vrijdag 20 september 2019

Tuinbouwhuis Timmer

Tuinbouwhuis Timmer (door Eric van der Ent in 2013)

Het tuinbouwhuis Timmer zullen veel oudere Baarnaars zich nog wel herinneren. Het was te vinden op de hoek van de Zandvoortweg en de Johannalaan (later Essenlaan). De laatste jaren werd de winkel gerund door Johan Gerard (Joop) Timmer (1927-2011), zoon van Yke Jan Timmer (1897-1964) en Phlippina Janna Frederika van Brummelen. Joop zette het bedrijf van zijn vader Yke voort die het op zijn beurt weer overgenomen had van zijn vader Johannes Timmer (1859-1927) echtgenoot van Albertina Rippen.
Firma Timmer, Zandvoortweg 41 op de hoek met de Johannalaan in 1934.

Volgens het adresboek van 1917 zat het bedrijf oorspronkelijk aan Zandvoortweg 13. Ik weet niet of de nummering van de Zandvoortweg veranderd is, maar nu is Zandvoortweg 13 de helft van een dubbel woonhuis. In 1927 was het bedrijf in ieder geval op de hoek Zandvoortweg / Johannalaan te vinden op het adres Zandvoortweg 41, want Joop en zijn zus Truus zijn beiden geboren op dat adres. Joop had nog een oudere broer Jan en een jongere broer Ab.

Volgens het bord op bovenstaande foto heette het bedrijf destijds Firma J. Timmer en Zn. bloemisterij en zaadhandel, aanleg- en onderhoud van tuinen. Ik vermoed dat J. Timmer de oude Johannes Timmer is en de zoon zal dan Yke Timmer zijn. Johannes zal op Zandvoortweg 13 gewoond hebben en toen Yke zelfstandig ging wonen kwam hij op Zandvoortweg 41 te wonen. Johannes stierf in 1927 op 67-jarige leeftijd, dus rond die tijd zal ook de firma Timmer naar nummer 41 verhuisd zijn.
In de tijd dat ik het bedrijf kende (ik ben nog een jonkie van 47 jaar oud) was Joop jr. eigenaar. Het was al geen bloemisterij meer, aanleg van tuinen deed hij ook niet meer. Wel verkocht hij zaden, tuingereedschap, dierbenodigdheden etc. Op de gevel prijkte toen de naam 'Tuinbouwhuis'.

Adriaan Mijndert Rebel, waarschijnlijk bij
Firma Timmer aan de Zandvoortweg in Baarn.
Van dhr. J.M. Rebel uit Lelystad ontving ik nog deze foto rechts waarop zijn vader Adriaan Mijndert Rebel (1914-2000) te zien is. Dhr. Rebel vermoedt dat de foto genomen is bij zaadhandel Timmer. Naar schatting is de foto in de jaren dertig van de vorige eeuw gemaakt. De locatie zou daarom Zandvoortweg 41 moeten zijn. Zijn er mensen die dat kunnen bevestigen? Herkent u de kassen? Het zou tevens leuk zijn als we nog een mooie oude foto van de familie Timmer zouden kunnen plaatsen.


vrijdag 13 september 2019

Roken op Baarnse scholen


Roken op Baarnse scholen
Door Eric van der Ent

Als je zo vaak oude krantenberichten leest als ik, dan kom je nog wel eens wat vreemde berichten tegen. Op onze site zijn al verschillende van dat soort vreemde krantenberichten de revue gepasseerd, zoals: Baarnaar verdronken in een emmer water en Ierse persfotograaf op zoek naar muizen-etende Baarnaars.

Onlangs stuitte ik op een bericht uit de Gooi- en Eemlander van 22 november 1913 waar ik toch wel even stil van werd. Natuurlijk weet ik wel dat over roken vroeger minder moeilijk gedaan werd dan tegenwoordig. Sterker nog, aanvankelijk werd roken ook ingezet als geneesmiddel. Zo werd het gebruikt tegen verkoudheid, astma, reuma, koorts, slangenbeten, zweren en zelfs syfilis. Ik heb wel advertenties gezien waarin het roken gestimuleerd werd omdat dat het vastzittende slijm zo lekker losmaakte en dat zo eenvoudig opgehoest kon worden. 

Tijden veranderen dat blijkt maar weer eens.
Ik heb verschillende foto’s van mijn opa, Willem de Ruiter (1915-2002), waar hij als jonge knaap van nog geen zestien jaar oud, rokend op staat. Over roken werd dus gemakkelijker gedacht dan tegenwoordig, dat is duidelijk, maar dit krantenbericht uit 1913 schudde mij wel even wakker. Een plaatselijke commissie van schooltoezicht in Baarn liet op de Baarnse scholen onderzoeken hoe het zit met het rookgedrag van kinderen op negen Baarnse scholen. In het krantenartikel wordt uit de doeken gedaan wat de uitkomsten van het onderzoek zijn.

Op bijna alle negen scholen in Baarn wordt door kinderen gerookt. Van de 774 mannelijke leerlingen is wel eens gerookt of wordt gerookt door 260 leerlingen. Dat is dus een derde van de mannelijke leerlingen! Er wordt ook een opsplitsing naar leeftijd gemaakt:
1e leerjaar: 6 à 7 jaar oud: 14 leerlingen
2e leerjaar: 7 à 8 jaar oud: 20 leerlingen
3e leerjaar: 8 à 9 jaar oud: 36 leerlingen
4e leerjaar: 9 à 10 jaar oud: 54 leerlingen
5e leerjaar: 10 à 11 jaar oud: 65 leerlingen
6e leerjaar: 11 à 12 jaar oud: 65 leerlingen

In het 5e en 6e leerjaar blijkt het percentage onder de jongens zelfs rond de 50% rokers te liggen. We spreken hier dus over kinderen van 12 jaar en jonger. Ik vind dat schokkend. Wist u dat dat zo was? In het artikel wordt verder ingegaan op de wijze waarop de Prinses Julianaschool maatregelen neemt tegen het roken van kinderen.  Zij zenden een ‘circulaire’ aan de ouders van de betrokken jongeren met de waarschuwing dat hun kind rookt. De commissie van onderzoek beveelt die wijze van maatregelen nemen ook aan bij andere scholen hoewel zij de wijze van bestrijding op de scholen vrij wenst te laten. 
Rokende kinderen

Men hoopt dat het roken op scholen zodoende binnenkort niet meer voorkomt, zodat het ook niet nodig zal zijn een wettelijk verbod voor roken door kinderen uit te vaardigen. In het artikel wordt overigens alleen gesproken over roken door jongens. Hoe het met de meisjes zat weet ik niet, maar ik stel me zo voor dat het roken door meisjes in die tijd vrijwel niet gedaan werd.



geplaatst door L.J.A.Bakker

vrijdag 6 september 2019

Straten in Baarn vernoemd naar Baarnaars


Straten in Baarn vernoemd naar Baarnaars, Wijkamplaan
Door Eric van der Ent.

De Wijkamplaan, tussen Torenlaan en Oosterstraat heette tot begin jaren vijftig van de vorige eeuw Eikenboschweg, dat zullen de oudere Baarnaars zich nog wel herinneren. Oorspronkelijk was het een pad dat vanuit Baarn de Oosterhei op liep, en met Oosterhei bedoel ik ook echt de heidevelden. Jazeker, de wijk Oosterhei heet niet zomaar zo, het was van oorsprong echt heidegebied waar schaapherders hun schapen lieten grazen. 

de begraafplaats aan de Wijkamplaan

Rond 1920 kwam de wijk Oosterhei tot ontwikkeling. In die jaren werden de meeste woningen daar gebouwd. In 1919 kocht de gemeente grond van H.M. de Koningin-Moeder aan de Torenlaan en de Eikenboschweg om daar de nieuwe algemene begraafplaats aan te leggen. De woningen aan de Eikenboschweg hadden enorme tuinen voor de huizen. Later zijn die tuinen verdwenen en is er plantsoen voor in de plaats gekomen. Begin jaren vijftig werd besloten om de Eikenboschweg om te dopen tot Wijkamplaan.

 Dhr. Wijkamp was in Baarn een zeer geliefd man die zich inzette voor de zwakkeren in de samenleving. Bernardus Johannes Josephus Wijkamp werd geboren op 11 maart 1879 in Zwolle als zoon van Martinus Hendrikus Wijkamp en Alexandrina Hendrica Maria van Aalderen. Vader Martinus was chef in een ijzergieterij. Dhr. Wijkamp begon zijn loopbaan in 1898 als onderwijzer op de openbare school (Oosterschool) in Baarn. Dat beroep zou hij tot 1921 blijven uitoefenen. Daar leerde hij ook zijn echtgenote kennen, Lena Wilhelmina Goudswaard (1877-1975), geboren Baarnse en dochter van rijtuigschilder Jan Goudswaard en Henriette Cornelia Rodi. Het echtpaar ging wonen in de Verlengde Dalweg (Berkenweg). 
De Oosterschool met recht dhr. Wijkamp

In 1905 werd Wijkamp secretaris van de SDAP, de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, afdeling Baarn. De SDAP ging in 1946 op in de PvdA. Zijn politieke kleur was dus overduidelijk rood. Hij zette zich in voor de rechten van de gewone arbeider. Rond 1919 werd hij voorzitter van de afdeling Baarn en later zelfs van het gewest Utrecht. Hij werd de eerste en een belangrijk socialistisch gedeputeerde van Utrecht. Van 1921 tot 1941 zou hij lid van Gedeputeerde Staten van Utrecht blijven. In de jaren twintig was hij lid van de Tweede Kamer voor de SDAP.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Wijkamp geïnterneerd in een gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel, waar hij van juli 1942 tot 1943 vastgezeten heeft. Na de bevrijding werd hij lid van het noodparlement en waarnemend Commissaris van de Koningin van de Provincie Utrecht. Vanaf 1946 was hij lid van de gemeenteraad in Baarn en wethouder van Baarn, tot aan zijn dood in 1951.

Dhr. B.J.J. Wijkamp (1879-1951)
Een indrukwekkende, maar 'omgekeerde' loopbaan. De meeste politici vangen hun loopbaan lokaal aan, in de gemeenteraad, om daarna hun loopbaan in de provinciale- en landelijke politiek voort te zetten. Wijkamp eindigde juist zijn loopbaan op lokaal niveau en deed dat met hart en ziel. Naast zijn politieke loopbaan zette hij zich in voor tal van sociale doelen. Zo zette hij zich zijn leven lang in voor de drankbestrijding en vervulde hij vele functies op gebied van volksgezondheid. 

Hij richtte in 1902 de Vereniging tot Afschaffing van alcoholhoudende dranken op, waarvan hij 35 jaar lang bestuurslid was. Op 23 juni 1951 stierf Bernardus Johannes Josephus Wijkamp op 72-jarige leeftijd.  Dhr. Wijkamp werd op 27 juni 1951 begraven op de nieuwe algemene begraafplaats. Zijn enorme staat van dienst, maar vooral zijn hart voor de minder bedeelden waren aanleiding om een straat in Baarn naar hem te vernoemen. Zo kon het gebeuren dat Dhr. Wijkamp nog steeds rust op de begraafplaats aan zijn eigen laan: de Wijkamplaan.



geplaatst door L.J.A.Bakker


maandag 2 september 2019

Baarn op de wereldzeeën (deel 2)

Een Baarns verhaal met een nautisch tintje.
Plaatsgenoten (een gesprek bij de Historische Kring Baerne, een ontmoeting in Beirut, een herinnering)

door Ed Vermeulen



Gesprek, ontmoeting en herinnering
Ten eerste: Historische Kring Baerne 
Ik vertelde het u al eerder: op de woensdagmiddagen verricht ik hand- en spandiensten in het uitgebreide fotoarchief van de Historische Kring Baerne (HKB). Het beeldarchief van de HKB omvat meer dan 18.000 (!) veelal unieke foto’s. Helaas ontbreekt bij een aanzienlijk aantal daarvan naam en plaats. U raadt het al: hier ligt een schone taak voor een toegewijde vrijwilliger, die zoals in mijn geval, weliswaar in 1942 elders geboren, de status van Baarnaar A.D. 1944 heeft bereikt. Ik  doe dit, mocht u dit denken, niet alleen, maar samen met andere betrokken collega’s, ingebed in de afdeling ’Oudheidkamer’. Ieder met zijn of haar eigen taak. Allen delen de liefde en belangstelling voor het Baarn van vroeger. Naast de werkzaamheden in het fotoarchief sta ik ook allerlei bezoekers op zoek naar beelden van vroeger te woord. Dit levert interessante en vermakelijke gesprekken op, die een hoog ’weet je nog van toen’ of om in de stijl van de onvergetelijke Baarnkenner Cees van de Steeg te spreken ’hiero en daaro’ gehalte hebben. Dit alles onder het genot van een kop thee met een prima ’seizoensgebonden’ koekje er bij. Geschiedenis en gezelligheid kennen geen tijd!


Westerstraat: correcte straat, verkeerde foto  (Coll. Historische Kring Baerne)
  
Op een woensdagmiddag in november, nu een paar jaar geleden, stond ik een bezoeker te woord die mij vertelde op zoek te zijn naar een foto van een huis in de Westerstraat (verbindingsstraat tussen de Noorder- en de Oosterstraat: heette in vroeger tijden Oosterdwarsstraat en werd ook wel Moffensteeg genoemd). Knap bedacht overigens door de gemeentelijke stratenplanners van weleer en ja, er is ook een Zuiderstraat. De bezoeker stelde zich voor als Staal. Dan denk je natuurlijk bij het horen van deze ijzersterke familienaam als eerste: Staal, boerderij op de Zandvoortweg!

Boerderij van Staal, Zandvoortweg (Coll. Historische Kring Baerne)
Vanzelfsprekend raak geschoten: inderdaad een telg uit deze bekende Baarnse familie. Helaas vonden we niet de gezochte foto, maar wel voldoende aanknopingspunten voor het delen van een herinnering. Op mijn vraag namelijk of hij een Cees Staal kende, ooit, eind vijftiger, begin zestiger jaren van de vorige eeuw, werkzaam bij Cafetaria Rodenrijs in de Laandwarsstraat, later gaan varen, antwoordde hij bevestigend en voegde er aan toe: ’Cees is een neef van mij, helaas dit jaar overleden. Waarom vraag je dit, ken je hem?’



Cafetaria Rodenrijs…plaats van ontmoeting en smakelijke happen (Coll. Historische Kring Baerne)
Baarnaars op de wereldzeeën

Voor de zoveelste keer vertelde ik het verhaal van mijn bijzondere ontmoeting met mijn mede Baarnaar in het Beirut van de jaren zestig van de vorige eeuw. Ik had hem gekend zoals bijna alle Baarnaars van toen elkaar kenden en kende je elkaar niet, dan (her)kende je elkaar toch. Duidelijk andere tijden. Even tussendoor: in de jaren 1959-1969 voer ik als stuurman bij de Rotterdamse rederij van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaartmij., kortweg Nigoco genoemd. In het jaar 1964 maakte ik, net een tweetal weken getrouwd, als 3e stuurman een reis op het mooie m.s. Alchiba, één van een serie van vijf identieke schepen, gebouwd in de jaren 1959-60 en voorzien van wonderschone sterrennamen als Alamak, Algorab, Alnitak en Aludra.




Januari 1964, onder de paraplu van de altijd
goedlachse Wim Kuijer vanuit Laanstraat 66a
op weg naar Laanstraat 1
(Coll. Marty Vermeulen)

Het was een soort huwelijksreis, maar dan wel eentje zonder de bruid: een reis die begon op 12 februari in onze thuishaven Rotterdam en eindigde op 1 september van hetzelfde jaar in Marseille. 

m.s. Alchiba in Marseille, onze tijdelijke thuishaven (Coll. Ed Vermeulen)

Via de USA, Middellandse Zee en Suezkanaal naar de Perzische Golf( in het spraakgebruik op de vloot Pé Gé), met voor ons als voornaamste aanloophavens Kuweit, Mina al Ahmadi en Khorramshar aan de rivier Shatt-el-Arab. Dat de PéGé in de op het Arabisch schiereiland gelegen landen de Arabische golf wordt genoemd is slechts een detail en niet meer dan logisch. Deze route, waarbij uiteraard de Straat van Hormuz (!) werd gepasseerd werd tweemaal afgelegd, waarbij ook in de Middellandse zee een flink aantal havens werden aangelopen. Eén daarvan was Beirut, de flamboyante hoofdstad van Libanon, nog niet geteisterd door de vreselijke burgeroorlog in later jaren. Beirut werd het toneel van een opmerkelijke ontmoeting! 

Beirut 1964: een ontmoeting
Het m.s. Alchiba vanuit New York op weg naar de Perzische Golf: de eerst aan te lopen haven (first port of call): Beirut, parel van de Levant. Onze opdracht: het lossen van stukgoed. Bij aankomst Beirut was er post: een brief van mijn geliefde met naast liefdevolle teksten en beschrijvingen van het dagelijkse Baarnse leven ook de opdracht uit te kijken naar het m.s. Neder Rijn van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN). Hier zou Willem (Wim) de Ridder, ras Hagenees, en baksmaat tijdens mijn opleiding op de Kweekschool voor de Zeevaart aan boord zijn. 

1960: Partytime op de Kweekschool voor de Zeevaart!
Op rechts Wim de Ridder  (Coll. Ed Vermeulen)
Met daarbij de mededeling dat Willem mogelijk de nautische dienst verwisseld zou hebben voor de civiele dienst, waar hij nu de functie van hofmeester vervulde. Uitkijken naar: makkelijk gezegd, maar hoe? De haven van Beirut was redelijk overzichtelijk, maar wel groot! Tijdens het werk aan dek ging ik regelmatig even, gewapend met een kijker, naar het schavotje (dak van het stuurhuis) en jawel, kort na pikheet (zeemanstaal voor koffietijd) werd de Neder Rijn, buitengaats voor anker liggend, door mij gespot.

Haven van Beirut

Aan het eind van de ochtend ging het schip ankerop, om korte tijd later, ditmaal in de binnenhaven, weer opnieuw het anker te laten vallen. Het toeval wilde dat wij ons gemotoriseerde en altijd inzetbare werkbootje, in verband met werkzaamheden buitenboord, in het water hadden liggen. Een paar welwillende collega’s brachten mij met dit kleine, uiterst betrouwbare bootje naar de Neder Rijn. Na de dienstdoende wachtsman van mijn oprechte bedoelingen overtuigd te hebben klom ik via een uitgehangen gangway aan boord en werd door mijn inmiddels ingeseinde maat Wim allerhartelijkst begroet. Een gezellige middag volgde, we hadden veel bij te kletsen over de ‘goede oude tijd op de Kweekschool en daarbij behorende feesten, partijen en verkeringen’ en vervolgens werd ik, naar goed zeemansgebruik, uitgenodigd om te blijven eten. Gezellig natuurlijk. Om onze telefonisch van hut naar kombuis doorgegeven bestelling, Wim sprak van een warme hap, op te halen verplaatsten we ons een dek lager, waar naar ik mij meen te herinneren, vlak bij de ingang van de kombuis een  doorgeefluik was, waarachter door de kok van dienst, onze borden werden gevuld met het menu van de dag. Het was mijn beurt. Opeens verscheen er vanuit het luik een hoofd en werd ik aangesproken met de woorden: ’Hé, jij komt toch uit Baarn? Je kent me toch nog wel?’ Ik stond perplex, alle relais in mijn hoofd schakelden op volle toeren en opeens begon het te dagen: de stem behoorde toe aan Cees Staal, ooit, in de jaren dat ik zelf in de Laanstraat woonde, werkzaam bij Automatiek Rodenrijs in de Laandwarsstraat, hij had er zelfs gewoond, nu kok bij de SMN. Bij hem had ik menig uiterst smakelijke kroket, bal gehakt, slaatjes en andere (gefrituurde) lekkernijen aangeschaft en opgepeuzeld. En nu was hij opnieuw degene die mijn ’bordje’ vulde en mijn trek stilde. Ik stond perplex! ’Eet smakelijk, zie je straks nog wel’ voegde Cees mij met een grote grijns toe. In de hut van mijn vriend Wim (de hofmeester) deden we ons tegoed aan de kookkunsten van kok Staal die zich nadat de kombuis aan kant was gemaakt bij ons voegde. Onder het genot van een ijskoud biertje volgde een geanimeerd gesprek over allerlei typisch Baarnse onderwerpen: van Rodenrijs sr. die zelf nog als kok op de sleepboten van Wijsmuller had gevaren, het café en de automatiek in de Laandwarsstraat, de Florabioscoop, de Tivolibar in de Laanstraat naar de Zandvoortweg waar in mijn schooljaren de velden van BVV Baarn lagen, min of meer in de weilanden achter Cees’ ouderlijk huis. Uiteindelijk namen we met een welgemeend ’het beste en tot ziens’ afscheid van elkaar. Wim en ik praatten verder tot er op de deur geklopt werd en hij, in zijn functie als hofmeester, vereerd werd met een bezoek van de kapitein vergezeld van de 2e stuurman. Ik stelde mij, beleefd en met twee woorden (u en meneer) sprekend, voor als de 3e stuurman van het m.s. Alchiba en vertelde desgevraagd dat ik uit Baarn kwam. Wat er toen gebeurde: het kon niet waar zijn, maar was het wel, ook de kapitein, zijn naam was Meijer kwam uit Baarn en woonde nota bene een tweetal straten bij mij vandaan, op de Eemweg, nummer 19 naar ik mij herinner (bevestigd door een jaren zestig adresboek uit de uitgebreide bibliotheek van de HKB). Ikzelf woonde op De Ruyterlaan, om precies te zijn op no. 4. Met als grote verschil dat kapitein Meijer ongetwijfeld in een eigen huis woonde en ik, pasgetrouwd en met beperkte financiële armslag, op de bovenetage van een oude villa, toen in eigendom van de familie Dijkman. 

De Ruyterlaan 4, links boven was ons domein   (Coll. Ed Vermeulen)

Vakmanschap is meesterschap, chef kok m.s. Alchiba:
Bertus van Beest  (Coll. Familiearchief Van Beest)
Verschil moet er zijn natuurlijk en ook was maar weer eens bewezen dat de wereld kleiner is dan je over het algemeen denkt. Het gesprek verliep uiterst formeel, iets dat ik bij mijn eigen rederij, waar de toon duidelijk losser was, niet was gewend. Toen ook nog bleek dat de 2e stuurman uit Eemnes kwam, werd het mij te veel. Bang dat er nog meer plaats- en streekgenoten op zouden duiken nam ik afscheid van mijn vriend Wim en ging met een watertaxi terug naar de mij vertrouwde Alchiba. Hier was ik, zeker weten, de enige Baarnaar. Op weg naar mijn hut kwam ik langs de kombuis, waar ik mijn belevenissen van die dag deelde met onze eigen chef kok, de op de Nigocovloot alom gekende en gewaardeerde Bertus van Beest. 


Aandachtig luisterend en als altijd spontaan meelevend bood hij me een kop soep en biertje aan en sprak de woorden: ’op de enige Baarnaar aan boord van de Alchiba’. En zo was het maar net!

Ten leste: Historische Kring Baerne 2017
Terug in het hier en nu: het gesprek met bezoeker Staal nam een verrassende wending. Hij beloofde mij een copy van het overlijdensbericht van zijn neef Cees te sturen. Nog diezelfde dag ontving ik per e-mail het document, waarin het afscheid van het leven van oud scheepskok Cees Staal (Cornelis Johannes Gerardus) was vastgelegd: overleden op 24 juli 2017 te Hilversum, op de leeftijd van 77 jaar.


           m.s. Neder Rijn zoals afgebeeld op overlijdensbericht                                              Cees Staal  
Tot mijn grote verrassing toonde de kaart, naast een portretfoto van de overledene, ook een mooie afbeelding van het fraaie in 1962 gebouwde en in 1984 gesloopte m.s. Neder Rijn, het schip waarop Cees en ik elkaar, nu meer dan drieënvijftig (!) jaar geleden, naar nu bleek voor het laatst gezien en gesproken hadden. De tekst op de kaart werd afgesloten met de woorden: ’na afloop is er nog gelegenheid om te proosten op zijn leven’. De herinnering aan onze ontmoeting in Beirut waarbij we proostten op onze ontmoeting van toen flitste door mijn hoofd. Duidelijk was dat Cees de Neder Rijn in zijn hart had gesloten; een bekend verschijnsel: elke zeeman heeft zijn lievelingsschip. Op 24 juli 2017 is Cees aan zijn laatste lange reis begonnen. Met het gedicht ’Anker’, wenste ik hem een goede reis en een behouden vaart:  

Vergezichten, zilte poëzie
Anker*
Ik heb m’n laatste anker uitgegooid  
nu voor de laatste keer
m’n aflosser is onderweg
en ik, ik keer straks weer.  

M’n vertrek dat is aanstaande
doch ditmaal zonder vracht
ik mag hopen dat er boven
weer ’n scheepje op mij wacht.


*Anker: Uit de bundel ’Vergezichten, zilte poëzie’, tekst van Leo Bersee en foto’s van Willem H. Moojen. In 2007 uitgegeven door Lanasta

Dank aan: Ed Staal


Ed Vermeulen (1942)

















Dit verhaal verscheen op maandag 2 september 2019 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren 


‘Vandaag is morgen alweer gisteren’ is een initiatief van de Historische Kring Baerne en Stichting Groenegraf.nl en verschijnt periodiek op maandag in de Baarnsche Courant en in het weblog van Groenegraf.nl. De verhalen worden afwisselend geschreven door 
Ed Vermeulen en Eric van der Ent. 

Wilt u meer lezen over oud Baarn?

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com

vrijdag 30 augustus 2019

Villa Jojo en Dalheim


Villa Jojo en Dalheim
Door Eric van der Ent

Onlangs vond ik een bericht in een oude Gooi- en Eemlander van 27 september 1919 waarin een aantal huizen en bouwterreinen in Baarn te koop aangeboden werden. Het ging om de villa's 'Dalheim' en 'Jojo' staande aan de Dalweg hoek Verlengde Dalweg gemerkt 3 en 4 en nog een 'burgerwoonhuis' genaamd 'Ruimzicht' aan de Zandvoortscheweg gemerkt 1. Bovendien is er nog een hoeveelheid grond bij, dat als bouwterrein gebruikt kan worden.
Berkenweg 4

Het terrein zoals omschreven in de advertentie omvat grofweg het stuk tussen Dalweg / Beukenlaan / d' Aulnis de Bourouilllaan en de Zandvoortweg. De Verlengde Dalweg, zoals in de advertentie beschreven staat, heet nu Berkenweg. De Beukenlaan heette toen Dallaan. De reden van de verkoop van de villa's en woning staat ook in de advertentie vermeld: wegens sterfgeval. De verkopers zijn de Erven van mej. de Wed. P.Pas, geb. Van de Vuurst en dhr. H. van de Vuurst. Met die gegevens kunnen we wat. Mej. Pas-Van der Vuurst is Catharina (Kaatje) van de Vuurst (1839-1919), dochter van Jan van de Vuurst en Bartha de Vries, weduwe van Pieter Pas (1838-1893). Volgens het adresboek van 1917 woonde Kaatje inderdaad op Dalweg 3, dus villa Dalheim. In datzelfde jaar woonde ook H. van de Vuurst op dat adres, dat moet Kaatje's vrijgezelle broer Hendrik van de Vuurst (1830-1918) geweest zijn. Hendrik stierf dus in 1918 en zus Kaatje in 1919. Het klopt dus dat de erven eind 1919 het perceel met woningen in de verkoop deden. Villa 'Dalheim' is vrij van huur volgens de advertentie. Dat klopt natuurlijk want beide bewoners zijn overleden. 

Maar hoe zag die villa er in die tijd uit?
Internet is een uitkomst tegenwoordig. Villa Dalheim was snel gevonden. Op www.onbekendinnederland.nl vond ik een mooie oude foto van deze villa. De foto is als ansichtkaart gebruikt door Kaatje om haar neef en nicht een gelukkig nieuwjaar toe te wensen. Ze was al weduwe, dus de kaart is geschreven tussen 1893 en 1919. Een kijkje op de achterzijde van de kaart verraadde dat de kaart in Baarn is afgestempeld op 31 december 1904 en verstuurd is aan H. Schimmel op Kraaikamp te Barneveld. Als u nu langs de woning aan de Dalweg loopt is bijna niet meer te zien dat de villa er vroeger zo heeft uitgezien. De gevel is totaal veranderd. Toch is ook nu de naam Dalheim terug te vinden bij deze woning. Grote kans namelijk dat er een busje voor de deur staat van aannemers- en timmerbedrijf Dalheim. Die is namelijk op dit adres gevestigd. Nu weet u ook gelijk waar dit bedrijf zijn naam aan ontleend heeft.

Tot zover Dalheim, dan nu het tweede pand: Villa 'Jojo'. Deze villa vond ik op de site www.zoekplaatjes.nl. Een prachtige foto, ingezonden door Sander van Wijngaarden. De foto moet gemaakt zijn rond 1915. Op de gevel prijkt het bordje 'VILLA JOJO', geen twijfel mogelijk, dit is de woning waar het om gaat. Drie dames in prachtige jurken poseren voor de villa. Villa 'Jojo' stond links naast villa 'Dalheim'. Het adres was Verlengde Dalweg 4 (nu Berkenweg) en ook nu is dit pand daar te vinden. Jarenlang woonde daar rijschoolhouder H.P. Kuijer.
Dalweg 3

Volgens het adresboek van 1917 woonde op dat adres dhr. F.P.W. van Mill jr., slager. Dit was Frederik Pieter Willem van Mill (1884-1959), zoon van Frederik Pieter Willem van Mill en Adriana Johanna van Zetten. Hij was getrouwd met Wilhelmina van Woerden (1881-1966). Broer Cornelis Matthijs van Mill (1880-1941) had een slagerij aan de Kerkstraat op nummer drie. F.P.W. van Mill had twee dochters die in 1916 en 1918 geboren zijn. Dat kunnen dus onmogelijk de dames op de foto zijn geweest. Mogelijk is echtgenote Wilhelmina van Woerden één van de dames op de foto. Wie zal het zeggen. De woning is nog steeds te vinden aan Berkenweg 4, maar ook hier is het moeilijk te herkennen. Vroeger lag het tussen bomen en bosschages. Nu ligt er een groot gazon voor de deur.

Tot slot wordt in in de advertentie nog het 'burgerwoonhuis Ruimzicht aan de Zandvoortscheweg' genoemd. We weten dat het grondstuk tussen Dalweg en Zandvoortweg lag. Recht achter villa Dalheim en villa Jojo ligt aan de Zandvoortweg dit leuke huisje. Op Google-Maps zag ik dat er een bordje op de woning bevestigd is, dus ben ik er even heen gelopen om te zien wat er op het bordje staat. Ik hoopte natuurlijk op 'Ruimzicht'. Helaas was dat niet het geval. Er staat 'Oud-Sandvoort' op he bordje. Als 'Ruimzicht' nog niet afgebroken is, dan is dit huisje het enige huisje dat in aanmerking zou kunnen komen om door te gaan voor dit 'burgerwoonhuis'. Het is maar een gok. Het kan net zo goed in de buurt van deze woning gestaan hebben en inmiddels afgebroken zijn. 
"Zandvoortweg "Oud Zandvoort"

Misschien weet iemand nog of er op het stukje Zandvoortweg tussen de d' Aulnis de Bourouilllaan en de Beukenlaan een woning met de naam Ruimzicht heeft gestaan. Zo ja, dan hoor ik dat natuurlijk heel erg graag. Ruim zicht had men vanuit deze woning in ieder geval wel, want tegenover deze woning was alleen maar landbouwgrond en de boerderij van Daatzelaar te zien.

                                                           geplaatst door L.J.A.Bakker