maandag 3 oktober 2022

Het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) en Baarn: de geschiedenis op herhaling

Door Ed Vermeulen

Baarn en het KNIL, vastgelegd in een foto. 
Lokatie Oude Begraafplaats, Berkenweg. 

(Foto: Geheugenvanbaarn.nl)

Het begin van een verhaal dat nog geschreven moest worden.


Dat de geschiedenis zich zo nu en dan herhaalt is een bekend gegeven: een gebeurtenis in het hier en nu roept dan een herinnering op aan een vergelijkbare situatie in vroeger tijden. Vanaf de in dit verhaal genoemde bijzondere en nog steeds actuele gebeurtenis uit april 1951 kijken we terug in de tijd en wel naar de maand juni van het jaar 1927.


Koninginnedag 30 april 1951: In het verhaal ’65 jaar Molukkers in Nederland en een bijzonder defilé’ las u mijn herinneringen als negenjarige scholier aan gebeurtenissen op Koninginnedag 30 april 1951, de dag van het jaarlijkse defilé langs het bordes van paleis Soestdijk. In dit kleurrijke spektakel naast allerhande folkloristische, al dan niet van smakelijke krentenmikken voorziene, groepen uit het gehele land een groot aantal donkergetinte militairen in uniform: Molukse KNIL-militairen, door infaam handelen van de toenmalige Nederlandse regering inmiddels al ex-KNIL militairen (immers na aankomst in Nederland ontslagen uit dienst), behorende tot het eerste contingent dat op 12 maart van hetzelfde jaar met het m.s. Kota Inten in Rotterdam was aangekomen. De duizenden toeschouwers uit Baarn en omstreken, waaronder ikzelf, keken hun ogen uit. Ik omschreef het als volgt:

’mijn eerste kennismaking met het KNIL. Het maakte een diepe en onuitwisbare indruk en verdween nooit meer uit mijn herinnering’.    

Paleis Soestdijk
(UItgave Roukes Baarn)

Koninginnedag: een eerbetoon aan de jarige vorstin bij Paleis Soestdijk
(Coll. Moluks Historisch Museum)


Verliefd, verloofd, getrouwd: Dat het vervolgens nog tot 1961 zou duren tot het KNIL zich via een in dat jaar opbloeiende relatie met een Indisch  meisje, Martje Edith, dochter van KNIL SMI Douwe van der Wal , een permanente plek in mijn leven zou gaan innemen, lag in 1951 nog in de redelijk verre toekomst verborgen.

Palembang, Sumatra, 1946-47
(Coll. Marty Vermeulen)

Douwe van der Wal en zijn peloton, Y-brigade ex Gadja Merah,
Sumatra 1946-47 kort voor Operatie Product.
(Coll.  Marty Vermeulen)

En dat niet alleen, want wat ik in die jaren al helemaal niet wist en nu eigenlijk ook pas sinds kort is het feit dat het KNIL, ooit in 1814 opgericht als Nederlands Oost-Indisch leger, al eerder een bezoek aan het Baarnse had gebracht en wel in de maand juni van het jaar 1927. Géén nu nog levende Baarnaar noch Barinees die het zich zal en kan herinneren: het gebeurde immers vijfennegentig jaar geleden. Bijna een eeuw terug in de tijd! 

Beeld Van Heutsz, Bronbeek
(Bron: laststandonzombieisland.com)

Hoe, wat en waar: Op 9 juni 1927, een dinsdag, vond de staats(her)begrafenis plaats van Luitenant-generaal Van Heutsz, in de jaren 1904-1909 gouverneur generaal van Nederlands Indië, geboren in Coevorden in 1851 en overleden in Montreux in 1924. Zijn militaire jaren in het immer turbulente Atjeh, Noord Sumatra, leverden hem de bijnaam ’Pacificator van Atjeh’ op. Een bijnaam die nu, op zijn zachtst gezegd, de wenkbrauwen doet fronsen. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in een ter ere van hem gebouwd mausoleum op de Nieuwe Ooster Begraafplaats in Amsterdam.

Mausoleum Van Heutsz
(Bron: Amsterdamopdekaart.nl)

Deze zeker voor die tijd indrukwekkende gebeurtenis werd bijgewoond, misschien is opgeluisterd een beter woord, door een speciaal samengestelde en vanuit Nederlands Indië ingevaren groep KNIL-militairen van het detachement Van Heutsz. Veertig man in totaal, de meesten van inlandse afkomst, onder leiding van, als enige Hollander, luitenant A.W.M. Jordans. Hun namen zijn bewaard gebleven via een, diep in een archief weggeborgen en nu teruggevonden, presentielijst. Een lijst die begint met Europees sergeant 1e klasse Hukum (Militaire Willemsorde vierde klasse) en eindigt met de Timorese Marechaussee 1e klasse Loeis Seini, terwijl ook de in de media van die dagen uiterst populaire Javaans korporaal titulair Kromodikoro (Militaire Willemsorde 4e klasse Atjeh 1926) zijn meer dan verdiende plaats verkreeg. Ook zijn er foto’s bewaard gebleven, maar de vraag wie-is-wie kan helaas niet beantwoord worden. Veertig onverschrokken KNIL strijders die, gezien de aan hen uitgereikte onderscheidingen, hun militaire sporen in de Gordel van Smaragd nalieten, nu op tournee door Nederland. Ter meerdere glorie van? Ja, van wat eigenlijk. Het enige juiste antwoord: ter ere van de toenmalige Nederlandse regering, die zich ten doel had gesteld Nederland te laten gelden als een imponerende koloniale macht. Vlagvertoon van de bovenste plank! De groep was ondergebracht in de grote kazerne van de Koloniale Reserve in Nijmegen. Van hieruit reisde het representatieve detachement per spoor door het land om acte de présence te geven bij allerlei bijzondere gelegenheden. Het geluk lachte met name de aan het spoor gelegen plaatsen, hieronder Baarn, toe! Op zaterdag 11 juni 1927 werd onze residentie aangedaan. Hoe ik dit weet en u nu ook, lezen we in de talloze krantenverslagen, waaronder uiteraard onze onvolprezen Baarnsche Courant, uit die tijd.

Elf van de veertig uitverkoren KNIL militairen
(Bron: Spaarnestad)

Waar:
De vraag ’Hoe en wat’ is hiermee beantwoord, blijft het ’waar’. Waarom Baarn? Het toeval wilde dat in ’ons’ Baarn de Landdag van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm werd gehouden.

Affiche Landstormdag
(Bron: vrijwilligelandstorm.nl)

Een soort militaire open dag, waarin onze strijdkrachten en allen die zich daarmee verbonden voelden, gevangen in het vriendelijk ogende woord ’sympathisanten’, zich van hun beste kant lieten zien. Een mooiere gelegenheid om het KNIL aan den volke te vertonen en tegelijkertijd Baarn op de kaart te zetten had zelfs de grootste city-marketeer van toen, had hij bestaan, niet kunnen bedenken. Zelfs leden van de Tweede kamer stonden, gelijk later het paard van Sint Nicolaas, al dan niet trappelend van ongeduld, op ons fraaie Stationsplein op de trein uit Nijmegen te wachten.

Station Baarn
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)
Pekingbosch met zicht op villa’s Peking en Holland
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

Na de officiële ontvangst marcheerde het detachement Van Heutsz naar het feestterrein, gelegen in het toen inmiddels compleet gekapte en nu kale voormalige Pekingbosch, het gebied ingesloten tussen de huidige Toren-, Vondel- en Nicolaas Beetslaan en Kettingweg. Ook de bij Baarnaars geliefde Pekingkom was inmiddels gedempt. Ook toen stond de natuur onder druk!

Plattegrond voormalig Pekingbosch
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

Of wilt u het nog preciezer? Kan: op de plek waar in 1928 onze culturele trots, theater Musis Sacrum, gebouwd zou worden, met weer later daarnaast de voormalige  sportvelden van Het Baarnsch Lyceum, stonden nu de door de Baarnse aannemer B.F. van Dijen gebouwde tribunes, plaats biedend aan 1200 personen, op de toeschouwers van de Landdag te wachten. Hier vertoonde de Nederlandse strijdmacht zich met o.a. hun nieuwste (?), door paarden getrokken, houwitsers. Paarden: de edele viervoeters waren nog volop in beeld. Tijdens deze feestelijke gebeurtenis die werd bijgewoond door H.M. de Koningin-moeder Emma, presenteerde ook het detachement Van Heutsz zich aan het verzamelde publiek. Trots marcheerden zij voorbij, veertig donker getinte mannen, onder leiding van de eerder genoemde luitenant A.W.M. Jordans. Het moet op het aanwezige publiek een onvergetelijke indruk gemaakt hebben, vergelijkbaar met mijn ervaring bij het zien van de marcherende Molukse militairen bij Paleis Soestdijk in 1951. In de landelijke en uiteraard ook de plaatselijke pers werd volop aandacht geschonken aan de landdag. Ook de mannen van het KNIL werden genoemd, zij het als groep, slechts de hotemetoten (lees: hoogwaardigheidsbekleders) bij naam en toenaam. Verschil moest er zijn! Toen en nu nog steeds. Eenmaal terug in Indië raakten de mannen van het detachement in rap tempo in de vergetelheid. Ook vorstelijk Baarn ging na de Landdag over tot de orde van de dag. Theater Musis Sacrum werd gebouwd en het Pekingbosch werd verder commercieel ontwikkeld. 

Musis Sacrum, Baarn(sch) trots!
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

Het KNIL:
Bejubeld, verguisd, in 1950 opgeheven en ontbonden, leeft voort in onze gezamenlijke herinneringen en natuurlijk op Bronbeek in Arnhem.

Voor altijd samen op wacht met de klewang en de karabijn paraat.
KNIL 1830-1950. Bronbeek, Arnhem.
(Foto: Ed Vermeulen)

Stormramp van 1927: Wat we ook bijna vergeten waren is het feit dat tijdens de landdag een souvenir verkocht werd, de opbrengst waarvan ter beschikking werd gesteld van de slachtoffers van de stormramp van 1927. 

Stormramp Achterhoek 1927
(Coll. Erfgoedcentrum Achterhoek)

Wat was het geval? In juni van dat jaar was een cycloon van ongekende kracht over de Achterhoek getrokken, waarbij tien doden te betreuren waren, honderdvijftig gewonden en een spoor van materiele verwoesting werd achtergelaten. De landdag in Baarn bood een uitgelezen kans om ook in het Eemland, door het kopen van een herdenkingstegel, een steentje bij te dragen ter leniging van de nood. 

Herdenkingstegel Stormramp Achterhoek 1927
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)



Tevens werd er een collecte gehouden die het mooie bedrag van Fl. 1500,- opbracht. Hoeveel tegeltjes er verkocht zijn heb ik niet kunnen achterhalen.  Maar gezien het feit dat we een tegeltje kennen met de nummering 235 zullen er zeker meerdere honderdtallen verkocht zijn. 

Mocht u het tegeltje willen bewonderen en eventueel ook aanraken: bij de Historische Kring Baerne bent u aan het juiste adres.   
   
Krantenbericht collecte

Boven: Het KNIL marcheert: Filmpje met bewegende beelden van de marcherende militairen.

Bron en inspiratie voor dit aan de vergetelheid onttrokken stuk Baarn-Indiëgeschiedenis: Het door auteur, onderzoekster en schrijfcoach Vilan van de Loo geschreven en begin 2022 uitgegeven boek ’Een eervol bestaan. De geschiedenis van het KNIL, 1814-1950’ en het eveneens door haar geschreven verhaal ’Waarom het KNIL in 1927 een charmeoffensief uitvoerde’ opgenomen in het online geschiedenis magazine Historiek. 

Dit verhaal (aflevering 105) verscheen op maandag 3 oktober 2022 
in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Geheugenvanbaarn.nl    



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u Geheugenvanbaarn.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Geheugenvanbaarn.nl.

zaterdag 1 oktober 2022

 Zoekplaatje in Baarn

1: Wat is de naam van het gebouw aan de linkerkant ?

U kunt hierop reageren via het sturen van een briefje naar:

Stichting Groenegraf.nl

T.a.v. Baarnsch Geheugen

Marisstraat 4

3741 SK BAARN

Of stuur een e-mail naar: bakker.groenegraf@gmail.com

Onder de goede inzenders verloten we het boek 'Baarn in de Tweede Wereldoorlog ….terugblik'.

Dit boek is geschreven door Wim Velthuizen en uitgegeven door de Stichting Groenegraf.nl

Daarnaast ontvangt de winnaar ook nog een fles wijn voorzien van een ansichtkaart uit Baarn, beschikbaar gesteld door

Mitra Baarn - Van der Steeg Laanstraat 72, 3743 BH Baarn Telefoon: 035-5426063.





vrijdag 23 september 2022

De Bron viert zilveren jubileum

 

Meester Estor 25 jaar in het onderwijs

 

Op vrijdag 29 november 1985 is het precies 25 jaar geleden dat dhr. Estor, directeur van de openbare basisschool De Bron aan de Gaslaan, zijn loopbaan als onderwijzer begon.

17 jaar geleden werd op 20 maart 1968 het nieuwe gebouw aan de Gaslaan voor de Oorsprongschool geopend. In augustus van dat jaar kwam dhr. Estor het team van onderwijzers aan deze school versterken. Zijn loopbaan als ’’Meester Estor” op de Oorsprongschool was begonnen. In 1984 onderging deze school een naamsverandering 


Meester Estor mag de taart aansnijden 


en werd de school heropend onder de naam ”De Bron”. Het werd dus ’’Meester Estor van de Bron”. Per 1 augustus 1985 is Meester Estor, tot grote vreugde van een ieder, benoemd tot directeur van de Bron. Afgelopen woensdag werd het 25-jarig jubileum van Meester Estor door leerlingen, teamleden en enkele ouders op passende wijze gevierd. Het begon allemaal om even voor 9.00 uur. Meester Estor, die de instructies had gekregen om deze ochtend thuis te blijven, werd feestelijk door alle leerlingen van zijn school van huis opgehaald.

De jonge leerlingen met mooie versierde mutsen. De oudere leerlingen met een vrolijke corsage op de jas. Meester Estor, die aanvankelijk dacht dat het om een paar van zijn leerlingen ging, opende de deur en nodigde ze uit binnen te komen. Tot zijn verbazing kwam er geen eind aan de rij en stond in een mum van tijd zijn huiskamer vol kinderen. Zo liep Meester Estor deze dag, tussen al z’n leerlingen, zijn dagelijkse route naar school.

Op school aangekomen werd hem verzocht plaats te nemen op de door een paar leerlingen prachtig versierde stoel die in de gemeenschappelijke ruimte klaar stond. Het feest in school kon toen beginnen. Na een klein toespraakje door de ouderraad, werd door een 6-tal kinderen, die eerst ieder Meester Estor wat voor te dragen hadden, enkele cadeaus aangeboden. Daarna mocht hij na een toespraakje van juf Versteeg namens de teamleden, een cadeau in ontvangst nemen. Na dit alles was dan het grote moment gekomen, waar alle kinderen naar uitkeken. Want geen feest zonder taart, en die was er, een hele grote. Meester Estor nam het mes ter hand en na een één, twee, drie door alle aanwezigen gevolgd door ’’lang zal hij leven” zette hij het mes in de taart. Deze werd in stukjes verdeeld en uitgedeeld met een glaasje limonade en een kopje koffie. Deze feestelijke ochtend werd afgesloten met een paar leuke films én een traktatie van Meester Estor, meester van de Bron aan de Gaslaan en meester voor nog eens vijf en twintig jaren.

Mr Estor in 1977 met groep 6

 Wilt u uw herinneringen delen? U kunt hierop reageren Stuur een e-mail naar: bakker.groenegraf@gmail.com. 

Heeft u geen internet? Stuur een briefje aan:

Stichting Groenegraf.nl
T.a.v. Baarnsch Geheugen

Marisstraat 4 - 3741 SK BAARN

zondag 18 september 2022

Waarom zouden we bang zijn?

Onlangs werd het boek ‘Waarom zouden we bang zijn?’ van Marianne Visser van Klaarwater gepresenteerd in de Nicolaaskerk te Baarn.


Martelaar van Nederland
In haar boek beschrijft Marianne het levensverhaal van haar oom Bernard van Klaarwater (Baarn 1896-Bismarckzee 1943). Hij was de broer van haar vader. Als martelaar staat haar oom vermeld in het boek ''Getuigen van Christus.''
Als Missionaris van het Heilig Hart missioneerde Bernard in Papoea-Nieuw-Guinea. Van 1939-1981 leefde de familie Van Klaarwater in grote onzekerheid over zijn lot. Totdat de priester Ralph Wiltgen ons liet weten dat hij op 18 maart 1943 door Japanners vermoord werd samen met 49 andere geestelijken.

Marianne heeft zijn biografie geplaatst binnen de context van missie en kerk in Papoea-Nieuw-Guinea vanaf 1844 tot en met nu.

De missie van 'Waarom zouden we bang zijn?'
Wanneer mensen de handen ineenslaan dan kan veel zich ten goede keren. Zoals dat ook gebeurde in Papoea-Nieuw-Guinea. Vanuit een diep geloof en vertrouwende op God en Zijn leiding brachten onverschrokken mannen en vrouwen vrede in een door stammenstrijd en kannibalisme verscheurde wereld. Haat maakte plaats voor de kracht van geloof, liefde, compassie en betrokkenheid.

Mogen we op deze kracht vertrouwen in onze huidige door oorlogen en crisissen geteisterde wereld.

Pas in 2020
Op 19 oktober wordt Marianne van Klaarwater 70 maar pas in 2020 vatte ze de moed voor het schrijven van dit boek. Over het waarom leest u via deze link https://www.cultuurblogger.nl/2022/08/25/waarom-zouden-we-bang-zijn/

Het boek is te koop bij de plaatselijke boekhandel. Kijk voor meer informatie en online bestellen op https://www.gopher.nl/shop/title.asp?id=14180

vrijdag 16 september 2022

Eembrugge 16 oktober 1378 de eerste tolheffing

 De Eembruggenaren, die op 16 oktober 1378 bij de sluis voor de kerk aan Ter Eem naar een voor hen nieuwe konstruktie stonden te kijken, konden niet vermoeden dat die wegversperring geschiedenis zou schrijven als eerste tol in deze omgeving, waarop nog vele van dergelijke initiatieven zouden volgen.

Het oudste café van Eembrugge

”Let maar op, ze weigeren te betalen en rijden gewoon door”, voorspelde Claes van Loenen, die zijn koeien op een weiland achter Huis ter Eem had lopen. Maar daar was Truida van den Koster, de buurvrouw van Claes Dynaerts, de waard in de vrij deftige herberg aan de Eembrug, minder overtuigd van. ”Ze hebben die kuilen en de sloot ernaast niet voor niets laten graven”.

’’Alleen het neerzetten moet al zo’n tien plakken gekost hebben”, wist Nanning Wouterszoon, die zijn koeien langs de Eem in de buurt van de waai liet grazen.

”En de rest”, viel Wendermoet Scaden bij. Hij had een air of hij het weten kon, omdat zijn boerderij net vóór de kerk - toen nog aan de overzijde van de rivier, net als het Huis - stond. ”Jij hebt er ook nog aan verdiend”, wees hij met het hoofd naar Hein Vosse.

Die haalde alleen z’n schouders op. ”lk kreeg 8 plakken om de drie bomen naar Eembrugge te slepen. Maar vergeet niet dat ik daarvoor driemaal rijden moest”. Ook die bomen had men moeten kopen, maar hoeveel plakken dat gekost had, wisten ze niet. Ze waren uit Baarn, of misschien wel de Vuursche gehaald. "Jan de Man uit Baarn kreeg 3 plakken voor die draaiboom”, zei Scaden veelbetekenend.

 Acht plakken waren toen evenveel als een pond, een gulden zouden we nu zeggen. De opbrengst zal dat eerste jaar trouwens niet tegengevallen zijn: 304 pond 1 stuiver 11 penningen. Helemaal zonder moeilijkheden ging het overigens niet. Het was maar goed, dat er een boom over de weg liep, want anders waren velen inderdaad zo maar doorgereden. Nu moest gewacht worden, want de tolboom bleef onverbiddelijk gesloten, tot men eerst geofferd had. Die nieuwigheden ook. Het was al erg genoeg geweest, toen Bisschop Jan van Arkel van Utrecht in 1360 een dekreet had uitgevaardigd, dat voortaan bij het passeren van de Eembrug geld betaald zou moeten worden. Over dat bruggeld maakten de Eembruggenaren zich overigens niet dik. Net als de bewoners van Baarn, Bunschoten en Eemnes waren zij daarvan vrijgesteld. Niet om de kleur van hun ogen, maar die vier gemeenten hadden al bij de bouw van de brug meebetaald en zij stonden ook garant jaarlijks bij te dragen in een eventueel exploitatietekort.

Want daar mocht je niet te licht over denken. De aanstelling van een brugmeester betekende al kosten en nog erger was 't met de onderhoudskosten. Dat kon allemaal best eens tegenvallen. Bovendien had de Bisschop de inwoners van zijn eigen stad Utrecht, alsmede de mensen uit de destijds twee belangrijkste Stichtse steden (Amersfoort en Rhenen) eveneens vrijdom van deze bruggelden verleend.

Dat kleine beetjes één grote kunnen vormen, bleek wel uit de tarieven. Voor een wagen, welke de brug over wilde, moesten 4 penningen worden betaald. Tenminste de grote, want voor de gewone karren behoefde men maar de helft te geven. Terwijl ook voor ieder rund, ongezadeld paard, varken of schaap, die de brug overstak, 1 penning neergelegd moest worden. Overigens was dat ook begrensd, want voor een grotere groep kon 't nooit hoger oplopen dan 4 penningen.

De Bisschop van Utrecht kon zoiets nu wel mooi uitvaardigen, daarna liet hij 't meeste toch aan de vier omliggende gemeenten over. leder jaar op Sint Jansdag kwamen Baarn, Eembrugge, Bunschoten en Eemnes bijeen om een brugmeester te regelen, waaraan de inning van dat bruggeld verpacht werd. Bij dat overleg was de Bisschop overigens wel vertegenwoordigd. Hij zond een persoonlijke afgevaardigde, of liet het aan de rentmeester ("castelein” heette zo’n figuur in die tijd) van Huis ter Eem over. Waarbij natuurlijk niet vergeten mocht worden, dat de helft van de opbrengst van het bruggeld voor de Bisschop zelf was.

Nu echter raakte men niet uitgesproken over iets nieuws: geld betalen om over een weg te mogen! Ze waren het er over eens, dat er een heel toepasselijke dag voor uitgekozen was: 16 oktober - St. Gallendag.

"Past goed bij de bittere smaak, die de mensen er aan over houden”, vond Claes van Loenen. Maar Hein Vosse had daar zo zijn eigen vermoedens over. ’’Vast en zeker omdat het vandaag ook marktdag in Amersfoort is”.

Wie moest het geld innen? De castelein voelde zich er te goed voor en zijn medewerkers op ter Eem wilden (of durfden?) niet. Zodat iemand van buitenaf moest worden aangetrokken.

"Die heeft een gekke naam”, lachte Truida. "Spiegelken heet hij. Ze moeten mooi logies voor hem betalen”.

Er werd gemompeld, dat de hoge heren met dergelijke kosten niet krenterig waren. ’’Toen de burgemeesters van Bunschoten en Eemnes Baarn werd niet eens genoemd! hier een keer kwamen om de verpachting te regelen, dronken ze voor wel 8 plakken bier op”, wist Nanning Wouterszoon.

’’Daar zal heus wel iets te eten bij gezeten hebben", veronderstelde Wendermoet.

Truida wist nog een paar nieuwtjes. "De eerste drie nachten wordt er ook nog bij gewaakt. Dat kost ze nog eens 6 plakken. En Claes Dynaerts kreeg ook nog 11 plakken, omdat die timmerlieden bij hem kwamen”.

...vrouw v. Oosterom was er de laatste cafehoudster 

 Wilt u uw herinneringen delen? U kunt hierop reageren Stuur een e-mail naar: bakker.groenegraf@gmail.com. 

Heeft u geen internet? Stuur een briefje aan:

Stichting Groenegraf.nl
T.a.v. Baarnsch Geheugen

Marisstraat 4 - 3741 SK BAARN