dinsdag 23 januari 2018

Herinneringen van Hans (29): Winterpret

In de wintertijd krijg ik altijd nostalgische gevoelens naar mijn jeugdtijd, want het is net alsof toen de winters pas echte winters waren met ijs en sneeuw. Hoe het ook zij, ik heb er leuke herinneringen aan.

Zo herinner ik me dat we grote sneeuwbergen maakten op het veldje ingeklemd tussen de Lepelaarstraat, Reigerstraat, Wulpstraat en Snipstraat. Sneeuwballen gooien. Lekker rollebollen in de sneeuw. We konden er geen genoeg van krijgen.

Ik weet niet meer of wijzelf daaraan ook hebben meegedaan, want het was wel een stukje bij ons vandaan, maar voor de Baarnse jeugd was wat sleetje rijden betreft het Bosje van IJsendijk met zijn helling de ideale plek. 

Schaatsen heb ik geleerd op de dichtgevroren vijver bij de flats aan de Oosterstraat. Met de ouderwetse duwslee als steun. Nog op Friese doorlopers, die je honderd keer weer opnieuw moest vastknopen.

Als het een tijdje echt goed gevroren had dan kon je schaatsen op de Praamgracht. Het bruggetje is dat bij de Naald. 

En ja, dan was de Eem niet ver weg. Voor velen was het een uitdaging om het IJsselmeer te bereiken, maar daar heb ik me nooit aan gewaagd. Kuijer bereiken was al een hele prestatie.

En met oudjaar was er dan het carbid schieten.Vooral mijn broer Henk hield zich daarmee bezig. Ik was een aandachtig toeschouwer. Sommige jongens in de buurt (de Lepelaarstraat) konden beschikken over heuse melkbussen. Die gaven uiteraard de beste knallen. Maar met een oude verfbus ging het ook al heel aardig.

Het zou goed kunnen dat bovenstaande tekeningen uiteindelijk in het prentenboek over Baarn terecht gaan komen, waaraan ik hard bezig ben. Deze winterse plaatjes zijn dus een leuk opwarmertje. 

Hans Smeekes
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter







donderdag 18 januari 2018

donderdag 11 januari 2018

Het Taanhuis en het Vissersmerk

Tot de inventaris van de oude taanschuur behoort een aantal karren en kruiwagens, daar niet iedere schipper over eigen vervoermiddelen beschikte. Verder staat in een hoek van de schuur nog een merkwaardig oud bord, waarop in witte verf oude vissersmerken zijn aangebracht. Vroeger hing dit bord op een duidelijke plaats in de taanschuur. Maar nu het
vissersmerken
geen dienst meer doet, is het in een vergeten hoek weggezet. Het was allang vervangen door een ander zwart bord, waarop met krijt de wettelijk voorgeschreven letters en nummers, die het schip moet voeren, waren geschreven en dat het oude vissersmerk deed verdwijnen. De visserman voerde dit kenteken ook op zijn viswant om zijn eigendom makkelijk te herkennen. De archaïsche vissersmerken raakten hierdoor in onbruik en werden vervangen door letters en nummers, waaraan men kan zien waar het vaartuig thuis behoort. De oude merken werden aangebracht op een bepaalde kurk van de netten, bij een ander soort netten weer op het lood of de staken. Zij hadden vrijwel geen ander doel dan herkenningsteken te zijn, wanneer het viswant in zee staat en vooral wanneer dezelfde soort netten van vele vissers bij de taan baas worden getaand en zij alleen aan deze merken van elkaar zijn te onderscheiden (3 Eigen Volk, jrg. 1930).


Bepaalde merken - hier citeren wij J. Koelewijn - zijn van geslacht op geslacht overgegaan. Wanneer meerdere zoons in het bedrijf van vader overgingen was het oude merk voor de oudste, terwijl andere zonen een kleine wijziging kozen met behoud van het oorspronkelijke merk. In het Gooise Huizen deelde de hoogbejaarde visser Jan de Groot mede, dat zijn vader het vissersmerk X op al zijn netten en verder vistuig voerde. Het was op kurken gebrand en in het lood gekerfd, zowel van de bot- als de haringnetten. Later, toen hij als schipper voer, kreeg hij wel het merk.van zijn vader, doch het werd gewijzigd door een streepje eraan toe te voegen. Als zelfstandig schipper behoorde voortaan dit merk aan hem.

De oorsprong en de tijd wanneer de merken in gebruik zijn genomen liggen volkomen in het duister. Wel weten oude vissers van Spakenburg en Huizen, dat de merken ook door hun grootvaders en vaders werden gebruikt en het nooit anders was geweest, tot de invoering van het wettelijk voorgeschreven kenteken op het schip. Dit kenteken werd toen ook aangebracht op het viswant en van lieverlede raakten de oude merken uit de tijd. De merken waren nodig niet alleen bij het tanen, doch ook wanneer men zijn netten verspeelde bij storm of ruw weer. Spoelden zij hier of daaraan, dan bracht het oude vissersmerk uitkomst en kon men zien wie de eigenaar was.

Dergelijke vissersmerken zijn ook elders bekend. Omstreeks 1940 tekende S. J. van der Molen (Vissers van wad en gat, Leeuwarden 1962) in Wonseradeel de merken op van verschillende vissers. En in De Lemmer leeft de herinnering eraan ook nog. Reinhard Peesch vermeldt ze in Die Fischerkommünen auf Rügen und Hiddensee' Berlin 1961. Ze hadden geen ander doel dan herkenningsteken te zijn en zij hadden evenals Spakenburg namen; niet alle, doch enkele. Zulke merken zijn een stuk geschiedenis van eigen heem. Zij staan bekend, onder de verzamelnaam huismerken. Maar er komen talrijke afwijkende benamingen voor als grafmerken, koopmansmerken, poortersmerken, analfabetentekens, meestertekens, notaristekens en vissersmerken. De huis- en hofmerken worden als eigendomskenmerk door eigenerfde boerengeslachten gevoerd en hielden oorspronkelijk verband met het erf, de hoeve.  Alle werktuigen werden van het eigen merk voorzien door middel van inslaan, insnijden, of inbranden. Zelfs de schapen van de vissers op het eiland Rügen kregen het voor ieder bekend merk, op een lap genaaid, die zij op de rug droegen.   



Spakenburgse vissersmerken
Het zijn simpele inkervingen of insnijdingen, die gemakkelijk op hout of ander materiaal dat zich hiertoe leent, zijn aan te brengen. De vissersmerken van Spakenburg zijn zonder meer herkenningstekens, die rechtskracht hadden, al waren zij niet wettelijk voor- en ingeschreven. Of de merken zijn voortgekomen uit de analfabetentekens of handgemalen, zoals wij die wel aantreffen in oude dokumenten, valt niet meer te bewijzen. In Spakenburg en Huizen kwamen zij uitsluitend voor op het vistuig van de visser en nergens anders. Op huisraad of andere gebruiksvoorwerpen zag men ze niet. Wel gebeurde het dat oudere vissers hun merk op hun zilveren breeksknopen krasten. Een oude visser, met de bekende naam Koelewijn, vertelde dat hij zijn merk IVIV op zijn broeksknopen had gekrast, toen hij voor de eerste keer als zelfstandig schipper voer. In geval hij op zee zou zijn 'gebleven' en hij toch gevonden mocht worden, zou het merk het herkenningsteken zijn. Om ons te overtuigen gespte hij zijn knopen, twee zilveren daalders uit de 18de eeuw los en liet hij ons zijn merk zien. Het was zijn eigendom geworden, nadat een schipper was gestorven die dit merk voerde en geen opvolgers meer had. Het aannemen van een merk was niet aan vaste regels gebonden. Wel bleef een bepaald merk, zolang de eigenaar leef de, in de familie. In het aangrenzende Bunschoten met zijn boerenbevolking komen, voorzover bekend, deze merken niet voor, terwijl men juist daar toch bekend moet zijn geweest met deze vissers, met wie men dagelijks omging. Was het gebruik daar reeds vanouds verdwenen of volledig onbekend? Handhaaf den zich de vissersmerken, omdat het vistuig moeilijk was te onderscheiden en landbouwgereedschap meer aan huis en plaats is gebonden?
 
J. Koelewijn, in Eigen Volk, noteerde 72 verschillende vissersmerken toebehorende aan Spakenburgese vissers, die hij waarschijnlijk van de eigenaars zelf verkreeg. Het zijn rechtlijnige figuren. Enkele dragen een afzonderlijke naam. Zo heet bijvoorbeeld

nr. 5 'n hoanepoot

nr. 4 'n steering

nr. 25 voantje-vol

nr. 48 'n spieringbiit

Schuine strepen heten sjunne en rechte kip (nr. 3 en 32). Aan de Waddenkust, volgens S. J. van der Molen, werden vrijwel dezelfde benamingen gebruikt: haonepoot (een V waarin een vertikale streep), steering (= ster), vaantje-vol (vier staande strepen met een dwarsstreep van linksonder naar rechtsboven er doorheen), spieringbiit (driehoek). Reinhard Peesch vermeldt ze eveneens ('Einzele Marken, die vertrauten Geräten ähnlich sehen, gibt man oft einen Namen'). Sommige zijn niet anders dan de kapitalen van de voor- en achternaam, die zijn samengevoegd. De naam van de eigenaar zal bij de keuze wel een rol van betekenis gespeeld hebben, daar zulke letters zijn weer te geven in enkele simpele lijnen. Andere lijken veel op romeinse cijfers.

het taanhuis van Hoorn

Op het zwarte bord zijn met witte verf de vissersmerken aangebracht, naast de initialen van de eigenaars. Of dit vroeger ook het geval is geweest, is niet bekend, daar J. Koelewijn in zijn artikel het oude bord niet vermeldt. Toch moet het toentertijd al aanwezig zijn geweest. De merken zijn onder elkaar aangebracht, doch vele zijn moeilijk te onderscheiden. Het bord wordt niet meer gebruikt. Worden er nu netten of zeilen getaand, dan schrijft de taan baas met krijt het voorgeschreven kenteken op een bord, dat nadien gemakkelijk kan worden uitgewist.

Oude taanschuren stonden vroeger in een kwaad gerucht. In de werkruimte hing een mystieke sfeer: het halfdonkere vertrek, de wolken rook en stoom, de doordringende geur. Geen wonder dat de vreesaanjagende sage nog voortleeft onder de oude vissersbevolking. In en om de toanschuur spookte het in het verleden, geheimzinnige geluiden werden er gehoord, 's nachts om twaalf uren, dan was het soms of er nog volop gewerkt werd. De oude vissers kennen deze verhalen - waar gebeurd - waarbij toehoorders de koude griezels

een taanhuis van binnen
over de rug lopen. Ver halen waarin veulens zomaar tussen rustig pratende mannen springen; zwarte honden worden gezien, die groter en groter worden, de nachtmerrie, het bloedwijf die mensen bespringt en toch in bedwang wordt gehouden met een brokje gaal (= net); geheimzinnige stemmen, die uit het water komen en “oavondmoal houwe”, waar de duvel mee speelde. Sagen uit een verre tijd, toen Spakenburg nog een volkomen geïsoleerd dorpje was.
 
Naar school
naar school
De visserij was vroeger en is ook nu nog een hard bestaan. Kinderarbeid was normaal. Kleine jongens, nauwelijks de schoolbanken ontwassen, tien of elf jaren oud, gingen met vader mee vissen, de zee op. Vrouwen en meisjes werkten veelal in de visserijbedrijven. Haring speten was vrouwenwerk. De haringen werden aan spijlen geregen (200 stuks = een tal) om ze te roken. Ontstellend moet de armoede geweest zijn in de winter, wanneer de visserman noodgedwongen thuis moest blijven. Wel werden deze maatschappelijke toestanden aanvaard, als ingesteld door een hogere macht. Toch werd in het verleden menig visserskind erop uitgestuurd om te gaan bedelen in Bunschoten, waar boeren woonden, die nog wel een stuk brood hadden voor het arme visserskind. Bij de boeren immers leed men geen gebrek. Gelukkig is dit verleden tijd. Vetpot is het echter nooit geworden. Alleen een tijdje na de eerste en tweede wereldoorlog ging het de visser goed. En in het noordoosten groeit langzaamaan de dijk die het vissersdorp Spakenburg t.z.t. een volkomen ander aanzien zal geven.
 
Bron:  Beeld van Eemland van E.Heupers

Bent u geïnteresseerd in dit boek? Klik hier

 
Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

       

Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl

maandag 8 januari 2018

Zeg, hebben jullie opgeruimd?

door Cees Roodnat

Heeft u de nacht voorafgaand aan de uitverkoop weleens in een slaapzak doorgebracht voor het winkelpand waar u prijskortingen werden beloofd van 50% of nog meer? Heeft u tijdens de Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf weleens twee vrouwen zien touwtrekken aan het zelfde afgeprijsde jumpertje? Hoewel ik me zulke taferelen in ons dorp niet kan herinneren, wonen ook hier van ouds her ‘koopjesjagers’ en middenstanders die voor bodemprijzen van hun voorraad af willen en dat in sappig reclamejargon met koeienletters op hun winkelruiten aankondigen.

Ook bestond in elk dorp of stad wel een zaak die zich De Prijsbreker noemde. De Opruiming of Uitverkoop was en blijft een fenomeen om naar uit te kijken.
Tegenwoordig mag er het hele jaar door ‘uitverkocht’ of ‘opgeruimd’ worden, maar vroeger waren daar vaste momenten voor. Aan het begin of eind van een seizoen (december/januari en in juni/juli). Nu heet dat ‘Winter’- of ‘Zomer’-sale. Met name in de Kledingbranche liggen de prijzen tijdens zo’n uitverkoop tussen de 10 en 70% lager dan normaal, wat bij klanten die daar gevoelig voor zijn tot de koortsige uitwassen kan leiden als hierboven beschreven.
Maar misschien heeft u op Black Friday (een uit de VS overgewaaide koopgekte rond Thanksgiving Day) 24 november j.l. al uw slag geslagen, of de voorbije week met korting kleding gekocht of in de dozen met afgeprijsde boeken gegrasduind bij Boekhandel Den Boer. Ter voorkoming van misverstanden: Uitverkoop in januari wordt ook wel ‘Balans-Opruiming’ genoemd, maar balansen (het opmaken van een overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen aan het eind van het boekjaar, als onderdeel van de jaarrekening) en het voorbereiden van een opruiming begin januari, hebben in principe niets met elkaar te maken. Het één doe je voor je accountant en/of de bank, het andere om van té gedateerde voorraad af te komen of nieuwe te introduceren. Bij Boekhandel Den Boer, waar ik een tijd heb mogen werken volgde ‘in mijn tijd’ het één nog op het ander. Op de eerste maandag van het nieuwe jaar bleef de winkel een hele dag lang potdicht. We gingen ‘balansen’ en hoe dat vroeger toeging heb ik ooit eens op rijm gezet.


Balansen

De eerste maandag van het jaar
dan zijn wij onbenaderbaar.
Wij maken de balans weer op
van inkoop, verkoop, top of flop.

Wij vlooien alle kasten door
en komen boeken op het spoor
die licht beschadigd of onrein
of ver over de datum zijn.

Een deel ervan gaat op een hoop
voor prullenbak of UITVERKOOP!
De anderen gaan rug aan rug
verkoopbaar in hun kasten terug.

Elk boek of tijdschrift wordt geteld
en op een formulier vermeld.
Zo dat de Groot-Inquisiteur
ons niet ‘verrast’ met zijn gezeur.

‘t Is goed dat schrijvers dit niet zien
Hun huisvlijt wordt weleens met tien
soms twaalf of dertien exemplaar
gemold in de versnipperaar.

Je hoort bijkans de boeken kijven:
“Ach, laat ons nog een jaartje blijven.”
Het angstzweet parelt op hun kaft
“Waarom ben ik ooit aangeschaft?”

Een klant die bij de voordeur schuift
wordt wat meewarig weggewuifd.
Fax, telefoon en internet
Staan onvermurwbaar op belet.
Het is een jaarlijks ritueel
dat van ‘t voltallig personeel
met hulp van vrinden, man en maagd
Een lange dag de aandacht vraagt.

We zitten bij de pakken neer
En smeken Onze Lieve Heer
dat ons meedogenloos karwei
ook dit jaar weer gezegend zij.

Wat ‘varia’ en laatste loodjes
worden omringd met soep en broodjes
En O, is het niet wonderbaar? 
We zijn zowaar ‘van zessen klaar.’

Het zit erop, het is gedaan.
De rug gerecht, de jassen aan.
Hoort bij dit werk geen smartengeld?
We zijn volledig ‘uitgeteld!’

Maar morgen roept men goedgeluimd:
“Zeg, hebben jullie OPGERUIMD?”

Anno nu hebben de meeste winkeliers hun voorraadbeheer volledig geautomatiseerd. Maar tellen gebeurt nog steeds, nu met behulp van een scanner. Het gebeurt bij Boekhandel Den Boer alleen  niet meer elk jaar. Zo om de 3 á 4 jaar wordt een totale controle gehouden. (Er sluipen altijd weer foutjes in of een proletarisch winkelende klant.)  Toevallig is dat dit jaar weer raak, dus op maandag 5 februari a.s. zult u de deur gesloten vinden. De traditie van een uitverkoop in januari blijft gelukkig gehandhaafd. Dat moet in de tijd van meneer Den Boer zelf, zo rond de vorige eeuw- wisseling, naast al die boeken nog een hele klus geweest zijn met al die kroontjes- en vulpennen, inkt (al of niet Oost-Indisch), elastiekjes, gummetjes, ‘aangezichts’-kaarten, kalenders, leesportefeuilles en bladen zoals de Wereldkroniek, de Prins, Het Leven (er was nog geen TV) enz.enz.

Hoe dan ook wens ik u nog een ‘gezegende’ koopjesjacht, ook buiten de boekhandel!


Cees Roodnat












Dit verhaal verscheen op maandag 8 januari 2018 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com

zaterdag 6 januari 2018

Wie, wat, waar: Anthony van der Helden, kunstenaar en tuin- en landschapsarchitect

Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.


Anthony van der Helden (1835-1902) was een kunstzinnig figuur. Hij kon prachtig schilderen en had een kwekerij in Baarn. Deze kwekerij zou later (per ongeluk) in handen komen van Lambertus Kuijer (1864-1919). Klik hier om hierover te lezen.

Anthonie van der Helden was echter ook tuin- en landschapsarchitect en werkte vaak voor de gemeente Baarn. De bewijzen daarvoor zijn nog steeds in Baarn te vinden, bijvoorbeeld het parkje langs het spoor bij de Gerrit van der Veenlaan met de rustieke bruggetjes.

Maar Van der Helden moet nog meer ontworpen hebben in Baarn. Waarschijnlijk is het stuk langs het spoor aan de Vondellaan ook van zijn hand. 

Wie heeft meer informatie over deze Anthony van der Helden? Zijn er nog ontwerptekeningen, archiefstukken, foto's en andere documenten over hem of zijn werk te vinden?

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!


De uitzendingen van RTV Baarn zijn te zien via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook

Ook via Xs4all en Telfort met de witte afstandsbediening op kanaal 626 en via XMS, Edutel, Fiber.nl, Stipte, Lybrandt en Telfort met de zwarte afstandsbediening op kanaal 2125.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen?
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.