vrijdag 13 mei 2022

Zoekplaatje in Baarn

 Zoekplaatje in Baarn

1: Waar stond deze fontein?

U kunt hierop reageren via internet: www.groenegraf.nl/geheugen, 

of stuur een e-mail naar: bakker.groenegraf@gmail.com. Heeft u geen internet? Stuur een briefje aan:

Stichting Groenegraf.nl

T.a.v. Baarnsch Geheugen

Marisstraat 4

3741 SK BAARN

Onder de goede inzenders verloten we het boek "Baarn in de Tweede wereldoorlog ……..terugblik". Dit boek is geschreven door Wim Veldhuizen en uitgegeven door de stichting Groenegraf.nl

Daarnaast ontvangt de winnaar ook nog een en een fles wijn voorzien van een ansichtkaart uit Baarn, beschikbaar gesteld door Mitra Baarn - Van de Steeg Laanstraat 72, 3743 BH Baarn tel; 035-5426063.


















 



maandag 9 mei 2022

Galvanische industrie in hartje Baarn

Zilgroba en Galvanisch Bedrijf Eemland 

door Eric van der Ent


Nu zou het niet meer in ons opkomen om fabrieken waar met chemicaliën gewerkt wordt in de bebouwde kom te vestigen. Vlak na de Tweede Wereldoorlog deed men daar niet moeilijk over. Echter de gemeente Baarn hield een behoorlijke kater over aan de gevolgen van het geven van de toestemming voor de vestiging van Zilgroba en Galvanisch Bedrijf Eemland. Hier leest u het verhaal achter deze fabrieken.

Villa Veltheim
(Foto: Geheugenvanbaarn.nl)
Vreemd genoeg begint de geschiedenis van de galvanische industrie in Villa Veltheim op de punt van de Kerkstraat / Dalweg en Zandvoortweg. Het is één van de oudste, nog bestaande villa’s in Baarn, gebouwd rond 1820. In de oorlogsjaren komt de villa in bezit van Gregorius Johannes (Goos) Groen (1899-1969). Goos had als ondernemer zijn sporen al verdiend. Eerst als handelaar in electrische artikelen, later richtte hij samen met compagnon Jan Bakker de Baarnsche Radio-Centrale op. Ze legden loden kabels over de Baarnse daken voor een radio-distributienet. Voor twee kwartjes per week kon men aangesloten worden en luisteren  naar Nederlandse radiozenders. 

(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)


Zilgroba
In 1947 besloot Goos Groen uit het bedrijf te stappen om een nieuwe onderneming genaamd Zilgroba te starten. Het grote souterrain van Villa Veltheim, Kerkstraat 1, werd de vestigingsplek. Daar verzilverde hij kleine metaalwaren zoals lepeltjes, armbanden en sigarettenkokers. Een half jaar later verkocht hij het metaalversieringsbedrijf aan Cornelis van Kasbergen (1902-1983) uit Hilversum die het bedrijf in Villa Veltheim voortzette onder de naam Galvanisch Bedrijf Eemland. Over deze onderneming later meer.


Goos Groen gooide het met Zilgroba over een andere boeg. Hij zette het bedrijf voort in een houten keet aan Oosterstraat 2a. Daar legde hij zich toe op de productie van armaturen voor fluorescentielampen, in de volksmond beter bekend als tl-verlichting. Dat bleek een booming business, het bedrijf groeide als kool. In korte tijd had waren er meer dan honderd personeelsleden werkzaam, verreweg de meeste afkomstig uit Baarn. Er moesten hallen bijgebouwd worden. Een oude manege aan het aangrenzende terrein aan de Torenlaan werd omgebouwd en verschillende hallen werden aangebouwd. 


De Baarnsche Manege aan de Torenlaan, later in gebruik genomen als bedrijfsruimte
voor Zilgroba. (Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

De buurtbewoners waren niet blij met deze uitbreiding. Goos Groen had beloofd het fabrieksterrein met een beplanting van coniferen af te sluiten om de onesthetische aanblik te maskeren. Volgens omwonenden duurde het te lang voordat met de aanplanting begonnen werd. Bovendien werden de armaturen met celluloseverf bespoten. Om de chemische lucht van die verf af te voeren waren er twee grote ventilatoren geplaatst. Verse lucht werd middels een compressor aangevoerd. 

De hallen van Zilgroba in 1949. Het witte gebouw in het midden is de oude manege,
 rechts boven Peking. (Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

Met name de bewoners van de Balistraat ondervonden veel geluidsoverlast van deze machines. Eén van de bewoners vergeleek het geluid met met dat van rondcirkelende bommenwerpers boven de Oosterhei. De gemeente zette de hinderwet in om Zilgroba te dwingen maatregelen te nemen. 

Het personeel van Zilgroba rond 1950. Op het hoogtepunt waren daar 115(!) medewerkers actief. 
(Coll. Rob ten Kulve)

Mees ten Kulve
(Coll. Rob ten Kulve)

Mees ten Kulve (1918-2014) was vele jaren als machinebankwerker werkzaam bij Zilgroba. In 1953 besloot hij met zijn gezin te emigreren naar Zuid-Afrika. Daar ging hij als onderhoudsmonteur aan de slag in een goudmijn. Eind 1956 kwam het gezin weer terug naar Nederland. Het leefklimaat met de apartheid vond Mees geen goede basis voor de opvoeding van hun drie kinderen. Goos Groen had hem verzekerd dat, mocht hij ooit weer terug komen,  hij direct weer bij hem kon komen te  werken. En dat is precies wat er gebeurde. Mees ging weer aan de slag bij Zilgroba. De hier afgebeelde foto van het personeel is zeer waarschijnlijk gemaakt ter gelegenheid van het afscheid van Mees. Op de achterzijde zetten veel collega’s hun handtekening. 


(Coll. Rob ten Kulve)



Zilgroba had echter haar langste tijd in Baarn wel gehad. Groen verkocht de hallen aan Philips die op die plek de succesvolle Philips Phonographische Industrie startte. Zilgroba verhuisde naar Amersfoort naar het gloednieuwe industrieterrein bij de Amsterdamseweg. De gemeente Amersfoort bouwde daar nieuwe bedrijfshallen en verhuurde die tegen gunstige tarieven om bedrijven van buiten Amersfoort aan te trekken. 

(Baarnsche Courant 1950)


De meeste Baarnse personeelsleden verhuisden mee. Helaas ging het met het bedrijf in Amersfoort bergafwaarts. In 1955 werd het faillisement uitgesproken en drie jaar later wordt de boel geveild.

De hallen van Zilgroba aan de Amsterdamseweg in Amersfoort.
(Coll. Archief Eemland)


Het personeel aan het werk in de hallen van Zilgroba.
(Coll. Rob ten Kulve)

Een advertentie van Zilplavo N.V. uit 1968
Goos Groen begon toen een nieuw bedrijf dat op meerdere locaties in Amersfoort systeemplafonds produceerde onder de naam Zilplafo. In 1969 overleed Goos Groen en dat luidde ook de teloorgang van Zilplafo in. Midden jaren zeventig kwam het in betalingsproblemen en in 1981 viel uiteindelijk het doek. Ook Zilplafo ging failliet.





Galvanisch Bedrijf Eemland
Toen Zilgroba verhuisde van Villa Veltheim naar de Oosterstraat, deed Goos Groen zijn activiteiten over aan Cornelis van Kasbergen uit Hilversum. Cornelis was al een half jaar bedrijfsleider bij Zilgroba en had daarvoor al ruime ervaring als metaalslijper. Van Kasbergen ging door onder de naam Galvanisch Bedrijf Eemland. Hij had al snel door dat het verzilveren van theelepeltjes voor particulieren financieel geen zoden aan de dijk zette en legde zich toe op het galvaniseren van metalen producten die door grote bedrijven gemaakt en verwerkt werden. Grote klanten werden aangetrokken, zoals rijwielfabriek Favro uit Uden, F.A.M. Stofzuigerfabriek, Haardenfabriek Tromp, N.V. Ahrend Globe uit Hilversum, fabrikant van boekhoudkasten, apparatenfabriek Mirani uit Soest en D.M.F. Motorenfabriek uit Driebergen. Zoon Gerrit van Kasbergen (1926-2008) werd mede-directeur en  inmiddels had het bedrijf zo’n 15 personeelsleden. Het souterrain van Veltheim werd te klein. 


De Galvanische Industrie “Eemland” aan de Kampstraat, nog in volle glorie.
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

In 1958 verhuisde het bedrijf naar de Kampstraat in een pand dat de jaren daarvoor dienst gedaan had als opslagruimte voor motorenfabriek Bach uit Soest. De fabriek bestond uit twee afdelingen. In de aan het kantoor grenzende afdeling stonden chemische baden waarin het metaal veredeld werd. Daarachter lag de slijperij met een afzonderlijke ruimte voor de ontvettingsbaden. In de galvanische afdeling kwam een nieuw chroombad van 4000 liter en een glas-nikkelbad van 2500 liter zodat men zelfs grote autobumpers van een nieuwe chroomlaag kon voorzien. 

In 1983 overleed Van Kasbergen sr. Gerrit Leendert Vierbergen (1938-1987) nam het bedrijf over en werd directeur. Het pand en de grond bleven eigendom van de familie Van Kasbergen. In 1987 moest de vergunning op basis van de Hinderwet verlengd worden. Vierbergen diende de aanvraag bij de gemeente in, maar de buurt kwam in opstand. Onderzocht werd of de bodem op het terrein verontreinigd was. De testresultaten vielen mee. De bodem was weliswaar verontreinigd, maar leverde geen gevaar op voor de volksgezondheid. Kort nadat dhr. Vierbergen de vergunning aanvroeg overleed hij. Het bedrijf werd daarna geleid door de weduwe Vierbergen. 

Geen vergunning meer voor Galvanisch Bedrijf Eemland
(Baarnsche Courant 1988)

In 1988 besloot de gemeente geen vergunning meer te verlenen aan ‘Eemland’. Mevr. Vierbergen ging nog in beroep, maar eind 1990 besloot de rechter dat de activiteiten moesten worden gestaakt. Op 1 januari 1991 viel het doek. Het pand en de gronden werden verkocht aan SB Nederland dat de opruimkosten van de vervuiling niet kon betalen. Het ging failliet en de gemeente Baarn draaide voor een groot gedeelte op voor de enorme kosten van de sanering. Tot zelfs in de Brinkstraat moest de bodem gesaneerd worden. Ook de bodem onder Villa Veltheim werd onderzocht. Daar bleek ‘slechts’ van lichte verontreiniging sprake te zijn. 

2019: Het einde van tijdperk. De sloop van het fabriekspand van Galvanisch Bedrijf Eemland.
(Foto: Caspar Huurdeman)

Inmiddels (2022) worden op het terrein aan de Kampstraat woningen gebouwd. De galvanische industrie is nu voorgoed uit Baarn verdwenen.

De nieuwbouwwoningen aan de Kampstraat op de plek van Galvanisch Bedrijf Eemland (2022)
(Foto: Geheugenvanbaarn.nl)


Dank aan Rob ten Kulve voor de prachtige foto’s van personeel en fabriek Zilgroba.

Update 10 mei 2022: Mevr. M. Vries-Lengers uit Baarn stuurde ons het volgende bericht: 

Dag Eric, bij het lezen van jullie verslag over Galvaniseer inrichting Groen/ Later Karsbergen moet ik toch even melden dat jullie vergeten zijn te melden dat in 1963? het juiste jaar weet ik niet meer. hele fabriek in de Kampstraat in vlammen is opgegaan. Ik woonde toen in de Brinkstraat 29 en ben met onze boekhouding gevlucht naar ons tweede huis in de Mozartlaan, waar mijn moeder woonde, met onze oudste zoon, die toen nog een peuter was en inmiddels 61! Hij heeft daar wel een trauma over opgelopen, de vlammen laaiden zo hoog op en het was bloedheet. Ook de achterbuurman Bakker Schouten is toen het huis uitgevlucht. Gelukkig stond de wind niet onze kant op en is de brand onder controle gekomen. Detrichloorbakken waren uiteraard de oorzaak. Het bedrijfspand is toen volledig weer opgebouwd, want Kasbergen was gelukkig goed verzekerd. De omwonenden leven helaas niet meer en ik denk dat ik nog samen met mijn oudste zoon de enige ben die dit nog kan herinneren

Mevrouw Vries heeft helemaal gelijk. In de Baarnsche Courant van 21 november 1963 vonden we dit bericht:



Dit verhaal (aflevering 101) verscheen op maandag 9 mei 2022 
in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Geheugenvanbaarn.nl    



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u Geheugenvanbaarn.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Geheugenvanbaarn.nl.

vrijdag 6 mei 2022

Hendrik van Herwaardendeel 2


Hendrik van Herwaarden -no: 32
Het is Dinsdagmiddag 12 februari 1954.

Van het Paleis naar de Spoorstraat

De grote liefde voor bloemen en planten deed de jonge Hendrik van Herwaarden op 13- jarige leeftijd het besluit nemen bloemist te worden. In het najaar van 1887 trad hij als leerling-bloemist in dienst bij de bloemen- kweker Lodewijks te Soest. In 1889 ging hij in Baarn werken op de kwekerij van de heer K. B. Lamfers, die destijds aan de Jacob van Lenneplaan was gelegen. Hier kreeg hij een goede vakopleiding en volop gelegenheid zich te bekwamen in de arbeid, die zijn bijzondere voorkeur had: het bindwerk. Als 21- jarige jongeman solliciteerde hij in 1895 naar de vacante betrekking van bloemist-binder op het paleis Soestdijk. Hij werd aangesteld en heeft zich gedurende 8 jaren zeer verdienstelijk gemaakt voor het Koninklijk Hof. De medaille van verdienste, die hij in 1902 uit de handen van Koningin Emma mocht ontvangen, is voor hem een blijvende herinnering aan deze periode in zijn leven.

Het verlangen naar een eigen zaak had de heer van Herwaarden er toe gebracht de kassen van het koninklijk paleis te verlaten. Hij aanvaardde daarvoor zelfs het risico een geheel verlopen bedrijf opnieuw op te bouwen, waarbij het toeval wilde, dat hij in het bezit kwam van de Bloemisterij van zijn vroegere patroon Lamfers. Deze had in de negentiger jaren zijn zaak overgeplaatst naar de Spoorstraat en haar rond de eeuwwisseling verkocht. In 1902 was de zaak te huur. Zonder voldoende besef van de moeilijkheden, die hem wachtten, besloot de heer van Herwaarden zich aan de Spoorstraat als bloemist te vestigen. Hij moest 45 gulden huur per week opbrengen. Voor die tijd een heel bedrag, dat hem — zoals zijn vrouw ons vertelde — wel eens slapeloze nachten bezorgd heeft. Na de moeilijke beginjaren zorgden vrienden ervoor, dat hij de kwekerij en het er bij behorende woonhuis van de eigenaresse, mevr. Teding van Berkhout, weduwe van mr. P. J. Teding van Berkhout, die van 1880 tot 1885 burgemeester van Baarn is geweest, kon kopen. Met grote energie was de heer van Herwaarden er reeds vóór 1910 in geslaagd van het verlopen bedrijf een bloeiende kwekerij te maken, die niet alleen in Baarn, maar in de gehele provincie en zelfs daarbuiten een goede naam had. De opmerkelijke successen, die hij met zijn bindwerk op de door de Mij. voor Tuinbouw en Plantkunde georganiseerde tentoonstellingen behaalde, werkten dit mede in de hand. In 1909 een gouden en zilveren medaille op de nationale Bloemententoonstelling te Zeist; in 1912 een gouden en de door wijlen Prins Hendrik beschikbaar gestelde medaille te Leiden. Daarna gouden medailles te Den Haag en Amsterdam en diverse bekroningen op andere nationale tentoonstellingen en de Gentse Floraliën. De heer van Herwaarden was door zijn vele successen een bekend vakman geworden en een gezien lid van de vaste Keuringscommissie der Kon. Mij. voor Tuinbouw en Plantkunde (foto rechts). In de jaren toen de heer van Herwaarden nog tuinen aannam waren steeds rond 15 man bij hem in dienst. Thans zijn aan zijn Bloemenmagazijn 3 bloemisten en 2 leerling-bloemisten verbonden. De oudste van hen, de chef- binder Matthijs van Schaffelaar, hoopt 3 April a.s. zijn gouden dienstjubileum te vieren. Wil men nog beter bewijs, dat het bij de familie van Herwaarden goed werken is?


Bestuur afd. Baarn

vrijdag 29 april 2022

Hendrik van Herwaarden deel 1

 Het is Dinsdagmiddag 12 februari 1954.

Hendrik van Herwaarden (32)
Gezeten nabij de zacht snorrende haard, die een ereplaats inneemt in de gerieflijk ingerichte woonkamer van dit bekende Baarnse echtpaar, verkenden onze ogen even de voorwerpen, die de wanden sieren. Het verkennen verkeerde in belangstelling toen onze ogen bleven rusten op een groot, in bruine tinten gehouden, schilderij van de Oude Ned. Herv. kerk te Soest met daaronder een kleine, in kleuren uitgevoerde tekening van de Ned. Herv. kerk op de Baarnse Brink. Zij werden de ongezochte aanloop tot een hartelijk gesprek, waar Bruid en Bruidegom tegenop gezien hadden als tegen een berg, doch dat slechts een gezellig praatje bij de haard werd, dat eerst met foto’s en diploma’s en later met schilderijen, die uit andere kamers werden aangedragen, een rijke illustratie kreeg. 

De wieg van de thans bijna 80-jarige Hendrik van Herwaarden stond aan de voet van Soest’s oude kerktoren; in de oude kerk werd hij gedoopt en in haar schaduw groeide hij op. Doch er is nog een andere reden waarom hij voor geen geld afstand zou willen doen van het door Hartogh-Heijs vervaardigde schilderij: 43 jaar aan een stuk is zijn vader koster van deze kerk geweest.

De Ned. Herv. kerk op de Brink neemt een even belangrijke plaats in zijn leven in. De 32 jaren, welke hij de Ned. Herv. Gemeente als diaken gediend heeft, leveren daarvan een tastbaar bewijs. Ook aan de kleurige tekening van de kerk op de Brink is de heer van Herwaarden echter om nog een andere reden gehecht. De tekening is gemaakt door zijn te vroeg ontslapen beste vriend, wijlen de heer Jan Timmer.

De verfraaiing van Baarn

Toen het gesprek eenmaal op gang was, waagden we de vraag: „Kunt u iets vertellen over uw werk als opzichter der Gemeente-plantsoenen?” — Het antwoord kwam vlot en uitvoerig: „De verfraaiing van Baarn heeft me altijd na aan het hart gelegen. Het initiatief, dat enige vooraanstaande Baarnse ingezetenen in 1909 namen om een vereniging op te richten, welke zich de verfraaiing van Baarn ten doel zou stellen, werd door mij van harte toegejuicht. Toen kort na de oprichting mij het verzoek bereikte adviseur der vereniging te worden, heb ik deze taak met plezier op me genomen. Het eerste belangrijke verfraaingswerk, dat onder mijn toezicht werd uitgevoerd, betrof de aanleg van het plantsoen op het Stationsplein. Daarna werd de wildernis, welke zich van het station af tot de Amsterdamse straatweg langs de Spoorweglaan (de tegenwoordige Gerrit van der Veenlaan) uitstrekte, aangepakt. Het kreupelhout moest plaats maken voor de wandelplantsoenen, zoals u ze thans kent. Met de uitvoering van deze werken had de vereniging zich de sympathie van het Gemeentebestuur verworven. De vereniging kreeg een behoorlijke subsidie waardoor zij in staat gesteld werd enige arbeiders in vaste dienst te nemen. Als adviseur der vereniging kwam ik in steeds nauwer contact met de directeur van Publieke Werken, de heer de Boois. Deze zorgde er voor, dat alle nieuwe plantsoenen in de gemeente onder mijn toezicht, door personeel der vereniging, werden aangelegd en onderhouden. Tijdens de oorlog is aan dit werk een einde gekomen. Het N.S.B.-gemeentebestuur nam in 1941 de zorg op zich.


Deze foto is gemaakt tijdens een excursie in 1941 naar de dahliavelden van Burbankia, de kwekerij van Hendrik Hornsveld.

vrijdag 22 april 2022

Burgemeester Laan. [Door mr. T. Pluim 18-04-1918]

(Dit verhaal komt niet voor in het boek “Uit de Geschiedenis van Baarn”, geschreven door Mr. T. Pluim).

Burgemeester Laan
Een belangstellend lezer schrijft mij, naar aanleiding van mijn artikel „Baarn omstreeks 1860"*, wel eens gehoord te hebben, dat Burgemeester Laan in de Kerkstraat heeft gewoond (thans het huis van den heer V. Visser), terwijl ik hem ’s avonds na de proef met de straatverlichting naar de Heemstralaan huiswaarts zag keren. Gaarne zou hij daarover nader ingelicht zijn, en zoo mogelijk enigszins iets meer over den peetvader der Laanstraat vernemen. Natuurlijk wil ik gaarne aan dat verzoek voldoen.

Mr. J. C. G. C. Laan was in 1826 te Zuilen (bij Utrecht) geboren, en kwam in huis bij zijn oom, den heer Laan, die op Steevlied bij Groeneveld woonde, destijds een prachtig buiten met vele waterwerken. (Als men omstreeks 3 min. voorbij het Huis Groeneveld links het fietspad naar Hilversum-Laren inslaat, ziet men bijna onmiddellijk rechts nog de voormalige oranjerie en iets verder de boerderij der thans afgebroken villa.) De heer Laan, de oom, liet met den heer Huydecooper het paviljoen te Blaricum bouwen, waarvan onze latere Burgemeester den eersten steen legde. Met ingang van 11 Oct. 1858 werd Mr. Laan tot onzen Burgemeester benoemd; het volgende jaar trad hij in het huwelijk met mejuffrouw Leuveling - Tjeenk. Het jonge paar ging wonen op de villa „Nova” (thans „Ekeby“ van den heer Patijn), tot 1862, toen de Burgemeester naar de kom van het dorp verhuisde, daar de afstand Heemstralaan- Brink wel wat groot was. Hij ging toen wonen in de Kerkstraat in het reeds genoemde huis van den heer V. Visser, dat hij aankocht. In die dagen vergaderde de Gemeenteraad in het Rechthuis (thans hotel Central), maar een eigenlijke secretarie was daar niet; die had de Burgemeester aan huis. Dit werd wel wat lastig en zoo huurde Mr. Laan in zijn buurt het huis, dat thans het no. 44 draagt. De eigenaar was de ons reeds bekende kleermaker W. A. van der Heyde, die het vroeger o.a. ook verhuurd had aan den schoolmeester- burgemeester-raadslid N. Numan, welke daarin van zijn 80ste jaar tot aan zijn dood (12 jaar later) van zijn Baarnsch pensioen heeft genoten.

Toen Mr. Laan zich in de Kerkstraat vestigde, lag daar nog een breede sloot, tot groot ongerief der bewoners; op zijn initiatief werd deze sloot weldra gedempt. Dit verklaart, waarom het eerste gedeelte der Kerkstraat (van de Brinkstraat af gerekend) breder is dan het laatste gedeelte. Zoo heeft men later op de tegenwoordige Faas Eliaslaan aan weerszijden óók een sloot gedempt.

Met ingang van 28 Nov. 1867 nam Mr, Laan eervol ontslag als Burgemeester van Baarn en Eemnes, daar hij tot lid der Gedeputeerde Staten van Utrecht benoemd werd. Hij vestigde zich toen te Amersfoort, tegenover de Groote Kerk op den Hof.

In 1873 is hij te Wiesbaden overleden. Zijn weduwe woonde eerst een tijdlang te Arnhem en thans nog steeds in Den Haag, Javastraat 102, Natuurlijk bezit zij nog vele aangename herinneringen aan Baarn, te meer daar Mr. Laan hier zeer gezien was. Het meest sprekende souvenir van die waardering is zeker wel het prachtige zilveren theeservies met bouilloire (schenkketel), dat hem bij zijn aftreden namens Prins Hendrik en de Gemeente door een commissie werd aangeboden en wel op 7 Januari 1868, dus 50 jaar geleden.

Mr. T.Pluim in 1918