donderdag 27 juni 2019

Een autofabrikant overleed op het station te Baarn

Spijker, de autofabrikant overleed op het station in Baarn op 21 maart 1932

Spijker, of liever gezegd Spyker, een naam die de laatste jaren weer volop in de aandacht is. De autofabrikant die eigenaar werd van het merk Saab. U weet denk ik ook dat het merk Spyker al veel langer bekend is. Het was één van de pioniers in de auto-industrie en een oer-Hollands merk.


Het bedrijf Spijker werd in 1880 gesticht door de broers Hendrik-Jan en Jacobus Spijker. De broers waren zoons van de Hilversumse smid Jacobus Spijker en Jannetje de Groot. In het gezin werden zes kinderen geboren, maar Hendrik-Jan en Jacobus waren de enige kinderen die de volwassen leeftijd haalden. Beide zoons zijn geboren in Hilversum. Hendrik-Jan is geboren op 1 april 1855 en Jacobus op 7 december 1857. De broers Spijker begonnen als smid in het bedrijf van hun vader.
Eén van de koetsen van Rijtuigenfabriek Spijker

De gouden koets, vervaardigd door de gebroeders Spijker
Aanvankelijk bouwden de broers koetsen. Ze waren daarin zeer succesvol en in 1886 verhuisden ze het bedrijf naar Amsterdam. In 1897 en 1898 bouwden de Gebr. Spijker de Gouden Koets, een geschenk van de Amsterdamse bevolking voor de inhuldiging van koningin Wilhelmina. In datzelfde jaar kochten ze een auto van de Duitse firma Benz en een jaar later besloten ze de Benz in licentie te gaan assembleren onder de naam Spijker-Benz. Hiervoor werd aan de Amsteldijk in Amsterdam een nieuwe fabriek gebouwd. De naam van de fabriek werd N.V. Industriële Maatschappij Trompenburg, naar de vroegere hofstede van Cornelis Tromp die vroeger op die plek gestaan heeft.
NV Trompenburg, de Spijkerfabriek aan de Amsteldijk

In 1903 werd het merk Spijker veranderd in Spyker. Dat zag er internationaler uit. In dat jaar bouwde Spyker de een auto die zowel de eerste zescilinder als de eerste vierwielaangedreven auto ter wereld was. De gebroeders Spijker waren met recht pioniers!

In 1904 vertrok Hendrik-Jan Spijker naar Nederlands-Indië en liet Spyker stuurloos achter. Op 12 februari1907 sloeg voor hem het noodlot toe. Hij was onderweg van Harwich, Engeland naar Hoek van Holland met de veerboot SS Berlin. Het schip voer tegen de pier van Hoek van Holland en brak in tweeën. 128 van de 144 opvarenden kwamen om het leven, waaronder Hendrik-Jan Spijker. De ramp met de Berlin was destijds een zeer grote ramp, zo niet de grootste. Nederland stond op zijn kop. De kranten en andere media volgden het gebeuren op de voet.

Hendrik-Jan had zich met zijn vertrek naar Indië al min of meer teruggetrokken uit het bedrijf. Na het verlies van zijn broer besloot ook Jacobus om zich terug te trekken. In 1908 ging de fabriek failliet, maar dankzij nieuwe financiers kon het bedrijf toch een doorstart maken, echter zonder Jacobus. De naam van Spijker bleef groeien, maar met het bedrijf ging het slechter en slechter.

Jacobus Spijker op latere leeftijd
Met Jacobus Spijker komt er dan een Baarns tintje aan het verhaal. In 1892 was Jacobus in Nieuwer-Amstel getrouwd met Geertruij Elisabeth Marlof. Geertruij's vader was zeer tegen het huwelijk, de familie Marlof was zeer rijk en Jacobus Spijker had destijds zijn sporen nog niet verdiend. Bovendien was Jacobus 11 jaar ouder dan zijn aanstaande echtgenote. Ook dat zal zeker meegespeeld hebben in de stemming van Geertruij's vader. Uit het huwelijk Spijker-Marlof werd dochter Anne Maria Martha Spijker geboren. Zij trouwde in 1918 met Joseph Israël en vestigde zich aan de Hertog Hendriklaan 5a in Baarn. Hierdoor was vader Jacobus regelmatig in Baarn te vinden. Op 21 maart 1932 vierde dochter Anne haar verjaardag hoewel ze  eigenlijk pas een dag later jarig is. Uiteraard is ook vader Jacobus in Baarn om de verjaardag mee te vieren. Als hij weer per trein naar zijn woonplaats Bussum wil reizen, wordt hij op het station onwel en zakt in elkaar. Jacobus Spijker overleed ter plekke aan een hartinfarct. Zijn echtgenote Geertruij Elisabeth Marlof zou hem nog 11 jaar overleven. Zij stierf op 4 mei 1943 in Hilversum. Beide echtelieden zijn begraven op de nieuwe algemene begraafplaats aan de Wijkamplaan in Baarn, waar het grafmonument nog steeds te vinden is. Overigens is op het grafmonument een foutje gemaakt. Bij Jacobus staat geboortejaar 1858 terwijl hij toch echt in 1857 geboren is.




Eén van Nederland's pioniers in de auto-industrie vond dus zijn laatste rustplaats in Baarn.




donderdag 20 juni 2019

Drakenburgh de oudste volkshogeschool


Drakenburgh de oudste volkshogeschool op katholieke grondslag een verhaal uit de jaren rond 1960.


Het initiatief tot de oprichting van volkshogescholen in Nederland was echter al jaren eerder genomen. Voor zover men de feiten nu kan overzien, werkten zeker twee groepen tegelijk aan plannen voor een vormingscentrum naar Scandinavisch- Duits model. De ene groep bestond uit een aantal enthousiaste, sociaal voelende studenten en oud-studenten van de gemeentelijke universiteit te Amsterdam, die sterk de invloed hadden ondergaan van de bekende hoogleraar in de sociografie prof. mr. S. R. Steinmetz; deze had ook de stoot gegeven tot de oprichting van de volksuniversiteiten. Hun "actie" zou leiden tot de oprichting van een reeks algemene" neutrale volkshogescholen, waarvan die in Bakkeveen de eerste was. Geheel los van deze groep werden al in 1928 door Jan Beerends, de toenmalige directeur van de volkshogeschool Drakenburgh en voorzitter van de federatie van volkshogescholen op katholieke grondslag, besprekingen gevoerd over het oprichten van een katholiek vormingscentrum, dat het karakter zou dragen van een volkshogeschool. Deze idee werd geïnspireerd door het volkshogeschoolwerk van de grote sociale en culturele werker en priester Clemens Neumann, wiens "Volksbildungsheim" in Duitsland grote vermaardheid bezat. Al spoedig na deze eerste besprekingen kwam een comité tot stand, bestaande uit personen, die ook toen zitting hadden in het bestuur van de volkshogeschool Drakenburgh, namelijk prof. dr. J. B. Kors, dr. Jop Pollman, Bernard Verhoeven en Jan Beerends. Daar de belangstelling van het katholieke bevolkingsdeel voor het volkshogeschoolwerk helaas aanmerkelijk geringer was (en nog is) dan die van het niet-katholieke, duurde het tot 1936, voordat het landgoed Drakenburgh in Baarn kon worden aangekocht en een begin kon worden gemaakt met de verwezenlijking van de plannen.
Zowel op Alardsoog in Bakkeveen als op Drakenburgh wijdde men zich aanvankelijk in sterke mate aan jeugdwerklozenzorg, waarvoor een rijkssubsidie werd ontvangen. In de jaren kort voor en na de tweede wereldoorlog werden naast en in samenwerking met Alardsoog verscheidene andere algemene volkshogescholen opgericht, waarvan die in Bergen een der bekendste is. Volkshogescholen op katholieke grondslag zijn behalve Drakenburgh Geerlingshof te Houthem in Limburg, het boerencentrum Ons Erf te Berg en Dal bij Nijmegen en Het Witte Huis te Borne. In Noord-Brabant bereidt men de stichting van een dergelijk instituut voor. De volkshogescholen op katholieke grondslag zijn niet uitsluitend voor katholieken bestemd, ook al steunen zij op de katholieke levensbeschouwing. Drakenburgh bijvoorbeeld wordt door tal van niet-katholieken bezocht en verschillende onderwerpen worden meermalen ook door niet-katholieke docenten belicht. ,,Het volkshogeschoolwerk," zo lezen wij in de stichtingsakte van de Federatie van volkshogescholen op katholieke grond slag, ,,is gericht op de innerlijke vernieuwing van mens en samenleving en wordt gedragen door een geest van verbondenheid met de gehele Nederlandse volksgemeenschap." Deze instelling maakt het begrijpelijk, dat tussen de volkshogescholen op katholieke grondslag en de algemene volkshogescholen een goed contact bestaat. Verscheidene cursussen, onder andere de bedrijfscursussen, die veertien dagen duren, worden gezamenlijk georganiseerd.

Drakenburg is nog steeds een plek voor scholing en persoonlijke ontmoeting. De moderne missie van Stichting Drakenburg is het gebouw en landgoed in stand te houden door persoonlijke bijeenkomsten op een professionele en gastvrije manier te ondersteunen, zodat hun gasten zich optimaal kunnen focussen op het doel van hun bijeenkomst.





geplaatst door L.J.A.Bakker


maandag 17 juni 2019

100 jaar ANWB Paddenstoel

Het succesverhaal van een Baarnse uitvinding


door Eric van der Ent


De paddenstoel in zijn oorspronkelijke vorm
(Bron: bicycledutch.wordpress.com)
Weg met TomTom en Google Maps! De beste uitvinding sinds het kompas is de ANWB Paddenstoel, en die bestaat dit jaar 100 jaar. Hulde aan de uitvinder: Baarnaar Willem Leliman. 

Nu, in 2019. Hij staat er nog steeds. Een paddestoel, vlakbij Lage Vuursche (Foto: Groenegraf.nl)

Johan Vaaler, de
uitvinder van de paperclip
(Bron: Wikipedia)
Je staat er niet bij stil, maar alle gebruiksvoorwerpen om je heen zijn ooit een keer door iemand uitgevonden. Zo is de paperclip een uitvinding van de Zweed Johan Vaaler. Hij registreerde al in 1899 patent op dat handige dingetje. De blikopener werd al in 1870 bedacht door de Amerikaan William Lyman.
Het conservenblik zelf moet natuurlijk al daarvóór bestaan hebben, maar hoe maakte men die voor dan open zonder blikopener? De oplossing is eenvoudig. Tot dan toe stond op het blik de instructie: “Openen aan de rand van de bovenkant met beitel en hamer”. Dat is overigens nog steeds een effectieve methode, maar zeg nou zelf, een blikopener werkt toch net wat makkelijker.





Maus Gatsonides met zijn
"Matsometer"
(Bron: Twitter)
“Hebben de Nederlanders dan helemaal niets uitgevonden?”, hoor ik u denken. Jawel hoor, de flitspaal werd uitgevonden door de Nederlander Maus Gatsonides. In Engeland wordt de flitspaal daarom ook vaak ‘Gatso’ of ‘Gatso Camera’ genoemd. Er zijn momenten dat ik denk, had die man niets beters te doen dan de flitspaal uitvinden? Maar goed, ook dat ding heeft zijn nut bewezen.









Johannes Hendrik Willem Leliman
(Bron: Ons Bloemendaal)
Nog dichter bij huis dan: De ANWB Paddenstoel. Geloof het of niet, maar die is uitgevonden door een Baarnaar: Johannes Hendrik Willem Leliman (1878-1921). De eerste paddenstoel verscheen al in 1919 langs de straten. Juist! dat is precies 100 jaar geleden! De in Amsterdam geboren Leliman was een zoon van de bekende architect Johannes Hermanus Leliman en Laura Deggeller. Hij studeerde aan de Polytechnische School in Delft en verwierf daar de titel bouwkundig ingenieur. In 1908 trouwde hij in Baarn met Maria Emalia Bosch, dochter van Willem Bosch en Henriette Johanna Veeckens. Schoonvader Willem Bosch leefde al niet meer ten tijde van het huwelijk van Willem en Maria Emalia. Architect Leliman ontwierp in 1908 villa “Eureka” aan de Krugerlaan 26 in Baarn voor zijn schoonmoeder. Zelf vestigde hij zich aan de Waldeck Pyrmontlaan 20 in villa “In de Leli” in Baarn. Uiteraard ontwierp hij dat ook voor zichzelf.

Waldeck Pyrmontlaan 20 in Baarn, de woning van J.H.W. Leliman, genaamd “In de Leli”.
Uiteraard ontwierp hij deze woning voor zichzelf. (Foto: Groenegraf.nl)

Leliman was bestuurslid bij de ANWB. In het dagelijks leven was hij architect. Dat hij gevraagd werd om de nieuwe bewegwijzering te ontwerpen was dus een logische keuze.
Op 21 december 1919 koos het ANWB bestuur uit verschillende ontwerpen het model van Leliman tijdens een ontmoeting op de hei bij het Sint Janskerkhof in Laren.

1919: Het bestuur van de ANWB kiest het model paddenstoel op de hei bij het Sint Janskerkhof in Laren
(Foto: Archief ANWB)

Het was “een vierkant ontwerp paaltje, met een breeden kop, op welks schuin aflopende vier zijden eenvoudige opschriften zijn aangebracht”. Aanvankelijk werden er houten plaatjes op de betonnen kop aangebracht, waar de tekst op te lezen was. Na veel vernielingen werd besloten de tekst rechtstreeks op het beton aan te brengen, maar de verf hield niet goed. Vanaf 1927 werd een stalen kap over de betonnen kop geplaatst en werd bijna de helft van het beton weggelaten, waardoor het gewicht op 80 kilo kwam.



ANWB Paddenstoel, model “Boost”
(Foto: Archief  ANWB)
Na de oorlog kwam korte tijd een nieuw model “Boost” in omloop, met rechte, in plaats van schuine zijden. Die bleken slechter leesbaar, dus werd snel weer teruggegrepen naar het oorspronkelijke model. De eerste paddenstoel, met nummer 1, werd geplaatst aan het eind van de Zandheuvelweg bij Baarn.
In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw werden in Nederland in rap tempo fietspaden aangelegd. De ANWB zorgde toen voor de aanleg van ruim 2500 km fietspad. Hierdoor groeide ook de behoefte aan bewegwijzering voor fietsers enorm. In 1931 stonden er al 788 paddenstoelen langs de weg. In 1939 groeide dat aantal al naar 1458 om in 2005 op ruim 5500 stuks uit te komen. Vanaf die tijd schommelt het aantal ANWB paddenstoelen stabiel rond 5000 stuks.




Dit heeft niet mijn voorkeur... Wat vindt u?
(Bron: www.oppad.nl)

Of het succesverhaal van de paddenstoel toekomstbestendig is valt te betwijfelen. Internet en GPS hebben de functie van het ‘wegwijzen’ inmiddels overgenomen. Toch wil ‘de Nederlander’ de paddenstoel niet kwijt. Het is een icoon in het Nederlandse landschap en zeg nou zelf, als je lekker aan het fietsen bent kijk je toch liever naar ‘onze’ paddenstoel als naar je telefoon? Ik zeg: “Weg met die TomTom! Leve de paddenstoel van onze Baarnse Leliman!”.


Welke route zullen we nemen?
(Foto: Archief  ANWB)



Ontwerper Willem Leliman mocht het succes van zijn paddenstoel niet meemaken. Hij stierf al op 7 april 1921 in Baarn, op 42-jarige leeftijd. Dat was dus twee jaar nadat de eerste paddenstoel geplaatst werd. Hij werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.

Toen de auto met het stoffelijk overschot uit Baarn op de begraafplaats aankwam, stonden honderden mensen te wachten, om de stoet naar de laatste rustplaats te volgen.





Eric van der Ent



















Dit verhaal verscheen op maandag 17 juni 2019 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren 


‘Vandaag is morgen alweer gisteren’ is een initiatief van de Historische Kring Baerne en Stichting Groenegraf.nl en verschijnt periodiek op maandag in de Baarnsche Courant en in het weblog van Groenegraf.nl. De verhalen worden afwisselend geschreven door 
Ed Vermeulen en Eric van der Ent. 

Wilt u meer lezen over oud Baarn?


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter 

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn verhalen? Kom in actie en stuur ons uw oud Baarn verhaal!

donderdag 13 juni 2019

(22) Bruine plaatjes uit Baarn

Regelmatig kom ik losse foto's en andere afbeeldingen van Baarn tegen. Nu weer een kleine verzameling plaatjes die genomen zijn rondom het Stationsplein.





Stationsplein zonder het bevrijdingsmonument





de "Jan Plezier" met op de bok dhr. Groenestein






Herdenking met Prins Bernhard







geplaatst door L.J.A.Bakker

donderdag 6 juni 2019

Kwitanties uit het verleden


Antonius Martinus van Klaarwater (1880-1954)
Kwitanties, oftewel ontvangstbewijzen, kennen we nu ook nog wel. Meestal zien we ze nu in de vorm van een kassabon. U betaalt in de winkel en ontvangt daarvoor als bewijs een kassabon. Op de bon staat netjes de BTW vermeld die afgedragen moet worden. Vroeger ging dat anders, en dat is nog niet eens zo heel lang geleden. Die mooie elektronische kassa's van tegenwoordig had je niet. Sterker nog, veel winkels hadden helemaal geen kassa. Zo'n prachtige oude 'analoge' kassa was voor veel eenvoudige middenstanders niet te betalen. Voldeed u vroeger een rekening dan ontving u als bewijs een kwitantie. Meestal een voorgedrukt formuliertje waarop de gegevens werden ingevuld.

Een kwitantie van de firma G.J. Schmidt, toen nog in de Kerstraat, voor de schilder A.M. van Klaarwater.
Fiscaal zegel.
De belasting werd betaald in de vorm van een fiscaal zegel dat op de kwitantie geplakt werd. Als het om kleinere bedragen ging, dan was geen zegel vereist. De zegelkosten kwamen in de regel voor rekening van de schuldenaar, dus degene die de rekening moest betalen, maar de zegel werd opgeplakt door de schuldeiser, die het geld ontving. De schuldenaar zag er op toe dat er keurig een nieuw zegel opgeplakt werd. Fraude was strafbaar. Als je een al gebruikt zegel opplakte kon je daar een flinke boete voor krijgen. U denkt waarschijnlijk dat zo'n zegel wel heel erg ouderwets is, maar de zegelwet uit 1917 werd pas in 1972 afgeschaft, hoewel vanaf 1966 voor kwitanties al geen zegel meer benodigd was.

Nota en ontvangstbewijs van Teunis van Leersum.
De reden waarom ik dit allemaal schrijf is omdat ik van dhr. D. Franken uit Baarn een prachtige verzameling oude kwitanties ontving. Die kwitanties komen uit de administratie van schilder Anthonius Martinus van Klaarwater, u ziet bovenaan een prachtige foto van hem afgebeeld.
Antonius Martinus van Klaarwater werd geboren op 27 oktober 1880 in Baarn als zoon van Anthonie Martinus van Klaarwater en Jacoba Johanna van Dijk. Hij zou zijn leven lang ongehuwd blijven.Van Klaarwater woonde aan de Zandvoortlaan 17, niet te verwarren met de Zandvoortweg. De naam Zandvoortlaan is verdwenen. De laan heet nu Eikenweg. Dhr. Franken, van wie ik de kwitanties kreeg woont op Veldheimweg 24. Daar zijn de kwitanties ook gevonden. Of Anthonius Martinus op dat adres gewoond heeft weet ik niet, maar zijn oudere broer, Johannes Wilhelmus van Klaarwater, heeft daar wel gewoond. De laatste jaren van zijn leven woonde Anthonius Martinus op d' Aulnis de Bourouilllaan 14.

Op 24 juni 1956 overleed Anthonius Martinus op 73 jarige leeftijd. Zijn kwitanties zijn dus al die jaren bewaard gebleven. Vindt u het leuk om ze te bekijken, klik dan hier om een pdf-bestand te openen waar deze kwitanties te bewonderen zijn. Het zijn veelal kwitanties van leveranciers van Van Klaarwater, zoals huis- en rijtuigschilder Van Leersum uit de Brinkstraat, automobielengarage Messing uit de Laanstraat, handel in drogerijen en verfwaren Schmidt uit de Kerkstraat, huis- en decoratieschilder Kerkhoven uit de Eemnesserweg en verfwarenhandel Faassen uit de Boschstraat.




geplaatst door L.J.A.Bakker