donderdag 25 april 2019

Koninklijke De Ruijter 1860 - 2012

De historie van Koninklijke De Ruijter
1860
C.R. de Ruijter opent in 1860 banketbakkerij in de Brinkstraat te Baarn en start de productie en de verkoop van Muisjes®. De grondslag van De Ruijter werd in 1860 gelegd in het voorhuis van een voormalige boerderij aan de Brinkstraat te Baarn. Daar begon de 24-jarige Cornelis Rutgerus De Ruijter een banketbakkerszaak, nadat hij het vak had geleerd bij een vooraanstaande Utrechtse banketbakker. Aldaar was hij ingewijd in de geheimen van de bereiding van "Muisjes®",
anijszaadjes met veel laagjes suiker erom, waardoor kleine witte en roze bolletjes ontstonden. Deze werden gegeten op beboterde beschuit bij de geboorte van een kind. De Muisjes® van C.R. De Ruijter vielen bij de gezeten burgerij minstens zo goed in de smaak als zijn gebak en bonbons. Bovendien ontstond kort hierna al een variant op de Muisjes® toen enkele oudere dames, die de gesuikerde anijszaadjes wat hard vonden voor hun gebit, hem op het idee brachten de Muisjes® fijn te maken in de vijzel. Zo ontstonden de beroemde, na die tijd nooit meer weg te denken, Gestampte Muisjes®. De naam van het broodbeleg Rose en Witte Muisjes®, verwijst naar de tijd dat het product voor het eerst geproduceerd werd, toen schreef men roze met een ‘s’.

Benoeming tot hofleverancier door koning Willem III
1883
In 1883 stierf Cornelis Rutgerus De Ruijter op 47-jarige leeftijd. De oudste van de vijf kinderen, Petrus (Piet) was toen achttien en zette, ondanks zijn jeugdige leeftijd, de zaak voortreffelijk voort. Zo goed zelfs dat de leden van het Koninklijke Huis, toen nog woonachtig in het tot de gemeente Baarn behorende Soestdijk, zijn producten met smaak gebruikten. Hun waardering voor de jonge banketbakker drukten zij uit in een benoeming tot Hofleverancier.
De vrouw van Petrus, Maria de Ruijter, gaf de aanzet tot het verpakken van de Muisjes® in luxe blikjes. Zij ontwierp zelf een blikje in de kleuren rood-groen-goud met een vrolijke rand van witte muizen. Veel later ontwierp zij ook het "handelsmerk": het silhouet van een moeder en een kind, met daaronder de tekst ‘KINDEREN ZIJN ER DOL OP!’’. Deze tekst en het plaatje werden afgedrukt op de bekende gele busjes van de Gestampte Muisjes®.


Introductie Vruchtenhagel, Anijshagel & Anijsblokjes
1928
In de naloop van de jaren ’20 bleef de vraag naar het zoet broodbeleg & dranken
stijgen en werden er drie nieuwe producten op de markt gebracht: Vruchtenhagel (ook wel suikerhagel genoemd), Anijshagel en Anijsblokjes. De suikerhagel werd gemaakt in vier smaken: citroen, framboos, sinaasappel en anijs.
 Het aanbieden van Oranje Muisjes®
1938
In 1937 werd het idee geboren om oranje Muisjes® te maken voor de verkoop. De aanleiding hiervoor was de geboorte van het eerste kind van prinses Juliana en prins Bernhard, dat begin 1938 werd verwacht. Op 31 januari 1938 werd prinses Beatrix geboren. Cees en Piet De Ruijter schoten in hun nette pak en haastten zich met een reusachtige bus oranje Muisjes® naar het paleis. Er werden foto's genomen en het
filmjournaal maakte opnamen. Zo konden velen over de hele wereld kennis maken met de Nederlandse gewoonte beschuit met Muisjes® te serveren bij een geboorte.Het aanbieden van oranje Muisjes® bij de geboorte van een prins of prinses van Oranje is sindsdien een traditie. Het jaar erop - 1939 - kon men alweer aan de slag, toen prinses Irene werd geboren.

Introductie Bebogeen
1945
Bebogeen is ontwikkeld vlak na de Tweede Wereldoorlog toen er geen boter beschikbaar was. Hier komt ook de naam vandaan (Geen Boter Beschikbaar is omgedraaid Bebogeen). Bebogeen is een heerlijke Caramelpasta. De grootste afnemersgroep bevindt zich in het noorden van het land waar ook de oorsprong van het product ligt. Jaarlijks worden er zo'n 1,5 miljoen boterhammen mee gesmeerd. Het is een broodbeleg voor jong & oud!

De eerste exportorder
1946
Na de Tweede Wereldoorlog kon men met vereende krachten aan de wederopbouw beginnen. In 1946 kreeg de firma P. De Ruijter & Zn. een order van het leger om de Nederlandse soldaten in Indonesië te voorzien van haar oer-Hollandse product: Vruchtenhagel. Het was de eerste exportorder.

Introductie Chocoladevlokken
1955
In de jaren ’50 werd besloten om het assortiment aan broodbeleg van De Ruijter uit te breiden met chocoladehagel. Hiertoe werd een omvangrijke verbouwing
uitgevoerd. Maar dit resulteerde niet in een bloeiende chocoladehagelproductie, aangezien duidelijk werd dat men niet alleen over de benodigde machines moet beschikken, maar meer nog over de juiste vakmensen en recepten. Daarom werd In 1955 de zaak van de Gebroeders van Campen C.V. te Alkmaar overgenomen, waar onder meer boterhamvlokken werden gemaakt. De vervaardiging van het vlokkendeeg begon in Baarn met twee machinale mengers of melangeurs. Vervolgens ging het deeg door een oude granieten vormmachine. De vlokken werden opgevangen op grote ijzeren platen en te drogen gelegd, waarna ze werden verpakt in dozen van vier kilo.

Introductie Chocoladehagel
1957
In 1957 was het alweer tijd voor de volgende innovatie: chocoladehagel! De aanleiding hiervoor was dat de chocoladefabriek van Erven de Jong werd opgeheven, waardoor verschillende machines en drie vakmensen door De Ruijter konden worden overgenomen. De kundigheid welke samen met hen naar Baarn kwam, zorgde ervoor dat er een start gemaakt kon worden met de productie van Chocoladehagel. Het jaar 1957 was ook het jaar van de bestedingsbeperking; desondanks ging het De Ruijter goed. Cees De Ruijter placht te zeggen: ‘We hoeven ons niet bezorgd te maken over de slechtere tijden, want hoe slechter de tijden hoe meer hagelslag de mensen op hun brood gaan eten’.

De oude blikjes-verzamelkoorts
1974
Eind 1974 besloot men in te haken op de hang naar nostalgie en terugverlangen naar ‘de goede oude tijd’. De Gestampte Muisjes® werden tijdelijk weer verpakt in hun bekende, ronde, gele blik. Het werd een groot succes. De blikjes vlogen de winkels uit, ook al omdat velen waren bevangen door de oude blikjes-verzamelkoorts. Toch werd dit daverende succes nog overtroffen. In 1980 werd bekend gemaakt dat prinses Beatrix haar moeder koningin Juliana zou opvolgen.
Dit feest zou plaatsvinden op 30 april 1980. Er werd een blikje ontworpen met de beeltenis van koningin Beatrix en koningin Juliana en geproduceerd door een blikfabrikant. De aanmaak van reusachtige hoeveelheden oranjehagel werd geregeld. De blikken werden gevuld en op het laatste moment werd het aantal nog verdubbeld omdat er - terecht naar later bleek - een stormloop werd verwacht. Het succes was overdonderend. Tot op de dag van vandaag bereiken De Ruijter telefoontjes met de vraag of er nog koninginnenblikjes zijn, maar er is amper een exemplaar voor het archief van het bedrijf overgebleven. 
 
Benoeming tot Koninklijke De Ruijter
1985
In 1985 werd, ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan, het predikaat Koninklijke aan P. De Ruijter en Zn. Toegekend. Vervolgens werd na samenvoeging van De Ruijter met het eveneens tot het CSM-concern behorende Zwaardemaker - de bedrijfsnaam in 1990 statutair gewijzigd in Koninklijke De Ruijter B.V. 
 Jaren ‘90: Introductie Originals

1990
In 1990 werd er een nieuwe chocoladehagellijn aan het assortiment toegevoegd, namelijk de ‘Originals’. Originals werd speciaal ontwikkeld voor de volwassen liefhebber van echte chocola met premium kwaliteit en superieure smaak. Bij de introductie bestond deze lijn uit 7 nieuwe smaken, waaronder de huidige Extra Puur.
 Jaren ‘90: Introductie Blauwe en Witte Muisjes®
1994
Vier jaar later was de volgende nieuwe introductie een feit, namelijk de Blauwe en Witte Muisjes®. Tot 1993 waren Muisjes® namelijk altijd roze met wit. Daarna
werden Muisjes® in twee verschillende kleuren op de markt gebracht: op Blauwe en Witte Muisjes® wordt getrakteerd wanneer er een jongen is geboren, en roze met witte wanneer het een meisje betreft.

Introductie Kleintjes De Ruijter
1999
In 1991 komt De Ruijter met ‘Kleintjes De Ruijter’. Dit zijn 8 kleine pakjes in een handig doosje, waarin de vijf populairste producten van De Ruijter zitten; twee Vruchtenhagel, twee Chocoladehagel Melk, twee Chocoladehagel Puur, één Chocoladevlokken Puur en één Chocoladevlokken Melk. 

Introductie Bosvruchtenhagel
2003
In 2003 introduceerde De Ruijter Bosvruchtenhagel, gemaakt met echt bosvruchtensap. Dit geeft de lekkere knapperige korrels een extra fruitige smaak en maakt van bosvruchtenhagel een echte smaaksensatie. In combinatie met de vrolijk gekleurde korrels in lila, roze en paars maakt De Ruijter Bosvruchtenhagel van een boterham een echt feestje! Sinds 2002 staan de portieverpakkingen Kleintjes De Ruijter ook in de varianten jam, hazelnootpasta, honing en pindakaas in de winkel.

150 jaar De Ruijter!
2010
Dit jaar is De Ruijter jarig en bestaat 150 jaar! Dit wordt gevierd door een jaar vol aandacht voor het merk. Bijvoorbeeld de restyling van de verpakkingen van de meeste producten van De Ruijter: nog steeds vertrouwd, maar dan van deze tijd! De actie ´Ode aan De Ruijter´ waarbij men hun eigen gedicht aan De Ruijter schreven en daarmee mooie prijzen konden winnen en het nachtontbijt van De Ruijter dat op 7 maart tijdens de museumnacht in Rotterdam plaats vond. Daarnaast zijn de nieuwe tv commercials en printadvertenties van De Ruijter te zien op televisie en in tijdschriften. 

Royale Hagel
2011
In 2011 heeft De Ruijter niet stil gezeten! Het assortiment is uitgebreid met Royale Hagel, een chocoladehagel die royaal is in formaat èn royaal in cacao (43%). De grote knapperige korrels zijn extra puur van smaak, en brengen zo een intense chocoladebeleving op je boterham. Pure verwennerij, om heerlijk van te genieten!


Specials
In 2011 is een geheel nieuwe chocolade hagellijn van De Ruijter geïntroduceerd, genaamd ‘Specials’. Deze hagelreeks brengt de verleiding van echte chocolade naar je boterham en is vermoedelijk de lekkerste die je in het land kunt vinden. Specials Extra Puur bevat maar liefst 35% meer cacaobestanddelen dan De Ruijter Chocoladehagelslag Puur en ook Specials Romige Melk is met 20% meer cacaobestanddelen dan De Ruijter chocoladehagelslag melk een echte chocoladeverwenning!



  
 
 Royale Vlokken
2012
De Ruijter Royale Vlokken is een dubbel zo dikke en extra pure chocoladevlok, om Koninklijk te genieten. Het royale formaat zorgt voor een knapperige bite en versterkt de pure chocoladesmaak van de royale hoeveelheid cacao. 

Specials Intens Puur en Koffie – Puur 
De Ruijter Specials zijn een chocolade hagelreeks die de verleiding van echt chocolade naar je boterham brengen. Een smaakbeleving om intens van te genieten! Specials Koffie - Puur bevat maar liefst 20% meer cacaobestanddelen dan De Ruijter Chocoladehagelslag Puur én een intens lekkere koffie smaak. Specials zijn er voor elke pure chocoladeliefhebber! Probeer daarom ook eens de varianten Specials Extra Puur en Specials Intens Puur.

De publicatie is gepubliceerd in overleg met de Consumentenservice van 

Koninklijke de Ruijter b.v. (26-02-2019)








geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl







Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter 


Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn verhalen? Kom in aktie en stuur ons uw oud Baarn verhaal!

dinsdag 23 april 2019

Stichting Groenegraf.nl met Koningsdag op de Brink in Baarn

door Eric van der Ent


Waarschijnlijk had u niet anders verwacht. Zoals u van ons gewend bent is Stichting Groenegraf.nl ook dit jaar weer te vinden met een kraam op de Brink. Onze kraam zal weer vol liggen met onze eigen boekjes over oud-Baarn, maar natuurlijk ook weer heel veel tweedehands boekjes die de geschiedenis van Baarn vertellen.

Een aantal proefdrukken van het nieuwe boekje Baarn, daar waar ik geboren ben van Hans Smeekes zal die dag ingekeken kunnen worden. Mis die kans niet! Het boekje is nog tot 1 mei a.s. tegen gereduceerde prijs (€ 16,00 i.p.v. € 17,50) te bestellen. Maak gebruik van deze mogelijkheid. Vanaf 1 mei kost het boekje dus € 17,50 per stuk.




Klik hier voor meer informatie over dit boekje.



Hans Smeekes
Hans Smeekes zal zelf ook op onze kraam aanwezig zijn met zijn mooie tekeningen. Zo kunt u zien hoe zijn mooie tekeningen maakt en hem vragen hoe hij te werk gaat.












Tot ziens op Koningsdag!












Eric van der Ent












Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com

donderdag 18 april 2019

Lage Vuursche... in dertien straatnamen!

Dorpstraat Lage Vuursche

 Lage Vuursche is een dorp met ongeveer 300 inwoners, 120 huizen en dertien straten. De namen van die dertien straten vertellen samen heel mooi het verhaal van het dorp en de omgeving.
  
Slotlaan - Het dorp Lage Vuursche is ontstaan bij kasteel Drakensteyn. In de veertiende eeuw stond er al een hofstede Drakesteyn op die plek, met nog enkele huizen in de omgeving. In 1640 liet Gerard van Reede de hofstede afbreken en op dezelfde plek een nieuw landhuis bouwen - dat is het huidige Drakensteyn. Prinses Beatrix kocht het in 1959 en woonde er met haar man en kinderen tot ze koningin werd. Toen verhuisde ze naar Den Haag. Inmiddels woont ze weer op Drakensteyn aan de Slotlaan.

Kapelweg - De Kapelweg staat haaks op de Slotlaan. Bij Drakensteyn ligt een park van ongeveer 20 hectare. Daarin staat een kapel, waarvan de oorsprong mogelijk uit de elfde eeuw stamt.

Dorpsstraat - De Dorpsstraat vormt de kern van het dorp. Aan weerszijden van de straat staan huizen die deels dateren uit de 17de, 18de en 19de eeuw. Omdat Gerard van Reede graag zag dat er een dorpje bij zijn nieuwe landhuis ontstond, stelde hij grond beschikbaar voor de bouw van een kerkje, een school, een molen en nog wat huizen en boerderijen. Dorpsstraat is op zich geen bijzondere straatnaam. In de top-10 met straatnamen die in het Nederland het meest voorkomen, staat de Dorpsstraat op nummer vier. 
  
Kloosterlaan - Aan de Kloosterlaan staat iets buiten de dorpskern het voormalige klooster Sint Elisabeth. Sinds 1983 is het in gebruik als verpleeghuis.

Vuurse Steeg - In de zeventiende eeuw werd een weg aangelegd van Hilversum naar De Bilt, en die liep via Lage Vuursche. We gebruiken de aanduiding 'steeg' tegenwoordig voor smalle zijstraatjes in steden en dorpen, maar vroeger was het een meer algemene naam voor - meestal onverharde - landwegen. De Vuurse Steeg was dus ooit gewoon dé weg van Vuursche. Voor het gebruik van de weg moest tol worden betaald. Een van die boerderijen ging dienen als tolhuis en werd later de eerste herberg van het dorp. Halverwege de negentiende eeuw kon je daar al terecht voor pannenkoeken!

Stulpselaan - De Stulpselaan ligt een eindje ten oosten van het dorp door de bossen. De straatnaam doet meteen denken aan de Stulpkerk - waar de uitvaartdienst van Friso was - maar die kerk ligt aan de Hoge Vuurseweg. De Stulpkerk heeft zijn naam aan een ander gebouw te danken: de gemeente gebruikte eerst boerderij De Stulp als kerkgebouw. De namen van de boerderij, de kerk en de straat zijn allemaal terug te voeren op het nabijgelegen natuurgebied De Stulp. Die naam is al teruggevonden in documenten uit de veertiende eeuw. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar in die tijd stonden er in dit gebied nauwelijks bomen. Het landschap bestond voor een groot deel uit hoogveen - goed voor de turfwinning - en heide. Aan de rand van het gebied stonden wat boerderijen. De akkers werden bemest met schapenmest en heideplaggen; er werd in die tijd veel heide afgestoken. Pas met de invoering van de kunstmest en het verdwijnen van de schapen kregen de heide en de bossen weer kans om te herstellen. Er schoten weer nieuwe boompjes op, zoals berken, eiken en lijsterbessen. Eigenaren van de bosgebieden begonnen ook op grote schaal bomen aan te planten. Natuurgebied De Stulp werd in 1964 door Staatsbosbeheer gekocht van freule Bosch van Drakensteyn.

Beukenhof en Eikenlaan - Behalve dat men in de bosgebieden bomen begon aan te planten, werden ook diverse wegen van bomenrijen voorzien. Daarbij werden vaak beuken gebruikt, maar soms ook andere bomen. De Beukenhof en de Eikenlaan liggen allebei in het centrum van het dorp.

300 Roedenlaan - Vanaf de Vuurse Steeg loopt de 300 Roedenlaan naar het oosten, richting de Stulpselaan. Vermoedelijk lag er langs deze weg een stuk landbouwgrond met een oppervlak van 300 roeden. 300 roeden is één gemet, en dat is ongeveer gelijk aan het stuk grond dat een koppel paarden kan ploegen tussen zonsopgang en zonsondergang. Gemiddeld dan, want hoe snel dat gaat, hangt natuurlijk af van de bodemgesteldheid en de conditie van de paarden.

Karnemelksweg en Koudelaan - Ten westen van het dorp lopen de Karnemelksweg en de Koudelaan. Ik heb niet kunnen vinden waar die namen vandaan komen. Misschien zat er aan de Karnemelksweg wel een boer die karnemelk verkocht.

Zwarteweg - Ik weet ook niet waar de Zwarteweg zijn naam aan ontleent, maar ik heb wel een vermoeden. Vroeger waren veel paden en wegen zwart omdat ze met sintels (de resten van verbrande steenkool) waren verhard. Je kunt je voorstellen dat dat zwarte paden, wegen en lanen opleverde, en die werden vaak ook zo genoemd. In Nederland liggen ruim honderd 'zwarte straten'; alleen van de 'Zwarteweg' komen er al 76 voor. 

 Hoge Vuurseweg - Aan de noordkant verlaat je Lage Vuursche via de Hoge Vuurseweg. Hoe die straat aan zijn naam komt, kun je raden: het is de weg naar buurtschap Hooge Vuursche. Aan deze weg ligt de Stulpkerk, dicht bij Drakensteyn.






geplaatst door L.J.A.Bakker

maandag 15 april 2019

Ralph en Miep Polak, een verhaal van moed en mode

door Sandra van Berkum



Ik herken ze direct. Vanaf het omslag van het onlangs verschenen fotoboek over de Jodenvervolging in Nederland kijken ze me aan: Ralph Polak en Miep Krant. Bekende Baarnaars die een chique stoffenwinkel in de Laanstraat hadden.
De foto is gemaakt in januari 1943. Gearmd loopt het tweetal over de Dam in Amsterdam. Ralph fier in zijn overjas. Miep pittig naast hem; met een handtas onder haar linkerarm geklemd, een ‘plu’ en – net zichtbaar onder haar jas – een deftige broche. Ze stralen. Het is ook niet zomaar een dag, ze hebben zich verloofd. Een lichtpuntje in angstige tijden.





Ralph Polak en Miep Krant met Jodenster
 op de Dam op de dag van hun verloving,
januari 1943
(Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam)

Miep Krant groeit op in Bussum, als jongste van een hecht gezin met vijf kinderen. In april 1942 moeten zij en haar familie verplicht verhuizen naar het getto van Amsterdam. Ze gaan inwonen bij een tante op de Jodenbreestraat. Hun volgende adres is Rapenburgerstraat 89II, de woning van de familie Waterman. Daaronder woont het gezin Polak. De zestienjarige Miep wordt de bovenbuurvrouw van de bijna drieënhalf jaar oudere Ralph Polak.
Op 12 november 1942 wordt de familie officieel op het adres geregistreerd. Mieps oudere zussen Leentje en Henriëtte zijn er dan al niet meer bij. Leentje is in augustus van dat jaar getrouwd. Ze besluit haar echtgenoot te volgen naar het kamp in Hardenberg waar hij te werk is gesteld. Maar het loopt anders. Ze worden beide afgevoerd en hebben elkaar nooit meer teruggezien. Zus Henriëtte wordt opgepakt op het adres waar ze werkt als gezelschapsdame. Een dapper briefje is het laatste teken van leven dat de familie van haar ontvangt.

Wachten
Het zijn angstige tijden. Elke nacht wachten Miep en haar familie bij het raam om te zien of ze al worden opgehaald. Wanneer ze op een zekere nacht denken dat het niet meer zal gebeuren wordt er toch op de deur gebonsd: verzamelen op het J.D. Meijerplein en van daaruit met de overvalwagen naar de Hollandsche Schouwburg. Daar blijven ze acht dagen. Het lukt Ralph, die voor de Joodse Raad werkt, om zijn bovenburen te redden, vlak voor het transport van half drie ’s nachts.
De familie Krant keert terug naar de Rapenburgerstraat waar ze ontdekken dat het huis tijdens hun afwezigheid is geplunderd. Ze blijven, want waar moeten ze heen? En ze wachten... tot de geschiedenis zich herhaalt. Wederom smokkelt Ralph de familie Krant de Hollandsche Schouwburg uit. In allerijl wordt een onderduikadres geregeld in Baarn. Vader en moeder Krant en hun dochters Greet en Miep worden opgevangen in een huis aan de Nassaulaan.

Gedenkportret van de familie Polak. Bron: www.joodsmonument.nl

Tastbare herinnering
Jacob, Salomon, Israël, Emanuel, Philip; vijf van de zeven broers Polak worden in 1941 en 1942 weggevoerd en komen om in vernietigingskampen. Ralph, zijn ouders en broertje ‘Cobi’ van acht worden tijdens de laatste razzia van 29 september 1943 opgepakt. Het feit dat Ralph voor de Joodse Raad werkt, helpt hen dan niet meer. De vier overgebleven leden van het eens zo talrijke gezin Polak worden op transport naar Westerbork gezet. Ralph slaagt er in uit de trein te springen, de trouwring van zijn ouders om zijn vinger. Hij duikt ook onder in Baarn. Zijn schuilnaam in die tijd is ‘Fonie’. Lange tijd zou hij zijn verloofde Miep niet kunnen zien. De foto op de Dam is in die jaren de enige tastbare herinnering aan elkaar.

Oog van de naald
De omstandigheden op het onderduikadres aan de Nassaulaan verslechteren. Er komen steeds meer mensen bij. Uiteindelijke bivakkeren ze met z’n elven op de zolderkamer. De mensen bij wie ze inwonen, geven de onderduikers steeds minder te eten. Miep wordt ziek, heel ziek. Hongeroedeem. Niet alle huisartsen willen onderduikers helpen en als onderduiker kan Miep ook niet terecht in het ziekenhuis aan de Torenlaan. Het is dokter W.A. van Griethuysen die ervoor zorgt dat Miep met een fietstaxi naar het noodziekenhuis van het Rode Kruis tegenover de Wilhelminavijver wordt gebracht. Daar is ze Annechien Speudel uit het Drentse Sleen. Dat ze Joods is, weet niemand. Het is een penibele situatie: om haar heen liggen NSB-ers en Duitse soldaten lopen in en uit. Miep kruipt door het oog van de naald. Het Baarnse verzet heeft ondertussen lucht gekregen van de toestand op het onderduikadres aan de Nassaulaan en zorgt in het geheim voor voedsel. Mieps herstel kost maanden, ook de bevrijding maakt ze vanuit het noodziekenhuis mee.

De Zeven Gebroeders
Ralph is nooit meer teruggeweest in de Rapenburgerstraat, de plek waar hij zijn grote liefde ontmoet heeft, maar waar ook zoveel angst en verdriet hebben geheerst.
Hij en Miep besluiten in Baarn te blijven. Op 3 maart 1946 openen ze de deuren van een ‘stoffenhuis’ aan de Nieuw Baarnstraat, op de plek waar nu pizzeria La Regina is gevestigd. De naam van de winkel? De Zeven Gebroeders. Een maand later trouwen Ralph en Miep.

Succes verzekerd
De charmante Ralph is een goed zakenman met een groot gevoel voor mode. Als hij je adviseert, is succes verzekerd, gonst het door Baarn! De zaken lopen voorspoedig. In 1960 wijken de Polaks uit naar Laanstraat 50, waar Fotoatelier Maja van Marinus Beneker zit. Ze krijgen het achterste deel van het enorme pand tot hun beschikking, de vroegere ‘zaal Novum’ waar in de jaren 30 de voetjes van de vloer gaan als de Baarnse jeugd er komt feesten.

Café Novum in de Laanstraat, waar later de stoffenhandel van Polak gevestigd was. (Coll. J. Kappers)

Overal stof
In 1961 mogen de Polaks het hele pand gebruiken. Ze verbouwen de verschillende winkelruimtes tot een geheel en plaatsen een nieuwe voorgevel met een etalage. Halverwege de zaak, onder de wenteltrap naar het woongedeelte van de Polaks, zit het kantoortje van Ralph. In de ‘serre’ een grote tafel waar klanten op sierlijke witgietijzeren stoeltjes inspiratie kunnen opdoen in dikke mode- en patroonboeken. Kinderen die lang moeten wachten, krijgen een gesuikerde lolly van Miep.
De nieuwe winkelruimte is groot, hoog en vooral erg diep en daarmee perfect voor het lopen van modeshows. Ook het enorme stoffenassortiment kan nu goed geëtaleerd worden. Overal liggen rollen stof, op lange tafels en op planken tot aan het plafond. Ralph en Miep weten alles feilloos te vinden. Degelijke tweed, feestelijke stoffen, jersey, stoffen met de modernste prints en bruidsstoffen. Dat humor Ralph niet vreemd is, bewijst een bord dat hij eens in de etalage plaatst: “Bij ons kunt u stof afnemen of komt u bij ons stof afnemen?”

Voetbalfan
Met hun stoffenhuis zetten Ralph en Miep Baarn landelijk op de kaart. ‘Een ambassadeur voor winkeldorp Baarn’ kopt de krant wanneer de zaak in 1976 haar zesde lustrum viert. Klanten komen van heinde en verre om zich door de Polaks te laten adviseren. De bruidsboetiek die ze in 1966 openen, is vermaard.
Koningin Juliana en haar dochters behoren tot de vaste klantenkring, maar ook bekenden uit de muziek-, film-, en televisiewereld en de voetballers van de Ajax-selectie weten de stoffenwinkel in de Laanstraat te vinden. Ralph Polak is een fervent aanhanger van Ajax en goed bevriend met spelers als Johan Cruijff, Klaas Nuninga, Sjaak Swart en Bennie Muller. Als Ajax moet spelen, regelt Polak dat er vanaf hotel-restaurant La Promenade, waar de Ajax-selectie ook wel eens dineert, supportersbussen vertrekken. Maar Baarn 1 kan bij thuiswedstrijden ook op Ralphs belangstelling rekenen. Op zondagen staat hij vaak met een groepje vaste supporters langs de lijn op de velden aan de Zandvoortweg.

De Firma Polak haalt regelmatig het nieuws met beroemde klanten. Alle Nederlandse kranten publiceren in 1974 een foto van prinses Margriet die ‘bij Polak’ een modeshow van het Franse stoffenmerk Boussac bijwoont. Verslaggevers weten te melden dat ze een paar zomerjurken bestelt. En als Danny, de verloofde van Johan Cruijff, bij Ralph en Miep een ‘mooi stoffie’ voor haar bruidsjapon uitzoekt, is De Telegraaf erbij. 

Een feestje

De Polaks waren de meest flamboyante mensen die ik kende in mijn jeugd. Ralph was steevast gekleed in een driedelig pak en rookte vaak een sigaar. Miep was prachtig met haar donker aangezette ogen, zwarte opgestoken haren, cocktailjurken met veel glimmers en torenhoge hakken.
Het leven van Ralph en Miep Polak zag er uit als een feestje. Maar achter die zogenaamde ‘glitter en glamour’ school een indrukwekkend verhaal van moed, vrees en verraad. Zelf spraken ze er niet veel over. Ralph heeft zich lange tijd verre gehouden van alles wat hem aan de oorlog of aan het verzet kon herinneren. Maar de foto’s zullen het verhaal altijd blijven vertellen.

Met betrekking tot het oorlogsverhaal van Ralph en Miep is getracht een zo getrouw mogelijke weergave van de beschikbare feiten te geven, maar er blijven tal van onzekerheden. Het oorlogsverhaal is gebaseerd op persoonlijke bronnen: een interview met Ralph en Miep en een handgeschreven relaas van Miep uit 1996. Uit privacyoverwegingen is niet alles opgenomen in dit artikel. 

Een meer uitgebreide versie zal mogelijk te zijner tijd verschijnen op groenegraf.nl.
Het deel van dit artikel dat verhaalt over de firma Polak is een aangepaste versie van een eerdere blog van Sandra van Berkum op groenegraf.nl (29 juli 2015): ‘Tweed, hoge hakken en Ajax. Over een Baarns stoffenhuis’. 


Naar het bewogen leven van Ralph en Miep Polak wordt door de auteur vervolgonderzoek verricht. Sommige feiten in dit artikel kunnen achterhaald zijn.
Graag bij gebruik van het artikel als bron vermelden: ©groenegraf.nl en Sandra van Berkum.








Dit verhaal verscheen op maandag 15 april 2019 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren 


‘Vandaag is morgen alweer gisteren’ is een initiatief van de Historische Kring Baerne en Stichting Groenegraf.nl en verschijnt periodiek op maandag in de Baarnsche Courant en in het weblog van Groenegraf.nl. De verhalen worden afwisselend geschreven door 
Ed Vermeulen en Eric van der Ent. 
Dit keer een aflevering van gastschrijfster Sandra van Berkum 

Wilt u meer lezen over oud Baarn?

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com