9.5.14

East is East, West is West and sometimes the twain shall meet

In een eerder geplaatst verhaal beschreef ik mijn achtergrond met de woorden ’geboren in Alkmaar, afkomstig uit Den Helder en getogen in Baarn’. Tegelijkertijd  gaf ik aan dat de inspiratiebronnen voor het schrijven van mijn verhalen gevonden kunnen worden in ondermeer ’de contouren van mijn jeugd’ en ’de toevalligheden in het leven’. Vaak zijn dit herinneringen aan de jaren dat ik in de Spoorstraat woonde (1944-1950) en de Amalia kleuterschool in de Schoolstraat en de Hervormde School tegenover ons huis bezocht en aansluitend de Laanstraat (1950-1964) en de daarbij behorende periode Het Baarnsch Lyceum (1953-59).

De titel van dit verhaal is een vrije interpretatie van de woorden ’East is East, West is West and never the twain shall meet’ van de bekende Britse auteur Rudyard Kipling (1865-1936) schrijver van ondermeer ’Junglebook’. Een verhaal waarin ’de contouren van mijn jeugd’ duidelijk zichtbaar zijn en ook de ’toevalligheden in het leven’ een grote rol spelen. 
                                         

Spoorstraat 2
Sinds 18 januari 1944, een week na mijn tweede verjaardag, woonden mijn moeder en ik na ons vertrek uit Den Helder in een grote oude villa aan de Spoorstraat in Baarn. Spoorstraat 2 om precies te zijn.

 
Villa Spoorstraat 2 in volle (vooroorlogse) glorie, opname uit waarschijnlijk
1938 of 1939. Op de voorgrond de kassen van Bloemisterij van Herwaarden.
Foto: Collectie Groenegraf.nl, Baarn

Wij bewoonden het rechter gedeelte van deze nog steeds prachtige villa. In het linker gedeelte woonde de heer Ritzema en zijn gezin. De heer Ritzema was accountant en belastingconsulent en hield kantoor aan huis. Dat zijn echtgenote in 1941 overleden was werd mij pas veel later, ver na de oorlog, bekend. Via de monumentale voordeur kwam je in een lange marmeren gang en via een al even mooie achterdeur in een grote en uiterst avontuurlijke tuin. Gezien door mijn kinderogen was de villa een soort paleis. Op zolder een heuse badkamer voorzien van een gigantisch ligbad op pootjes. Ook was er een ’meidenkamer’, waar in vroeger tijden de inwonende dienstbode verbleef. Naast de keuken bevond zich een speciale ingang voor leveranciers. Deze ingang was te bereiken via een pad rechts naast de villa. Achter de keukendeur aan de gangkant was en is nog steeds een deur die toegang geeft tot een grote en een beetje muf ruikende kelder.

Oorlogsherinneringen
Onderduiker op zolder: Een zoon van de heer Ritzema hield zich op zolder verborgen. Hij had zich aan de ’Arbeitseinsatz’  onttrokken en was vervolgens ondergedoken. Zijn naam was Ibeling. Om problemen bij een eventuele huiszoeking door de Duitsers te voorkomen was mij aangeleerd hem ’oom Klaas’ te noemen. Mijn  bescheiden bijdrage aan het verzet.
De kelder: Op een dag in het voorjaar van 1945 werd Baarn door aan de overkant van de Eem gelegerde geallieerde troepen beschoten. Tijdens deze beschieting kreeg het dorp het zwaar te verduren. Op de nabijgelegen Eemnesserweg hoek Teding van Berkhoutstraat, nu een parkeerterreintje, kreeg het huis no. 19 een voltreffer. Eén van de bewoners, de heer Scheppers, kwam hierbij om het leven. Duitse soldaten die een achter het postkantoor gelegen Wehrmachtdepot bewaakten gebruikten onze kelder als schuilplaats. In mijn herinnering waren het er wel tien, maar naar veel later zou blijken ging het slechts om twee soldaten. Wel gewapend met geweer en uiteraard een originele Duitse helm op het hoofd. Dat dan weer wel.
1944. Opa en oma Vermeulen op hun evacuatieadres in Anna Paulowna.
 Hun huis in Den Helder was in opdracht van de 
bezetter gesloopt. Opa was in andere tijden tremmer/stoker 
bij de Stoomvaart Mij. Nederland.
Foto: Collectie Ed Vermeulen
De zolder: Vanuit het grote raam aan de achterkant keken mijn moeder en ik naar de overvliegende geallieerde bommenwerpers die richting het Gooi en verder naar het Westen vlogen, om daar hun voedseldroppings te doen. Het geluid van de vliegtuigen maakte diepe indruk.
Voedseltochten: In de winter 1944-45 moesten er veel inspanningen verricht worden om aan eten te komen. Mijn moeder had haar adressen in de kop van Noord Holland en met name in het dorpje Anna Paulowna waar familieleden uit Den Helder verbleven op hun evacuatieadressen. Het door mijn moeder gevolgde schema was als volgt: op de fiets, met mij achterop in een grote houten fietsmand, dik ingepakt in een deken tegen de kou, naar Anna Paulowna.
Een zomerse dag in 1946, samen met mijn
moeder op de Dam in Amsterdam.
Foto: Collectie Ed Vermeulen
Na een paar dagen bracht zij een met etenswaren gevulde fietsmand terug naar Baarn. Ik bleef achter bij een oom en tante en mijn opa en oma (door mij opoe genoemd), vooral niet eenzaam en al helemaal niet alleen. Na enkele dagen kwam mijn moeder terug om mij op te halen. Dit moet zich vele malen herhaald hebben. Geweldige prestaties werden er toen geleverd! Mijn moeders onverwoestbare fiets heeft de oorlogsjaren ruimschoots overleefd.     
De bevrijding: Geallieerde soldaten en tanks op het Stationsplein. Onuitwisbare beelden. Het bijzondere melancholische geluid van doedelzakken. Onvergetelijk!
                  
                                       




Dagelijks leven.
Het waren de jaren dat de diverse leveranciers nog aan de deur kwamen. Groenteboer Ruitenbeek uit de Kerkstraat kwam met paard en wagen, een nog jonge bakker van Dijk uit de Turfstraat bracht ons per fiets met grote mand, ons dagelijkse brood. Schouten uit de Hoofdstraat was onze melkboer.
Als je me in die jaren vroeg hoe ik heette en waar ik woonde, antwoordde ik steevast met ’eddymeulenpottatee’, waarbij ’pottatee’ uiteraard stond voor Spoorstraat 2. Mijn gebrabbel werd door menigeen uitgelegd als zou ik uit een zeer voorname familie komen. Ik speelde met de kinderen uit de buurt en later ook in speeltuin het Noorderkwartier, waar de heer van de Berg Jeths, door ons ’ome Jeths’  genoemd toezicht hield. Hij was een groot kindervriend en, hoe kan het ook anders, een voortreffelijke Sinterklaas.

Amaliakleuterschool, 1947-1948. Ons leven was vol verwachting. Juffrouw Dissel (l) en mogelijk (r) juffr. de Jong. 
Mijn vriend Gert Dop, schuin rechtsonder Juffr. D, ikzelf midden rechts. Nu in 2014 nog steeds bevriend! 
Foto: Collectie Ed Vermeulen
                                            

Mijn beroepskeuze was duidelijk, ik wilde naar zee!
 Tasso zou mijn scheepshond worden.
 Foto: 1947. Foto: Fotoatelier N. W. Klein,
Oude Utrechtseweg, Baarn. Collectie: Ed Vermeulen
In 1947-48 bezocht ik de Prinses Amaliakleuterschool, de officiële benaming luidde ’bewaarschool’, in de Schoolstraat. Deze school werd geleid door Mej. Dissel, daarbij geassisteerd door de dames van Dijkhuizen en van Beek. Ook haar onafscheidelijke vriendin juffrouw van Garderen speelde een niet onbelangrijke rol in mijn kinderleven. Bij haar ging ik op zondagschool in ondermeer het gebouw voor Christelijke Belangen aan de Leestraat, hoek Spoorstraat. Op de kleuterschool leerde ik ondermeer  klokkijken. Een enkele nog steeds bestaande vriendschap dateert uit deze tijd.

Vriend en buurjongen Jacques Suydendorp (r) 
en ikzelf in galauniform op wacht bij Spoorstraat 2. 
Foto gedateerd 1946/47. 
Foto: Collectie Ed Vermeulen
Geïnspireerd door de verhalen van mijn zeevarende opa’s en ooms droomde ik van een toekomst als zeeman en reizen naar Indië.


   


Vriendschappen
Sjaak Suydendorp was mijn beste vriend, Mia de Lange mijn liefste vriendinnetje. We droegen door onze moeders gemaakte en vermaakte kleding. Sjaak woonde om de hoek, op Laanstraat 71, naast Boekhandel Den Boer, waar zijn vader een elektrotechnisch installatie bedrijf had en zijn moeder een textielwinkel. Mia was de oudste van de kinderen van Niek en Rie de Lange, eigenaresse van de mooie handwerk- en stoffenwinkel op de hoek van de Spoorstraat en de Laanstraat. Ons leven was weer zonnig en vol verwachting!
Kort na het einde van de oorlog werden in het linkergedeelte van ‘ons’ huis gemeentelijke kantoren waaronder ’Volksherstel’, ondergebracht.
In de lange hete zomer van 1947 gingen mijn moeder en ik voor langere tijd naar Scheveningen en verbleven in het huis van vrienden. In een in 1947 door de V.V.V Baarns Bloei uitgegeven gids met als titel “Gegevens omtrent Baarn, de Prinselijke Residentie”, las ik jaren later dat mijn moeder ons woongedeelte met gebruik van keuken van Mei tot September te huur aanbood. Of van dit aanbod ooit gebruik is gemaakt is mij niet bekend. 

Met het m.s. Kota Baroe van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd kwam Martje in 1947 naar Nederland.
Foto uit 1939. Foto: Coll. Jan G. Nierop, Maritiem Trefpunt Almere



Kota Baroe
Palembang, Sumatra begin 1947. Martje en haar
 vader S.M.I KNIL Douwe van der Wal.
Foto: Collectie M.E Vermeulen-van der Wal 
In hetzelfde jaar 1947 vertrok op 2 april een groot schip met evacués vanuit Tandjong Priok, Nederlands-Indië, naar Nederland. De naam van het schip ‘Kota Baroe’, dat ‘Nieuwe Stad’ betekent, maar dat wist ik toen nog niet.                              
Onder de honderden passagiers aan boord bevond zich een klein Indisch meisje van ruim zeven en een half jaar. Dit meisje, Martje Edith van der Wal, was door haar vader, Douwe van der Wal, sergeant-majoor instructeur KNIL, XIe Bataljon Infanterie Gadja Merah, later opgegaan in de Y-Brigade, op de boot naar Nederland gezet.   



Mouwinsignes Gadja Merah (Rode Olifant) geformeerd
in Thailand 1945, na de capitulatie van Japan,
later opgegaan in de Y-brigade.  Coll: Pim Faber, Ermelo
Oorspronkelijk was de bedoeling dat zij samen zouden reizen en dat Douwe met bestemming ’recuperatieverlof’ zijn dochtertje bij zijn ouders in Huizum, nu Leeuwarden, zou brengen. Dit speciale verlof was hem toegekend na een krijgsgevangenschap van ruim drie en een half jaar in Siam (Thailand). Hier had hij aan de beruchte Birma-Siam spoorlijn dwangarbeid moeten verrichten.


In de aanloop naar de eerste politionele actie werd zijn verlof echter ingetrokken. Martje ging, na een kort verblijf in een kindertehuis van het Rode Kruis in de wijk Tjideng in Batavia, als passagier no. 644 aan boord van de Kota Baroe op weg naar de voor haar onbekende opa en oma in Nederland. Op 28 april, na een reis van zesentwintig dagen, kwam de Kota Baroe in Rotterdam aan. Na ontscheping vertrok Martje met de bus naar Friesland waar zij liefdevol werd opgenomen in het gezin van haar pake en beppe. Kerstmis 1961 kruisten de levenspaden van Martje en mijzelf.





                
De toevalligheden in het leven
Een veertigtal jaren later kwam ik bij onderzoek naar mijn familiegeschiedenis in de Baarnsche Courant van dinsdag 22 april 1947 het volgende bericht tegen:

‘Kota Baroe, Tarakan en Celebes . Bovenstaande schepen worden 1 mei, 30 april en 3 mei te Rotterdam, Amsterdam en Amsterdam verwacht. Passagierslijsten ter inzage, Spoorstraat 2, dagelijks van 9 tot 12 uur.’

Bericht in de Baarnsche Courant van 22 april 1947Collectie Archief Baarnsche Courant
Dit kleine krantenberichtje gaf aan dat Martje en ik elkaar weliswaar op enige afstand en op papier al in 1947, slechts gescheiden door twee deuren en de marmeren gang van Spoorstraat 2, hadden kunnen ontmoeten!


Oost (Batavia-Kota Baroe),West (Baarn-Spoorstraat 2),de cirkel was rond!

Kerstpost 1948
In september 1948 ging ik naar de Hervormde Lagere School of zoals nog steeds te lezen staat boven de vroegere, sinds lang niet meer in gebruik zijnde hoofdingang aan de Spoorstraat, ‘School van de schoolvereen. der Herv.Gemeente’. Het hoofd van deze school was de heer P. (Piet) Poorter. Dat de keuze op deze school viel had te maken met de pragmatische instelling van mijn moeder ‘Kwaliteit van de school goed, mooi!. School op loopafstand, aan de overkant, des te beter!’  In de Spoorstraat bevond zich ook de mooie en rijk gevulde speelgoedwinkel van de familie Benning. Het paradijs was dichterbij dan ik dacht! In de eerste klas kreeg ik les van de allerliefste juf van de hele wereld, Atie van Harn. Van haar leerde ik lezen en schrijven twee zaken die tot op de dag van vandaag een grote rol spelen in mijn leven. Het leven verliep zoals je dat van een ‘eerste klasser’  kunt verwachten, leren, spelen, genieten en de wereld ontdekken. Het was ook de tijd dat veel Nederlandse jongens vrijwillig of dienstplichtig hun vaderland dienden als soldaat in het verre Indië. Met dit land voelden wij ons op school door onze spaaractiviteiten voor de Zending verbonden. Internet en e-mail hadden alleen nog kunnen bestaan in een boek van Jules Verne. Post was het alom verbindende communicatiemiddel. Juffrouw van Harn besloot om met de klas mee te doen aan een door het NIWIN, de Nederlandse Inspanning Welzijnsverzorging Indië, opgezette actie om Kerst- en Nieuwjaarsgroeten te sturen naar de soldaten in Indië. Ondanks het feit dat we de ontvangers van onze kaarten niet kenden hadden wij door de verhalen van onze Juf toch een gevoel dat onze kaartjes voor een lichtpuntje konden zorgen in de dagen voor Kerstmis.

Kaart gestuurd door soldaat van Bolveren 12 januari 1949.
Voor altijd opgeborgen in mijn doos met herinneringen.
Foto collectie Ed Vermeulen 
Doos met herinneringen
We kregen ook post terug. In mijn doos met herinneringen bevindt zich een prachtige fotokaart van een hanengevecht op Bali. De kaart is gedateerd 12 januari 1949 en als ik het goed lees vanuit Soebang op Java verstuurd. De tekst, geschreven door de mij onbekende soldaat luidt als volgt:

Beste Eddy
Hartelijk bedankt voor de kerst-en nieuwjaarsgroeten die ik van je ontving.
Ik was er zeer blij mee. Ik ben nu al twee jaar in Indië, maar dit heeft me zeer verrast, dat jullie op school ook nog aan ons denken.
         Eddy, de hartelijke groeten, ook aan voor je papa en mama
         Sold. 1 klas A van Bolveren 250718061, 2e H.P.V.A.

Vechthaan en zijn eigenaar. Houtsnijwerk in bezit van
Indiëveteraan (1947-50) J. de Leeuw, Hengelo.
Foto: collectie Ed Vermeulen 
Een twintigtal jaren geleden besloot ik een zoektocht naar soldaat van Bolveren te beginnen teneinde vast te stellen of mijn Kerstwens nog in zijn herinnering voortleefde. Na een lange speurtocht kwam ik in contact met een vroegere dienstmaat van soldaat van Bolveren. Hij vertelde mij dat de naam van zijn maat weliswaar vermeld stond op de lijst vanuit Nederland vertrokken personen, maar niet voorkwam op de lijst van thuisvaarders. Verdere navraag leerde mij dat soldaat van Bolveren niet in Indonesië was gestorven. Zijn naam wordt niet genoemd in het slachtofferregister van de oorlogsgravenstichting. Uiteindelijk kwam ik er achter dat hij na zijn diensttijd, waarschijnlijk met een van rijkswege verstrekte premie, direct vanuit Indonesië naar Australië of Nieuw Zeeland was geëmigreerd en al een aantal jaren geleden was overleden.
De doos met herinneringen bleef gesloten.                        
                                             
Hoe het verder ging
Martje en ik trouwden op een winterse dag in januari van het jaar 1964 en onze ooit kruisende levenspaden lopen nu al meer dan drieënvijftig jaren parallel. De trouwreceptie werd gehouden in het gerenommeerde restaurant Astoria in de Oranjestraat. Tijdens deze receptie werd ik op een bijzondere manier aan mijn schooljaren herinnerd. Onder de bezoekers van onze receptie bevonden zich namelijk de dames Dissel, van Garderen en van Harn. Een bijzonder moment, in kleur fotografisch vastgelegd!

Trouwreceptie 'Astoria', januari 1964. V.l.n.r de dames Dissel,
van Garderen en 'de liefste juf' Atie van Harn.
Foto: collectie Ed Vermeulen.

Dit verhaal is een bewerking van het in december 2006 in ’Baerne’, het mooie tijdschrift van de Historische Kring Baerne, geplaatste verhaal ’East is east’ en is de opmaat naar een uitgebreider onderzoek en verhaal over de geschiedenis van Spoorstraat 2. De lezer dient te beseffen dat met name mijn oorlogsherinneringen, weliswaar gebaseerd op feiten, gezien mijn uiterst jonge leeftijd van toen vermengd kunnen zijn met veel later verkregen inzichten.

Zomer en winter, Villa Spoorstraat 2. Meer dan 130 jaren oud en nog steeds een plaatje.
Foto: Ed Vermeulen

Hoe het ook zij het zal duidelijk zijn dat de Villa Spoorstraat 2 een onvergetelijke indruk op mij heeft gemaakt. Vandaar mijn advies: Volg de contouren van uw jeugd en heb oog voor de toevalligheden in het leven. 






Ed Vermeulen (1942)

8.5.14

Het Koningskind Prinses Marijke van Oranje




Aangifte geboorte van Prinses Maria Christina
bij burgemeester F.J. van Beeck Calkoen (rechts)
Een uniek boekwerkje en een exclusieve foto van de geboorte-aangifte van Prinses Maria Christina die op 18 februari 1947 geboren is als vierde dochter van Prinses Juliana en Prins Bernard. Ze ging naar de Nieuwe Baarnse schoolvereniging, maar kreeg thuis ook privélessen. Het middelbaar onderwijs volgt ze aan het Baarns Lyceum.

 





  
Er is een "REDE UITGESPROKEN", door P.fr. Gilbertus Lohuis O.F.M., bij de geboorte van Prinses Marijke van Oranje.
Deze REDE is uitgesproken in de kerk van h. Nicolaas te Baarn op 18 februari 1947. Hiervan is een boekwerkje uitgegeven door Actie "Het Offervuur" Kerkstraat 17 te Baarn en ziet er als volgt uit:


 





pagina 1

pagina 2 en 3
pagina 4 en 5
pagina 6 en 7
pagiana 8 en 9
pagina 10 en 11
pagina 12



Leen Bakker
Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://knipselsuitkranten.nl

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

a

3.5.14

Een bijna vergeten herinnering

In april 1980 schreef Daan Werner zijn herinneringen aan de evacuatie uit Baarn, vlak voor het begin van de Duitse inval in Nederland, op voor de 'Hornsveldkrabbels' , de familiekrant van de familie Hornsveld. Nu, bijna 35 jaar later, heeft Daan, inmiddels 94 jaar oud, ons toestemming gegeven deze herinneringen te delen met de volgers van Groenegraf.nl. Het artikel is dus geschreven in 1980 en onveranderd overgenomen.

Verhuizingen en herdenkingen zijn activiteiten die de laatste jaren hoog op de agenda hebben gestaan, zowel lokaal als mondiaal. Vooral de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding daarvan zijn van jaar op jaar aanleiding geweest voor blijde tot ingetogen manifestaties, het beklimmen van diverse podia en van velerlei schrijverijen. Alweer 40 jaar geleden... riepen de krantenkoppen; volgend jaar staan we voor de 50ste herdenking... riep een ander. De herbeleving van invasie, missing Arnhem of bevrijding heeft recent plaats gevonden of staat nog voor de deur. Echter heb ik nooit iets gehoord of gelezen hoe wij, Barinezen, in mei 1940 op stel en spring onze woningen moesten verlaten, omdat een horde onwijzen uit het Oosten onze grenzen overschreden. Met mei in het verschiet schrijf ik daarom hieronder een bijna vergeten herinnering uit die dagen, in het besef dat misschien slechts weinigen onder ons op die herinnering kunnen terugvallen.

Voor veel Baarnaars was de evacuatie op 10 en 11 mei 1940 een onvergetelijke ervaring. Toen namelijk moest nagenoeg de gehele bevolking worden verhuisd naar Laren, Blaricum en Huizen, drie bekende plaatsen in het Gooi en niet zover van Baarn gelegen. Voor de jongeren spannend en avontuurlijk maar voor hen die voor een gezin verantwoordelijk waren angstwekkend en zorgelijk. Want waar zouden we terecht komen? Hoe lang zou het gaan duren en wat zou er gebeuren met have en goed dat moest worden achtergelaten?

Baarn lag, met een verdedigingsstelling langs de Eem, in een kritiek en gevoelig gebied als ooit een vijandelijke inval werkelijkheid werd. Al maanden tevoren was bekend dat in zo'n situatie de bewoners hun woonplaats zouden moeten verlaten. Maar de opvangdorpen waren totaal niet voorbereid op zo'n grootschalige invasie.
Aanvankelijk had de legerleiding, in overleg met de burgerlijke overheden, besloten dat de Baarnse bevolking naar Leeuwarden moest worden overgeplaatst. Naast de deur!!! Alom commotie. De Baarnse forensen maakten heftig bezwaren tegen deze plannen en begonnen op de makers ervan druk uit te oefenen hun plannen te herzien. Want een groot aantal forensen vroegen zich af hoe zij vanuit het verre noorden hun zaken in Amsterdam zouden moeten behartigen. Interventie van de Baarnse burgemeester, Jhr. Mr. van Reenen, bracht de legerleiding tot inkeer en alsdan werd besloten Baarn in de drie Gooise dorpen onder te brengen. Opnieuw commotie, maar nu bij de bestuurders van Laren, Blaricum en Huizen, want hoe zouden ruim twaalfduizend evacués in die kleine dorpen moeten worden gehuisvest?

Eerst op 8 mei, twee dagen vóór de Duitse inval, werd tot deze planwijziging besloten en werd met alle betrokkenen overeengekomen, dat Laren 6500, Blaricum 3200 en Huizen 2300 personen zouden opnemen.
Reeds eerder waren wijk- en blokhoofden aangewezen die de evacuatie zouden moeten voorbereiden en uitvoeren. Een dilemma was dat de Gooise dorpen niet per trein bereikbaar waren. Heldere geesten hadden al ruim tevoren alle motorvoertuigen geregistreerd en een regeling getroffen voldoende benzine in voorraad te houden. Eveneens werden alle fietseigenaren genoteerd voor het geval dat. Goed dat we niet op het fietsje naar Leeuwarden hoefden.
Het ziekenvervoer veroorzaakte nog de meeste hoofdbrekers. De patiënten uit het Baarns Ziekenhuis konden worden overgebracht in het St. Elisabethgesticht in de Lage Vuursche; bedlegerige thuispatiënten kregen vervoer naar het Sint Jansziekenhuis te Laren. Dit transport gebeurde met autobussen die er provisorisch voor werden ingericht. De Rijksstraatweg nar Amsterdam moest worden vrijgehouden voor militair verkeer; zodat alle lokale transporten naar het Gooi over de Wakkerendijk via Eemnes binnen en Eemnes buiten naar Laren moesten plaats vinden; een hobbelweg vanjewelste, voor chauffeur en patiënten niet echt een uitje.

Niet alleen auto's en fietsen waren op deze dijkweg aangewezen, ook alle te evacueren koeien met hun drijvers moesten tussen dit snelverkeer hun weg vinden, richting Huizen, alwaar ze op de boot gingen met bestemming een Noord-Hollandse polder.
In het gastdorp aangekomen moesten de evacués zich op een afgesproken verzamelplaats bij het wijkhoofd melden en werden de gastadressen toegewezen, op deze eerste oorlogsdag konden vóór het invallen van de duisternis ruim drieduizend mensen in Blaricum een onderdak vinden.
Sommigen vonden tijdelijk verblijf in de hervormde kerk of in de jeugdherberg Zonnehoeve, maar iedereen vond onderdak. De volgende dag, 11 mei, vertrokken de overige Baarnse wijken naar Laren en Huizen. Talkrijke vrijwilligers, waaronder veel padvinders, begeleidden de mensen naar hun gastadressen, sjouwden met koffers, kortom verleende in ruime mate hand-en spandiensten. Hulpbehoevenden werden opgevangen in een kindersanatorium of in het kinderhuis Erica, waar verpleegkundig personeel zich beschikbaar stelden om de helpende hand te bieden. Ondanks de korte termijn van voorbereiding waren de meest nodige zaken tot tevredenheid geregeld.

Voor de bewoners van de opvangdorpen was het zo onverwacht herbergen van al die Baarnaars voorwaar geen pretje. Sommigen probeerden de verplichte inkwartiering te omzeilen, anderen daarentegen ontvingen de ontheemden gastvrij. Bij een aantal gezinnen klikte de contacten zo goed, dat deze tot ver na de evacuatie bleef bestaan middels wederzijdse bezoeken.
Toch zal iedereen zich opgelucht hebben gevoeld toen al na enkele dagen de eigen Baarnse woning weer kon worden opgezocht. Want inmiddels waren  zoals gebruikelijk in noodsituaties – de wildste geruchten rond gegaan over wat er allemaal in Baarn gaande was. Achteraf bleek dat er dus niks gaande was. Voor de terugkeer naar Baarn was helemaal niets geregeld, ieder moest zich maar zien te redden. De fietsers hadden hun fiets in no time  weer in het eigen schuurtje. Autobezitters hervatten vrijwillig hun vervoerstaak en degenen die niet wachten konden of wilden gingen te voet richting huis. Stel het je maar voor, met je koffertje over de Wakkerendijk. Achteraf bezien bleek de voor Baarn op het laatste moment gekozen oplossing toch niet zo slecht te zijn geweest.

Zelfs zijn mij die dagen nog helder voor de geest. Vader, moeder, mijn zus Henny en ik. Twee aan twee op het fietsje richting Laren. Een niet zo onbekende route want Laren met de uitspanning Het Bluk en het Sint Janshoogt waren bij ons nog wel eens korte uitjes. De lastdragers volgepakt met koffers, mandjes, pakken gebonden met touwen en riemen, rugzakken, enzovoort, nog te weinig om te bergen wat eigenlijk meegenomen had willen worden; de keuze was moeilijk. Wij vonden een geweldig logeeradres op het hoogste gedeelte van Blaricum, tegen de grens van Huizen, bij een deftig ouder echtpaar in een kast van een villa. Nou ja, je was van goeie komaf of niet en mijn vader was blokhoofd. Voor Henny en mij was het bijna een uitje al was er voor ons niet veel te beleven. Je ging in Blaricum en Laren op zoek naar vriendjes en familie, maar de tijd was te kort om ze te vinden. Ik herinner mij nog goed de kerkgang op zondag 12 mei, eerste pinksterdag, de kerk had geen plaats genoeg voor iedereen die de dienst wilde meemaken, zelfs de paden stonden vol. Ook weet ik nog de tekst die de kern van de preek vormde, namelijk “Bidt, dat uw vlucht niet in de winter valle...” (Matheus 24 vers 20). zover ik weet was daar voorheen noch thuis noch in de kerk ooit voor gebeden, maar tweede pinksterdag, 12 mei 1940, was wel een stralende voorjaarsdag. Om nooit te vergeten!!!


Daan Werner
Daniël Hendrik (Daan) Werner is geboren op 16 december 1919 in Baarn als zoon van Carel Gustaaf Werner (1890-1972) en Maria Hendrika Hornsveld (1891-1978).  Vader Carel was tuinman in het Cantonspark en werd later directeur van School- en Werktuinen. Vele (oudere) Baarnaars die tuintjes hadden bij School- en Werktuinen zullen zich de oude heer Werner nog wel herinneren. Moeder Maria Hendrika was een dochter van dahliakoning Hendrik Hornsveld, bekend van de bekende dahliakwekerij 'Burbankia' aan de Faas Eliaslaan. Daan zelf  begon als jonge knaap bij zijn grootvader Hendrik Hornsveld op de kwekerij. Later kwam ook hij als tuinman in het Cantonspark te werken. Uiteindelijk werd hij tuin- en landschapsarchitekt in Baarn en Utrecht. Zijn zusje Hendrika Cornelia Werner (1922-1943), waarover hij in dit artikel schrijft, mocht de oorlog niet overleven. Zij had suikerziekte en door gebrek aan medicijnen (insuline) in de oorlog overleed zij op 25 augustus 1943. Het gezin Werner woonde op de d' Aulnis de Bourouilllaan in Baarn. Daan woont tegenwoordig in Culemborg, maar is zijn geliefde Baarn niet vergeten. Regelmatig helpt hij ons aan oude herinneringen en oud beeldmateriaal over Baarn. Daar maken wij natuurlijk dankbaar gebruik van.

Het aanplakbiljet en de instrukties aan de burgerbevolking van Baarn m.b.t. de evacuaties mochten we ontvangen van dhr. F.J. Lammers, Baarn, waarvoor dank.

1.5.14

Kasteel Groeneveld en de Rijksbrandweer in 1943

Op wacht bij de ingang van Kasteel Groeneveld

In 1942 werd door de bezetter in Nederland de Rijksbrandweer opgericht. Deze als mobiele colonne voor 'bovenlokale brandweerhulp', zoals bijvoorbeeld bij bombardementen, bedoelde organisatie was gebaseerd op de 'Feuerschutzpolizeiregimenten' die al sinds 1940 in het grootduitse rijk opereerden voor de beveiliging van de eigen steden en industrie. In eerste instantie aangeduid als 'Rijksbrandweer', werd later de naam 'Staatsbrandweerpolitie' gebruikt.
De brandweer was onderverdeeld in de afdelingen 'Holland' en 'Brabant'. Om een goede spreiding te bereiken in Nederland, werden die afdelingen weer opgesplitst in compagnieën met als standplaatsen onder andere Den Haag, Deurne, Winterswijk en Baarn. Voor een korte tijd is er ook een compagnie in Weesp gevestigd. Waarschijnlijk een compagnie die vanuit Kasteel Groeneveld in Baarn naar het dichter bij Amsterdam gelegen Weesp was gestuurd voor het geval er iets in de hoofdstad zou gebeuren.


de 2e compagnie van de Rijksbrandweer


de oppasser
Hier ook weer controle toezicht van een duitse brandweer "oppasser"
V.l.n.r kapitein Pernot, de duitse oppasser. Luitenant Wetselaar. Commandant van een compagnie in Baarn.


samen met het schaap
allen in gelid voor inspectie

 


de blusvoertuigen voor de houten barakken






5 nederlandse brandweer oficieren.
in tuin kasteel Groeneveld.
3 onderluitenants, 1 luitenant,
 1 kapitein (Pernot)






 

 
 
 
  
 
 














 We weten inmiddels dat de colonne gevormd werd door de 2e compagnie van de Rijksbrandweer, die  sinds april 1943 gelegerd was in het kasteel Groeneveld in Baarn. De compagniescommandant was luitenant Wetselaar, wiens zoon de foto’s beschikbaar stelde. De voertuigen van de Rijksbrandweer waren en bleven eigendom van de Duitse Ordnungspolizei. Bij de oprichting van de Rijksbrandweer was vastgesteld dat het materieel in een soort huurkoop uit Duitsland werd verkregen. Vandaar ook het Duitse politie-embleem op de deur. 
 
Op zoek naar informatie

We zijn dus op zoek naar meer informatie over de hierboven geschreven periode. Wie kan ons meer vertellen? Wie heeft nog oude foto's, krantenartikelen of ander beeldmateriaal dat betrekking heeft op deze periode bij Kasteel Groeneveld.Wilt u ons ook informeren? Email: groenegraf.baarn@gmail.com.

Dank aan
Dank aan Theo Wetselaar voor de beelden.
 
Expositie Branden in Baarn

Vanaf 1 maart tot medio juni 2014 is er een expositie over de Branden van Baarn te zien, bij de Historische Kring Baerne, in de Hoofdstraat 1a te Baarn.

Openingstijden zijn van:
- woensdag 14.00 uur tot 16.00 uur,
- zaterdag van 11.00 uur tot 13.00 uur.
- de toegang is gratis

De expositie is samengesteld door de Historische Kring
en de oud korpsleden van Brandweer Baarn genaamd "Grijs Vuur".



Tijdens deze expositie zijn er de branden te zien van de afgelopen 180 jaar. ook zijn er diverse materialen en brandblusmiddelen te zien.

Natuurlijk is het boek over de Brandweer van Baarn "Waarom Redden" te koop voor een klein prijsje (€ 8,00).
Of bestel het boek via: www.grijsvuur.nl


 


Leen Bakker
Geplaatst door L.J.A.Bakker




Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter