon binnen. Het was een ruim en licht vertrek met een maar liefst vijf meter hoog plafond. De terrasdeuren stonden wagenwijd open, een frisse zomerbries streek langs mijn wangen. Her en der stonden groepjes mensen, driftig met elkaar in gesprek, amicaal en geanimeerd alsof ze elkaar al eeuwen kenden. Hier hield de toekomst abrupt op. Het verleden was met een overdonderende aanwezigheid present, of liever gezegd het presenteerde zich in diverse gedaantes. Aanwezig was de negentiende eeuw alleen al vanwege de bouw van deze Baarnse villa en vanwege het behang in de aanpalende Kleine Salon – Chinees Keizerrijk, van zijde – bordeauxrood met zwart (geen jaar later zou dit allemaal door een brand worden beschadigd/vernietigd).

Aanwezig waren ook de jaren vijftig. Expatvaders en expatmoeders die al jaren in het buitenland woonden, stonden daar, pratend, lachend, instemmend knikkend. Zij waren ècht jaren vijftig, realiseer ik me nu. Ze spraken heel gearticuleerd. De dames in keurige, niet te kleurige jurken gestoken en heren met pak en das. Ze vermaakten zich met beschaafde doch oprechte lachjes over elkaars belevenissen, de gezamenlijke herinneringen, de politiek incorrecte anekdotes. De mensen waren anders dan de gemiddelde man/vrouw die buiten op straat liep. Achteraf realiseer ik mij dat ze in hun buitenlandse reservaten nooit het genoegen hadden gehad zich te laten beïnvloeden door (seksuele) revoluties, nivelleringsdriften, de emancipatie van vrouwen en andere bevolkingsgroepen die vroeger minder meetelden.


Kolonialen in Indië in de 'goede' oude tijd
Fotocollectie 'Het Leven', bron: http://www.geheugenvannederland.nl
En verder: Nederlands Indië was prominent aanwezig. Hier liet men niet het gebruikelijke bijvoeglijk naamwoord ‘voormalig’ er aan vooraf gaan, hier werd onomwonden de aanduiding ‘Nederlands Indië’ uitgesproken alsof de kolonie nog steeds in volle glorie onder de tropenzon functioneerde. Deze of gene ex-pat was er opgegroeid of was er voor opgeleid. Het was een bekend verschijnsel, daar waar ex-pats elkaar tegenkwamen, daar vonden spontane Indië-reünietjes plaats. Vandaar de uitgelatenheid. De lichtheid van het zonnige zuiden was door dit gezelschap geabsorbeerd. En als het gelach tenslotte verstomde, hield men het gezicht in de plooi – ‘put on a brave face’. Achter het gladgestreken masker ging de weemoed, het onbegrip, de rancune schuil van de verloren kolonie, de gemiste kansen en de kwijt geraakte bezittingen.

Dwars door het historische decor heen holden kinderen blij heen en weer. Vast de kleinere broertjes en zusjes die nog niet aan de beurt waren om op kostschool achtergelaten te worden. Ik stond er bedremmeld bij en keek er naar. Ook ik voelde weemoed omdat ik niet jonger was en dus niet thuis kon blijven. Tussen al deze expats hoorde ik maar half thuis. Ik was namelijk een halfbakken ex-pat kind. Mijn ouders woonden in Duitsland wat niet bepaald erkend werd als ex-patland en destijds helemaal geen aantrekkingskracht kende. Elke keer als ik er over wilde uitwijden werd het gespreksonderwerp veranderd. Niet interessant genoeg. Nee, de echte helden dat waren zij met ouders die minstens één zee van Nederland verwijderd woonden.

Maar goed – nu was het een neerslachtig moment voor de internaatskinderen want ze zouden een hele tijd hun ouders niet meer zien. Tegenwoordig is dat onvoorstelbaar – je ouders maar vier keer per jaar zien en soms slechts drie of twee keer en dan hooguit een paar weekjes. Toen was het realiteit. Intussen werd mijn moeder in beslag genomen door een gezellig kwekkende Shell-dame. Ik kwam er bij staan zonder al te veel op te vallen. Lichtjes streek de hand van mijn moeder langs mijn achterhoofd en intussen ging haar aandacht uit naar de Shell-dame. Ze hadden het over zonnecrèmes en het effect daarvan op gouden horloges. Ik weekte mij los en wandelde wat rond. Ik weet niet meer wat ik deed maar wellicht sloot ik mij aan bij het zoontje van de Shell-dame en dat zal mijn moeder een gerust gevoel hebben gegeven. Daarna verstreek de tijd snel, hij gleed langs als een brede rivier zonder oevers, ongrijpbaar, onpeilbaar en vooral desoriënterend. Tegen het einde van de middag maakten de ouders aanstalten om te vertrekken. Ik kan mij geen gebrul, gehuil of gesnik herinneren. Gelach, dat was er wel en ook het: ‘put on a brave face, darling’. Toen de laatste auto met ouders de oprit was afgereden, werden de jaren vijftig vliegensvlug opgedoekt – tot volgend jaar – als ze ooit nog terug zouden keren. Iemand zette de radio aan. ‘You’re the one that I want’, John Travolta en Olivia Newton John in duet. Het was weer helemaal 1978.



Bron: Youtube

Louisa State bestaat niet meer. Destijds maakte het onderdeel uit van de door de vrijmetselarij opgerichte Louisa Stichting (http://nl.wikipedia.org/wiki/Louisa_Stichting). Wil je trouwens meer weten over de hiervoor (enigszins subtiel) weergegeven brand? Klik dan op de volgende link: http://www.groenegraf.nl/oudnieuws.php?idon=470 En wil je nog wat weten over de geschiedenis van het hoofdgebouw (het is een gemeentelijk monument), zie dan: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gerrit_van_der_Veenlaan_16_(Baarn)







Maarten van Bommel

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen