4.10.18

7. Bruine plaatjes van Baarn

Regelmatig kom ik losse foto's en ander soortig afbeeldingen van Baarn tegen waar je geen verhaal over kunt schrijven. Hierbij weer zo'n verzameling van deze plaatjes.

De Harscamp Ringlaan
Patria Nassaulaan 58 , nu woon-en zorginstelling Bloemendael, Nassaulaan 80
Tentoonstelling van Het Baarnsch Lyceum (op de achtergrond de nieuw gebouwde Aula aan de Vondellaan)
H.M. Koningin Juliana vergezeld van burgemeester Mr. F.J. van Beeck Calkoen bezoekt op 17 juli 1951 de Gruttostraat t.g.v. opening Pelitahuizen

Peter de Graaf en zoon Eric van "Het Viscentrum"
"In de Luwte" Waldeck Pyrmontlaan hoek Wilhelminalaan
Nicolaas Beetslaan 48


Palthe in de Laanstraat op no: 43


Zwembad aan de Eem
Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

1.10.18

Fontein op de Brink

Overpeinzingen van een paard

door Cees Roodnat


In 1907 werd een drinkfontein op de Brink in Baarn geplaatst waar paarden hun dorst konden lessen. De fontein is al lang geleden weggehaald, ongeveer op dezelfde plek staat nu een beeld van een paard. Wanneer krijgt dit paard eindelijk te drinken? Hier volgen wat overpeinzingen van het paard op de Brink.

Een prachtig plaatje van de drinkfontein op de Brink (ca. 1930) Coll. Groenegraf.nl


U kent mij wel. Ik ben het paard dat al vanaf 1995 staat te sterven van de dorst, recht tegenover Demmers op de Brink. Mij is ooit een drinkbak beloofd maar dat is er nooit van gekomen. Ik word regelmatig door kinderen beklommen en betast, ze geven me de gekste namen, op dinsdagen wordt ik ingebouwd tussen heerlijk ruikende marktkramen, maar iets te drinken? Ho maar, nog geen emmertje.
Ik sta hier dus eigenlijk voor joker te verbeelden dat het hier op de Brink vroeger goed drinken was voor al mijn passerende soortgenoten.
Bakkersknecht met mandfiets lest zijn dorst
 (Coll. Groenegraf.nl)
Als voorname villabewoners, neem bijvoorbeeld de freule van Heemstra, aan het begin van de vorige eeuw op mijn oudtante uit rijden ging stopte ze altijd even op de Brink om haar uit de fontein te laten drinken die er toen stond. Misschien had de baron daar nog wel aan mee betaald toen de toenmalige VVV die fontein in 1907 liet plaatsen. Paste toch leuk bij het net voltooide nieuwe gemeentehuis. Ook het paard van de schillenboer, die knol voor de bakkerskar, dat kleine opdondertje voor de ponywagen, de trekpaarden van boeren in ons dorp legden hier regelmatig aan. Nog geen maand geleden had ik zo’n fijne dag. Toen kwamen hier allemaal rijtuigjes langs die je vroeger in Baarn ook veel zag, getrokken door soortgenoten die er tip-top uitzagen. Of ze me zagen staan in alle drukte weet ik niet. Maar ik vroeg me wel af waar zij nou te drinken hebben gekregen op hun route. Ach ja, was die fontein er nog maar. Hij was zo mooi. Helemaal van hardsteen, met aan de bovenkant twee leeuwenkoppen erop die water spogen in de ronde bak eronder.

Het fontein-ontwerp van de architecten Bronkhorst en Richter uit 1907
(Beeldarchief HKB)

Een oom van mij die voor de kar van de slager liep kon er wel een kwartier staan slurpen, om daarna, briesend van genot, zijn ronde te vervolgen. De slager zelf leste zijn dorst met een ijzeren drinkbeker die aan een kettinkje hing. Baarnse kinderen deden dat ook op warme dagen. Ze beklommen de bak en gingen met hun mond onder de straaltjes hangen. Dat deed de freule nou weer niet, verschil moet er zijn. Trekhonden zag je er ook wel, die dronken uit een ondiep rond kommetje aan de voet van de fontein. Wij paarden kunnen zelf niet lezen maar mijn vriend Klaas de Ruiter die hier op de Brink woont en de fontein weer terug wil, heeft me verteld wat er op de rand van die fontein stond:



AANGEBODEN DOOR DE 
VEREENIGING TOT VERFRAAIING 
VAN BAARN EN DE BEVORDERING VAN HET 
VREEMDELINGENVERKEER.



Ook Klaas de Ruiter wil de fontein terug
(Foto: Groenegraf.nl)

Die club begreep nog waarmee een Brink minimaal gestoffeerd hoort te zijn: Raadhuis – Kerk – Kroeg – Muziektent – Pomp met zwengel of Fontein. Dus Joost mag weten waarom die fontein verdwijnen moest. Hij schijnt in de bezettingstijd in 1943 op bevel van de toenmalige gemeentebestuurders verwijderd te zijn. Stond hij in de weg, vond men hem niet mooi meer, waren de dorstige paarden/honden/kinderen op? Een oeroude ooggetuige beweert dat de fontein toen, samen met prachtige lantarenpalen die bij het station stonden in de vuilstortplaats van het Beltgat gedumpt is. Maar ja, wie graaft zo’n parkachtige heuveltje nu nog af? Zijn we in dit dorp bang voor water? In de zomer van 2015 hadden veel kinderen en ik de grootste lol met een waterspektakel op de Brink in de vorm van een dambord met ‘bedrieglijke’ spuitertjes waarvan zelfs ik op afstand nog kletsnat werd. Een bijna extatisch feest waar ik nog om kan hinniken.

PlayFountain op de Brink (www.playfountain.com)

Dat ook een kinderlach kan klateren bleek voor een aantal omwonenden aanleiding om de organisatoren aan te klagen wegens geluidoverlast. PlayFountain is het jaar daarop niet teruggekomen. Nu schijnen er weer plannen te bestaan een fontein op één van die fraai bestrate cultuurpleintjes te posteren. Onzin!!! Breng die fontein terug waar hij hoort, naast mij op de Brink. Ik zal me een slag omdraaien en er net als vroeger uit slobberen tot mijn blaas er van knapt.


Geraadpleegd:
– artikelen BC 2014 tot heden;
– notitie Jaap Kruidenier n.a.v. notulen gemeenteraad 28 juni 1907;
– artikel Andonny de Bruijne, Gooi en Eemlander 25 juli 2014.


Cees Roodnat






















Dit verhaal verscheen op maandag 1 oktober 2018 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’


‘Vandaag is morgen alweer gisteren’ is een initiatief van de Historische Kring Baerne en Stichting Groenegraf.nl en verschijnt drie-wekelijks op maandag in de Baarnsche Courant en in het weblog van Groenegraf.nl. De verhalen worden afwisselend geschreven door 
Cees Roodnat, Ed Vermeulen en Eric van der Ent. 

Wilt u meer lezen over oud Baarn?

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com

27.9.18

7. Verhalen uit oud Baarn "Circus Caroli in Baarn"


Een oude foto met een bekende afbeelding uit 1922. We zien hier de achterzijde van Hotel Central aan de Brink. De foto is genomen vanuit de Brinkstraat kijkend richting de Brink en de Pauluskerk. De foto is goed te dateren want op het braakliggende terrein links hoort de schouwburg van Hotel Central te staan. Die schouwburg brandde in februari 1922 uit. Die gebeurtenis haalde het landelijke nieuws en werd breed uitgemeten in alle kranten. Het stuk terrein heeft nog jarenlang braak gelegen. Zo lang, dat mensen zich gingen storen aan het lelijke ‘gat’ in de Brinkstraat. Als je op de foto gaat inzoomen valt een aantal aanplakbiljetten op dat aan de achtergevel van het hotel geplakt was. Naast een paar verkiezingsposters zie je een aanplakbiljet van Circus Caroli. Duidelijk zijn de woorden Circus Caroli te lezen.

Via de website van de Koninklijke Bibliotheek in de krantendatabase kun je meer informatie over dit circus terugvinden. Het circus was een Frans circus dat een groot gedeelte van 1923 door Nederland trok. Voordat Baarn aangedaan werd was het circus in Laren te zien. Na Baarn kwam Hilversum aan de beurt. Tijdens één van de voorstellingen in Hilversum brak noodweer uit. Dat noodweer verstoorde de avond flink, maar desondanks werd de voorstelling tot het einde uitgevoerd, zo is te lezen in kranten uit die tijd. In heel veel kranten uit 1923 is te lezen dat het circus door heel Nederland trok.

Ook op website www.circusmuseum.nl is een prachtige beeldbank te vinden met beeldmateriaal van circussen. Ook van Circus Caroli is daar prachtig beeldmateriaal te vinden. Als je de foto’s bekijkt vallen een paar foto’s op waarvan de woningen op de foto wel heel erg bekend voorkwamen. Op de foto hieronder zijn onmiskenbaar de woningen aan de Marisstraat in het Rode Dorp te herkennen. In de een oude advertentie is te lezen dat het circus in Baarn op standplaats “Ons Belang” zou staan. “Ons Belang” is de arbeiders-woningbouwvereniging die begin jaren twintig de woningen van het Rode Dorp liet bouwen. Geen twijfel dus. Deze foto is gemaakt op 22 augustus 1923. Op onze website zijn nog een paar foto’s te vinden die op hetzelfde terrein gemaakt moeten zijn. Dhr. H. Voogd, bestuurslid van Stichting Circusarchief Jaap Best, heeft ons toestemming gegeven om deze foto’s met u te delen. Uiteraard zijn we hem daar zeer dankbaar voor.






22.9.18

De beurtschipper en de tolgaarder

Een conflict over tolgelden te Eembrugge dat in 1903 beslecht werd bij de Hoge Raad



door E.G. van IJken

 
De Eembrug omstreeks 1903
afb.1: De Eembrug omstreeks 1850



Inleiding
Van mijn vader  Gijsbertus (Gijs) van IJken heb ik ooit in mijn jonge jaren gehoord dat zijn grootvader Gijsbartus van IJken, naar wie hij vernoemd was, omstreeks 1900 een proces bij de Hoge Raad in Den Haag had gewonnen over het betalen van bruggeld bij de Eembrug. In het kwartaalboekje van de Historische Kring Eemnes nr 2 van juni 1989 wordt dit feit ook genoemd bij het artikel over de familie Van IJken.
Omdat het niet zo vaak voorkomt dat een eenvoudige beurtschipper een proces bij de Hoge Raad wint, was ik altijd al eens van plan om uit te zoeken, hoe dit nu precies was gegaan. Nu, ruim 100 jaar na dato, leverde een speurtocht langs diverse archieven het volgende verhaal op.

De aanleiding
afb. 2: Gijsbartus van IJken
en Hendrina Pas 
Gijsbartus van IJken was in 1900 beurtschipper op de Eem van Amersfoort naar Amsterdam. Hij had deze beurtdienst overgenomen van zijn in 1882 overleden oom Willem van IJken, bij wie hij als knecht in dienst was. Hij voer toen met het schip ‘De Jonge Gerrit’.  Gijsbartus was gehuwd met Hendrina Pas en woonde in het ‘Hoge Huis, aan de Kerkstraat in Eemnes.

Op zijn vaart van Amersfoort naar Amsterdam vice-versa, moest hij bij de Eembrug tol betalen: 12 ½ cent heen, 12 ½ ct terug, dus een kwartje per reis. De tol bij de Eembrug was een land- en watertol. Zowel de voerlui die over de brug gingen als ook de schippers die er onderdoor voeren moesten tol betalen.
Dit was al een heel oude tol. Bisschop Johan (Jan) van Arkel te Utrecht had de inwoners van Eembrugge het recht van tol verleend in 1360, op de jaarsdag van het kapittel van St. Jan, dus op 24 juni. Het tolrecht is beschreven in een zogenaamde ‘Giftbrief’ van de Bisschop. Het originele stuk uit 1360 met lakzegel is nog te vinden in Bisschoppelijk Archief, dat bewaard wordt in het Rijksarchief te Utrecht.

  
afb.3: De originele giftbrief met zegel

Afschriften van deze brief zijn te vinden in J. v.d. Water, Groot Placcaatboek Utrecht, (1729)


 
afb.4: Het originele zegel uit 1360


In die brief is het tolrecht uitgebreid beschreven, maar heeft alleen betrekking op het rijden en gaan over de brug. Ook is daar toen een vrijstelling in genoemd voor o.a. de inwoners van de beide Eemnessen, Baarn, Amersfoort en nog enkele gemeenten. Deze vrijstelling werd hun gegeven omdat de inwoners van die gemeenten moesten bijdragen in het onderhoud van die brug. In de giftbrief is een citaat hierover te vinden. Er staat::


“Voert sullen die van Bunschoten, van der Eembrugge, van Baarn, ende Eemnesse tot alretyd ter Eem, en over die bruggen driven en vaaren, mit hoeren beesten, en mit hoeren wagenen, en mit hoeren goeden, sonder eenig geld daar of te geven, of te betalen, omdat zy die voorsz. bruggen maken ende houden sullen.”



afb.5: Gedeelte van een duplicaat van de giftbrief waarin de vrijstelling wordt genoemd.

In 1602 en 1692 is het tolrecht aangepast en vanaf die tijd moesten ook schepen die onder de brug doorvaren tol betalen.  Dit blijkt uit stukken die ook te vinden zijn in het Groot Placcaatboek van Utrecht. 

Op enig moment, vermoedelijk begin1900, komt Gijsbartus van IJken er achter dat hij vrijdom (vrijstelling) van bruggeld heeft en met ingang van 5 juni 1900 weigert hij bruggeld te betalen. 
Het beheer van de Eembrug is dan in handen van een Commissie voor de Eembrug. Hierin zitten vertegenwoordigers van de gemeenten Baarn en Eemnes en vertegenwoordigers van de waterschappen van Eemnes en de Bunschoter Veen en Veldendijken.
De tol is dan verpacht aan Anthonij Dijkman die in het brugwachterhuis woont. Hij heeft de pacht in 1892 van zijn moeder overgenomen.


afb.6: verpachting bruggeld in 1844




De processen
Dijkman vindt de weigering van Van IJken om verder bruggeld te betalen uiteraard niet goed, want hij derft hierdoor inkomsten. Hij stelt de Eembrugcommissie van het geschil op de hoogte.

Gijsbartus van IJken moet samen met brugwachter Dijkman op 21 juli 1901 op het gemeentehuis te Baarn verschijnen voor de Eembrugcommissie. Een gezelschap van hoge en geleerde heren. 
De commissie bestaat dan uit: de heren F.F. Baron d`Aulnis de Bourrouil, (voorzitter), mr. F. Pen, Mr. C.J. W. Loten van Doelen Grothe en L.R Baron Taets van Amerongen, alsmede de heren A.v.d. Wardt en notaris mr. Joh. Knoppers. 
Jhr. Mr. de  Beaufort en dhr E. v.d. Kolk ontbraken. Waarlijk een zware commissie.

Van IJken moet verantwoording afleggen en vertellen waarom hij niet meer wil betalen. Hij geeft aan dat hij volgens een oud privilege als inwoner van Eemnes vrijgesteld is van het betalen van bruggeld. Hoe hij dit te weten is gekomen, wil hij niet vertellen en is niet meer uit de stukken te achterhalen. Wel geeft hij aan de brug zelf te willen bedienen, maar de commissie gaat hiermee niet akkoord omdat er net een nieuwe brug is, en die is moeilijker te bedienen. Deze brug is op 1 juli 1900 in gebruik gesteld en is een dubbele ophaalbrug, in tegenstelling tot de oude , die een enkele klap had. De commissie is er beducht voor dat er schade aan die nieuwe brug zal ontstaan door ‘ondeskundig’ handelen van de schippers. Brugwachter Dijkman krijgt van de commissie opdracht registratie bij te houden van de  schippers die weigeren te betalen.

Vervolgens laat Dijkman via een deurwaarder schipper Van IJken dagvaarden bij de kantonrechter in Amersfoort.
Deze neemt de zaak in behandeling. Heel uitgebreid wordt er gesproken over het wel of niet van toepassing zijn van de oude vrijstelling van Jan van Arkel voor de inwoners van Eemnes.
Op 1 april 1901 doet de kantonrechter uitspraak, stelt de brugwachter Dijkman in het gelijk en veroordeelt Van IJken tot het betalen van de verschuldigde bruggelden en de proceskosten, in totaal f 16,05. 

Gijsbartus van IJken is echter overtuigd van zijn gelijk en blijft weigeren het bruggeld te betalen. Dit resulteert vervolgens in het feit dat hij kort daarop opnieuw voor de kantonrechter wordt gedaagd. In het verweer van de advocaat van Van IJken komen uitgebreidere argumenten aan de orde met betrekking tot de vrijstelling, die niet eerder genoemd zijn. In de tweede kantongerechtzaak is er verschil van inzicht of er in 1602 wel of geen beweegbare brug is gemaakt en ten tweede of het begrip ‘volgende’ hetzelfde zou zijn, als ‘volgens. Het begrip’ ‘volgende’ betekent opvolgende of navolgende, analoog aan de oorspronkelijke bedoeling.  En ‘volgens’ wordt uitgelegd als ‘overeenkomstig’. 
Een treffend stukje juridisch gemillimeter.
Op 22 juli 1901 doet de kantonrechter voor de tweede keer uitspraak en ook nu weer wordt Van IJken in het ongelijk gesteld en moet nu f 6,-- bruggeld en f 11,75 proceskosten betalen.

Kennelijk heeft Gijsbartus van IJken een goede advocaat, want de volgende stap in deze zaak is dat hij in 1902 nu Dijkman dagvaardt voor de civiele kamer van de rechtbank in Utrecht. Hij doet dit op grond van onverschuldigde betaling en vordert van Dijkman ten onrechte geïnde tolgelden en de kosten van de eerdere processen terug. Nu echter vanaf 1886, kort nadat hij de beurtvaart heeft overgenomen, tot 1900. In totaal waren dit 811 vaarten  heen en terug. Hiervoor heeft hij f 202,75 bruggeld betaald.
Ook hier wordt uitgebreid over de vrijstelling en regelgeving gesproken. Een aantal juridische elementen, o.a of de rechtbank wel bevoegd was en het tijdstip van waaraf de vordering zou gelden komen ter tafel. Ook komt nu uitgebreid aan de orde de wijzigingen van het reglement die in 1843 door Koning Willem  zijn vastgesteld. Dit betreffen wijzigingen met betrekking tot de tarieven. Er is dan een herziening van het muntstelsel aan de orde. Tevens komt dan weer de vrijstelling aan de orde, verwijzende naar de besluiten van 1602 en 1692.

De rechtbank te Utrecht doet op 29 oktober 1902 uitspraak en wijst de vordering van Van IJken af en veroordeelt hem in de kosten van het geding. 

De aanhouder wint!
Wij zijn nu weer een jaar verder. Op 26 juni 1903 dient in Den Haag  bij de burgerlijke kamer van de Hoge Raad der Nederlanden een geding tussen G. van Eijken, zich ook schrijvende Van IJken, beurtschipper te Eemnes en A. Dijkman, brugwachter en pachter of gaarder van de tolgelden van de Eembrug, onder Baarn, wonende te Baarn.
Zeer uitgebreid gaat de advocaat-generaal in op de juridische argumenten, waarbij centraal staat of een door een niet wettig ingesteld bestuur wetgeving mag worden uitgevaardigd. Dit heeft betrekking op het in 1843  door het toenmalige bestuur afgeschafte privileges, zoals vrijdom van bruggeld. Dit bestuur, het ‘Intermediair Administratief bestuur van het Voormalig Gewest Utrecht’, was in 1798 ingesteld en had volgens de Hoge Raad geen bevoegdheid tot het uitvaardigen van wetgeving. Dit bestuur was in de Franse Tijd ingesteld en na de totstandkoming van de Bataafse Republiek geen bevoegdheid meer om wetten en regelingen af te schaffen of in te stellen. Dit heeft geleid tot jurisprudentie, geldend recht, m.b.t. het uitvaardigen van wetgeving. De Hoge Raad gaat hier zeer uitvoerig op in.
Uiteindelijk beslist de Hoge Raad dat zowel de bewoordingen van de oude ordonnantie, als ook de bedoeling daarvan moeten worden uitgelegd dat de vrijstelling van betaling van bruggeld ook geldt voor het varen door de brug.
De Hoge Raad vernietigt op een aantal juridische gronden de uitspraak van de Rechtbank te Utrecht. De Raad verwijst de zaak vervolgens terug naar die rechtbank om inhoudelijk over de vordering van G. van IJken uitspraak te doen, rekening houdende met het standpunt van de Hoge Raad. 

In de archieven van de rechtbank te Utrecht is niets terug te vinden van een vijfde rechtszaak in dit geschil, die er normaliter verwacht kon worden, omdat de zaak was terugverwezen naar de rechtbank die het laatste vonnis had gewezen. Wel is in de financiële verslagen van de Eembrugcommissie uit 1903 terug te vinden dat er in totaal een  bedrag van f 1329,30 is betaald aan kosten inzake het proces Van IJken. Waarlijk een voor die tijd enorm bedrag, uitgaande van het weekloon van een arbeider van ca f 8,-- (f 400,-- jaarloon) dus ca. 3 jaarsalarissen!
Kennelijk zijn de advocaten van partijen tot overeenstemming gekomen en hebben afgezien van het vijfde proces en zijn de door Gijsbartus van IJken onverschuldigd betaalde bruggelden terugbetaald. Deze kosten zijn toen gedeeltelijk betaald uit de kasgelden en naar rato verdeeld over de vier onderhoudsplichtigen, de genoemde gemeenten en waterschappen.

Gevolgen
Dit geheel had tot gevolg dat er meerdere schippers aan de bel trokken om vrijstelling. In één geval is bekend dat de rederij Houtzager en v.d. Veen uit Amersfoort na 1903 geen tol meer hoefde te betalen. Ook wordt er nog genoemd van dat schipper Kuiper uit Eemnes heeft gereclameerd. Hoe dit verder is afgelopen is niet bekend.
In de familie is er nog een schilderij van een oude tjalk, zeer waarschijnlijk het schip waarop Gijsbartus voer. Mogelijk is dit de ’Jonge Gerrit’, die toen in het bezit was van de familie van IJken, doch dit is niet geheel zeker. Het schilderij is gemaakt door Egbert van IJken, (1878-1964), een neef (oomzegger) van Gijsbartus van IJken.

 
afb.7: tjalk ‘De Jonge Gerrit ’


Voor de brugwachter Dijkman had dit tot gevolg dat hij per 1 augustus 1903 pachter af was en vervolgens is aangesteld als brugwachter voor een vast salaris van f 4,-- per week en vrij wonen.
In de notulen van de commissie van de Eembrug  is de zaak van het bruggeld op nagenoeg elke vergadering tussen 1900 en eind 1903 aan de orde geweest. Er is tot drie maal toe juridisch advies ingewonnen van externe adviseurs.

Anthonij Dijkman is tot aan zijn overlijden op 11 juni 1909 brugwachter geweest. Na zijn overlijden is er een vacature opengesteld voor een nieuwe brugwachter. Frans Dijkman, een zoon van Anthonij was een van de sollicitanten.  De gemeente Amersfoort heeft geprobeerd invloed uit te oefenen op de benoeming van de nieuwe brugwachter. 
Op 29 juli 1909 werd Elias van IJken, beurtschipper te Eemnes tot brugwachter en tolgaarder benoemd voor een salaris van f 4,-- per week.  
Elias was een broer van Gijsbartus van IJken…Elias en zijn vrouw  Wichertje Bakker kregen 15 kinderen in het kleine brugwachtershuisje aan de Eem. In 1936 is Elias opgevolgd door zijn zoon Egbert. 
Vanaf 23 mei 2007 wordt de brug automatisch bediend. Toen dit artikel in 2005 geschreven werd, was er een Van IJken brugwachter op de Eembrug.

afb.8. De nieuwe Eembrug

Slot
Op 1 januari 1930 is de landtol afgeschaft en in 1941 verdween de watertol.
In 1961 heeft dr. A.C.J. de Vrankrijker ter gelegenheid van de ingebruikname van de dan nieuwe –huidige- Eembrug, een boekje geschreven over de geschiedenis van de Eembrug. 
Het is opvallend dat hij in dit  boekje over deze voor de commissie nogal ingrijpende zaak, niets schrijft.
In 1991 is er een publicatie verschenen van de Historische Kring Baerne, geschreven door H.M.M. van Vugt, die zeer uitgebreid de geschiedenis van de Eembrug beschrijft onder de titel: ‘De Tolboom bij de brug over de Eem te Baarn’. 

In het kwartaalblad ‘De Drost’ dat eind jaren zestig in Laren, Blaricum en Eemnes verspreid werd, staat in het nummer  van mei 1970 een artikel over vervoer over het water. Hierin wordt het proces ook aangehaald. Er staat daarin ondermeer dat Gijs(bartus) van IJken ‘met  een zwart zijden pet en witgeschuurde klompen naar Den Haag ging’ .

Wie had ooit verwacht dat een besluit van Bisschop Jan van Arkel uit 1360 ruim 500 jaar later nog zulke gevolgen kon hebben voor mijn overgrootvader, schipper Gijsbartus van IJken.


afb. 9:De Eembrug anno 2005


Kollum, 22 september 2005   
Egbert van IJken.

Bronnen:

Streekarchief Amersfoort: 
Archief gemeente Baarn; notulen betreffende de pacht Eembrug
Archief Eembrug Commissie: Toeg. Nr 411: kopie arrest Hoge Raad; diverse notulen; correspondentie Archief Hoogheemraadschap van de Bunschoter Veen- en Veldendijk

Rijksarchief Utrecht: 
Kantongerecht Amersfoort: zitting 1 apr 1901 en 22 juli 1901;
Archief Arrondissementsrechtbank Utrecht: toegn. Nr 382;
Bisschoppelijk Archief Utrecht: no 190- reg. Nr 669:  Orgineel brief Jan van Arkel
Archief Provinciaal bestuur van Utrecht 1813-1920: toeg. 79, inv 5384; rekeningen administrateur comm. Eembrug; besluiten  Eembrug 1859-1942
inv. 5401 stuken betreffende de tolheffing Eembrug
Groot Placcaatboek Utrecht, 1729, J. v.d. Water, deel II

Kon. Bibliotheek Den Haag: 
Weekblad v/h recht register 1903;  nr 7940: Arrest 26 juli 1903
Vonnis Arr. Rechtbank Utrecht Weekblad v/h/ Recht nr 7826

Boekje ‘De Eembrug’, dr A.C.J. de Vrankrijker,  Baarn 1961

Kwartaalblad HKE:  
Juni 1989, jrg 11, nr 2: artikel ‘geslacht fam. Van IJken’;
Oktober 1997, jrg. 19, nr 3:  artikelen ‘Schippers in Eemnes’.

De Tolboom bij de brug over de Eem te Baarn.  H.M.M. v.d. Vugt, Baarn 1991

Kwartaalblad ‘De Drost’ mei 1970, nr 17.

Uit de Geschiedenis van Baarn. Deel 3, G. Hooijer sr.

Eigen foto’s

Archief Wiebe van IJken.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in het tijdschrift van de Historische Kring Eemnes en met toestemming van dhr. E.G. van IJken opnieuw gepubliceerd op de website van Stichting Groenegraf.nl.



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. 

Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter.


Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn verhalen? 
Kom in actie en stuur ons uw oud Baarn verhaal!