6.4.16

Herinneringen van Hans (16): De P.P.I., mijn vader en wij (daar zat muziek in) deel 2


door Hans Smeekes

In de zomer had mijn vader twee weken vakantie en gingen we, zo vaak als het weer het toeliet, op de fiets er op uit. 
Even geen druk en stress.

Dan gingen we gezamenlijk vissen aan het Hilversums kanaal of naar het strandje bij de uitspanning Valkenveen bij Oud Naarden. 


Of vliegtuigen kijken op Soesterberg. We reikten zelfs helemaal tot Schiphol en het Noordzeekanaal waar we naar de grote schepen gingen kijken. Eerst allemaal op de fiets, later op de brommer. Zo hebben we heel wat tochtjes gemaakt en gingen we steeds verder.

Van die tripjes kon hij echt genieten. Vooral om dan met zijn vier jongens samen te zijn en iets te ondernemen.




In de Kersttijd was er de befaamde Konijnenavond. Georganiseerd door de Ontspanningsvereniging of Personeelsvereniging. De juiste betiteling weet ik niet meer.  Een feestelijke avond met muziek en dansen in Musis Sacrum. Het werd Konijnenavond genoemd, omdat na afloop iedereen met een konijnenbout naar huis ging. De avond werd meestal bijeen gepraat door Bob Bouma, de PR man en ook bekend van tv (Voor een briefkaart op de eerste rang). 



Dezelfde vereniging organiseerde ook filmavonden. Zo herinner ik me dat ik samen met mijn moeder de ‘Kanonnen van Navarone’ heb gezien.
Wat ik me ook herinner is, dat mijn vader er ook platen kon lenen. Maar in feite was ik het die aangaf welke platen we wilden. En zo maakte ik toen kennis met een aantal jazz grootheden en Franse chansonniers. Dat was voordat het Beatles en Stones tijdperk aanbrak. 

Om die platen af te kunnen spelen schafte mijn vader zich toen voor die tijd zo’n kenmerkend platenspelertje aan (van bakeliet). Uiteraard een Philips, gekocht in de personeelswinkel.

Helemaal in het begin kwam mijn vader wekelijks met een loonzakje thuis. Hij overhandigde dat dan ongeopend aan mijn moeder en kreeg daar zakgeld voor terug. Daar kon hij dan o.a. zijn shag van kopen. 

En wij kregen ook een klein bedragje (op een gegeven moment zowaar een gulden) en dat deed ik in mijn spaarpot die bestond uit het bekende oranje muisjesblikje van de Ruyter. Elk van ons had zo'n blikje, waarop mijn moeder onze namen had geschreven (op een stukje pleister).

Vervolgens maakte mijn moeder stapeltjes, één voor de huur, één voor de verzekeringen en zo verder.

Polygram was in feite een Philips bedrijf en dat had natuurlijk wel zijn voordelen. Zo was er een Philips winkel. Onze eerste tv kwam daarvandaan. Tot mijn vader ontdekte dat een Aristona (die in feite precies hetzelfde was als een Philips) in de electronicazaak goedkoper was dan een Philips uit de personeelswinkel. Maar zo was mijn vader altijd bezig. Altijd op koopjes uit en pingelen. Ik neem overigens aan dat hij op de Aristona ook wel iets van de prijs had af gekregen. Dat fenomeen had hij van zijn moeder. Maar daar heb ik al over geschreven.
Onze eerste scheerapparaten kwamen uit de Philips winkel. Zo ook de hoogtezon. Dat zou gezond zijn en daar was vooral mijn moeder altijd wel erg gevoelig voor. 
Ze had het altijd over de R in de maand. Dan was het levertraan slikken en vanaf toen ook aan het hoogtezon ritueel.

Dan moesten we elke avond enkele minuten compleet in het donker, met slechts de hoogtezon aan, twee aan twee, met van die donkere brilletjes op, daar voor gaan zitten, slechts gekleed in een onderhempje. Ook mijn ouders zelf deden het. Maar ja die wilden gewoon bruin worden. 
Ik herinner me dat we er de eerste keer te lang onder hebben gezeten. Dus toen liepen we allemaal met rood verbrande gezichten rond.
Een ander voordeel van Philips was dat er een fonds was voor studerende kinderen. Als een kind minimaal gemiddeld een zeven haalde op de middelbare school, werden de boeken vergoed. Helaas heb ik dat niet alle jaren kunnen halen. 
En zo kom ik dan op mezelf. Zes jaar lang ben ik op de fiets op en neer gereden naar het RK Lyceum in Hilversum. Zonder te blijven te zitten, dat wel, maar niet met denderende cijfers. Ik heb zelfs enige tijd getwijfeld of ik het wel moest doorzetten. Uiteindelijk geslaagd voor mijn HBS-B diploma. En heb toen gekozen om te gaan werken als assistent accountant op een accountantskantoor. Dat is dus gek als je je bedenkt dat de B kant de wiskunde kant was. Maar zo goed was ik niet in die z.g. B vakken. En ‘wilde’ aspiraties had ik opzij gezet om verschillende redenen. Ik ging voor financiële zekerheid en koos ervoor om in de zesde klas het vak boekhouden facultatief  te gaan doen (in plaats van tekenen!!!). Het heeft me het hoogste cijfer op mijn eindrapport opgeleverd: een negen. Dat wel.
Zesde klas HBS-B: Hans staande vierde van links.
Toentertijd had je een baan als assistent accountant nog voor het uitkiezen. Ik koos voor een kantoor in Utrecht. Alleen het salaris was wel relatief laag. Je verdiende er minder als in de bouw. Maar zeiden ze: ‘Je bent ook nog in opleiding’. Er was nog een andere reden om voor een dergelijke baan te kiezen: men hield mij het perspectief voor dat je bij heel veel verschillende bedrijven kwam. Zo kon ik nog enigszins voldoen aan mijn aspiraties om iets van de ‘wereld’ te zien. En ik kon tegelijk studeren voor registeraccountant, dat inhield dat je een studie volgde op universiteitsniveau en dat werd allemaal vergoed. En eenmaal registeraccountant, dan zat je financieel gebeiteld. Mijn vader heeft in dit alles een grote rol gespeeld, want hij vond het belangrijk dat er brood op de plank kwam. Maar al gauw bleek dat die studie (in de avonduren en in het weekend) erg zwaar was en het einddoel zo ver, dat ik de moed om het te halen al snel liet varen. Bovendien moest ik ook nog de militaire dienst in.
Een ander aspect dat tegenviel was, dat je helemaal niet bij zoveel verschillende bedrijven kwam. 

Hans staande helemaal links met collega's bij Stork
Maandenlang was ik bijvoorbeeld gestationeerd bij Stork in Amsterdam Noord. 

Dus kon ik net zo goed in vaste dienst gaan bij één bedrijf en omdat ik toch nog bij mijn ouders woonde lag Polygram voor de hand. 


Dus besloot ik na mijn diensttijd maar eens te gaan solliciteren naar een functie op de afdeling Interne Accountantsdienst van Polygram.
Mijn vader zag dat onmiddellijk zitten en deed een goed woordje voor me bij Personeelszaken. Met het hoofd daarvan had hij een goede band.
In het sollicitatiegesprek zei ik dat ik op het accountantskantoor inmiddels van 3e assistent opgeklommen was tot 2e assistent accountant. Zo slim was ik wel, want daarmee zou ik hoger worden ingeschaald en daarin leek ik op mijn vader. In mijn verdere leven heb ik wel vaker gebluft, maar ik heb het wel altijd waargemaakt.
Om bij het kantoor te komen waar de accountantsdienst zijn ruimtes had, moest ik de hele fabriek door en dan ergens omhoog. 

Dus kwam ik langs de perserij en gooide ik altijd een blik naar binnen of ik daar mijn vader misschien zag. Naar zijn collega’s toe was hij dan best wel trots als we elkaar daar konden ontmoeten. 
Ik kon het goed vinden met mijn collega’s. Er hing een goede sfeer en vaak was het flink lachen. Erg hard werd er niet gewerkt. Soms deden we hele dagen niets. Dan was het de hele dag grappen vertellen. Sommigen waren daar echt goed in. 
Als de koffie eraan kwam, wat je al van ver kon horen door het gerammel van het karretje, kropen we sowieso een half uurtje bij elkaar. 

Die koffie werd gebracht door een dame en iedereen kreeg twee kopjes in van die zacht plastic witte bekertjes. Ik zal dat nooit vergeten, want erg smakelijk was dat niet. Maar toch was het welkom. En toen heb ik ook leren roken. Want iedereen deed het en ben toen maar mee gaan doen. En zo zaten we dan met z’n allen shaggies te draaien. 
Op zo’n accountantsafdeling moest er ter controle heel wat geteld worden en we deden dat grotendeels nog op van die ouderwetse telmachines. Overal stonden ze in het bedrijf. 

Het was een mechanisch apparaat met ik weet niet hoeveel toetsen. Daar was enige kracht voor nodig en je moest steeds opletten dat je het goede bedrag had ingeduwd. Wilde je er zeker van zijn, dat je het goed had gedaan, dan moest je het een tweede keer doen en dan maar hopen dat er hetzelfde bedrag uitkwam. Inmiddels was er wel het eerste elektrische apparaat met een rolletje gearriveerd op de afdeling, maar je moest altijd maar afwachten of dat beschikbaar was.
Ik scheen de aangewezen figuur te zijn om naar Red Bullet aan de Soestdijkerstraatweg in Hilversum te gaan. 

Ik denk dat mijn lange haar en hippie voorkomen daar een rol in hebben gespeeld (bij Stork in Amsterdam werd ik Johnny genoemd, naar John Lennon). Ik moest daar dan de administratie controleren. Want Polygram had een aandeel in die productiemaatschappij. De grote bazen daar waren Willem van Kooten (Joost de Draaier), Freddy Haayen (tevens manager van de Golden Earring) en Peter Koelewijn. Ik had een goede band met de toenmalige administrateur en kon dan vaak met hem meerijden. 

Soms kreeg ik ook een paar LP’s mee. Eén van die platen, van de Golden Earring, heb ik nog steeds. Ik vernam toen ook van de grote trukendoos van het illustere drietal. De administrateur kon daar smeuïge verhalen over vertellen.
Ik was ook degene die naar Amsterdam werd gestuurd. Om er de administratie van een muziekuitgeverij te controleren. Deze uitgeverij was door Polygram opgekocht om meer grip op de markt te krijgen. En vanwege de BUMA en STEMRA inkomsten. De uitgeverij was gevestigd in de binnenstad aan één van de grachten. Daar was het hetzelfde verhaal. Leuke anekdotes vernam ik daar. En zo kwam ik toch nog ergens.
Ik weet nog dat ik bespaarde op mijn kostenvergoeding voor de lunch door mijn eigen boterhammen mee te nemen, die ik dan oppeuzelde al lopende door de Kalverstraat.
Van wat ik uitspaarde kocht ik dan platen in een bekende grote zaak waar ze ook import uit Amerika verkochten. Eén van de platen die ik daar kocht was Imagine van John Lennon.
Soms gingen we met een hele groep naar Phonogram in Amsterdam Zuid. Ik herinner me een gigantische inventarisatie van de voorraden. Dat moest in enkele dagen tot laat in de avond gebeuren. 

Als dank voor de extra inspanning mocht iedereen een paar platen uitzoeken. Ik weet nog dat ik o.a. koos voor Rod Stewart (Gasoline Alley), toen nog een beginnend artiest. Ik heb de plaat grijs gedraaid (de hoes was al stemmig grijs). Zijn beste plaat ooit. Ingetogen en rauw tegelijk.
Ik zag daar toen ook Ad Visser wel eens in de kantine zitten.
In die tijd heb ik ook mijn eerste vliegreis gemaakt. Samen met de collega’s van Hoogwolde (de internationale tak van de accountantsdienst) zijn we een keer naar Hamburg gegaan, met het vliegtuig. Een bijeenkomst om ervaringen uit te wisselen met onze Duitse collega’s van DGG (Deutsche Grammophon). Ik was toen nog een echt jong broekie (voor in de twintig) en had dus nog nooit gevlogen. Van die vliegtrip heb ik een aardige anekdote overgehouden. 
Ik kwam te zitten naast een man, die een stuk ouder was dan ik. Aanvankelijk zat hij er heel rustig bij totdat we na een uurtje vliegen precies boven Hamburg in een verschrikkelijk onweersbui terecht kwamen. Vertrokken met een helblauwe lucht boven Schiphol was het inmiddels pikdonker geworden en het vliegtuig begon heftig te schokken. De man naast mij begon toen ook heel onrustig te worden en ik liet het gewoon over me heen komen. Toen we geland waren, vroeg de man mij of ik wel vaker had gevlogen, want ik was zo rustig gebleven. Ik zei: ‘ Nee, het is de eerste keer’.  Waarop hij reageerde: ‘Nou ik vlieg minstens twee keer per week en zoiets is me nog nooit overkomen.’ En toen werd ik alsnog nerveus. Ik wist gewoon niet beter of het hoorde erbij. 
Vanaf een bepaald moment werd de gehele administratie overgeplaatst naar een villa op Het Hoogt. Dus even bij mijn vader een kijkje nemen was er toen niet meer bij.
Ik was inmiddels getrouwd en toen bleek eens te meer het voordeel om bij Philips te werken. Want we moesten namelijk trouwen en hadden dringend behoefte aan woonruimte. Philips bleek een claim te hebben op een aantal woningen van de woningbouwvereniging Ons Belang. En zo kregen mijn aanstaande vrouw en ik al snel een flatje toegewezen aan de Schaepmanlaan.

Kathinka in de sneeuw voor onze flat
Vanaf toen reed ik samen met Joop van de Ploeg, die een goede vriend van ons was geworden en ook in de flat woonde, heel wat keertjes op en af naar Het Hoogt. Hij werkte op de administratie en had, als ik het goed heb onthouden, de financiële afdracht van de auteursrechten onder zijn hoede.

Ons eerste kind Kathinka werd geboren en ik herinner me dat ik luid op de fiets aan het zingen was: ‘Ik ben vader, ik ben vader ...’

Met de administrateur van Red Bullet had ik leuke gesprekken. Hij begon me een beetje te kennen en moedigde mij aan om ook als administrateur aan de slag te gaan. Volgens hem zou ik veel beter tot mijn recht komen in een klein overzichtelijk bedrijf. En daar zat wel iets in. Bovendien was ik het ‘zat’ om altijd de boeken van anderen te controleren, ik wou het wel eens zelf gaan doen. 
Ik weet niet meer precies hoe het is gekomen, maar op de één of andere manier heeft hij mij in contact gebracht met de directeur van een handelsonderneming daar in de buurt en mij aangeprezen. En ik werd nog aangenomen ook. En dat was wat mij betreft dus einde verhaal Polygram. Dat was in het voorjaar 1972.
Mijn vader werkte er nog steeds en liep al aardig tegen zijn 25 jarig jubileum aan. 
Mijn broer Henk zittend aan de tekentafel met collega




En toen besloot nog in hetzelfde jaar mijn broer Henk bij Polygram aan de slag te gaan.   

Hij heeft er drie à vier jaar gewerkt als hoezenontwerper. Locatie: Hoogwolde aan de Gerrit van de Veenlaan. 

Hij ontwierp er samen met zijn collega's de hoezen voor labels als Fontana, Decca en Mercury.


Na een kortstondige periode bij een grafisch bureau, is hij overgestapt naar de N.O.S. (later omgedoopt tot N.O.B.).
Daar heeft hij jarenlang met veel voldoening voor alle omroepen grafisch werk gemaakt. Hij werkte samen met Ruud ter Weijden (AVRO's sportpanorama) en met de bekende (ook Baarnaar) Rudolf Spoor (ruimtevaartprogramma's). De laatste bekend van 'de traan' van Maxima.


Op de voorgrond mijn broer Henk op de hoezenontwerpafdeling



Mijn broer Henk staande negende van links met collega's voor het Hoogwolde gebouw




En onze pa, die ging gewoon door tot aan zijn (vervroegd) pensioen. In die periode kon hij geheimzinnig doen over een nieuwe geluidsdrager (de muziekcassette hadden we toen al gehad), die in ontwikkeling was. Als je daar dan meer over wilde weten, zei hij dat hij daarover niet mocht praten. Later bleek dat dus de CD te zijn.  
Toen hij vertrok, werd hij door PolyGram feestelijk bedankt voor de bewezen diensten.









Vanaf toen was het voor hem echt genieten geblazen. 
Mijn vader met mijn dochters Kathinka en Natasja

Zo genoot hij bijvoorbeeld ervan als hij onze kinderen mee kon nemen naar hun geliefde strandje ergens in de buurt van Harderwijk. En hing hij flink de clown uit.



Ook kon hij samen met mijn moeder naar zijn geliefde warme oorden gaan. Mijn moeder heeft bijgehouden hoeveel keren ze zijn gegaan. Vijfentwintig vliegreisjes.
Helaas leek dat tot een einde te komen toen hij in 1990 op Cyprus een hartaanval kreeg. Hij heeft toen daar in het ziekenhuis gelegen. Vanaf toen ben ik vaak bij mijn ouders aan de Lepelaarstraat geweest. Ik logeerde dan daar steeds enkele dagen.
In 1993 leek het zo goed te gaan, dat het idee om nog eens een tripje te maken weer bij hem op kwam. Hij sprak de wens uit om nog één keer naar zijn geliefde Cyprus terug te gaan. Mede om er de nare ervaring van de laatste trip uit te wissen. Maar dat kon alleen nog onder begeleiding. En Fifi en ik zijn toen met hem meegegaan. 
Hij genoot ervan om de bloeiende mimosa en amandelbomen weer te zien (lente 1993). Het het hele eiland was geel en roze. Hij kon er helemaal van in vervoering raken. En wij deden met hem mee. En ik heb dat in foto's tot uitdrukking kunnen brengen.


Cyprus: de amandelbomen in volle bloei
amandelbloesem
Het beviel zo goed dat hij, helemaal in zijn stijl, in het najaar nog eens wilde gaan. Maar dan naar Kreta. Ik ben toen alleen met mijn ouders meegegaan. 





Achteraf blijkt het zijn allerlaatste trip te zijn geweest. Op Kreta kon ik al zien dat het al aardig bergafwaarts ging met hem. Wel hebben we er echter nog veel gelachen en ik zal die trip ook nooit vergeten. 









Nooit was ik zo dicht bij hem geweest. 



Vlak voor het vertrek (hij kon het wel hebben voorzien) overhandigde hij mij een videocamera met de opdracht daarmee te filmen. die had hij speciaal voor dat doel net gekocht. 
Met als geweldige resultaat dat ik dus nu bewegende beelden van hem heb, die ik ontzettend koester. Hele gesprekken heb ik gefilmd. Een document.
Echter met mijn broer Gerard ging het niet goed en hij overleed, kort na onze terugkeer van Kreta. Nog geen zes weken daarna zijn vrouw. Mijn ouders hadden het daar uiteraard zeer moeilijk mee en ik ben nog meer dan anders bij hen gebleven. Vooral had het impact op mijn vader. En dat met zijn zwakke hart. Achteraf is het dus niet verwonderlijk dat hij eind 1993 is overleden. In mijn armen, zoals ik al schreef. Tussen Kerst en Nieuwjaar. Vanwege de Kerst hadden we nog samen een kerstboom uitgezocht in de Lage Vuursche. En nog lol gehad.

Achterin onze grote tuin heb ik een gedenkplek voor hem gemaakt.  Het eerste dat ik doe ‘s morgens is hem een bezoekje brengen. Onlangs heb ik er een bremstruikje neergezet. Omdat brem erg doet denken aan de mimosa. 

Dat bezoekje 's morgens is een ritueel, waar ik niet zonder kan en dat me altijd blij maakt. En dan krijg ik samen met hem visoenen van de mooie dingen die we samen hebben meegemaakt. Ze zijn als pareltjes aan een snoer. Mijn spirituele leraar zei altijd: 'Koester die.' En ik hoor mijn vader weer zeggen: 'Beautiful.'


Hans Smeekes














Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter






4.4.16

Watervluchtelingen en natte voeten, ook in Baarn, een verhaal over de Watersnood van 1916

door Ed Vermeulen 


Watervluchtelingen: zij die na een overstroming ten gevolge van bijvoorbeeld een dijkdoorbraak voor het wassende water vluchten, al dan niet met achterlating van have en goed.  

Bij het horen of lezen van het woord watersnood zullen de meesten van ons terugdenken aan het rampjaar 1953, toen op veel plaatsen de dijken braken in Zeeland, westelijk Noord-Brabant en Zuid- en Noord-Holland. Dit jaar is het echter precies  een eeuw (100 jaar!) geleden dat ook Baarn te maken kreeg met een watersnood waarbij het gehele Eemland onderliep. In de nacht van 13 op 14 januari 1916 braken op meerdere plaatsen, ondermeer langs de zuidkant van de Zuiderzee, de dijken en stroomden de er achterliggende polders onder water. Het water kwam tot aan de rand van Baarn. Dit herhaalde zich nog in 1921 toen het Eemland opnieuw onder water kwam te staan. Pas in 1932 toen de werkzaamheden rond de Afsluitdijk afgerond werden behoorde deze periode van natte voeten echt tot het verleden. In het zeer uitgebreide fotoarchief (ca. 16.000 stuks!) van de Historische Kring Baerne (HKB) kunt u veel foto’s vinden gemaakt tijdens en na de overstroming. Kom eens langs om ze te bekijken. Op woensdag tussen 14.00 en 16.00 en zaterdag tussen 11.00 en 13.00 bent u meer dan welkom. 

Tolhuis hoek Eemweg-Kerkstraat, de meest bekende foto van de watersnood 1916 in Baarn (Coll. Groenegraf.nl)

Tolhuis aan de Eemweg
De meest bekende van deze foto’s is ongetwijfeld die waarop u kunt zien dat het water tot aan het toenmalige Tolhuisje aan de Eemweg, hoek Kerkstraat stond. Het Tolhuisje is in 1956 gesloopt en voorgoed afgevoerd van de lijst met monumenten van het Baarn van ’toen vroeger’. De laatste bewoners van dit historische pand waren de familie Laoût. 

Carel Laoût, een bevlogen koorleider
(Coll. Groenegraf.nl
Carel Laoût, gelouterd en bevlogen musicus, organist en (koor)dirigent.  In de jaren 1957- 1959 gaf hij ondermeer muziekles aan Het Baarnsch Lyceum en probeerde hij mij en mijn klasgenoten anders te leren kijken (lees: luisteren) naar klassieke muziek. Dit alles op een manier die momenteel furore maakt in het prachtige TV programma ’De Tiende van Tijl’, waarin presentator Tijl Beckand ons op een heel indringende en betrokken manier laat genieten van de muziek van langer geleden.


De Tiende van Tijl (Foto: Internet)

Bijzonder ook was het om mee te maken hoe Laoût er in een relatief korte tijd in slaagde van een ongeregelde groep lyceïsten een representatief en goed klinkend schoolkoor te maken. 


Natte voeten            
De in mijn ogen allermooiste foto is die waarop we lopend voorbij het voormalige Tolhuis de Eemweg of zoals deze weg vroeger werd genoemd de Baarnsche Dijk kijken richting de Eem, de boerderij van Molenaar later Daatzelaar en  Café Kuijer (het huidige Eemlust).

Natte voeten op de Eemweg - Baarnsche Dijk  (Coll. Historische Kring Baerne)

Villa 'Pirate' v/h Overdijk, Tromplaan 1  (Foto: J. Haver/Kombuispraat) 
Geheel rechts ziet u het toen laatste huis van het oude Baarn: Villa Overdijk, ontworpen door architect J.C van Epen, gebouwd in 1906 voor de heer Th. P. Vethake, makelaar te Baarn. De villa kwam eind 1917 in eigendom van de heer J.F (Johannes Franciscus) Wijsmuller, grondlegger van het fameuze sleep- en bergingsbedrijf Bureau Wijsmuller.
Hij was het die de villa de naam 'Pirate' gaf (in de volksmond 'De Piraat'). De villa bestaat nog steeds, maar het fraaie op deze foto nog zichtbare tuinhuis is verdwenen. Daarvoor de in 1903 gebouwde en inmiddels verdwenen Villa Huis ter Eem.




Peer den Schuymer
In mijn vroege jeugd- en wegloopjaren, zo rond 1946-1948, was het tuinhuis van De Piraat mijn laatst zichtbare  baken nadat ik het dorp achter mij had gelaten. Denkt u nu niet dat ik toen wist dat de villa deze naam droeg. De enige mij toen bekende piraat was Peer den Schuymer, de man over wie in de boeken van Kapitein Rob geschreven werd dat het met hem kwaad kersen eten was. Ik kon mij daar van alles bij voorstellen, maar kersen eten?




Uw schrijver in zijn wegloopjaren 1946-48
(Foto: Coll. Ed Vermeulen)
             
Daarna de polder en de op de foto zichtbare natte leegte! Een beeld vol dramatiek dat de inspiratiebron zou kunnen zijn tot het schrijven van een  (ouderwets) kinderboek met als titel: 

’NATTE VOETEN’, de avonturen van Kuijertje, een Baarnse jongen.

Henkie Kuijer is mijn naam. Op school  wordt ik Kuijertje genoemd. Ik ben zes jaar en samen met mijn twee broertjes Teun van acht en Gijs van vier, gaan we op bezoek bij Opa en Opoe Kuijer die aan de Eem wonen. Opa is boer, heeft een café en is pontbaas. Opa zegt dat de Eem een rivier is. Hij brengt mensen naar de overkant en weer terug met een wiebelpontje. Wij noemen Opa: ’Opa heenenweer’. Vader is koetsier bij een deftige familie in Hoog Baarn, moeder werkt er in de keuken. Wij noemen onze ouders Pa en Moe. Met z’n zevenen, we hebben ook twee zusjes, Maartje en Grietje, een tweeling, wonen we in een mooi en avontuurlijk Koetshuis in de tuin van het huis van de baas van Pa,  door hem ’Mijnheer de Baron’  genoemd. Moe zegt dat we in een Villa en ’op stand’ wonen, maar wat dat nu precies betekent snap ik niet. Wel weet ik dat je in Hoog Baarn geen last van natte voeten kunt krijgen, zoals wij nu. Kom op doorlopen jongens, zo komen we nooit bij Opa en Opoe!

Wat u zojuist heeft gelezen zou de inleiding van het nog te schrijven boek kunnen zijn. De aandachtige lezer van deze nu nog op zichzelf staande alinea begrijpt het al: mijn gedachten dwalen af en ik laat me meesleuren door mijn fantasie. Maar het zou kunnen!

Van Baerne naar Watervluchtelingen
Baerne, tijdschrift Historische Kring Baerne,
maart 2016
Wilt u meer lezen over de watersnood van 1916, dan is het goed gedocumenteerde door Henriëtte Beuk geschreven verhaal ’De Watersnood van 1916’ , maart 2016 editie van ’Baerne’, het mooie blad van de Historische Kring Baerne een echte aanrader. Bent u lid van deze vereniging dan krijgt u dit goed verzorgde en interessante blad vier maal per jaar thuis bezorgd, maar indien u dit onverhoopt (nog) niet bent, kunt u misschien nog een los exemplaar bemachtigen. De oplage is beperkt dus enige haast is geboden. Op-is-op is ook hier van toepassing!

Uit de berichtgeving uit die natte tijden van weleer weten we dat er behoorlijke schade aan bedrijven, boerderijen en gebouwen is ontstaan in ondermeer de Weteringstraat, Zandvoortweg en ook het Schoonoordpark (Villa Schoonoord).
Zou de vijver bij de villa op Tromplaan 11, waarvan de tuin op de grens ligt van het oude Schoonoordpark nog een overblijfsel van de watersnood zijn? Het zou zo maar kunnen. En zou de in 1912 gebouwde IJsfabriek, de latere wasserij Eemland van de familie Bleijerveld ook schade hebben opgelopen? Feit is het dat het water tot aan de drempel heeft gestaan. Ook de in 1912 geopende badinrichting aan de Eem heeft het zwaar te verduren gehad en hetzelfde geldt voor de noord-oostzijde van het Cantonspark. Het bijzondere is dat u deze ’verdronken land en waterrandroute’ ook nu nog kunt belopen. Doen! Laat uw fantasie de vrije loop en u hoort en ziet het wassende water in de ondergelopen Eempolder.

Het wassende water. Foto: F.A. Voskuijl (Coll. Spaarnestad)

Maar eerlijk is eerlijk: de in Baarn aangerichte schade valt in het niet bij wat Bunschoten en Spakenburg is overkomen. Naast grote schade aan huizen en andere gebouwen werd ook de bottervloot, ten prooi gevallen aan de elementen, ernstig getroffen. Zware en in sommige gevallen zelfs onherstelbare averij werd opgelopen. Daar komt nog bij dat het dorp in februari een tweede keer door het water werd overspoeld. Ook de bewoners van Eemdijk en het Zuidereind kregen het zwaar te verduren. Naast het verlies van have en goed moesten velen hun zwaar beschadigde en in sommige gevallen totaal vernielde woningen verlaten. Zij vonden per boot een goed heenkomen, veelal in Baarn, waar hen gastvrij onderdak werd geboden in onder meer Hotel De Pauw aan de Eemnesserweg. Ook werd de gymnastiekzaal van de Julianaschool als verblijf- en slaaplaats ingericht. Het gebruik van de term ’bootvluchtelingen’ ligt voor de hand, maar ’Watervluchtelingen’ is een betere keuze. Tevens de titel van een pas verschenen boek, waarin u alles, maar dan ook echt alles te weten kunt komen over de dramatische gebeurtenissen uit 1916 en de jarenlange nasleep van de ramp.                                
                              
’Watervluchtelingen verzorgd én verguisd’ is geschreven door Bertus Wouda uit Spakenburg-Bunschoten. Een veelzijdig man, naast schrijver is hij archivaris, historicus en cultuurmakelaar. Cultuurmakelaar: een redelijk nieuw maar vooral ook interessant woord dat zich het beste als volgt laat omschrijven: 'Cultuur historisch erfgoed dient niet alleen bewaard te worden, maar vooral ook benut te worden! Zij of hij of die dit tot haar of zijn beroep heeft gemaakt kan zich Cultuurmakelaar noemen'.

Bertus Wouda op bezoek bij de HKB.
Coll. Bertus Wouda 
Het boek is volgens kenners, waaronder de bekende Spakenburger historicus Willem Ruizendaal een meesterwerk. Een van de betere, zo niet het beste boek geschreven over de geschiedenis van de watersnood  van 1916 en de impact daarvan op Bunschoten, Spakenburg en het gehele Eemland. In het boek ook veel aandacht voor de buurgemeenten Eemnes, Soest, Hoogland, Nijkerk en vanzelfsprekend Baarn. In het boek wordt uitvoerig stil gestaan bij de hulpverlening in het Eemland en de (financiële) nasleep van de ramp zoals schadeafhandeling en uiteraard ook de wederopbouw. Dit alles gebaseerd op uiterst diepgaand archief- en literatuurstudie. Vergelijkingen met meer recente hulpacties worden gemaakt. In de Baarnsche Courant van 7 maart jl. heeft u een interessant artikel kunnen lezen gebaseerd op een uitvoerig gesprek met de schrijver waarin hij in interviewvorm uitleg gaf over hetgeen de lezer kan verwachten. En dat is veel! Kortom een boek voor iedereen, maar zeker voor alle Baarnaars en Barinezen, want ook wij zijn immers Eemlanders. Nu ruim honderd jaar later kunnen we de toen genomen maatregelen op hun waarde beoordelen. Eén ding is zeker we hebben nu vanuit het Eemland geen gevaar voor natte voeten meer te duchten. Nooit meer? Een vraag waarop het antwoord in de toekomst verborgen ligt. Volgens het bestuur van onze provincie is droog wonen lang niet overal vanzelfsprekend. U bent gewaarschuwd!                             







’Watervluchtelingen verzorgd én verguisd’: ISBN 978-90-70708-40-5, natuurlijk verkrijgbaar bij Boekhandel Den Boer, Laanstraat hoek Spoorstraat, Baarn.



Bronnen: Baarnsche Courant, Baerne (tijdschrift van de Historische Kring Baerne) editie Maart 2016, ’Watervluchtelingen verzorgd én verguisd’ auteur Bertus Wouda. 
Inspiratie: ’De avonturen van Kikker, een Texelse jongen’ door Huib Fenijn. 



Wat ik nog zeggen wilde....
Inmiddels heb ik vanuit ontvangen reacties begrepen dat de vijver behorend bij villa Tromplaan 11 géén restant is van de overstroming maar een gegraven vijver.
Achter de bebouwing van toen heeft in vroeger tijden een sloot gelopen die uitkwam bij de Eemweg. Achter bij Tromplaan 11 zou een kleine afsluiter geweest zijn, door het opendraaien waarvan het overtollige water kon worden afgevoerd of tegengehouden in het geval van wateroverlast. Mogelijk is ook het dijkje bij Villa Rusthoeck, tegen de Montinischool aan, ooit aangelegd om het water vanuit de toenmalige Zuiderzee tegen te houden.

Over mijn foto uit mijn wegloopjaren (1946-1948) kan ik zeggen dat deze foto is gemaakt bij het voormalige Gebouw van Christelijke Belangen in de Parkstraat. Ik woonde toen nog in de Villa Spoorstraat 2. Het kekke door mij gedragen jackie is door mijn moeder gemaakt uit de stof van een oude mantel van een tante. Zo ging dat in die tijden. De door mij gedragen baret was mijn 'verzets'baret. De sokken waren lang en werden gedragen in de stijl van de tijd: opgerold! De gympen waren van de Bata. Het is maar dat u het weet!

Update 10-4-2016: Een verslag van de boekpresentatie Watervluchtelingen verzorgd én verguisd, door RTV Bunschoten:


Update 6-5-2016: Ook RTV Baarn heeft inmiddels aandacht besteed aan de boekpresentatie:









Ed Vermeulen (1942)



Dit verhaal verscheen op maandag 4 april 2016 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

3.4.16

Wie kan vertellen over Musis Sacrum?

door Eric van der Ent


Baarn heeft een prachtig theater: De Speeldoos. Ik herinner me nog het houten gebouwtje van de Speeldoos, later kwam pas het nieuwe mooie theater op dezelfde plek. Met de Baarnsche Mondharmonica Vereniging hebben we er vaak opgetreden en voordat de Speeldoos er was traden we op in Astoria aan de Oranjestraat. Mooie herinneringen.



Maar wie herinnert zich nog het Musis Sacrum aan de Nicolaas Beetslaan? Dat moet ook een prachtig theater geweest zijn. Zelf ben ik te jong om me dat te herinneren.
We zijn op zoek naar mensen die ons kunnen vertellen over het Musis Sacrum. Bent u een trouw bezoeker geweest? Heeft u er misschien zelfs gewerkt? Of heeft u er opgetreden met een vereniging of groep? Wij zijn heel benieuwd naar uw ervaringen.

Laat het ons weten als u erover kunt en wilt vertellen.
Stuur een mailtje aan groenegraf.baarn@gmail.com



Eric van der Ent











Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter. 

2.4.16

Wie, Wat, Waar? De dienstmeisjes van Villa Bloemswaard


Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.








Op deze foto zijn drie dienstmeisjes die op villa Bloemswaard werkten te zien.

George Lodewijk Hasseleij Kirchner, bewoner van Huis Holland, niet ver van deze villa, liet Bloemswaard in 1897 bouwen voor zijn zoon Heinrich Jules Hasseleij Kirchner.
Dit zijn Cecilia Hool, een onbekend meisje, Metje Hooijer, dienstmeiden op villa Bloemswaard. Villa Bloemswaard staat aan de Stationsweg 47 in Baarn.

We willen graag achterhalen wie het middelste meisje op de foto is.

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




RTV Baarn via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nl, YouTube en Facebook.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter