8.11.16

Op zoek naar Baarnse Tegeltableaus


Kleuterschool Lenteleven
Heeft u één of meerdere afbeelding(en) van tegelplateau(s) uit Baarn, of kent u iemand die er zelf één heeft, dan zouden we daarvan graag een kopie willen maken. Dit om
het "Baarns Erfgoed" vast te leggen voor ons nageslacht. Het mag ook een klassenfoto zijn waar de tegeltableaus op te zien zijn.

"Kleuterschool Lenteleven" is hier een mooi voorbeeld van. In de school waren 43 tegeltableaus aanwezig. Zowel in de gang als de klaslokalen van het stenen gebouw. Deze waren ingemetseld en voorzien van afbeeldingen van sprookjes, liedjes en vrolijk spelende kinderen.
in de gang van de school

Op 7 augustus 1984 heeft een museummedewerker van het Nederlands Tegelmuseum de tableaus in een korte tijd verwijderd. Daarna is de school gesloopt door de Fa. de Ruiter. In het najaar van 1984 zijn de tableaus vervolgens in het museum gemonteerd. Alle tegeltableaus zijn in Baarn gebleven. Samen met de Historische Kring Baerne (3), Theater de Speeldoos (15), de gemeente Baarn (15) en het Nederlandse Tegelmuseum in Otterlo zijn er inmiddels 33 tableaus teruggevonden. Graag zouden wij van de ontbrekende 10 tegeltableaus willen weten waar ze zich bevinden.

Uit overeenkomsten en contracten, afkomstig uit het archief van het Nederlands Tegelmuseum, blijkt dat er tegeltableaus zijn meeverhuist naar de basisschool de Bron (Oorsprongschool in de Gaslaan). Hiervan zijn er 4 teruggevonden in het gemeentehuis. Mogelijk dat er iemand afbeeldingen van heeft waar deze tegeltableaus in de Bron waren opgehangen? 

Op de 10 ontbrekende tegeltableaus staan de navolgende afbeeldingen. 9 kinderen hand in hand op een rij, 1 kind loopt onder een boog door (135 x 30 cm);     7 kinderen op een rij 2 kinderen aan het touwtje springen (135 x 30); 7 kinderen hand aan hand op 1 rij (135 x 30); De navolgende plateaus die ontbreken hebben een afmeting van 30 x 60 cm. Links en rechtsonder ontbreek een halve tegel. Het geheel heeft een zwarte omlijsting voorzien van oranje bolletjes/druppels t.w.: "Rood kapje" roodkapje in het bos met de wolf; "Asschepoester" Assepoester bij de pompoen met de fee; "Gullivers Reis" man in een open mand vliegend onder een vogel; "De gelaarsde kat" de gelaarsde kat met 2 mannen en 1 kind; "Kleine Klaar en grote Klaar" 1 man met koffer en kruiwagen; "De Schoone Slaapster" De Prins komt binnen bij schone slaapster; "Kleine Klaar en Grote Klaar" 1 man met koffer en kruiwagen; en als laatste  "Hans en Grietje" Hans en grietje snoepen van het huis met heks.       
7 kinderen hand aan hand op 1 rij (135 x 30 cm) ontbreekt aan de collectie
   
"Roodkapje" deze hangt in Theater de Speeldoos


Station Baarn perron 1
 Er zijn in Baarn meer tegeltableaus aanwezig. Zoals op perron 1 van het station, in de gevel van het gemeentehuis vlak naast de hoofdingang aan de voorzijde. Ook zijn er tegeltableaus aanwezig in particulieren woningen. Onder andere is er een tegeltableau aanwezig in de "Bakermat" met daarop een lezende vrouw met een fiets.

Ook op de witte kerk in de kampstraat van "De Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB Baarn" is een tableau aangebracht in drie rijen van 20 tegels: in gele letters op groene achtergrond - NED. PROTESTANTENBOND -.

Ook op Nieuwstraat 34 van Banketchocolaterie Hendricksen, tussen eerste een tweede etage, is een eenvoudig tegeltableau aangebracht dat het jaartal ‘Anno 1905’ toont in fraaie groene Jugendstil letters/cijfers op een botergele achtergrond.

Heeft u een afbeelding(en) van een tegeltableau(s) uit Baarn of weet u iemand die er zelf één heeft. Dan zouden wij daarvan graag een afbeelding van willen maken.
Bijgaand ziet u enkele afbeeldingen van tegeltableaus uit Kleuterschool Lenteleven waarvan wij niet weten waar ze zich bevinden. Op onze website staan ze allemaal afgebeeld. Ga hiervoor naar; www.groenegraf.nl - Lezen - verhalen uit het Groenegraf - Op zoek naar Baarnse Tegeltableaus. of ga naar https://www.facebook.com/groenegraf.nl/

U kunt hierop reageren via internet: www.geheugen.groenegraf.nl, of stuur een e-mail naar: bakker.groenegraf@gmail.com.

Heeft u geen internet? Stuur een briefje aan:
Stichting Groenegraf.nl
T.a.v. Baarnsch Geheugen
Marisstraat 4
3741 SK BAARN


De ontbrekende tegeltableaus uit de collectie van Kleuterschool Lenteleven, Acacialaan in Baarn

9 kinderen hand in hand op een rij, 1 kind loopt onder een boog door (135 x 30 cm)
7 kinderen op een rij 2 kinderen aan het touwtje springen (135 x 30);
7 kinderen hand aan hand op 1 rij (135 x 30);
"Rood kapje" roodkapje in het bos met de wolf;


"Asschepoester" Assepoester bij de pompoen met de fee


"Gullivers Reis" man in een open mand vliegend onder een vogel


"De gelaarsde kat" de gelaarsde kat met 2 mannen en 1 kind;

"De Schoone Slaapster" De Prins komt binnen bij schone slaapster
"Kleine Klaar en Grote Klaar" 1 man met koffer en kruiwagen




"Hans en Grietje" Hans en grietje snoepen van het huis met heks






Herinneringen van Hans (17): “Herfst, toen en nu” (deel 1)


door Hans Smeekes


't Is herfst en op mijn dagelijkse fietstocht vandaag hier in het Limburgse zag ik enige tientallen meters links voor mij langs de weg wandelaars die zich bukten onder een kolossale boom met de takken zwaar van gebladerte half over de straat. Een kastanjeboom? Jazeker constateerde ik al gauw en de mensen waren druk doende, begeleid door enig geklater van vrolijke stemmen, kastanjes te rapen. Tamme kastanjes die verdwenen in een plastic tas. Gelijk moest ik denken aan mijn vader die ze geen tamme kastanjes noemde, maar makke kastanjes, waarmee ik ook meteen in de tijd van toen zat. In mijn jonge jaren in Baarn. 

En dacht ik er weer aan dat we in deze periode naar tamme kastanjes gingen zoeken op onze zondagse wandelingen. Hadden we gelijk een doel en een bezigheid. Kastanjes genoeg in Baarn, maar de tamme waren dun gezaaid. Althans bij ons waren er weinig bekend. Maar mijn vader wist er een paar tegenover het paleis, vlak achter de witte huisjes in het bos. 

de familie Smeekes achter in de tuin aan de Lepelaarstraat
(Hans helemaal rechts)
Elk jaar togen we er welgemoed naartoe, maar meestal waren we dan al te laat. Anderen waren ons voor geweest. Heel erg vonden wij dat als onbezorgde jongetjes niet, want de gewone (wilde) kastanjes waren voor ons misschien wel meer gewild, omdat je er namelijk poppetjes van kon maken en daarvan hadden we er ondertussen al genoeg geraapt. Thuis gekomen keerden we de zak onmiddellijk om op de tafel en startten we met onze creatieve activiteit, dat ‘mochten’ we wel van onze Ma, als we maar niet té veel rotzooi maakten. Ze was ook zo gewillig ons dan een paar doosjes luciferhoutjes te geven, die onmisbaar waren voor de verbindingen en om als armen of beentjes van de poppetjes te dienen. 

De tocht naar de tamme kastanjes ging door het Baarnse Bos.
Komend van ons huis aan de Lepelaarstraat staken we dan bij de Torenlaan de spoorbaan over. 

De luxueuze snackbar van nu was toen nog een simpele kiosk. We keken er met een schuin oog naar vanwege een ijsje, dat we als we geluk hadden op de terugweg kregen. 



Voorbij de spoorwegovergang doken we gelijk aan de rechterzijde het bos in. Het Lyceum dat nu zo’n prominente plaats aan de linkerzijde inneemt, was er toen nog niet.
Het eerste kenmerkende punt was de Lindekom of ook wel Kleine Kom genoemd.


Iets verderop kwamen we dan uit in het z.g. berceaulaantje, met z’n kenmerkende dak van beuken- en eikenloof, zo gesnoeid om de wandelaars enige schaduw te verschaffen. Want vroeger, en dat gold zeker voor de welgestelden, wilden de brave wandelaars hun blanke poezelhuidje liever niet door de zon aangetast hebben (deze uitleg is onlangs tot mij gekomen). 


Er zou zelfs een diepere gedachte achter de ‘berceau’ schuilen n.l. dat de loofgang een weergave is van het leven zelf. De levensloop. Soms recht en dan weer kronkelig om uiteindelijk uit te komen in het stilstaande weerspiegelende water van de Lindekom. Waar de ziel tot rust en aan zijn aardse einde komt.
Opmerkelijk in dit verband: wij deden die route altijd omgekeerd. Wij kwamen vanaf de kom.
Ik heb het woordje ‘berceau’ nog eens nagezocht in het woordenboek. Behalve overgroeid tuinpad, betekent het ook: wieg of bakermat. Toepasselijk dus. En de uitdrukking ‘du berceau à la tombe’ betekent van de wieg tot het graf. 

Inmiddels waren we ook ergens de z.g. ‘Troon’ gepasseerd. Nou ja gepasseerd, we streden erom wie die ‘berg’ het snelst op en neer kon rennen, waarbij we moesten oppassen niet uit te glijden, want dan was onze zondagse outfit niet fonkelend zondags meer en dan was met name onze Ma niet zo blij. 
Zie de foto met ons in de zondagse matrozenpakjes, door mijn moeder zelf gemaakt. Als ik zo zelf naar de foto kijk, betwijfel ik of wíj daar wel zo blij mee waren. Maar zo werden we echt wel eens het bos ingestuurd.


Uitkomend aan de achterzijde van de witte huizen werden we er altijd weer aan herinnerd, dat in één van die huisjes aan de Amsterdamsestraatweg overgrootvader Van Houttum (de vader van oma Smeekes-Van Houttum) had gewoond. Hij was de smid van het paleis.

Enkele jaren geleden heb ik er eens rondgelopen en wat foto’s gemaakt. Het ademt er nog steeds een statige sfeer. 

Vlakbij de Koningslaan aankomend kwamen we dan voor de zoveelste keer tot de constatering dat er er weer geen tamme kastanjes vielen te rapen. 







Maar dan wierpen we een blik op het paleis en waren dan vooral benieuwd of de koninklijke vlag uithing, zo ja, dan was de familie thuis volgens mijn moeder en dan zwaaiden we even. 







Van onze ouders had onze moeder er nog het meeste mee, met het koningshuis. 



Mijn moeder heeft dan ook bijgaande foto’s gemaakt, ter gelegenheid van een koninginnedag, wanneer we altijd steevast naar het paleis gingen.



Vanuit de verte begroetten we ook Christoffel Pullmann.  Volgens mij stond dat beeld toen op een andere plek. Het enige wat we van hem wisten was dat hij ooit een tijdje geleden heldhaftig het paleis had verdedigd en dat met zijn dood had moeten bekopen. 



Vervolgens gingen we richting ‘de Naald’ op huis aan.



Mijn vader kon het dan vaak niet laten zijn vaste grapje te vertellen en dan vroeg hij: 
“Hebben jullie het al gehoord dat ze ‘de Naald’ omlaag gaan halen?” en dan zeiden we braaf maar weer van nee. “Nou omdat ze vergeten zijn er een gaatje in te maken: het oog van de naald...”

Ik denk dat ik in de zesde klas van de lagere school zat, toen er een wedstrijd was wie het mooiste herfststukje kon maken. Ik denk dat het door mijn eigen school de St. Aloysiusschool was georganiseerd, want daar ben ik het uiteindelijk gaan brengen. Onze Ma heeft me aangemoedigd daaraan mee te doen en samen hebben we toen dat stukje gemaakt. Waarbij ik de ingrediënten aanbracht. Met als belangrijkste item een aantal paddenstoelen, geplaatst op een bedje van mos. Ik weet nog dat ik de paddenstoelen heb kunnen plukken in het bos achter de kiosk de Oranjeboom. 



Diverse fraaie heb ik er toen gevonden en heel voorzichtig in een tas gestopt. Wel weet ik dat ik dat nu echt niet meer zou doen. Beseffende dat ik de natuur de natuur moet laten. Maar ja, toen waren het andere tijden. Het werd toen zelfs door het onderwijzend personeel geadviseerd om er ook paddenstoelen in te verwerken. Want dat was zo des herfsts. 




Achter in onze sprookjestuin hier in Moorveld, waar ik al weer een aantal jaren heel gelukkig met mijn vriendin Fifi woon, hebben we elk jaar opnieuw een heuse elfenbank op het restant van de kersenboom. 
Ook dit jaar dus weer. 
En die laten we dus rustig zitten. 









Het is tenslotte het bankje van ons elfje dat onderaan de tegenoverliggende treurwilg met starre blik naar zijn bankje staat te staren, waar hij zo klein als hij is niet bij kan.















Tijdens het schrijven van dit stukje heeft ons elfje gezelschap gekregen van een paar trossen prachtige paddenstoelen (zwart met lange witte steeltjes). 





Onderweg op de fiets passeerde ik paddenstoelen in de berm van de weg. Eén grote met vier kleintjes. Het waren net ogen. Ogen die naar mij keken en tegelijkertijd besefte dat ik voor ‘t moment met de ogen van toen aan het kijken was: de paddenstoelen van het hier en nu herinnerden me aan de paddenstoelen van toen.
Ze brachten me terug in de tijd. En ook aan de rode draad van de naald en zijn oog en besefte dat ik in de loop van de tijd wel een paar keer door het oog van de naald ben gegaan: bij twee zware ongelukken heb ik behoorlijk wat geluk gehad. En ben ik dus, als ik er aan denk, steeds blij dat ik er nog ben. 
Eventjes denk ik ook weer aan mijn vader en zijn ‘Naald’ en het oog.


Epiloog (enkele dagen later).

Vandaag weer mijn ritje op de fiets. Nu even op en neer naar Maastricht. Voor de ‘brood’nodige beweging en om mijn oudste dochter Kathinka even te zien. Ze is bedrijfsleidster in een kledingzaak aan de Kesselskade, hartje Maastricht.

In Maastricht arriverend trof ik daar waar de straat uitkomt aan de Maas vlakbij het benzinestation ontelbare omhulsels op het fietspad, die onomstotelijk van de tamme kastanjes waren. 

Ik stopte uiteraard, maar geen geschikte kastanje meer te vinden. 


Terwijl ik zo rondneusde met mijn rug naar de Maas, hoorde ik ineens een stemgeluid achter mij. 

Me omdraaiend stond daar een man voor mij in opvallend wegwerkersgeel die met één hand een karretje vooruitduwde en de ander uitgestrekt voor me hield. 




Of ik kastanjes wilde, zijn hand was er vol mee. Als ik iets had om ze in te doen, kon ik er ook meer krijgen, want in zijn zakken had hij ook het een en ander. 
In mijn fietstassen heb ik altijd plastic tasjes bij me voor je weet maar nooit. Dus dat kwam goed uit nu. Ik kon ze gerust krijgen, zei de man, want thuis had hij wel een halve emmer vol. 

Ik bedankte hem en wenste hem nog een fijne dag en floep daar was hij weg. Of hij er nooit geweest was. Was het de Engel van Maastricht, die ik had ontmoet? Was hij niet echt? Maar de kastanjes waren wel echt.
Hoe dan ook ik vond het wel bijzonder, dat ik die man net daar op dat moment moest treffen. 












Vandaar mijn associatie met de engel ... 

D’n ingel, zoals de Maastrichtenaren zelf zeggen.

En straks ga ik puree maken van de makke kastanjes, zoals mijn vader altijd zei. Destijds vonden we ze eigenlijk nooit en nu heb ik zo maar een zak vol ...

Wordt vervolgd met deel 2.
Hans Smeekes




















Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

5.11.16

Wie, wat, waar: granaatinslag in woning

Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.








Wij hebben een vermoeden dat deze foto's in Baarn zijn gemaakt en dat dit panden zijn die in de Tweede Wereldoorlog door granaat inslagen zijn vernield. Kan iemand dit bevestigen? Wie weet waar die foto's gemaakt zijn.
Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!

Update 12-11-2016: We kregen de oplossing van dhr. Martin Wigtman van Vereniging Oud Scherpenzeel. 

Deze foto is niet gemaakt in Baarn, maar gemaakt in mei 1940 in Scherpenzeel. Deze gemeente was procentueel gezien de zwaarst getroffen plaats van Nederland. De verwoestingen op de foto zijn door de Nederlandse artillerie veroorzaakt. Duitse troepen trokken door Scherpenzeel en werden door de artillerie onder vuur genomen. Bij deze beschieting sneuvelden 26 Duitse soldaten. Vergelijk bovenstaande foto met de Scherpenzeelse foto: http://oudscherpenzeel.nl/foto-archief/scherpenzeel-mei-1940/



RTV Baarn kunt u ontvangen via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nl, YouTube en Facebook.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

3.11.16

Piet Olyslager ontwierp zijn eerste auto in Soest

Piet Olyslager achter zijn
 tekentafel in Soest
Piet Olyslager woont op enige afstand van de grote weg van Soest naar Amersfoort. Vanuit zijn werkkamer kan hij nog juist een glimp opvangen van de voorbij glijdende auto's, zonder door het rumoer van het verkeer te worden gestoord. Als wellicht geen ander in Nederland kent deze man het geheim van de wegschietende wagens. Met een energie en een uithoudingsvermogen, welke men hem kan benijden, heeft hij zich een vak eigen gemaakt. dat slechts drie of vier mannen in de wereld het hunne kunnen noemen, namelijk dat van auto-ontwerpen. De deftige élégance en de slanke lijn van de duurste wagens. die men maar zelden ziet, zijn ontworpen op het tekenbord van Piet Olyslager te Soest. in de hoek van een ruime kamer, boordevol met boeken, tekeningen, paperassen, auto-emblemen enzovoort.

Het is opmerkelijk, dat een Nederlander op dit gebied zulk een carrière heeft kunnen maken, dat zijn naam zo'n goede klank heeft in alle autocentra van de wereld, terwijl ons land toch op het gebied van autoproductie nog maar weinig recht van spreken heeft. De verklaring is wellicht dat deze man in snelheden denkt.
een impressie van de race op de Nurenburgring in 1938

De trilling van de motor zit hem in het bloed. Men moet zeker een half uur met hem gesproken hebben om enigszins thuis te geraken in zijn vakjargon, waarin woorden als scheuren, spuiten, accelereren bepaalde uitdrukkingen zijn voor het begrip snelheid. Het is zeker niet te verwonderen, dat een man, die zo door de snelheid bezeten is en daarnaast een onmiskenbaar talent voortekenen heeft, beter dan wie ook in staat is indrukken te geven van een autorace of de slanke lijnen te ontwerpen voor een nieuwe snelle wagen.

Piet Olyslager is iemand die het autovak van jongs af aan geleerd heeft. Reeds op zesjarige leeftijd leerde hij autorijden en manoeuvreerde hij de wagens in en uit de garages. Een prestatie die de bewondering zal afdwingen van iedere automobilist die bij dit werk al eens een deur geramd heeft. Nadat hij het lyceum verlaten had, werkte hij in het buitenland als monteur, chef-monteur, autoverkoper, bedrijfsleider van een autofabriek en organisator van racewedstrijden. Hij wilde juist coureur worden, toen de oorlog uitbrak. Gedurende die periode van gedwongen rust herinnerde hij zich, dat hij vroeger verdienstelijk tekende. Uit buitenlandse bladen kende hij de tekeningen van racewedstrijden en als insider zag hij onmiddellijk hun zwakke zijde. Hij wilde proberen het beter te doen. Met ijzeren geduld en volharding toog hij aan het werk, om zich in een geheel nieuw vak te bekwamen. Na zijn tekeningen talloze malen te hebben verscheurd, slaagde hij in zijn opzet. Zijn vrienden waren enthousiast en spoorden hem aan ontwerpen voor auto's te maken.

Toen de bevrijding kwam, was hij een der eersten die de grenzen overging met een rol nieuwe automodellen onder de arm. De directie van de Talbot Lago-fabrieken te Parijs was zó ingenomen met zijn werk, dat de directeur uitriep: ,,Daar heb ik twintig jaar op zitten wachten." Van Parijs uit, waar hij aan de Talbot fabrieken een eigen atelier heeft, breidde zijn faam zich uit over heel west Europa en drong ook door in Amerika. Uren kan Piet Olyslager vertellen.

Hij heeft vrienden bij alle autocentra hij kent bijna alle beroemde coureurs en velen van hen bestelden tekeningen hij hem. Hij kan boeiend uitweiden over de rally's en races die hijzelf gereden heeft en waarvan de trofeeën in zijn werkkamer prijken. Hij kan vertellen van de bobbelige wegen van de Balkan (van voor de oorlog) en van de glooiingen en haarspeldbochten op racebanen. Hij heeft een bijzonder voorliefde voor renwagens, waarvan de motoren wonderen van techniek zijn. Hij liet ons blauwdrukken zien van renmotoren, waaromheen hij een carrosserie had moeten bouwen. Piet Olyslager ontwierp onder meer de carrosserie voor de Talbot-renwagen, waarmee enige weken geleden op het circuits te Zandvoort de Grote Prijs van Nederland gewonnen werd. Op tekeningen er van stond met grote letters, "Top Secret" geschreven.

alle auto's van Piet Olyslager op de beurs in Parijs in 1948

De lezer verwonderde zich niet, dat wij inzage kregen van deze allerbelangrijkste documenten. Het waren namelijk oude tekeningen die voor ingewijde al geen geheimen meer hadden. Overigens had Piet Olyslager ons met veel vertrouwen splinternieuwe geheime blauwdrukken kunnen voorleggen, want uit de wirwar van lijnen konden wij niets anders opmaken dan dat het wel iets met motoren uit te staan had. En daarmee zaten we midden in de geheimzinnige wereld van nieuwe motoren, een wereld, die schrijvers geïnspireerd heeft  tot verhalen over spionage en intriges. Maar al deze romantische franje voor de motoren van de luxewagens. De fabrieken sparen moeite noch kosten om hun renwagens tot de beste van de wereld te maken. Als men zulk een wagen kan kopen, wat dikwijls onmogelijk is, omdat vele fabrieken ze niet verkopen, maar voor eigen doeleinden gebruiken, kan men wel een tweehonderdduizend gulden neerleggen. Elk onderdeel wordt door specialisten behandeld: de compressoren, de bougies, ja zelfs de banden.


wereldrecord racewagen met een snelheid van 600km per uur
op de zoutvlakte in Utha in Amerika
Zo heeft men voor de wereldrecordwagen van John C'obb in Amerika, die een snelheid bereikt van zeshonderd
kilometer per uur, speciale banden moeten maken van zeer fijn canvas met een uiterst dun laagje rubber. Het zal velen wellicht bevreemden, dat de banden zo dun moeten zijn, maar onderzoekingen hebben uitgewezen, dat het oppervlak van de banden bij dergelijke snelheden als het ware in een punt gaat staan. Als het rubber te dik is, wordt deze er door de middelpuntvliedende kracht afgeworpen, en wel met zulk een geweld, dat de stukken de carrosserie kunnen beschadigen. Geen wonder dat renwagens fantastisch duur zijn.

een racewagen van Piet Olyslager
Terwijl wij het over snelheden hebben, plaatst deze man, die op renbanen snelheden gemaakt heeft tot ver over de tweehonderd, een opmerking, welke wij zeker niet van hem verwacht zouden hebben, namelijk, dat de Nederlandse automobilist over het algemeen veel te hard rijdt. Snelheden boven de honderd kilometer zijn op onze wegen, waar ieder ogenblik een kind de weg kan oversteken, onverantwoordelijk, te meer, daar vele automobilisten hun wagen niet door en door kennen en vaak onbedreven zijn in het schatten van afstanden en in de juiste reacties bij plotseling slippen.

De tekeningen van Piet Olyslager hangen bij autoliefhebbers over de gehele wereld. Hij schreef enige boeken over de historie van de auto, over autosport en -techniek, en werkt regelmatig mee aan verschillende buitenlandse bladen.

Binnenkort hoopt hij deel te nemen aan de grote rally van Afrika van Algiers tot Kaapstad, twintigduizend kilometer uit en thuis. Dan komt er misschien een nieuwe beker in zijn werkkamer te staan, maar daarna gaat hij weer tekenen en schrijven.





      
Geplaatst door L.J.A.Bakker 




Heb je vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter