zondag 31 mei 2015

De Tweede Wereldoorlog in Baarn (7)

door Wim Velthuizen


Dit verhaal vanaf het begin lezen? Klik hier voor deel 1

Dit is geen algemene politieke of economische beschouwing, omdat daarover al veel is gepubliceerd. Hier beperken wij ons tot een aantal lokale gebeurtenissen, opgetekend uit de monden van Baarnaars. Alle genoemde namen zijn echt. De archieven van de Historische Kring Baerne gaven veel informatie. Daarnaast zijn veel boeken en het internet gebruikt om het volgende verhaal te vertellen en een indruk te geven van de leefomstandigheden in Baarn in de jaren 1940-1945. De basis van dit verhaal is ontstaan toen de Historische Kring Baerne een hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog opnam in het boek 1000 jaar Baarn.



De Hongerwinter 1944/45

In 1941 wordt bij de gasfabriek aan de Gaslaan een centrale keuken geopend en later ook in de Penstraat, zodat men daar warm eten kan halen. Natuurlijk op de bon. Er wordt in de loop van de oorlog steeds meer gebruik gemaakt, ook al is het niet smakelijk, het voedt wel. Helaas komt het regelmatig voor dat het eten op is als je na meer dan een uur wachten aan de beurt bent. Dan zijn ook de restjes de moeite van het wachten waard.

De centrale keuken, ook wel ‘gaarkeuken’ in de Gaslaan

Vanwege de luchtlanding bij Arnhem op die prachtige 17e september 1944 en de gevechten wordt de bevolking uit die omgeving geëvacueerd. In Baarn worden ruim 2000 vluchtelingen ingekwartierd. Het hoeft geen betoog dat hierdoor de voedselverstrekking nog meer onder druk komt te staan. De hongerwinter staat voor de deur. De centrale keuken heeft dagen waarop 6000 liter soep wordt uitgedeeld!

Van november ’44 tot mei 45 is er geen melk meer te krijgen en gaan veel Baarnse kinderen naar boeren in de buurt voor een litertje melk. Dat is haastwerk, want je moet na melktijd voor het speruur weer binnen zijn. Dan mag niemand meer op straat zijn. Vanuit Baarn worden voedseltochten gemaakt, zoals door vader en zoon Frankema naar Ommen, waar ze met hun handkar per ongeluk tegen een V1 transport oplopen. De bewakers trappen hun handkar de sloot in, zodat de vliegende bom kan passeren. De gammele kar wordt weer uit de sloot gevist als de Duitsers voorbij zijn. Gelukkig kunnen ze bij boeren nog wat voedsel kopen. Dan begint de terugtocht naar Baarn met angst in het hart, want soms worden etenswaren onderweg afgepakt door Duitsers of zelfs gestolen door landgenoten. Na een laatste overnachting in een schuurtje bij Harderwijk komen ze weer veilig thuis.

De familie Nieuwenhuis maakt verschillende tochten nar het oosten. Vader maakt daarbij afspraken met boeren waar hij eventueel een volgende keer kan overnachten. Als ze er dan op uittrekken met een handkar kunnen ze meer meenemen dan op een gammele fiets met zelfgemaakte massieve banden. Samen met de buren, om beurten uitrustend op de kar komen ze uiteindelijk tot Hardenberg. Onderweg zijn ze getuige van luchtaanvallen op treinen en andere doelen bij Putten, Harderwijk, en Zwolle. Op de terugweg ontsnappen ze in Oldenbroek ternauwernood als een Duitse colonne wordt gebombardeerd vlak achter de boerderij, waar ze op de deel in het hooi slapen. Toch slagen ze er in met honderden kilo’s rogge terug te keren naar huis.

Een wel heel schrijnende gebeurtenis overkomt een andere Baarnse familie, die met de geleende bakfiets van bakker de Bruin terugkomt van een voedseltocht naar Overijssel. Bij Eembrugge vraagt iemand of zijn zieke dochter op de bakfiets mee mag naar het ziekenhuis in Baarn. De Baarnaar brengt eerst het eten naar huis en rijdt snel terug om het meisje op te halen. Ze is echter inmiddels overleden.
De oude Eembrug

Een jonge Baarnaar gaat op de fiets over de Eembrug om melk te halen. Omdat fietsen worden gevorderd heeft hij een autostuur op zijn fiets, zodat die misschien niet zo snel zou worden afgepakt. Op de terugweg komt hij een aantal Duitse soldaten tegen die hem staande houden met de woorden “Umtauschen”. Hij moet zijn fiets omruilen voor een ander, maar veel slechter exemplaar. Hij staat ze met tranen in de ogen nog na te kijken, als een volgende groep Duitsers aankomt en het gebeurde herhaalt zich: “Umtauschen”. Die omgeruilde fiets is echter in een dermate slechte staat dat de jongen met z´n kannetje melk, verder naar huis is gelopen.

Het tolhuisje aan de Eemweg
Hoe bestaat het dat er clandestien paling te koop is? In Baarn werken in de grote villa’s werksters uit Spakenburg. Die komen op de fiets en hebben in een van de rokken van hun klederdracht een aparte zak genaaid waarin ze regelmatig paling meenemen: zwarte handel achter het inmiddels verdwenen Tolhuisje aan de Eemweg.

De krant ‘Het Nieuws’ van 13 juni 1944 meldt: “Ambtenaren van den Crisis Controle Dienst hebben een koe in beslag genomen, welke voorloopig werd gestald in een schuur bij het slachthuis: Zaterdag is deze koe gestolen. De politie stelt een onderzoek in naar de daders.” Het lot van de koe is niet moeilijk te raden.

Er is niet alleen gebrek aan voedsel, maar vooral ook aan brandstoffen als elektriciteit en gas niet meer geleverd worden. De grootgrondbezitters als baron Van Heerd van het Benthuis en die van kasteel Groeneveld, de Hooge Vuursche en Pijnenburg hebben uit eigen beweging die pijn wat kunnen verzachten, al levert het vervoer van brandhout vaak de nodige problemen op.

In de winter lag een schip in de Eem geladen met palen. Er ging een gerucht dat deze weg gehaald mochten worden. De heer Nieuwenhuis had een grote slee in elkaar getimmerd en deze vol geladen met boomstammen. Om die te trekken hielp de heer van de Eerde, die zelf geen slee had. Van de Eerde, directeur van de Ocriet fabriek, kreeg dan de helft. Bij de hoek Eemweg - Tromplaan kwamen de Duitsers en alle palen moesten blijven liggen langs de weg. Dat bericht ging heel snel naar de mensen die onderweg waren. Twee mensen hadden 1 paal op 2 fietsen geladen en duwde deze fietsen door de sneeuw en de weilanden. Maar dat zagen de Duitsers en begonnen te schieten. In paniek lieten ze de boom en fietsen vallen en renden richting Weteringstraat. Ook hier weer pech.

Het ziekenhuis aan de Torenlaan
De Nederlands Hervormde kerk maakt gebruik van het Gereformeerde kerkgebouw, omdat hun kerk niet verwarmd kan worden. Zo worden er allerlei noodoplossingen gevonden. De scholen gaan in de winter dicht door gebrek aan kolen voor de verwarming. De ondergrondse voorziet de gezinnen met onderduikers van extraatjes en bonnen. Door tussenkomst van het verzet komen duizenden guldens van welgestelde Baarnaars ten goede van onderduikers die het zonder bonnen moeten stellen. Ook het ziekenhuis aan de Torenlaan profiteerde daarvan. Het Rode Kruis was verboden, maar werkte wel in stilte door als het Zwart Rode Kruis. Toen de evacués uit de omgeving van Arnhem binnenstroomden richtten zij twee noodhospitalen in. Dat aan Nassaulaan 58 (het huidige Bloemendael) nam o.a. de kraamkamer over van de Torenlaan. Aan de Spoorweglaan (thans Gerrit van der Veenlaan, genoemd naar een bekend verzetsman) verscheen op nummer 10 eveneens een noodhospitaal. Bij gebrek aan verpleegsters hielpen meisjes mee van de ULO (thans MAVO/VMBO). Vanwege voedselgebrek moesten zij wel hun eigen ontbijt meenemen. Hoe primitief het soms toeging blijkt als nieuwe patiënten luizen hadden. Hun kleren werden dan ’s winters buiten in de vrieskou gelegd, waardoor de luizen doodvroren.

Vanaf september 1944 biedt het neutrale Zweden voedselhulp aan. De Duisters weigeren dit te accepteren. Toch brengt eindelijk op 28 januari 1945 een Zweeds schip 3.700 ton meel in de haven van Delfzijl. Het zou echter tot maart duren voor in Baarn het lang verwachte Zweeds wittebrood met margarine wordt uitgereikt; een druppel op een gloeiende plaat, maar het smaakt als het heerlijkste gebak. Maar dat is niet elke dag het geval. Zo lees ik in een bericht van 22 april 1945 “Het vorige week toegezegde brood was er niet, weer 400 gram per persoon per week op bonnen, hoewel er geen bloem voor is, zal ook deze week geen brood verkrijgbaar zijn.” Dit geeft aan hoe schrijnend de situatie ook in Baarn is. Baarnaars gaan niet voor niets op zoek naar etenswaren tot ver buiten Baarn. Ondanks alle inspanningen sterven in de eerste maanden van 1945 toch 246 personen. Ze worden met de handkar naar de begraafplaats gebracht. Ter vergelijking: in die zelfde periode van 2013, met twee keer zoveel inwoners en meer ouderen, is het sterftecijfer 106.





Binnenkort in deel 8: 'Het einde van de oorlog nadert'

Eerdere delen van dit verhaal lezen? 

Klik hier voor deel 1
Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3
Klik hier voor deel 4
Klik hier voor deel 5
Klik hier voor deel 6

De serie "De Tweede Wereldoorlog in Baarn" is opgetekend door Wim Velthuizen. Gedeeltes van deze serie zijn gepubliceerd in het prachtige boek '1000 jaar Baarn' uitgegeven door de Historische Kring Baerne. Aangezien de ruimte in het boek beperkt was, kon het verhaal slechts deels opgenomen worden in het boek. Het complete verhaal wordt door publicatie van deze serie via de website van Stichting Groenegraf.nl gedeeld, met vriendelijke toestemming van de Historische Kring Baerne. Wij willen hiervoor Wim Velthuizen en de HKB hartelijk danken!

Website Historische Kring Baerne: www.historischekringbaerne.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

vrijdag 29 mei 2015

Een speurtocht naar een oorlogsslachtoffer uit Baarn

door Leen Bakker


Tijdens mijn speurtochten naar mogelijk nog onbekend oorlogsmateriaal uit Baarn, kwam ik het volgende tegen.
De naam van mijn oom, Leendert Beerschooten, staat op een plaquette op het bevrijdingsmonument gelegen aan het Stationsplein in Baarn. Zijn gegevens staan ook vermeld op de website van de Oorlogsgraven Stichting. Op de website van de Oorlogsgraven Stichting staan meer namen van personen uit Baarn die tijdens de 2e wereldoorlog zijn overleden. Namelijk begraven op Rooms Katholieke Begraafplaats zijn Ernst Richard van Kempen (Student en lid van het verzet) en Leonardus Petrus Maria Hertogs (Banketbakker).
Op de Nieuwe Algemene Begraafplaats zijn begraven Leendert Johannes Beerschooten (Korporaal radiotelegrafist bij de Afdeeling 1e JAVA), Esmée Adrienne van Eeghen (Leerling verpleegster, lid van het verzet), Albertus Dirk Kleisen (Klerk gemeentesecretarie, lid van het verzet) en Seerp Postma (Reserve 2e Luitenant B.B.O. bij het onderdeel Det. Londen).

namen op het bevrijdingsmonument


Toen ik de namen van de personen die zijn overleden tijdens de 2e wereldoorlog ging vergelijken met de namen die staan op de plaquette van het bevrijdingsmonument, kwam ik tot de conclusie dat er 1 persoon niet op staat, namelijk die van Leonardus Petrus Maria Hertogs. Recentelijk is naam van Gerard van Vulpen, die ontbrak op de plaquette, aangebracht.
Toch maar eens contact opgenomen met de Oorlogsgravenstichting om er mogelijk achter te komen waar, hoe en wanneer nu de heer Hertogs is overleden. En moet zijn naam ook niet op de plaquette van het bevrijdingsmonument worden geplaatst? Daarnaast neem ik ook nog eens contact op met de beheerder van de Rooms Katholieke Begraafplaats, de heer Kruif. En als ik geen nadere informatie kan krijgen over de heer Hertogs is er misschien altijd nog een mogelijkheid om contact op te nemen met het Nederlandse Rode Kruis, afdeling oorlogsnazorg in Den Haag.
Al vrij snel kreeg ik het navolgende bericht van de heer J. Teeuwisse van de Oorlogsgravenstichting.
" De heer L.P.M. Hertogs verbleef in het kader van de Arbeitseinsatz gedwongen in Duitsland. Daar is hij in Hannover overleden op 16 maart 1945. De heer Hertogs is als dwangarbeider omgekomen in Duitsland. Dat is de reden dat wij hem hebben aangemerkt als oorlogsslachtoffer in de zin van onze statuten. Deze informatie hebben wij na de oorlog gekregen van de gemeente Baarn.
Het laatst bekende adres van de heer Hertogs was Stationsweg 23 in Baarn. Zijn ouders woonden daar na de oorlog nog steeds. Bijgaand treft u hiervan een scan aan".
 
de overlijdsakte
 
het register van overlijden




Vergelijk ik de overlijdensakte en het register van overlijden van de gemeente Baarn dan blijkt uit de overlijdensakte dat de heer Hertogs is overleden in het ziekenhuis te Hannover, Ritter Brüning-Strasse 45. Maar de plaats van overlijden is volgens het register van de gemeente Baarn, de gemeente Hamburg. Als doodsoorzaak staat aangegeven dat de heer Hertogs is overleden op 16 maart 1945 om 18.00 uur aan longtuberculose, vastgesteld door Dr. Zanetti. De Duitsers waren toch heel nauwkeurig met het vermelden van zo’n overlijden. Opmerkelijk is dat de overlijdensakte is opgemaakt op 17 december 1945 te Hannover. Het vermoeden is dat de heer Hertogs is begraven te Hannover, "Stadtfriedhof Seelhorst". Hier werden Nederlanders begraven die zijn overleden in het ziekenhuis te Hannover.

Verder heb ik ook nog contact opgenomen met de beheerder van de Rooms Katholieke Begraafplaats, de heer Kruif. Want volgens de Oorlogsgravenstichting is de heer Hertogs daar begraven. En wat blijkt, de heer Hertogs is op 26 september 1951 herbegraven op Rooms Katholieke Begraafplaats te Baarn. Zijn vader, Leonardus Hertogs, van beroep tuinman en zijn moeder Margaretha Lieberegts zijn beide overleden in 1966 en zijn bijgezet in zijn graf. In 2003 is het graf geruimd.

Op de vraag of de heer Hertogs zijn naam op de plaquette op het bevrijdingsmonument hoort te staan is mijn antwoord nee. Tijdens de raadsvergadering van de gemeente Baarn, op 26 november 2014, zijn de voorwaarden nogmaals besproken. De plaquette is vooralsnog alleen bedoeld voor verzetsstrijders, die gedood werden door de Duitsers in de periode 1940-1945. Volgens de voorwaarden van de "commissie plaquette", vastgesteld door de gemeente Baarn moet de persoon voldoen aan de 3 navolgende voorwaarden te weten: 1; Hij of zij moeten in het verzet hebben gezeten. 2; Hij of zij moet een relatie met de gemeente Baarn hebben. 3; Hij of zij moeten zijn overleden tijdens de 2e wereldoorlog. De heer Hertogs voldoet niet aan voorwaarde no; 1.




Leen Bakker
Geplaatst door L.J.A.Bakker
http://ljabakker.magix.net/website

http://www.grijsvuur.nl



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

woensdag 27 mei 2015

De Tweede Wereldoorlog in Baarn (6)

door Wim Velthuizen


Dit verhaal vanaf het begin lezen? Klik hier voor deel 1

Dit is geen algemene politieke of economische beschouwing, omdat daarover al veel is gepubliceerd. Hier beperken wij ons tot een aantal lokale gebeurtenissen, opgetekend uit de monden van Baarnaars. Alle genoemde namen zijn echt. De archieven van de Historische Kring Baerne gaven veel informatie. Daarnaast zijn veel boeken en het internet gebruikt om het volgende verhaal te vertellen en een indruk te geven van de leefomstandigheden in Baarn in de jaren 1940-1945. De basis van dit verhaal is ontstaan toen de Historische Kring Baerne een hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog opnam in het boek 1000 jaar Baarn.




Oorlogsgeweld

Baarn heeft relatief weinig schade geleden van het oorlogsgeweld. Afgezien van enkele incidenten vonden er geen gevechten plaats. Naarmate de oorlogsjaren verstreken waren er bombardementen en beschietingen. In Baarn stonden enkele Duitse geschutsopstellingen, die zowel vanuit de lucht als later vanaf bevrijd gebied onder vuur werden genomen. Bij die beschietingen vielen helaas ook doden en gewonden. En dat nog wel door ‘friendly fire’. De luchtaanvallen richtten zich echter op militaire voertuigen, konvooien en vooral op treinen. De Belgische locomotief 8487 rangeert een trein op 25 november 1944 naar het spoor Baarn-Utrecht als zes jagers een luchtaanval uitvoeren. Door een voltreffer vliegt de lok in stukken. De ontploffing is zo heftig dat de barometer van de locomotief bij de Grote Kom terecht kwam Bijna geen ruit in de Vondellaan is nog heel.

Een gebombardeerde locomotief bij de overweg aan de Torenlaan (25-11-1944)

De gebombardeerde villa Lenki, Torenlaan 61
Bij het bombardement van de trein (helaas vol geladen met paarden) zochten de Baarnaars meteen dekking. Toen de vliegtuigen wegvlogen, bleek dat er dode paarden in het Baarnse bos lagen. Die werden door de inwoners op al dan niet vakkundige wijze geslacht. Zo liep deze luchtaanval voor velen uit op een onverwachte feestmaaltijd, een welkome aanvulling op het karige rantsoen.
De beschietingen en bombardementen hadden tot gevolg dat in de voortuinen gaten moesten worden gegraven om snel dekking te kunnen zoeken. Bij een aantal villa’s had men speciale schuilkelders gebouwd. Enkele daarvan bestaan nu, meer dan 70 jaar na de oorlog, nog steeds. Het huis van loodgieter Gijs van Velzen aan de Eikenboschweg (nu Wijkamplaan 56/54) werd zwaar getroffen. Het gezin vond tot het eind van de oorlog een gastvrij onderkomen bij de familie Limper aan het Mesdagplein. Het totaal vernielde huis – tegenover de Lepelaarstraat - is later door een dubbel woonhuis vervangen. Het is nu nog duidelijk te zien dat dit een andere bouwstijl is dan de huizen er naast. Andere huizen in de omgeving werden per ongeluk geraakt. Zoals villa Lenki, Torenlaan 61.


Zinloos geweld had een heel andere betekenis dan nu. Op 7 mei 1943 speelden de Oosterstraat, de oude Oosterhei, drie meisjes op een dag buiten (waarschijnlijk in spertijd, de tijd dat niemand op straat mocht). Er kwam een soldaat op een motor en de meisjes renden naar binnen. Ze keken door het raam of de soldaat doorreed, maar dat deed hij niet. Hij schoot door het raam op de meisjes. Daarbij ging een kogel door de arm van een van hen en trof haar 15 jarige zus, Johanna (Jopie) Langerhorst dodelijk, waarop zij in haar eigen huiskamer overleed. Deze gebeurtenis werd geschreven door een vriendin, Anna Odrost, die hierbij aanwezig was. Aangifte van het overlijden werd gedaan door de heer Sandwijk, begrafenisondernemer. Deze foto komt uit het Nieuwsblad voor Soest en Baarn.


Uittreksel uit het Baarnse bevolkingsregister: Jopie Langerhorst


Helaas was dit niet het enige geval. Op 16 augustus 1944 werd door een Duitser een meisje neergeschoten bij Amalialaan 2.


Binnenkort in deel 7: 'De Hongerwinter 1944/45'

Eerdere delen van dit verhaal lezen? 

Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3
Klik hier voor deel 4
Klik hier voor deel 5

De serie "De Tweede Wereldoorlog in Baarn" is opgetekend door Wim Velthuizen. Gedeeltes van deze serie zijn gepubliceerd in het prachtige boek '1000 jaar Baarn' uitgegeven door de Historische Kring Baerne. Aangezien de ruimte in het boek beperkt was, kon het verhaal slechts deels opgenomen worden in het boek. Het complete verhaal wordt door publicatie van deze serie via de website van Stichting Groenegraf.nl gedeeld, met vriendelijke toestemming van de Historische Kring Baerne. Wij willen hiervoor Wim Velthuizen en de HKB hartelijk danken!

Website Historische Kring Baerne: www.historischekringbaerne.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

maandag 25 mei 2015

Een vreemde onderduiker genaamd Piet

Evert van Dijk en Cornelia van Wijngaarden
Bron: mevr. C. Overeem-van den Brink
door Eric van der Ent

Verschillende gezinnen in Baarn namen tijdens de Tweede Wereldoorlog onderduikers in huis. Die gezinnen deden dat met gevaar voor eigen leven. Evert van Dijk (1896-1962) woonde tijdens de oorlog aan de Israëlsstraat 16 in Baarn. Hij was werkzaam bij de spoorwegen. De Israëlsstraat lag in die tijd nog de rand van Baarn. Voorbij deze straat begon de polder. Afgelegen genoeg om een onderduiker te verstoppen. En zo gebeurde het ook. Onderduiker Piet werd ondergebracht bij Evert van Dijk en zijn echtgenote Cornelia van Wijngaarden, maar als u denkt dat Piet een man was, dan heeft u het mis!

Gerrit Wegerif met zijn kinderen en onderduiker Piet
Bron: mevr. C. Overeem-van den Brink

Gerrit Wegerif en zijn echtgenote
Catharina van der Pol
Bron: Dhr. J.A.M. Pater
Gerrit Wegerif (1909-1978) woonde in de oorlog op een boerderij aan de Zandvoortweg 50 in Baarn. De Duitsers vorderden in de oorlog vrijwel alle vervoersmiddelen, zoals fietsen, bromfietsen, motorfietsen en auto's, maar ook paarden moesten worden ingeleverd. Boer Wegerif was echter niet van plan om hun paard Piet over te dragen aan de Duitsers. Piet moest verborgen worden. Evert van Dijk uit de Israëlsstraat bood aan om het paard Piet in zijn schuur te verbergen. Omdat de Israëlsstraat de laatste straat was voordat de polder begon was er geen haan die er naar kraaide. Alleen de buren wisten ervan, naar die hielden hun kaken stijf op elkaar. Zij zouden Van Dijk niet verraden. 's Avonds in het donker bracht boer Wegerif hooi om Piet te voeren, want hooi had de familie Van Dijk niet. 

Piet is nooit gevonden. Tijdens de oorlog werd hij vertroeteld en verwend. Begin mei, na de oorlog kwam Gerrit met zijn kinderen het paard weer halen, en daar is boven afgebeelde foto van gemaakt.

Een bijzonder verhaal over een vreemde onderduiker!


Met dank aan mevr. C. Overeem-van den Brink voor dit verhaal.

Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

zaterdag 23 mei 2015

De Tweede Wereldoorlog in Baarn (5)

door Wim Velthuizen


Dit verhaal vanaf het begin lezen? Klik hier voor deel 1

Dit is geen algemene politieke of economische beschouwing, omdat daarover al veel is gepubliceerd. Hier beperken wij ons tot een aantal lokale gebeurtenissen, opgetekend uit de monden van Baarnaars. Alle genoemde namen zijn echt. De archieven van de Historische Kring Baerne gaven veel informatie. Daarnaast zijn veel boeken en het internet gebruikt om het volgende verhaal te vertellen en een indruk te geven van de leefomstandigheden in Baarn in de jaren 1940-1945. De basis van dit verhaal is ontstaan toen de Historische Kring Baerne een hoofdstuk over de Tweede Wereldoorlog opnam in het boek 1000 jaar Baarn.



Jodenvervolging

In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden in Duitsland joden aangevallen en werden talloze synagogen, winkels en bedrijven van joden in de brand gestoken en vernield. Deze anti-joodse houding werd in ons land, dus ook in Baarn merkbaar en vooral zichtbaar toen de jodenster op 3 mei 1942 verplicht werd voor alle joden van zes jaar en ouder. Er stond een straf van duizend gulden of zes maanden hechtenis op het niet dragen Bij enkele joodse inwoners van Baarn werden in 1942 en 1943 ruiten ingegooid, de kristalnacht in Baarn! De arrestatie en deportatie van joden werd ook hier in gang gezet, zodat zij uit het openbare leven zouden verdwijnen. Velen waren het daar niet mee eens. Commissaris van politie B.F. Kipp, wilde niet meewerken aan de Jodenvervolging en werd daarom op 30 september 1942 uit zijn functie ontheven. In 1942/1943 zijn tientallen Baarnse joden gearresteerd.

Ondanks de grote risico’s die men daarbij liep, werden joden verborgen. Er waren helaas ook foute Baarnaars, die de onderduikadressen meldden aan de bezetter. Bij de familie van Diermen in de Nijverheidsstraat zat een joodse familie op zolder.

Jongeren, zoals Wim Timmer en zijn zus, brachten voor het verzet voedselbonnen. Wim vertelde de onderduikers dan ook wat er in Baarn gebeurde, want de joden konden de zolder niet verlaten of voor het raam staan. Voor alle zekerheid kregen joodse onderduikers schuilnamen, net als verzetsmensen. Dat was belangrijk, want jongens als Wim kenden de adressen waar ze bonnen moesten brengen en wisten wie daar ondergedoken zaten. Ze wisten dan niet de echte namen van de onderduikers. Zo heette Ralf Polak “Fonie”. Hij zou de oorlog overleven en een bloeiende stoffenzaak in de Laanstraat opbouwen. Miep, zijn verloofde kreeg blindedarmontsteking, maar als joodse kon ze niet naar het reguliere ziekenhuis aan de Torenlaan. Gelukkig bood het noodhospitaal aan Nassaulaan 58 uitkomst. Gelukkig voor Miep en het personeel waren daar geen verklikkers.

Volgens overleveringen maakte de wegenbouwfirma Hoogenbirk in Laren speciale ijzeren staketsels die op de rails werden bevestigd, waardoor een trein ontspoorde. Zo zou een locomotief van een Jodentransport bij Baarn uit de rails zijn gelopen, waardoor enkele joden konden ontsnappen.

Bij café Het Kasteel van Antwerpen in de Laanstraat werden de fietsen teruggestolen van de vaak dronken Duitse bezoekers. Die fietsen werden soms gebruikt om joodse onderduikers naar andere plaatsen te brengen.

Op de Piet Heinlaan woonde Dik van de Veen. Vlak naast het Cantonspark, dat in de oorlog regelmatig een mooie schuilplaats voor onderduikers bood. Naast het huis stond een kleine hooiberg voor Sik de geit van Dik. De hooiberg was een goede schuilplaats voor onderduikers. Zo was er ook een keer een joodse onderduiker die het voorzien had op Sik. Dik was thuis gekomen van zijn werk en wilde Sik voeren. Helaas was Sik al op pan hoogte en ritueel geslacht door de joodse onder duiker. Hierdoor kreeg Dik zo de geest, dat hij de onderduiker met zijn klomp zo’n pak slaag gaf dat hij naar buiten vluchtte. Die was meteen zijn schuilplaats kwijt.

Er waren veel Baarnse gezinnen die joden verborgen hielden. Zo ook bij de familie Timmer, die lange tijd in onzekerheid verkeerde of de joodse onderduikers, die door het verraad van een beruchte Baarnse NSB-er uit huis waren gehaald, nog wel of niet in leven waren. Helaas bleek later dat geen van hen deze gigantische moordpartij had overleefd; allen waren in Sobibor omgekomen

Soms gingen de ondergedoken joodse kinderen met geblondeerd haar gewoon naar school met de kinderen van het gezin waar ze verborgen werden. Dan waren het zogenaamde weeskinderen uit het gebombardeerde Rotterdam. Dit was ook het geval bij de familie Birkhoff in de Bremstraat, waar Sara als gezinslid mee leefde. Zij heeft de oorlog overleefd en nog regelmatig contact met haar redders gehad. De Yad Vashem onderscheiding is aan de heer en mevrouw Birkhoff-Hund en andere Baarnaars uitgereikt, waaronder ook Arie en Annie Gaarenstroom. Het is een onderscheiding van de staat Israel voor “HOLOCAUST HEROES WHO RISKED THEIR LIVES TO SAVE PERSECUTED JEWS.” (Helden van de Holocaust, die hun leven waagden om vervolgde joden te redden.)


Het Yad Vashem document van de familie Birkhoff.
Zij waren niet de enige Baarnaars die joden verborgen.


Dokter Meihuizen

Dr. Samuel Meihuizen
(1878-1945)
Aan de Dalweg woonde dokter Samuel Meihuizen. Hij was begaan met het lot van de joden en had maar liefst zes joodse onderduikers in huis. Wie in die tijd betrapt werd op het verbergen van joden kon op zeer strenge straf rekenen. Als geliefd arts met veel contacten wist hij zelfs in het moeilijke jaar 1944 voor zijn joodse onderduikers aan voedsel te komen. Eén van hen maakte echter misbruik van de gastvrijheid. Toen die werd betrapt op het stelen van brood uit de voorraadkast zette dokter Meihuizen hem uit huis. De jood ging naar de Ortskommandant, de plaatselijke commandant van de Duitsers in het Baarnsch Lyceum (waar nu de NBS staat).  Op voorwaarde dat hij zelf niet vervolgd zou worden vertelde de brooddief over de situatie bij dokter Meihuizen. Toen deze terugkwam van zijn ronde vond hij het huis leeg. Zijn vrouw en de joden waren gevangen genomen. Zijn vrouw werd losgelaten, maar de dokter bleef in handen van de bezetter.
Uit het archief van de gevangenis van Scheveningen blijkt dat Samuel Meihuizen op 12 mei 1944 de gevangenis is binnengekomen en op 5 juni naar kamp Vught is overgeplaatst. Hier werd hij ingeschreven als Schutzhäftling nummer 10311 en ingedeeld in blok 16 en later 17. Als Schutzhäfling stond je buiten het normale gerechtelijke proces. Van een rechter of advocaat was geen sprake, die kwamen er niet aan te pas. Het lot van dokter Meihuizen lag dus in handen van de Sicherheitspolizei (Sipo). Uit het archief van kamp Vught blijkt dat hij daar enkele medische behandelingen heeft ondergaan.
Toen de invasie in Normandië (4 juni 1944) succesvol bleek en de geallieerden naderden, ontstond er paniek onder veel Duitsers. We spreken van “dolle dinsdag”. Op 5 of 6 september 1944 werden de gevangenen uit kamp Vught overgebracht naar concentratiekampen in Duitsland. Dokter Samuel Meihuizen kwam in kamp Sachsenhausen, 35 kilometer van Berlijn. Daar moest hij onder dwang in de Heinkel vliegtuigfabriek werken. Na enige tijd werd hij doorgestuurd naar het beruchte Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen, waar hij werd ingeschreven onder gevangenennummer 132615. Daar moest men onder onmenselijke omstandigheden in de granietgroeve werken. Mishandeling, ziekte en honger bepaalden het  beeld van elke dag. Zieken werden aan hun lot overgelaten en stierven ter plaatse en kwamen terecht in de verbrandingsovens. Een overlevende vertelde hoe de dokter daar, ondanks het gebrek aan medicijnen, nog velen heeft geholpen waar hij maar kon. Kort voor de bevrijding van het kamp, overleed Samuel Meihuizen op 6 maart 1945 aan uitputting en koorts, mede door gebrek aan verzorging. Zijn naam staat vermeld in de ‘Erelijst van Gevallenen 1940-1945’ in de Tweede Kamer in Den Haag, evenals op de plaquette bij het vrijheidsmonument voor het station in Baarn.


De heer H.A. Onclin uit Baarn heeft onderzoek gedaan naar joodse Baarnaars in de eerste helft van de 20ste eeuw. Zo woonde de familie Cardozo op Zandvoortweg 90, waarover het Baarnse bevolkingsregister vermeldt: “ in 1942 naar Westerbork vertrokken”. De Duitsers hielden, ook in de kampen, een nauwkeurige administratie bij. Daaruit blijkt dat zowel moeder Judith als dochter Sara Cardozo op 21-10-1942 in concentratiekamp Auschwitz in Polen overleden. We weten nu maar al te goed dat dit in de gaskamer van het beruchte kamp was. Een ander voorbeeld is de familie Krant van Brinkstraat 14. Het Baarnse bevolkingsregister vermeldt over zoon Jozef dat hij 07-04-1943 niet meer in de gemeente aanwezig was. Jozef Krant werd toen ambtshalve uitgeschreven met de aantekening “Vertrokken Onbekend Waarheen”. Door de Duitse ‘gründlichkeit’ weten we vrij nauwkeurig wie wanneer stierf in een kamp. Vader Markus Krant, moeder Jacomina en zoon Jozef stierven kort na elkaar in het ‘Vernichtungslager’ Auschwitz. Zo zijn van veel verdwenen joden gegevens bewaard.

Rita Barmé
(1923-1942)
Dit zijn slechts enkele van de vele tientallen gevallen. Rita Barmé, die in Baarn in het verzet werkte, werd gearresteerd en in de beruchte Scheveningse gevangenis opgesloten, omdat ze joden hielp naar Zwitserland te ontsnappen. In de Erelijst van de gevangenis staat over haar: Lid verzetsorganisatie. Gearresteerd 25 november 1942 van dien dag tot 10 December 1942 in het ‘Oranjehotel’ gezeten – toen naar het Oosten vervoerd – verder onbekend. 
Die onbekende bestemming was Kamp Westerbork. Vandaar ging ze naar het Poolse vernietigingskamp Auschwitz, waar ze op 15 december 1942 werd omgebracht. Naar alle waarschijnlijkheid in de gaskamer. Ze was verraden door P.J.M. uit Den Haag, die voorgaf haar te willen helpen om met een joodse familie naar Zwitserland uit te wijken. In werkelijkheid had hij haar verraden aan de Duitsers. Hij ontving daarvoor tipgeld, want voor elke opgepakte Jood werd 7,50 gulden “kopgeld” betaald. Hij werd in 1950 door de speciale strafkamer veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf.
Richard Barmé
(1924-1945)
Rita’s broer Richard was nog leerling van het Baarnsch Lyceum toen hij na veel omzwervingen via Zwitserland en langs de pilotenlijn via Gibraltar naar Engeland kon ontkomen. Hij is als geheim agent op 2 februari 1944 bij Benthuizen per parachute geland. Helaas werd in Rotterdam zijn radio gepeild en op 8 maart 1945 is hij op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd als represaille voor een aanslag op de hoge officier Rauter. Zijn stoffelijk overschot is na de oorlog op het ereveld in Loenen herbegraven. Rita en Richard staan op de plaquette bij het vrijheidsmonument op het Stationsplein. Rita ook op de plaquette voor Joodse Baarnaars, omdat zij als Jodin is gearresteerd en in de Holocaust omgekomen.

Binnenkort in deel 6: 'Oorlogsgeweld'

Eerdere delen van dit verhaal lezen? 

Klik hier voor deel 2
Klik hier voor deel 3
Klik hier voor deel 4

De serie "De Tweede Wereldoorlog in Baarn" is opgetekend door Wim Velthuizen. Gedeeltes van deze serie zijn gepubliceerd in het prachtige boek '1000 jaar Baarn' uitgegeven door de Historische Kring Baerne. Aangezien de ruimte in het boek beperkt was, kon het verhaal slechts deels opgenomen worden in het boek. Het complete verhaal wordt door publicatie van deze serie via de website van Stichting Groenegraf.nl gedeeld, met vriendelijke toestemming van de Historische Kring Baerne. Wij willen hiervoor Wim Velthuizen en de HKB hartelijk danken!

Website Historische Kring Baerne: www.historischekringbaerne.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

donderdag 21 mei 2015

Distributie en Stamkaart uit Baarn uit 1939

een zilverbon als wettig betaalmiddel

Tijdens de Oorlogsperiode 1940 -1945 werd er in Baarn ook gebruik gemaakt van diverse soortenkaarten met bonnen. Zoals de Textielkaart, de distributie Stamkaart, de tweede distributie Stamkaart en zelfs een "zilverbon". In de Tweede Wereldoorlog ging alles "op de bon". Maar hoe zat dat ook al weer!

Op de Stamkaart kon iedere maand een distributiekaart worden opgehaald bij het distributiekantoor. Deze kaart kwam in het najaar van 1939 in gebruik, maar raakte al spoedig vol, daarom werd de stamkaart voorzien van inlegvellen. Die bonnetjes moest je inleveren, en dan kreeg je spullen zoals brood en suiker, maar ook brandstof en schoenen. Alles werd heel precies bijgehouden en aangekruist op de bonkaart. Hierna zie je een stamkaart afgegeven door de Gemeente Baarn op 20 oktober 1939 aan de heer A. de Vries, geboren op 6 april 1923 te Amsterdam en woonachtig op Penstraat no: 55.



Distributie Stamkaart uit 1939 afgegeven door de gemeente Baarn




















Distributie Stamkaart uit 1939 aan de binnenzijde
De tweede Distributie Stamkaart
In het begin van 1944 kwam door vervalsingen en diefstallen uit distributiekantoren zoveel valse persoonsbewijzen, distributiekaarten en andere papieren in omloop dat de registratie van de Duitsers vrijwel waardeloos was geworden. Dat beseften ook de Duitsers, reden dat er een nieuwe distributiestamkaart werd ingevoerd, paniek bij het verzet. De nieuwe stamkaart zou alleen geldig zijn in het eigen district, dus de woonplaats die officieel op het persoonsbewijs stond aangegeven. De stamkaart moest door ieder persoonlijk in zijn woonplaats worden opgehaald. Op het persoonsbewijs werd dan een zegel geplakt, waarvan het nummer correspondeerde met dat op de nieuwe stamkaart, elke gemeenten had een eigen nummer. Bij de uitreiking hielden Duitsers en NSB’ers toezicht. Lange registers van gezochte personen waren er aanwezig. Wie toch ging liep in de val. Hierna zie je een tweede stamkaart afgegeven door de Gemeente Baarn op 24 mei 1945 aan mevrouw J.H. Boekholt - de Vries, geboren op 4 augustus 1903 te Baarn en woonachtig op Penstraat no: 55.
     
De tweede distributie Stamkaart uit 1945 afgegeven door de gemeente Baarn
voorzien een zegel

De tweede distributie Stamkaart uit 1945 aan de binnenzijde
Het paniek van het verzet duurde niet lang, al op 25 januari 1944 werd de kluis van het gemeentehuis in Tilburg gekraakt. De buit 6000 zegeltjes met het woord Tilburg en 99.000 blanco stam kaarten. De laatste konden, na afstempeling, dienen voor iedere willekeurige gemeente. Op 17 mei 1944 leverde de overval bij drukkerij Hoitsema in Groningen nog een 133.450 zegeltjes op. Toen de uitreiking van de tweede distributiestamkaart in juni 1944 was afgerond waren er al voldoende zegeltjes ‘gestolen’.
bonkaart voor algemeen en vlees
De distributie Stamkaart is tevens het bewijs van opneming in het bevolkingsregister. Deze Stamkaart werd ingevoerd met ingang van september 1939 en was grijs van kleur met blauwe opschriften en lijnen. De stamkaart was geen bonkaart, maar het basisdocument van de distributie, waarop bonkaarten , aanvraag-formulieren en persoonsbewijs konden worden verstrekt cq. aangereikt. Deze uitreikingen werden door middel van een aantekening, code of stempel in één van de 297 vierkantjes op deze kaart aangetekend. Later kwamen er ook nog inlegvellen bij die in de stamkaart werden vastgeniet.
Iedereen (baby's niet uitgezonderd) die ingeschreven was, of bij de geboorte werd ingeschreven, kreeg via de ambtenaar van de burgerlijke stand een stamkaart uitgereikt.


In 1939 (dus na de uitreiking van de stamkaart) werd een Rijks-distributiekaart uitgereikt aan allen die in het bevolkingsregister waren ingeschreven. Bij wijze van proef kwam in het najaar van 1939 de suiker op de bon. De rantsoenen waren zeer ruim en suiker was toch min of meer een luxe artikel en werd zeer matig gebruikt. Bovendien kochten de grens-bewoners langs de Belgische grens hun suiker in Uikhoven of van de smokkelaars die deze suiker langs de deuren verkochten. Deze gesmokkelde suiker kostte bovendien slechts een kwart van de prijs in Nederland. De proef was dus voor de Nederlandse regering geslaagd.
Al vrij kort na de Duitse bezetting kwamen levensmiddelen als eerste op de bon. Voor bijna al het dagelijkse basisvoedsel waren er aparte delen op deze bonkaarten , voor bijvoobeeld vlees, brood, boter, melk en aardappelen. Ook waren op deze bonkaarten bonnen voor 'algemeen' of 'reserve' en deze werden dan aangewezen voor bijvoorbeeld stroop. Aparte kaarten waren er voor goederen zoals textiel, brandstof, groente, fruit, vis, tabak, versnaperingen, vet en petroleum. Bonkaarten werden uitgereikt naar bepaalde leeftijdsgroepen en geslacht, bijvoorbeeld voor meisjes tot vier jaar, of voor mannen van 21 jaar en ouder.
De bonkaarten waren in verschillende soorten ingedeeld naar leeftijd:
A-kaarten voor personen van 20 jaar en ouder
B-kaarten voor personen van 14 tot 20 jaar
C-kaarten voor personen van 6 tot 14 jaar
D-kaarten voor personen van 2 tot 6 jaar
E-kaarten voor personen van 0 tot 2 jaar.
Iedereen kreeg of een rookkaart of een snoepkaart of een rook/snoepkaart per leeftijd, één keer per jaar werden kolenkaarten uitgereikt: één per gezin, mijnwerkers uitgesloten. Zwangere vrouwen kregen extra voedselbonnen op attest van de vroedvrouw. De boeren werden als zelfverzorgers beschouwd en van hun bonkaarten werden bij de uitgave de melk en vleesbonnen (of brood) afgeknipt en ongeldig gemaakt (het eerste werk voor een nieuweling).

een textielkaart
Er was een aparte buitendienst voor aanvragen van bonnen voor schoenen en textiel; deze dienst was altijd samen met de uitreiking van bonkaarten
Veel artikelen (geen levensmiddelen) moesten apart worden aangevraagd, zoals fietsbanden, schoenen, porselein en glas. In januari 1944 werd de tweede distributiestamkaart uitgereikt. Deze was eveneens grijs van basis-kleur. De opdruk en lijnen waren bruin. Bij de gezinshoofden stond aan de voorkant van de stamkaart het woordje 'hoofd' gestempeld.
 

De distributie duurde tot begin jaren vijftig van de vorige eeuw. Toen ik op 1 maart 1949 als gewoon dienstplichtige onder de wapenen werd geroepen, moest ik mijn distributiebonnen bij mijn onderdeel inleveren. Aan echtparen en kraamvrouwen werden extra bonnen uitgereikt voor speciale artikelen, zoals lakens, dekens, potten, pannen en servies. Kraamvrouwen kregen extra bonnen voor toiletzeep, luiers en dekentjes.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de nummers van de bonnen die geldig waren voor een bepaalde periode in de kranten bekend gemaakt. Ook in de winkels hingen lijsten op met deze gegevens. De huismoeders hielden de geldigheidsduur van de bonnen bij en bewaarden de stamkaarten, distributiebonnen en verzekeringspolissen zorgvuldig in een tas, die in geval van een luchtalarm werd meegenomen naar de schuilkelder. Bij het boodschappen doen hadden de huisvrouwen meestal een etuitje (van papier) waarin de geldige bonnen werden bewaard. De bonkaarten bleven thuis. Het uitreiken van de bonkaarten gebeurde veelal in het gemeentehuis. Hier zaten de distributieambtenaren achter een tafeltje waarop de nieuwe distributie- bonkaarten met dezelfde soorten op stapeltjes lagen. De afgehaalde bonkaarten werden in een code op de stamkaart afgetekend.

Een etuitje van leer waarin de bonnen werden bewaard

De zilverbon een wettig betaalmiddel

De zilverbon aan de achterzijde

Ook en wettig betaalmiddel, 1 cent van tin uit 1942


Met dank aan Wiebe Bruins uit Baarn voor de afbeeldingen van dit verhaal uit Baarn
bron: www.geulle.com

Leen Bakker

Geplaatst door L.J.A.Bakker


http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter






woensdag 20 mei 2015

Wie herinnert zich nog de badinrichting aan de Eem?

Als u een trouwe kijker bent van de programma's van RTV Baarn op TV, dan weet u dat er regelmatig afleveringen te zien zijn uit "Het geheugen van Baarn". In dat programma worden herinneringen uit oud Baarn opgehaald. Ook in het programma "Als stenen kunnen praten" wordt de geschiedenis van Baarn in beeld gebracht. In die afleveringen wordt aandacht besteed aan bijzondere (oude) gebouwen in Baarn. Voor beide programma's wordt regelmatig onze hulp ingeroepen voor informatie en oud beeldmateriaal.



Voor een volgende aflevering zijn we op dit moment een programma over de zweminrichting aan de Eem aan het voorbereiden. Hiervoor zijn we op zoek naar mensen die daar persoonlijk herinneringen aan hebben en die daar ook wel over willen vertellen. Heeft u leuke herinneringen aan het zwembad aan de eem, heeft u er misschien zelf ook wel gezwommen? Neemt u dan alstublieft contact met ons op via email: groenegraf.baarn@gmail.com of telefoon: 035-5420804.

Alvast bedankt!

Eric van der Ent






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter





Update 2-6-2015: Van dhr. J.F. Bekker uit Canada ontvingen we onderstaande reactie:


Of ik me nog de badinrichting aan de Eem herinner? Ja zeker!

Als ik zo naar de foto's kijk ril ik van de kou. Ik heb daar namelijk leren zwemmen en het zwembad ging elk jaar op de zelfde dag open. Of het nu 1 mei was of de vijftiende weet ik niet meer. Maar open ging het, weer of geen weer.

Als je bij het loket je entree betaalde (een dubbeltje, een kwartje?) zag je meteen op een bordje (een lei?) de temperatuur van het water van die dag. Meestal te koud voor mij. Omdat dit niet lang na de oorlog was (ik ben in 1939 geboren) waren zwembroeken bij ons thuis een luxe. Dus, mijn moeder breidde er een voor mij. De wol kwam van afgedankte kleding stukken, truien, sokken, enz. Allerlei kleuren, gewoon aan elkaar gebreid. Wist ik veel? En de zwemles? Als ik daar nu naar bekijk vind ik het maar een vreemd gedoe. Voor ons was het toen gewoon. Iedereen leerde daar op die manier zwemmen. De badmeester maakte zelf z’n voeten niet nat om ons die kunst te leren.

Je moest een brede riem aan doen. Daar zat achter een lus aan en daar ging de haak van de hengel aan die de badmeester (volgens de foto’s heel netjes met vest en stropdas) dan op de reling rustte. En ik, eerst met de armen, dan met de benen, en dan tegelijk armen en benen oefenen. Resultaat: schoolslag. Zodra dat en beetje ging werd de hengel vervangen door een lang touw en dan moest ik naar de overkant van het bad zwemmen en dan weer terug. Toen ik dat eindelijk onder de knie had, kwam de rugslag aan de beurt. Borstslag naar de overkant zwemmen en dan op m’n rug getrokken door de badmeester met z’n touw. Handen in m’n zij en als een kikker met m’n benen weer terug.

Soms hield de badmeester het touw een beetje slap. Zodra ik dat in de gaten had, draaide ik me meteen terug op m’n borst. Ik kon het wel, maar daar was ik toen niet meteen van overtuigd. Uiteindelijk heb ik toch leren zwemmen. Iemand moet echt geduld met me hebben gehad. Bovendien stond de stok thuis achter de deur als ik een of ander smoesje had om niet te gaan. Later gingen we ‘s winters wel eens op de fiets naar Hilversum, naar het overdekte. Ook kwam er later het zwembad in het bos.

Nog iets over de foto’s. Ik herinner me goed hoe wij voor eerst er heen gingen. Dan moest je in het ‘pierenbadje’. Eigenlijk een soort kinderbox, met nauwlijks een meter water. De vloer was van een of ander kokos achtig materiaal. Soms werd de badinrichting gesloten omdat er te veel dode vissen de Eem afwamen drijven. Ik denk dat dat iets te maken had met het lozen van een zeepfbriek in Amersfoort. Ik realiseer me nu dat het water toen zo verkleurd was dat je je voeten niet zien kon. Toen maakte niemand zich er druk om. Zou je nu moeten proberen!

Naast de badinrichtingwas een roei en zeil vereniging. Dat was voor de rijke lui. Ze hadden daar jolletjes en wherries. Wij gingen toen we wat ouder waren via de jachthaven Bestevaer in de loods onze eigen zeilbootjes opknappen om daar in the zomer mee te zeilen. Ik realiseer me nu hoe belangrijk het was date er zo veel voor ons te doen was daar bij de Eem. Zwemmen, zeilen, schaatsen op de ijsbaan en soms, als het lang genoeg en koud genoeg was, op de Eem zelf. Glashard, zwart ijs. Je kon die arme vissen vlak onder het ijs op hun kant zien drijven. Een keer brachten we een bijl en hakten een wak in het ijs. Met een peddel roeiden we in het water tot de, nauwlijks levenden, baarzen en voorntjes voor het oprapen lagen. We hadden ook een stuk zeil bij ons. Daar ging het hele zooitje in en we sleepten dat toen al schaatsend naar de badinrichting waar onze fietsen stonden.

Echt fijn om deze oude herinneringen naar boven te halen en op papier te zetten.

Bedankt.

Jurrie F. Bekker
Canada