maandag 20 augustus 2018

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert (meer monumenten!)

Een (bijna) historisch verantwoorde bijdrage van Ed Vermeulen      

                

Op zaterdag 8 en zondag 9 september 2018 vieren we weer  Open Monumentendag. Het thema dit jaar: ’In Europa’Had wat mij betreft ook ’In Baarn’ mogen zijn. En ja, ’vieren’, want nog steeds geldt: ’Een monument worden is een gunst, een monument blijven een hele kunst’

De oplettende lezer van deze rubriek hoor ik denken: waarde schrijver, vervalt u niet in herhaling? Wie dit denkt en zegt is niet gek, maar heeft (een beetje) gelijk: immers in september 2017, op de kop af een jaar geleden schreef ik het verhaaltje: ’Mag het een monumentje minder’. Een verhaaltje dat zijn oorsprong vond in de plotselinge en redelijk onverwachte sloop, eind november 2016, van de monumentaal ogende, rond 1880 gebouwde, villa Amalialaan 39.

Amalialaan 39: het monument dat geen monument was  (Coll. HKB)  

Een monument dat geen monument bleek te zijn was zo maar opeens verdwenen. Gedane zaken nemen geen keer, weg is weg, maar hoe kunnen we herhaling in de toekomst voorkomen. Het werd het onderwerp van heftige discussies;  Historische Kringers (ook wel HKBers genoemd), Groenegraffers , Vorstelijke en Mooie Baarnaars en Barinezen en overige niet bij naam en toenaam genoemde plaatsgenoten liepen te hoop en verkondigden dat dit nooit meer, maar dan ook echt nooit meer mocht gebeuren. Het Gemeentehuis dreigde bestormd te worden door een verhitte meute die zich op de Brink rond het paard had
verzameld.

Er staat een paard op de Brink
Dreigde: want net op tijd werd door Laanstraat 1, inmiddels opgeschrikt door het gescandeerde gebrul: ’Meer monumenten, meer monumenten’, ingegrepen.

Laanstraat 1


Hoe dan: hoor ik u denken. Duidelijke zaak. Nadat eerst de diverse verenigingen die zich inzetten tot het behoud van onze monumenten van zich hadden laten horen en hun oude, herziene en nieuwe lijstjes, ingeleverd hadden bij het hiervoor verantwoordelijke loket lazen we in de  Baarnsche Courant van 13 april 2018 het volgende (goede) nieuws:
           
Baarn brengt monumenten in kaart
Een lachende CeesJan Frank, architectuurhistoricus en één van de twee directeuren van Monumenten Advies Bureau (MAB) uit Nijmegen, meldt dat de Gemeente Baarn zijn organisatie heeft gevraagd de monumentenlijst te herijken en te completeren.


MAB team, met links voor mededirecteur CeesJan Frank

Baarn moet op de kaart gezet worden; een dikwijls gehoorde kreet, waarbij ik altijd denk: daar stonden we toch sinds de Middeleeuwen al op? Maar ditmaal is het serieus: Baarn krijgt een cultuurhistorische waardenkaart, ook wel erfgoedwaardenkaart genoemd. Dat is andere koek dan zomaar een handgeschreven lijstje met monumenten, hoe goed ook bedoeld.

Warm lopen voor erfgoed
Op dinsdag 3 juli 2018 was het zover. Op initiatief van de bewoners van Laanstraat 1 (de gemeente Baarn) werd een voorlichtingsavond over de te maken Erfgoedwaardenkaarten belegd. Plaats van samenkomst: de uit 1880 daterende Paaskerk, zelf een gemeentelijk monument, aan de Oude Utrechtse weg.

Paaskerk, historisch gevuld!  (Foto: Roeland de Bruyn)

Heel of deftig gezegd ’tout’ historisch bewust Baarn was aanwezig. Geconfronteerd met het zien van de gemaakte foto van deze overweldigende opkomst betrapte ik mij op de volgende gedachte: zouden deze mensen allemaal lid zijn van de Historische Kring Baerne en zouden zij zich hebben ingeschreven voor de (gratis) wekelijkse toezending van de Groenegraf.nl nieuwsbrief met Baarnse verhalen? Illusie of werkelijkheid? Hoe het ook zij, toen er beelden verschenen van de contouren van een verdwenen kasteel gelegen aan wat nu de oprit naar de A27 is, ging een golf van oprechte historische ontroering door de zaal. Er gingen zelfs stemmen op dit stuk rijksweg maar subiet te slopen om verder onderzoek mogelijk te maken. Het eerste wat ik dacht was dat eindelijk de restanten van het lang verdwenen Kasteel Tomatuva waren opgedoken!

Tomatuva: droom en herinnering   (Coll. HKB)

Helaas had ik het (weer) mis: niets van dit alles, slechts een vernoemd viaduct en een oude kastanje herinneren nog aan deze middeleeuwse heerlijckheid.

Het Baarnse boek der
boeken heruitgegeven!
De avond in de Paaskerk was meer dan geslaagd; vele aanwezigen meenden hun uil een valk te zijn. Om deze gedachte kracht bij te zetten namen velen zich plechtig voor de volgende dag bij Boekhandel Den Boer een exemplaar van het recentelijk, door makelaar Kees Rigter heruitgegeven standaardwerk ’Baarn geschiedenis en architectuur’, met hierin het echte grote monumentenwerk, aan te schaffen!

Maar ook werd duidelijk dat nog veel werk verzet moest worden. De komende maanden zal duidelijk moeten worden wat het zwaarste weegt. Heel Baarn beschermd dorpsgezicht? Alle bewoners en hun onroerend goed bezit de monumentenstatus? Opnieuw bekroop mij de gedachte hoe het zou voelen zelf een monument te zijn: het monument van je eigen verleden? Ik denk dat ik inmiddels enigszins weet hoe dit voelt. Wederom gevolgd door de vraag: wie kijkt er naar mij om als sloop dreigt? Laat één ding duidelijk zijn: geschiedenis, Baarnse geschiedenis, leeft!

Wie het kleine niet eert is het grote niet weert. Mocht de lezer de indruk krijgen dat ik mij louter richt op het grotere Monumentenwerk: niets is minder waar. Op mijn tochten door het ’stadshart’ van monumentaal Baarn word ik zo nu en dan geconfronteerd met kleinere, maar minstens net zo belangrijke ontdekkingen. Kijkt u met me mee:

Midden juni 2018 werd bij de voormalige DIO drogist op Laanstraat 34 (tussen Julius en Bruna), ooit drogisterij Gerritsen, tijdens het verwijderen van de buitenbetimmering de historische winkelingang, met de originele prachtige glas-in-lood ramen teruggevonden. Wie van u wist dat die daar nog zaten?

Villa Laanstraat 34, later Drogisterij Gerritsen (links), rechts Kasteel van Antwerpen (Coll. HKB)

Glas-in-lood ramen Laanstraat 34  (Coll. Groenegraf.nl)

Uit uiterst betrouwbare bron heb ik inmiddels vernomen dat deze vondsten niet weer verloren gaan (lees: weggemoffeld worden), maar permanent in het zicht blijven. Dat is meer dan mooi. Het kan dus wel!
Vervolgens werd slechts kort daarna, om precies te zijn op vrijdag 16 juni tijdens de renovatie van onze onvolprezen Laanstraat, tegenwoordig ook bekend als de Baarnsche straat van Laan, min of meer recht voor het hek van het inmiddels historische pand Spoorstraat 1

Hoek Spoorstraat -Laanstraat, plek van de vondst 
door aannemer Van Asch een oude en prachtig gemetselde wel vijf meter diepe en enkele meters brede put blootgelegd en uitgegraven.

Vondst van put door aannemer Van Asch  (Foto: Caspar Huurdeman)  

De alom en immer aanwezige fotograaf Caspar Huurdeman maakte er mooie en veelzeggende foto’s van.

Ondergrondse schat: de put!  (Foto: Caspar Huurdeman) 

Uw schrijver en nog een mij bekende oudere Baarnaar waren  heel toevallig in de buurt en derhalve getuigen van deze bijzondere gebeurtenis. Mij werd desgevraagd medegedeeld dat er over deze vondst reeds een melding naar Laanstraat 1  was gemaakt. Dus alle kans dat het goed zou komen. Eén van de gravers opperde nog het idee om een doorzichtige plaat over de put te plaatsen, zodat wij tot in lengte van dagen onder de grond konden kijken. Mijn bijdrage aan deze  hilarische en historisch gevoelige conversatie kwam niet verder dan de opmerking dat er dan eigenlijk ook een oude Baarnaar in de put moest afdalen (ik gebruikte een andere term), om zo blijvend het beeld van authenticiteit te versterken. Inmiddels was men begonnen de put weer vol te storten en onder het straatoppervlak te laten verdwijnen.
Thuisgekomen vertelde ik dit verhaal in geuren en kleuren aan een ieder die maar luisteren wilde. Het meest gehoorde commentaar was: oude Baarnaar (?),  was er zelf maar ingesprongen, je hebt  meer dan voldoende kwalificaties. Zo had ik het nog niet bekeken, maar gelijk hadden ze wel! Wederom uit uiterst betrouwbare bron, de werkgroep archeologie (ARWE) van de Historische Kring Baerne (HKB), vernam ik dat deze put, te mooi en schoon om als beerput afgedaan te worden, mogelijk een wateropvang put zou zijn, waarvan in vroeger tijden de Baarnse Brandweer gebruik zou hebben kunnen maken, mocht de Laanstraat door rampspoeden getroffen worden.

Schoon metselwerk (Foto: Caspar Huurdeman)

Oude lijsten met waterputten uit het begin van de vorige eeuw zouden mogelijk als bewijs van deze stelling kunnen dienen.

Dat al het goede in drieën komt behoort tot de zekerheden van het gewone maar zeker het historische leven. Het is daarom dat ik u deelgenoot maak van mijn persoonlijke tip in deze historische ’kleine’ monumenten drie-eenheid: het inmiddels bijna 140 jaar oude hek van de monumentale villa Spoorstraat 2.

Spoorstraat 2 (Foto: Ed Vermeulen)  

Mijn thuisbasis in de jaren 1944 tot 1950. Oud, behoorlijk krakkemikkig en versleten, maar nog steeds aanwezig en overeind. Het hek waar ik leerde op- en afstappen tijdens mijn eerste fietslessen. Kortom: een monument dat er wezen mag, al was het maar op mijn eigen erfgoedwaardenkaart! Het hek dat zo niet gemaakt, dan toch wel in het jaar A.D 1911, in opdracht van de toenmalige bewoonster mevrouw douairière S. Teding van Berkhout, weduwe van de in 1885 overleden burgemeester van Baarn Jhr. Mr. P. J. Teding van Berkhout (tevens naamgever van de straat die wij gemakshalve de Teding noemen) rechtgezet werd door smid Wolterink uit de Leestraat. Met toestemming (lees: vergunning) van de Gemeente Baarn; gelukkig maar!

Het oude hek (Foto: Ed Vermeulen)
Alles is nu rechtgezet, beschreven en opgenomen in de daarvoor bestemde kolommen van de binnenkort te verschijnen Erfgoedwaardenkaart. Op naar monumentendag; evenals vorig jaar is mijn advies: geniet van het vele moois dat Baarn te bieden heeft; beklim de toren van de Pauluskerk en laat luid uw roep over ons dorp klinken:

’Meer monumenten, meer monumenten!’

De Pauluskerk: een monument tussen de monumenten  
(Foto: Adr. Boer in Coll. Groenegraf.nl)

Mocht u zich  bij het lezen van dit verhaal afvragen: gaat het wel goed met uw schrijver, bedenk dan dat de basis van dit verhaal gelegd werd op een de heetste dagen van dit jaar, wat zeg ik: eeuw!   

Geïnspireerd door het leven zelf en publicaties in de Baarnsche Courant   


Ed Vermeulen (1942)











Dit verhaal verscheen op maandag 20 augustus 2018 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com
 

donderdag 16 augustus 2018

Voor de goede orde deel 6


ZO HEERLIJK RUSTIG, JA JA .....
Anderhalve eeuw gemeentepolitie. Historisch gezien juist, maar wat zijn er verschillen in die tijdvakken aan te wijzen. Begonnen in de gezapige negentiende eeuw, terwijl ook na de eeuwwisseling de problematiek eerst zoveel overzichtelijker bleef.

Ondanks dat de mobiliteit geleidelijk groter werd, lag het tempo zoveel lager vergeleken met de jaren na de Tweede Wereldoorlog. En zelfs toen sloeg de mens in steeds korter tijd de vleugels steeds verder en sneller uit.
In verhouding tot de huidige tijd was de Hollander tot die oorlogsjaren ongelooflijk naïever. Een onnozelheid waarvoor de latere generatie veelal geen begrip kan opbrengen, maar 't is zonder meer een feit dat men er bijvoorbeeld volop in geloofde, dat de ingenomen neutraliteit door andere landen gerespecteerd zou worden. En mocht men ons land binnenvallen, dan zou de Waterlinie heus wel een halt toeroepen aan al te opdringerige soldaten.

Baarn maakte daarop geen uitzondering. Integendeel, er werd wel eens beweerd dat alles wat elders in ons land gebeurde hier dagen later pas aan de orde kwam.
'Waar het rustig is, moet het rustig blijven', vond de naoorlogse burgemeester Mr F.J. van Beeck Calkoen nogal eens. Nieuw aangestelde agenten, zo uit de drukke binnenstad, konden dat wel met hem eens zijn. Voor hen leek Baarn een 'makkie'. De werkelijkheid bleek vaak anders.

De Baarnse moordzaak in 1961 bijvoorbeeld werd misschien wel de meest geruchtmakende Nederlandse moord van na de oorlog. Niet dat dit de enige rechtszaak op dit terrein in deze gemeente zou blijven, waarin de verdachte van moord beschuldigd moest worden. Integendeel, de Baarnse politie kreeg later nog soortgelijke zaken op te lossen met lijken in de Doormanlaan, Zandvoortweg, Eemweg en Sonnevelt (waarbij zelfs een lichaam in stukjes gehakt was).

Fantastisch natuurlijk dat al deze misdrijven in korte tijd door de eigen medewerkers opgelost konden worden. Maar die ene moordzaak, waaraan om onbegrijpelijke redenen snel de toevoeging 'De Baarnse' werd gehangen, kreeg een ongelooflijke belangstelling. Uit het hele land en er verscheen zelfs een boek over. Zelfs 25 jaar na datum leverde dit nog stof voor reportages op.
Wat werd er veel en lang over gepubliceerd, kennelijk deed het velen mateloos genoegen tegen dat 'rijke Baarn' te kunnen schoppen. Want al was er na de oorlog reeds kentering in gekomen, het imago van een rijk villadorp is lang, heel lang aan Baarn blijven kleven.
Na al dat geschrijf, soms naar waarheid, maar ook volgens geruchten en geroddel, kunnen we hier beknopt blijven. Eigenlijk betreft het een volledig uit de hand gelopen jongensspel. Uiterst luguber, want het heeft het leven gekost aan een 14-jarige scholier uit Soest. Waarmee de politie overigens al eens in contact geweest was.

Twee van de drie verdachten hadden rijke ouders en woonden in een grote villa. De beschuldigingen als klasse-justitie waren slechts voor een klein deel daarop gestoeld, maar werden door allerlei voorvallen gevoed. Bij een verhoor kon een van dat tweetal op gemakkelijke wijze ontsnappen. Eenmaal veroordeeld leken studiemogelijkheden nieuwe stof voor die aantijgingen te leveren.



Het Baarnse politie-voetbalelftal omstreeks 1948149. V.l.n.r.: Pot, Engel, Vedder, Dragt, Oskam, Koppert, Bekking, Maass, de Gier, Dijs, de Jong.

Doorgestoken kaart of hand-boven-het-hoofd houden waren wat mildere aanklachten. Gelukkig dat het juist twee Baarnse rechercheurs waren - hun namen Smit en Pit zouden zo uit een stripverhaal afkomstig kunnen zijn - die een doorslaggevende en positieve rol gespeeld hebben.

Want eerst dreigde de mening van een landelijke (en zeker niet geringste) deskundige het spoor naar een slachtoffer uit de oorlogstijd te leiden. Wat ontzenuwd werd door knap speurwerk van de toenmalige plaatselijke recherche en op 4 november 1961 tot de arrestatie van drie Baarnse teenagers aanleiding gaf.

De drie verdachten hadden een vierde jongen eerst gegijzeld - thuis dacht men dat hij weggelopen was-, waarna het 'spel' steeds gruwelijker vormen aan ging nemen. Tot de dood erop volgde. Het stoffelijk overschot werd in een put naast het huis gedropt, samen met materiaal dat de identiteit moest verbergen.

Wat dus bijna gelukt was, tot geruime tijd later gevonden werd waarom die put niet goed meer functioneerde. Een lapje spijkerstof maakte de recherche duidelijk, dat hier onmogelijk sprake kon zijn van een slachtoffer uit de oorlogstijd. Een bont stukje shirt leidde naar een vermiste jongen uit Soest. De zelf de Baarnse rechercheur had hem kort daarvoor immers verhoord voor een geheel andere zaak en toen droeg die knul dat opvallende shirt.

Er waren genoeg onderwerpen voor de dorpsroddel. Milieu en gezin in een van de grootste villa's van Baarn. Een officier van justitie, die een (rechten)studievriend van de vader van twee verdachten bleek te zijn. Een strooptocht door Baarn en omgeving om de voortvluchtige arrestant te vinden. En bovenal, tot hoever kunnen spelletjes niet gaan om de jeugd voldoende prikkels op te leveren.
* * *
Dergelijke allesbeheersende gevallen kwamen gelukkig niet al te vaak voor. Hoewel de politie naast het vele routinewerk met vreemdelingen, bijzondere wetten en hoe al die taken ook mogen heten, veel meer om handen heeft dan alleen de verwachte orde handhaven en toezicht houden. Met name de sociale kanten eisen alle tact en overleg.
Dagelijkse beslommeringen zijn er met fietsen die verdwijnen, diefstal van en uit auto's, inbraken in huizen en bedrijven, winkeldiefstallen en wat voor overlast, misdrijven en baldadigheid al niet meer. Het percentage opgeloste zaken is zeker niet teleurstellend.


Op het moment van de Baarnse Moordzaak verbleef Karel Appel op Kasteel Groeneveld, waarbij hij geïnspireerd werd tot dit schilderij, dat in het Stedelijk Museum van Amsterdam aanwezig is.

Wonderlijke voorvallen blijven als anekdotes en sterke verhalen veel beter in herinnering. Ook bij de recherche, waar men zich een arrestant herinnert, die bij een verhoor via een raam en dakgoot naar beneden sprong! Daar kon hij evenwel direct weer ingerekend worden, omdat hij zijn enkel brak. Of die arrestant, die in de winter '73-'74 op een geheel andere wijze probeerde te ontsnappen.

Hij werd tijdig ontdekt door de dienstdoende wachtcommandant, toen hij in het plafond van de verhoorkamer was gekropen. En wat te zeggen van de inbraak in de garage van het politiebureau zelf, waar de oorspronkelijke 'eigenaar' zijn in beslag genomen goederen terug kwam halen.

Overlast en baldadigheden zijn ook van die steeds terugkerende meldingen, met het centrum van Baarn en het uitgaansleven als koplopers. Het blijven grote punten van ergernis voor de burger, vooral in de nachtelijke uren. Vergeleken met diverse grote steden baart het drugsprobleem hier weinig zorgen, hoewel andere zaken daar indirect mee te maken hebben.
In Baarn kwam ook het vinden van (oorlogs)munitie nog wel eens aan de orde. Er is een geval geweest van kindersexbemiddeling en ook met ontvoeringen van minderjarige kinderen had men hier de nodige beslommeringen.

Enige tijd heeft in Baarn een zeer populaire popster gewoond, die in 1984 zijn 33ste verjaardag met een Braziliaans feestje vierde. Zijn talrijke gasten kwamen kennelijk in een echt Zuid-Amerikaans sfeertje, want na de nodige buurtoverlast raakte men verwikkeld in een flinke vechtpartij met de politie.

Een door de zanger na afloop ingediende klacht tegen de politie werd door de rijksrecherche onderzocht en vervolgens afgewezen. Het politieoptreden werd volledig rechtmatig en niet buiten het boekje bevonden. 'Ik heb nooit getwijfeld aan de uitslag van het onderzoek', verklaarde de toenmalige korpschef tegen de pers.

Bij hoeveel burenruzies zal de Baarnse politie betrokken zijn geweest? Met als hoogtepunt in 1976 een steeds terugkerende rivaliteit in de Kapelstraat en omgeving. Geluidsoverlast in de zomermaanden was ook zo'n veelgehoorde klacht.

Het korps gemeentepolitie Baarn in 1970/71.
In burgerkleding v.l.n.r.:
G.L. Blank, H. Pit, F. v. Dam, v. Wijk, G. Smit, W.G. Maass, A.B. v. Sermondt: aansluitend in uniform v.l.n.r.: K.F. de Witt, F. v.d. Zee, J. Adelerhof, S. Bouma, A. Mol, J.P. Stoltz; G. v. Beest, F. Hanenberg (tussen v. Beest en Hanenberg: N. Brandsen), J. Leeflang, J. Mol, (tussen J. Leeflang en J. Mol,?), B. Engel, L. Dijkman, G.M. Klomp, A. Maling, H. Pot, W.A.B. Lodenstijn, R. Rienstra, Jac. Mommers, (tussen Stolt; en v. Beest, ?). achter v. Beest: G. v. Anrooy, naast v. Anrooy: Bisschop. bovenste tussen Leeflang en J. Mol: G.L. Born: Voorste rij zittend: v.l.n.r. G.E.R. Amelung, G.L. Backer, mej. S.M. Vermey, J.A .M. Bekking

Voor het grote publiek is een ontdekking van een wapen- en munitiedepot van de RAF in de Vuursche bossen natuurlijk meer aansprekend. Of wat dacht u van apen vangen door de politie in de buurt van de Ringlaan, waar die uit een circus in Soest gevluchte dieren uiteindelijk terecht gekomen waren.

Bemoeienissen van de politie met huisvestingsproblemen passen ook in dit rijtje; met zelfs een demonstratie met tenten in de tuin van een wethouder aan de Kettingweg. En dan de ervaring met heuse, onheuse en vermoedelijk vals alarm met bommen!

In het eigen politiebureau werd op dinsdag 19 februari 1974 's morgens heel vroeg (nog voor kwart voor zes) een benzinebom in de administratiekamer gegooid. Drie aanwezige agenten gingen de vlammen met brandblussers te lijf. Later ontdekte men opnieuw zware rookontwikkeling, nu op de eerste verdieping boven de administratie. Tussen vloer en plafond was 't blijven smeulen en daarom moest de brandweer er zelfs aan te pas komen.
Een 29-jarige 'jeugdleider' (hij telde in zijn honk een klein aantal jongeren) bleek de dader te zijn en hoorde 5 maanden tegen zich eisen. Bovendien besloot de gemeente de volgende dag al te beginnen met de (toch al voorgenomen) sloop van dat 'Sentrum', schuin tegenover het bureau in een voormalig café gevestigd.

Veel drukte en werk leverde een nepbom op, welke bij de 'Muisjesfabriek' geplaatst was. Wat later nog eens dunnetjes overgedaan werd bij het kasteelhotel aan de Hilversumsestraatweg. Dat muisje kreeg nog een staartje, omdat een landelijk ochtendblad op de voorpagina er een rel van maakte. Door verband te leggen met een joodse bruiloft, waarop een helse machine zou zijn afgegaan, verborgen in een bloemstuk.

Een bommelding zeer onlangs bij een Baarnse supermarkt zorgde ook nog voor (onnodige) opschudding. In oktober 1989 was deze zaak al eens in het nieuws gekomen, omdat er een gewapende overval op gepleegd werd.

In samenwerking met de politie in Beverwijk werd in 1975 na maandenlang speurwerk een zwendelzaak opgelost, waarbij grammofoonplaten voorzien werden van valse (overigens wel bekende) labels verkocht werden.

Enkele malen haakte de Baarnse politie in op het Tv-programma 'Opsporing verzocht' van de AVRO. In 1982 ging het om een geraffineerde oplichter, die tal van winkeliers - niet alleen in Baarn, maar in het gehele land - met dezelfde smoes om de (kostbare) tuin leidde. Eind 1986 gevolgd door een gewelddadige overval op twee Baarnse broers (59 en 52 jaar oud).

* * *

Verkeersongevallen (2). De aanrijding met de meeste gewonden: achttien bij een nachtelijk bus ongeval bij 'de Roskam' aan de Hilversumsestraatweg.

Na de Baarnse Moordzaak dreigde in Baarn een andere kwestie landelijke bekendheid te krijgen, namelijk de bemoeienissen, welke men had in de zeventiger jaren met een groepje Baarnaars, dat in verzet kwam tegen bepaalde structuren in onze maatschappij.

Hoewel dus niet zelf partij, kreeg de politie als ordebewaarders er veel mee te maken. Wat begon met een in december 1970 in Baarn ten onrechte en op onzorgvuldige wijze afgegeven krankzinnigheidsverklaring.

Er werd een dossier gestolen, en ook papieren uit een afvalcontainer naast het gemeentehuis. In 1973 kwam de zaak voor bij de Arrondissementsrechtbank te Utrecht, gevolgd door een hoger beroep bij het Amsterdams Gerechtshof. Zelf organiseerde de werkgroep op de Brink een tribunaal, waarvoor de particuliere belangstelling overigens vrijwel nihil was.

Geëist eerherstel en een oproep tot verwijdering van de toenmalige Baarnse burgemeester leidde vervolgens weer tot de oprichting van de actiegroep WOB (Wets Overtreders Belangengroepering, al spoedig verbasterd tot Werkgroep Opblazen Burgemeester), waaraan de plaatselijke politie de handen vol kreeg.

Ondermeer bij het huis van de burgemeester, dat meer en meer het karakter van een vesting kreeg. Het 'eikeltje' op de voorgevel van de toenmalige ambtswoning van de burgemeester, werd later in steen uitgereikt aan de politieambtenaren, die daar de wacht betrokken hadden. Ook andere acties - soms met een ludiek tintje - werden door het Gerecht niet alleen onrechtmatig, maar ook lichtvaardig en ongegrond genoemd. 

Gesproken werd over energie, welke in de verkeerde richting verspeeld was.
Het woord brand is in dit verband nog niet eens gevallen. Toch had de politie ook in die gevallen reden genoeg op te treden. Uiteraard ook bij de grootste brand in Baarn bij een doe-het-zelf zaak op het industrieterrein, waar de schade de 14 miljoen gulden nog overschreed. De politie trachtte orde te scheppen in de enorme chaos, welke toen optrad. Tot op de rijksweg toe, waar door de dichte rookontwikkeling stapvoets gereden moest worden.

* * *

Hulp voor de politie, niet iets van de laatste tijd. Met name in de dagen direct na de oorlog zag men nogal eens zo'n bijstandsverlener met een band om de arm, waarop het woord 'politie' indruk moest maken. Vooral handelingen, die als 't ware een gevolg waren van die oorlogstijd, werden door die vrijwilligers uitgevoerd. Zoals het arresteren 

en opbrengen van personen, die in die oorlogsjaren fout geweest waren.
Was er in die oorlogstijd geen sprake geweest van een beloofde 'bijltjesdag'? Wat ondermeer tot minder fraaie tonelen leidde als het kaalknippen van vrouwen, die de Duitse bezetters welgevallig geweest waren. Kort na de oorlog werd het Korps Gezagstroepen opgericht, niet alleen tot handhaving van orde en rust, alsmede bewaking van bepaalde objecten. Algemeen gezegd tot bijstandsverlening aan de politie. Onze plaatsgenoot H.G. Jurriaans werd districtsformateur.


Assistentie kwam van de Baarnse reservepolitie. Helaas was het gezien de werkzaamheden van diverse personeelsleden nooit mogelijk deze groep volledig bijeen te krijgen.

In 1948 werd in ons land de reserve-politie opgericht. Eerst in de grote steden, maar ook Baarn kreeg geüniformeerde, die hier ingezet werden bij Koninginnedag, Dodenherdenking, wielerronden, avondvierdaagsen, St. Nicolaasintochten en dergelijke. Gelukkig zijn calamiteiten in onze gemeente niet voorgekomen. De mankracht aan de Stationsweg was gering. Het Baarnse wagenpark in 1948 bestond bijvoorbeeld uit één Ford Sedan en één Harley Davidson met zijspan.

Een keer per week werd voor de reservepolitie een oefenavond gehouden, waar op maandag nog een cursusavond bijkwam. Ook wat schieten betreft onder leiding van Klomp boven het PTT-kantoor in de Teding van Berkhoutstraat. Op eigen initiatief wilden sommige reservisten nog wel eens optreden in samenwerking met de post Lage Vuursche. Om stropers en andere ongewenste personen uit de bossen te weren.

Werden er in de begintijd vanuit het politiebureau bij gevaarlijke opdrachten nog wel eens vuurwapens aan de reservepolitie verstrekt, later beschikte de reservist alleen over een gummistok. Wel droeg men een uniform, welke eveneens door het bureau beschikbaar werd gesteld. Voor de vergoedingen behoefde niemand mee te doen, die zijn nooit hoger dan f 1, 10 per uur geweest. Zuiver idealisme dus.

Begonnen werd met 2 strepen van agent (adspiranten kende men niet), waarbij bevordering tot hoofdagent (3 strepen) in Baarn mogelijk was. In grote steden gingen die rangen soms nog verder. Er mocht niet geverbaliseerd worden, uitsluitend regelend opgetreden.
Om welke redenen dan ook werden de oefenavonden steeds slechter bezocht. Dat maakte dat steeds minder geoefende mensen ter beschikking stonden. Net als een ander initiatief na die oorlogstijd (de BB, die voor de binnenlandse veiligheid bij oorlogshandelingen diende te zorgen) zou ook de reservepolitie in Baarn stoppen. Hield de BB landelijk op, bij de reservepolitie was dit plaatselijk. In de omgeving bestaat deze activiteit bijvoorbeeld nog wel in Bunschoten, Soest en Amersfoort.

Totaal iets anders is uiteraard de ME (Mobiele Eenheid), welke in iedere provincie uit de politie zelf 'geleverd' moest worden. Baarn en Soest zorgden voor een groep, die in een peloton opgenomen werd. Een paar keer per jaar werd geoefend (Harskamp), het optreden trekt zoveel publiciteit, dat die wel bekend geacht mag worden. Een ME-busje was zelfs in Baarn gestationeerd.

Voor de komst van de ME werd ook hier nog wel eens gebruik gemaakt van een eigen karabijn-brigade. Plaatselijk door jonge agenten ad hoc gevormd en eigenlijk alleen op oudejaarsavonden nog wel eens ingezet - alle beschikbare manschappen moesten dan trouwens opkomen - om de orde te handhaven.

Achteraf een wat amateuristisch gedoe, met onvoldoende spullen en training. Geen kogelvrije vesten, veel te weinig schilden (in Baarn twee voor wel acht man) en zelfs onvoldoende lange wapenstokken voor iedereen. Voor het vervoer werd een particulier busje ingeschakeld, dat ook door jagers gebruikt werd om geschoten wild in te vervoeren!



Baarnse ME-ers tijdens een oefening in oktober 1972 in Otterlo.


SPORT EN GEZELLIGHEID

Een aparte personeelsvereniging heeft het korps gemeentepolitie Baarn niet gekend. Die overkoepeling gold het voltallige gemeentepersoneel. Wellicht daardoor neemt de Baarnse PSV, of volledig gezegd de Politie Sportvereniging, zo'n bijzondere plaats in. Vrijwel alle korpsleden zijn lid, complete gezinnen helpen mee te organiseren, niet in de laatste plaats omdat het gezelligheidselement altijd een grote plaats heeft ingenomen.

Door de Baarnse politieagenten werd in mei 1916 een vereniging opgericht. De naam 'Helpt Elkander' geeft al aan, dat hier meer een sociale taak nagestreefd werd. Als doel werd aangegeven elkaar te steunen, achteraf bleek vooral in die oorlogstijd. Van het bestuur werd L. ten Harkel voorzitter, A.G.M. Westendorp beheerde de penningen en het secretariaat behartigde ene de Lange.

In latere tijd namen de afdelingen van de vakbonden die sociale rol over. Toen begin 1938 enkele jonge agenten in het Baarnse politiekorps benoemd werden, kwam een geheel ander facet aan de orde. Binnen het toen ongeveer twintig man sterke korps ontstond meer interesse voor sportbeoefening. Eerst in bescheiden vorm, maar het nam toch zo'n omvang aan dat op 1 februari 1938 de Politie Sport Vereniging Baarn werd opgericht.

Nu ja, vereniging. Een echt bestuur was nog niet gekozen. Met een man voor het geld (Bekking) en een soort wedstrijdsecretaris (Boekhoudt) kon worden volstaan. Hoofdzaak was dat men kon gaan voetballen, eerst vriendschappelijke wedstrijden zoals tegen een elftal van gemeenteambtenaren uit Laren. Maar eenmaal over sport gesproken, werd toch ook activiteit op het gebied van de wandelsport, zwemmen en gymnastiek getoond.

Een nieuwe verjonging van het plaatselijke korps in 1940 betekende onmiddellijk een stimulans voor de sportvereniging, want er kwamen niet alleen meer activiteiten, er werd tevens een heus bestuur gevormd. Met hoofdinspecteur Ch.J .Dragt als voorzitter, R. Boekhoudt als secretaris, J. Bekking als penningmeester en A.C. H. de Wolf als algemeen adjunct. Een jaar later volgde aansluiting bij de Nederlandse Politie Sport Bond (NPSB) en ging men ook meedoen aan de voetbalcompetitie van deze organisatie. Om elf man binnen de lijnen te krijgen viel wel eens moeilijk, maar mogelijkheden tot aanvulling waren altijd aanwezig.

Overigens moest ook deze sportvereniging tol betalen aan de oorlogstijd '40-'45, met 1943 wel als somberste jaar. Secretaris de Wolf en voorzitter Dragt vielen toen uit. Wel werd een nieuw bestuur gekozen, Bekking bleef penningmeester, voorzitter werd G. Smit en van Doorn nam het secretariaat voor zijn rekening.

Laatstgenoemde werd nog voor de bevrijding wegens overplaatsing vervangen door Bos, terwijl kort er na Bekking om dezelfde redenen opgevolgd moest worden door Koppert. Opmerkelijk werd een grote actie om donateurs te werven. De PSV werd zelfs de eerste vereniging in Baarn met het grootste aantal donateurs. Er kwam een eigen clubblad en erevoorzitter werd burgemeester Mr F. J. van Beeck Calkoen.


Linksboven: De ploeg van de Baarnse gemeentepolitie, welke deelnam aan de Superteamwedstrijden van de plaatselijke Sportstichting.

Rechtsboven: Een van de vele georganiseerde sportdagen. Onder: Deelnemers aan de Korpsviswedstrijd in de zomer 1969.

Het drietal Smit-Engel-Lodenstijn vormde in de naoorlogse tijd de motor van deze activiteit, die zich naast voetbal uitbreidde met schaatsen, schieten, atletiek, hengelen, zwemmen en volleybal. Maar bovenal ook het gezelligheidsleven, waarvan jaarlijkse feestavonden, sinterklaasmiddagen, kaartavonden, kerstschietwedstrijden en korpsviswedstrijden getuigden.

Natuurlijk kwamen ook bestuurswisselingen, hoewel met name Born als secretaris, Ploeg als penningmeester en vanaf september 1977 Herms als voorzitter geruime tijd aanbleven. Al was het misschien niet op het hoogste niveau, de activiteiten liegen er niet om. Met een terugval in de zestiger jaren en een duidelijke opleving daarna. Waarbij niet alleen binnen, maar zelfs buiten de politie (ook over de gemeentegrenzen) de PSV-kleuren verdedigd werden.

Vooral in die eerste tijd was de voetbalsport hoofdzaak, met uitwedstrijden waarbij trein en bus ingeschakeld moesten worden. Befaamd waren voorts de nederlaagwedstrijden tegen de sportvereniging van het Paleis-personeel, waarbij ZKH Prins Bernhard de prijzen uitreikte.
In 1948 werd zelfs in competitieverband een kampioenschap voetbal gehaald, terwijl het zaalvoetbal van recenter tijd is. In combinatie met de plaatselijke brandweer ontstond ook nog een jaarlijkse gekostumeerde voetbalwedstrijd tegen de bewoners van Eemeroord en Nieuwenoord.

Bij de wandelsport werd vele malen meegelopen in de avondvierdaagse in Baarn, maar ook de grotere evenementen als Airborne en Nijmeegse Vierdaagse. Schieten is traditioneel geworden en ook de hengelsport is niet meer weg te denken bij de PSV. Met de jaarlijkse korpsviswedstrijd sinds 1957 als hoogtepunt.

Rond de jaren vijftig, nadat het eerste volleybaltoernooi hier gehouden was in het Oranjepark, is ook die tak van sport regelmatig bedreven. Ook in bondsverband (competitie). In 1951 werd in Baarn het landelijk kampioenschap van de NPSB georganiseerd. Jaarlijkse wedstrijden tussen jong en oud in het korps veranderden in ontmoetingen tussen teams gevormd door echtparen.

De atletiekafdeling is zeker niet onbelangrijk gebleven, met enthousiaste en succesvolle lopers op 5 en 10 m cross en veldloop. Maar ook bij de paleizen-estafetteloop en zelfs bij technische nummers sloeg de Baarnse politiesportvereniging geen slecht figuur.

Schaatswedstrijden voor het korps op de Baarnse ijsbaan waren natuurlijk volledig van het weer afhankelijk. Deelname aan lange afstands- en toertochten op het ijs mag evenmin vergeten worden te melden. Wat natuurlijk tevens geldt voor het meedoen aan de superteam-wedstrijden van de plaatselijke sportstichting. En aan de sportieve vijfkamp, samen met de marechaussee en de Veiligheidsdienst van het Koninklijk Huis.

Meer eigentijds is de activiteit op het gebied van surfen, terwijl ook het tennissen (zij het met mager resultaat) op het programma stond. Evenals trouwens badminton. De Baarnse politie ontbreekt evenmin bij de sporttoernooien van de plaatselijke bedrijven.

In deze rij behoren voorts de successen op motorisch gebied (zowel auto- als motorritten) nog genoemd te worden. Tot in Noordwijk, Zutphen en Amsterdam toe, waarbij zelfs een Westelijk Districtskampioenschap op de motor binnengehaald werd.

Tenslotte nog het klaverjassen. Vroeger jaarlijks een grote avond, waaraan ook door korpsen uit de omgeving en plaatselijke personeelsverenigingen van de gemeente, brandweer en PTT werd deelgenomen.


Bronnen:
Uitgegeven in verband met de reorganisatie van de Nederlandse politie en het opgaan van de Gemeentepolitie Baarn in Regiopolitie Utrecht District Eemland-Noord.

Tekst:  S.N.  Zwiep 


Illustraties:  Historische  Kring  Baerne  Politiearchief, Baarnsche Courant en vele particulieren
Druk:  Bakker  Baarn 


Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  


donderdag 9 augustus 2018

Voor de goede orde deel 5


NIET ALLEDAAGS


Zou Baarn zonder de aanwezigheid van het Paleis Soestdijk een onbekend plekje zijn gebleven? Het Baarnse politie­korps zou nooit tot de huidige sterkte zijn uitgebreid in ieder geval. Maar ongetwijfeld heeft de aanwezigheid de vestiging van vele (meestal gefortuneerde) landgenoten bevorderd.

We praten over de eerste decennia van deze eeuw, toen Baarn uitgroeide tot een exclusief villadorp. Een image dat veel te lang is blijven hangen, want geleidelijk werd omge­schakeld naar sociale woningbouw en kwamen andere eisen om de hoek kijken. Maar zelfs met die grote villa's en tuinen ontstond een pro­bleem. Bij deze status konden de inwoners zich gemakkelijk een auto aanschaffen, toen deze gemotoriseerde voertuigen meer en meer de paardentraktie verdrongen.

Maar ... villa's met eigen garages waren vrijwel onbekend, dus moest er door de verkopers van deze vierwielers zelf een antwoord op gegeven worden. Op diverse plaatsen in ons dorp verschenen garageboxen, vooral omdat de auto alsmaar in populariteit won en met de stijging van die verkoop ook de vraag naar stallingruimte in Baarn groter werd.

Even een pikant zijweggetje. De duurste wagen die in 1928 op de Amsterdamse RAI-tentoonstelling stond - een Bent­ley van wel 30 mille, waarvoor eerst in Den Haag nog een carrosserie moest worden gemaakt - werd wel aan een in­woonster van Baarn afgeleverd!

Drie jaar daarna verscheen er voor een nieuwe garage aan de Brink een noviteit voor Baarn: een electrische benzine­pomp. Tot dan was men in ons dorp gewend, dat aan deze vulstations met de hand gezwengeld moest worden. Sterker nog, in die tijd werd de meeste benzine nog in kleine hoe­veelheden aan huis geleverd!

Enkele belangrijke data in de Baarnse geschiedenis: de eerste ANWB-verkeersborden werden hier al in 1903 ge­plaatst. Om bij de politie te blijven: de eerste motorfiets voor ons plaatselijk korps werd in 1926 door Lettenmeijer geleverd.

De drukte bij kruispunt Oranjeboom, wanneer de Baarnse politie het verkeer regelde. Inzet: brigadier B. Engel met het ingenieuze verkeersbord.

In 1931 kwam de eerste brandweerauto in Baarn voor het toen nieuw opgerichte korps. Tot dan was het blusmateriaal op enkele plaatsen verspreid in het dorp geplaatst, waar vrijwillige brandbestrijders erover konden beschikken. Al in het begin van de eeuw had de heer Lengers een hoge ijzeren toren gemaakt voor het drogen van brandslangen. Deze 'Eifel¬toren', zoals die stellage al gauw in de volksmond genoemd werd, stond bij dat leuke huisje naast het schoolgebouw aan de Eemnesserweg. Daar woonde trouwens ook nog lange tijd een agent van politie: J.H. Stoffels.

Die allereerste (uiteraard rode) brandweerauto kreeg een plaatsje in een garage aan de Nw. Baarnstraat. Het personeel probeerde er zo dicht mogelijk in de buurt te wonen. Een beroepschauffeur van het bedrijf (Messing) dat deze auto leverde, werd bestuurder van de nieuwe aanwinst.
Een uurtje oefenen bij de Eem, op de dag dat de wagen afgeleverd werd, moest voldoende zijn.
Aan de vooroorlogse zaterdagavonden in de Laanstraat bewaart Baarn de beste herinneringen. 'Even een Laanstraatje pikken', was vooral in de zomermaanden een vanzelfsprekendheid. Net zo goed als het kruispunt Oranjeboom het doelwit werd van de zondagmiddagwandeling.

Omdat men daar genieten kon van de ingewikkelde wijze, waarop het verkeer geregeld moest worden.

Plus de 'meidenmarkt', die langs de Amsterdamsestraatweg richting Paleis aan de rand van het Baarnse Bos spontaan ontstond en nevenactiviteiten als de muziek en preekbeurten op een houten kistje, waarmee het Leger des Heils zieltjes probeerde te winnen. Menige Baarnse (oudere) politieagent denkt bij het zien van die statische, volledig automatische verkeerslichteninstalatie op dat kruispunt met weemoed terug aan die vroegere tijd. Toen bij de twee zijwegen van de Amsterdamsestraatweg - de Hilversumsestraatweg kwam enkele tientallen meters verderop richting Paleis uit dan de Lt.gen. van Heutszlaan - alles met een ingenieus verkeersbord moest worden geregeld. Er waren gespierde armbewegingen nodig om de verkeersklapborden in de gewenste stand te zetten.

Zo'n bord werd in Amsterdam gevonden en iedere dag tegen de avondspits was het weer raak bij de Oranjeboom. Destijds gemopper op deze allesbehalve gemakkelijke taak, ook al duurde dat maar één hoogstens twee uur. Nu de weemoed, dat er zoveel sfeer verloren is gegaan.

Zoiets missen zou wellicht te veel gezegd zijn, maar de romantiek kan niet ontkend worden. Vergeten is de hoofdpijn iedere zondagmiddag veroorzaakt, wanneer de benzinedampen dat werken in die lange files bemoeilijkten. Vergeten ook de lessen die oud-agent Struik - toen zelf ruim in de 80 - na afloop nog aan zijn jongere' collega's meende te moeten geven: 'Jochie, je hebt dat en dat niet goed gedaan. Dat had je zo en zo moeten doen!'

* * *

Met de Wilhelmina vijver heeft de politie weinig bemoeienis gehad. Wanneer dat Wilhelminapark in de tegenwoordige tijd aangelegd was, zou de ondernemer H. Sweris een projectontwikkelaar genoemd worden. Toen sprak men nog simpel van een aannemer, die bovendien ook nog een tijd lang in de Baarnse gemeenteraad zat.

Om zijn nieuw te ontwikkelen buurt zo aantrekkelijk mogelijk te maken, koos hij eerst voor een wielerbaan. Hoewel die internationale vermaardheid kreeg en ook een nationale kampioen als Jaap Eden er reed, het succes was niet naar verwachting. Onze plaatsgenoot Frohn, zei f ook actief op het gebied van twee- en vierwielers, werd er directeur van.

Verkeersongevallen (1). Een facet waarmee de Baarnse politie veelvuldig te maken had. De bestuurder van deze auto reed door na het gebeurde en verklaarde: 'niets van een aanrijding gemerkt te hebben'.


Tijdens een optocht in Baarn aan het einde van de vorige eeuw werd op een praalwagen een fiets geshowd. Zo overtuigd was men, dat zo'n tweewieler het vervoermiddel van de toekomst zou worden. We weten inmiddels dat die koffiedikkijkers gelijk gekregen hebben. Maar de Baarnse wielerbaan heeft nooit dat succes gehad, dat ervan verwacht werd.

Al gauw veranderde de heer Sweris daarom zijn trekpleister in deze buurt - de wielerbaan verhuisde naar Breda - en stapte over op de aanleg van een vijver. Omdat het in opzet de bedoeling was die wateroppervlakte in de winter te benutten als ijsbaan, koos men voor een strakke rechthoekige vorm.

Op dat oorspronkelijke idee kwam men later weer terug, want de nadruk werd volledig op een rustieke vijver gelegd. De randen dus niet meer strak, maar speels verlopend. Waardoor de vijver toch als ijsbaan gebruikt kon worden. Hoofdzakelijk door de geringe afstand door de jeugd en hoeveel Baarnaars hebben er niet de eerste beginselen van het schaatsen opgedaan?!

Maar de nadruk kwam echt op een aantrekkelijke vijver te liggen, waarvoor ook de populatie bedoeld was. De politie werd wat die vissen betreft alleen ingeschakeld bij 'illegale hengelaars', want het was al gauw bekend dat de vijver vol zat. Net als bij het schaatsen was ook de visvangst voornamelijk een zaak voor de jeugd.

De daar uitgezette karpers lieten zich eerlijk gezegd ook op een eenvoudige wijze vangen. Zij waren best bereid het voedsel tot dicht langs de walkant weg te halen. Daarvan maakten die jongeren simpelweg gebruik.

Zonder veel moeite of voorbereiding kon iedere knaap een flink visje aan de haak slaan. Letterlijk, want met een tot een balletje gekneed stukje brood er om, gooide men het touwtje - een hengel was niet eens nodig - in het water. Gemakkelijker kon het niet, steeds weer waren er karpers argeloos genoeg om te happen.

Als wilden wierpen die 'vissers' zich soms op hun vangst. Met de duidelijke bedoeling het gevangen dier zo snel mogelijk te doden. Want vóór er een politieman langs kon komen, moest het corpus delicti verdwenen zijn. Vette, wat gronderig smakende vissen, zodat eigenlijk niemand ooit zijn buit nog op wilde eten ook.


OORLOGSTIJD
In september 1939 kwam de mobilisatie en van die tijd af veranderde ook Baarn. Diverse scholen kwamen vol soldaten te liggen en ook (leegstaande) villa's werden gevorderd, ondermeer Peking en Alta. In de Hoofdstraat werd 'Onder de Linden' ingericht tot soldatenkantine met P.F. Koops als hoofd van dit nieuwe centrum.
Geruchten waren er in die vooroorlogse tijd genoeg en ook burgers werden ingeschakeld bij een organisatie ter beveiliging tegen luchtgevaar. Het gebouwtje van Het Baarns Mannenkoor aan de Eemstraat werd ervoor in gebruik genomen.

Dreigend oorlogsgevaar dreef de spanning op, maar toch werd door vele Baarnaars nog niets vermoed toen in de nacht van 9 op 10 mei Duitse vliegtuigen over ons dorp vlogen. Zaterdag 11 mei werden hier wonende Duitsers aangehouden, evenals plaatsgenoten, die met de Nazi-beweging sympathiseerden.
De mannen gingen naar het politiebureau, terwijl de vrouwen en kinderen een onderkomen vonden in het gemeentehuis.

Maar toen tot evacuatie van Baarn (voornamelijk naar Laren en Huizen) besloten werd, moest ook de secretarie verkassen. De keuze viel op Lage Vuursche, waar men in de Chr. School een plaatsje vond. Ook het politieapparaat volgde daarheen.

De oorlogshandelingen duurden in Nederland maar kort en dus keerde ook de lokale overheid snel terug. De 18 politiemannen, waaruit het korps toen bestond, moesten hun vuurwapens inleveren. Wat tot gevolg had, dat elders hals over kop sabels moesten worden gekocht. Wat is een geüniformeerde dienst immers zonder wapen.
De eerste Duitsers die in Baarn arriveerden, kwamen te paard en voor hen was de manege aan de Torenlaan de aangewezen plek voor inkwartiering. Voor de troepen die volgden werden scholen en grote panden in onze plaats gevorderd. Soms met een speciale bestemming - denk aan Groeneveld, terwijl Buitenzorg een zomer lang vakantieoord voor NSB-kinderen was - en Rusthoek werd zelfs voor een 'hoge ome' gereserveerd. Het verhaal gaat dat Seyss Inquart er geweest zou zijn, maar alleen het verblijf van Flieger-general Christiansen staat vast.

De korpsleiding was in handen van commissaris Kipp. Adjunct-inspecteur Dragt, die voor de oorlog de naar Naarden vertrokken Brands was opgevolgd als tweede man na Kipp, bevond zich tijdens de meidagen van 1940 in militaire dienst. Zijn vervanger was Boekhoudt.

Auto's en paarden vorderen, was algemeen verwacht. Maar ook metalen, lege benzinevaten, fietsen en radiotoestellen waren in die tijd niet veilig. De geel gekleurde Davidsster werd op 2 mei 1942 als jodenster toegepast en in september van dat jaar volgden hier de eerste arrestaties van joden.


Het korps gemeentepolitie Baarn uit de laatste oorlogsjaren (1943/45):
Bovenste rij v.l.n.r.: Sermond, v.d. Zee, Boon
Middelste rij v.l.n.r.: Stolz, v. Beest, Breda, Vermand, Peper, Groot Bleumink, Vieregge, Koppert, Bos, Harteveld, Lodenstijn, v. Wijk, Kuitert.
Onderste rij v.l.n.r.: Bekking, Boelens, Oosterdijk, v. Riel, Maas, Martens, Dijs.

Commissaris Kipp ging er niet mee akkoord en werd op 30 september 1942 ontslagen. Lang heeft zijn civiele tijd niet geduurd, want op 6 juni 1943 is hij overleden. Helaas waren niet alle korpsleden even consequent als hij. Hoewel, in hun ogen wel, want het gezag van de overheid was voor velen van die generatie heilig.
Welke overheid dat ook was. Een plichtsgevoel dat niet altijd begrepen werd en wordt. Men kan zich immers ook afvragen, of een bezettende mogendheid wel bevoegd geacht mag worden en de ondergeschikte dus naar de regels van dat gezag zou mogen handelen. Het is zonder meer een zwarte bladzijde in de geschiedschrijving geworden.

Hoewel moeilijk na te gaan, spreekt men van 54 joden, die in een kleine 7 maanden in ons dorp opgepakt zouden zijn. Waarbij vervolgens ook nog de inboedel genaast werd. Beter verliep alles bij de vordering van radiotoestellen. Die bleken net voor die tijd ondergedoken te zijn, terwijl ook de plaatselijke handelaren eventueel bijgehouden registers of boeken - want ook die controle was van hogerhand voorgeschreven - niet meer in bezit bleken te hebben.

* * *
Het Baarnse politiekorps ontkwam niet aan een geleidelijke infiltratie door NSB'ers, net als het gemeentehuis trouwens. Daar werd Froonhof burgemeester en toen bij de politie ook Dragt weggewerkt was, kwam de korpsleiding in Duitsvriendelijke handen. Maar veel geluk had het toenmalige overheidsapparaat daar niet bij.

Eerst kwam uit Amsterdam een NSDAP-figuur. Ene Max v.d. Berg, maar die werd van zijn bed gelicht in verband met medeplichtigheid aan regelmatig voorgekomen klandestiene vleestransporten. Niet alleen v.d. Berg werd daarvoor in Zeist ter verantwoording geroepen. Uit het Baarnse politiekorps werd op die 19e oktober 1943 ook nog agent T.B. Boender gepakt. Op heterdaad betrapt in Zeist nog wel, samen met een behanger uit ons dorp. Later bleek de particulier secretaresse van burgemeester Froonhof een van de grootste afnemers te zijn.

Boender kreeg voor het vervoeren van clandestien vlees in een (Baarnse) politieauto twee jaar gevangenisstraf. De behanger ging voor een jaar achter de tralies. Behoorlijke straffen, maar hoeveel keer hadden zij wel niet vlees gereden?

Daarna kreeg van Riel, afkomstig van de marechaussee, hier de leiding, hoewel vrij kort omdat opperluitenant L.M. Knoop vervolgens dat commando weer over nam. Een minder geliefde figuur, die bovendien een Germaanse SS-achtergrond bleek te bezitten.
Over NSB-burgemeester Froonhof, geïnstalleerd op 14 maart 1942 door de Commissaris der Provincie, was Baarn niet eens zo ontevreden. 't Had veel erger gekund, erkende men. Een van zijn niet gelukte plannen was Huize Peking voor de gemeente te verwerven, om daar uiteindelijk het gemeentehuis te vestigen. De tuin is overigens wel openbaar groen geworden.

Hij kreeg twee NSB-wethouders, ir J .P. Leeuwen berg en ir A.J. van der Hoeven. Laatstgenoemde nam later nog een poosje de functie van burgemeester over. Namen bij de politie uit de oorlogstijd zijn ondermeer hoofd wachtmeester A. Oosterdijk, NSB-politieagent Blok en als leider van de hulppolitie de NSB'er H.R. van Elk.

* * *
Inspecteur Dragt was vastgenomen in verband met de moord op de Baarnse politieman Wolf. Deze woonde in de door Oskam bij zijn vertrek naar Lage Vuursche vrijgemaakte dienstwoning boven het politiebureau aan de Stationsweg. Een man bekend geworden door zijn grote neus (wat hem die bijnaam opleverde) en zijn onmiskenbare verdiensten ais stormram-middenvoor in het politievoetbalelftal. Baarn wist na zijn komst in 1937 ook al gauw, dat hij gul was met het uitschrijven van processen-verbaal.

In de oorlogstijd deed Wolf steeds meer zijn best voor de CCD, de Crisis Controle Dienst, welke vooral met klandestien slachten en illegale vleestransporten te maken kreeg. Wat niet wegnam, dat hij nog steeds een Baarns politieuniform droeg en een oud-collega toevertrouwde, daarnaast ook bezig te zijn met een onderzoek naar de plaatselijke illegaliteit. Een speurtocht welke hem al de nodige gegevens zou hebben opgeleverd.

Nu was uitgerekend die vertrouwensman zelf uiterst actief in de plaatselijke ondergrondse en dus besloot hij onmiddellijk alarm te slaan. Na een spoedberaad met ondermeer Dragt, die in Baarn een leidinggevende rol in dat illegaal verzet had, werd het gevaar landelijk gemeld. Met enorme consequenties, want men zond iemand van een knokploeg naar Baarn om Wolf te liquideren.

Het eveneens landelijk geleide onderzoek na deze opzienbarende moordzaak concentreerde zich hoofdzakelijk op het politiebureau. Bij de voordeur van het bovenhuis had men zich gemeld en toen Wolf uiteindelijk verscheen om mee te gaan - hij was gelokt voor een clandestien vleestransport - schoot men hem in koelen bloede neer.

Zowel de chef Dragt als agent W. v.d. Pol waren de verdachten, omdat controle van de eigen vuurwapen-administratie het gemis van ... één patroon uitwees. Terwijl er toch veel meer schoten gelost waren: in het dode lichaam waren wel vijf treffers gevonden.

Maar het tweetal werd toch op transport naar kamp Vught gesteld, waar zij in 1944 weer uit vrij kwamen. Agent v.d. Pol trad opnieuw in Baarnse dienst, de heer Dragt vond elders onderdak en zou pas bij de bevrijding teruggehaald worden.

Op de bevrijdingsdag nam hij het bevel van de Baarnse gemeentepolitie weer op zich. Ook werd Dragt districtshoofd van de PRA (Politieke Recherche Afdeling), die vooral bekendheid kreeg als Politieke Opsporings Dienst (POD). Uit Baarn werd Bekking als lid van de gemeentepolitie tijdelijk (voor zo'n anderhalf jaar) in die dienst benoemd, waarvoor hij in Utrecht gedetacheerd werd.

In de oorlogsjaren gaven de bemoeienissen met de WA-mannen van de NSB behoorlijk wat overlast. Volgens instructies van hogerhand moest politiebescherming geboden worden, wat vaak nodig bleek. Daarentegen mocht die WA geen enkele politiebevoegdheid uitoefenen en bijvoorbeeld ook geen wapens dragen. Wat hen er niet van weerhield met de koppelriemen op burgers in te slaan, wanneer er scheldwoorden naar hun hoofd gegooid werden.

Voorts gaf het opplakken van posters nogal eens aanleiding tot schermutselingen. Om maar te zwijgen van de reacties, wanneer het publiek die opplakbiljetten vernielde. In de begintijd was ook de verstandhouding van die WA met medewerkers van de Ned. Unie-al vlug in 1940 dooreen driemanschap als politiek tegenwicht in het leven geroepen - allesbehalve rooskleurig. Tegenover die ene leider van de NSB en de prijs van de aangeboden krant 'Volk en Vaderland' bood die Unie immers 'drie leiders voor twee kwartjes'. Waarmee het drietal aan de top van die al gauw verboden partij bedoeld werd.

Veel werk in 1941 bezorgde nog de bekladding van diverse gangmuren in het voormalige gebouw van het Baarnsche Lyceum, dat toen aan de Stationsweg bij de spoorwegovergang stond. Verschillende spreuken bleken te zijn aangebracht, stuk voor stuk beledigend voor de bezetter. Een gebroken ruit in een van de benedenlokalen wees e op, dat de daders daar binnengedrongen waren.
Het bezorgde de gemeentepolitie ontzaglijk veel werk. Ontelbaar de getuigenverklaringen, terwijl de leerlingen ondermeer in de aula moesten komen om een vragenlijst in te vullen. Men verwachtte daaruit aanwijzingen te halen. Soms moest een geheel woord (waarbij alleen de eerste letter gegeven was) ingevuld worden, dan weer slechts enkele letters.


Het korps gemeentepolitie Baarn 1946/47
V.l.n.r.: Engel, Knecht, Bouma, v. Anrooy, v. Dijk, Lodestijn, de Gier, Piet, Wie/inga, Oskam, Vel/er, Meijer, de Jong, Groot Bleumink, Klomp, v. Wijk, v.d. Zee, Stolz, de Wit, Pot, Smit, Mol, Schothorst, Bakker, v. 't HoJ; Harte¬veld, Smit, Koppert.
Zittend v.l.n.r.: Maas, Dragt, v. BeekCalkoen (burgemeester), Bekking, Dijs

Ergens op een van die binnenmuren stond bijvoorbeeld geschreven 'Weg met die kannibalen van Moffen' en prompt moest men op dat velletje papier aangeven, dat menseneters ook we k……  genoemd  worden.  Een onschuldige manier van oorlogvoeren, zou je zeggen.

Kort voor het einde van de oorlog werden in Baarn alsnog de nodige illegalen opgepakt en opgesloten in de cellen van het politiebureau aan de Stationsweg. Terwijl men toch op de klompen kon aanvoelen, dat de totale capitulatie van de Duitsers niet lang meer kon uitblijven. Het was alleen de vraag wanneer.

In die zenuwslopende uren werden die ondergrondse medewerkers - inclusief de heer Jurriëns, die na de bevrijding een leidinggevende rol zou spelen - in Baarn in de cel gestopt. Tijdelijk dan, want het was een wonderlijke ontdekking, toen op een gegeven ogenblik niemand meer in het bureau aanwezig bleek te zijn, of terugkwam. Terwijl alle deuren - niet in de laatste plaats ook die van de cellen - open stonden en de vogels gevlogen waren. Inclusief de dienstdoende agenten.

* * *
Veel geluk had Baarn niet met het tweetal, dat na de verplaatsing van commissaris Kipp uit Velsen-IJmuiden naar Baarn, ook hierheen overkwam. Hoe het Wolf vergaan is, werd al verteld. De andere man (v.d. Heiden) kwam al kort na de oorlog in een moeilijk conflict met (de inmiddels teruggekeerde) Dragt en de burgemeester.

Die ernstige strubbelingen zouden tenslotte voor het ambtenarengerecht uitgezocht worden, maar leverden het plaatselijke politiekorps toch de nodige negatieve publiciteit op. Waarbij v.d. Heiden - die er in de oorlogsjaren in slaagde door ziekte meestal afwezig te zijn - het onderspit delfde. Ook zijn hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep was tevergeefs.

Al die tijd was v.d. Heiden geschorst en later werd hij dus ontslagen. Maar ook de heer Dragt bleef niet in Baarn, hij maakte promotie bij zijn benoeming tot commissaris in Zutphen. Hoewel de Baarnse man-in-de-straat roddelde over 'wegpromoveren'.

DRUKTE BIJ HET PALEIS

Zondermeer een compliment voor de heer Dragt, dat zijn allereerste draaiboek voor de ordehandhaving rond de traditionele bloemendéfilé's bij Paleis Soestdijk op Koninginnedag (30 april) zoveel jaren vrijwel onveranderd gebruikt kon worden. Terwijl hij dat schema toch in de kortst mogelijke tijd produceren moest.

Het grondprincipe bleef in grote trekken gelijk, omdat ook de Oranjeverenigingen weinig of niets aan die opzet veranderden. De zorg buiten de hekken bleek de Baarnse gemeentepolitie keer op keer aan te kunnen. Hoewel erkend dient te worden, dat er maar enkele maanden tijd was om alles voor te bereiden. Terwijl men gesteund werd door bijstand uit de regio, inzetbaarheid van de ME, plus de nodige ruiters, waarvoor het publiek immers altijd respect toonde.

Ook het werk van de korpsen (denk maar aan Soest) uit de naburige gemeenten mag niet onvermeld blijven. Zeker niet omdat het regelend optreden niet tot de uren van het défilé beperkt bleef. Na afloop wilde plotseling iedereen in zijn auto langs het paleis rijden, wat soms wel tot acht uur 's avonds voor de nodige drukte zorgde. Om maar te zwijgen van de opstoppingen, waarbij men wel tot aan de Groest in Hilversum vast zat.


Die tijd dat de regerende vorstin in Baarn woonde, zorgde uiteraard voor de meeste drukte. Maar rechtvaardigde tevens dat het Baarnse korps gemeentepolitie tot een sterkte van boven de vijftig krachten uitgroeide. De Koninginnedagvieringen (met name de bloemendéfilé's) werden al vermeld, maar ook de viering van het 25-jarig regeringsjubileum op 5 september 1973 was zo'n hoogtepunt.

Er was trouwens regelmatig ceremonieel vertoon bij Paleis Soestdijk, waar ook de ambassadeurs en andere hoogwaardigheidsbekleders hun geloofsbrieven kwamen aanbieden. Soms was de Baarnse politie pas op het laatste ogenblik geïnformeerd, zoals bijvoorbeeld bij de huldiging van de Oranje-voetballers op het Paleis na hun successen op het Wereldkampioenschap. Dat betekende dan veel extra werk en vooral... improvisatie!

Wat een radio- en tv-mensen, plus buiten- en binnenlandse pers en fotografen (zelfs het filmjournaal ontbrak niet), toen HKH Prinses Beatrix in juni 1965 op Paleis Soestdijk haar verloving bekend maakte. Voor de oorlog had de kroonprinses al zoveel dagen topdrukte in Baarn veroorzaakt bij haar geboorte!

De rijtoeren door Baarn waren stuk voor stuk publiekstrekkers en dus extra drukte voor de politie. Op donderdag 17 februari 1966 regelde de huidige Koningin (toen nog kroonprinses) ook haar ondertrouw in het gemeentehuis van Baarn.

Geloof maar dat alles steeds weer vooraf tot in de puntjes geregeld moest worden. Om maar te zwijgen van de zenuwen op en rond zo'n dag. Zo vond de Baarnse motorpolitie 's nachts voor de ondertrouw een verdachte zak op straat. Wat nu weer? Meegenomen naar het bureau bleek er overigens niets mee aan de hand te zijn.

Nog een ondertrouw in het Baarnse gemeentehuis, namelijk op 12 december 1966 van HKH Prinses Margriet met Mr. Pieter van Vollenhoven. De eerste vorstelijke bruiloft met burgemeester Mr J. van Haeringen (52) als ambtenaar van de burgerlijke stand beleefde Baarn op zaterdag 28 juni 1975.


Door de aanwezigheid van Paleis Soestdijk en zijn bewoners kon de Baarnse politie - zoals hier bij een rijtoer van het verloofde paar (Beatrix/Claus) - op veel drukte rekenen.

HKH Prinses Christine trouwde toen met de heer Jorge Guillermo om half elf 's morgens. Om vervolgens via het Eemviadukt naar de Domkerk in Utrecht te gaan. Een stoet van 19 auto's van het Paleis door Baarn. Zweetdruppels genoeg voor de organisatoren, dagenlang.

Soms was zo'n wekenlange voorbereiding voor niets. Met het oog op de eerste blijde gebeurtenis op Kasteel Drakensteyn bijvoorbeeld stond alles in Baarn en Lage Vuursche op scherp. Tot in de puntjes wist iedereen wat hij doen moest, maar ... de geboorte geschiedde in het Stads- en Academisch ziekenhuis te Utrecht en alle voorzorg in Baarn moest afgeblazen worden. Nu ja, Nederland had weer zijn Willem (Alexander).

* * *
Indirect in verband met het paleis kan ook het dag en nacht posten bij gebedsgenezeres Greet Hofman gebracht worden. Of bijvoorbeeld het signaleren van een verdacht lang tegenover het paleis staande auto. Welke uiteindelijk door een carpooler daar neergezet bleek te zijn. Maar de politie was er wel voor ingeschakeld.

Extra drukte in Baarn kreeg de politie lange tijd op Tweede Pinksterdag, wanneer het Leger des Heils zijn landdagen organiseerde in het bos links van de Hilversumsestraatweg, door het Oranjehuis al sinds de tijd van Koningin-Moeder Emma daarvoor beschikbaar gesteld. Ontelbaar veel bussen kwamen die dag in de berm van die grote weg te staan. En dan het werk in de Baarnse gemeenschap zelf. Bij optochten, avondvierdaagsen, fietsvierdaagsen, 4 meiherdenkingen, Koninginnedagvieringen, St. Nicolaasintochten en niet te vergeten, wat de winkeliers ieder jaar weer wisten te organiseren. Tot een complete evenementenweek toe.

Hoeveel mensen zullen er niet bij het Paleis door de Baarnse politie afgehaald zijn, omdat de marechaussee voorkomen wilde dat zij moeilijkheden konden veroorzaken. Ook gebeurde dat trouwens wel bij het station in samenwerking met de spoorwegpolitie.

Dat contact tussen de Baarnse politie en de in Baarn gelegerde marechaussee kan uitstekend genoemd worden. Scherp gesteld zorgden die geüniformeerden voor de bewaking bij en binnen het paleishek, de gemeentepolitie uiteraard voor de orde op de openbare weg.

Dat samenwerkingsverband is tijdelijk zelfs wel intensiever geweest, namelijk in de tijd van de (Molukse) gijzelingen. Toen werd zelfs ook met de ME samen gesurveilleerd en kende men gemeenschappelijke objecten. Ondermeer de woning van een minister in Baarn.


Zelf werkzaamheid van het personeel, om het oude bureau zo funktioneel mogelijk te maken.

Het (telefonisch) contact tussen de marechaussee in zijn wachthokje bij het hek, met de meldkamer van het Baarnse politiebureau, blijft toch wel de rode draad in dit gebeuren. Plus de aanwezigheid natuurlijk van de kazerne aan de Amsterdamsestraatweg, waarvan ook de schietkelder regelmatig door de Baarnse politie gebruikt mag worden.
Marechaussee-brigade Soestdijk, opgericht in 1947, werd een van de grootste van de 66 die ons land telt. Vlak na de oorlog in het leven geroepen nam de marechaussee enkele taken van de rijkspolitie over. Eén daarvan (begon op I 5 januari 1947) dus bij Paleis Soestdijk.

Die kazerne werd belangrijk uitgebouwd, omdat het aantal manschappen van deze marechaussee-brigade ook steeg. Terwijl voorts de bewaking van Kasteel Drakensteyn en een tijd lang tevens de Zwaluwen berg, waar de staf van de Prins in Hollandsche Rading verbleef, voor hun rekening kwam.

Voor ceremoniële diensten zijn diverse mannen van die brigade met de Koningin mee naar Den Haag verhuisd. Het werk daar zal overigens weinig af wij ken van het geestdodend karakter, dat dit in Baarn had. In 1980 kwamen bij Soestdijk ook de eerste vrouwelijke marechaussees. Apart functioneert nog de Veiligheidsdienst van het Koninklijk Huis.

Toen het prinselijk echtpaar in 1937 zijn intrek nam op Paleis Soestdijk, zorgde een aantal rijksveldwachters nog voor die bewaking; gestationeerd in een bureautje tegenover het Paleis in die rij witte dienstwoningen.
Een opmerkelijk gebeuren vond op Pinksterdrie (juni 1984) plaats bij Paleis Soestdijk, toen men uit Amersfoort een kei kwam halen. Deze grote steen was in 1937 uit Lippe naar Baarn gekomen en 47 jaar later op een open vierwieler, getrokken door Amersfoortse 'poorters' naar de Stadsring in hun stad vervoerd. Daar bood Prins Bernhard de kei 's avonds officieel aan.

 Bronnen:
Uitgegeven in verband met de reorganisatie van de Nederlandse politie en het opgaan van de Gemeentepolitie Baarn in Regiopolitie Utrecht District Eemland-Noord.
Tekst:  S.N.  Zwiep 

Illustraties:  Historische  Kring  Baerne  Politiearchief, Baarnsche Courant en vele particulieren
Druk:  Bakker  Baarn