6.12.25

Vernieuwde website met de verhalen van Baarnaars en Barinezen.

Klik HIER om oude en nieuwe verhalen te te lezen op: https://www.geheugenvanbaarn.nl/lezen





De website Groenegraf.nl of Geheugenvanbaarn.nl bestaat al sinds 2005 en is ontwikkeld door de lokale geschiedschrijver Eric van der Ent. Eric bracht jarenlang Baarnse families in kaart bracht, verzamelde historische informatie en foto’s en digitaliseerde deze.  Hij schreef verhalen en plaatste die in de Baarnsche Courant en hij gaf een fors aantal boeken uit met verhalen van Baarn.  Met tomeloos enthousiasme hield Eric de Baarnse geschiedenis levend.

En dan stopt plotseling op zaterdag 11 november 2023 met het overlijden van Eric alles. Zijn echtgenote en kinderen en de vrijwilligers, werkzaam onder de vlag van de door Eric opgerichte stichting Groengraf.nl kijken vertwijfeld naar de schitterende verzameling die Eric heeft opgebouwd. Hoe nu verder?

Eric had een zeer fraaie website gebouwd met bijzondere mogelijkheden om de verhalen van Baarnaars en Barinezen te kunnen vertellen. Op de website worden persoonsverhalen opgebouwd met gegevens uit meerdere bronnen. Een soort eerste vorm van Kunstmatige Intelligentie. Eric was in 2005 zijn tijd al ver vooruit! Maar helaas, geen documentie , geen handleiding, geen informatie over hoe dit alles technisch in elkaar was gezet.

Met behulp van vrijwilligers van de Historische Kring Baerne werd een plan opgesteld om deze waardevolle collectie onder te brengen maar vooral bereikbaar te houden voor het brede publiek. Een nieuw bestuur van de Stichting Groenegraf.nl trad aan en daarna begon het uiteenrafelen van de website. Welke bestanden worden geraadpleegd, hoe worden deze bestanden onderhouden, hoe wordt het verhaal opgebouwd, welke provider, welke taal, legio vragen dienden zich aan. Enkele IT vrijwilligers van de Historische Kring Baerne hebben maanden gezocht en zijn vervolgens aan de slag gegaan om het geheel weer op te bouwen.

 

Met trots kan de Stichting Groenegraf.nl melden dat de vernieuwde website op 26 november 2025 live is gegaan. Als de gebruikers nu op bezoek gaan bij  www.geheugenvanbaarn.nl komen ze op de vernieuwde site met de bekende functies.  Deze site is nu gedocumenteerd, kan weer onderhouden worden en dus blijft de waardevolle verzameling ook voor de toekomst beschikbaar voor het brede publiek.

De website wordt goed bezocht door  de inwoners van Baarn maar ook belangstellenden voor de Baarnse geschiedenis van buiten Baarn, zowel binnen als buiten Nederland, weten de weg naar de website te vinden. Dat blijkt ook uit de vele donaties die de Stichting mag ontvangen.

 Vrijwilligers van het eerste uur, zoals John Kappers, Karla Roskamp en Leen Bakker blijven de verzameling van Eric uitbreiden en beschikbaar houden.  Natuurlijk zijn zij ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die een steentje kunnen bijdragen, bijvoorbeeld door het schrijven van verhalen of het uitvoeren van onderzoeken naar de Baarnse geschiedenis.  Ook vrijwilligers met IT kennis en ervaring zijn nodig om de website nog verder uit te breiden en de fraaie collectie Baarns erfgoed aan het publiek te kunnen presenteren.

 

Baarn, 26 november 2025

 Verdere informatie bij:

Leen Bakker, bakker.groenegraf@gmail.com

John Boers, johnboers96@gmail.com, tel: 06 83622391

De Groenegraf vrijwilligers 

  • Leen Bakker - voorzitterr
  • Karla Roskamp - secretaris
  • John Boers - penningmeester
  • John Kappers

De IT Vrijwilligers

  • Arthur Bouland
  • Ben de Moel
  • Gert Jan van der Burg
  • Jesse Vanderwees
  • Steven Sijmonsbergen                                                    

www.geheugenvanbaarn.nl

Het groene graf is een bijnaam voor één van de mooiste plaatsen in het Eemland: Baarn.

Groen, omdat er ten zuiden van Baarn prachtige bossen liggen en ten noorden van Baarn uitgestrekte polders. Graf, omdat het vanouds een plaats is waar de rijke Amsterdammers heentrokken om te rentenieren en hun laatste levensdagen te slijten.

Na de aanleg van de spoorweg van Amsterdam richting Amersfoort en later door naar Zutphen lieten de welgestelde Amsterdammers in Baarn hun zomerhuizen bouwen. 's Winters werken in Amsterdam en 's zomers vertoeven in het mooie Baarn. De spoorlijn maakte dat mogelijk.

Vaak gingen deze Amsterdammers in de laatste periode van hun leven definitief in Baarn wonen en vonden zo ook hun laatste rustplaats in Baarn. Daarom groene graf. 

 

20.12.19

Oude Baarnse industrieën (4)

Dit is deel vier in de serie 'Oude Baarnse Industrieën'. In het eerste deel kon u lezen dat we van dhr. E.A. Ledoux uit Leerdam een werkstuk kregen, gemaakt door de leerlingen van de zesde klas van de Nieuwe Baarnse School, na de oorlog. In deel 1 ook het voorwoord van dhr. J. van Dijk, hoofdonderwijzer van de N.B.S. In het tweede deel las u een verslag over Weverij De Cneudt aan de Eemnesserweg 97. In deel drie een verslag over Bosch en Keuning, destijds gevestigd Bremstraat 11 in Baarn. Nu, in deel vier: Medische Bandage.

Deze fabriek bestaat uit één kamer en er zijn twee kleine machines. Dit is geen fabriek, maar een huisindustrie. Er worden allerlei elastieken dingen gemaakt. Hiervan worden kousen, voetsteunen, voetcorsetjes, korsetten, enkelsteunen, kniesteunen, enz. gemaakt. De elastieken kousen en andere dingen worden met een latexdraad en twee katoenen draden geweven. De machine wordt voortbewogen met de hand. Er is nog een naaimachine, daar worden de naden mee dichtgemaakt. We kregen enkele dingen mee, om het tentoon te stellen voor de mensen "De Industrieën van Baarn" geheten. Mevrouw vertelde ons veel, ook vertelde zij, hoe de lastex kous ontstaan was.




Een Zwitserse mevrouw had veel last van haar benen. Ze kon niet goed meer lopen. Ze zat na te denken of ze niet wat kon vinden voor haar benen en vond het ook. Er was vroeger een toverdoos, daarin was een lastexvingertje. Als je aan het puntje trok kreeg je het er niet af. En toen heeft die mevrouw zulke kousen gemaakt. Ze kwam dikwijls in Amsterdam bij mevrouw Cazant, die op een kamertje een machine had staan, maar deze maakte in het goed gaten. Ze zei tegen haar man: "Ik gooi die machine het raam uit in de gracht". Maar later heeft zij de machine verkocht. Toen is mevrouw in Baarn gaan wonen en heeft een fabriekje opgericht. Nu is het verhaal geëindigd. Wij kregen nog een kopje thee en een koekje en gingen met een hartelijk afscheid naar school.

M. Smits.

N.B.: Helaas is uit het stukje niet op te maken waar dit bedrijfje gevestigd was en wie de eigenaresse was. Ed Vermeulen tipte ons dat dit waarschijnlijk het bedrijf Fa. D. van Oort, W.H. Cazant, Kettingweg 27, tel: 2372 betreft. Bron: Adresboek Baarn 1948. Overigens zien we in het adresboek 1967-1968 dat het bedrijf dan in die tijd nog steeds bestond en gevestigd was op Eemtraat 22. Ze verkochten er "Deveo" elastieken kousen.


Met dank aan dhr. E.A. Ledoux uit Leerdam

13.12.19

Oude Baarnse industriën (3)


Dit is deel drie in de serie 'Oude Baarnse Industrieën'. In het eerste deel kon u lezen dat we van dhr. E.A. Ledoux uit Leerdam een werkstuk kregen, gemaakt door de leerlingen van de zesde klas van de Nieuwe Baarnse School, na de oorlog. In deel 1 ook het voorwoord van dhr. J. van Dijk, hoofdonderwijzer vande N.B.S. In het tweede deel las u een verslag over Weverij De Cneudt aan de Eemnesserweg 97. Nu, in deel drie een verslag over Bosch en Keuning, destijds gevestigd Bremstraat 11 in Baarn.

Bosch en Keuning


Zo, op het eerste gezicht zou je zeggen: "Wat een pracht gebouw staat daar" En dat is ook zo. Als de grote letters BOSCH EN KEUNING, zou je zeker zeggen dat het een school of een grote villa was. Van binnen is ook alles even luxueus.

Als je er binnenkomt, loop je meteen langs een klein hokje. Daar zit de telefoniste in, die een soort telefoon heeft ,die wij in huis niet hebben. Deze telefoon heeft een heleboel lijnen, b.v. door het hele gebouw, want iedere afdeling heeft een eigen telefoon. Dan ook no verscheidene buitenlijnen uit alle delen van ons land. Je loopt verder en gaat linksaf een korte gang in. Als je door een glazen wand kijkt, aan de rechterzijde van de gang, zie je eerst de administratie zitten, die uit vier meisjes bestaat. Vervolgens kom je bij een kamertje, waar de brieven worden geadresseerd. Dit gaat zo. Je hebt kleine zinken plaatjes, die in een machine worden gedaan. Deze machine kan lettertjes in het zink drukken. Zo wordt ook het adres in de zinken plaatjes gedrukt. Vervolgens worden de plaatjes gerangschikt. Dan worden ze in een kleine machine gedaan, die de plaatjes door een inktlint op de enveloppen drukt.



We gaan verder. Dan komen we langs de directiekamer, die eveneens glazen wanden heeft, trouwens, alle afdelingen hebben glazen wanden. In die directiekamer zetelen de directeur Mijnheer Bosch en de onderdirecteur Mijnheer Goudswaard. Dan komen we bij een kamertje dat de zaak aan een zekere firma Schuyt verhuurd heeft. Vervolgens komen we bij een afdeling, waar de reclame wordt verzorgd. Deze bestaat uit twee meisjes en de reclamechef Mijnheer van Rhijn. Hierna komen we bij de schrijfafdeling. Hier werken drie meisjes, die zeer goed met de schrijfmachine kunnen omgaan. Eén ervan is blindtypiste. Er is ook een schrijfmachine, die zichzelf regelt, behalve het tikken natuurlijk! Tenslotte komen we bij de expeditie-afdeling. Hier wordt alles ingepakt en verzonden.

De drukkerij is niet in hetzelfde gebouw. Die staat tegenover het abattoir, een klein eindje verder. Hier is ook alles even modern. Machtig mooie machines staan daar. Je snapt gewoon niet waar ze al het verstand vandaan halen, om zo'n machine uit te vinden. Je hebt een heleboel vakjes, waar alle soorten letters aanwezig zijn: gewone letters, hoofdletters, sierletters, enz. Dit zijn zgn. matrijzen. Er zijn aparte letters doch ook hele zinnen. Deze zinnen worden met machines gemaakt, die in een apart hokje staan. In vormen waar de letters in staan, wordt lood gespoten en zo krijg je hele zinnen. Vervolgens heb je verscheidene drukmachines, die met verschillende kleuren kunnen werken en ook hele platen, zoals boekomslagen die mooi versierd en met een prachtige plaat uit de machine komen. Dan gaan we naar een papiersnijmachine, waar grote vellen papier van 20 à 24 bladzijden gesneden worden, in aparte bladzijden. Naast deze machine staat nog een machine, die tijdschriften, vakbladen enz. vouwt.
Als laatste zien we nog een machine, die gom op allerlei dingen spuit, zodat je er mee kan plakken zoals postzegels. Nu eindig ik met de beschrijving van het werk van Bosch & Keuning.

Dank aan Gerard


6.12.19

Oude Baarnse industrieën (2)

Dit is deel twee in de serie 'Oude Baarnse Industrieën'. In het eerste deel kon u lezen dat we van dhr. E.A. Ledoux uit Leerdam een werkstuk kregen, gemaakt door de leerlingen van de zesde klas van de Nieuwe Baarnse School, na de oorlog. In deel 1 ook het voorwoord van dhr. J. van Dijk, hoofdonderwijzer van de N.B.S.

In dit tweede deel leest u een verslag gemaakt door Thera, leerlinge uit de zesde klas N.B.S. naar aanleiding van een bezoek aan de Weverij De Cneudt die destijds in Villa Courbe Voie aan de Eemnesserweg 97 te vinden was.

Een bezoek aan Weverij de Cneudt


Vanmiddag zouden we naar de Weverij van de Cneudt gaan met acht kinderen van mijn klas. Meneer van Dijk zou met ons meegaan. Om ongeveer kwart voor twee vertrokken wij van school. Toen we bij de Cneudt aangekomen waren, ging ons een meneer voor naar een zaal, waar meisjes zaten te weven. Er waren er acht die aan één groen tapijt zaten te werken. Ze deden dat zo vlug en handig, zo'n draadje wol in de touwen weven. Het werd een helemaal groen tapijt. En zo waren er nog meer van die rekken. In diezelfde zaal had je ook nog een snijinstrument dat de wol in gelijke stukjes knipte.

In een zaal daarnaast was erg veel lawaai. Daar stonden ongeveer acht weefgetouwen, die door handen en voeten in 't werk werden gesteld. Je had daar van die heel andere spoelen, veel groter dan zo'n spoeltje dat je op een naaimachine hebt. Als je aan zo'n handvat trok (boven je hoofd), dan vloog de spoel naar links, trokje dan nog een keer, dan vloog die naar rechts.


Je had daar ook zo'n klossenrek. Op dat rek zaten wel een stuk of zestig klossen. De draden daarvan gingen door een soort grote kam, daarna door een kleinere en kwamen samen op een heel grote klos, waaraan een meneer zat te draaien. Dit werd de "ketting". Toen gingen we naar boven. Dat was een speciale afdeling voor gobelins. Die werden eerst getekend en in kleur gebracht. Daarna werd er nog één getekend, maar niet geverfd en onder het weefrek gelegd. De geverfde tekening werd er voor gehangen. Daarna gingen we naar de kelder. In één van die kamers werden de kleden geschoren. In de kamer daarnaast (dat was de verzendkamer) worden er nog franjes aangeknoopt en de fouten er uitgehaald met een haaknaald.

Toen zouden we weer naar school gaan. We zeiden de mevrouw, die ons alles had laten zien, goede dag. Het sneeuwde erg buiten. Om drie uur kwamen we weer op school en toen kregen we tekenen.

Met dank aan Thera.

geplaatst door L.J.A.Bakker

29.11.19

Oude Baarnse industrieën

Het is alweer een tijdje geleden dat ik dhr. E.A. Ledoux uit Leerdam op visite had. Dhr. Ledoux is een zoon van één van de vroegere directeuren van de fabriek Ellesha uit de Burgemeester Penstraat in Baarn: Alfred Ernest Ledoux. Aan die fabriek besteedde ik in ons weblog al eerder aandacht. Dhr. Ledoux kwam met een hoop foto's, brochures en krantenknipsels onder zijn arm bij mij thuis en we hebben een middag besteed aan het scannen daarvan. Dat materiaal zult u in de toekomst natuurlijk bij ons terugzien, dat begrijpt u. Dhr. Ledoux had echter nog een mooi item bij zich, namelijk een verslag van de leerlingen van de zesde klas van de Nieuwe Baarnse School over de Baarnse Industrieën uit die tijd. Het verslag bevat een voorwoord van dhr. J. van Dijk, destijds hoofd van de school. Helaas is het verslag ongedateerd, maar dhr. Van Dijk beschrijft in zijn voorwoord de ontwikkeling van de Baarnse industrie van na de oorlog. Het is dus in ieder geval na de oorlog gemaakt. In het verslag beschrijven de kinderen van klas 6 in het kort de verschillende bedrijven die in Baarn te vinden zijn. Vele daarvan zijn inmiddels verdwenen. In een serie wil ik dit verslag in ons weblog plaatsen, te beginnen met het voorwoord van dhr. J. van Dijk, hoofd van de school. Hou er in deze serie rekening mee dat de artikelen geschreven zijn door leerlingen uit de zesde klas, dus kinderen van 13-14 jaar oud. Hier dus de inleiding van dhr. J. van Dijk:

Industrie-tentoonstelling

verzorgd door de leerlingen der 6e klas van de Nieuwe Baarnse School

Inleiding bij de verzamelde opstellen over de Baarnse Industrie, verzorgd door de leerlingen van de Nieuwe Baarnse School.

Deze opstellen zijn het resultaat van een serie bezoeken aan de diverse industrieën van Baarn door de leerlingen van 6e klas. Bij het zoeken naar een geschikt belangstellingscentrum, wat onze leerlingen voor enige maanden zou kunnen boeien, kregen we een felkleurig boekje over de industrialisatie van ons land in handen, dat uitgegeven was door het Ministerie van Handel en Nijverheid. Na een korte bespreking peilden we voldoende interesse en gaven we de opdracht: "Onderzoek eens welke industrie hier in Baarn zetelt en tracht na te gaan of deze zich na de oorlog heeft uitgebreid". Een achttal fabrieken konden ze zo opnoemen, maar een speurtocht door de telefoongids en de plaats zelve verschafte ons 30 adressen. Sommigen gingen in groepjes of op hun eentje naar de een of andere fabriek om te vragen of ze deze mochten bezichtigen. 

Tijdens het taakwerkuur bleek bij de discussies dit initiatief toch te vage en te algemene resultaten op te leveren, daar tal van vragen niet beantwoord konden worden. Daarom stelden we een vragenlijst op, die we aan de 30 bedrijven toezonden. De enthousiasten antwoordden onmiddellijk en wensten ons succes met dit werk, met anderen moest nader contact worden gezocht en sommigen voelden er niets voor, omdat hun bedrijf thans niet op volle toeren draaide, of konden het ons niet toestaan vanwege fabrieksgeheim of een verbouwing; weer anderen sloten hun poort uit vrees voor een te groot verlies aan arbeidsprestatie. Toch kregen we bij een 20 tal een vrij entree. 

De eerste groep van 12 jongens en meisjes zwermde uit. Plechtig werden we in het kantoorgebouw ontvangen, waar we te midden van een verzameling eindproducten werden neergezet. Een lange technische verhandeling volgde, gelukkig onderbroken door een kopje thee en een flesje limonade. Maar toen de schoolbel aan het einde van de schooldag luidde, hadden we nog geen fabriek gezien. O wat een zware middag voor mijn luitjes, die in den beginne als volleerde journalisten druk aantekeningen noteerden, doch nu allang potlood en papier lieten rusten. De rondleiding door de fabriek deed hun energie weer even opveren en de proeven, die voor hen in het laboratorium werden gedaan verzoenden hen gemakkelijk met deze lange werkdag. De volgende dag voelden ze zich hele Pieten onder hun kornuiten en schepten enthousiast op over het geziene, zodat we die dag tegen heel wat jaloerse gezichten moesten kijken. Allen wilden zo spoedig mogelijk aan de beurt komen om ook eens iets te zien van deze machtige wereld der techniek. In snel tempo werden ze nu in de gelegenheid gesteld een of ander bedrijf te bezichtigen en hun onderzoekingsijver te bevredigen. 

De meeste belangstelling ging uit naar het technische proces, waarover ze op school een opstel moesten schrijven, dat, als het 't beste was, gestencild zou worden. Praktisch niemand lette er op, hoe de hygiënische toestand in een fabriek was, of het werk monotoon of afwisselend was, hoogstens werd er een onderscheid gemaakt tussen "een vies baantje" en "leuk werk". Een enkele maal werd de vraag gesteld: "Verdien je er veel mee? of Moet je er lang voor leren om dit te kunnen maken?" Natuurlijk kregen we niet overal limonade of snoep, maar wat waren ze al blij met wat afval, mislukte producten en bepaald trots waren de snuiten, als ze bij het afscheid het echte eindproduct als souvenir ontvingen.

Uit de beantwoording van de vragenlijst wisten ze al hoe je voor een bepaald bedrijf moest worden opgeleid, het jaar van oprichting, het aantal arbeiders, dat er voor de oorlog en dat wat er thans in de Baarnse fabrieken werkt, waar de grondstoffen vandaan komen en waar de eindproducten heengaan.
Wat de leeftijd van de fabrieken betreft, zien we dat de oudste reeds in 1860 geboren werd en dat ze pas in 1904 een zus kreeg. De uitbreiding staat weer 20 jaar stil, maar in 1924 en 1925 komen er weer 2 bij. In de 30-er jaren gaat het sneller; niet minder dan 10 bedrijven worden in het leven geroepen. Na de oorlog komen er nog 6 bij. 

Uit de vragenlijst zien we ook, dat het aantal arbeiders van 418 vóór de oorlog opklimt tot 770 op heden, een toename van 84%, waarmee Baarn stellig geen slecht figuur slaat. Over de financiële gegevens kan ik U niet nader inlichten, maar de kinderen vonden het machtig interessant te vernemen dat we hier toch ook een fabriek bezitten, die per jaar door zijn rechtstreekse export nog een kwart millioen oplevert aan deviezen; wat aan één de opmerking ontlokte: "Nou mijnheer, je werd er ook bar smerig". 

Bij het lezen der verzamelde opstellen zal ongetwijfeld de vraag rijzen of nu al dit werk wel verantwoord is. Hadden de leerlingen niet beter rustig in hun bank kunnen blijven zitten om zich te bekwamen in de normale schoolse kennis? Ze zouden dan op de taakuren meer tijd gehad hebben voor een studie over stadhouder Willem III, het Hollandse polderlandschap op het leven der bijen. Zeker belangrijke onderwerpen. Maar thans zijn deze leerlingen in contact gebracht met een facet van het werkelijke leven. Ze hebben gezien en gevoeld hoe het ene deel der mensen moet zorgen voor het andere deel en op zijn beurt weer verzorgd wordt door het eerste. We hebben hen er op gewezen hoe zwaar en geestdodend deze arbeid kan zijn, maar ook hoeveel arbeidsvreugde er kan liggen in het besef zich een radertje te weten in het grote economische geheel, vooral als een directie zich de moeite getroost hun personeel bij te brengen, dat, waar zij ook geplaatst zijn, zij bij het volledig inzetten van hun energie een belangrijk onderdeel van ons nationale leven, ja van de gehele mensheid vormen.

Dat deze jeugdige leerlingen hiervan kennis hebben genomen, dat ze deze materie op hun wijze hebben besproken en beschreven heeft stellig een vormende waarde voor heb gehad. Het heeft hun inspanning gekost de technische procédé's te volgen en te verwerken, maar deze inspanning is rijkelijk beloond door het vergaren van meerdere kennis en het verwerven van een beter inzicht in de technisch-economische samengang van industrie en dagelijks leven.

Uit het feit, dat vele volwassenen een vrij oppervlakkige kennis omtrent onze plaatselijke industrie constateerden, meende wij door middel van dit centre d'intérêt een poging te moeten ondernemen deze lokale nijverheid in grotere kring bekend te maken. Dat de fabrikanten deze grotere faam apprecieerden, bleek uit de vlotte toezegging om hun eindproducten voor de Baarnse bevolking te willen exposeren. Door de combinatie van deze 2 doeleinden (meerdere kennis van en beter inzicht van de leerlingen in de noodzaak tot industrialisatie alsmede een grotere bekendheid bij de Baarnse bevolking van de plaatselijke industrie) meen ik het onderwijs te hebben gediend naar het motto: de school moet het leven dienen.

J. van Dijk, Hoofd der Nieuwe Baarnse School

Met dank aan dhr. E.A. Ledoux, Leerdam