donderdag 12 juli 2018

Midden in de bossen zonder een brandspuit


Lage Vuursche in 1954 met armen over elkaar. Zij zitten midden in de bossen zonder een brandspuit. De anderhalve eeuw oude handspuit is zelfs weggehaald.

 Als er in de Baarnse buurtschap Lage Vuursche ooit een ernstige brand uitbreekt, dan zou een ramp niet ondenkbaar zijn. Want Lage Vuursche heeft wel een brandweerkorps, maar geen blusmateriaal. Wanneer er brand is, moet de Baarnse brandweer gealarmeerd worden en voordat deze is gearriveerd en water kan geven, zullen er in het aller gunstigste geval niet minder dan 20 minuten verloren zijn gegaan. Kostbare en misschien fatale minuten bij een begin van een brand.
Als het blusmateriaal er eenmaal is, dàn zal er niet veel water zijn om de vlammen te doven. Want de waterleiding heeft weinig druk, terwijl van de twee brandputten, die Lage Vuursche telt, er één onbruikbaar is.   

Deze toestand is niet van vandaag of gisteren, maar bestaat al veel langer. Tot enige weken geleden was het kasteeldorp nog enigermate beschermd. Toen had het nog een brandspuit, al was die dan omtrent 150 jaar oud. Een gemeentelijke vrachtauto heeft het antieke geval weggehaald en in Baarn neergezet, ter beschikking van de Oudheidkamer. Voor het laatst heeft men in Lage Vuursche deze spuit gebruikt in de oorlog, toen men er een brandje in hotel Van Oostrum mee heeft geblust. Dat was een prestatie op zichzelf, want deze spuit was een handspuit, een originele Jan van der Heyden. Acht mannen waren nodig om de pompzwengels te bedienen, een karwei zo zwaar, dat men na enige minuten moest worden afgelost. Na die brand stond de Jan van der Heyden op stal, in het brandweerhuisje in Lage Vuursche. "Haal dat ding maar weg, daaraan hebben we ook niets” heeft het brandweerkorps gezegd. Zo is geschied.  

Zo rukken wij bij brand uit, demon­streert de zoon (Geurt) van de brandweer bevelvoerder Vervat.
 
“Wat doet u als er brand uitbreekt" heb­ten we de bevelvoerder van het tien man sterke brandweerkorps, de heer C. Vervat, gevraagd. ,,Baarn alarmeren” En die stuurt een motorspuit. Maar dat duurt tien minuten voordat die hier kan zijn' zei hij. En het klonk 'n beetje somber uit de mond van een brandweerman, die een kops heeft dat vorig jaar met zeer goed gevolg instructielessen kreeg. Na vier maanden oefenen deed dit korps mee aan een brandweerwedstrijd in Leusden en behaalde de eerste prijs.

Teer punt 
Waarmee deze brandweermannen be­wezen, dat zij met goed materiaal kunnen omgaan, want deze prijs behaalden zij met een van de Baarnse motorspui­ten. Hiermede zijn we meteen aangeland aan een teer punt. De Baarnse brand­weer gaf les aan de mannen van Lage Vuursche, die oefenen mochten met Baarns materiaal. Maar Baarn is nog niet zover gekomen om tegemoet te ko­men aan de praktische wens van die van Lage Vuursche, nl. een van de twee motorspuiten in Lage Vuursche te stationeren. Daarmee zouden de honderd huizen in deze buurtschap naar behoren be­schermd zijn terwijl bij een fikse brandde tweede Baarnse spuit altijd nog kan assisteren. Zoals omgekeerd de spuit van Lage Vuursche naar Baarn kan gaan.
Een simpele oplossing, die tot dusver bij het Baarnse gemeentebestuur geen genade kon vinden. Lage Vuursche telt vele oude, zeer brandbare woningen. De goed geoefende brandweermannen heb­ben slechts een tweewielig karretje tot hun beschikking, waarop een paar kop­pelingen en verdeelstukken van brand­slang en liggen en een rolslang. Meer brandblusmateriaal is er in Lage Vuur­sche niet te vinden.

Alles of niets, zeiden die van de Vuur­sche en zij stuurden de oude brandspuit naar de Oudheidkamer. Zou men in Baarn toch niet te vermurmen zijn, of moet er eerst een brand uitbreken?

Noot:
In 1955 kreeg Lage Vuursche de beschikking over de AA-Ford brandweerwagen van Baarn.
 


Een originele Jan van der Heijden­handspuit was tot 1955 de brandbeveiliging van Lage Vuursche. Honderdvijftig jaar oud.


BRANDWEER BAARN IS OP ZOEK NAAR NIEUWE COLLEGA'S, BEL VOOR INFO NAAR DHR. J. MORAAL VIA TEL. NO: 088 878 1000


Het boek over de Brandweer van Baarn "Waarom Redden" is te koop voor een klein prijsje (€ 8,00). Kijk in onze webwinkel
Het Boek "Waarom Redden"









Geplaatst door L.J.A.Bakker oud korpslid van Brandweer Baarn
http://www.grijsvuur.nl


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter



 

 

 

 

 

maandag 9 juli 2018

Gelukkig in de Laanstraat

door Ed Vermeulen


Historische plek in de Laanstraat  (Foto: Groenegraf.nl)
De inspiratie voor dit verhaaltje deed ik op bij het lezen van het gelijknamige gedicht geschreven door Baarnaar Albert Weijman, opgenomen in zijn in februari 2018 door uitgeverij Prominent uitgegeven dichtbundel: ’Zie! waarom mensen dichten’. Dit gedicht, een kleinood vol hedendaagse nostalgie, raakte een snaar…ook ik was immers ooit gelukkig in de Laanstraat of zoals de dichter de redelijk bomenloze alléé noemt: ’Onze Baarnsche straat van Laan’.

Albert Weijman: ’Zie! waarom mensen dichten’
(foto: www.albertweijman.nl)


Gelukkig in de Laanstraat

De Laanstraat is een oude winkelstraat, 
met boekenzaken en een fotograaf
Met winkels waar mensen koffie, 
kaas en brood kopen.
Mijn dag begint pas goed bij Boot, 
met espresso en een fijn sigaartje.
Werkende ouders zie ik rennen
Oude mensen zie ik rustig lopen.
Bij Kuiper ga ik een broodje kopen, 
om daarna weer aan het werk te gaan.
Zomaar voel ik mij gelukkig worden, 
in onze Baarnsche straat van Laan

Tot zover het mooie,  mij uit het hart gegrepen, gedichtje van dichter Weijman. Voor menig buitenstaander is de naam Laanstraat overigens een bron van verwarring. Nog onlangs werd er op NPO2 een item aan gewijd: is het nu een Laan of een Straat en hoe zit dat dan precies. Wij, Barinezen,  Baarnaars en overige inwoners van Baarn, weten wel beter: de straat is genoemd naar Mr. J.C.G.C Laan, burgemeester van Baarn in de jaren 1858-1867.


Mr. J.C.G.C. Laan
(burgemeester van Baarn 1858-1867)
Nog even en we hebben ook een Laanplein. Als hoogmoed maar niet ten val komt. We wachten af!
Laanstraat…unieke naamgeving: alleen een kleine, door mij niet bij name genoemde, gemeente in het oosten des lands kan er op bogen in het bezit te zijn van een Straatlaan. Een laan vernoemd naar de uitvinder van de automatische wasknijper: Prof. Dr. Ir. P.(Pinocchio) Straat (dit geheel terzijde en misschien ook wel nep- of zoals het tegenwoordig heet fakenews).
Kort en goed: van februari 1950 tot januari 1964 woonden mijn moeder en ik in de Laanstraat. Op nummer 66A, boven de groente en fruithandel van Robberse tevens onze huisbaas. Nu is hier al geruime tijd Principe herenmode gevestigd.


Herenmodezaak Principe, Laanstraat 66 (Coll. Historische Kring Baerne) 
Om onze toenmalige woonkamer te bezoeken hoef ik geen moeilijke fratsen uit te halen of afspraken te maken met de huidige  eigenaar. Gewoon naar Principe, de trap op, en ik sta in wat ooit onze huiskamer was. Terwijl mijn moeder met veel inspanning, als confectienaaister, een uiterst bescheiden inkomen bij elkaar toverde, speelde ik hier, maakte mijn ruim aanwezige huiswerk, las er mijn boeken, lag ’s winters ziek te zijn in een provisorisch bedje voor het raam en daverde de steile trap af mocht er in de Laanstraat iets opwindends te gebeuren staan. Dat ik er later ook mijn  verkeringen ontving is onderdeel van dierbare herinneringen. Het was dan ook vanzelfsprekend dat in januari 1964, ons trouwjaar, wij (mijn verloofde en ik) vanaf dit adres ons naar Laanstraat 1 begeven hebben. Per luxe automobiel van Taxi Kooij, bestuurd door de onvergetelijke en altijd goedlachse Wim Kuijer.

Laanstraat 1: dinsdag marktdag, veel bekijks!  (Foto Zandvoort)

Ons nieuwe adres: De Ruyterlaan 4. Oud geluk werd ingeruild voor nieuw! Wat ik achterliet waren de herinneringen, waarvan ik u nu deelgenoot ga maken.

Groenten en fruithandel Robberse. Wij woonden recht boven de winkel. Voor groenten en fruit hoefden we dus niet ver. De schuur, waar ik mijn fiets moest stallen, was achter het huis in de tuin van Robberse.

Goed gesprek h.h. Koops, Kleisen en Robberse voor No.66  (Coll. Historische Kring Baerne)

In deze schuur ons kolenhok, met een zekere regelmaat bijgevuld met antraciet, eierkolen en briketten door onze trouwe kolenhandelaar Rademaker uit de Penstraat. In de tuin, die grensde aan de percelen waar nu het grote parkeerterrein is, had ik een moestuintje, met veel, zeg maar gerust heel veel radijs en goudsbloemen. Ook mijn konijn, Zwartneus, vond hier zijn woonplek in een aan de schutting, waarachter zich de tuinen bevonden die zich uitstrekten tot aan de Eemnesserweg, hangend uiterst gerieflijk hok. Dit hok werd in de ijskoude winters van toen naar de schuur verplaatst.
Appels en Peren…het ooft!
Het stro voor zijn hok haalde ik op de fiets, juten zak mee, bij boer Doornenbal in de Schoolstraat. Soms gebruikte ik stro uit de bananenkisten van Robberse, maar dat was van duidelijk mindere kwaliteit, hard en stug. In diezelfde tuin liep ook een grote en redelijk agressieve haan rond die elke keer als ik opdook in de aanval ging. Robberse wist wel raad met dit opgewonden dier, een welgemikte tik met een voorhanden zijnde stok en de haan liet mij met rust. Dikke vrienden zijn de haan en ik nooit geworden. Wanneer in het najaar de nieuwe oogst appels en peren binnen was (hijzelf sprak van ’ooft’) ging Robberse met een grote mand met opgepoetste exemplaren aan de fiets deze tonen bij zijn clientèle in Hoog Baarn of zoals hij zelf zei ’Het Park’. Ik mocht mee. Zag toen diverse villa’s van binnen, of liever gezegd de keukens, want verder kwamen we nooit. Een hoogtepunt in mijn herinnering: de aanwezigheid van een echte butler, met streepjesjasje, in de villa van mevrouw Cancrien op de Prinses Marielaan 4a.

Villa Prinses Marielaan 4a (Coll. Historische Kring Baerne)

’Zeg Robberse doe maar een pond van deze en een paar stuks van die’. ’Jazeker, mevrouw, komt voor elkaar’. Weer terug in de winkel ging de telefoon, mevrouw Cankrien: ’Zeg, Robberse, kun je vanavond nog twee mooie handsinaasappelen brengen?’ ’Jazeker, mevrouw’. Andere tijden! In de winkel werden de mooiste fruitmanden gemaakt en gevuld met het opgepoetste ooft en comestibles, natuurlijk met de onvermijdelijke doosjes dadels en vijgen en een pot kersen op sap erbij. Plaatjes waren het die fruitmanden, wat zeg ik…kunstwerken!

Artistiek verantwoorde fruitmand
Ik leerde de diverse appel– en perenrassen onderscheiden: Cox’s Orange Pippin, James Grieve, Golden Delicious en Doyenne du Comice, Conference en natuurlijk de onvolprezen Gieser Wildeman. Mooie en vooral ook intrigerende namen! Op zaterdag, vijf minuten voor zes, bijna sluitingstijd, kwam er altijd een mevrouw de winkel in die vroeg om stekkies. Robberse leerde mij dat dit ooft was met een plekkie erin, eigenlijk niet meer zo geschikt voor de verkoop na het weekend. Ging voor weinig in de tas van de stekkies mevrouw.







Verkadewinkel-Toko Adinda, Koops. Winkel van de heer F.C. (Franciscus Cornelis) Koops en echtgenote. Rechts naast de slagerij van Hauber, nu slagerij Vonk, waar een prachtig bord aan de gevel de status van Hofleverancier aanprees.

Hofleverancier Slagerij Hauber, nu Vonk, een jonge Hauber voor de winkelruit.
Slagerij Bonne de Vries, nu Vonk, met rechts Sjappoo, nu Enz. fairwear v/h Verkadewinkel annex Toko Adinda  


Verkade winkel van Koops (1956)
De naam, Verkadewinkel, zegt het al: alle artikelen uit de bekende Verkadefabriek in Zaandam. Koekjes, repen chocola, teveel om op te noemen. Hier werden de overheerlijke chocoladerepen van het Belgische Martougin en weer later ook Mars en Nuts verkocht. Mijn favorieten, maar wel redelijk duur gezien het minimale zakgeld in die jaren. Marswikkels sparen voor een prachtig album met alle Nederlandse voetbalteams 1e klas KNVB en dat waren er veel! Zelfs een provinciestadje als Tiel had twee clubs in de 1e klasse: TEC en Theole; kom daar nu maar eens om.

Marswikkels sparen voor Voetbalalbum 1e klasse KNVB

Toko Adinda (1961)
Inmiddels droeg de winkel ook de naam Toko Adinda met een dikke knipoog naar het voormalige Nederlands Indië.
De vroegere achterkamer aangekleed als Indische Toko. Het domein van schoonzoon Arnold van Kouterik (oud-Indië militair) samen met zijn vrouw Jannie. Het waren de jaren van de grote uittocht uit Indonesië. Veel Indische mensen vonden een eerste onderdak in de BAVO, het voormalig Badhotel, en een luisterend oor bij Toko Adinda, waar inmiddels ook het  volledige assortiment van Conimex werd verkocht. Ik herinner mij dames in sarong en kabaja en een oude heer, tropenhelm op, puttees om zijn tropenbroek. Lopend kwamen zij naar de Laanstraat als waren zij op weg naar de pasar. Zij gaven het naoorlogse grijze Baarn kleur. Onder hen oma (ibu) Hamar de la Bretonière, die de lekkerste gerechten kookte en haar kennis met de klanten van Toko Adinda deelde. De wetenschap dat zij verre familie van mijn latere echtgenote was lag toen nog in de toekomst verborgen. De Verkadewinkel annex Toko Adinda speciaalzaak van het zuiverste water! Node gemist in de Baarnsche straat van Laan.

Rijwielhandel Geleijns. Recht tegenover ons huis, nu bekend als ICI Paris XL Onze eettafel stond strategisch opgesteld bij het raam. Hier maakte ik mijn huiswerk en had ik oogcontact met hetgeen op straat gebeurde. Niets ontsnapte aan mijn aandacht. Onze overbuurman J.B (Jan Bastiaan) Geleijns profiteerde hiervan.

Drukkerij Bakker, uitgever van de Baarnsche Weekbode. Kwitantieloper gevraagd!

In zijn rijwielzaak in het houten gebouw, waar eens lang geleden Drukkerij Bakker gevestigd was, was géén toilet en ook Geleijns moest wel eens nodig. Aangezien mevrouw Geleijns niet altijd bij de hand was om op de winkel te passen, werd er dan een beroep op mij gedaan. Het ritueel was als volgt: Geleijns ging in de deuropening staan, naar boven kijkend om mijn aandacht te trekken.

Geleijns wacht op aflossing!

Een zwaai met zijn arm, een sprint van mij naar beneden en Geleijns kon snel naar zijn even verderop gelegen woning op Laanstraat 85A lopen. Nu is hier de ingang van Jumbo Den Blanken. Opgelucht kwam hij dan kort daarna weer terug en ik kon, na deze voor mij welkome onderbreking weer verder met mijn huiswerk. Het spreekt welhaast vanzelf dat mijn eerste ’nieuwe’ fiets bij Geleijns gekocht werd. Pas veel later kwam ik er achter dat er voor Geleijns nog een goede reden was om naar het pand aan de overkant te kijken. In het Baarnse adresboek van 1930-31 staat vermeld dat op Laanstraat 66 naast H. Robberse ook een J.B Geleijns was gehuisvest. Vanuit zijn winkel keek de rijwielhandelaar dus naar zijn vroegere woonhuis. De toevalligheden in het leven!


Baarnsche Courant: in de beginjaren vijftig werkte ik bij de BC, nou ja werken: ik liep kwitanties, deftig woord voor rekeningen. Automatische incasso was een nog onbekend fenomeen.

Drukkerij Bakker: Baarnsche Courant toen en nu!

Mijn wijk was Hoog Baarn en omvatte ongeveer 250 adressen, waar ik per kwartaal de abonnementsgelden moest ophalen. Fl. 1.90 als ik mij goed herinner. Later oplopend naar Fl. 2.10. Een dubbeltje voor de loper! Niet slecht voor iemand die een gulden zakgeld in de week had. Je kunt dus stellen dat ik in die jaren bij alle villa’s aan de deur ben geweest. Bij mijn huidige activiteiten in het fotoarchief van de HKB heb ik nog steeds plezier van de toen opgedane kennis. Een tas om mijn nek met 250 kwitanties erin, op de fiets naar en door Hoog Baarn, aanbellen: ’de BC mevrouw’, ’Zeg kerel, heb je terug van fl.25,- anders gireren we wel’ of woorden van gelijke strekking. Nou dat had ik niet, dus zat er niets anders op om nog maar eens terug te komen. Wat een armoe! Tot mijn moeder het lumineuze idee had om mij royaal wisselgeld mee te geven. Had je de gezichten aan de deur moeten zien. Een heel enkele keer ook kreeg ik een glaasje ranja. Dat was meestal bij de wat ’kleiner behuisden’ die er ook waren in Hoog Baarn, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik heb dit kwitantielopen een kleine twee jaar gedaan, daarna moest ik onder druk van teveel huiswerk op Het Baarnsch Lyceum afhaken.

Witteveen, 2e van links, in uniform, met naast hem het echtpaar Visser. (Foto: Coll. Groenegraf.nl)
Ik voelde een groeiend respect voor mensen als de heer Witteveen van de Dalweg, die beroepsmatig, naast zijn baan als portier bij bioscoop Flora, met allerlei kwitanties aan de deur kwam. Door weer en wind deed hij zijn plicht!
Een drietal herinneringen aan de Laanstraat, geïnspireerd op dichter Weijman’s mooie gedichtje ’Gelukkig in de Laanstraat’. Er is genoeg copy voor meer. Dus wie weet. Eén ding is duidelijk: ook ik was ooit gelukkig in onze Baarnsche straat van Laan!

Straatnaambord Laanstraat (oude versie)  (Foto: Coll. Groenegraf.nl)

Met dank aan: www.albertweijman.nl en Uitgeverij Prominent, Baarn

Alle fotos Coll. Historische Kring Baerne , tenzij anders aangegeven.


Ed Vermeulen (1942)











Dit verhaal verscheen op maandag 9 juli 2018 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com

donderdag 5 juli 2018

Voor de Goede Orde deel 2

EERSTE UITBOUW
Heel geleidelijk ontwikkelde Baarn zich van een agrarisch dorp tot een meer algemene woongemeente. De aanzet daartoe werd gegeven door de derde burgemeester in die na-Franse tijd. In 1858 was de tweede Pen (zoon Jan) overleden en zijn jeugdige opvolger was de 32-jarige Mr J .C.G .C. Laan.

Zijn echtgenote was overigens nog jonger (nog geen 19!), maar toch had men er in Baarn vrede mee, dat opnieuw een plaatsgenoot de leiding op zich zou nemen. Oorspronkelijk in Zuilen geboren, kwam de jonge Laan op 10 maart 1851, nadat hij zijn rechtenstudie succesvol afgerond had, bij zijn oom in Huize Steevlied (gelegen in de hoek van Groeneveld en Drakenburg) wonen.
 
Een van de eerste maatregelen van de nieuwe burgemeester was het afschaffen van een oud gebruik in Baarn. Op de eerste dag van het nieuwe jaar trokken 'Nieuwjaarwensers' in Baarn namelijk van huis tot huis en die personen waren heus niet uitsluitend uit Baarn afkomstig. Met name in Bunschoten had men 't op die eerste januari op onze gemeente voorzien. Burgemeester Pen zelf zorgde er altijd voor, dat er bij de voordeur een zak met centen kwam te liggen, waaruit de huis­houdelijke hulp elke nieuwjaarwenser iets moest geven. Op initiatief van burgemeester Laan werd dat particulier bezoek vervangen door een heuse commissie, waarvan iemand langs de deuren ging. Mr Laan werd zelf voorzitter van deze commissie, welke voor het opgehaalde geld (en men haalde een aardige cent op) in de dure wintermaanden spek en vet kocht voor die gezinnen, die het niet breed hadden.

Zelfs de Baarnse politiemacht werd op Nieuwjaarsdag versterkt om voldoende controle uit te kunnen oefenen. Dat commissiewerk heeft voorbestaan tot 1918. In die oorlogstijd waren spek en vet zo duur geworden, dat uitrei­king onmogelijk werd. Een nieuw opgerichte 'Centrale Armenzorg' nam het werk toen over.
Incidenteel bleef men de jeugd op die eerste januari nog wel onthalen. Op Huize Peking is het nog jarenlang gewoonte gebleven te trakteren op een grote kom chocolademelk, samen met maar liefst drie krentenbollen. Er viel al duidelijk enige groei in Baarn te bemerken. De Oosterhei, tot dan voornamelijk in gebruik bij schaapskudden, kreeg met een eerst nog doodlopende Oosterstraat en Sparrenlaan enige betekenis. Die schapen kwamen uit een schaapskooi op de plaats, waar nu ongeveer de begraafplaats ligt. Plus van een kooi nabij de Eemnesserweg (ongeveer waar nu de Veldweg daar uitmondt). Die dieren werden dan over de Schapendrift (nu Kerkstraat) en Noorderlaan (nu Faas Eliaslaan en Noorderweg) naar hun voedselgebieden gedreven. Een verruiming van de oppervlakte, welke ertoe leidde dat op 8 juli 1870 veldwachter W. Heere in gemeentedienst trad, voornamelijk bedoeld als opvolger van Boering. Dat het in Baarn goed werken was, blijkt wel uit het feit, dat deze Heere pas in 1906 als hoofdagent eervol ontslagen werd en dat om te kunnen worden benoemd tot keurmeester van vlees en andere waren.

* * *

"Daar krijgen ze me mooi niet in". "Dan moet het eerst wel in mijn hoofd geslagen zijn". Dat en nog veel meer riep het publiek als uit één mond op 10 juni 1874 in Baarn, toen hier de allereerste stoomtrein uit Amsterdam binnenliep. Een dag beslissend voor de verdere ontwikkeling van onze gemeente en dus ook voor de uitbouw van ons plaatselijk politiekorps. Honderden, nee, duizenden hadden die dag een plaatsje gezocht langs het nieuw gegraven spoorravijn, waar eigenlijk ongewild de mooist denkbare tribunes geboden werden. Belangstellenden afkomstig uit Baarn, maar ook uit de omliggende gemeenten als Eemnes, Bunschoten en Spaken¬burg. Waar men de ontwikkelingen rond die spectaculaire aanleg dwars door de bossen - en zelfs werden er Baarnse wegen zo maar doorsneden, zoals de (Oude) Utrechtseweg, toen een van de breedste in ons dorp, Wittelaan, Amsterdamsestraatweg, de Oranjeboomlaan (zoals de Lt.gen. van Heutszlaan toen nog heette) en Pekinglaan (Torenlaan) - met argusogen gevolgd had.
Het verschil van vóór en na die eerste trein was zonder meer enorm. Er passeerde weliswaar een diligence in Baarn, waarmee men omstreeks half twaalf richting Amersfoort en 's middags half vier naar de hoofdstad reizen kon. Maar het aantal zitplaatsen was beperkt: negen in de wagen en nog een op de bok naast de koetsier. Tweemaal in de week, alleen op maandag en woensdag, kon men vanuit Baarn op één dag naar Amsterdam en nog dezelfde dag terug. Dat gebeurde dan met de 'glazen' wagen, maar ook daar was de capaciteit uiterst beperkt van. Om maar te zwijgen van de omstandigheden waaronder zo'n reis gemaakt moest worden.
De passagiers dienden daarvoor die dag reeds om zes uur 's morgens op één van de twee opstapplaatsen die Baarn kende, gereed te staan. Dat was of bij Hotel Groeneveld aan de Amsterdamsestraatweg, of bij het kruispunt de Oranjeboom. Dus voor dag en dauw op en eerst een flink stuk lopen. Om zich vervolgens in het gunstigste geval in een uur of drie - maar vaak met die in modderpoelen veranderde 'wegen' langer - in zo'n wagentje te laten radbraken. Men kon tot 's middags half zes in de grote stad blijven, om dan opnieuw in te stappen teneinde omstreeks half negen (maar vaak dus later) aan de rand van Baarn uit te stappen.

Laten we echter nooit vergeten, dat Baarn dit alles te danken had aan het feit, dat Amsterdam een railverbinding naar het Oosten nodig had en de bewoner van Soestdijk de grond daarvoor wel beschikbaar wilde stellen, mits Baarn een volledig station zou krijgen.
Hem was trouwens een aftakking van Baarn naar Soestdijk toegezegd. Maar tenslotte moest Prins Hendrik genoegen nemen met een 'lokaaltje' (Baarn-Utrecht), waarmee zijn broer Koning Willem III later moeilijkheden had. Die had immers geen oren naar een railverbinding met Soestdijk, liever wilde hij zo'n lijntje van Apeldoorn naar het Loo.

BERENJACHT IN BAARN
De Baarnse politie op jacht naar een beer in het Baarnse Bos?! Dat klinkt natuurlijk ongeloofwaardig, maar toch was het in 1887 werkelijkheid. Zoveel agenten waren er op dat moment overigens niet, maar allen werden ingezet om in de buurt van de Grote Kom een beer te gaan schieten. Voor die gelegenheid versterkt met de jachtopzieners van Paleis Soestdijk.
Het begon allemaal op de eerste september van dat jaar, toen Baarn bezoek kreeg van een beer. Preciezer gezegd van een berengeleider met zijn sokkige dier. Uitgerust zoals men zich dat voorgesteld had, zo'n beer met een ring door de neus voor een ketting. Plus als extra beveiliging ook nog een leren muilkorf aan. Voor dat optreden in ons net ontwakend plaatsje had burgemeester Jhr de Beaufort zoals dat behoorde vergunning verleend. Terwijl de beer danste, haalde de man centjes op. Tot groot vermaak van jong en oud, want zoveel ander vertier was er in die tijd in ons dorp niet te beleven.
Het zal de berengeleider zeker niet tegengevallen zijn, zoveel als het optreden in Baarn opgeleverd had. Want met een goed gevulde buidel verdween hij aan het eind van de middag uit ons dorp richting Oranjeboom, zijn volgende doel was Hilversum. Zoals toen normaal was, liepen zij dat stuk samen, de beer aan de ketting en hij gewoon te voet. Bij die viersprong gekomen, kon de man geen weerstand bieden aan de verleiding even in café de Oranjeboom uit te rusten. Met zoveel geld op zak was het begrijpelijk, dat hij zich tevens tegoed deed aan het nodige brood, vlees en drank - alcoholvrij was die in die tijd zeker niet - dat in de zaak geboden werd.
Maar hoe gezellig ook, het tweetal moest verder. Hoewel het al zo donker geworden was, dat het de man verstandiger leek in het bos een slaapplaats op te zoeken. De beer werd zoals gebruikelijk aan een den gebonden en de baas zocht zich een lekker plekje. Dat vastbinden moet echter niet al te nauwkeurig gebeurd zijn, want nauwelijks was de man inslaap gevallen, of het dier wist zich los te rukken en slaagde er zelfs in zich van zijn muilkorf te bevrijden. De beer wist zich te herinneren, dat er niet alleen voor de baas, maar ook voor hem lekkere hapjes wachtten bij de herberg aan de Oranjeboom. Hij had er immers diverse konijnen en kippen geroken en het bleek niet moeilijk die terug te vinden. Plus te vangen en vervolgens heerlijk op te peuzelen. De volgende morgen tenminste moest de herbergier vaststellen, dat vijf van zijn langoren om zeep waren geholpen, terwijl in het kippenhok een ware slachting was aangericht.
Niet moeilijk na te gaan, dat de beer de dader moest zijn, vooral toen ook de geleider de ontsnapping ontdekte en naar zijn dier op zoek ging. Het duurde dan ook niet lang of de jobstijding ging door Baarn: "De beer is los!". Al spoedig gevolgd door een meer preciezere opgave "Er loopt een beer in ons bos!", want het spoor leidde duidelijk naar het bos tussen de v. Heutszlaan en de Kroningslaan. Het zal voor de Baarnse 'sterke arm' wel voor het eerst (en 't laatst) geweest zijn, op berenjacht te gaan. Wie houdt daar rekening mee, maar nu moest het er toch van komen. Zoals gezegd, de politie kreeg versterking van de zijde van het Paleis en het succes liet niet lang op zich wachten. Met een welgemikt schot - ook van verdoven had men toen nog nooit gehoord - werd het 'monster' onschadelijk gemaakt. In triomf werd de buit Baarn in gedragen, de poten gebonden aan een stok die over de schouders werd genomen. Juichend stonden de nieuwsgierig geworden Baarnaars langs de weg. Wie liet zich zo'n niet-alledaags schouwspel ontlopen?
Volgens de overleveringen werd het dier vervolgens bij enkele Baarnse gezinnen gebraden. Allereerst werden de kanen (de uitgebraden stukjes vet) uit de pan geprikt. Iedere keer dat zo'n kaantje aan de punt van een vork naar boven kwam moet men - het is nog lang een gevleugeld woord gebleven, terwijl men opgewonden was over zo'n buitenkansje - geroepen hebben: "Kwaan, kwaan (komaan, komaan), alweer een (beren)kaan". Misschien hoort u die kreet ook nog wel eens in Baarn, u weet dan in ieder geval waar dat nog vandaan komt.
* * *
Tot vandaag de dag heeft de Baarnse politie bemoeienis met ander groot wild, dat in onze bossen - zij het steeds schaarser - nog voorkomt. Helaas meestal in verband met een verkeersongeval, u weet wel 'overstekend wild'. Dan wordt weer zo'n ree aangereden; kennelijk heeft het stropen en de jacht - zo'n bout was immers niet te versmaden - nog geen einde aan die fauna in onze bossen gemaakt. Dat die dieren hier zijn, dankt Baarn aan de komst van de Oranjes in onze gemeente. Toen Prins Willem III in 1674 Huize Soestdijk tot een jachtslot ombouwde, legde hij daar ook een wildbaan (soort hertenkamp) aan, om op die dieren te kunnen jagen.
Twee eeuwen later, toen in 1879 de toenmalige Soestdijkbewoner kinderloos stierf - Prins Hendrik was vooral bekend als Zeevaarder en in Baarn als een gul - Hoog Ambachtsheer - kwam het domein in bezit van zijn broer, Koning Willem III. Deze Nederlandse vorst gaf er echter de voorkeur aan in Paleis Het Loo te gaan wonen, wat als consequentie had, dat het Baarnse Paleis in feite leeg kwam te staan. Wel had Willem belangstelling voor de wildbaan. En dus werden alle herten achter Soestdijk gevangen en naar het Loo overgebracht. Volgens zeggen zijn daarbij diverse dieren ontsnapt en namen een toevlucht in de Baarnse bossen. Daar achtergebleven zorgden zij er wel voor, dat hun ras niet uitstierf, zodat er nog steeds herten - de schatting is zo'n stuk of zeventig - rond ons dorp te vinden zijn.

Schuwe dieren waarop gelukkig niet gejaagd mag worden, maar helaas komen zij nogal eens in het nieuws, wanneer zij op zo'n buitenweg aangereden zijn. Van agressie hunnerzijds is bij deze reeën evenmin sprake. Op een enkele nieuwsgierige of verdwaalde na, die zich wel eens dichtbij en soms zelfs wel eens in de bebouwde kom waagt. Een jong dier, dat eenmaal aangeraakt is door een mensenhand, zal zeker door de moeder verstoten worden. Terwijl loslopende honden nog wel eens de jacht op deze ranke dieren willen openen.
EERLIJK DELEN
De komst van een spoorwegstation in Baarn luidde een geleidelijke koerswijziging voor de Baarnse gemeentepolitie in. Er kwam zoals gezegd nog een derde kracht bij en natuurlijk schreef de burgemeester toen ook een uitvoerige instructie. Die burgemeester was Mr J .H.M. baron Mollerus van Westkerke, die in 1876 als hoofd van zijn manschappen het een en ander op papier zette. Artikel 7 daarvan zal door die gemeente-veldwachters wel in 't bijzonder beoordeeld zijn. 'De veldwachters zullen alle fooien en giften die zij ontvangen zonder enige uitzondering storten in een bus met twee sleutels. Daarvan wordt de ene sleutel door de veldwachters bewaard, de andere door een klerk ter secretarie. Om de drie maanden (te beginnen op 1 juli 1876) wordt de bus geledigd en gelijkelijk verdeeld'. Baarn begon te groeien, de spoorlijn was al twee jaar in functie. Dus vond de burgemeester dat ieder van zijn drietal moest weten, wat hij precies moest doen en ... laten. Er waren vier grote en twee kleine 'toernees' (zoals de ronden in de instructie genoemd werden). Die kleine betroffen Eembrugge en Zandvoort, de grotere werden aangeduid met de Katoenbaal - de omgeving van die boerderij in de hoek bij Eemnes - Groeneveld/Buitenzorg, Hooge en Lage Vuursche en eens in de week ging de veldwachter ook bij Soestdijk een oogje in het zeil houden.
Voorts was er een controle ingebouwd. De veldwachters moesten hun boekjes bij een daarvoor aangewezen ingezetene in die 'wijken' laten aftekenen. Bovendien gold bij dat ronde-lopen een rookverbod. Vrij kregen zij per keuze één dag per maand, mits minimaal twee dagen van tevoren aangevraagd. Indien dat nodig was voor zo'n vrije dag had een oudere collega voorrang op zijn jongere. De instructie sprak over de kom van de gemeente en 'het buitengebied', waartoe bijvoorbeeld ook het Amaliapark bij het station gerekend werd. Er stonden met nu vergeleken opvallende voorschriften in, waarvoor de huidige politieagent soms de neus zou ophalen.


De gemeentereiniging van Baarn in de eerste fase aan het begin van deze eeuw.
Wat te zeggen van de opdracht, dat de veldwachters omdat zij toch in dienst van de gemeente waren, tevens in touw waren voor het bevolkingsregister. Zij moesten ervoor zorgen, dat de Baarnaars alles keurig voor dat systeem opgaven. Dat ging zo ver, dat de politie zelf de verhuizingen moest bijhouden en elke maand hun bevindingen op de secretarie diende in te leveren.
Minder gek was, dat een van de manschappen op zondagmorgen dienst moest doen bij het uitgaan van de R.K.-kerk. Dat toezicht in de Kerkstraat betrof dan het verkeer en bestond trouwens ook dagelijks bij het uitgaan van de ene openbare school, die Baarn telde. Want het gooien door de schoolgaande jeugd met stenen naar en het achterna schreeuwen van rijtuigen, was een overlast waartegen de veldwachters op moesten treden. Bij het uitbreken van brand moest de gemeentepolitie op volle sterkte onmiddellijk naar de plaats des onheils gaan. Nog zo'n taak, waar men nu beslist anders over zou denken: bij sneeuwval was de veldwachter belast met het toezicht op de berijd- en begaanbaarheid van de Baarnse wegen. Zo nodig moesten daarvoor de handen uit de mouwen gestoken worden. Omdat dit tevens gold voor doorgaande wegen naar en van Groeneveld en de Oranjeboom, moet daar niet te min over gedacht worden.
En wat vindt u van de taak, er op te letten dat de straatverlichting goed functioneerde. Daarvoor moesten de olielampen aangestoken worden. Met de komst van de gasverlichting in 1878 kwamen er speciale lantaarnopstekers, maar de politie zag erop toe, dat alles naar wens brandde.
Ook het nieuwe stationsgebouw werd in de instructie met name genoemd. De treinreizigers mochten op het Stationsplein geen overlast van belangstellend publiek krijgen. Er moest op worden toegezien, dat het publiek niet bij vergissing de trap naar de bovenverdieping van het stationsgebouw blokkeerde. Daar immers bevond zich de restauratiezaal, bediend uit de 'bierhal' die met een terras eveneens bij de uitgang geplaatst werd. Exploitant was de heer van Duursen. De bierhal werd in 1955 gesloopt, hetzelfde jaar dat boven het station woningen kwamen. Sinds 1935 had Hastrich er een bloeiend bedrijf van gemaakt, waarbij concerten, kermissen, varietévoorstellingen, bloemententoonstellingen en kinderfeesten hoorden. De wonderlijkste opdracht uit die tijd was wel, dat de veldwachter ook de tijd en dus de klokken in Baarn in de gaten moest houden. In een raadsbesluit van 16 mei 1876 is zelfs terug te vinden, dat de gemeente daartoe een 'horologie' aanschafte. Dat kreeg de dienstdoende veldwachter op zak, om zo te controleren, dat de torenklok op de Brink ... vier minuten voorliep op de klok bij het station. De verklaring is even simpel als ontnuchterend: men moest er op toezien, dat de (ver)late treinreiziger toch nog op tijd bij het station zou arriveren, om de geplande trein te halen!  




Na de wielerbaan verfraaide de heer Sweris het Wilhelmina¬park met een vijver. Die ligt er ook nu nog, maar de oorspronkelijke vorm was rechthoekig. Dit met het oog op het gebruik als ijsbaan. Op de plaats waar nu Patria staat, was toen een café gebouwd.

Daarnaast moesten de drie mannen bij toerbeurt dorps- en kantoordienst doen. Er zat overigens een voordeeltje aan. Wie deze dienst had behoefde pas 's morgens om negen uur op het gemeentehuis te verschijnen. Daar immers had de politie bij de ingang rechts (tegenover de bodekamer) een vast plaatsje gekregen. De beide anderen mochten die ochtend niet later dan acht uur beginnen.
In het gemeentehuis bleef de dienstdoende veldwachter tot bijna twaalfuur. Want hij was ook belast met het toezicht op het uitgaan van de school in de Hoofdstraat. Vervolgens was de man van één tot half drie vrij, om de middag te eindigen met de dorpsdienst. Dat omvatte de bebouwde kom, dus de Brink en omgeving. Maar ook de Eemnesserweg tot de villa Heuveloord, de Laanstraat, de Kerkstraat, de Javalaan, de Noorderlaan - na de eeuwwisseling voor een groot gedeelte omgedoopt in Faas Eliaslaan - en de Amalialaan naar het station.
De mannen van de buitendienst waren 's middags ook in de kom van de gemeente te vinden. Een vast punt was de komst tegen 18.00 uur bij de burgemeester, om vervolgens ook bij het Stationsplein te eindigen. Denk niet dat het er dan voor hem op zat, want pas om half tien 's avonds had hij genoeg gedaan en kon de veldwachter van zijn rust gaan genieten. Baarn aan de zorgen van de nachtwacht overlatend. Bovendien sprak de instructie nog van speciale zondagsdiensten, waarvoor dan een 'buitengewone' (dus een veldwachter van elders) kwam helpen. Erg lang heeft burgemeester Mollerus overigens het functioneren van zijn dienstrooster niet zelf kunnen gadeslaan.
Na ruim 12 jaar in Baarn (en Eemnes) eerste burger te zijn geweest, ruilde hij die positie op 1 mei 1880 voor de post van Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland. Zijn opvolger in Baarn werd Mr P.J. Teding van Berkhout, die na vijf jaren de ambtsketen alweer overdroeg aan Jhr Mr B.Ph. de Beaufort.

Bronnen:
Uitgegeven in verband met de reorganisatie van de Nederlandse politie en het opgaan van de Gemeentepolitie Baarn in Regiopolitie Utrecht District Eemland-Noord.
Tekst:  S.N.  Zwiep 

Illustraties:  Historische  Kring  Baerne  Politiearchief, Baarnsche Courant en vele particulieren
Druk:  Bakker  Baarn 

zaterdag 30 juni 2018

Oude bedrijfsnamen op gevels in Baarn

door Eric van der Ent

Dit bericht is oorspronkelijk in 2012 gepost. Aangezien we onlangs een flink aantal mooie foto's van oude bedrijfsnaambordjes mochten ontvangen plaatsen we dit bericht nogmaals, in de hoop nog meer foto's van dit soort bordjes te mogen ontvangen. Veel kijkplezier!

Fietsend door Baarn kom je af en toe wat leuke namen van oude bedrijven tegen. Bordjes bevestigd op gevels van huizen, of kleine zelfstandigen die op hun gevel kenbaar maakten wat hun professie is. Een paar van dat soort bordjes vindt u hieronder. Misschien is het leuk om meer van dat soort foto's te verzamelen, want vaak verdwijnen de bordjes van de gevels als er in de woning nieuwe bewoners komen. Heeft u een tip? Weet u zo'n bordje in Baarn te vinden? Of heeft u een bordje dat vroeger aan de gevel van een pand in Baarn gehangen heeft? Stuur ons een foto of noem het adres, dan maak ik een foto.

Woninginrichting H. Pelt, v/h G. Geijtenbeek, meubelen, tapijten en bedden enz.
Dit bordje hing op de gevel van 'd Aulnis de Bourouilllaan nummer 4, maar het bordje is inmiddels verdwenen
De  brandstoffenhandel en het tectylbedrijf van de gebroeders Dirk en Flip Koffrie in de Noorderstraat .
Oorspronkelijk was het bedrijf van vader Jan Willem Koffrie. Later zetten de broers het bedrijf voort.
Dirk stierf al in 1991,Flip is onlangs ook gestorven. Ook dit bord zal binnenkort verdwijnen.

Machinale Houtbewerking Vermeulen & Zn. zagerij - schaverij.
Dit was het bedrijf van vader Cornelis Wilhelmus Vermeulen en zoon Wilhelmus Gozewinus Gerardus Vermeulen.
Het bedrijf was gevestigd op Zandvoortweg 140. Het bordje is nu bevestigd op een schuurtje bij de werkplaats.
Het pand staat nu te koop, dus ik ben bang dat ook dit bordje verdwijnen gaat.
Update 2015: Het pand is inmiddels gesloopt en het bordje is verdwenen.
Smederij Vervat in Lage Vuursche (gemeente Baarn). De laatste smid was Geurt Vervat. Vele generaties Vervat
waren voordien als smid op deze plek gevestigd. Daar is nu ook een eind aan gekomen. Dit bordje zal binnenkort
ook wel verdwijnen.
W. van Zijtveld, Fouragehandel Baarn, tel. 4665
Dit bordje hangt op een een boerderij aan de Eemweg 45 in Eembrugge (gemeente Baarn)
Kan iemand meer vertellen over dit bedrijf?
Fa. J. Ploeg & Zn. Smederij en autoplaatwerkerij.
Deze foto ontving ik van dhr. D. van den Brakel, Baarn. Het bedrijf was gevestigd op de Verbindingsweg
en op de Eikenboschweg (Wijkamplaan).  Destijds hing het bordje op de Verbindingsweg,
maar nu hangt het achter het huis van Fam. Ploeg aan de Wijkamplaan.
Dit bordje is te vinden op een deur in de gevel van het pand van 'De Smaecken van Hamelink' aan Laanstraat 19.
Deze costumière was Jacoba Anna Maria (Coby) van Dijen (1898-1996), dochter van bakker Bastiaan van Dijen.
Zij woonde jarenlang op dit adres, samen met haar zus Bets. De deur is niet meer in gebruik. De ingang van 'De Smaecken' is ernaast te vinden.

Niet ver verwijderd van het bordje van Van Dijen (zie de foto boven deze foto) was dit uithangbord te zien.
Het was van drogist Jacobus (Koos) Groeneveld (1913-2005), die zijn drogisterij had in 'Onder de rieten dakjes' aan de Laanstraat 27 in Baarn. Van 1938 tot eind jaren tachtig was Groeneveld daar als drogist te vinden. Het uithangbord is door dochter Ada Verburg-Groeneveld geschonken aan de Historische Kring Baerne.

H. Versteeg, schoenmaker. Dit bordje is al verdwenen, maar was te vinden op de deur van schoemaker Hendrikus Versteeg (1897-1974), zoon van Mees Versteeg en Geurtje van Steeg.
Hij had een schoenmakerij aan de Heuveloordstraat 2 in Baarn.

Parkgarage aan de Amalialaan 41-43 in Baarn. Ooit begonnen in het pand van stalhouderij Ambrosius door Nicolaas Karel
Jansen en Albert van de Hoef. De garage is inmiddels verdwenen, maar dit bordje vond ik aan een schuurtje op landgoed
Eyken-dal aan de Jachthuislaan in Soestdijk. Hoe zo'n bordje daar nu weer terecht komt?
Niet meer aan een gevel, maar dit werd in juni 2018 te koop aangeboden op Marktplaats.
Helaas werd er al flink op geboden, voor een mooi prijsje had ik het wel willen aanschaffen.
Maar gelukkig hebben we de foto nog.
Een oproep op Facebook leverde nog meer foto's van oude bordjes op:

De aard-, groente- en fruithandel van Adrianus Blankestijn aan de Sparrenlaan. Janus Blankestijn was in de meidagen van 1940 in militaire dienst. Na de capitulatie meldde hij zich bij de Raad van Verzet in Baarn. Hij werd commandant van de verzetsgroep Gooi en Eemland. Op 14 oktober 1944 werd hij thuis gearresteerd en kwam in het doorvoerkamp Amersfoort te zitten. Hij overleed op 20 november 1944 in concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg. Adrianus is vermeld op de plaquette van het vrijheidsmonument aan het Stationsplein in Baarn. (Bron foto: Ria de Waal)
De melkhandel van Evert Nagel aan de Dijkweg. (Bron foto: Lettie Hop)
Slopersbedrijf  Jan de Ruijter aan de Nolenslaan hoek Zandvoortweg. (Bron foto: Jan de Ruijter)

Lambertus Kuijer, boomkwekerij en tuinaanleg aan de Verlengde Dalweg (later Berkenweg)
(Bron foto: Maruschka Kuijer)

Nicolaas Adrianus Maria (Nic) Kuijer, boomkweker en tuinarchitectuur, Berkenweg. Kleinzoon van bovengenoemde Lambertus. (Bron foto: Maruschka Kuijer)
Egbert Harm van der Veen, taxibedrijf Eemnesserweg (Bron: Boyd Kooij)
De Ocriet-fabriek is al een paar jaar geleden afgebroken, maar dit bord is nog steeds (2018) in Eembrugge te vinden.
Café Eemzicht was te vinden aan de Eem in Eembrugge, bij de oude Eembrug. Het café is al lang geleden verdwenen, maar de reclameborden heb ik vandaag (2-7-2018) mogen fotograferen bij een schuur vlakbij de plek waar het café gestaan heeft.
Met dank aan dhr. R. Bakker, Eembrugge.
Seezink's Houthandel aan de Eemnesserweg is al jaren geleden opgeheven.
Dit bordje is nog steeds (2018) te bewonderen voor het raam in een appartementengebouw aan de Bosstraat tussen Schoolstraat en Cantonlaan.


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter.De