zondag 31 mei 2015

De Tweede Wereldoorlog in Baarn (7)

door Wim Velthuizen


Dit verhaal vanaf het begin lezen? Klik hier voor deel 1

Dit is geen algemene politieke of economische beschouwing, omdat daarover al veel is gepubliceerd. Hier beperken wij ons tot een aantal lokale gebeurtenissen, opgetekend uit de monden van Baarnaars. Alle genoemde namen zijn echt. De archieven van de Historische Kring Baerne gaven veel informatie. Daarnaast zijn veel boeken en het internet gebruikt om het volgende verhaal te vertellen en een indruk te geven van de leefomstandigheden in Baarn in de jaren 1940-1945. De basis van dit verhaal is ontstaan toen de Historische Kring Baerne een hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog opnam in het boek 1000 jaar Baarn.



De Hongerwinter 1944/45

In 1941 wordt bij de gasfabriek aan de Gaslaan een centrale keuken geopend en later ook in de Penstraat, zodat men daar warm eten kan halen. Natuurlijk op de bon. Er wordt in de loop van de oorlog steeds meer gebruik gemaakt, ook al is het niet smakelijk, het voedt wel. Helaas komt het regelmatig voor dat het eten op is als je na meer dan een uur wachten aan de beurt bent. Dan zijn ook de restjes de moeite van het wachten waard.

De centrale keuken, ook wel ‘gaarkeuken’ in de Gaslaan

Vanwege de luchtlanding bij Arnhem op die prachtige 17e september 1944 en de gevechten wordt de bevolking uit die omgeving geëvacueerd. In Baarn worden ruim 2000 vluchtelingen ingekwartierd. Het hoeft geen betoog dat hierdoor de voedselverstrekking nog meer onder druk komt te staan. De hongerwinter staat voor de deur. De centrale keuken heeft dagen waarop 6000 liter soep wordt uitgedeeld!

Van november ’44 tot mei 45 is er geen melk meer te krijgen en gaan veel Baarnse kinderen naar boeren in de buurt voor een litertje melk. Dat is haastwerk, want je moet na melktijd voor het speruur weer binnen zijn. Dan mag niemand meer op straat zijn. Vanuit Baarn worden voedseltochten gemaakt, zoals door vader en zoon Frankema naar Ommen, waar ze met hun handkar per ongeluk tegen een V1 transport oplopen. De bewakers trappen hun handkar de sloot in, zodat de vliegende bom kan passeren. De gammele kar wordt weer uit de sloot gevist als de Duitsers voorbij zijn. Gelukkig kunnen ze bij boeren nog wat voedsel kopen. Dan begint de terugtocht naar Baarn met angst in het hart, want soms worden etenswaren onderweg afgepakt door Duitsers of zelfs gestolen door landgenoten. Na een laatste overnachting in een schuurtje bij Harderwijk komen ze weer veilig thuis.

De familie Nieuwenhuis maakt verschillende tochten nar het oosten. Vader maakt daarbij afspraken met boeren waar hij eventueel een volgende keer kan overnachten. Als ze er dan op uittrekken met een handkar kunnen ze meer meenemen dan op een gammele fiets met zelfgemaakte massieve banden. Samen met de buren, om beurten uitrustend op de kar komen ze uiteindelijk tot Hardenberg. Onderweg zijn ze getuige van luchtaanvallen op treinen en andere doelen bij Putten, Harderwijk, en Zwolle. Op de terugweg ontsnappen ze in Oldenbroek ternauwernood als een Duitse colonne wordt gebombardeerd vlak achter de boerderij, waar ze op de deel in het hooi slapen. Toch slagen ze er in met honderden kilo’s rogge terug te keren naar huis.

Een wel heel schrijnende gebeurtenis overkomt een andere Baarnse familie, die met de geleende bakfiets van bakker de Bruin terugkomt van een voedseltocht naar Overijssel. Bij Eembrugge vraagt iemand of zijn zieke dochter op de bakfiets mee mag naar het ziekenhuis in Baarn. De Baarnaar brengt eerst het eten naar huis en rijdt snel terug om het meisje op te halen. Ze is echter inmiddels overleden.
De oude Eembrug

Een jonge Baarnaar gaat op de fiets over de Eembrug om melk te halen. Omdat fietsen worden gevorderd heeft hij een autostuur op zijn fiets, zodat die misschien niet zo snel zou worden afgepakt. Op de terugweg komt hij een aantal Duitse soldaten tegen die hem staande houden met de woorden “Umtauschen”. Hij moet zijn fiets omruilen voor een ander, maar veel slechter exemplaar. Hij staat ze met tranen in de ogen nog na te kijken, als een volgende groep Duitsers aankomt en het gebeurde herhaalt zich: “Umtauschen”. Die omgeruilde fiets is echter in een dermate slechte staat dat de jongen met z´n kannetje melk, verder naar huis is gelopen.

Het tolhuisje aan de Eemweg
Hoe bestaat het dat er clandestien paling te koop is? In Baarn werken in de grote villa’s werksters uit Spakenburg. Die komen op de fiets en hebben in een van de rokken van hun klederdracht een aparte zak genaaid waarin ze regelmatig paling meenemen: zwarte handel achter het inmiddels verdwenen Tolhuisje aan de Eemweg.

De krant ‘Het Nieuws’ van 13 juni 1944 meldt: “Ambtenaren van den Crisis Controle Dienst hebben een koe in beslag genomen, welke voorloopig werd gestald in een schuur bij het slachthuis: Zaterdag is deze koe gestolen. De politie stelt een onderzoek in naar de daders.” Het lot van de koe is niet moeilijk te raden.

Er is niet alleen gebrek aan voedsel, maar vooral ook aan brandstoffen als elektriciteit en gas niet meer geleverd worden. De grootgrondbezitters als baron Van Heerd van het Benthuis en die van kasteel Groeneveld, de Hooge Vuursche en Pijnenburg hebben uit eigen beweging die pijn wat kunnen verzachten, al levert het vervoer van brandhout vaak de nodige problemen op.

In de winter lag een schip in de Eem geladen met palen. Er ging een gerucht dat deze weg gehaald mochten worden. De heer Nieuwenhuis had een grote slee in elkaar getimmerd en deze vol geladen met boomstammen. Om die te trekken hielp de heer van de Eerde, die zelf geen slee had. Van de Eerde, directeur van de Ocriet fabriek, kreeg dan de helft. Bij de hoek Eemweg - Tromplaan kwamen de Duitsers en alle palen moesten blijven liggen langs de weg. Dat bericht ging heel snel naar de mensen die onderweg waren. Twee mensen hadden 1 paal op 2 fietsen geladen en duwde deze fietsen door de sneeuw en de weilanden. Maar dat zagen de Duitsers en begonnen te schieten. In paniek lieten ze de boom en fietsen vallen en renden richting Weteringstraat. Ook hier weer pech.

Het ziekenhuis aan de Torenlaan
De Nederlands Hervormde kerk maakt gebruik van het Gereformeerde kerkgebouw, omdat hun kerk niet verwarmd kan worden. Zo worden er allerlei noodoplossingen gevonden. De scholen gaan in de winter dicht door gebrek aan kolen voor de verwarming. De ondergrondse voorziet de gezinnen met onderduikers van extraatjes en bonnen. Door tussenkomst van het verzet komen duizenden guldens van welgestelde Baarnaars ten goede van onderduikers die het zonder bonnen moeten stellen. Ook het ziekenhuis aan de Torenlaan profiteerde daarvan. Het Rode Kruis was verboden, maar werkte wel in stilte door als het Zwart Rode Kruis. Toen de evacués uit de omgeving van Arnhem binnenstroomden richtten zij twee noodhospitalen in. Dat aan Nassaulaan 58 (het huidige Bloemendael) nam o.a. de kraamkamer over van de Torenlaan. Aan de Spoorweglaan (thans Gerrit van der Veenlaan, genoemd naar een bekend verzetsman) verscheen op nummer 10 eveneens een noodhospitaal. Bij gebrek aan verpleegsters hielpen meisjes mee van de ULO (thans MAVO/VMBO). Vanwege voedselgebrek moesten zij wel hun eigen ontbijt meenemen. Hoe primitief het soms toeging blijkt als nieuwe patiënten luizen hadden. Hun kleren werden dan ’s winters buiten in de vrieskou gelegd, waardoor de luizen doodvroren.

Vanaf september 1944 biedt het neutrale Zweden voedselhulp aan. De Duisters weigeren dit te accepteren. Toch brengt eindelijk op 28 januari 1945 een Zweeds schip 3.700 ton meel in de haven van Delfzijl. Het zou echter tot maart duren voor in Baarn het lang verwachte Zweeds wittebrood met margarine wordt uitgereikt; een druppel op een gloeiende plaat, maar het smaakt als het heerlijkste gebak. Maar dat is niet elke dag het geval. Zo lees ik in een bericht van 22 april 1945 “Het vorige week toegezegde brood was er niet, weer 400 gram per persoon per week op bonnen, hoewel er geen bloem voor is, zal ook deze week geen brood verkrijgbaar zijn.” Dit geeft aan hoe schrijnend de situatie ook in Baarn is. Baarnaars gaan niet voor niets op zoek naar etenswaren tot ver buiten Baarn. Ondanks alle inspanningen sterven in de eerste maanden van 1945 toch 246 personen. Ze worden met de handkar naar de begraafplaats gebracht. Ter vergelijking: in die zelfde periode van 2013, met twee keer zoveel inwoners en meer ouderen, is het sterftecijfer 106.





Binnenkort in deel 8: 'Het einde van de oorlog nadert'

Eerdere delen van dit verhaal lezen? 

Klik hier voor deel 1
Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3
Klik hier voor deel 4
Klik hier voor deel 5
Klik hier voor deel 6

De serie "De Tweede Wereldoorlog in Baarn" is opgetekend door Wim Velthuizen. Gedeeltes van deze serie zijn gepubliceerd in het prachtige boek '1000 jaar Baarn' uitgegeven door de Historische Kring Baerne. Aangezien de ruimte in het boek beperkt was, kon het verhaal slechts deels opgenomen worden in het boek. Het complete verhaal wordt door publicatie van deze serie via de website van Stichting Groenegraf.nl gedeeld, met vriendelijke toestemming van de Historische Kring Baerne. Wij willen hiervoor Wim Velthuizen en de HKB hartelijk danken!

Website Historische Kring Baerne: www.historischekringbaerne.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen