vrijdag 24 mei 2019

Voordat ik het vergeet… Cees Schrama 80 (!) jaar, een felicitatie en een klein verhaaltje, nu woorden van deelneming en herinnering


 door Ed Vermeulen

   
Op woensdag 22 mei 2019 is op 82-jarige leeftijd onze plaatsgenoot ’Mr. Jazz’ Cees Schrama overleden.
Op 14 december 2016 plaatsten wij het door zijn (oud) collega Ed Vermeulen geschreven: ’Voordat ik het vergeet…Cees Schrama 80 (!) jaar, een felicitatie en een klein verhaaltje’. Ed’s tekst is nog altijd van toepassing, zij het dat het nu woorden van deelneming en herinnering zijn geworden.


Mr. Jazz
Cees Schrama: 18 december 1936 geboren en ook getogen in Den Haag, woonde in Laren en is nu alweer sinds een kwart eeuw Baarnaar. Waar kennen we Cees ook al weer van? Muzikant (Casey and the Pressure-group), producer, jazzpianist, schrijver, presentator maar vooral een bevlogen en strijdbaar mens en in mijn geval: een geweldige, eigenwijze en uiterst vakbekwame (oud) collega! Eén bonk repertoire- en artiestenkennis!  

Polygram Baarn
Cees en ik werden A.D. 1985 collega’s bij Polygram Baarn, waar ik als manager van het International Catalogue Department het hoofd boven water trachtte te houden in de, in een rap tempo veranderende, Polygram muziekwereld.
             
Villa Hoog Wolde, ooit Baarn's muzikaalste villa, (Foto: Bas Peet)
Catalogueteam Baarn, Hoog Wolde, voorjaar 1986, de zon scheen en de oude beuk groeide nog tot in de hemel. V.l.n.r staand: Tinus de Reiger, Karen van Staveren, Ton van den Bremer, Maria Engelgeer, Marieke de Wit (meisjesnaam), Paul Jansen, Cees Schrama, Eduard van Eijck, Karina (?), zittend v.l.n.r  Annemarie Ansinger, Marjan Nelis (Vijver), Ed Vermeulen en Ria Makker. (Coll. Ed Vermeulen)

Wat was het geval: het hoofdkantoor van de Popular Repertoire Division (de Pop afdeling) tot dan in Baarn gevestigd in de bijgebouwen van wat ooit de muzikaalste Villa van Baarn was ’Hoog Wolde’ stond op het punt naar het nieuwe hoofdkantoor in Londen te verhuizen. Alleen het hierboven genoemde Catalogue Department bleef de vlag op repertoire gebied in het Baarnse hooghouden in het paviljoen, ook wel de  ’Houten keet’ genoemd, en weer later in het eveneens op het terrein liggende historische Koetshuis. Het lag in bedoeling ook de exploitatie van de Polygram Jazz Catalogus activiteiten wereldwijd vanuit Baarn te gaan coördineren. Een taak die ’Mr. Jazz’ Cees Schrama werd toebedeeld en die hij met verve op zich nam en volbracht. Dat Verve ook stond voor Polygrams grootste jazz label, mag tot de toevalligheden in het leven gerekend worden. Je kunt natuurlijk ook stellen dat toeval niet bestaat!
             
IPM 1987 Athene, Egeïsche Zee: tewaterlating van het Polygram Int. Jazzdepartment,
 v.l.n.r: Charles Shiddell (UK), Richard Seidel (USA), Horst Hohenböken
(Polydor Int. Hamburg), Ed Vermeulen,
 Cees Schrama (met pijp) en Jean-Philippe Allard (Polygram Frankrijk) 

Een kleine ’maar’ ging vooraf aan onze eerste ontmoeting: Cees kwam van de Polydor kant van de Polygram familie en ikzelf was sinds mijn indiensttreding in 1969 aan de Phonogram kant van het concern opgevoed en geïndoctrineerd. ’Different worlds’ zullen we maar zeggen! Hoe deze schijnbare tegenstelling tot een werkbare samenwerking om te toveren? Het management wist raad. Je kunt ook zeggen: ’goede raad was duur’. In de jaren voorafgaande aan deze beslissing hadden wij een aantal ’Polygramdenken’ (!) bevorderende cursussen gevolgd. U kent dit fenomeen vast wel: met z’n allen een week naar een niet echt gezellig bungalowpark op de Veluwe: Polydor en Phonogram collega’s broederlijk (?) bij elkaar, elkaar de maat nemend, aan elkaar snuffelend, elkaar soms met wantrouwen bekijkend, om later, meestal ’s avonds laat aan de bar vast te stellen dat de andere partij zo slecht nog niet was. Dat hierbij het gezamenlijk heffen van het glas een verbindende factor speelde moge duidelijk zijn. Veel woorden om aan te geven dat het tussen mij een Cees wel dreigde te gaan boteren. En dat deed het: terwijl de harde kern van onze afdeling naar Londen vertrok gingen wij er tegenaan, met als resultaat een bloeiende Jazzafdeling die het tot het laatste Polygram briefpapier verdwenen was en vervangen was door dat van Universal heeft volgehouden.
Kerstgroet vanuit Het Koetshuis
(Ontwerp: Mayke Brands, Coll. Ed Vermeulen)
 Ook de Catalogus afdeling heeft het naar omstandigheden redelijk tot goed gedaan. Onze zakelijke loyaliteit en betrouwbaarheid naar onze inmiddels vanuit Londen opererende collega’s stond buiten kijf en werd gewaardeerd. Een uitgebreide en ondanks een krimpende markt, met name in de kleinere markten, goed verkopende serie musicassettes ’On the road’ hoorde hierbij, weer later gevolgd door een niet aflatende stroom backcatalogue CD’s, al of niet in serieverband uitgegeven.

Lief en leed
Dat we lief en leed deelden moge duidelijk zijn. We pendelden onvermoeibaar tussen Baarn, Londen, Hamburg, Parijs en Hannover, waar onze CD fabriek stond), heen en weer teneinde de muzikale wereld van Polygram een gezicht te geven, we vierden Sinterklaas en Kerst, coördineerden releases, bedachten series, ondersteunden onze buitenlandse collega’s, met name in de kleinere markten, maar lieten ook onze stem horen op de grote internationale vergaderingen, waar de Internationale Polygrampolitiek werd uitgedacht, vastgelegd en uitgevoerd. Hoe hard we ook werkten en ons best deden, het tij was niet meer te keren.

             

De laatste der Mohikanen, Koetshuis, januari 1991:
 Marjan Vijver, Ed Vermeulen, Paul Jansen en Cees Schrama.  
(Coll. Ed Vermeulen)

Bookcover 'It don't mean a thing,
leven met jazz'
In 1991 kreeg ik de opdracht de Catalogusafdeling in Baarn te ontbinden oftewel op te heffen, waarna deze opging in andere, vanuit het buitenland (o.a. UK, USA, en Duitsland) opererende units. Na het klaren van deze moeilijke en soms verdrietige klus (gedwongen afscheid nemen van dierbare collega’s was nu eenmaal niet mijn sterkste kant) kon ik mij aansluiten bij een andere afdeling, Repertoire Clearance and Coding (RCC), een afdeling die in de huidige Universal wereld nog steeds bestaat! Cees echter bleef ijzerenheinig en met veel succes zijn Jazz activiteiten uitvoeren vanuit een door hem ’gevorderd’ kantoor in de nieuwbouw aan de Gerrit van der Veenlaan op de plaats waar eens Villa Hoog Wolde stond, hierbij terzijde gestaan door zijn trouwe assistente Marjan Vijver.
En nu… wordt hij tachtig! Still going strong, met daarbij de aantekening dat ook aan hem de tand des tijds knaagt.

Anekdotes, je zou er een boek mee kunnen vullen. Cees heeft dat gedaan: in 2007 verscheen van zijn hand het prachtige boek ’It don’t mean a thing, leven met jazz’. Ik voeg er eentje(!), echt maar eentje, toe aan de eindeloos lange lijst. Niet meer en niet minder…

’Cees en ik waren uitgenodigd, ander woord voor ontboden, op een vergadering op het Londense, aan het Berkeley Square gelegen hoofdkantoor. Berkeley Square waar volgens de gelijknamige song de Nightingale (Engels voor nachtegaal) altijd lustig zong. Ik heb daar  deze vogel echter nooit gehoord of gezien. Maar dit terzijde. De gastheer van de meeting was ons beider chef Charles Shiddell. Charles stond bekend als een liefhebber van goede (lees: dure) diners en lunches. Hij liet de catering verzorgen met heerlijke en ongetwijfeld goedgeprijsde (engelse) sandwiches etc. Bij de cateraar bedong hij altijd een setje sandwiches geheel naar zijn wens gemaakt (i.e. extra goed gevuld en lekker).
Berkeley Square, helaas zonder nachtegaal!
Zo ook deze keer. Cees en ik waren de eerste die de lunchtafel in ogenschouw namen. Cees, diabeet, was genoodzaakt enig voedsel tot zich te nemen. En ja, u raadt het al: het speciaal voor Charles  gereserveerde schaaltje luxe sandwiches was het eerste binnen handbereik. Een kwartier later verscheen onze gastheer en natuurlijk ging hij op zoek naar iets dat er niet meer was. Een nerveus telefoontje naar de cateraar volgde. Mogelijk is toen de beslissing gevallen om de Baarnse afdeling definitief te sluiten. (Honi soit, qui mal y pense oftewel wee hem die er kwaad van denkt)’   


Cees, hartelijk gefeliciteerd met je tachtigste verjaardag!
Ik wens je een mooie dag samen met je lieve vrouw Enny.

Inspiratie: Interview met Cees Schrama gemaakt door Hans Veltmeijer, Baarnsche Courant d.d. 23 september 2015.








Ed Vermeulen (1942)


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

donderdag 23 mei 2019

(21) Bruine plaatjes uit Baarn

Regelmatig kom ik losse foto's en andere afbeeldingen van Baarn tegen. Nu weer een kleine verzameling plaatjes.

Camping Bestevaer in 1992

Camping Bestevaer in 1992

Camping Bestevaer in 1991

Camping Bestevaer in 1992

Camping Bestevaer in 1995

De Generaal voor de verbouwing

De Grote Kom ijs halen voor bakker Hilbrands

Fa Bolwerk in de Hoofdstraat

Slagerij Luijten in de Nieuw Baarnstraat

De steeg achter de woningen in de Westerstraat

Prins Hendriklaan 96

Prinses Marielaan 2

Prinses Marielaan 

Prinses Marielaan 

Prinsenhof Julianalaan

Tolhuis Eemweg in de sneeuw

Villa Gersau - Torenlaan nu Plantage

Kennedylaan hoek Wagenaerlaan de woning van de Fam. Hulsbergen (gesloopt)




geplaatst door L.J.A.Bakker

zaterdag 18 mei 2019

Brand bij Kuijer aan de Eem

Wees gerust, het slechte nieuwsbericht is al ruim 120 jaar oud, maar destijds moet het ingeslagen zijn als een bom.

Schepen op de Eem. Op de achtergrond de puinhopen die restten nadat het café van
Kuijer te Baarn op 15 augustus 1896  afbrandde.


We schrijven zaterdagmiddag, 15 augustus 1896. Hoe het kwam wist niemand, maar plotseling stond café Kuijer aan de Baarnsedijk, aan de Eem in lichter laaie. De felle zuidwester wind die er stond maakte het alleen maar erger. Op die dag komt zelfs H.M. de Koningin Wilhelmina een kijkje nemen. Was het toeval dat ze langs kwam?

Het café is op dat moment eigendom van Hendrikus Johannes Kuijer, veehouder en herbergier, zoon van veehouder Pieter Kuijer en Maria van den Hengel. Hendrikus Johannes is geboren op 12 februari 1862 in Baarn in 1894 trouwde hij met Jannetje Smink uit Hoogland, dochter van Jan Smink en Antje van de Grift. Bijzonder dat er over deze gebeurtenis een uitgebreid krantenartikel en een prachtige foto bewaard is gebleven.

Op 13 augustus 1899, dus op twee dagen na een jaar na de brand werd Hendrikus Johannes junior geboren. Hij zou het café van zijn vader voortzetten.

Het grafmonument van het echtpaar Kuijer op de katholieke begraafplaats in Baarn.
Hendrikus Johannes sr. overleed op 15 mei 1942 in Baarn, zes jaar na zijn echtgenote Jannetje. Het echtpaar is begraven op de rooms katholieke begraafplaats aan de Kerkstraat in Baarn. Heeft iemand een mooie foto van dit echtpaar? Het zou leuk zijn om die bij dit stukje te kunnen afbeelden.

Nog steeds wonen afstammelingen van dit echtpaar aan dit stukje aan de Eem, denk maar aan zand- en grindhandel Kuijer...





geplaatst door L.J.A.Bakker

donderdag 16 mei 2019

Eerste exemplaar “Baarn, daar waar ik geboren ben” overhandigd aan burgemeester Röell


Donderdagmorgen, 16 mei 2019 overhandigde Hans Smeekes het eerste exemplaar van zijn boekje “Baarn, daar waar ik geboren ben” aan Mark Röell, burgemeester van Baarn.

Schrijver/tekenaar Hans Smeekes, burgemeester Mark Röell en Eric van der Ent van Groenegraf.nl

Hans werd 72 jaar geleden geboren in Baarn. Hij groeide op aan de Zandvoortweg en later in de Lepelaarstraat in Baarn. Voor de Baarnse geschiedenissite Groenegraf.nl beschreef hij al vele herinneringen die hij aan Baarn had. Zijn verhalen lardeerde hij vaak met zelfgemaakte tekeningen van plekjes in Baarn en belevenissen die hij heeft meegemaakt tijdens zijn jeugdjaren in Baarn. Zo ontstond ook het idee om zijn mooie tekeningen te verzamelen in een boekwerk dat uitgegeven wordt door Groenegraf.nl. Bij voorintekening zijn daarvan inmiddels al bijna 200 exemplaren verkocht en vanaf vandaag is het boekje ook echt leverbaar.

Hans legt de burgemeester uit hoe het boekje tot stand kwam


Bij het doorbladeren van het boekje prees burgemeester Röell. Hans voor zijn expressieve manier van tekenen en vertellen over oud Baarn. Het boek leest als een wandeling door Baarn, waarbij geen wijk overgeslagen wordt.

Eric van der Ent van Groenegraf.nl vertelt dat hij er trots op is dat Stichting Groenegraf.nl het boekje mag uitgeven. “Het boekje is echt een aanvulling op reeds bestaande geschiedenisboekjes van Baarn. Zoiets is in Baarn nog nooit verschenen”, aldus Eric.






Het boekje is te koop bij Bruna Baarn, Boekhandel Den Boer, de website van Groenegraf.nl en de oudheidkamer van De Historische Kring Baerne onder de bibliotheek aan de Hoofdstraat in Baarn. De prijs van het boekje is € 17,50 per stuk. Bestelt u het boekje via Groenegraf.nl, dan wordt het gratis in Baarn thuisbezorgd of € 4,00 verzendkosten toegestuurd buiten Baarn.


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. 
Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter 

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn verhalen?
 Kom in actie en stuur ons uw oud Baarn verhaal!

donderdag 9 mei 2019

Openbaar vervoer in Baarn



Het bezoek van luitenant-generaal van Heutsz aan Paleis Soestdijk vormde voor Baarn aanleiding een statige laan naar hem te noemen. De Baarnaars zijn evenwel nog lang blijven spreken van Oranjeboomseweg, genoemd naar herberg de Oranjeboom. Gelegen aan het kruispunt van de wegen Hilversum-Baarn en Eemnes-Soestdijk.
Daar bij de Oranjeboom hield de „snorwagen" stil om Baarnaars mee naar Amsterdam of Amersfoort te nemen. Groeneveld was trouwens de 2e halteplaats in onze gemeente. Maar ruim een uur nadat de diligence uit Amersfoort vertrokken was, stopte dit „openbaar" vervoer al aan de Oranjeboom. Een snelheid die voor de bijnaam „snorwagen" gezorgd had, want met snorren werd snellen, ijlen bedoeld. Een diligence was een door een paardenspan getrokken rijtuig, dat op vaste trajecten werd ingezet voor het vervoer van reizigers en post, en voorzien is van een afgesloten zitruimte voor passagiers en van een zitplaats vooraan buiten voor de koetsier; postkoets

Baarn was vroeger moeilijk te bereiken voor vreemdelingen. Wie van Baarn naar Hilversum of Utrecht moest zorgde voor eigen vervoer of ging te voet. Tot de komst van de overbekende spoorlijn waren de verbindingen uiterst primitief. Eigenlijk was deze „snorwagen", die van Amersfoort over Soestdijk, Groeneveld, Eemnes, Laren en zo voorts naar Amsterdam vice versa liep ons enig „openbaar" verkeersmiddel.

Vroeg op
Bovendien waren de afmetingen niet zo enorm, dat de capaciteit voldoende was. Omdat de wagen daarom nog al eens „prop"(vol) was, verkozen velen toch maar te voet naar de hoofdstad te trekken. De rit op zich leek met al het hotsen en stoten trouwens bijna op een martelgang,
Wie 's morgens vroeg uit Baarn mee naar Amsterdam wilde rijden, moest in alle vroegte (6 uur!) bij de Oranjeboom gereed staan. Men liep van ons dorp over de Oranjeboomseweg naar deze opstapplaats. „Weg en weder dienende” kon men dan een uur of vier later in Amsterdam zijn, maar dan had men wel geluk gehad.

Vaak hadden regen of sneeuw de weg -of wat er dan voor doorging, want ook het trajekt Soestdijk, Oranjeboom, Groeneveld was toen niet meer dan een holle zandweg! - in een modderpoel veranderd. Werd het te erg, dan moesten de reizigers uitstappen en de sterksten hielpen dan een handje duwen. Bekend is een verhaal, dat een „snorwagen" bij Laren is ingesneeuwd. Wie de moed (en lichamelijke gesteldheid voor nog zo'n martelgang) had, kon de zelfde dag mee terug rijden.

Floors snorwagen
De wagens vertrokken in Amersfoort bij Hotel de Zwaan aan de Varkensmarkt. Deze hoteleigenaar heette Floor en hij exploiteerde de diligence. Daarom noemde iedereen in die tijd - ook in Baarn - dit vervoersmiddel „Floors snorwagen".
De opening van de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort in 1874 betekende al gauw het einde van deze „snorwagen", die nog eenmaal in Baarn akte de présence zou geven. Dat gebeurde bij een historische optocht die op 31 augustus 1896 door de Baarnse straten naar Paleis Soestdijk trok. Duizenden toeschouwers zagen toen verschillende tijdperken uit Baarns verleden In die stoet ontbrak ook Floors oude snorwagen niet, die reeds een jaar of twintig in Amersfoort van zijn pensioen stond te genieten. Op deze verjaardag van Wilhelmina was het echter met de rust gedaan en werd hij voor één dag weer in oude glorie hersteld. Zelfs compleet met een postiljon met heuse hoorn op de bok!

Vooruitgang
In deze historische stoet trok ook de snorwagen voorbij het bordes van Soestdijk, waar de koninginnen Emma en Wilhelmina met veel plezier het défilé aanschouwden. En waarbij ieder-een glimlachend bevestigde, dat de vooruitgang van de laatste twintig jaar  van snorwagen tot stoomtrein toch wel een hele verbetering betekende. Hoewel er ook vele stemmen opgingen, dat zulke snelheden de grenzen van het verantwoorde toch wel overschreden. De melk in de koeien langs de spoorlijn dreigde zuur te worden, wanneer zo'n snelheidsduivel met een vaart van tientallen kilometers per uur langs raasde. Och, met die melk is het allemaal wel meegevallen, maar met onze gezapige rust - zeker in dat boerendorpje Baarn - was het van toen af wel voorgoed gedaan!

Bron:

BAARNSCHE COURANT VAN WOENSDAG 13 JUNI 1979







geplaatst door L.J.A.Bakker




maandag 6 mei 2019

5 mei 1945: het was in de dagen net ervoor en kort daarna, dat er in Baarn iets is gebeurd

door Ed Vermeulen

4-5 mei monument Stationsplein Baarn (Coll. Groenegraf.nl)
Ten eerste: ons land kent drie nationale herdenkingen:  Dodenherdenking op 4 mei direct gevolgd door de  bevrijdingsfeesten op 5 mei, de Indiëherdenking op 15 augustus en de Holocaust herdenking op de laatste zondag van januari. Ook in Baarn. Een goede zaak: ’Opdat wij niet vergeten’.

Brothers in arms, Noorderbegraafplaats Hilversum  (Foto: Ed Vermeulen)  

5 mei 1945: de dag dat het Duitse leger capituleerde. Vijf lange oorlogsjaren voorbij. Wat bleef zijn de verhalen: sommige enigszins gekleurd door de tijd, soms ook van nieuwe, pas ontdekte, elementen voorzien. Ook werd veel niet verteld: bewust of onbewust verzwegen of simpelweg omdat we het ’toen’ niet wisten of niet wilden of konden weten. Ook in Baarn…

Een steen voor Loterijman: op 27 april 1945 werd in het Baarnse Bos, recht tegenover villa Medan aan de lt. Gen. van Heutszlaan de joodse tandarts Aaron Loterijman vermoord door SD man Willi Kula en begraven op slechts enkele meters van het toenmalige bosgraf van de twee dagen eerder, op 25 april, eveneens door  Kulla, vermoorde dorpsgenoot Ernst Richard van Kempen.

Een laan - en tuinbreedte verwijderd van villa Medan  (Foto: Ed Vermeulen)

Al tientallen jaren ligt op deze beladen plek een herdenkingssteen met daarop de woorden: ’Hier viel voor Koningin en Vaderland, Ernst van Kempen’.  De woorden ’Vermoord door de bezetter’ waren dichter bij de realiteit geweest.

Vermoord door de bezetter  (foto: Ed Vermeulen)

Waar het verhaal over de wrede en uiterst tragische dood van Ernst van Kempen, het gevolg van een bizarre, in jeugdige overmoed, gemaakte inschattingsfout, voor altijd in de  Baarnse oorlogsgeschiedenis is vastgelegd, is Loterijman collectief vergeten of beter gezegd: nooit aan ons aller herinnering toegevoegd. Dit ondanks het feit dat ook zijn graf in juni 1945 is gevonden, hijzelf werd geïdentificeerd en zijn stoffelijk overschot werd herbegraven op de Baarnse Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan. Het zou tot 25 april 2018 duren tot een door muzikant, verhalenverteller en filmmaker Leon Giesen (Mondo Leone) gestarte zoektocht naar deze moord werd afgesloten met de onthulling van, opnieuw, een herdenkingssteen in het Baarnse Bos: de steen voor Loterijman. 

Licht na duisternis:  Raimond Giard, achterneef Loterijman, (l) en burgemeester Mark Röell, links van Giard,  Leon Giesen
(Foto: Roeland de Bruyn)

Een steen voor Loterijman (foto: Ed Vermeulen)
                                                                                                                                                                 
Afgemarcheerd…op weg naar huis
Afgemarcheerd: in het door Ronald Polak geschreven en door de Historische Kring Leusden in 2018 uitgegeven boek ’Afgemarcheerd’ wordt de ontwapening en de terugtocht naar Duitsland van enorme aantallen Duitse troepen vanuit onze regio in de periode 9 tot 23 mei 1945 beschreven.

Dat deze in onze contreien gelegerd waren was bekend, zelfs een hele divisie! (de Hermann Göring Paradivisie) De in het boek  genoemde aantallen en gebeurtenissen liegen er niet om. Maar de totale herinnering aan deze immense operatie was heel duidelijk naar de achtergrond geraakt en inmiddels teruggebracht tot een bijna eindeloze reportage zwart/wit foto’s en een enkele in kleur met daarop voorbijtrekkende Duitse soldaten langs onder meer het voormalige Hotel Trier en de Biltseweg. Mogelijk speelde hier het gevoel: ’de oorlog is voorbij, ze zien maar hoe ze (de Duitsers) thuiskomen’ een rol. Het boek Afgemarcheerd vertelt het complete verhaal!

Duitse troepen passeren Hotel Trier (nabij Soestdijk)   (Coll. Historische Kring Baerne)

Christoffel Pullmann: Vorwärts Kameraden, ihr müsst zurück  (Coll. Historische Kring Baerne)
2PK vervoer, Duitse militairen met paard en wagen langs de Biltseweg  (Coll. Historische Kring Baerne)

Tragedie nabij Paleis Soestdijk, 10 mei 1945: nu we dit alles weten wordt ook, opnieuw, duidelijk dat er bij deze ontwapening  een uiterst tragisch, door een ontploffende mijn veroorzaakt ongeval, dat aan geallieerde zijde aan dertien manschappen en een niet nader gespecificeerd aantal Duitse soldaten (inclusief de veroorzaker van het ongeval) het leven heeft gekost, heeft plaatsgevonden. Toegegeven: aan dit drama wordt in Hilversum ruim aandacht gegeven,  maar gaat verder geheel en al aan Baarn voorbij.  Dit ondanks het feit dat het plaats vond op, toen, Baarns grondgebied. We weten inmiddels alles over de onderduikers in De Vuursche bossen, maar over dit tragische ongeval wordt in de Baarnse oorlogsherinnering niet of nauwelijks gerept. Een aantal maanden na de presentatie van het boek ‘Afgemarcheerd’ kreeg ik de tekst onder ogen van een in een rapportvorm vastgelegd verslag over deze tragedie, opgemaakt door toenmalig geallieerd soldaat en één van de ooggetuigen: John ’Dixie’ Dean, sergeant majoor van het Leicestershire Regiment (onderdeel van ’The 49th (West Riding) Infantry Division: The Polar Bear Division). Ik volsta met het weergeven van de volledige, vanuit het Engels vertaalde tekst van zijn verslag, waarvan de inhoud voor zich spreekt…


Regimental sergeant major
John Robert ’Dixie’ Dean (1918-2010)
(Foto: internet)
John ‘ Dixie’ Dean: Tragedie na victorie, Hilversum 10 mei 1945. Op zaterdag 5 mei 1945 bevond het 1e Bataljon van het Leicestershire Regiment zich in het gebied rond Lunteren in Nederland. Het was de dag, dat de populaire (oud) Commandant, Luitenant Kolonel P.A.B. Wrixon, ons bezocht. Hij werd door de soldaten die onder hem gediend hadden in Hickley, de East Coast en Purley hartelijk verwelkomd. Op maandag 7 mei vertrokken wij uit Lunteren om na een stop onderweg op 9 mei in Hilversum aan te komen. Bij aankomst zagen we grote aantallen Duitse troepen tegen wie we het eerder bij onze tocht door Nederland op hadden moeten nemen. Het was vreemd zoveel Duitsers te zien, zonder dat wij met hen het gevecht hoefden aan te gaan! Hun transportcolonne bestond hoofdzakelijk uit door paarden getrokken wagens, die er in vergelijking met onze eigen militaire voertuigen nogal ouderwets uitzagen.

Tijdens onze aankomst in Hilversum werden wij letterlijk omringd door een uitzinnige menigte. Hun gastvrijheid ten opzichte van ons werd al snel duidelijk en korte tijd later was ons bataljon goed ingekwartierd.




Bren Gun Carrier nabij Hilversum, mei 1945
Onze Ondersteunings Compagnie werd ondergebracht in een school en al snel stond het schoolplein vol met onze militaire voertuigen. De Duitsers hadden de bevolking van nagenoeg alles beroofd en de mensen leden honger. De autoriteiten realiseerden zich dit terdege en direct na het afkondigen van de wapenstilstand reden vrachtwagens geladen met voedsel naar alle uithoeken van Nederland.

De vijand werd bijeengebracht en afgevoerd naar hiervoor bestemde gebieden, waar zij hun wapens moesten afgeven en werden gefouilleerd. Op 10 mei begonnen wij met onze opdracht: het ontwapenen van de Duitse troepen in ons gebied. Wij stelden vast dat zij behoorden tot de ‘Hermann Göring Para Divisie, met wie wij al eerder in gevecht geweest waren.

Manschappen van de Hermann Göring Paradivisie op weg naar ontwapeningsplek 
(Fotograaf onbekend, Coll. Historische Kring Baerne)
Het ontwapeningsgebied was gelegen in een terrein een paar kilometer buiten Hilversum. Na een voorspoedig begin werd ons Bataljon al kort daarna geconfronteerd met een tragedie. Toen de Duitsers op het terrein aankwamen, gaven zij onder toezicht van onze Ondersteunings Compagnie eerst hun geweren en kleine wapens af om daarna door te lopen voor het afgeven van machinegeweren en mijnen. Tenslotte moesten zij naar de overkant van het terrein om hun verbindingsmateriaal en overige uitrustingsstukken in te leveren.

Ingeleverde uitrustingsstukken langs de Biltseweg  (Fotograaf: G.Niestadt,
uitgegeven als prentbriefkaart door fotohandel A. de Groot, Hilversum)     




De opdracht aan mijn peloton was de Duitsers het werk te laten doen. Korte tijd later kwam een gesloten paard- en wagen met aan de achterkant een deur het terrein op. Ik liep naar de achterkant van dit voertuig. De voerman zei dat hij broodrantsoenen voor de Duitse troepen bij zich had. Hij moest van mij de deur aan de achterkant openen en ik zag dat de wagen inderdaad tot de helft gevuld was met brood. De voerman wilde de deur weer snel dichtdoen, waarop ik achterdochtig werd en hem al het brood liet uitladen. Geen wonder dat hij zo vreemd deed: onder het brood vond ik een vierkante houten kist, van ongeveer 45 bij 45 cm, vol met pistolen, hoofdzakelijk Lugers!  Ik nam de kist met wapens in beslag, liet hem het brood weer terugleggen in de wagen en liet hem verdergaan. Ik ging terug naar de plek waar mijn mannen aan het werk waren.

Wapentuig op terrein in het bos nabij Lage Vuursche  (Fotograaf onbekend, coll. Wigger K.F. van der Horst)
Even nadat ik daar was aangekomen kwam een vrachtwagen met aanhangwagen het terrein opgereden. Ik liep  ernaar toe en gaf de bestuurder aanwijzingen naar het uitlaadpunt te rijden. De vrachtwagen was hoofdzakelijk beladen met mijnen en granaten. Een compagnie soldaten was lopend het terrein opgekomen en ik ging naar hen toe. Toen ik dichterbij was gekomen vond er een enorme explosie plaats. Ik werd, samen met een aantal Duitsers die bezig waren hun geweren op te stapelen, onderste boven geblazen. Gelukkig ongedeerd kwam ik overeind  en rende naar de vrachtwagen, die door de explosie, samen met de aanhanger op zijn kant was geblazen. Ik stelde vast dat er een krater van ongeveer 1.80 meter diep en een doorsnede van 3.50 meter was ontstaan.

Ik zette de versufte overlevenden aan het werk om te trachten de gewonden uit de wrakstukken te bevrijden. Jammer genoeg waren het er maar een paar. Na het afroepen van de namen werd duidelijk dat er elf man van het Mortierpeloton en twee van het Antitank peloton werden vermist en zeer waarschijnlijk omgekomen waren. Ook een aantal Duitsers kwam om bij de explosie. De enige van het Mortier peloton die het, alhoewel zeer zwaar gewond, hadden overleefd waren soldaat Jack Knight samen met sergeant Gosling. Voor zover Knight ons kon vertellen, zag men dat een Duitser die bezig was met het uitladen van de vrachtwagen een Teller-mijn, (gebruikt om de rupsbanden van tanks te vernietigen), op een stapel mijnen, die al eerder was uitgeladen, heeft gegooid. Deze of één van de opgestapelde mijnen moet hierbij zijn geëxplodeerd. Als de ontsteking niet in de mijn had gezeten, zou het vrijwel onmogelijk zijn geweest dat deze geëxplodeerd was. Dit werd bevestigd door een sergeant ammunitie-expert, die kort na de tragedie op de plek des onheils was aangekomen. Het was, aangezien de Duitser die de mijn gooide ook was omgekomen, onmogelijk om een meer nauwkeurige omschrijving te geven van het gebeurde. Of het explosief met opzet is gegooid om slachtoffers te maken onder de Engelse soldaten en of de ontsteking was ingesteld zal nooit aan het licht komen.
Deze tragische gebeurtenis viel iedereen en met name de mannen van het Mortierpeloton die zoveel kameraden hadden verloren bijzonder zwaar. Na de landing op de stranden van Normandië  waren met zij met zijn allen zonder verdere verliezen opgetrokken om nu, een paar dagen nadat alles voorbij was, hun leven op deze zeer tragische wijze te verliezen.

Teraardebestelling Engelse militairen op de Noorderbegraafplaats te Hilversum
(Foto: mevr. A.v.d.Leeden-van Huis,  Eigen Perk 1994/4)
Op 12 mei werden de omgekomen soldaten begraven op de begraafplaats in Hilversum, waar zij tot op dag van vandaag hun laatste rustplaats hebben. Oprecht medeleven ondervonden wij tijdens het voorbijrijden van de vrachtwagens met de doodskisten van de langs de route verzamelde Nederlanders die met bloemen uiting gaven aan hun gevoelens.

Nabeschouwing Hilversum
Toen ik na de explosie de lijst met namen afriep, werd mijn aandacht getrokken door een Nederlandse burger die in het midden van het terrein naast ons stond te zwaaien. Ik stuurde iemand naar hem toe om te vragen wat hij wilde. Toen deze terugkwam vertelde hij dat er een lichaam gevonden was. Ik ging er naar toe en vond er het lichaam van ongetwijfeld een Britse soldaat. Het bleek het lichaam te zijn van soldaat H. Hall, ‘seiner/verbindingsman’ die sinds de landing in Normandië was toegevoegd was aan het Mortierpeloton. Een prima kerel die zijn werk tijdens onze lange reis sinds de landing uitstekend had verricht. De kracht van de explosie kan worden afgemeten aan het feit, dat zijn lichaam meer dan 80 tot 90 meter van de krater verwijderd was. Op zondag 13 mei, de dag na de begrafenis, ontbood de Adjudant, Kapitein John Stevenson de Commandant van het Antitankpeloton en mijzelf. Hij zei dat er een bericht van het Hoofdkwartier was ontvangen met betrekking tot een Duitse eenheid die eveneens een aantal slachtoffers had gemeld ten gevolge van de explosie. Zij hadden een lichaam weggehaald, waarvan zij vermoedden dat het mogelijk één van onze mensen betrof. Ons werd opgedragen bij deze Duitse eenheid langs te gaan en om dit alles te verifiëren. Bij aankomst werden wij meegenomen naar een plek waar het lichaam neergelegd was, maar identificatie bleek onmogelijk. Ik zag weliswaar een Britse laars, broek en slobkous, maar deze waren niet gemerkt met een legernummer. Wij gingen terug naar onze eenheid en brachten verslag uit aan de Adjudant. Later hoorden wij dat het lichaam onder toezicht van de Commonwealth War Graves Commission (C.W.G.C)) was begraven op de begraafplaats in Hilversum.

Brothers in Arms: May they rest in peace – Mogen zij in vrede rusten (foto's graven: Ed Vermeulen,
foto teraardebestelling 12 mei 1945: Foto: mevr. A. v.d. Leeden-van Huis (via Eigen perk 1994/4))




Met trots herdenken wij onze omgekomen kameraden: 

Mortierpeloton: Private T.V.H. Atkin, Corporal J. Fisher, Private H. Hall, Private L.C. Hart, Lance Sergeant O.W. Hartshorn, Private V.G. Langley, Private E.C.  Obeney,Lance Corporal S. Onion, Private D.E. Wain, Lance Corporal R.J. Walley, Corporal L. G. E. Whitehall en van het Antitankpeloton: Private R.H.C. Hyde en Private R. Wood.

Tot zover het verslag van John Robert Dean

Ten leste: over dit tragische ongeval werd in de dagen erna niets geschreven: niet in de lokale, noch in de nationale pers. Omdat alle slachtoffers militairen waren en het ongeval tijdens een militaire actie plaats vond bleef publicatie van het nieuws zeer waarschijnlijk beperkt tot militaire berichtgeving. Dit alles leidde uiteindelijk ook tot het verslag van John ’Dixie’ Dean. Hieruit wordt duidelijk dat ook Duitse militairen bij het ongeval zijn omgekomen. Van twee van hen zijn de namen bekend: Obergefreiter Franz Rauecker  en Gefreiter Max Salzinger. Dertien Engelse soldaten en zeker twee Duitsers: het was nog maar kort geleden dat zij  elkaar op leven en dood hadden bevochten. Zij overleefden de oorlog, maar kwamen nooit meer thuis. Tientallen jaren later werd, na diepgaand onderzoek de exacte locatie van de explosie in het ontwapeningsgebied gelegen aan de Biltseweg, in 1945 Baarns grondgebied nu Soest, vastgesteld. Het was in de dagen net voor 5 mei 1945 en kort daarna, dat er in Baarn iets is gebeurd: de moord op Loterijman, de ontwapening van de Duitse troepen nabij Paleis Soestdijk en de daarbij plaatsgevonden explosie.

Dank aan: de heren Wigger K.F van der Horst, Apeldoorn, en Kees Salwegter, Hilversum, Jan P.C. Veldhuizen, Soest voor het delen van hun herinneringen en documentatie

Bronnen: 
John Dean: ‘The Polar Bear News’: Nieuwsbrief van de ’49th (West Riding) Infantry Division Association’, 62nd Anniversary of D-Day - ‘Lest We Forget’ - June 2006
Leon Giesen: Mondo Leone – de moord op Arnold Loterijman
Richard de Mos:  Oorlogstragedie te Soestdijk zonder monument, gepubliceerd in VAN ZOYS TOT SOEST (tijdschrift van de Historische Vereniging Soest )34-3  (2013) 
Ronald Polak: Afgemarcheerd, uitgave Hist. Kring Leusden 2018

Titel: vrij naar ’Er is in Rome iets gebeurd’ van Sándor Márai 













Ed Vermeulen (1942)









Dit verhaal verscheen op maandag 6 mei 2019 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren 


‘Vandaag is morgen alweer gisteren’ is een initiatief van de Historische Kring Baerne en Stichting Groenegraf.nl en verschijnt periodiek op maandag in de Baarnsche Courant en in het weblog van Groenegraf.nl. De verhalen worden afwisselend geschreven door 
Ed Vermeulen en Eric van der Ent. 

Wilt u meer lezen over oud Baarn?

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com