maandag 6 juni 2016

IJs-tijd

door Cees Roodnat


Bij ijstijd denk je nou niet direct aan zomerse temperaturen maar aan zeer strenge winters of de tijd dat de mammoet uitstierf. Bij zulke barre weersomstandigheden kregen wij in mijn jeugd, als de grote ijzeren potkachel ons lokaal niet meer warm kon krijgen, vrij van school. Dat noemden we ijsvrij. Bij de huidige schooljeugd gebeurt dat helaas alleen wanneer het centrale verwarmingssysteem het begeeft. Nu de temperaturen na een ‘waardeloos’ voorjaar weer aangenaam oplopen, zie ik door de Laanstraat flanerend publiek weer met een ijsje rondlopen of snel likkend, als overstekend wild, de Brink overschieten. 


“IJs oogsten” waarschijnlijk bij de Kleine- of Pekingkom
De ijskelder bij paleis Soestdijk
Dus weer is het ijs-tijd. In de koelvakken van de supermarkten zijn de gezinspakken consumptie-ijs niet aan te slepen. Dankzij de uitvinding van de koelkast met vriesvak of de vrieskist kunnen we bederfelijke waar tegenwoordig moeiteloos koel houden of invriezen. Vóór die tijd was het maar behelpen geblazen, behalve voor wie geld had, veel geld. Gefortuneerde Amsterdammers die zich in de 17e en 18e eeuw ter verpozing in de zomer een buitenplaats konden aanschaffen, lieten op hun landgoed dan ook een ijskelder bouwen. De meest bewaard gebleven soort is die van baksteen met een zogenaamd koepel- of tongewelf, ter isolatie afgedekt met aarde. Vaak werden er schaduwrijke bomen op of omheen geplant. De dikke bakstenen muren en eventuele spouwruimtes werden met turf geïsoleerd. Achter de ingang leidde een korte gang naar een deur waar achter het gewelfde gedeelte zat. Die deuren werkten als een sluis om zoveel mogelijk van de warmere lucht buiten te sluiten. Smeltwater werd afgevoerd via goten of liep in de grond weg. Vochtige lucht werd afgevoerd via ventilatiegaten. In de winter werd uit de vijvers op het landgoed ijs gekapt onder leiding van de hovenier. Daar was aardig wat mankracht voor nodig. Die hovenier was in de zomer ook belast met de zorg voor het ijs. In de ijskelder zelf werd het ijs meestal zodanig op elkaar gestapeld dat er één compact superbrok ijs ontstond, door er water of pekel overheen te gieten. In sommige ijskelders kon het ijs wel twee zomers bewaard worden. Het ijs werd ‘s zomers los gehakt en naar de keuken gebracht en daar over gedaan in een koelvat, wijnkoeler of ijskast. Je kon er de hele zomer fruit, groenten, vlees en wijn mee koel houden.

Groeneveld
Kasteel Groeneveld heeft vóór in het park ook zo’n bakstenen exemplaar met koepel-gewelf. Vermoedelijk gebouwd in 1836 in opdracht van baron S.P. van Heemstra die er zijn gasten tijdens een
De ijskelder bij Groeneveld
‘buitenpartij’ in de zomer een koel glas witte wijn door kon schenken. Tot 1913 werd de kelder, niet meer in gebruik door de bewoners, verhuurd aan firma de Ruyter, onze Baarnse broodversierder.












Een mooie historische foto van de ijsfabriek aan de Heemskerklaan


IJsfabriek
Aan de Heemskerklaan werd rond die tijd een ijsfabriek gebouwd, die de koepel voorgoed overbodig maakte. Nu kunt u daar naar de tandarts maar een gevelsteen herinnert er nog aan. Behalve de rijken
De doorsnede van een ijskelder
Bron: Wikipedia
hadden ook vishandelaren (vervoer van vis) en bakkers (koelen van roomijs) vaak gebouwtjes waar ijs in werd opgeslagen. In de 19e en 20e eeuw werden veel van die ijs-pakhuisjes met dubbele of driedubbele muren gebouwd, waarvan de tussenruimtes geïsoleerd waren met turfmolm. Eigenaren van ijskelders waren trouwens altijd verplicht om gratis een zak ijs te verstrekken op last van een dokter ter behandeling van bv. blindedarmontstekingen of insectenbeten. Denkt u daar maar eens aan als u naar een ijsblokje zoekt in de koelbox naast uw tent, voor uw zojuist door een wesp gestoken kind op camping “De zeven linden”. Of maak eens een wandeling met de boswachter op Groeneveld, dan kunt u zo’n ijskelder eens van binnen bekijken. Ook in de tuin van paleis Soestdijk ligt een ijskelder, maar waarom we die niet mogen zien, weet ik niet. Laten we hopen dat de zomerse temperaturen nog wat aan houden. Tot ziens bij “De smaecken van Hamelink” of elders.

Geraadpleegd: Annemiek Teesing, IJskelders. Voor www.cultuurwijzer.nl
Baarn, geschiedenis en architectuur, Zeist 1994

Cees Roodnat











Dit verhaal verscheen op maandag 6 juni 2016 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen