17.7.18

Herinneringen van Hans (31): Onze zomertripjes deel 1 - Oud Valkeveen


door Hans Smeekes

Als ik nu, in de zomer, de geuren opsnuif van lavendel, jasmijn en andere bloemen in onze prachtige tuin, dan denk ik onwillekeurig ook vaak aan mijn kinderjaren in Baarn. En snuif ik in gedachten de geuren op van de bossen aan de ene kant van Baarn en de geur van kroos en riet aan bijvoorbeeld de Eem aan de andere kant. 
En niet te vergeten de prachtige tuin die mijn moeder altijd onder haar aandachtige en liefdevolle hoede had.
Een liefhebberij die ik nu op mijn oude dag ook ontdekt heb, hier in het Limburgse Moorveld.
Maar daar gaat dit verhaal niet over. Dit verhaal gaat erover dat mijn ouders er ook van hielden om erop uit te trekken, zeker als het mooi warm weer was.


Zondags hadden we al onze traditionele wandelingen, vaak naar het paleis door het Baarnse Bos, maar als de zomervakantie was aangebroken en mijn vader had twee weken vakantie dan trokken we er op de fiets op uit.
En gingen we dus wat verder. 

Nog voor ik zelf kon fietsen zat ik bij mijn vader voor op het zitje dat aan het stuur was bevestigd. 

Vaste prik was als het prachtig zomers weer was, om naar het strandje te gaan bij de uitspanning Oud Valkeveen bij Oud Naarden. 






Oud Valkeveen en Oud Naarden, dat zijn twee namen die vast in mijn geheugen zijn gebeiteld. 
Dat herinner ik me daarom ook zo goed omdat het altijd elk jaar weer opnieuw zoeken was voor mijn ouders.





We hadden de in die tijd bekende Nivea toeristenkaart in huis, maar die was niet genoeg gedetailleerd.






En op een kaart uit de King atlas (ik was overigens toen al een behoorlijke kaartenfreak) staan wel heel wat fietspaadjes afgebeeld, maar ze vormen één grote wirwar. 

Ik kan zelfs nu wel begrijpen als ik op de kaart kijk, dat de weg naar Oud Valkeveen moeilijk te vinden was.



Met name ergens op de hei bij Laren of Blaricum, was het elk jaar een discussie tussen mijn ouders welke kant we op moesten. Daarvoor werden de klassieke ANWB paddestoelen geraadpleegd, maar die waren kennelijk niet altijd even duidelijk. Toen ik groot genoeg was, heb ik me ingeprent om het zelf goed te onthouden. En ja hoor, het jaar daarop, kon ik mijn ouders adviseren. 



Gelukkig luisterden ze naar mij. En was ik des te gelukkiger als ik tussen het geboomte door een glimp van het zonnige strandje kon ontwaren.

Tot mijn vijfde woonden we aan de Zandvoortweg en ik herinner me de tocht vanaf de Zandvoortweg nog goed. Het is leuk om een aantal punten in de aandacht te brengen. Vooral omdat er veel niet meer is. Het aanzien van de Zandvoortweg is totaal veranderd. Ik heb een aantal tekeningen van toen gemaakt, die eigenlijk bedoeld zijn om ooit te publiceren in het boek dat we willen uitbrengen. Maar hier dus een voorproefje, wat mooi past in het verhaal. 

Allereerst passeerden we dan rechts van ons de boerderijen van Schimmel en Van der Wardt.



Dan aan onze linkerhand het fraaie witte huisje met de rood witte luiken van Hooijer (rechts op de tekening). 



Ongeveer tegenover Hooijer was ergens het paadje naar het voetbalveld. 
In de flauwe bocht eerst naar rechts en dan naar links waren er dan rechts een aantal boerderijen te ontwaren en de statige Villa Rusthoek.



De boerderijen waren die van (in volgorde van passeren): Staal (met de kenmerkende leeuwen, die als het ware het erf bewaakten), Zonneveld, Schothorst en Beukeboom.



Links een open grasveld. Vaak met paardjes als ik me goed herinner. 



Het was een driehoek, die nog bestaat, met aan de verste zijde, aan de Eemnesserweg, de bekende Villa Benthuys.



Vlak bij het punt waar de Eemnesserweg overgaat in de Van Heemstralaan en samenkomt met de Zandvoortweg (de Kennedylaan bestond nog niet), stond er een huisje met rood witte luiken een beetje naar voren op de weg.
Heel kenmerkend en ik weet het nog goed.



Ik heb het nog eens nagekeken en het is er nog, alleen in die tijd was het veel opener. 

De Van Heemstralaan had in die tijd een heel ander aanzien dan nu, hoewel de huizen er nog precies zo staan. Inclusief de kruidenierszaak met luifel vooraan links op de tekening. Alleen is dat pand nu een gewoon woonhuis.

Zoals het er toen uitzag zit heel erg in mijn geheugen gegrift. 
Vooral de ‘macadam’ herinner ik me erg goed. Een weg van beton platen. In die tijd niet ongebruikelijk. Ik kan me het geluid ervan ook nog steeds terughalen in mijn geest. Het 'kedeng kedeng'  als de auto's erover heen gingen.
Het beeld en het geluid is vaak in mijn dromen teruggekomen. Misschien omdat het te maken had met naar buiten gaan, buiten je zelf treden, op reis gaan, verre reizen maken. En voor mij was dat in die tijd een verre reis. Want laten we wel wezen, het was toch wel mooi bijna 20 km, niet niks voor mijn ouders, in die tijd, met die stevige fietsen, met eerst twee jongetjes, vervolgens drie en toen vier (maar toen woonden we inmiddels in de Lepelaarstraat).
En dan ook nog in de warmte. Want we gingen naar het strand als het mooi warm weer was natuurlijk.
Mijn vader had dan meestal een keurig wit overhemd met opgestroopte mouwen aan en mijn moeder in een vlot eigentijds vijftiger jaren streepjes jurkje, dat ze ook nog zelf gemaakt had.

Ergens daar bij de Van Heemstralaan begon of mijn vader of mijn moeder zich af te vragen of ze het gas wel hadden uitgezet. Het is echt voorgekomen dat we zijn teruggereden om dat te controleren, met als resultaat uiteraard de constatering dat het was gebeurd. Een beetje van die neurose heb ik overgedragen gekregen, want ik wil ook nog wel eens bij vertrek en zeker bij een langdurige verre reis alles nog wel enige malen controleren.



Als we dan aan de Amsterdamsestraatweg arriveerden bij Hotel Groeneveld en vervolgens links in de verte Kasteel Groeneveld aan het eind van de bekende oprijlaan ontwaarden en het benzinestation van Esso passeerden, waren we echt weg. 

Rechts was er de weg naar Eemnes, de Wakkerendijk. Maar die ‘deden’ we op andere fietstochten.

De omgeving van de Witte Bergen kenden we goed, want we wilden daar nog wel eens neerstrijken op een zondagmiddag. 


Ook wij ‘deden’ aan bermtoerisme. 




Dan nestelden we ons in de berm of iets verder in het zand. Later hadden we zelfs een tentje bij ons. 



Dan gingen we er ballen en hadden we van alles bij ons om te eten en te drinken. Een bekend drankje in die tijd was Exota. 

Een drank met prik. Tamelijk nieuw voor die tijd. 
De drank bevond zich in flessen met beugelsluiting en kwam in 1971 groot in het nieuws doordat ombudsman Van Dam de aandacht vestigde op het vermeend ontploffingsgevaar van de flessen.
Wij hadden de flessen gewoon in de fietstassen zitten en zelfs na enig gehobbel met de fiets, hebben we nooit wat van het gevaar gemerkt en maar goed ook dat we dat toen niet wisten.

Vlakbij het Hotel ‘De Witte Bergen’ was er het fruitrestaurant Tomatuva met een groot terras. Maar daar hebben we nooit op gezeten. Dat zat niet in het budget.

Wel herinner ik me een glimp van de kassen en het grote bord aan de Rijksweg. Ik had het er onlangs met mijn broer Henk over en hij is er wel geweest. Dat was eind zestiger jaren, toen er nog wel eens een bandje optrad.
Niet lang daarna was het gedaan met Tomatuva, dit vanwege de moeilijke bereikbaarheid als gevolg van de overgang naar een vierbaansweg.

Een bekende ‘bezigheid’ bij de Witte Bergen was het opschrijven van kentekennummers van de auto’s. 
Wij waren daar echter niet zo fanatiek in, zagen er ook het nut niet van in, maar onze neef uit Hilversum, had een heel schrift vol. Leuker was eigenlijk om van heel ver automerken te herkennen. 
In die tijd zagen auto’s er per merk heel verschillend uit. Niet zoals nu waarbij het allemaal van die grijze blikken dozen zijn en je een automerk alleen kan herkennen aan het embleem of logo op de motorkap, als het er al op zit. 


Een Peugeot, een Citroën, een Opel, je zag hem destijds al van ver aankomen. 
Thuis hadden we het bekende auto kwartetspel van Jumbo, dus we waren er tamelijk goed in. 

Maar afijn, daar ga ik niet over door omdat dit verhaal gaat over de trip naar Oud Valkeveen en als je bij de Witte Bergen bent, ben je er nog lang niet.

Schuin achter Hotel De Witte Bergen was er het grote heigebied richting Hilversum. 




De toren van de St. Vituskerk aan de horizon leek ons dan wel vriendelijk toe te knikken.
Mijn opa en oma, de ouders van mijn moeder, woonden op de Larenseweg en ik herinner me dat we met hen wel eens op de hei hebben rondgetrampeld. Mijn opa, die een fanatiek wandelaar was, presteerde het zelfs om ons te voet in Baarn te komen opzoeken.



We zijn met hem ook wel eens naar het St. Janskerkhof geweest.

topografische kaart omgeving St. Janskerkhof en de hei
 Die bevindt zich aan aan de Hilversumseweg in Laren, in feite in het verlengde van de Larenseweg.


Een bijzondere plek, die een belangrijke rol speelt in de St. Jansprocessie, die elk jaar op 24 juni ter ere van St. Johannes de Doper door Laren trekt.  De processie vertrok (en vertrekt nog steeds) vanaf de basiliek met als eindpunt de kapel bij het kerkhof, dat aan de andere kant van de Rijksweg lag (de kant van Hilversum).


de basiliek van Laren
Omdat wij katholiek waren, was dat voor ons natuurlijk een belangrijke gebeurtenis en we zijn er vaak gaan kijken. 




Ik vond het heel bijzonder en hoor nog de kerkelijke gezangen, het opzeggen van de weesgegroetjes, door de nonnen en de gelovigen in de stoet. 




En overal langs de route was er versiering in geel en wit. Veel vlaggen en poorten die speciaal voor die gelegenheid waren gemaakt. 


Een fenomeen dat ik op Bali heb teruggevonden. Daar gebruikt men ook met name de kleuren geel en wit als versiering in de tempels als er iets bijzonders te vieren valt en daar zijn zelfs continu processies, waarbij men de heilige attributen van de tempel onder een baldakijn door een stadje of dorpje voert, eigenlijk net zoals in Laren. Ik heb er wel iets mee.

Terugkomend op de tocht naar Oud Valkeveen moet ik bekennen dat ik het voor de rest niet meer heel goed weet. Er zijn slechts flarden. Flarden van huisjes met rieten daken, hei en bos en de ANWB padddenstoelen. 



Heel landelijk wel. En het is goed te begrijpen dat er diverse kunstschilders in de loop van de jaren in Laren zijn neergestreken. Met als logisch gevolg zo waar een museum. In mijn puberteit had ik wel wat belangstelling voor kunst en ben ik wel een paar keer in het Singer museum geweest.

De kiosk aan de Rijksweg bij het kruispunt met de weg van Laren naar Hilversum kan ik me wel redelijk goed herinneren. 



We hebben er wel eens een ijsje verorberd. Maar of we er langs reden op de route naar Oude Valkeveen weet ik niet. Het kan ook zijn dat we binnendoor zijn gereden via de Brink met de Basiliek. In elk geval passeerden we daarna wel ergens wat rustieke huisjes in Blaricum. 




En dan kwam denk ik het grote probleem op de vlakte in de buurt van de Tafelberg. 

topografische kaart









Daar was, zoals ik in het begin van dit verhaal al vertelde, enige verwarring bij mijn ouders. 



De vlakte met hei ging over in wat bebossing en dan wisten we dat we er waren. 




Nog even een bruggetje over en daar kon je naast de speeltuin met de vrolijke kindergeluiden tussen de bomen door het felle licht van het strandje ontwaren. 






En dan waren we heel blij. En kon Hansje en zijn broertjes gaan scheppen in het zand en in het water.









Ik heb het nog eens opgezocht en tot mijn grote verrassing blijkt de uitspanning en strand, wel met aanpassingen van deze tijd, er nog steeds te zijn en druk te worden bezocht. 

Eigenlijk was het de bedoeling een verhaal te schrijven over al de tripjes die we maakten, maar ben dus niet verder gekomen dan deze ene.



In de volgende aflevering zal ik vertellen van de andere tripjes die we in de zomervakantie plachten te maken. 
Hansje met zijn vader
Want daar waren onze ouders goed in: steeds er op uit gaan, binnen de beperkte mogelijkheden van die tijd. Ik ben ze er nog steeds dankbaar voor.


Hans Smeekes














Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

12.7.18

Midden in de bossen zonder een brandspuit


Lage Vuursche in 1954 met armen over elkaar. Zij zitten midden in de bossen zonder een brandspuit. De anderhalve eeuw oude handspuit is zelfs weggehaald.

 Als er in de Baarnse buurtschap Lage Vuursche ooit een ernstige brand uitbreekt, dan zou een ramp niet ondenkbaar zijn. Want Lage Vuursche heeft wel een brandweerkorps, maar geen blusmateriaal. Wanneer er brand is, moet de Baarnse brandweer gealarmeerd worden en voordat deze is gearriveerd en water kan geven, zullen er in het aller gunstigste geval niet minder dan 20 minuten verloren zijn gegaan. Kostbare en misschien fatale minuten bij een begin van een brand.
Als het blusmateriaal er eenmaal is, dàn zal er niet veel water zijn om de vlammen te doven. Want de waterleiding heeft weinig druk, terwijl van de twee brandputten, die Lage Vuursche telt, er één onbruikbaar is.   

Deze toestand is niet van vandaag of gisteren, maar bestaat al veel langer. Tot enige weken geleden was het kasteeldorp nog enigermate beschermd. Toen had het nog een brandspuit, al was die dan omtrent 150 jaar oud. Een gemeentelijke vrachtauto heeft het antieke geval weggehaald en in Baarn neergezet, ter beschikking van de Oudheidkamer. Voor het laatst heeft men in Lage Vuursche deze spuit gebruikt in de oorlog, toen men er een brandje in hotel Van Oostrum mee heeft geblust. Dat was een prestatie op zichzelf, want deze spuit was een handspuit, een originele Jan van der Heyden. Acht mannen waren nodig om de pompzwengels te bedienen, een karwei zo zwaar, dat men na enige minuten moest worden afgelost. Na die brand stond de Jan van der Heyden op stal, in het brandweerhuisje in Lage Vuursche. "Haal dat ding maar weg, daaraan hebben we ook niets” heeft het brandweerkorps gezegd. Zo is geschied.  

Zo rukken wij bij brand uit, demon­streert de zoon (Geurt) van de brandweer bevelvoerder Vervat.
 
“Wat doet u als er brand uitbreekt" heb­ten we de bevelvoerder van het tien man sterke brandweerkorps, de heer C. Vervat, gevraagd. ,,Baarn alarmeren” En die stuurt een motorspuit. Maar dat duurt tien minuten voordat die hier kan zijn' zei hij. En het klonk 'n beetje somber uit de mond van een brandweerman, die een kops heeft dat vorig jaar met zeer goed gevolg instructielessen kreeg. Na vier maanden oefenen deed dit korps mee aan een brandweerwedstrijd in Leusden en behaalde de eerste prijs.

Teer punt 
Waarmee deze brandweermannen be­wezen, dat zij met goed materiaal kunnen omgaan, want deze prijs behaalden zij met een van de Baarnse motorspui­ten. Hiermede zijn we meteen aangeland aan een teer punt. De Baarnse brand­weer gaf les aan de mannen van Lage Vuursche, die oefenen mochten met Baarns materiaal. Maar Baarn is nog niet zover gekomen om tegemoet te ko­men aan de praktische wens van die van Lage Vuursche, nl. een van de twee motorspuiten in Lage Vuursche te stationeren. Daarmee zouden de honderd huizen in deze buurtschap naar behoren be­schermd zijn terwijl bij een fikse brandde tweede Baarnse spuit altijd nog kan assisteren. Zoals omgekeerd de spuit van Lage Vuursche naar Baarn kan gaan.
Een simpele oplossing, die tot dusver bij het Baarnse gemeentebestuur geen genade kon vinden. Lage Vuursche telt vele oude, zeer brandbare woningen. De goed geoefende brandweermannen heb­ben slechts een tweewielig karretje tot hun beschikking, waarop een paar kop­pelingen en verdeelstukken van brand­slang en liggen en een rolslang. Meer brandblusmateriaal is er in Lage Vuur­sche niet te vinden.

Alles of niets, zeiden die van de Vuur­sche en zij stuurden de oude brandspuit naar de Oudheidkamer. Zou men in Baarn toch niet te vermurmen zijn, of moet er eerst een brand uitbreken?

Noot:
In 1955 kreeg Lage Vuursche de beschikking over de AA-Ford brandweerwagen van Baarn.
 


Een originele Jan van der Heijden­handspuit was tot 1955 de brandbeveiliging van Lage Vuursche. Honderdvijftig jaar oud.


BRANDWEER BAARN IS OP ZOEK NAAR NIEUWE COLLEGA'S, BEL VOOR INFO NAAR DHR. J. MORAAL VIA TEL. NO: 088 878 1000


Het boek over de Brandweer van Baarn "Waarom Redden" is te koop voor een klein prijsje (€ 8,00). Kijk in onze webwinkel
Het Boek "Waarom Redden"









Geplaatst door L.J.A.Bakker oud korpslid van Brandweer Baarn
http://www.grijsvuur.nl


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter



 

 

 

 

 

9.7.18

Gelukkig in de Laanstraat

door Ed Vermeulen


Historische plek in de Laanstraat  (Foto: Groenegraf.nl)
De inspiratie voor dit verhaaltje deed ik op bij het lezen van het gelijknamige gedicht geschreven door Baarnaar Albert Weijman, opgenomen in zijn in februari 2018 door uitgeverij Prominent uitgegeven dichtbundel: ’Zie! waarom mensen dichten’. Dit gedicht, een kleinood vol hedendaagse nostalgie, raakte een snaar…ook ik was immers ooit gelukkig in de Laanstraat of zoals de dichter de redelijk bomenloze alléé noemt: ’Onze Baarnsche straat van Laan’.

Albert Weijman: ’Zie! waarom mensen dichten’
(foto: www.albertweijman.nl)


Gelukkig in de Laanstraat

De Laanstraat is een oude winkelstraat, 
met boekenzaken en een fotograaf
Met winkels waar mensen koffie, 
kaas en brood kopen.
Mijn dag begint pas goed bij Boot, 
met espresso en een fijn sigaartje.
Werkende ouders zie ik rennen
Oude mensen zie ik rustig lopen.
Bij Kuiper ga ik een broodje kopen, 
om daarna weer aan het werk te gaan.
Zomaar voel ik mij gelukkig worden, 
in onze Baarnsche straat van Laan

Tot zover het mooie,  mij uit het hart gegrepen, gedichtje van dichter Weijman. Voor menig buitenstaander is de naam Laanstraat overigens een bron van verwarring. Nog onlangs werd er op NPO2 een item aan gewijd: is het nu een Laan of een Straat en hoe zit dat dan precies. Wij, Barinezen,  Baarnaars en overige inwoners van Baarn, weten wel beter: de straat is genoemd naar Mr. J.C.G.C Laan, burgemeester van Baarn in de jaren 1858-1867.


Mr. J.C.G.C. Laan
(burgemeester van Baarn 1858-1867)
Nog even en we hebben ook een Laanplein. Als hoogmoed maar niet ten val komt. We wachten af!
Laanstraat…unieke naamgeving: alleen een kleine, door mij niet bij name genoemde, gemeente in het oosten des lands kan er op bogen in het bezit te zijn van een Straatlaan. Een laan vernoemd naar de uitvinder van de automatische wasknijper: Prof. Dr. Ir. P.(Pinocchio) Straat (dit geheel terzijde en misschien ook wel nep- of zoals het tegenwoordig heet fakenews).
Kort en goed: van februari 1950 tot januari 1964 woonden mijn moeder en ik in de Laanstraat. Op nummer 66A, boven de groente en fruithandel van Robberse tevens onze huisbaas. Nu is hier al geruime tijd Principe herenmode gevestigd.


Herenmodezaak Principe, Laanstraat 66 (Coll. Historische Kring Baerne) 
Om onze toenmalige woonkamer te bezoeken hoef ik geen moeilijke fratsen uit te halen of afspraken te maken met de huidige  eigenaar. Gewoon naar Principe, de trap op, en ik sta in wat ooit onze huiskamer was. Terwijl mijn moeder met veel inspanning, als confectienaaister, een uiterst bescheiden inkomen bij elkaar toverde, speelde ik hier, maakte mijn ruim aanwezige huiswerk, las er mijn boeken, lag ’s winters ziek te zijn in een provisorisch bedje voor het raam en daverde de steile trap af mocht er in de Laanstraat iets opwindends te gebeuren staan. Dat ik er later ook mijn  verkeringen ontving is onderdeel van dierbare herinneringen. Het was dan ook vanzelfsprekend dat in januari 1964, ons trouwjaar, wij (mijn verloofde en ik) vanaf dit adres ons naar Laanstraat 1 begeven hebben. Per luxe automobiel van Taxi Kooij, bestuurd door de onvergetelijke en altijd goedlachse Wim Kuijer.

Laanstraat 1: dinsdag marktdag, veel bekijks!  (Foto Zandvoort)

Ons nieuwe adres: De Ruyterlaan 4. Oud geluk werd ingeruild voor nieuw! Wat ik achterliet waren de herinneringen, waarvan ik u nu deelgenoot ga maken.

Groenten en fruithandel Robberse. Wij woonden recht boven de winkel. Voor groenten en fruit hoefden we dus niet ver. De schuur, waar ik mijn fiets moest stallen, was achter het huis in de tuin van Robberse.

Goed gesprek h.h. Koops, Kleisen en Robberse voor No.66  (Coll. Historische Kring Baerne)

In deze schuur ons kolenhok, met een zekere regelmaat bijgevuld met antraciet, eierkolen en briketten door onze trouwe kolenhandelaar Rademaker uit de Penstraat. In de tuin, die grensde aan de percelen waar nu het grote parkeerterrein is, had ik een moestuintje, met veel, zeg maar gerust heel veel radijs en goudsbloemen. Ook mijn konijn, Zwartneus, vond hier zijn woonplek in een aan de schutting, waarachter zich de tuinen bevonden die zich uitstrekten tot aan de Eemnesserweg, hangend uiterst gerieflijk hok. Dit hok werd in de ijskoude winters van toen naar de schuur verplaatst.
Appels en Peren…het ooft!
Het stro voor zijn hok haalde ik op de fiets, juten zak mee, bij boer Doornenbal in de Schoolstraat. Soms gebruikte ik stro uit de bananenkisten van Robberse, maar dat was van duidelijk mindere kwaliteit, hard en stug. In diezelfde tuin liep ook een grote en redelijk agressieve haan rond die elke keer als ik opdook in de aanval ging. Robberse wist wel raad met dit opgewonden dier, een welgemikte tik met een voorhanden zijnde stok en de haan liet mij met rust. Dikke vrienden zijn de haan en ik nooit geworden. Wanneer in het najaar de nieuwe oogst appels en peren binnen was (hijzelf sprak van ’ooft’) ging Robberse met een grote mand met opgepoetste exemplaren aan de fiets deze tonen bij zijn clientèle in Hoog Baarn of zoals hij zelf zei ’Het Park’. Ik mocht mee. Zag toen diverse villa’s van binnen, of liever gezegd de keukens, want verder kwamen we nooit. Een hoogtepunt in mijn herinnering: de aanwezigheid van een echte butler, met streepjesjasje, in de villa van mevrouw Cancrien op de Prinses Marielaan 4a.

Villa Prinses Marielaan 4a (Coll. Historische Kring Baerne)

’Zeg Robberse doe maar een pond van deze en een paar stuks van die’. ’Jazeker, mevrouw, komt voor elkaar’. Weer terug in de winkel ging de telefoon, mevrouw Cankrien: ’Zeg, Robberse, kun je vanavond nog twee mooie handsinaasappelen brengen?’ ’Jazeker, mevrouw’. Andere tijden! In de winkel werden de mooiste fruitmanden gemaakt en gevuld met het opgepoetste ooft en comestibles, natuurlijk met de onvermijdelijke doosjes dadels en vijgen en een pot kersen op sap erbij. Plaatjes waren het die fruitmanden, wat zeg ik…kunstwerken!

Artistiek verantwoorde fruitmand
Ik leerde de diverse appel– en perenrassen onderscheiden: Cox’s Orange Pippin, James Grieve, Golden Delicious en Doyenne du Comice, Conference en natuurlijk de onvolprezen Gieser Wildeman. Mooie en vooral ook intrigerende namen! Op zaterdag, vijf minuten voor zes, bijna sluitingstijd, kwam er altijd een mevrouw de winkel in die vroeg om stekkies. Robberse leerde mij dat dit ooft was met een plekkie erin, eigenlijk niet meer zo geschikt voor de verkoop na het weekend. Ging voor weinig in de tas van de stekkies mevrouw.







Verkadewinkel-Toko Adinda, Koops. Winkel van de heer F.C. (Franciscus Cornelis) Koops en echtgenote. Rechts naast de slagerij van Hauber, nu slagerij Vonk, waar een prachtig bord aan de gevel de status van Hofleverancier aanprees.

Hofleverancier Slagerij Hauber, nu Vonk, een jonge Hauber voor de winkelruit.
Slagerij Bonne de Vries, nu Vonk, met rechts Sjappoo, nu Enz. fairwear v/h Verkadewinkel annex Toko Adinda  


Verkade winkel van Koops (1956)
De naam, Verkadewinkel, zegt het al: alle artikelen uit de bekende Verkadefabriek in Zaandam. Koekjes, repen chocola, teveel om op te noemen. Hier werden de overheerlijke chocoladerepen van het Belgische Martougin en weer later ook Mars en Nuts verkocht. Mijn favorieten, maar wel redelijk duur gezien het minimale zakgeld in die jaren. Marswikkels sparen voor een prachtig album met alle Nederlandse voetbalteams 1e klas KNVB en dat waren er veel! Zelfs een provinciestadje als Tiel had twee clubs in de 1e klasse: TEC en Theole; kom daar nu maar eens om.

Marswikkels sparen voor Voetbalalbum 1e klasse KNVB

Toko Adinda (1961)
Inmiddels droeg de winkel ook de naam Toko Adinda met een dikke knipoog naar het voormalige Nederlands Indië.
De vroegere achterkamer aangekleed als Indische Toko. Het domein van schoonzoon Arnold van Kouterik (oud-Indië militair) samen met zijn vrouw Jannie. Het waren de jaren van de grote uittocht uit Indonesië. Veel Indische mensen vonden een eerste onderdak in de BAVO, het voormalig Badhotel, en een luisterend oor bij Toko Adinda, waar inmiddels ook het  volledige assortiment van Conimex werd verkocht. Ik herinner mij dames in sarong en kabaja en een oude heer, tropenhelm op, puttees om zijn tropenbroek. Lopend kwamen zij naar de Laanstraat als waren zij op weg naar de pasar. Zij gaven het naoorlogse grijze Baarn kleur. Onder hen oma (ibu) Hamar de la Bretonière, die de lekkerste gerechten kookte en haar kennis met de klanten van Toko Adinda deelde. De wetenschap dat zij verre familie van mijn latere echtgenote was lag toen nog in de toekomst verborgen. De Verkadewinkel annex Toko Adinda speciaalzaak van het zuiverste water! Node gemist in de Baarnsche straat van Laan.

Rijwielhandel Geleijns. Recht tegenover ons huis, nu bekend als ICI Paris XL Onze eettafel stond strategisch opgesteld bij het raam. Hier maakte ik mijn huiswerk en had ik oogcontact met hetgeen op straat gebeurde. Niets ontsnapte aan mijn aandacht. Onze overbuurman J.B (Jan Bastiaan) Geleijns profiteerde hiervan.

Drukkerij Bakker, uitgever van de Baarnsche Weekbode. Kwitantieloper gevraagd!

In zijn rijwielzaak in het houten gebouw, waar eens lang geleden Drukkerij Bakker gevestigd was, was géén toilet en ook Geleijns moest wel eens nodig. Aangezien mevrouw Geleijns niet altijd bij de hand was om op de winkel te passen, werd er dan een beroep op mij gedaan. Het ritueel was als volgt: Geleijns ging in de deuropening staan, naar boven kijkend om mijn aandacht te trekken.

Geleijns wacht op aflossing!

Een zwaai met zijn arm, een sprint van mij naar beneden en Geleijns kon snel naar zijn even verderop gelegen woning op Laanstraat 85A lopen. Nu is hier de ingang van Jumbo Den Blanken. Opgelucht kwam hij dan kort daarna weer terug en ik kon, na deze voor mij welkome onderbreking weer verder met mijn huiswerk. Het spreekt welhaast vanzelf dat mijn eerste ’nieuwe’ fiets bij Geleijns gekocht werd. Pas veel later kwam ik er achter dat er voor Geleijns nog een goede reden was om naar het pand aan de overkant te kijken. In het Baarnse adresboek van 1930-31 staat vermeld dat op Laanstraat 66 naast H. Robberse ook een J.B Geleijns was gehuisvest. Vanuit zijn winkel keek de rijwielhandelaar dus naar zijn vroegere woonhuis. De toevalligheden in het leven!


Baarnsche Courant: in de beginjaren vijftig werkte ik bij de BC, nou ja werken: ik liep kwitanties, deftig woord voor rekeningen. Automatische incasso was een nog onbekend fenomeen.

Drukkerij Bakker: Baarnsche Courant toen en nu!

Mijn wijk was Hoog Baarn en omvatte ongeveer 250 adressen, waar ik per kwartaal de abonnementsgelden moest ophalen. Fl. 1.90 als ik mij goed herinner. Later oplopend naar Fl. 2.10. Een dubbeltje voor de loper! Niet slecht voor iemand die een gulden zakgeld in de week had. Je kunt dus stellen dat ik in die jaren bij alle villa’s aan de deur ben geweest. Bij mijn huidige activiteiten in het fotoarchief van de HKB heb ik nog steeds plezier van de toen opgedane kennis. Een tas om mijn nek met 250 kwitanties erin, op de fiets naar en door Hoog Baarn, aanbellen: ’de BC mevrouw’, ’Zeg kerel, heb je terug van fl.25,- anders gireren we wel’ of woorden van gelijke strekking. Nou dat had ik niet, dus zat er niets anders op om nog maar eens terug te komen. Wat een armoe! Tot mijn moeder het lumineuze idee had om mij royaal wisselgeld mee te geven. Had je de gezichten aan de deur moeten zien. Een heel enkele keer ook kreeg ik een glaasje ranja. Dat was meestal bij de wat ’kleiner behuisden’ die er ook waren in Hoog Baarn, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik heb dit kwitantielopen een kleine twee jaar gedaan, daarna moest ik onder druk van teveel huiswerk op Het Baarnsch Lyceum afhaken.

Witteveen, 2e van links, in uniform, met naast hem het echtpaar Visser. (Foto: Coll. Groenegraf.nl)
Ik voelde een groeiend respect voor mensen als de heer Witteveen van de Dalweg, die beroepsmatig, naast zijn baan als portier bij bioscoop Flora, met allerlei kwitanties aan de deur kwam. Door weer en wind deed hij zijn plicht!
Een drietal herinneringen aan de Laanstraat, geïnspireerd op dichter Weijman’s mooie gedichtje ’Gelukkig in de Laanstraat’. Er is genoeg copy voor meer. Dus wie weet. Eén ding is duidelijk: ook ik was ooit gelukkig in onze Baarnsche straat van Laan!

Straatnaambord Laanstraat (oude versie)  (Foto: Coll. Groenegraf.nl)

Met dank aan: www.albertweijman.nl en Uitgeverij Prominent, Baarn

Alle fotos Coll. Historische Kring Baerne , tenzij anders aangegeven.


Ed Vermeulen (1942)











Dit verhaal verscheen op maandag 9 juli 2018 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com