vrijdag 24 juli 2020

Roken op Baarnse scholen



rokende jongeren
Als je zo vaak oude krantenberichten leest als ik, dan kom je nog wel eens wat vreemde berichten tegen. Op onze site zijn al verschillende van dat soort vreemde krantenberichten de revue gepasseerd, zoals: Baarnaar verdronken in een emmer water en Ierse persfotograaf op zoek naar muizen-etende Baarnaars of wat dacht u van Baarnse politieagent met een wel heel korte carrière.

Onlangs stuitte ik op een bericht uit de Gooi- en Eemlander van 22 november 1913 waar ik toch wel even stil van werd. Natuurlijk weet ik wel dat over roken vroeger minder moeilijk gedaan werd dan tegenwoordig. Sterker nog, aanvankelijk werd roken ook ingezet als geneesmiddel. Zo werd het gebruikt tegen verkoudheid, astma, reuma, koorts, slangenbeten, zweren en zelfs syfilis. Ik heb wel advertenties gezien waarin het roken gestimuleerd werd omdat dat het vastzittende slijm zo lekker losmaakte en dat zo eenvoudig opgehoest kon worden. Tijden veranderen dat blijkt maar weer eens.

Ik zijn verschillende foto’s van Willem de Ruiter (1915-2002), waar hij als jonge knaap van nog geen zestien jaar oud, rokend op staat. Over roken werd dus gemakkelijker gedacht dan tegenwoordig, dat is duidelijk, maar dit krantenbericht uit 1913 schudde mij wel even wakker. 

Een plaatselijke commissie van schooltoezicht in Baarn liet op de Baarnse scholen onderzoeken hoe het zit met het rookgedrag van kinderen op negen Baarnse scholen. In het krantenartikel wordt uit de doeken gedaan wat de uitkomsten van het onderzoek zijn.
Op bijna alle negen scholen in Baarn wordt door kinderen gerookt. Van de 774 mannelijke leerlingen is wel eens gerookt of wordt gerookt door 260 leerlingen. Dat is dus een derde van de mannelijke leerlingen! Er wordt ook een opsplitsing naar leeftijd gemaakt:
1e leerjaar: 6 à 7 jaar oud: 14 leerlingen
2e leerjaar: 7 à 8 jaar oud: 20 leerlingen
3e leerjaar: 8 à 9 jaar oud: 36 leerlingen
4e leerjaar: 9 à 10 jaar oud: 54 leerlingen
5e leerjaar: 10 à 11 jaar oud: 65 leerlingen
6e leerjaar: 11 à 12 jaar oud: 65 leerlingen

In het 5e en 6e leerjaar blijkt het percentage onder de jongens zelfs rond de 50% rokers te liggen. We spreken hier dus over kinderen van 12 jaar en jonger. Ik vind dat schokkend. Wist u dat dat zo was? In het artikel wordt verder ingegaan op de wijze waarop de Prinses Julianaschool maatregelen neemt tegen het roken van kinderen.  Zij zenden een ‘circulaire’ aan de ouders van de betrokken jongeren met de waarschuwing dat hun kind rookt. De commissie van onderzoek beveelt die wijze van maatregelen nemen ook aan bij andere scholen hoewel zij de wijze van bestrijding op de scholen vrij wenst te laten. Men hoopt dat het roken op scholen zodoende binnenkort niet meer voorkomt, zodat het ook niet nodig zal zijn een wettelijk verbod voor roken door kinderen uit te vaardigen. In het artikel wordt overigens alleen gesproken over roken door jongens. Hoe het met de meisjes zat weet ik niet, maar ik stel me zo voor dat het roken door meisjes in die tijd vrijwel niet gedaan werd.

Het krantenartikel is nu dus 107 jaar oud. Gelukkig is er intussen veel veranderd.  Tijd voor de laatste rokers voor een goed voornemen voor het nieuwe jaar? Probeer te stoppen met roken, al is het maar om een goed voorbeeld te geven aan onze kinderen. 

Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

e-mail: bakker.groenegraf@gmail.com



maandag 20 juli 2020

Bakker Gros en familie uit de "Steeg van Nagel"

door John Kappers



In onze rubriek verwelkomen wij gastschrijver John Kappers die ons trakteert op een prachtig verhaal over de Baarnse familie Gros. John is vrijwel vanaf de oprichting actief als vrijwilliger bij Groenegraf.nl

Veel oudere Baarnaars zullen hem nog wel kennen, bakker Gros bij  de Burgerlijke Stand ingeschreven als Johan Pieter Gros. Hij is de laatste Johan Pieter uit een stamreeks van vier Johan Pieters. Johan werd geboren in Baarn op 18 januari 1902, op het adres Laanstraat 82. In zijn werkzame leven was hij banketbakker. 

Johan Pieter Gros sr. en zijn vrouw Barendina (Dini) Dirksen
(Coll. Sandra Fansen)
De eerste Johan Pieter (*1798 †1872) is chef-kok geweest van koning Willem I. Na het overlijden van zijn vorst in 1836 begon hij een “koksaffaire” (cateringbedrijf met uitschuiftafel) in ’s Gravenhage. Een kok met literaire aspiraties: hij herschreef het in zijn tijd uiterst populaire kookboek “De hedendaagsche kookkunst” van Maria Haezebroek in 1852 en voorzag het van handleidingen en tafel-menu’s.

Het ouderlijk huis van bakker Gros stond in een stuk nu verdwenen oud Baarn:  de steeg vanaf de Laanstraat naar wat sinds 1969 het parkeerterrein aan de Laanstraat, het huidige Laanplein, is. Heeft u gewinkeld in de Laanstraat en uw fiets of auto geparkeerd op het Laanplein dan loopt u door het laatste stukje dat is overgebleven van deze steeg. De steeg (Laanstraat 72-88),  in de Baarnse volksmond ook wel reet geheten, werd afwisselend vernoemd naar bedrijven die er gevestigd waren.


De steeg van Nagel gezien vanaf de Laanstraat. 1e woonhuis rechts is de woning van kleermaker E. Nagel.
(Coll. Historische Kirng Baerne)

De meest voorkomende was die van “Steeg van Nagel’’  naar Evert Nagel, de kleermaker (*1887 Baarn †1981 ), die zijn beroep uitoefende op nr. 72. Hij woonde hier van 1913 tot 1968. Zijn huis was het eerste huis na het pand waar nu de Lincherie, Laanstraat 70, is gevestigd. Maar ook de naam van L. Vink (*1871 †1950),  manufacturier op diezelfde hoek met de Laanstraat ( later De Magneet nu Lincherie) werd met zijn naam aan de steeg verbonden. De tuin van Nagel grensde aan de tuin van banketbakkerij Wijers, Laanstraat 68. De alom gekende ‘’wasbaas” G. Andriesse woonde op nr. 86 en had zijn wasserij op no. 84. Dit gebouw is ook nog pakhuis geweest van kruidenier G. Kuijken uit de Laanstraat en werkplaats van het loodgietersbedrijf J. Timmer.

De steeg gezien vanaf de Eemnesserweg. Het hoekhuis van het rechter witte woonblok met plat dak was dat van
 Laanstraat nr. 80 met daarnaast nr. 82, de woningen van de familie Gros. Rechts de schoorsteen van
Stoomwasscherij G. Andriesse (voorheen P. de Weijer)
(Coll. Historische Kring Baerne)

Villa Hoogerwerf, Wilhelminalaan 5
(Foto: dewervenmeursing.nl)
Johan Pieter Gros sr., vader van de banketbakker,  (*1871 Wageningen †1937 Baarn) was butler - tuinbaas op villa Hoogerwerf aan de Wilhelminalaan, in dienst bij dokter A. J. A. Thomas.
In 1896 kwam de dokter vanuit Renkum naar Baarn en vestigde zich in de sinds lang verdwenen villa Nova aan het Stationsplein. Naast arts was hij o.a. ook wethouder en waarnemend Burgemeester voor burgemeester Rutgers van Rozenburg.  Aangezien villa Nova hem wat te groot werd toen zijn kinderen het huis uit gingen is hij  in 1920 naar Villa Hoogerwerf, Wilhelminalaan nr. 5 verhuisd. Een mooi eigentijds staaltje van ‘kleiner gaan wonen’. Villa Hoogerwerf is gebouwd in 1905 voor Jeannette Meursing (*1856 Amsterdam †1919 Baarn) dochter van de bekende scheepsmagnaat, ook in het Baarnse geen onbekende, en weduwe van Joseph Aloijsius Herman Kirchner (*1852 Leer, Duitsland †1893 Baarn) een vroeg gepensioneerde kapitein in het Nederlands Oost Indisch leger.
Het vermoeden is dat Johan Pieter al in Renkum in dienst was bij Dr. Thomas en zijn baas naar Baarn is gevolgd. Johan Pieter Gros Sr. komt uit een Haagse familie en is in 1896 getrouwd  in Dubbeldam met Barendina Dirksen (*1871 Opheusden †1932 Baarn). Na hun huwelijk in 1896 verhuisden zij naar Baarn, woonden in Laanstraat 82 en kregen daar 4 kinderen: Johan Pieter (*1897  Baarn †1898 ), Willem Johan Pieter  (*1899 Baarn †1968 Heelsum), Johan Pieter (*1902 Baarn †1977)  en Barendina Gerritje Luitje (*1907 Baarn †1979).

Willem Johan Pieter (Wim):  machinetekenaar van beroep en trouwde in  1929 in Baarn Louisa Antonia Johanna Wesseling (*1897 Arnhem †1976 Heelsum). Hij werd hoofdwerktuigkundige en chef van de tekenkamer bij van Gelder & Zonen Papierfabrieken te Amsterdam. Voor zijn maatschappelijke verdiensten werd hij in 1956 gedecoreerd met de Orde van Oranje Nassau in Goud.
Barendina Gerritje Luitje (Zus): bleef ongehuwd, was naaister en maakte kleding op bestelling. Zij woonde eerst in bij haar ouders en later bij haar broer Johan Pieter. Zij had haar naaiatelier in een los van het woonhuis staande ruimte achter Laanstraat 82. Zij keek vanuit haar atelier uit op een kleurrijk veld met prachtige dahlia’s, nu Laanplein. Zij werd door de familie tante Zus genoemd.

Twee zussen van Johan Pieter Gros sr. woonden op nr. 80, Everdina Antonia (*1875 Hemmen †1958 Baarn)  en Christina (*1877 Hemmen †1946 Wageningen). Christina trouwde in 1924 met de weduwnaar Hendrik Gijsbertsen  uit Wageningen en vertrok. Everdina Antonia trouwde in 1922 met Hendrik Sandtmann (*1876 ’s Gravenhage †1952 Baarn). Zij bleven op nr. 80 wonen. Nadat haar tante, de weduwe Everdina Antonia Sandtmann-Gros, was overleden heeft Zus nr. 80 overgenomen.

Haar broer Johan Pieter trouwde in Amersfoort met Cilia Papenhuijzen (*1896 Hoogblokland †1975 Baarn). Zij  kregen een dochter: Barendina (Dini) vernoemd naar haar grootmoeder (*1927 Baarn †2016 Baarn). Barendina was gehuwd met Louis Fransen (*1919 †2011). Johan Pieter jr. had een banketbakkersfabriekje in Hilversum.

De nieuwe bakfiets van bakker Adrianus van de Meeberg voor bakkerij “De Zeeuw”, Zandvoortweg 210. Mogelijk is het zijn vrouw Willemina Hendrika Baan die erbij staat. Het is inmiddels een woonhuis, de prachtige ronde raampjes boven de etalage zijn behouden gebleven.
(Coll. Sandra Fransen)

Eind jaren dertig ging het niet goed met zijn bedrijf en heeft hij zijn trots, mede ook i.v.m. de ophanden zijnde mobilisatie, op moeten geven. Sindsdien heeft hij altijd in loondienst gewerkt. Op 1 april 1940 trad hij in dienst bij bakker  A. van de Meeberg (*1888 Klundert †1963 Baarn) in diens Brood- en Banketbakkerij “De Zeeuw” aan de Zandvoortweg  nr. 210. Van de Meeberg nam de zaak ca. 1938 over van bakker A. Smithuis die daar 3 jaar zijn vak uitoefende. De naam van zijn bakkerszaak was: Luxe Brood-, Beschuit- en Banketbakkerij “Gouden Graan”. De eerste bakker op dat adres was bakker J. de Haan. De bakkerij is gebouwd rond 1935, dus die heeft daar maar heel kort gezeten.

Johan Pieter Gros op de oude bakfiets van bakker van de Meeberg, inmiddels bakker Bartel Gaasenbeek,
aan de Emmalaan bij de Wilhelminavijver in 1952
(Coll. Sandra Fansen)



In 1951 werd de bakkerij overgenomen door Bartel Gaasenbeek (*1918 Krommenie †1990 Baarn) en zijn vrouw Maria Adriana Plender (*1921 Nunspeet †2013 Baarn). Bartel was tevens secretaris van de Baarnse Bakkers Patroons Vereniging.


Een wintertafereeltje. Johan Pieter Gros met 2 kinderen op de bakfiets
van bakker Bartel Gaasenbeek. De kinderen zijn onbekend.
Wie herkent zichzelf of kent deze kinderen?
(Coll. Sandra Fransen)


Dat de bakfiets een geliefd object was voor kinderen blijkt wel. Hier op de Krugerlaan met links de prachtige villa op nr. 12, ooit pension Gruno met achterin de villa aan Steijnlaan nr. 8, het vroegere Bondshuis voor de Gereformeerde Vrouwenbond. Ook deze kinderen zijn onbekend. Wie herkent zichzelf of kent deze kinderen?
(Coll. Sandra Fransen)

Johan Pieter bleef in de bakkerij werken en kreeg  in 1965 een receptie in “Astoria” aan de Oranjestraat aangeboden vanwege zijn 25-jarig dienstjubileum. Van zijn vaste klanten waar hij al die jaren trouw aan de deur kwam in onder meer de Componistenbuurt  en de Transvaalwijk (de berg op trappen!) kreeg hij een Rijnreis aangeboden. Een van zijn klanten, de hr. Blacquière uit de Mozartlaan, had berekend dat Gros in die 25 jaar meer dan 1.700.000 (!) keer op een deurbel heeft gedrukt. Hij was altijd even opgeruimd en vriendelijk voor al zijn klanten.
Na zijn pensionering werkte Johan Pieter nog  enkele dagen per week bij bakker L. van Dijk aan de Turfstraat 32. Parttime zouden we nu zeggen.

Johan Pieter Gros en zijn vrouw Cilia voor hun huisje
aan de Troelstralaan nr. 28 in 1972
(Coll. Sandra Fransen)
Toen de “Steeg van Nagel” in 1968 gesloopt werd kregen Johan Pieter en Zus beiden een huisje toegewezen aan de Troelstralaan. Zus nr. 22 en  haar broer nr. 28. Opnieuw dicht bij elkaar.

Met dank aan:  Sandra en Marion Fransen.



Dit verhaal verscheen op maandag 20 juli 2020 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 

Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

vrijdag 17 juli 2020

Hermanus Kroon, 50 jaar lid van Crescendo

Hoe vaak komt het nog voor dat iemand vijftig jaar lid is van een vereniging. Volgens mij word je tegenwoordig gelijk geridderd als dat gebeurt. Bij de familie Van de Bunt werden de dozen met oude foto's van zolder gehaald en daar kwam dit prentje tussen de oude foto's tevoorschijn.




Of deze meneer Kroon geridderd is weet ik niet, maar vast staat dat het gevierd is. Op 27 november 1948 werd in de Baarnse Sociëteit aan de Leestraat in Baarn een feestje gegeven om dit heuglijke feit te vieren. Zou daarbij ook dit Crescendo lied gezongen zijn? Vast wel! De muziek voor dat lied werd geschreven door Jo Koops en H. Bakkernes, de tekst was van N. van Zijst. Het was geschreven ter gelegenheid van het vijftig jarig bestaan van de vereniging. Dat werd, vanwege de oorlog, pas eind 1945 gevierd.

Jan Hendrik van Dapperen
Dirigent Crescendo
Met de hulp van onze vrijwilliger Henk Kroon, overigens geen familie van deze meneer Kroon, hebben we kunnen achterhalen wie deze heer H. Kroon precies is. Het gaat hier om Hermanus Kroon, geboren in Baarn op 17 juni 1879 in Baarn, zoon van Cornelis Kroon en Gerretje Klinkenberg. Hermanus was kleermaker aan de Veldheimweg. Hij is in 1903 getrouwd met Carolina Louisa van Buuren en kreeg (voor zover ons bekend) vier kinderen: Gerritje, Johanna Hendrika Cornelia, Johanna en Cornelis (Cees) Kroon. Van de laatste weten we dat hij ook actief was bij Crescendo. In het adresboek van 1948, het jaar dat vader Hermanus jubileerde, staat hij vermeld als commissaris van Crescendo.

Als Hermanus Kroon in 1948 vijftig jaar lid was, dan is hij dus in 1898 lid geworden. Hij was toen 19 jaar oud. Fanfare Crescendo is in 1894 opgericht. Hermanus was er dus bijna vanaf het begin bij. De eerste dirigent, Jan Hendrik van Dapperen (1865-1948) zou het dirigeerstokje tot 1937 blijven zwaaien. Een groot gedeelte van de tijd dat Hermanus lid was.

Op onderstaande foto's gemaakt door de Baarnse fotograaf Adriaan Boer, begin vorige eeuw, is Fanfare Crescendo te zien tijdens een prachtige optocht door Baarn. De foto's moeten begin vorige eeuw gemaakt zijn. Mogelijk is Hermanus Kroon ook een van de muzikanten op het rijk versierde rijtuig.



In 1921 werd in het Pekingbos een concours gehouden, nog ter gelegenheid van het 25 jarig bestaan van Crescendo in 1919. In het kritisch verslag werd Herman Kroon bejubeld. "De kleine trom heeft een prachtige roffel", zo was er te lezen. De bespeler van die kleine trom was in die tijd, u raadt het al, Herman Kroon.

De 'oudgedienden' van Crescendo, foto uit het boekje '1894-1969 Driekwart eeuw Crescendo'

De laatste rustplaats van Hermanus Kroon en
zijn echtgenote.













Hermanus Kroon, onze jubilaris, stierf in 1964. Als hij tot het eind toe lid geweest is, dan is hij dus 66 jaar lid geweest. Of hij inderdaad lid is gebleven, weet ik niet. Misschien dat oudere leden van de huidige vereniging Crescendo dat kunnen vertellen. Hermanus werd begraven op de nieuwe algemene begraafplaats aan de Wijkamplaan. Hij werd 85 jaar oud. En nu weer 56 jaar later, schrijven we een stukje over hem. Gewoon door een leuk prentje, gevonden in een doos met oude foto's. En... Crescendo bestaat nog steeds! Al meer dan 126 jaar!

Met dank aan Wil en Gijs van de Bunt voor het jubileum-prentje van Hermanus Kroon.


Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

e-mail: bakker.groenegraf@gmail.com

zaterdag 11 juli 2020

Boek Baarnsche Boeren & Families BIJNA UITVERKOCHT.

Boek Baarnsche Boeren & Families BIJNA UITVERKOCHT.

Er zijn nog 10 boeken beschikbaar.
Wie een boek besteld en betaald heeft krijgt gegarandeerd het boek.
Wilt u verzekerd zijn van een boek dan kan dit maar op één manier t.w.:
Door een bedrag, voor 1 juli 2020, van € 22,50 over te maken op bankrekeningnummer NL56 RABO 0351 2427 40 t.n.v. J. K. Tupker, voorzien van adres en e-mailadres.
Verzenden kan ook. De kosten voor het boek en het verzenden bedragen € 30,50. Het boek wordt dan verzonden in een speciale kartonnenverpakking. Indien u dit bedrag overmaakt op bankrekeningnummer NL56 RABO 0351 2427 40 t.n.v. J. K. Tupker, voorzien van adres en e-mailadres verzorgen wij de rest.

Het boek wordt in augustus gedrukt en in oktober uitgegeven. Iedereen die een boek besteld en betaald heeft voor 1 juli 2020 krijgt in augustus een bericht waar en wanneer het boek, in oktober, is af te halen bij Hoeve Ravenstein. Ravensteinselaan 3 te Baarn.



Nadere informatie over het boek kunt u verkrijgen door te e-mailen naar: bakker.groenegraf@gmail.com



maandag 22 juni 2020

De Bunker, Paal 20 De Koog, Texel: van Atlantikwall tot zomers ’Koek en Zopie’

de vakantiebaan van een Baarnse schooljongen, een zomers verhaal van Ed Vermeulen

                                       
De Groenegraf.nl weblog over de schuilkelder met tunnel  in een villatuin aan de Baarnse Beatrixlaan zal u niet ontgaan zijn. Alle ingrediënten voor een spannend jongensboek waren aanwezig: tunnel, ondergrondse kamers, geheime bergplaatsen, wandtekeningen, dichtgemetselde muren en  de dolende zielen van Duitse Wehrmachtsoldaten. Ook in mijn jeugd speelde een bunker een grote rol. ’Mijn’ bunker stond niet in Baarn maar op Nederlands grootste Waddeneiland Texel.




De bunker van Ome Kees
Foto's: collectie Cor Kuip, afkomstig van mevrouw Maas-Drach.

Foto: Archief Texelse Courant
In 1948 namen mijn oom en tante Bill en Joke Visser de exploitatie van het gerenommeerde Hotel-Café-Restaurant ’Het Witte Huis’ over: locatie de Texelse badplaats De Koog.

Hotel Het Witte Huis in volle glorie! (Coll. Ed Vermeulen)
Nog even tijd voor een foto! (Coll. Ed Vermeulen)
Eerder woonden zij een tweetal jaren bij ons in op Spoorstraat 2. Bill was mijn moeders broer, beiden geboren en getogen in Den Helder, mijn tante woonde sinds 1928 op Texel. In november 1943, wij woonden nog in Den Helder, trouwden zij in Den Burg. Een feestelijke gebeurtenis. Zo klein als ik was, ik was erbij: mijn eerste oversteek van het Marsdiep. De Texelse boot voer nog naar Oudeschild en natuurlijk hadden mijn ouders voor deze reis een door de Duitse autoriteiten uitgegeven Ausweis nodig: oorlogstijd en Den Helder Stützpunkt der Kriegsmarine! Het goede nieuws: die dag waren er géén luchtaanvallen! Beginnend in 1948 maakte mijn moeder gedurende de zomermaanden deel uit van de huishoudelijke staf van het hotel: de verdiensten waren een mooie aanvulling op haar bescheiden inkomen als confectienaaister.

De baas en zijn personeel (links mijn moeder), jaren 50.                            Linnenkamer ziekenhuis Torenlaan,
                                                                                                                   mijn moeder (r) in haar element
(Coll. Ed Vermeulen)

Begin juli met de trein naar Den Helder gevolgd door een bootreis naar Texel. Een kist met kleding werd per Van Gend & Loos vooruit gestuurd. Ik mocht of liever gezegd moest mee. Géén straf! Ik was een geluksvogel oftewel een bofkont: iedere zomer ongeveer twee maanden lang naar Texel.

Met vakantievriend Piet Koeman (l) 1949;
 De bunker zit nog in de duinen
(Foto: mevrouw Koeman, collectie Ed Vermeulen)

Mooiere zomervakanties kon ik mij niet voorstellen. Vakanties vol strand, zee en avontuur. Geluk binnen handbereik, slechts onderbroken wanneer eind augustus de reis naar Baarn werd ondernomen. In de zomer van 1959 werd ik werd aangenomen op de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam, mijn moeder kreeg een vaste betrekking in het Baarnse Ziekenhuis, Torenlaan.

Mijn lief op de Jeep van Jan Maas (hijzelf op rechts)
(Foto: Ed Vermeulen)


Strand De Koog, Jan Maas: 
Op het strand deed ik wel eens klusjes voor Jan Maas, de altijd goedlachse eigenaar van het strandbedrijf Noorderbad. Jan woonde op Hoeve ’Zandvrucht’ aan de Rozendijk en kwam dagelijks met zijn jeep naar De Koog. Hij had het bedrijf ‘Noorderbad’ trouwens al voor de oorlog. De klusjes bestonden uit het, bij wisseling van huurder, opruimen en zandvrij opleveren van de strandhuisjes of het opruimen van het, ook toen al, aanwezige zwerfvuil op het strand. Veel huurders, met name de Duitse gasten lieten de door hen meegebrachte tijdschriften in de huisjes achter. Deze bladen hadden intrigerende namen als ’Bunte Illustrierte, Bild en Spiegel’ en werden uiteraard ingezameld en herlezen. Zo pikte ik mijn eerste woorden op van de Duitse taal. Jan kon mooi vertellen over vroeger tijden, had veel fantasie en ook veel overtuigingskracht. Ik geloofde hem onvoorwaardelijk. Een aantal jaren later heb ik Jan ook wel eens geholpen met het afbreken van de huisjes aan het eind van het seizoen. De huisjes gingen dan in de winteropslag. Het waren ook de jaren dat Jan zijn latere echtgenote Gertrud Drach (Frau Maas) leerde kennen. Gertrud kwam met haar enige zus Elisabeth begin jaren vijftig vanuit Essen, Duitsland naar Texel. In 1957 trouwde ze met haar badman Jan Maas. Beide dames gingen altijd, weer of geen weer, baden in zee. Lieve vrouw, Gertrud, die ontmoetingen in latere jaren altijd begon met de woorden…’Ach mein Junge , ik heb so oft an jou gedacht!’ Hier leerde ik in 1953 ome Kees kennen en begint mijn bunkerverhaal. Ik was elf, net geslaagd voor het toen nog verplichte toelatingsexamen voor Het Baarnsch Lyceum. Op naar Texel: tijd voor een echte vakantiebaan.

Ome Kees en Ed, samen met Walco (de schrik van de badgasten)
Coll. Ed Vermeulen


Strand de Koog: Ome Kees
Exploitant van een door de Duitsers in de oorlogsjaren als onderdeel van de Atlantikwall gebouwde bunker op het strand bij paal 20 De Koog en nu in gebruik genomen als zomers ’Koek en Zopie’. Een prachtig staaltje verantwoord hergebruik. Zijn naam C. (Kees) van der Meulen. Hij werd door iedereen ‘Ome’ Kees genoemd, was getrouwd, en woonde in de Azaleastraat in Leeuwarden. Hij had een zoon die stuurman op de grote vaart was. Deze woonde in mijn herinnering op Ameland of Schiermonnikoog, maar het kan natuurlijk ook Terschelling geweest zijn. Ome Kees was op Texel verzeild geraakt door zijn werk als kok bij de ’sneeuwklokjes’ expedities naar Frankrijk, georganiseerd door de broers en bollenboeren Piet en Nanning Kikkert van het Waalenburgerhuis en hoeve Vredestein. Nog steeds herinneren in het vroege voorjaar de witte velden in de Dennen aan deze avontuurlijke tijd. Veel later kwam ik er achter dat Nanning Kikkert de bunker van Rijkswaterstaat pachtte en Ome Kees bij hem in dienst was. Hij verbleef in een van Jan Maas gehuurd strandhuisje naast de bunker. Ook in Den Burg had hij een slaapadres, een kamer boven het bekende en roemruchte Café De Karseboom van Gerard Rump aan de Vismarkt. Hij deed me het voorstel bij hem in dienst te komen als koffiejongen. Takenpakket: bedienen op het terras, ’s ochtends de zich naar hun strandhuisjes begevende badgasten begroeten en hun bestelling noteren. Zo gezegd, zo gedaan. Een opgewekt ’Goedemorgen of Gutenmorgen’, al naar gelang de nationaliteit, vormde de begroeting. Klokslag tien uur ging ik met koffiekan en kop en schotels langs de huisjes. Ik kwam tot huisje dertig: daarna werd de koffie koud of kwam er bij wind uit zee te veel zand in de kopjes. Een seizoen later had ik een bak gemaakt van een colakratje. Ik droeg de bak met banden om mijn schouders, flesjes limonade erin en verkopen maar! Ik sjouwde wat af, kende alle gasten, velen ook bij naam, en iedereen kende mij. Dit werk leverde mij, ook niet onbelangrijk, een leuke zakcent op.

Badweg De Koog met het oude Redddingboothuis    (Coll. Ed vermeulen)
Op  de laatste duinenrij  Noordzee (r) en Buteriggel (l)


Bunker Zuiderbad (Coll. Maarten Stoepker)


Strand De Koog, de bunker
De koffie is klaar! De kracht van de zee!
(Coll. Maarten Stoepker)
De oorspronkelijk in de duinen gebouwde bunker, restant van de vijf oorlogsjaren, was na verloop van tijd in zijn geheel los hiervan komen te staan: rijp voor hergebruik. Ik herinner mij dat in 1947 of 1948 het oorspronkelijke geschut nog aanwezig was. Een van mijn Koger speelkameraden van toen heeft nog geprobeerd een gevonden, onontplofte, granaat in de loop te rammen! Eenmaal los van de duinen, werd de betonnen kolos verpacht en werd het een soort voorloper van de latere strandpaviljoens.

Originele ontwerptekening  (Coll. J. van Tongeren)

Via de oorspronkelijk ingang, gangetje in links af, rechts af, kwam je bij een later aangebrachte houten deur. Hierachter bevond zich de verkoopruimte of wat daar voor door ging. De meters dikke muren zorgden voor een koele temperatuur. Eigenlijk was het er gewoon koud en vochtig en echt lekker ruiken deed het er ook niet. Een muffe geur is wat ik mij herinner. Ome Kees droeg niet voor niets, ook in de zomer, vaak een coltrui. Op zeer warme dagen droeg hij, geloof het of niet, een tropenhelm, waarvan werd gezegd dat hij deze ’s avonds in De Karseboom rond liet gaan, waarna er van de opbrengst weer nieuwe versnaperingen werden gekocht. Nee, ik kon de soldaten die hier de wacht aan de Noordzee hadden gehouden niet benijden. Wel een prima plek om er koffie, thee en limonade en allerlei snoepwaren te verkopen. Een zeker in de beginjaren bescheiden assortiment, dat allengs, met het toenemen van de aantallen toeristen (of badgasten zoals ze toen genoemd werden), werd uitgebreid. Niet al te veel luxe, alles heel simpel, net als het leven in die jaren, maar wel gezellig. Buiten de bunker, voor de geschutsopening, was een hoge betonnen muur, de zogenaamde waterkering. Het geheel omgetoverd tot een bescheiden terras met tafeltjes en stoeltjes.

Restanten dam, de bunker nog in de duinen (Coll. Ed Vermeulen)

Strandafgang naar Noorderbad  (Coll. Ed Vermeulen)

Verkooptoppers, mooie plaatjes en vaste bezoekers.
Absolute toppers in het assortiment waren naast de bekende Pennywafels (wafeltjes met laagjes chocola) en de spekkies, waarvan ome Kees aan de veelal Duitse afnemers vertelde dat ze van ’Alte Fahrräder Reifen’ waren gemaakt, de overheerlijke Friese sûkerlatten, suikerkoeken. Grote, langwerpige koeken, gebakken en geleverd door Bakker Beuving, Kogerstraat 44, Den Burg. De winkel is er nog steeds, alleen met een andere bakker. Ome Kees bracht ’s ochtends altijd de nieuwe dagvoorraad mee. Wanneer de koeken sneller dan verwacht uitverkocht waren, ging ik op de fiets naar Den Burg, nieuwe voorraad halen. Nee verkopen, deden we niet! De koeken werden bewaard in een hutkoffer die in het strandhuisje van Ome Kees stond, vlak naast het dagverblijf van Jan Maas. Regelmatig werd de handvoorraad in de bunker door mij bijgevuld. Zo ontdekte ik welke verborgen schatten deze hutkoffer nog meer te bieden had. Tijdens zijn reizen naar Frankrijk met de sneeuwklokjesexpeditie kocht Ome Kees boekjes en blaadjes, waarin foto’s van veel schaars of in het geheel niet geklede dames waren opgenomen. Deze bladen werden eveneens in de hutkoffer bewaard: onder de suikerkoeken. Het was dus niet verwonderlijk dat het door mij ophalen van de koeken soms wel heel erg lang duurde. Ome Kees wist altijd precies hoe laat het was, wanneer ik, met een grote tas vol koeken en een hoogrode kleur van opwinding weer terugkwam in de bunker. ’Zeker weer zitten kijken. Waren ze mooi?’ waren zijn woorden. De over het strand patrouillerende agenten van de Rijkspolitie te paard behoorden tot de vaste bezoekers. ’s Middags kwamen ze steevast een kopje koffie drinken. De koffie met een stuk eierkoek, werd altijd genuttigd in, het laat zich raden, de hut van Ome Kees. Ook de heren studenten die hun zomerreces een waardevolle inhoud gaven door als strandwacht te fungeren behoorden tot de regelmatige bezoekers. Een andere topper, van een iets ander kaliber, was de jeneverfles waaruit van ‘onder de toonbank’ zoals dat heet in vakjargon aan de vaste kring van happers een borrel werd geschonken. De juiste vergunning hiervoor ontbrak waarschijnlijk, maar het leverde Ome Kees een mooie extra omzet op. Eén van de vaste gasten, een Zweedse badgast met kleinzoon Hans, bestelde altijd ’Ein Joy für Hans und ein Schnapps für mich’. Joy was een soort sinas, maar dan in een rond flesje.

Nieuwe voorraad Hero Perl  (Coll. Hist. Vereniging Texel)

De laatste kluft en daarna, aan het eind van de Badweg, de Noordzee!
Coll. Ed Vermeulen
Naast Hero Perl een veelgevraagde limonade. Door zijn opvallende snor had onze Zweedse gast het uiterlijk van een forse zeehond, zoals je die soms zag in de zeehondenopvang van het Texels Museum in de Dennen. Wij noemden onze Zweedse klant ’de Walrus’. De bevoorrading van de bunker met bier en diverse limonades werd beurtelings verzorgd door de firma’s CV ETA (Eerste Texelse Advocaatfabriek) en De Wit, horecagroothandels uit Den Burg. De bestelwagens werden door de heren C. (’Ome Kees’) Kooyman en J. (Jan) de Wit tot boven aan de kluft gereden, waarna de voorraden met steekwagens door het mulle zand naar de bunker werden getransporteerd. Het echte zware werk! Beide heren kende ik, zij leverden immers ook aan ’Het Witte Huis’, het bedrijf van mijn oom en tante.  Jan Maas was in het bezit van een mooie (Duitse) zeekijker. Aan de horizon zag ik de schepen voorbij varen en droomde over later. Later betekende voor mij zeeman worden en de wijde wereld intrekken. Bij het verwezenlijken van deze droom kreeg ik vakkundig advies van een van mijn vaste koffieklanten, de heer van Dusseldorp Sr. Deze eigenaar-bewoner van het fraaie op de duinen van De Koog gelegen huis ’De Dolfijn’ was directeur bij het zeesleepbedrijf L. Smit Internationale en gaf mij uitstekende tips om mijn doel te bereiken. Toen ik in de zomer van 1958 mijn eerste zeereis ging maken met de Groninger coaster Barcarola nam hij afscheid met de woorden ’Goede reis en denk erom, één moment van onbedachtzaamheid, maakt dat men nog jaren schreit’. De diepere betekenis van deze woorden ontging me op dat moment. Kortom er gebeurde van alles en ik vond het prachtig. Alles bij elkaar heb ik een viertal zomers bij Ome Kees in de bunker gewerkt.

Vakantiewerk op zee: m.s. Barcarola
(Coll. Roy M. Helleman)


Vrijbuiter
In het najaar van 1964, inmiddels getrouwd, waren mijn vrouw en ik op familiebezoek in Leeuwarden. De Azaleastraat waar Ome Kees woonde was min of meer om de hoek. Tijd voor een hernieuwde kennismaking. Hij was thuis en begroette ons allerhartelijkst. Wat ons opviel was dat Ome Kees in de voorkamer woonde en zijn echtgenote in de achterkamer. Heel bijzonder. We haalden herinneringen op aan de mooie jaren op Texel. Het zou de laatste keer zijn dat wij elkaar hebben ontmoet. Het verhaal gaat dat Ome Kees op een dag zijn huis heeft verlaten om een pakje shag te kopen, de deur achter zich dicht heeft getrokken en niet meer ’weerom’ is gekomen! Ome Kees, een echte vrijbuiter! Ja, dat waren nog eens mooie tijden voor een scholier met vakantie op Texel. Mijn oom, Bill Visser, vond het maar niks dat ik bij Ome Kees rondhing. Jan Maas, prima, daar had hij wel vertrouwen in, maar die Kees, nee. Ondanks mijn ooms wantrouwen is alles goed gekomen. Ik koester de herinneringen aan de lange zomers op Texel. Tientallen jaren later werd mij verteld dat Ome Kees eigenlijk ’Ybele’ heette en zelfs familie op Texel had. Dat had hij mij nooit verteld. Hoe het ook zij, voor mij is en blijft hij ’Ome Kees’.

Ten slotte: Hotel Het Witte Huis en ’mijn’ bunker zijn gesloopt, alle hoofdpersonen van toen, uw schrijver en zijn lief uitgezonderd, zijn al langer niet meer onder ons. Gebleven zijn de herinneringen! Bedenk ook bij het lezen van dit verhaal dat ieder mens zijn eigen ’goede oude tijd’ creëert. De mijne werd in dit speciale geval muzikaal in 1958 vastgelegd door mijn rock-’n- roll held Eddie Cochran in zijn hitsong: ’Summertime Blues’.                   

In het voorjaar van 2020 werden de verhalen over de Texelse bunkers door filmmaker/schrijver Arnold van Bruggen en Anoek Steketee voor eens en voor altijd vastgelegd in de, in opdracht van ’Nationaal Park Duinen van Texel’ in het kader van 75jaarBevrijding, ingerichte buiten-tentoonstelling ’Texelse Bunkerverhalen’. 16 Stuks in totaal: mondelinge geschiedschrijving in optima forma!
Meebeleven? Ga naar: www.npduinenvantexel.nl/bunkers
Nog leuker: ga naar Texel en begeef u naar de bunker op uitkijkpunt Loodsmanduin! Voel de zeewind om uw hoofd en geniet van de verhalen.
   
                                                     
Met dank aan:
Monica Maas, Texel
Cor Kuip, Texel
Jan van Tongeren, Den Helder
Bron:
Archief Texelse Courant


Ed Vermeulen (1942)














Dit verhaal verscheen op maandag 22 juni 2020 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 

Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.