zaterdag 26 september 2015

Herinneringen van Hans (3): Terug naar AF: De Brink, ons Dorp

door Hans Smeekes


In 1989 logeerde ik een paar dagen bij mijn toen nog in leven zijnde ouders aan de Lepelaarstraat.

Op een ochtend heb ik er toen een tochtje gemaakt, nu en dan stoppend bij een bankje heb ik het volgende opgeschreven. Ik vond het onlangs in één van mijn dromenboekjes, die ik toen bijhield.


De Vondelllaan, het trottoir nog steeds niet geplaveid.

De Generaal van Heutszlaan, de tegels op het fietspad, nog steeds dezelfde tegels.

Op de fiets naar school gaand in Hilversum kwam ik er wel eens Prinses Marijke (later Christina) tegen, zij met de neus op het stuur.



De gekke kom, die vijver, waar alles samenkomt. De synthese?

Herinneringen? Droom herinneringen?

Picknicken daar met de familie Tijhuis. Wat gezellig was dat.

Het is de gekste vijver die ik ken. Wat moet je ermee?

De Acacialaan, nu gedeeltelijk afgesloten.

De brandweerkazerne, hij is er nog.

Het Badhuis heet nu Poorthuis.

Iets met vrouwen, een centrum.

Het straatje, waar de heks woonde, was het daar?

Waar eens een school stond, staan nu huisjes, duplex.

De smeedijzeren hekken om het schoolplein, ze zijn er nog.

De gasfabriek, die zal wel weg zijn.

Daar zit ik nu op een bankje.

Een open plek, een kinderspeelplaats, een schooltje?

De sirene gaat, ik ken hem nog.

Twaalf uur. De eerste maandag van de maand.

Maar dat is overal hetzelfde.

De schillenboer, de aardappelboer, Voorthuizen.

Het huisje staat er nog, maar er is niets meer van een winkeltje te zien.

Ik herinner me de bel en ik zie het steegje.

Ik ruik zowaar de geur van vroeger en ‘zie’ de oude moeder van Leen Voorthuizen, die een vriend van mijn vader was.

Ik ben nu heel dichtbij mijn vroegste roots. Spannend.

Er zijn dingen, die ik vergeten was.

Ik staar naar het bordje Lindenlaan. Maar was het niet vroeger hier de Gaslaan?

Ik weet het even niet meer.

Een paar dagen geleden droomde ik dat ik naar het plaatsje Linden in Amerika moest gaan. Mijn broer Hennie (die zich later Henk liet noemen) was er vroeger geweest (in de droom dus).

Maar was hier ook niet ergens een kapperszaak. Van Jansen?

Mijn ogen gaan van het straatnaambordje naar een pand aan de overkant en wat zie ik voor me, de oude kapperszaak heet nu: MAISON HENNIE.

Dat verzin je niet!

De droom wordt dus werkelijkheid.

En dan is er de Esdoornlaan, ik geloof dat die vroeger ook anders heette. Maar ik weet even niets meer zeker.



Als de Zandvoortweg nog maar Zandvoortweg is, dan is alles goed.

Maar eerst langs Prins, onze kruidenier in de Nachtegaallaan.

Ik zit nu op een bank in het Bosje van IJsendijke.

Zou dàt nu nog zo heten?

Het hertenkamp is vlakbij.

Het ziekenhuis, dat is daar ook al weer een tijdje, dat is er nog.

De tijd van het ziekenhuis aan de Torenlaan is ver verleden tijd.

Vanaf dit punt keek ik vaak naar voetballende jongens.

Opnieuw besef ik dat het veldje ontzettend hellend is. Dat men daar vroeger op kon voetballen.

Van de ene goal (doelpalen waren stapels jassen) rolde de bal vanzelf naar de andere goal.

Dus was de partij die naar beneden voetbalde ontzettend in het voordeel.

Voor mij waren die jongens Lenstra, Wilkes en alle toenmalige sterren tegelijk.

De kampioenen van Baarn, ik keek ernaar op.

De Gaslaan is er trouwens nog wel. Ik heb me vergist.

Ik ben een straat vergeten. De Gaslaan loopt achter de de Gasfabriek door.

Die wetenschap had ik gewoon geschrapt in mijn herinnering.

Even dacht ik ook dat Prins er niet meer was, maar ik moet om daar te komen eerst het kruispunt Nachtegaallaan/Gaslaan oversteken.



Dus de Lindenlaan was er vroeger ook?

Dat ik dat vergeten ben. Toch eens navragen.

De kleine huisjes, met de rode daken.

De deur òf aan de zijkant in een soort uitbouwtje òf onder een poort, zoals die bij mijn geboortehuis.

Maar waar zat Prins nou?

Er is een huis met een linker en een rechter erker.

Maar welke is het? De links of de rechtse?

Ik herinner me de grote hond, die altijd blaffend naar me toe sprong als ik er weer eens langs moest voor een boodschapje bij Prins.

Ik was er echt bang van. Een overgenomen angst van mijn moeder, die ooit eens flink gebeten is geweest door een herder.

Hier moet ik die angst overwinnen. Daar waar het is ontstaan.

Daar waar alles vandaan komt. Daar waar ik ben geboren en daar waar ik een beetje groot ben geworden.

Wat ook kan is, denk ik ter plekke, dat het pand zelf er gewoon niet meer is.

Ik zie namelijk een open plek vlakbij de hoek, daar zou een huis hebben kunnen staan.




Ik loop langs nummer 171 aan de Zandvoortweg.

Het is moeilijk dingen terug te halen.

De boerderijen aan de overkant (van Schimmel en Van der Wardt) zijn er niet meer. 

En ook het uitzicht op de velden. De velden die liepen tot wat nu de A1 is. 

Dat uitzicht wordt ontnomen door een nieuwe huizenrij, waarvoor de boerderijen plaats hebben moeten maken. 

Het is daardoor moeilijk de sfeer van toen terug te halen.

Ik besluit de ronde nog maar eens een keer te doen.




Esdoornlaan, Lindenlaan, Nachtegaallaan, Zandvoortweg.

Op de hoek Nachtegaallaan/Lindenlaan staat een gespleten huis. 

Wie woonden daar ook al weer? Nieuwsgierig bekijk ik het naambordje van één van de huizen: Van Wegen.

Woonde daar toen ook al een familie Van Wegen?

Wel een bekende Baarnse naam. Ik had vriendjes die Van Wegen heetten. 

Ik zie een vrouw, maar wel in het andere huis, die echter wel voor mij een typische Van Wegen ‘look’ heeft. 

Ze hangt er de was op. Een gewoon, normaal leven.

Terwijl voor mij alles nu even zo abnormaal is.

Het is lang geleden dat ik hier was.

Ook toen ik nog in Baarn woonde kwam ik hier nooit meer.

Na een rondje kom ik terug bij mijn geboortehuis. 

Is het opstapje er nog? Ja, gelukkig.

En het ijzeren rooster boven een soort put. Ik herinner mij de padden onderin. 

Voetsporen op het pad.

Met opstapje bedoel ik de stenen verhoging naast het putje, een soort muurtje, daar stond ik altijd te dromen. Met mijn fluwelen jasje aan. 

Er is een leuke foto van, gemaakt door de dorpsfotograaf die langs kwam en vast dacht: Wat een grappig ventje.

Groen uitgeslagen zijn de muren. Dat was vroeger ook al.

Ik verfde de muren met water. Ik vroeg dan mijn moeder om een blikje dat gevuld werd met water. 

Ik herinner me het kwastje nog heel goed en daar begon ik dan: Heftig de muren te verven. De kunstenaar in spé.

Ik was altijd goed in dingen bedenken.

Een jonge vrouw is bezig binnen de ramen te lappen. Even denk ik: Zal ik vragen?

Ik wil ze niet lastig vallen. Dus laat ik het. 

Maar ik had het van binnen natuurlijk wel willen zien.

In één van die kleine kamertjes boven die poort, denk ik, daar moet ik geboren zijn. 

Ik had emoties verwacht, nu, maar ze zijn er niet.

Dus laat ik het allemaal maar. Ik hoef ook niet naar binnen.

Een hondje komt aan mij snuffelen. Ik zie zo dat het een vriendelijk hondje is.

Dus dat probleem is nu ook opgelost. Dat hondenangst probleem.

Alles heeft trouwens hier iets vriendelijks.

Ik loop verder. Voorbij de Tijhuizen. 

Ik loop er tot twee keer toe aan voorbij. 

Waar is dan toch het huis van de familie Tijhuis? Waar ik wel eens binnen kwam.

Die gezellige grote familie. 

Hans Tijhuis was mijn vriendje, met wie ik op en afliep naar de kleuterschool.

Terug altijd langs het huisje van de heks. Dat vonden we buitengewoon spannend.

Een soort pannenkoekhuisje.

De heks hebben we nooit gezien. Die bestond alleen in onze fantasie.

Maar ook waar ergens de familie Tijhuis gewoond moet hebben, ik voel er niets.

Er is ook weinig te zien.

Er is ook niets meer te zien van de kolenboer, de melkhandel van Natter.

Ga dan maar eens wat verderop bij de Schaepmanlaan kijken.

Nummer 118, op de derde verdieping, op de hoek, het is er nog steeds. De gevaarlijke draaiende trap aan de buitenzijde. 

Ook geschiedenis, want daar zijn mijn twee dochters geboren, maar het is een jongere geschiedenis dan die aan de Zandvoortweg. 

Ik zie er kinderpopjes aan het raam hangen.

Aan de andere zijde: Een rode krat bier op het balkon. De deur staat open.

Ik besef dat ‘het rode dorp’ er niet ver vandaan is. Maar ga er niet heen. 

Ik loop weer terug naar de Zandvoortweg. De lucht van de bekende ‘muisjes’ van De Ruyter komt me al tegemoet. 

Dus dat is er nog. De herkenbare penetrante lucht!

Te gek. Dit zijn echt oude reminiscenties.

Ineens sta ik er pal voor: De gestampte muisjesfabriek met zijn wit gepleisterde muren.

In de straat (zijstraatje van de Zandvoortweg) met die vreemde naam: d’Aulnis de Bourouilllaan! Ik weet het nu omdat ik het straatnaambord zie. Maar in mijn herinnering is het de Bouillonllaan!

Ik loop verder. Mauvestraat. Die was ik vergeten. 

Ik ga richting Brinkstraat. Ik ben benieuwd.

Links de Veldheimweg, begin van het rode dorp. Ik ga er niet in.

Rechts slagerij Bokma. Nog steeds!

De vettige leverworst geur komt me tegemoet. Herinnering door middel van geuren.

Het is net alsof in in een andere tijd zit.

Ik ben er niet echt. Zou men mij wel zien? Misschien ben ik wel onzichtbaar.

De Kerkstraat. De St. Nicolaaskerk. De kerk zonder toren!

Daar waar ik zo vaak gezongen heb. 

Zou Carel Laoût er nog wonen in dat oude witte voormalige zusterhuis? 

Iets verderop stond ooit het Tolhuisje.



De Kerkstraat met zijn kenmerkende ‘oude sfeer’ huizen met zijn uitbouwseltjes en erkertjes en oeroude tuintjes en de ijzeren hekjes.

De steentjes als driehoekje uitstekend boven de grond. 

Oeroud mos.

De kerk is helaas op slot.

De Aloysiusschool is er nog precies zo.

Dan de Brinkstraat in. Stomerij Hilhorst is nu Stomerij 1A. 

Kwaliteitssslagerij van Moorselaar, hij is er nog steeds.

En de Brink naderend: De geur van fruit van groenteboer Jan Kraay.

Al weer de herinnering via de lucht. Ik lijk wel een hondje.

Lucht herinneringen. Ze zijn niet van de lucht. Ha ha.

Toch is er visueel zo nu en dan een herkenning. Of verbeeld ik het me?
Een meisje van vroeger, moet ik haar kennen? Nu een dame met een sjaaltje.

Opvallend veel fietsende mensen. En lopende toch ook.

En hier op de Brink: Het is een komen en gaan.

Ik ben terug bij AF, ons Dorp

Hans Smeekes

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen