9.4.18

We hebben hem weer rood gemaakt

door Eric van der Ent


Afgelopen 21 maart was het weer zover: we mochten weer naar de stembus om een nieuwe gemeenteraad te kiezen. “We hebben hem weer rood gemaakt”, zou mijn vader zeggen. Of hij daarmee bedoelde dat hij op een ‘rode’ partij stemde of dat hij gewoon het rondje met zijn potlood rood had gemaakt weet ik niet. Over politiek werd bij ons thuis weinig gesproken, hoewel de gang naar de stembus altijd trouw gemaakt werd. Stemmen is een voorrecht, geen verplichting. Mijn ouders waren zich daarvan bewust. Ze hebben het voor elkaar gekregen om dat ook op mij over te brengen. Stemmen doe ik trouw. Al was het maar om ‘enge’ politici van de macht af te houden.

Het resultaat van de laatste verkiezingen. Ik heb er alle vertrouwen in.

Tegenwoordig zijn we gewend aan grote landelijke en lokale politieke partijen die strijden om de macht. De trend is dat we bij gemeenteraadsverkiezingen steeds meer op lokale partijen stemmen. Nieuwe lokale partijen schieten als paddenstoelen uit de grond. Op zich is dat ook logisch. Gevoelsmatig zijn lokale partijen meer betrokken bij lokale issues, landelijke partijen moeten doen wat er voorgeschreven wordt door het landelijk bestuur van de partijen en het kan uiteraard zo zijn dat dat niet strookt met lokale belangen. Ik zeg niet dat dat waar is, maar ik denk dat die gedachte de opkomst van lokale partijen voor een groot deel verklaart.

De gemeenteraad in 1897: achter v.l.n.r.: mr. F. Pen, J.H. Mulder, H.J. Velaars, A. van Leersum,
H. Sweris, R.R.H. toe Laer, W. van Oosterom, G. van Merkestijn.
Voor v.l.n.r.: jhr. mr. L.D. Rutgers van Rozenburg, J.J. Goseling, jhr. L. van Beijma.
(Foto: collectie HKB).
jhr. mr. B.Ph. de Beaufort (1852-1898),
burgemeester van Baarn van 1885 tot 1897.
Was hij net zo toegankelijk als onze
huidige burgervader Röell?
(Foto gemaakt van schilderij uit coll. HKB)
De Historische Kring Baerne bezit een prachtige oude foto van de Baarnse gemeenteraad in 1897, zie hierboven. Dit moet één van de oudste foto’s van de Baarnse raad zijn, zo niet de oudste foto. Ik vraag me wel eens af wat voor figuren destijds in ons gemeentebestuur zaten. Het huidige gemeentebestuur kunnen we nu dagelijks ‘in het wild’ op straat of in de supermarkt tegenkomen. We vinden het ook normaal dat we hen op straat aanspreken en vragen stellen. Geloof maar niet dat het ten tijde van deze foto gewoon was om burgemeester, wethouders en raadsleden op straat vragen te stellen. Nee, je nam je hoed of pet af, zei gedag, en liep weer verder. Met een beetje geluk werd er nog ‘goedemorgen’ teruggezegd. Het gemeentebestuur stond duidelijk boven de bevolking. Hoe anders is het nu! Onze burgemeester Mark Röell is een prachtig voorbeeld. Dat is nu een burgemeester die midden in de samenleving staat. Hij kent zoveel mensen, vaak zelfs bij naam. Hij weet wat er in zijn gemeente speelt en is betrokken en geïnteresseerd. Ik vind dat bewonderenswaardig en helemaal niet vanzelfsprekend. Dat een burgemeester midden in zijn gemeente staat, in plaats van erboven, was een trend ingezet door burgemeester J.P.Miedema. Hij was vanaf 1976 onze burgervader. Ik geloof niet dat men burgemeester jhr. mr. B.Ph. de Beaufort, in de tijd dat deze foto gemaakt is, gewoon op straat kon aanspreken.

Pas in 1848 werd in Nederland de grondwet gewijzigd. De Tweede Kamer, Provinciale Staten en gemeenteraden werden vanaf toen rechtstreeks door de bevolking gekozen.  Tevens werd bepaald dat voortaan de gemeenteraad aan het hoofd van de gemeente stond en niet langer het college van burgemeester en wethouders. Dat was ook de tijd dat in Nederland de eerste politieke partijen ontstonden, hoewel die politieke partijen in de Baarnse gemeenteraad nog niet zichtbaar waren. Raadsleden die vóór 1850 in de raad zaten werden de jaren daarna vaak gewoon weer herkozen en zo veranderde er weinig in Baarn. Het waren vooral de rijkere boeren die de zetels in de raad bezette. Een paar jaar vóór de aanleg van de spoorlijn (1874) begon dat pas te veranderen. Langzaamaan traden er wat leden van adel toe en na 1874 kwamen geslaagde zakenlieden in beeld voor de gemeenteraad. Rijke Amsterdammers vestigden zich hier in Baarn en zij wilden uiteraard inspraak hebben in het reilen en zeilen in Baarn. In de tijd dat ‘onze’ foto van de gemeenteraad gemaakt werd, 1897 dus, was er een mooie mix van oude- en nieuwe machthebbers te zien. Laat ik de personen op de foto even kort voorstellen:

Franciscus Pen (1849-1909): Notaris te Baarn en kleinzoon van burgemeester Frans Pen naar wie de Burg. Penstraat vernoemd is. Hij zou zijn 25-jarig raadslidmaatschap net niet halen. Vlak voor de jubileumdatum overleed hij. Het feestje om het jubileum te vieren had toen al wel plaatsgevonden. Pen is ook wethouder te Baarn geweest.







Johannes Hendricus Mulder (1837-1925): Koopman / kolenhandelaar.
Toen Johannes Hendrikus 31 jaar oud was had hij in de kolenhandel genoeg verdiend om te rentenieren. De familie bleef tot zeker 1885 in Amsterdam (Haarlemmerstraat) wonen. Rond 1890 is hij verhuisd naar Baarn, Villa Julia, Kerkstraat 11. Na de dood van Derkje ging hij bij één van zijn dochters in Den Haag wonen alwaar hij overleed.






Hendrikus Josephus Velaars (1819-1899): Directeur Hotel Velaars aan de Brink in Baarn, later omgedoopt naar Hotel Central. Het hotel stond op de plek waar nu de Hema te vinden is. Velaars was duidelijk één van de geslaagde zakenmannen die toetrad tot de raad. Ook hij was antirevolutionair.







Arris van Leersum (1839-1927): Wagenmaker / rijtuigfabrikant. Van Leersum was net als Mulder en Velaars antirevolutionair. Hij was raadslid in Baarn van 1887 tot 1917. Zoon Willem van Leersum (1879-1955), bijgenaamd Witte van Leersum, zou later ook toetreden tot de raad voor de ARP.







Hendrik Sweris (1850-1916): bouwondernemer en vennoot Bouwmaatschappij ‘Nieuw Baarn’ te Amsterdam. Sweris was wat je tegenwoordig projectontwikkelaar zou noemen. Hij liet grote villa’s bouwen in het Wilhelminapark in Baarn die zeer in trek waren bij de rijke Amsterdammers. Hij liet ook de Wilhelminavijver aanleggen om ‘zijn’ villawijk nog aantrekkelijker te maken.




René Robert Herman toe Laer (1843-1906): Assuradeur. Toe Laer woonde lange tijd in Amerika. Hij was in 1897 één van de mede-oprichters van de Christelijke Historische Kiesvereniging in Baarn.








Willem van Oosterom (1835-1905): Logementhouder, koffiehuishouder te Lage Vuursche. Van Oosterom was meer dan 35 jaar lid van de Baarnse gemeenteraad. Onder zijn handen, en die van zijn talrijke kinderen is de eenvoudige herberg in enkele decennia uitgegroeid tot een restaurant en hotel van formaat. Van Oosterom is nog steeds een bekende naam in De Vuursche.





Gerardus van Merkestijn (1863-1949): Van Merkestijn ging op 1 januari 1929 met pensioen. Hij had toen 46 jaar de gemeente gediend, waarvan 33 jaar als gemeentesecretaris. Hij was een broer van Pieter Dirk van Merkestijn, meubelmaker en -handelaar aan de Bosstraat.






Jhr. Louis Daniël Rutgers van Rozenburg (1826-1898): Adel in de gemeenteraad. Rutgers van Rozenburg was bewoner van De Hooge Vuursche.









Joannes Jacobus Goseling (1819-1898): Timmerman en makelaar. Goseling was de laatste jaren wethouder te Baarn. Een jaar na het maken van deze foto zou hij overlijden.








Jhr. Lollius van Beijma (1840-1925): Nogmaals adel in de raad. Van Beijma was majoor der grenadiers en jagers en intendant van koning Willem III op paleis Soestdijk.









De HKB heeft ook nog een fraaie foto van (alle?) gemeenteambenaren die in datzelfde jaar op het gemeentehuis werkzaam waren.

Gemeenteambtenaren, ook in 1897 gefotografeerd.
V.l.n.r.: J.L.A. van Dijk, J.C.F.. baron d’ Aulnis de Bourouill,
P.H. Burggraaf, J.A. Sandberg en D. Burggraaf. (Foto coll. HKB).

Hierop staan afgebeeld:

Johannes Lodewijk Alexander van Dijk (1855-1905). Ambtenaar ter secretarie.

Jan Carel Ferdinand baron d’ Aulnis de Bourouill (1849-1923). Gemeentearchivaris.

Pieter Herber Burggraaf (1873-1938). 1e ambtenaar tresoor.

J.A. Sandberg. Ambtenaar tresoor.

Dirk Burggraaf (1845-1927) Gemeentesecretaris, vader van bovengenoemde P.H. Burggraaf. Over Dirk Burggraaf is op zich al een boek te schrijven. In 1898 werd de gemeentekas geplunderd. Burggraaf vermoedde dat een insluiper zijn sleutel van de kluis ontvreemd had en zo de kluis kon openen, maar al snel werd Burggraaf zelf verdacht. Het bewijs dat hij het geld zelf ontvreemd had kon echter niet geleverd worden. Vast stond dat de administratie een rommeltje was. Ruim f 16.000,- was zoek. Grove nalatigheid werd hem verweten en Burggraaf werd oneervol ontslagen. Later zou Burggraaf B&W nog verzoeken om het oneervol ontslag om te zetten in eervol ontslag, maar aan dat verzoek werd geen gehoor gegeven.

Baarn heeft na de laatste verkiezingen weer een nieuwe gemeenteraad, gevuld met personen die je gewoon op straat kunt aanspreken. En dat is goed zo!

De opening van de permanente expositie in het gemeentehuis door
de (ex)burgemeesters van Baarn.
Foto: Caspar Huurdeman
Nog een tip: op ons gemeentehuis is een permanente tentoonstelling met een overzicht van alle burgemeesters, wethouders, raadsleden, gemeentesecretarissen en griffiers die vanaf 1813 in functie zijn geweest te bewonderen. Deze gegevens zijn verzameld door Ton van den Oudenalder in samenwerking met de HKB. Gaat dat zien!








Voor dit verhaal is dankbaar gebruik gemaakt van informatie uit het artikel “De Baarnse Gemeenteraad tussen 1848 en 1885” van J.P.R. Pijpers gepubliceerd in Baerne juni 1997.


Eric van der Ent












Dit verhaal verscheen op maandag 9 april 2018 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com

7.4.18

Brandpunt-vlammetje dreigt te doven

door Johan Hut


Het Brandpunt was aanvankelijk vooral bedoeld voor jeugdactiviteiten.
De kunstwerken op de gevel zijn van kunstsmid B. Ebell.
De middelste is treffend, de schaakclub was ongeveer veertig jaar
 lang een goede huurder.
De Paaskerk aan de Oude Utrechtseweg wil gebouw Het Brandpunt verkopen. De kans bestaat dat het dan (deels) gesloopt wordt. Het gebouw is nog niet heel oud, namelijk 57 jaar, en functioneert prima. De kerk wil alleen zekerheid dat ze nog lange tijd de dominees kan blijven betalen en wil daarom enkele gebouwen te gelde maken. De Gereformeerde Kerk, zoals de Paaskerk oorspronkelijk heette, heeft een rijke geschiedenis aan gebouwen. Aan economisch gebruik daarvan werd vroeger, toen er nog ruimte in overvloed was, niet altijd aandacht besteed.




Gemiste kans
In 1879 bouwde de kerk, die toen nog in een gebouwtje aan de Leestraat huisde, voor de dominee een grote villa aan de Oude Utrechtseweg. De grond besloeg die van de huidige nummers 2 en 4 en liep naar achteren door tot aan de huizen van de De Wetstraat. Een jaar later werd op het aangrenzende perceel (nummer 6) begonnen met de kerkbouw. Dat perceel was even diep. Tussen de kerk en pastorie en de De Wetstraat was nog een flinke bostuin, de dominee woonde eigenlijk op een klein landgoed. Ook het perceel van het kerkgebouw was veel te groot voor het kerkje, dat veel kleiner was dan nu. Er was uiteraard geen parkeerterrein nodig en er was geen bijgebouw. De Oude Utrechtseweg lag aan het begin van de net ontgonnen villawijk en daar smeet men met ruimte.
De kerk had diverse jongelingsverenigingen, waarvan eentje de intrigerende naam ‘Spreuken 9:10a’ droeg. Deze had in 1898 een eigen verenigingsgebouw laten bouwen aan de De Wetstraat, later bekend van het Leger des Heils. Dit gebouw grensde aan het terrein van de kerk! Er rustte een hypotheek op van 2300 gulden, niet bij een bank maar bij een rijke Baarnaar. De jongemannen konden de rente betalen doordat ze het gebouw ook verhuurden. Toen de hypotheekverstrekker in 1907 overleed, eiste zijn weduwe het geld op. In die tijd konden de jongens zo’n bedrag natuurlijk onmogelijk bij elkaar krijgen en ze deden de kerkenraad twee suggesties. Ofwel de kerk betaalde de 2300 gulden aan de weduwe en nam de hypotheek over, ofwel de kerk kocht het gebouw van de jongelingsvereniging. Als je dan een deel van de bostuin zou kappen, zou de kerk opeens aan de achterkant een eigen zalencentrum hebben.
De kerkenraad voelde er niets voor en de jongens moesten hun eigendom verkopen. Een aannemer deed een bod van 3000 gulden, dat de jongens accepteerden onder het voorbehoud dat ze binnen twee etmalen nog op een hoger bod mochten ingaan. Dat bod kwam er, het Leger des Heils bood 3500 gulden. Het verhaal gaat dat de aannemer van de belangstelling van het Leger op de hoogte was en zelf in een paar dagen 500 gulden wilde verdienen. Omdat dat verhaal niet helemaal waar hoeft te zijn, en omdat de aannemer een van mijn voorouders was, zal ik zijn naam niet noemen.

Gebouw Irene werd in 1960 gesloopt om plaats te maken voor
 Het Brandpunt, dat meer naar achteren staat.

Veel duurder
Waarom dit uitgebreide verhaal? Omdat het een bizar vervolg kreeg. De jongelingsvereniging en diverse andere verenigingen hielden vanaf dat moment hun bijeenkomsten in de consistorie (achterzaaltje) van de kerk. Die ruimte was veel te klein, waarop de kerkenraad in 1912 besloot… om een zalencentrum naast de kerk te bouwen! Architect was een zoon van meester Onvlee en de aannemer een zekere P. van Ommen van de Tromplaan. De bouw kostte 11.000 gulden en het gebouw, dat de naam Irene kreeg, was beslist niet groter dan dat van het Leger des Heils dat de kerk vijf jaar eerder voor 3500 gulden had kunnen kopen. De kerkenraad had dus een enorme blunder gemaakt. De verenigingen moesten veelvuldig uitwijken en deden dat meestal naar het gebouw voor Christelijke Belangen, dat in de Leestraat tegen de Astroschool was aangebouwd.
(Voorbehoud: het bedrag van 11.000 gulden komt van mondelinge overlevering. Het verhaal kan iets overdreven zijn.)

De aankoop van de School met den Bijbel in de Laanstraat (1937) gebeurde ook omdat aan de
Oude Utrechtseweg het zalencentrum te klein was.

Het kerkgebouw was zelf ook te klein voor de zondagse diensten, zelfs na een grote uitbreiding in 1904, en in 1937 kocht de kerk de voormalige School met den Bijbel in de Laanstraat, op de plek waar nu apotheek Julius is gevestigd. Drie schoollokalen werden samengevoegd tot één kerkzaal. De kerkenraad was er niet eens direct van overtuigd dat het gebouw geschikt was voor kerkdiensten, maar wilde het sowieso kopen als zalencentrum, vanwege het te kleine Irene. De bovenzalen werden ook als zodanig gebruikt. Die verdieping kreeg de naam Elim, een oase waar in een Bijbelverhaal Mozes en zijn volgelingen verbleven na hun uittocht uit Egypte.

Enorme groei
De kerkelijke gemeente bleef groeien, het verenigingsleven ook en in de jaren vijftig ontstond een groots plan. De kerk in de Laanstraat verkopen, een grote nieuwe kerk bouwen aan de Eemweg, waar in 1953 een stuk grond was aangekocht, Irene slopen en een groter zalencentrum bouwen in de achtertuin. Men vond de zaaltjes van Irene en Elim uit de tijd en aan de Eemweg zou te weinig ruimte voor bijzalen zijn. Renovatie aan de Laanstraat schatte men op 80.000 gulden. De burgerlijke gemeente bood 95.000 gulden voor het gebouw en dat vond de kerkenraad een beter idee. In mei 1960 werd de laatste kerkdienst in de Laanstraat gehouden, in 1964/65 werd de Opstandingskerk aan de Eemweg gebouwd, in de jaren ertussen werden er aan de Oude Utrechtseweg twee diensten achter elkaar gehouden als oplossing van het ruimteprobleem.

Vanwege de plattegrond van het perceel kon Het Brandpunt niet anders dan een langwerpig gebouw worden.
Het werd ook sober en de kerkenraad vond dat prima.


In augustus 1960 werd Irene gesloopt en kort daarna werd het ontwerp van Het Brandpunt gepresenteerd. Het ontwerp van architectenbureau gebroeders Beekman oogde sober, wat de kerkenraad prima vond. Irene stond naast de kerk, voor Het Brandpunt werd de bostuin grotendeels gekapt. Zo werd eindelijk optimaal gebruikgemaakt van het grote perceel, het parkeerterrein werd hierdoor ook groter. De centrale hal was vanaf de weg te zien, links daarvan werden drie kleine zalen gebouwd, rechts een grote zaal met dezelfde grootte als de drie kleintjes samen. Boven op de hal werd ook nog een zaal gebouwd. Niet op de tekening te zien is dat onder de grote zaal een fietsenstalling werd gegraven, die later werd omgevormd tot een jeugdruimte. De ruimte voor de grote zaal werd afgepikt van de tuin van de domineeswoning. Die kon dat deel van de tuin best missen. De bouw werd uitgevoerd door aanneembedrijf Bos & Zonen.

Op een vergadering van kerkleden dit jaar sprak een onbekende
bezoeker uit Overijssel, die die zondag toevallig bij zijn
moeder in Baarn op bezoek was. Het bleek Jeroen Vermaas te zijn,
 die in 1960 op driejarige leeftijd de eerste steen
van Het Brandpunt had gelegd. Die gedenksteen is er overigens
niet meer en het is niet bekend waar die zich bevond.
Naamgeving
Op 29 oktober 1960 werd de eerste steen gelegd door Jeroen Vermaas, drie jaar oud, samen met dominee Zeyl. Het gebouw had toen nog geen naam, wat vreemd was. De Opstandingskerk, waarvoor in 1964 de eerste steen werd gelegd, had in 1960 al haar naam. Deze was gekozen uit een prijsvraag waarvoor 147 inzendingen waren binnengekomen met 95 verschillende namen. Bij de fondsenwerving is het natuurlijk prettiger om ‘Opstandingskerk’ te zeggen dan ‘ons eventuele toekomstige kerkgebouw aan de Eemweg’. Ook voor het nieuwe zalencentrum werd een prijsvraag uitgeschreven en gek genoeg kwam daar geen enkele inzending voor. Bij de opening van het gebouw mopperde een redacteur van het kerkblad dat die naam er heel snel moest komen, want nu al circuleerden er omschrijvingen als ‘jeugdcentrum’, ‘het nieuwe gebouw’, ‘het gebouw achter de kerk’ enzovoort. Voor je het weet gaat zo’n naam een eigen leven leiden, schreef hij boos. Op een kerkenraadsvergadering kwam ouderling Reindert Jansen met de naam Het Brandpunt. Opmerkelijk, omdat hij tijdens een gemeentevergadering diverse bezwaren tegen de bouw had ingediend. Maar toen het gebouw er toch stond, was hij niet te beroerd om een mooie suggestie te doen. De naam verwees onder andere naar de ‘brandende braamstuik’ (ook uit een Bijbelverhaal) die in de zegel van de kerk stond.
Over namen gesproken. Toen de Opstandingskerk in gebruik was genomen, werd de andere kerk nog gewoon ‘kerk aan de Oude Utrechtseweg’ genoemd. Er werd geen prijsvraag uitgeschreven, de kerkenraad besloot gewoon op advies van een van de dominees om het gebouw de naam Kruiskerk te geven. De opstanding volgt immers na het kruis. In 1995, toen de Opstandingskerk werd afgestoten, zeiden de dominees: nu hebben we alleen nog de Kruiskerk en die naam verwijst naar een dode Christus. Dat is niet de bedoeling. Om de opstanding toch te blijven gedenken, veranderde de naam in Paaskerk. Pasen is de combinatie van kruis en opstanding.

In 1996 werd het kerkgebouw door een tussenzaal verbonden met Het Brandpunt.

Verkoop
Tot in de jaren zestig groeide de kerkelijke gemeente, daarna liep die terug. In 1995 werd de Opstandingskerk afgestoten omdat de kerkgangers wel weer in één gebouw pasten. In 1996 werd de Kruiskerk gerenoveerd. Bij die gelegenheid werd het kerkgebouw verbonden met Het Brandpunt. De verbindingsruimte, die de naam ontmoetingsruimte draagt, kan ook als zaal verhuurd worden en wordt na kerkdiensten gebruikt voor koffiedrinken.
Die renovatie is 22 jaar geleden en nu wordt Het Brandpunt in de verkoop gezet. Het ledental loopt terug, mede door overlijdens, en de salarissen van de dominees moeten betaald blijven worden. Het Brandpunt levert inkomsten op, maar niet genoeg om een eventuele nieuwe renovatie te bekostigen. Het exploiteren van een zalencentrum wordt niet gezien als kerntaak van een kerk. Het is technisch gezien een ingewikkeld verhaal, omdat het kerkgebouw wel in eigendom blijft, maar ook bijzaaltjes moet hebben. Het zijn sinds 1996 geen twee losse gebouwen meer. Op de plaats van de oude pastorie (domineeswoning) staat een dubbele villa, waarvan de linkerhelft eigendom is van de kerk en ook te koop wordt gezet. Er woont geen dominee meer. Links van de kerk staat, wat naar achteren, de kosterswoning, waar inmiddels geen koster meer woont. Ook dat huis komt te koop.
De kerkenraad van de Paaskerk zal hier nog een hele kluif aan hebben, maar daar wordt met deskundigen aan gewerkt. Op deze site gaat het over de geschiedenis.






Johan Hut



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com

5.4.18

3. Verhalen over Oud Baarn “De Klaphekjes deel 2”

In ons vorige verhaal over de klaphekjes plaatsten wij een oude foto van de “klaphekjes" welke de overgang van de spoorlijn in het ravijn moesten beveiligen. Op genoemde foto zag men deze hekjes van dichtbij, zonder een overzicht van de situatie te verkrijgen. Verschillende lezers, vooral degenen die zich later In Baarn vestigden, vroegen ons om er ook niet een overzichtsfoto uit die tijd bestond. En jawel zie de onderstaande fraaie foto's van het spoorwegravijn met het station op de achtergrond vonden wij in ons archief.




En waar het hier voornamelijk om gaat; u ziet hier dan duidelijk één der overgangen, links is de overgang bij de Wittelaan en rechts thans de Prinses Marielaan. Tussen twee haakjes: de Wittelaan liep vroeger vanaf de Nassaulaan naar de SpoorwegIaan (thans Gerrit van der Veenlaan), over de spoorlijn verder (thans Prinses Irenelaan), passeerde de Gen. van Heutszlaan en liep dwars door het Baarnse bos tot aan de Kroningslaan.

Dat de overgangen overbodig werden toen in het jaar 1911 de voetbrug over het ravijn werd geopend is wel duidelijk. Er is op bovenstaande foto nog wel een en ander te zien. Allereerst valt het op hoeveel fraaier een blik in het ravijn was, toen de lelijke palen van de elektrische bovenleiding er nog niet stonden. Ook voor de jeugd was de voormalige stoomlocomotief veel leuker om deze onder de voetbrug te zien doorgaan. Of de machinist het erom deed weet ik niet, maar als hij de brug passeerde en daar jongens op zag staan, liet hij meestal een grote wolk stoom los.

Op ons plaatje ziet het station staan. Het stationsgebouw is nog niet veel veranderd, alleen 't perron is langer geworden en het tweede perron heeft een moderner overkapping gekregen. Ook de telefoonpalen langs de spoorlijn behoren tot het verleden. Maar nog steeds is het spoor ravijn een der aantrekkelijke attracties voor jong en oud in Baarn.


29.3.18

Eembrugge vier eeuwen geleden


Eembrugge
Eembrugge vier eeuwen geleden was zoveel groter dan Baarn, dat deze buurtschap 6 tegen Baarn (samen met de Vuursche nog wel) slechts 5 gravers voor de Eemverbeteringen moest leveren. Eembrugge werd op 21 oktober 1811 gelijk met de Vuursche bij Baarn gevoegd, het zelfde jaar waarop ook de beide Eemnessen (Buiten en Binnen) samengebracht werden. Indertijd heeft Eemnes-Binnen trouwens nog bij Eembrugge gehoord.

Kerspel
Zo'n kleine duizend jaar geleden was het in de Eemmonding veel drassiger dan nu achter ons sportpark nog te bespeuren is. In feite trof men slechts hier en daar drogere plekken met vastere grond aan, de melmen (zoals we hen nu zouden noemen). Het schijnt tot omstreeks 1100 geduurd te hebben vóór zich op dit land langs de Eem de eerste mensen vestigden. Logisch dat men ergens langs de rivier een plek vond, waar het oversteken de minste moeilijkheden opleverde en ziedaar de totstandkoming van... Eembrugge. Een punt dat daardoor tevens om strategische en economische rede van toenemend belang zou worden. Overigens, een brug is er niet vanaf het eerste ogenblik geweest en als naam werd dan ook gesproken van Ter Eem. Volgens gevonden gegevens uit 1254 moet het een kerspel geweest zijn, waarmee een dorp met een kerk, aangeduid wordt.

Eerste brug
Eembrugge lang geleden
In die tijd moet daar op de oostelijke oever (dus aan de overkant) ook al het Huis Ter Eem hebben gestaan. Wie de stichter van dit kasteel geweest is, schijnt niet vast te stellen te zijn. In een oorkonde van 21 november 1300 wordt echter - voor de eerste keer - over schepenen en buurmeesters van „Emebrucghe” gesproken en niet meer over Ter Eem. Dat zou derhalve moeten betekenen dat de eerste brug aldaar van vóór dat jaar dateert.

Grensincidenten
Ook in de huidige tijd komt de oriëntatie van Baarn en vooral Eemnes op Hilversum (en dus Noord-Hollands gebied) herhaaldelijk ter sprake. Tot grote ergernis van het Utrechts provinciaal bestuur overigens. Niets nieuws echter onder de zon, de geschiedenis herhaalt zich weer eens. Er schijnt al een document te bestaan, gedateerd 23 augustus 1331, waarin die „van Emebrucghe ende van Emenesse" de Bisschop van Urecht beloven geen woningen te zullen bouwen, of zich te vestigen aan de Hollandse zijde van de grens, die toen reeds met palen en sloten aangebracht bleek te zijn.

Natuurlijk was van groot belang wie Huis ter Eem bewoonde. Halverwege de 13e eeuw moet heer Jan van Woudenberg het Huis aan heer Gijsbrecht van Abcoude verkocht te hebben en dat zou op een switch naar Hollandse zijde duiden. Het kasteel beheerste de toegangspoort tot het Gelderse, maar (van zee uit) ook via de Eem naar het Stichtse. Daarom zag men in Utrecht liever, dat Huis Ter Eem in handen van de Bisschop of althans een loyaal slotheer was. Wat nog vóór 1300 voor tientallen jaren gelukt schijnt te zijn.

Stadsrechten
Het moet tussen 1336 en zijn sterfjaar 1341 geweest zijn, dat de toenmalige Bisschop van Utrecht Jan van Diest aan Eembrugge stadsrechten verleende. Ommuurd is de „stad" evenwel nooit geweest en evenmin ooit tot grote bloei gekomen. Integendeel, het bleef een van de kleinste Eemland-plaatsen. In deze graslanden was een grote dichtheid van de bevolking niet mogelijk en ook als verkeerskruispunt bleef Eembrugge onder de maat.

„Toch waren de Eembruggers bisschop van Diest vaar die stadsrechten kennelijk erg dankbaar. Want omstreeks 1340 boden zij hem aan een nieuwe brugverbinding te verzorgen". „Er zullen heus wel meer redenen voor dankbaarheid aanleiding hebben gegeven, want ook de andere Eemlandgemeenten waren bereid daaraan mee te werken".

Al bestond Huize Peking toen nog niet, heffingen werden reeds geheven. Zowel van akkeroogst als van jongvee moest wat (ruwweg meestal zo'n tien procent) aan de kerkstichter of degene, die zijn rechten verworven had, worden afgestaan. Daarin zal echter geen verandering gekomen zijn.

"Het schijnt niet mogelijk na te gaan of er van bewezen diensten of vrijheden sprake was. Wel is er nog een gunstig scheidsgerecht uit 1339, waarbij de Eemnesser pacht kregen toegewezen van grond, die „over de grens" in Gooiland gebruikt werd".

Tolgeld
Hoe het, ook zij, in het Groot Utrechts Placaatboek (deel II, pagina 357) is nog terug te vinden, dat er omstreeks 1340 een nieuwe Eembrug gebouwd werd. De onderhoudskosten kwamen ten laste van de aan- en omwonenden. Bisschop Jan van Arkel, die zijn voorganger van Diest, opvolgde, stond in 1360 toe dat ter bestrijding van die lasten tol geheven mocht worden. Gelijktijdig werd dit „Octrooi" verleend voor een tol te Soestdijk.

De bisschop zelf had het tarief voor de Eembrug vastgesteld: voor een wagen, betaalden men 4 penningen, voor een kar 2, voor een rund, ongezadeld paard, varken of schaap 1 penning. Met die toevoeging, dat het verschuldigde nooit hoger mocht oplopen dan 4 penningen per koppel.

Vrijdom van dit bruggeld kregen de burgers van de drie belangrijkste Stichtse steden: Utrecht, Amersfoort en Rhenen. Terwijl de inwonende van de vier Eemlandgemeenten Eembrugge, Baarn, Bunschoten en Eemnes evenmin tol behoefden te betalen. Maar wel voor het onderhoud van de brug moesten zorgen.

„Toen al een goede reden om een commissie uit deze vier gemeenten te benoemen. Een college dat echter maar eenmaal per jaar bijeenkwam (Sint Jansdag) om verantwoording af te leggen, een brugmeester te kiezen en de inning van het bruggeld te verpachten".

Bron: Baarnsche Courant uit 1979

Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter