donderdag 29 september 2016

Autogarage Stegwee Leestraat


door Leen Bakker


Auto-Garage Stegwee, eigendom van Johannes Gerhardus Stegwee, was gelegen aan de Leestraat 28 in Baarn. De ingang van de garage was gelegen daar waar nu de achteringang is van supermarkt Jumbo, voorheen C1000.
Op de foto is helaas alleen de rechter persoon tot nu toe herkend. Dat is namelijk Anton Karel Eduard (Karel) van de Meent. De andere personen zijn waarschijnlijk collega's. Op de achtergrond ziet u een pand met daarop een bord waar op vermeld staat: Auto Garage Stegwee.  


Op de foto hierboven staan 2 personen waarvan we de namen niet kennen. Aan het reclamebord kunt u zien dat het wel om garage Stegwee gaat. De foto is genomen in 1933. Verder is te zien dat zij de dealer waren van het merk Ford.


Anton Karel Eduard (Karel) van de Meent is geboren op 02-01-1906 in Baarn, zoon van Sijmen van de Meent en Wilhelmina Catharina (Mietje) van Kesteren. Karel is overleden op 11-02-1980, 74 jaar oud. Hij is begraven op 14-02-1980 in Baarn, Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan. Karel trouwde, 26 jaar oud, op 14-10-1932 in Baarn met Menke de Jong. Menke is geboren op 17 augustus 1910 in Groningen, dochter van Johannes de Jong en Janna Holvast. Menke is overleden op 22-05-1984. Zij is begraven op 25-05-1984 in Baarn, Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan. Kinderen van Karel en Menke waren Mennie en Karel en ook nog 2 boers of zusters waarvan de namen begonnen met en J.



In de hierboven staande advertentie  uit 1927 is te lezen dat de heer J.G. Stegwee ook als chef is geweest bij de autofabriek van Spijker.

de huidige situatie

Bronnen:
Mevr. M. Duister-Van de Meent, Baarn
Mevr. Los - Scholten, Baarn
Historische kranten archief Eemland.

Geplaatst door L.J.A.Bakker 



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  


dinsdag 27 september 2016

Louisa State (1949 – 1963)

door Maarten van Bommel


Naar aanleiding van deze blog over het internaat Louisa State kreeg ik een enthousiaste reactie van een oud-leerling (Lucas Ocken, Louisiaan van 1961 tot 1963), die verhalen weet te vertellen over de jaren tussen 1945 en 1963.


Internaat Louisa state rond 1955
Vlak na de oorlog werd het internaat vooral bevolkt door kinderen uit ‘ons Indië’ oftewel ‘de Oost’. Hun ouders probeerden intussen in het zojuist onafhankelijk geworden Indonesië hun carrière te herpakken en in zo’n volatiel land kon je je kinderen maar beter op afstand houden. Zo kwamen de kinderen van de Indonesië-gangers op het internaat terecht. Veelal waren ze behept met de nodige ‘rugzakjes’ vanwege hun kampverleden. Ook enkele van de leidsters van het   internaat, ‘de juffrouwen’ zoals ze werden genoemd, kwamen uit Nederlands-Indië. Je zou denken dat dit een band zou scheppen tussen de twee groepen, maar dat werd verhinderd door de directeur van het internaat. Hij verbood de leidsters het thema Nederlands-Indië aan te roeren bij de kinderen. Men moest immers sterk zijn, zijn verlies met opgeheven hoofd dragen en gewoon doorgaan. Dat was men immers aan zijn koloniale stand verplicht.

Louisa State,groepsfoto 1961

Of het waar is, valt niet meer vast te stellen, maar omdat de Koninklijke Familie blijkbaar koloniale kinderen geschikt vond om met de kinderen van Koningin Juliana om te gaan, zou de directeur van het internaat benaderd zijn om enkele van ‘zijn kinderen af te staan’ aan het zogeheten Incrementum, het aparte klasje dat door de prinsessen en de kinderen van de hofhouding werd bezocht. De directeur sloeg dat aanbod beleefd af, omdat ‘het niet in het belang van de kinderen was om geïsoleerd van de maatschappij op te groeien’. Lucas Ocken reageert hierop door te zeggen dat de mening van de directeur enigszins wereldvreemd overkomt, aangezien deze er zelf voor zorgde dat Louisa State een geïsoleerde Baarnse enclave was en bleef.

Lincoln Sedan 1960, bron:
http://topclassiccarsforsale.com/
De (latere) directeur die Lucas meemaakte, was een gewezen officier. Hij runde ‘de zaak’ met zijn vrouw. Het directeursechtpaar reed in een imposante Lincoln, maar toen eind zestiger jaren ook hier de nivellering toesloeg, werd het uiterlijk vertoon ingeruild voor pragmatisme en zo werd een Fiat 850 aangeschaft (onder het mom ‘less is more‘). Helaas trok deze niet zo snel op als gewend en zo kwam de directrice om het leven bij een verkeerd ingeschatte inhaalmanoeuvre. Een hele trieste gebeurtenis en wellicht was zij hiermee het eerste dodelijke slachtoffer van de nivellering (zie voor meer gevolgen van de nivellering, in de jaren zestig, zoals moord en doodslag, mijn boek ‘Dodelijke Boslucht’).

'De kamer vam acht', Lousia state 1962
De directeur kon je in de gang naar de studiezaal tegenkomen en dan stak hij onverwachts zijn hand uit, die je natuurlijk behoorde te schudden. Alleen, het was niet zijn rechterhand die hij je toestak, maar de linker. Wee je gebeente als je dan schutterig naar die ‘foute’ hand greep. De les was: ooit kom je iemand in het leven tegen die vanwege de oorlog zijn rechterarm miste en dan behoorde je adequaat te reageren. Ik vraag me soms af, waar zijn dit soort excentriekelingen in Nederland gebleven? Vroeger kwam je ze her en der tegen en ze gaven kleur aan het leven. Het is mijn theorie dat dit soort ‘gedragspiekjes’ ook genivelleerd zijn door de massale inzet van psychologen en pillen. Lucas voegt hieraan toe: ‘Voorwaar, het is me inderdaad   een paar keer overkomen; Een keer kwam ik iemand tegen zonder arm en een keer iemand met een door polio aangetaste rechterarm.’


'Sick Lucas' rond 1962, Lousia State
Lucas sliep het eerste jaar in de zogeheten ‘kamer van zes’, met daarin een vrijwel complete collectie National Geographics (1913 – 1963), zorgvuldig achter glas gestouwd, in immense boekenkasten die de hele kamer domineerden. In zijn tweede jaar sliep Lucas in de ernaast gelegen ‘kamer van acht’, een kamer met balkon, van waaraf de jongens ’s nachts muisstil via de regenpijp naar beneden gleden en de tuin in slopen. Op die manier ontmoetten de jongens hun vriendinnetjes uit het meisjeshuis en daarmee spookten ze wat rond in het leegstaande voormalig internaat Sparrenhorst aan de Amsterdamse Straatweg.


NB een andere theorie waarom er minder excentriekelingen zijn in Nederland zou de gelijkwaardige rol van de vrouw in een partnerschap kunnen zijn. In deze tijd lijkt een ‘gek doende’ man zich meer tot de orde te laten roepen door een sensible wife dan begin jaren zestig 😉






Maarten van Bommel





Dit verhaal is gedoneerd door jurist / schrijver Maarten van Bommel die in de jaren zeventig als kind naar Baarn kwam om in het internaat Louisa State aan de Gerrit van de Veenlaan te gaan wonen. Maarten heeft een weblog waar hij verhalen en herinneringen deelt. Dit verhaal over Louisa State is afkomstig uit zijn weblog. Lees ook het eerdere verhaal over Louisa State dat hij aan Groenegraf.nl doneerde.

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter      

zondag 25 september 2016

Beperkte herdruk boekje Baarnaars en Barinezen


door Eric van der Ent


Op veler verzoek hebben we besloten om het boekje Baarnaars en Barinezen in een beperkte oplage te laten herdrukken. Het boekje is al maandenlang uitverkocht, maar nog steeds krijgen we regelmatig de vraag of het boekje nog te koop is. Daarom hebben we besloten om bovenop de eerdere oplage van 1000 stuks nog eens 70 boekjes te laten drukken. Dat is dus een beperkt aantal, speciaal voor de echte liefhebber van verhalen over oud Baarn!

Het boekje kost € 19,50 per stuk en bezorging binnen Baarn is gratis. Voor verzending buiten Baarn worden (normale) verzendkosten gerekend. De boekjes zijn inmiddels op voorraad, en u kun nu bestellen via email: groenegraf.baarn@gmail.com of telefoon 035-5420804.
Wilt u het boekje bestellen? Doe dit dan snel, want op=op.

Nog eens zien hoe het boekje gedrukt wordt?
Bekijk het filmpje hieronder.





Eric van der Ent



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

zaterdag 24 september 2016

Wie, wat, waar: Zandvoortweg?

Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groenegraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.







Deze foto is waarschijnlijk in de Zandvoortweg gemaakt. Kan iemand dat bevestigen? Graag willen wij ook weten wie deze drie heren zijn.

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




RTV Baarn kunt u ontvangen via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

donderdag 22 september 2016

Heimwee naar prachtige platenhoezen

Deze vier woorden vormden de kop van een artikel in de Baarnsche Courant van woensdag 27 oktober 2010. Interessant genoeg om er, nu zes jaar later, een verhaaltje aan te wijden opgedragen aan de prachtige platenhoezen van toen.
Een verhaal van Ed Vermeulen, met een uitgebreide tekstbijdrage van Bas Peet. Beiden zijn oud medewerkers van N.V. Philips Phonografische Industrie (P.P.I.), Baarn.

 Hoezenboek - De vormgeving van de Nederlandse platenhoes
1950-1970   
 
Op maandag 25 oktober 2010 verscheen het mooie door Baarnaar en oud Phonogram directeur Leo Boudewijns geschreven: ’Hoezenboek - De vormgeving van de Nederlandse platenhoes 1950 – 1970’.

Het eerste exemplaar van dit prachtig uitgevoerde en met veel liefde en gevoel voor detail geschreven boek werd op die dag aan de schrijver overhandigd door TV presentator Paul Witteman. Plaats van handeling: onze ’eigen’ Baarnse Boekhandel Den Boer, midden in de Laanstraat hoek Spoorstraat. In de ogen van velen misschien wel de mooiste boekhandel van Nederland. En dat al sinds 1887.
Overhandiging eerste exemplaar aan de auteur
(Foto: Melle Boudewijns)

Een stampvolle Boekhandel Den Boer
 (Foto: Melle Boudewijns)

Een gesigneerd exemplaar (Foto: Melle Boudewijns)
Het prachtige pand van Boekhandel Den Boer

In drieëntwintig prachtig geïllustreerde hoofdstukken vertelt Leo Boudewijns in dit bijzondere boek op een uiterst persoonlijke wijze over zijn loopbaan als hoezenontwerper, hijzelf spreekt van ’art director avant la lettre’ bij Philips/Phonogram in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Een métier dat nog volkomen nieuw en onbekend was, alle facetten moesten immers werkenderwijs ontdekt en ingevuld worden. Zijn werkplek bevond zich in de nu inmiddels al weer lang geleden verdwenen Villa Hoog Wolde aan de Baarnse Gerrit van der Veenlaan. Hier bevond zich het hoofdkantoor van N.V. Philips Phonografische Industrie (P.P.I.) of zoals u wilt Polygram, één van ’s werelds grootste muziekmultinationals en ooit de grootste werkgever van Baarn.




De muzikaalste villa van Baarn: Hoog Wolde, 1968
(Foto: Bas Peet) 

’Hoezenboek’, een boek dat het nog steeds verdiend gelezen en bekeken te worden door een ieder met een gevoel van heimwee naar de prachtige platenhoezen van weleer: u de platenkoper van toen (en misschien nog wel), oud P.P.I. medewerkers van diverse pluimage, platenbaasjes, hoezenontwerpers, platenpersers en inhoezers gelijk. Kortom een ’must’ voor diegenen die een mooi ontworpen en uitgevoerde platenhoes wisten en weten te waarderen. Na het lezen van dit prachtige boek weet u alles nou ja bijna alles over het ontwerpen van hoezen.







 Fabriek op de Torenlaan   (Coll. Groenegraf.nl)
Mocht u toch nog vragen hebben over wat er verder gebeurde nadat het ontwerp werd aangeleverd op de ’Fabriek’ aan de Torenlaan (ooit gelegen op de plek waar nu woonwijk Plantage is) verdiep u dan in de hierna volgende bijdrage van oud collega Bas Peet, ooit werkzaam in de Huis- en Hoezendrukkerij:

LP hoes en MC inlaycard, een kleurrijk geheel  (Coll. Bas Peet)

Huisdrukkerij:  mens en techniek  (Foto's: Bas Peet)
’In de huisdrukkerij werden grammofoonplatenhoezen en inlaycards voor musicassettes gemaakt.
De werkvolgorde was als volgt: het hoesontwerp en bijbehorende werktekening werden op Hoog Wolde door de ontwerpers in samenspraak met de labelchefs (productmanagers) gemaakt, waarna deze samen met eventuele kleurendia’s, foto’s en teksten werden aangeleverd bij de huisdrukkerij. Van genoemde dia’s werden deelnegatieven gemaakt, voor elke kleur een film (rooddruk, blauwdruk, geeldruk en dan nog de zwartdruk, door ons ’kracht’ genoemd). Zwart hield weliswaar niet veel beeld in maar zorgde wel voor de diepte van het plaatje, vandaar het woord kracht. Van de werktekeningen en eventuele zwart/wit foto’s werden aansluitend negatieven gemaakt. Vervolgens kwam het materiaal op de werktafel van mijzelf of een van de andere collega’s en werd langs fotografische weg in elkaar gezet. Dit resulteerde in een voor elke te drukken kleur complete positieffilm, die op zijn beurt naar de kopieerafdeling ging waar de films op drukplaten gezet werden om aansluitend in de drukkerij in de gewenste oplage te gedrukt te worden. Dit alles gebeurt nu digitaal, maar het handwerk van vroeger was toch erg plezierig en had duidelijk zijn charme.’

Filmopbouw en eindresultaat  (Foto's: Bas Peet)
In zijn exposé gebruikt Bas Peet de woorden ’mijzelf of een van de andere collega’s’ . U wilt natuurlijk weten wie die collega’s dan wel waren. Om daar achter te komen tonen we drie prachtige inmiddels nostalgische groepsfoto’s, de oudste dateert uit 1968, met een groot aantal medewerkers van P.P.I. ’s Huis-en Hoezendrukkerij. Van velen zijn de namen bekend, maar er ontbreken er ook een aantal. Aan u, de lezer, de vraag: ’Wie is wie?’
Mocht u iemand, nu nog aangemerkt als N.N., herkennen, aarzel niet en stuur een mail met de betreffende naam naar groenegraf.baarn@gmail.com

Huisdrukkerij P.P.I.  1968  (Coll. Bas Peet)
 1: Van Rees, 2: Jas, 3: Jan Mackaay, 4: Jansen, 5:  Mol, 6: Gerrit Groenesteijn, 7: Loes Holthuizen,
 8: Van Eijk, 9: N.N, 10: Dirk van de Hoef. 

Huisdrukkerij P.P.I. 1970  (Coll. Bas Peet)
1: Bob van Delft, 2: Jan Mackaay, 3: Bertus Lamers, 4: Jef Arler 5: Dirk van de Hoef, 6: Loes Holthuizen, 7: Bas Peet, 8: Jan Cressent, 9: Marga Altena 10: Henny Weinberger

Het voltallige (?) en uiterst goedlachse personeel  (Coll. Bob van Delft) 
We herkennen met zekerheid: 5: Nico Heesemans 6: Dirk van de Hoef, 18: Gerrit Groenesteijn,
20: Jan Cressent, 24: Loes Holthuizen, 26: Van de Abeele, 28: Dhr. Verschoof, 29: Jacques Roeleveld. Kent u de overigen?


Terug naar Hoog Wolde
Toen ikzelf als productmanager Populair Repertoire op Hoog Wolde (lees: Het Paviljoen oftewel de Houten Keet) werkte (periode 1976 – 1990) werden de meeste hoesfilms vanuit het Artistmanagement of platenmaatschappij (zowel binnen- als buitenland), aangeleverd. Slechts een enkele LP hoes werd nog door onszelf in eigen beheer ontworpen.

Ed en zijn steun en toeverlaat Mary de Haan, 1978 (Coll. Ed Vermeulen)

Wel werden veel single en maxi-single hoezen, weliswaar op basis van aangeleverd diamateriaal, nog in huis ontwikkeld. Een aantal voorbeelden variërend van The Boomtown Rats, Flash & The Pan, Player, Santa Esmeralda, Graham Bonnet en BZN zijn te zien op het prikbord achter mij. Een bont en zeer gemengd muzikaal gezelschap waarmee via telefoon met draaischijf (!), telex en natuurlijk regelmatige persoonlijke contacten gecommuniceerd werd.

Min of meer hetzelfde beeld was vanaf 1986 van toepassing op de CD-inlaycard.

Zo niet bij Philips Klassiek (Philips Classics). Hier werd nog tot in lengte van jaren het mooie vak van hoesontwerper (designer) in ere gehouden.

U kent nu de geschiedenis van het ontwerpen en drukken van die prachtige platenhoezen van weleer. Het gebeurde in Baarn, als het ware bij u en mij om de hoek. Voorbije geschiedenis? Op de plek waar ooit Villa Hoog Wolde stond en waar nu alleen het oude toegangshek nog herinnert aan vroeger tijden bevindt zich nu (nog steeds) muziekgigant Universal!

Bron:
Baarnsche Courant 27 oktober 2010
Leo Boudewijns: Hoezenboek (uitgave 2010), ISBN 978-90-5997-095-3

Dank aan:
Bas Peet: tekstbijdrage en foto’s
Bob van Delft: foto














Ed Vermeulen (1942)
                              
                   


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter               

maandag 19 september 2016

Huis onder water,een oude plaatsgenoot,natte voeten en de tijd die even stil stond

door Ed Vermeulen


September 2016. Wat herinnert u zich van de nagenoeg voorbije zomer, de bijna hittegolf, het wisselvallige (typisch Hollandse) zomerweer of toch de overvloedige regenval. Tijd voor een terugblik in het weer in vroeger tijden.


Huis onder water
’Help! ons huis staat onder water’: in de kretologie van de moderne tijd een veelgebruikte, maar meer nog verkeerd gebruikte term.

Huis onder water (Foto Coll. Historische Kring Baerne)

Watervluchtelingen, verzorgd en verguisd
Zoals een oprechte jutter bij de roep ’Schip op strand!’ zich naar het strand begeeft om de stranding te aanschouwen, tracht ik bij het horen van de kreet ’Huis onder water’ uit te vinden om welk huis het gaat en spoed ik mij er heen. Om ter plekke teleurgesteld vast te stellen dat het huis helemaal niet onder water staat, verre van dat meestal. Inmiddels ben ik er, een beetje laat en naïef misschien, achter gekomen dat de kreet niets met water, maar alles met verkoopprijzen en vooral hypotheekschulden te maken heeft. Maar daar gaat dit verhaaltje niet over, ik wil het hebben over huizen die echt onder water staan. Dat wateroverlast in Baarn van alle tijden is zal de lezer bekend zijn. Slaat u het verhaal ’Watervluchtelingen en natte voeten’ over de watersnood van 1916 er nog maar eens op na en u bent weer geïnformeerd. Of beter nog lees het door Bertus Wouda geschreven en in april 2016 verschenen boek ’Watervluchtelingen, verzorgd en verguisd.’


Ook werd het mij opnieuw duidelijk bij het lezen van het artikel ’Natte driehoek Emmapark drooggelegd’ in de Baarnsche Courant van 9 september 2015, nu precies een jaar geleden. Letterlijk staat er geschreven: ’De bewoners van de natte driehoek Van Reenenlaan, Regentesselaan en Rutgers van Rozenburglaan hoeven niet langer Buienradar nauwlettend te volgen om te kijken of er geen hoosbuien op komst zijn. Vorig jaar (2014) nog liep de natte driehoek twee keer over’.

Opmerkelijk verhaal: immers de drie genoemde lanen liggen in een gedeelte van Baarn, al van oudsher bekend als Hoog Baarn. Laat ik nu in de 3e klas van de lagere school bij de lessen Nederlandse taal van juffrouw Koopmans geleerd hebben dat: ’hoge bomen veel wind vangen, na regen altijd zonneschijn komt en wie hoog en droog woont geen natte voeten krijgt’. Wat kan een mens zich toch vergissen. Niets is wat het lijkt, de uitdrukking ’Hoe hoger hoe natter’ zou bij nader inzien dus echt niet misstaan in dit rijtje volkswijsheden.

De natte driehoek...hoog en droog? (Foto: Caspar Huurdeman)

Zoals te zien op de foto zijn er ogenschijnlijk doeltreffende maatregelen genomen. Is hoog is nu ook echt droog?


Terugkerende wateroverlast
Ondanks alle genomen en nog te nemen maatregelen kon en kan het zijn dat na een heftige regenval en wolkbreuken het Baarnse rioleringsstelsel het enigszins laat afweten. Op zondag 4 september 2016 was het weer raak, toen na een zeer zware regenbui zowel de Stations-, Eemnesser- en de Geerenweg-Drakenburgerweg blank kwamen te staan. De Baarnsche Courant meldde zelfs dat de pas gerenoveerde Lindenkom (bij Baarnaars beter bekend als de ’Kleine Kom’) buiten haar oevers was getreden. Prachtige, een tikje overdreven, beeldspraak, er was meer sprake van het ’overgelopen badkuip effect’. Maar, eerlijk is eerlijk, nat was het zeker! En wat te denken van de Koninklijke wachtkamer op het station, ook al meerdere keren volgelopen met regenwater!

Zandzakken voor de deur van de Koninklijke wachtkamer
 (Foto: Christine Schut)
 Ook uit mijn vroege jeugd herinner ik mij water, heel veel water. Ik neem u mee terug naar het jaar 1950: ik was acht en zat in de 3e klas van de lagere school (in de Spoorstraat), bij juffrouw Koopmans, maar dat wist u al.



Herv. Lagere School in de Spoorstraat, ons klaslokaal 1e etage, geheel rechts.
(Foto Coll. Stichting Groenegraf.nl)

Het was bijna zomervakantie. Daar keken de juf, mijn medeklasgenoten en ik naar uit. Op vrijdagmiddag 21 juli, we zaten keurig met de armen over elkaar in de banken in ons vaste lokaal (vanuit de Spoorstraat gezien, eerste etage geheel rechts), de juf las een spannend verhaal voor, barstte er rond twee uur ‘s middags boven Baarn een ontzettend noodweer los. Inktzwarte lucht, rukwinden, zware regen- en hoosbuien, onweer, donder en bliksem, het einde der tijden leek nabij. Niet dat ik precies wist hoe dat er uit zou zien, maar met mijn rijkelijk aanwezige fantasie was ik, naar later bleek, aardig ’warm’. Ook was ik blij was niet al te ver van school te wonen, Laanstraat 66A, mocht het echt zover komen. Op een gegeven moment werd de deur van het klaslokaal opengegooid en daar stond Vree, onze vertrouwde en boomlange conciërge. Van mijn moeder mocht ik geen Vree zeggen maar meneer Vree. Dit telt na al die jaren nog steeds. Dus: meneer Vree stond in de deuropening en gebaarde dat wij allemaal de klas uit moesten om te gaan schuilen in het trappenhuis. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen en nog voordat de volgende bliksemschicht op ons werd afgevuurd zaten we in onze ‘Schuilkelder’, het trappenhuis.


Interieur school met onder de trap onze schuilplek
(Coll. Stichting Groenegraf.nl)

We zongen liedjes, misschien wel ’van je hela hola, houdt er de moed maar in’. En dat deden we! Zoals bij alles kwam ook aan dit oordeel een einde. De bui trok over, de schoolbel ging en we mochten naar huis. Daar trof ik mijn moeder aan met een van pijn vertrokken gezicht. Wat was er gebeurd? Op het moment dat de klap viel was zij juist halverwege de uiterst steile trap (we woonden op een bovenhuis), onderweg naar boven of beneden dat weet ik niet meer. Ze schrok van de donderklap en gleed naar beneden. Met als gevolg grote blauwe plekken en pijn. Maar pijn of geen pijn, het weerhield haar niet om mij nog maar eens te vertellen dat deze klap haar herinnerde aan het bombardement in het eerste oorlogsjaar 1940 in Den Helder, de geboorte- en toenmalige woonplaats van mijn ouders. Een voltreffer op het rijtje huizen waar zij woonden vlakbij de marinewerf. Weg huis! Gelukkig staat Laanstraat 66A er nog steeds! Na enkele woorden van troost gesproken te hebben ging ik weer naar buiten de Laanstraat in.

Het einde van een ’Oude Plaatsgenoot’

Er was van alles gebeurd en dat wilde ik wel met eigen ogen zien. Bij de Brood- en Banketbakkerij A.E.G. Vonk (Altijd Even Goed Verzorgd) hoek Laanstraat Nieuwstraat, nu Banketchocolaterie Hendricksen, was de straat en het gehele kruispunt ondergelopen.

Links boven: A.E.G.Vonk, hoge laarzen en water!
Rechts boven: Tegen de stroom in.
Onder: Ook de L39449 is waterproof!
Foto's: Coll. Historische Kring Baerne

Niets nieuws onder de zon: dit ten opzichte van Hoog Baarn laaggelegen punt liep wel vaker onder water. In het fotoarchief van de Historische Kring Baerne (HKB) bevinden zich prachtige foto’s, op 17 juni 1908 gemaakt door fotograaf Voskuijl, die we kennen van het verhaal ’Omroepperikelen 1930’, waarop te zien is dat dit punt tot grote vreugde van de jeugd van toen, maar zeker tot verdriet van om- en aanwonenden, ook onder water stond.

Waterrijk Baarn oftewel Playfountain avant la lettre
(Coll. HIstorische Kring Baerne)

Stroomafwaarts...de Laanstraat in
(Coll. Historische Kring Baerne)

Heel dichtbij kon ik niet komen, want mijn (te kleine) laarzen liepen vol en aan natte voeten had ik een hekel. Spannend was het wel. Een vriendje vertelde dat het bij de hoek Oranjestraat – Laanstraat nog erger was. Zo snel als we konden holden we op onze inmiddels soppende laarzen erheen. Hij had niets teveel gezegd. Naast een overstroming was ook de grote kastanje naast De Rieten Dakjes door een rukwind omgegaan, tegen het huis op no. 31 van de familie R.P van Dijen gevallen en in de val was de schoorsteen van het dak gerukt en was er een grote scheur in de gevel ontstaan.


De 'Oude Plaatsgenoot' zoekt steun
(Coll. Historische Kring Baerne)

Dit huis rechts van no. 29, waar G.J. van Dijen zijn Brood- Beschuit- en Banketbakkerij had (in later jaren de Broodbakkerij van P. Vroegop). Het laatste oordeel. En ja hoor, zoals u op de foto ziet: het huis stond onder water! Dit rampzalige feit had niets maar dan ook helemaal niets met hypotheekschulden te maken, maar alles maar dan ook alles met de inmiddels gepasseerde en weggetrokken wolkbreuk.


Huis onder water
(Coll. Historische Kring Baerne)

De tijd staat even stil
In de Baarnsche Courant van 25 juli 1950 vastgelegd in de prachtige zin ’het einde van een ’Oude Plaatsgenoot’ legde de kastanjeboom van Van Dijen om zeventien minuten over twee in de middag het loodje! Precieze tijdwaarneming: dit ondanks of dankzij het feit dat tijdens het noodweer de grote wijzer van een der wijzerplaten van de klok van de Pauluskerk werd getroffen en kromgebogen door een windhoos, waarna de klok was stil blijven staan. Opmerkelijk detail: aan de boom was een bordje bevestigd met een pijl wijzend in de richting van het toenmalige Warenhuis 1001. De multifunctionele wegwijsboom!
Ook eiste het noodweer in Baarn een slachtoffer: aan het Zuidereind werd de uit Amersfoort afkomstige DUW (Dienst Uitvoering Werken) ploegbaas D. Overdijk door de bliksem getroffen en gedood. Een dieptriest gebeuren, waarvan ik toen geen weet had. De gesneuvelde kastanje trok zoals te verwachten veel bekijks, zelfs zoveel dat politieman Van der Zee* het verkeer in goede banen moest leiden.

Het gezag en de mannen van PW
(Coll. Historische Kring Baerne)

Veel bekijks! Onder het publiek herkennen we, in korte broek, bakker W.J.Rodenrijs,
de latere eigenaar van de gelijknamige Cafétaria/automatiek in de Laandwarstraat en met kind op de
 arm mevr. Middelveld van de naaimachinehandel uit de Laanstraat.
(Foto Egid, E.J Hartmann, Oranjestr.3)
De tijd staat even stil
De zaken werden voortvarend aangepakt: er werd gehoosd, gezaagd en opgeruimd. De werklieden van Publieke Werken (Gemeentewerken) stonden zoals altijd hun mannetje, voor transport zorgde de oude getrouwe L-13497. Tot half elf ’s avonds zijn zij in de weer geweest om de klus te klaren. Dit laatste heb ik van horen zeggen, want om die tijd lag ik al op één oor in mijn bed, dromend over wat er morgen mogelijk weer zou gebeuren en natuurlijk over de op handen zijnde vakantie! Over tijdwaarneming gesproken: u weet nu meteen min of meer de leeftijd van de nu op dezelfde plek staande kastanjeboom: ruim midden zestig! Inmiddels ook hard op weg naar de eretitel: ’Oude Plaatsgenoot’. De in de Baarnsche Courant gebezigde woorden ’De tijd staat even stil’, zouden vele jaren later de titel vormen van de veel bekeken serie historische wandelingen door Baarn, samengesteld en gelopen door Ans van Egdom de onvermoeibare en altijd goedlachse presentatrice van RTVBaarn en haar wandelpartner, de in 2007 overleden kenner van het Baarn zoals het ooit was Cees van de Steeg.

Ik stel mij zo voor dat deze markante Barinees, in zijn werkende leven timmerman op Paleis Soestdijk, op de hoek van de Oranjestaat gezegd zou kunnen hebben: ’Voor de kastanjeboom die u ’hiero’ ziet, is er ooit ’daaro’ eentje omgevallen!’

Alle genomen maatregelen ten spijt, ik herhaal het nog maar een keer, is droog wonen lang niet overal vanzelfsprekend. U bent gewaarschuwd!

* Agent van politie Van der Zee: hoeveel ballen had hij in de loop der jaren al in beslag genomen wanneer hij mijn buurjongen en mij betrapte bij het voetballen op straat. Altijd vergezeld van de woorden: ’Jullie kunnen morgen op het bureau komen en misschien krijg je de bal terug, maar reken er maar niet op!’ De ballen werden opgeslagen en bewaard in een kast in de hal van het bureau aan de Stationsweg. De gang naar het politiebureau was niet iets om naar uit te kijken. Gelukkig hadden we onze connecties: de zoon van Adjudant Bekking, Roland, goede vriend en leeftijdgenoot. Hij woonde samen met zijn ouders boven het bureau en was altijd bereid om op ons verzoek even in de bewuste kast te kijken of onze bal daar inderdaad lag en, minstens zo belangrijk, er voor te zorgen dat de bal zonder dat wij ons op het bureau hoefden te melden toch weer onze kant op kwam. Het zal duidelijk zijn: ook al ben je nog zo jong, het hebben van goede connecties speelde ook toen al een rol!

Inspiratiebron: jeugdherinneringen
Bron: Baarnsche Courant 25 juli 1950








Ed Vermeulen (1942)



Dit verhaal verscheen op maandag 19 september 2016 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter