woensdag 22 april 2015

De onderduiker en het kind, herinneringen aan Spoorstraat 2

Een Baarns verhaal uit de nadagen van de Tweede Wereldoorlog,
door Ed Vermeulen.


Spoorstraat 2


Vooroorlogse opname van de villa Spoorstraat 2
Foto: Collectie Stichting Groenegraf.nl
Van 18 januari 1944, ik was net twee jaar, tot februari 1950 woonden mijn moeder en ik in de Spoorstraat. Op nummer 2 om precies te zijn. Een prachtige oude villa gebouwd in of rond 1880. Dit historische gegeven was mij uiteraard toen niet bekend. Wij waren na de scheiding van mijn ouders vanuit Den Helder, waar beiden geboren en getogen waren en ik net niet geboren, naar Baarn gekomen. Mijn moeder had in Den Helder een aantal bombardementen en beschietingen meegemaakt, waarbij ondermeer het huis van mijn ouders was getroffen. De oorlog was in volle hevigheid aan de gang. In de scheidingspapieren wordt ik aangeduid als ‘het kind’. Onder deze omschrijving zult u, de lezer, mij tegenkomen in dit verhaal. Mijn min of meer mogelijk redelijk betrouwbare kinderherinneringen beginnen ergens in het begin van 1945. Het kan dus zijn dat een aantal details van mijn verhaal gekleurd zijn door mijn kennis van nu over deze bijzondere periode uit onze geschiedenis.

                 
Vooraanzicht villa, onze huiskamer was rechts.
Foto: Ed Vermeulen
Wij woonden aan de rechterkant van de villa, onze huiskamer was aan de straatkant, de slaapkamers boven, ook rechts. Het huis werd in tweeën gedeeld door een lange van voor naar achter lopende gang. In deze gang een witmarmeren vloer. De wanden en het plafond zijn royaal voorzien van prachtig stucwerk. De grote keuken met, toen,  een ingang voor de leveranciers bevond zich achter onze huiskamer.


Een kelder onder het huis en boven een grote zolder, ook met kamers, waaronder een badkamer en een dienstbodevertrek, met bedstee. Achter het huis was een grote en avontuurlijk tuin. Voor het merendeel ommuurd. Fruitbomen en struiken en in het midden een reusachtige conifeer. Voor uw beeldvorming: de tuin liep en loopt door tot achter het pand Laanstraat 85 waar vroeger Drogisterij van Crimpen was gevestigd. Nu is daar Damesmodehuis Witteveen.
De gang, veel marmer en prachtig stucwerk.
Foto: Ed Vermeulen
Aan Leestraatzijde tot aan de tuin van het reeds lang gesloopte pand Leestraat 18, waar in andere tijden de familie Parmentier woonde. Nu de uitgang van het parkeerterrein van Supermarkt Jumbo Den Blanken. De lezer zal begrijpen dat ik, hoe klein ik ook was, mij heel bijzonder voelde in dit voorname huis. Wanneer men mij vroeg hoe ik heette en waar ik woonde zei ik in mijn eerste gebrabbel ’Eddymeulenpottatee’ , hetgeen zoveel betekende als ’Eddy Vermeulen, Spoorstraat 2’. Sommigen meenden hieruit op te kunnen maken dat ik van voorname huize was. Niets is echter wat het lijkt te zijn. Mijn moeder en ik waren niet de enige aanwezige personen in dit fraaie ’stadspaleis’. Aan de linkerkant van de villa, voor mij aan de andere kant van de gang, hield de heer Ritzema, een vriendelijke heer van middelbare leeftijd, kantoor. Bovendien verbleef op zolder ’oom Klaas’, de onderduiker! Een woord waarvan de betekenis toen uiteraard geheel en al aan mij voorbij ging. Wie hij was, hoe hij echt heette en waar hij vandaan kwam wist ik niet en dat was misschien maar beter ook. Zo is het opgenomen en vastgelegd in mijn  herinnering.



Kennis van nu

Een aantal jaren geleden vatte ik het plan op om de geschiedenis van Spoorstraat 2 in verhaalvorm vast te leggen. Ik besloot te beginnen met een zoektocht naar de feiten achter en rond mijn directe oorlogsherinneringen. Ik noem dit de opbouw naar de kennis van nu. Tijdens dit proces ontdekte ik dat de hierboven genoemde heer Ritzema zich al sinds 1933, komend vanuit Semarang, havenstad op Java in het voormalige Nederlands Indië, op het adres Spoorstraat 2 had gevestigd. En hij niet alleen, maar ook zijn echtgenote en hun drie kinderen, dochter Tineke en zoons Ibeling en Henk, beiden in Indië geboren, woonden in de villa. Mevrouw Ritzema was al in de zomer van 1941 overleden.


Achtertuin, jaren dertig vorige eeuw. Echtpaar Ritzema Sr., links Ibeling (de onderduiker),
vooraan Tineke, boven achter Henk. Overigen N.N. Op achtergrond bebouwing Laanstraat.
Foto: Collectie Familie Ritzema
                     

Zet dit gegeven af tegen mijn op mijn kinderherinnering gebaseerde waarneming dat de heer Ritzema  ’er kantoor hield’ en het verhaal krijgt een uiterst verrassende wending. Een aantal jaren na de oorlog vertelde mijn moeder mij dat de onderduiker, door mij ’oom Klaas’ genoemd, de hierboven genoemde Ibeling Ritzema was. Na een korte zoektocht kwam ik in de herfst van 2013 in contact met de dochter van ’oom Klaas’ . Zij beantwoordde niet alleen al mijn vragen over haar vader maar vertelde mij ook dat de familie in het bezit was van een door hem, met potlood, geschreven dagboek. Hierin had hij zijn bevindingen van de laatste oorlogsjaren vastgelegd. Aan het eind van ons gesprek volgde het bijzondere en door mij zeer gewaardeerde aanbod om dit dagboek te mogen lezen. Een aanbod dat ik, zoals zich laat raden, met twee handen heb aangegrepen. Via het lezen van zijn dagboek kwam ik er achter dat zijn zuster Tineke tijdens de oorlogsjaren haar veerkracht en sterke karakter toonde bij het ondernemen van voedseltochten en dat zijn jongere broer Henk op 12 juli 1942 met zijn schoolvriend van Het Baarnsch Lyceum, de  eveneens in Baarn wonende joodse Richard Barmé via België en Frankrijk naar Zwitserland was ontkomen. Een dramatisch verhaal voor altijd vastgelegd in het in 1995 uitgekomen door auteur Eddy de Roever geschreven boek ’Richard Barmé’. Bijzondere verhalen, waard om verteld en niet vergeten te worden. In mijn verhaal echter zal de nadruk op onderduiker Ibeling alias ’oom Klaas’ liggen.

Dagboek van de onderduiker


Het door de tand des tijds gehavende dagboek
Foto: Ed Vermeulen
Het dagboek, een klein boekje duidelijk aangetast door de tand des tijds, bevat een tweehonderdtal dicht beschreven bladzijden. De inhoud voert de lezer door de laatste periode van de Tweede Wereldoorlog. Het begint op 6 mei 1943 en eindigt  op 10 mei 1945. Tewerkstelling in Duitsland, voedseltochten, oorlogsnieuws, beschietingen, politieke overzichten en de lang verwachte en naderende bevrijding voeren de boventoon, maar ook veel eenvoudig of gewoon Baarns nieuws werd vastgelegd. Maar bovenal werd de onderduiker zichtbaar, bijna tastbaar en als klap op de vuurpijl werden mijn kinderherinneringen of althans een klein aantal daarvan bevestigd. Wie ooit heeft mogen twijfelen aan mijn verhalen uit en over mijn jeugd krijgt nu, bij het lezen van het dagboek, de bevestiging van mijn gelijk. In mijn verhaal derhalve mijn herinneringen, getoetst aan fragmenten relevante tekst uit het dagboek van ’oom Klaas’. Een klein wonder!

                           
Twee pagina's uit het dagboek van de onderduiker
Foto: Ed Vermeulen


De onderduiker

Dat Ibeling Ritzema moest onderduiken had te maken met het feit dat hij zich in 1943 na vier maanden, in het kader van de Arbeitseinsatz, tewerkstelling door en voor de bezetter, aan deze dienst had onttrokken. Alles nauwkeurig door hem vastgelegd in zijn dagboek. Zo lezen we dat zijn werkplek in de buurt van Berlijn was, in de Mauser wapenfabriek. Hier verbleef hij, samen met zijn vriend Fouke Mobach uit Soest en een groep Baarnaars waaronder bekende namen als van Wijk en Blaauwendraat en anderen, in het zogenaamde  Fremdenlager in Borsigwalde. In zijn dagboek schrijft hij hierover ondermeer het volgende:

Het vertrek

6 mei Baarn 1943
Koffers pakken. ’s Morgens voorzichtig op straat. Er worden weer razzia’s gehouden. We worden wat zenuwachtig. Eten bruine bonen met lekker vlees. Om 02.25 uur naar de trein. Toppunt van  optimisme: nu een retour naar Utrecht. Politie en Duitsers patrouilleren. Het standrecht heerst nog steeds! Zie Pappie en Tineke nog. ’Hou je taai jongens, Nederland zal herrijzen’. 

Duitsland

Donderdag 13 mei (1943) Borsigwalde,
Arriveren om één uur op de Mauser. Heb een rot indruk. Onderweg op een van de stations een gesprek met een Hollander, die aan het Oostfront was geweest. Was hij krankzinnig? Krijgen koolraapsoep van een Hollandse kok en hebben dus weer twee maal gegeten. Het grapje dat we bij het wisselen van elk kamp hebben uitgehaald. Om half zes opstaan en naar de fabriek. Moeten een verklaring tekenen, dat we niet zullen saboteren. Er is ons geen werk opgelegd. We tekenen niet. Er wordt gedreigd met de Gestapo. 

Vrijdag 14 mei 1943
Het eerste luchtalarm. Er wordt flink geschoten. Door de oververmoeidheid slapen we echter spoedig weer in. De toestanden in ’t kamp slecht. Eén kraan voor 170 man (studenten), geen WC.

Zaterdag 5 juni 1943
We moeten nu werken bij transport ijzeren staven helpen uitladen. Beestenwerk een ongelooflijk zwaar.

Woensdag 28 juli 1943
Verslapen ons ’s morgens. Worden om half zes wakker. In de gang staan pakketten en liggen brieven, die later door Bertus Geleijsteen, op doorreis naar Warschau, gebracht blijken te zijn. Op de fabriek een half uur luchtalarm ’s morgens.

Dinsdag 24 augustus 1943
Het blijkt een serieuze aanval te zijn. Eerst om 03.00 uur komt het signaal ’Alles veilig’. Het luchtafweer was zeer hevig. Tegen de lucht zien wij grote branden.
Het gesprek van de dag was het bombardement. ’s Avonds een pakket met een wekker en een krentencake. Er blijken zestig vliegtuigen neergeschoten te zijn. Om half twaalf weer luchtalarm en er wordt op het ogenblik hevig geschoten.

In deze heftige periode werd door de groep Baarnaars  het plan opgevat om zich aan de Arbeitseinsatz te onttrekken, de boel de boel te laten en terug te gaan naar huis, naar Baarn. Een uiteraard zeer risicovolle beslissing. Toch zet de groep door. Op 8 september is het zover. De terugreis per trein begint.


De terugreis

Woensdag 8 september 1943
Vier maanden geleden gingen we op transport naar Duitsland en op deze dag keerden we terug. Om 5 uur werden we wakker en besloten we maar te gaan.
We stapten in op het Lehrter Bahnhof. We passeerden verschillende stations Rathenau, Stendal, Lehrte. Terwijl we Berlijn uitrijden kunnen we door het regengordijn de puinhopen onderscheiden. Zoveel verwoestingen als hier heb ik nergens gezien. Om half elf in Hannover. Geslapen in de wachtkamer van het station.

Donderdag 9 september 1943
Tegenover ons zitten twee Duitse officieren. Ze zeggen ’Haben Sie es gehört? Italien hat bedingungslos kapituliert’. ’ Die Hunde, Mensch, die Hunde, Mensch!
Ik gaf echter maar geen asem. Zo brachten wij de nacht door. 04.31 via Hamelen naar Löhne. In Osnabrück zagen we sperballons. Aankomst Rheine 11 uur. Stappen in de trein. Er loopt een politieagent door de trein: Ausweis!
Geef onbewogen mijn (Zweedse ) pas af. Hij zocht naar het stempel , maar vond het niet.  

Aankomst Baarn

Vrijdag 10 september 1943
Negen uur wakker. Opstaan, wassen, eten. We vertrekken weer om ca. 10 uur.
Half één in Hardenberg. Gaan met een extra boemeltrein van Zwolle naar Amersfoort. Reis zonder emoties. Er stapt een Duitser in met een juffrouw, maar het schijnt een goede te zijn. Aankomst Amersfoort 06.00. Bellen om 07.00 op. Wie is aan de telefoon? Broertje!!! Naar station. Trein vertrekt 08.53. Aankomst Baarn 09.06. Thuis!  
                     
Het kind: herinneringen

18 Januari 1944. De dag dat mijn moeder en ik officieel inwoners van de gemeente Baarn werden. Precies een week na mijn tweede verjaardag!

November 1943, bijna twee jaar!             De Dam, Amsterdam, samen
                                                                      met mijn moeder, 1946, vier jaar!
Foto's: Collectie Ed Vermeulen

Vanaf deze dag liepen de levens van de onderduiker en mijzelf min of meer parallel en ging hij als ’oom Klaas’, een rol in mijn jonge leven spelen. Of is het andersom en ben ik in zijn leven terecht gekomen? Bij het lezen van het dagboek werd mij duidelijk dat er ondanks het aanzienlijke verschil in leeftijd een band was ontstaan tussen de onderduiker en het kind.
Zolder, kelder en tuin staan centraal in mijn in bescheiden aantal en misschien wel enige echte oorlogsherinneringen. Hierin zijn de zolder en ’oom Klaas’ onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hier was immers zijn schuilplaats, een  ruimte achter een zolderwand, in de kamer rechts voor. Deze plek werd door hem gebruikt om zich te verbergen bij eventuele invallen en huiszoekingen.
                                           
Ooit de kamer van de onderduiker! Nu kantoor.
Foto: Ed Vermeulen
             
Het kind: vliegtuigen

De zolder was ook de plek waar mijn moeder en ik keken naar de overvliegende vliegtuigen. Deze waren naar mij later verteld is onderweg naar de grote steden in het westen om daar voedseldroppings uit te voeren bestemd voor de hongerende bevolking.

Vanuit het zolderraam keken we                                                           Vliegtuigen... op weg waarheen?                        
naar de vliegtuigen                                                                                        Foto: internet                                
Foto: Stichting Groenegraf.nl                                                                                                                                                 


Het kind: de tuin en de kelder

Mijn lievelingsplek in de tuin was de ruimte onder de onderste takken van de enorme conifeer in de achtertuin. De takken vormden een soort dak, waaronder je prachtig kon spelen, beschut tegen de zon op hete dagen, maar ook een plek waar het lang duurde voordat je bij heftige regenbuien nat werd. Een vertrouwde plek!

Woensdag 25 april 1945
Kelder Spoorstraat 2, een veilig onderkomen
Foto: Ed Vermeulen
Ik speel in de tuin. Plotseling staat mijn moeder naast me, tilt me op en rent met mij in haar armen naar binnen. We gaan de kelder in. Daar is het behoorlijk donker. Ik zie soldaten, met helmen en geweren. Het zijn er wel tien!
Hoe lang we er gezeten hebben en waarom, geen idee.

Dit beeld draag ik sinds 1945 met mij mee: een kelder vol Duitse soldaten.
Ook de onderduiker heeft deze gebeurtenis vastgelegd in zijn dagboek en wel als volgt:

De onderduiker: de tuin en de kelder

Woensdag 25 april 1945 ‘s avonds 20 uur
’We hebben zojuist een klein artilleriebombardement achter de rug. 
’s Morgens word ik nog gewaarschuwd me niet op het dak te begeven, daar ik dan wel eens gearresteerd kon worden. ’s Middags ga ik met mijn vader naar de Eikenbosweg wandelen om een naar het front te kijken. Dat kun je ja duidelijk zien dat wil zeggen je hoort schieten  en ziet zo nu en dan een rookwolk, dan zal er wel een huis geraakt zijn. Verder is er niet veel. Ook over Baarn gieren zo nu en dan de granaten. We zaten weer in de tuin te genieten van het zomerweer.    


Zomerse dag in de tuin, bij de boom. Staand v.l.n.r. Familie, Ritzema Sr., Henk, Ibeling.
Zittend mevr. Ritzema, Familie, vooraan Tineke.
Foto: Collectie Familie Ritzema  

Zo nu en dan vlogen er een paar granaten over, die verderop  ontploften. Plotseling kwamen wij tot de ontdekking dat, dit in Baarn was… later kwamen ze snel dichterbij. Ik was toevallig net op zolder toen er een granaat insloeg achter het postkantoor, naar mij later duidelijk werd bleek het iets verder op te zijn en wel het huis van Scheppers op de hoek van de Eemnesserweg -Teding van Berkhoutstraat. Later ging ik nog eens naar boven om de ramen te openen. Ik was er net mee bezig in de voorkamer toen er een granaat aankwam. Ik nam een sprong naar de binnenmuur en liet me languit op de grond vallen en wachtte tot de granaat ontploft was. Wij gingen de kelder in en ik trof daar twee Duitsers, die kwamen schuilen. Ze kankerden erger dan de grootste antiman. De beide moffen waren erg zenuwachtig; de één praatte aan één stuk door, terwijl de ander alleen zo nu en dan verkondigde: ’Es ist ja alles Schweinerei’. De één kwam uit Aken en de andere uit Baden-Baden. Het waren beste kerels.  Tineke repareerde één zijn broek nog en zal wel als collaborateur vervolgd worden. Toen het afgelopen was zagen we dat vlak achter ons op ca. 25 meter een granaat in een garage geslagen was. We aten toen ons witbrood nog op (wij aten iedere avond ons halve Rode Kruis broodje op) en gingen toen naar bed. Voor alle zekerheid hield ik mijn kleren aan. Heb echter toch best geslapen.

Donderdag 26 april 1945
’s Morgens gingen we naar Eemnes (Tineke, mevr. de Lange en ik) waar we ieder twee kg. spinazie kregen. Voor de rest was de gewijd aan het bombardement. Er zijn vier doden (Scheppers, mevr. Gielen, een dochter van Fernhout en één evacué). Verder verschillende gewonden in de Laanstraat, Heemstralaan, Eemnesserweg, Zandvoortweg, Ferdinand Huycklaan en in enige andere straten zijn wat huizen kapot en verder veel glasschade. ’s Middags sluiten wij het kelderraam af met zandzakken. Verder nieuws is er niet, ook geen oorlogsnieuws, ook wordt het al donker, dus een goede reden om er voor vandaag mee op te houden.  

Huis familie Scheppers na de beschieting, Eemnesserweg hoek Teding van Berkhoutstraat.
Foto: Collectie Historische Kring Baerne

Pas ver na de oorlog zou ik er achter komen waar de twee (!) uiteraard Duitse soldaten vandaan kwamen. Naast het fotoatelier ’Maja’ van de heer Beneker, later de stoffenwinkel van Ralph Polak, Laanstraat 50 was een lange diepe steeg. Liep je die in dan kwam je achter het voormalige postkantoor in de Teding van Berkhoutstraat terecht. Hier bevond zich een opslagplaats van de Wehrmacht bewaakt door soldaten. Dit wordt bevestigd door de volgende passage uit het boek ’Politieman in oorlogstijd – Inspecteur Chris Dragt’ geschreven door zijn dochter Elly Dragt:  ’Zo zijn voor een pand in de Laanstraat no. 50 , waar zich Duitse goederen bevinden, alleen al negen personen nodig die in drie ploegen 24 uur wachtlopen’.

Het kind: de bevrijding 

Donderdag 10 mei 1945
Vanuit de kamer van de onderduiker,
blik in de Laanstraat
Foto: Stichting Groenegraf.nl
Vanuit onze kamer waar ik op de bank zit die voor het raam staat kijk ik  naar buiten, de Spoorstraat in. Ik zie pratende en lachende mensen, maar ook ernstig kijkende met geweren en ook mannen met hun handen omhoog.
’Mamma, kijk, wat doen die mensen daar in de straat?’. ’Ik wil gaan kijken!’

Ik weet niet meer precies wat mijn moeder gezegd heeft, maar naar buiten ben ik zeker niet geweest. Het door mij waargenomen beeld is fotografisch vastgelegd.

Spoorstraat... mannen met geweren
Foto: Historische Kring Baerne
Het oude hek was getuige
Foto: Ed Vermeulen

De Spoorstraat, met links het oude, nog steeds aanwezige hek en rechts de Kwekerij van Herwaarden. Bij het hek een groepje jongemannen, als ik me niet vergis herken ik ’oom Klaas’. Een waarschijnlijk Baarnse N.S.B er of collaborateur wordt opgebracht.          


                
                           
De onderduiker: de bevrijding

Donderdag 10 mei 1945
Op de dag dat de Duitsers vijf jaar geleden hun zegetocht in west Europa begonnen , wil ik mijn dagboek eindigen. Nu de afgelopen dagen waren werkelijk glorieus. Maandag kwamen de eerste Tommies binnen. Ik kan me er op beroemen dat ik de eerste Tommy gesproken heb, die in Baarn is aangekomen.
Het is een eigenaardige gewaarwording om niet meer benauwd voor de Gestapo, Grüne Polizei, Landwacht e.d. te zijn. Morgen verwachten we de eerste levensmiddelen van de geallieerden. Van het Rode Kruis hebben we twee maal een half brood en één maal 125 gram margarine gekregen.

De bestraffing van landverraders is begonnen. De vrouwen die met moffen gegaan hebben worden in het openbaar kaal geschoren. De mannen worden opgebracht en moeten dan met bijv. Volk en Vaderland lopen of met de handen in de nek en dergelijke pesterijen meer. Ik vind het nogal Duitse methoden., maar enfin ieder zijn meug, ze hebben in ieder geval hun verdiende straf, dat moeten we niet vergeten als we medelijden met ze hebben.
Wat de toekomst zal brengen is onbekend. Nogal Wiedes.

Geschreven Baarnse geschiedenis, vastgelegd voor later!
Foto: Ed Vermeulen

Op 10 mei 1945 eindigt ook het dagboek. Vanaf deze dag pakte de onderduiker, Ibeling Ritzema, alias oom Klaas, de draad van zijn leven in vrijheid weer op. De familie Ritzema verhuisde in juni 1945 naar de Nicolaas Beetslaan. De wegen van de onderduiker en het kind die twee jaren min of meer gelijk op liepen scheidden zich voorgoed. Alleen de naam ’oom Klaas’ bleef in mijn herinnering achter.

’De onderduiker en het kind’ en het eerder gepubliceerde ’East is east, west is west, and sometimes the twain will meet’ zijn als opzichzelfstaande verhalen geschreven, maar liggen duidelijk in elkaars verlengde. Mijn advies: vertel de verhalen over toen vroeger keer op keer, maar koester vooral ook de geschreven bronnen!

In deze periode zendt RTV Baarn op televisie de serie "70 jaar bevrijd" uit. Van woensdag 22 april tot zaterdag 25 april 2015 wordt ook dit verhaal in beeld gebracht.

“70 jaar vrijheid” is te zien op RTV Baarn via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook.







Ed Vermeulen (1942)


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen