22.1.15

Baarn – Salò

Brandweerkazerne Salo
In het Italiaanse Salò aan het Gardameer richtte een groepje enthousiaste mensen van wie de meesten hun militaire diensttijd bij de brandweer hadden doorlopen, in 1984 een vrijwilligersorganisatie op met de naam Gruppo Volontari Del Garda. In 1989 bood de Baarnse brandweer en tweedehands blusvoertuig te koop aan. Via een in Nederland wonend Italiaans echtpaar bereikte de brandweer het verzoek dit voertuig te verkopen aan een Italiaans vrijwilligerskorps aan het Gardameer. De verkoop werd datzelfde jaar nog afgesloten.

In oktober 1990 bezocht een delegatie van het Nederlandse brandweerkorps uit Baarn het nog jonge vrijwilligerskorps in Salò. Bij deze gelegenheid, waar ook de plaatselijke en regionale media bij aanwezig waren, werd het blusvoertuig uit Baarn officieel overgedragen aan de Gruppo Volontari Del Garda. In 1995 werden aan het vrijwilligerskorps van Salò nog twee tankautospuiten overgedragen.
 
Een gedenksteen op het dorpsplein
Een delegatie van vijf personen begeleidde het transport vanuit Nederland naar Italië. In het gebied ten westen van Milaan hadden veel overstromingen plaatsgevonden, waar dankzij de inzet van de vrijwilligers uit Salò erger rampen waren voorkomen. Ter herdenking hiervan werd in de kathedraal van Piovera, in het overstromingsgebied, een mis opgedragen. In aanwezigheid van alle hulpverleners werd in het bijzijn van de delegatie uit Baarn een gedenksteen op het dorpsplein onthuld.
Intussen waren er meer gemeentebesturen langs het Gardameer geïnteresseerd geraakt in de wijze waarop de vrijwilligers van Salò de hulpverlening hadden opgezet. In november 1995 werden de Baarnse collega’s uitgenodigd door de burgemeester van Sirmione.
In 1997 werd afgesproken dat een groep vrijwilligers uit Salò in Baarn een verkorte opleiding hulpverlening, ongevallen en brandbestrijding zou gaan volgen.
De onderlinge band werd verstevigd door sportuitwisselingen eens in de twee jaar. In september 1998 vond de eerste sportuitwisseling tussen de beide korpsen plaats in Baarn. De onderdelen die beoefend werden waren zwemmen – school-, rug-, vlinder- en vrije slag – volleybal en roeien. Tot rond 2010 zijn deze tweejaarlijkse traditie in ere gehouden, daarna zijn de verbindingen verbroken.

Een verhaal van Salò
Het plaatsje Salò ligt ingeklemd tussen de bergen en het Gardameer. In 1984 was er alleen in Trentino en Desenzano een beroepsbrandweerkorps. Omdat deze plaatsen zeker op 150 km afstand van Salò liggen, bedacht Franco Rodelli dat het tijd was om in zijn eigen plaats een korps bij ‘Mama’s bloemenwinkel’ op te richten omdat het bij brand veel te lang duurde voordat er een wagen uit Trentino aanwezig was. De naam ‘Gruppo Volontari del Garda’ was geboren.

De brandweerwagens die ze aanschaften werden blauw (van het Gardameer). In Salò en omgeving noemt men de vrijwilligers ook Angeli Azzurri, Blauwe Engelen. In Italië waren deze wagens moeilijk te kopen en ze waren ook vreselijk duur. Totdat een vriend van Franco, de heer Antonioli, die in Sevenum in Nederland woonde, in een krant las dat de gemeente Baarn een brandweerauto in de aanbieding had. De koop werd gesloten en de auto werd overgedragen aan de heer Antonioli. Hij en zijn vrouw Toos werden later de ‘tolken’ tussen Baarn en Salò.

 
Omdat ‘Mama’s bloemenwinkel’ te klein werd, kregen de Volontari di Garda van hun gemeente een oud pand ter beschikking. Ondertussen kochten de mensen uit Salò diverse auto’s aan, die dan door Baarn werden aangevuld met kleding, gereedschap en adembescherming, zodat ze in Salò toch iets aan materiaal hadden.
 



De naam van Murk Camper op een brandweervoertuig van Salo

De mensen die regelmatig naar Italië gingen waren Murk Camper, Ton Baars, Harm Terschegget en Dirk van de Veen. Hoezeer de Italianen aan het Gardameer het op prijs stelden dat deze Baarnaars hun vrije tijd staken in het lesgeven aan hun collega’s in Italië, blijkt wel uit het feit dat ze daar na het overlijden van Murk zijn naam op een nieuwe brandweerauto hebben geschilderd. Het is daar namelijk de gewoonte dat de mensen uit het korps die zijn overleden niet worden vergeten, maar dat hun naam op een auto komt te staan of in de kazerne op de muur wordt gezet.

De nieuwe kazerne in Salò is in 2004 geopend en tegelijkertijd is de Gruppo Volontari Del Garda door de Italiaanse overheid officieel erkend als brandweerkorps. Al vrij snel na de opening kon men alle voertuigen en manschappen inzetten, want Salò was het epicentrum van een enorme aardbeving.

De cirkel is rond: de eerste auto, de laatste auto. Wat begon als een verhaaltje is een love story geworden. Vriendschap, liefde door de jaren heen. Elkaar helpen als het nodig is, of even laten weten dat je meeleeft bij narigheid of ziekte. Heimwee hebben naar de mensen en weten dat het wederzijds is, dat is een vriendschap die nooit meer overgaat.



Het boek over de Brandweer van Baarn "Waarom Redden" is te koop voor een klein prijsje (€ 8,00). Kijk in onze webwinkel
Het Boek "Waarom Redden"








Geplaatst door L.J.A.Bakker oud korpslid van Brandweer Baarn
http://www.grijsvuur.nl

http://knipselsuitkranten.nl
http://ljabakker.magix.net/website#Startpagina


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter



17.1.15

Buurtvereniging Zandvoort

Bestaan ze eigenlijk nog? Buurtverenigingen? In een tijd waarin televisies schaars waren en computers en internet nog niet bestonden waren er talloze verenigingen in Baarn. Ook buurtverenigingen. Ik kende buurtvereniging Oosterkwartier en Noorderkwartier, maar ben er sinds kort achter dat ons eigen buurtje, Santvoort, ook een buurtvereniging had: Buurtvereniging Zandvoort.


Van Wim Natter, melkventer die aan de Zandvoortweg woonde, kreeg ik deze mooie foto. Maar liefst 88 leden van buurtvereniging Zandvoort zijn afgebeeld op deze foto. Het kiekje is genomen op 12 augustus 1947, kort na de oorlog. De club maakte een uitje naar Ouwehands Dierenpark in Rhenen. Er moeten mensen zijn die de afgebeelde personen herkennen. Helpt u mee?

Als u op de foto klikt krijgt u een vergroting te zien waarbij de personen genummerd zijn.
Via deze link kunt u zien welke personen er inmiddels herkend zijn.

Reacties kunnen gestuurd worden naar groenegraf.baarn@gmail.com.

Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op  Facebook en Twitter

13.1.15

Geknipt en geschoren

Wat is internet toch een prachtige uitvinding, vindt u niet? Het maakt het communiceren en delen van informatie en beeldmateriaal zo eenvoudig. De foto's in dit artikel ontvingen we uit Canada, van dhr. Gustaaf Reiche. En wat zijn het prachtige foto's!


Het interieur van kapper N.J. Egtberts, met op de
voorgrond kapper Gustaaf Reiche
Dhr. Reiche is in 1934 in Baarn geboren als zoon van kapper Gustaaf Reiche en Johanna Verhaar. In 1961 is hij naar Curaçao geëmigreerd en in 1987 is hij van Curaçao naar Canada verhuisd. Op zoek naar herinneringen aan Baarn belandde hij op onze site. Hij stelde ons deze prachtige foto's ter beschikking.

Vader Gustaaf Reiche (1902-1990) kwam van oorsprong uit Harderwijk. Hij trouwde in 1930 in Baarn met de Hilversumse Johanna Verhaar (1907-1996). Aanvankelijk werkt hij bij kapper Nicolaas Johannes Egtberts aan Laanstraat 20. De hier getoonde foto is gemaakt in deze kapsalon. De kapper op de voorgrond is Gustaaf Reiche. De foto is gemaakt in 1935.  Ziet u de mooie reclame van Boldoot (Eau de Cologne) aan de wand? Boldoot, de fabrikant woonde ook in Baarn, wist u dat? De kapper op de achtergrond is zeer waarschijnlijk Nicolaas Johannes Egtberts, de eigenaar van de zaak.




De zaak van Gustaaf Reiche aan Laanstraat 71a


In 1936 begon Gustaaf Reiche zijn eigen zaak. Ook die was in de Laanstraat te vinden, op nummer 71a. Dat was links naast slager Hauber. Die slagerij zat waar nu scharrelslager Chris van Boeijen zijn slagerij heeft.
Ook van deze kapsalon heeft dhr. Gustaaf Reiche jr. een mooie foto gestuurd. Natuurlijk kon ik het niet laten om dit mooie beeldmateriaal met u te delen.











Heeft u ook nog mooie oude foto's van Baarnse middenstanders? Wij voegen ze graag toe aan onze beeldbank!






Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op  Facebook en Twitter

9.1.15

Het geheugen van Baarn: De geschiedenis van familie De Zoete bij RTV Baarn

Samuël de Zoete
(1835-1919)
De naam De Zoete is onlosmakelijk verbonden met Baarn en vooral met Paleis Soestdijk. Generaties lang woonden de De Zoete's in Baarn en omgeving en nog steeds zijn er afstammelingen van hen te vinden in onze plaats. Leden van de familie De Zoete hadden vaak beroepen die met de natuur te maken hadden. Zo zijn ze vier generaties lang werkzaam geweest als bosbaas en plantagemeester in de bossen van het domein van Paleis Soestdijk.
Karl en Willem De Zoeten zijn al jarenlang bezig om de geschiedenis van deze familie uit te zoeken. In deze aflevering hebben we een gesprek met hen en kijken over hun schouders mee naar de geschiedenis van hun voorouders.

Veel mensen zijn nieuwsgierig naar hun afkomst. Ook Karl en Willem de Zoeten. Zij hebben hun roots in Baarn en Soest en ontdekten na veel onderzoek de geschiedenis van hun voorouders. Een bijzondere geschiedenis waar de bossen rondom Paleis Soestdijk een rol in spelen.


Cameraman Jan Andries Smit, presentatrice Ans van Egdom en Karl en Willem de Zoeten

In deze aflevering van “de herinnering blijft “vertellen zij hun verhaal. Het begint in het noorden van Frankrijk, waar Aernout de Soete woonde met zijn echtgenote Elisabeth. Hij was de eerste De Zoete die zich vanuit Belle, dat tegenwoordig Beaulieu heet, vestigde in Woubrugge in Nederland. Van beroep was hij vellebloter, ofwel handelaar in  huiden. Daarnaast was hij schoolmeester, koster en voorzanger. Drie generaties lang oefenden zijn nakomelingen eveneens dit ambt uit. De laatste, Johannes de Zoete kwam in augustus 1717 als eerste De Zoete naar Baarn waar hij ook als koster en schoolmeester ging werken. Zijn kleinzoon Hessel was de eerste De Zoete die “plantagemeester en opzichter der bosschen te Zoestdijk” zou worden. Deze binding met Paleis Soestdijk zou vier generaties lang blijven en steeds overgaan van vader op zoon.

Het grafmonument van Samuël de Zoete
en Aaltje van de Vuurst op de oude
begraafplaats aan de Berkenweg
Eén van hen was Samuël de Zoete (1835-1919). Meer dan vijftig jaar zou hij als bosbaas in dienst blijven. Ten tijde van Anna Paulowna trad hij in dienst op het domein Soestdijk. Maar hij was ook raadslid van de Gemeente Baarn en kandidaat van de provinciale Staten/Tweede Kamer. Hij diende ook onder Prins Hendrik en Koning Willem III, alsmede onder Koningin Emma.  Tijdens zijn plantagemeesterschap werden o.a. de buitenplaatsen Canton en Peking van de hand gedaan en werd “De Eult” gesloopt.

Anekdotes waren er natuurlijk ook. Zo zou een De Zoete, waarschijnlijk Hessel, in 1795 op de Bisschopsweg bij de brug over de Eem, soldaten van Napoleon tegen gehouden hebben door het uitdelen van jenever. De familie De Zoete was een ijverige familie met beroepen die vaak met de natuur te maken hadden. Generaties lang hebben ze een groot aandeel geleverd in de aanleg van de tuinen en bossen rondom Paleis Soestdijk. Maar ook broers, neven en aangetrouwde familieleden werkten daar vaak mee. Zij werden ook generaties lang naar elkaar vernoemd, waardoor voornamen als Hessel, Zilvester, maar vooral Samuël keer op keer terug te vinden zijn in hun stamboom. Op de oude Begraafplaats aan de Berkenweg en op de Nieuwe Algemene Begraafplaats zijn hun namen nog steeds terug te vinden.

Deze serie van RTV Baarn wordt gemaakt door: Jan Andries Smit,  Ans van Egdom en Eric van der Ent.

“De herinnering blijft” is van zaterdag 10 januari t/m woensdag14 januari te zien op RTV Baarn via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42, of via de stream op www.rtvbaarn.nl, YouTube en Facebook.

7.1.15

Prinses Juliana Studente


Vluchtig uit te teekenen van prinses Juliana
Herinnering van een ex-medestudente

Het was de eerste keer ....

Wat waren we in 'n geweldige spanning! De meesten hadden al plaats genomen op de oude stoelen aan de oude eiken­houten tafels in het oude collegegebouw van de oude Kloksteeg te Leiden. Ja, ja, alles was daar zoo oud en zoo versleten, zoo kaal, zoo triestig van tinten. Maar in 't "academisch kwartiertje" kon die oude collegezaal toch dreunen en gonzen van onzen lach en onze critische en overmoedige - gesprekken. Totdat de prof binnenkwam, en we ons dictaat opensloegen op het met de brutale runen van vele studentengeneraties bekorven tafelblad en we ons schikten tot luisteren. Als de zon welwillend naar binnen wou schijnen, of glansde over den rijken geel-grijze koorwand van de oude St. Pieterskerk daarbuiten, die je door de hooge ruiten heel van nabij kon zien, dan kon er iets oergezelligs zijn aan onze collegekamers.

Wat heb ik toch eigenlijk altijd veel van die smakelooze ruimten gehouden ! De kokosloopers tusschen de banken, de groote vulkachel met scherm en pijp, het karton met het rookverbod op een ereplaats aan den vóórwand, de ingedeukte zwarte zittingen van de stoelen, het verkleurde, geestelooze belhang - met al die dingen raakte je rustig vertrouwd.

De prof stond daar te spreken op den katheder, en je luisterde, en schreef. En voor de rest keek je eens naar buiten, of naar je medemenschen. Maar de herinnering doet me afdwalen.

Het was dan de eerste keer, en we waren in een geweldige spanning ....

De prinses zou komen !

Zij zou bij ons komen collegeloopen. Ik weet nog hoe ik met nieuwe oogen in de nauwe gang met de schoolkapstokken en in de kleur­looze collegezaal had rondgekeken: moest ze werkelijk hier een van de onzen zijn, moest ze van onze kapstokken gebruik maken, moest ze binnen deze vier leelijke muren nederig in ons midden zitten ? Nee, dat kon toch niet.

Maar het kon wèl.

Ze hing haar goed aan een pin in de gang en trad. met 'n paar vriendinnen de collegekamer binnen. Het was gebeurd.

Nooit zal ik vergeten wat me 't eerste opviel en 'n schok van verrassing gaf : ze is roodblond ! Want ik dacht, dat ze blond was. Dat was een openbaring. Verder kan ik van die eerste "incomste" niets meer vertellen, want vanzelfsprekend gedroegen we ons toen zoowel als later als beschaafde menschen en gaapten haar niet aan. Ze is met haar vriendinnen ergens in 't dichtbevolkte college neergestreken - we zaten daar meestal met 'n stuk of veertig - en luisterde, en schreef, net als wij. De spanning was heen - omdat alles zóó gewoon was geweest. Ik herinner mij, dat ze dien eersten keer 'n lichtblauw mantelpak droeg en na 't college te voet de straat opging met de vriendinnen, stevig stappend, een paar dictaatcahiers onder den arm geklemd. Hele­maal de stereotiepe meisjesstudente.

Maar dat was blijkbaar àl te sportief geweest, want later is ze zonder uitzondering steeds per auto gekomen, in haar zware, deinende Cadillac met den sonoren claxon, dien we allemaal zoo goed kenden.

De Leidsche bevolking kende 'm ook: altijd waren er nieuwsgierigen bij 't collegegebouw saamgetroept - een paar agenten-in-de-nabijheid vormden een onmiskenbaar teeken van haar komst - om een glimp op te vangen van onze eenvoudige prinses, die kwiek uit den wagen stapte en gezellig door de oude deur naar binnen ging, of, babbelend en lachend, als een gewoon onderdeel van den stroom studenten naar buiten "dreef", na afloop van 't college.

En zoo is het altijd blijven gaan. De prinses was stipt en trouw en sloeg nooit een college over. (Iets wat wij niet allemaal van onszelf kunnen zeggen!)

Behalve Ned. Letterkunde liep ze ook Fransche colleges, en Godsdienst-geschiedenis, en Algemene Taalkunde. En nog meer. Ze werd ons een ver­trouwde verschijning in het gebouw aan de Kloksteeg, en later in de Zeevaartschool aan 't Noordeinde, waar de colleges toen werden gegeven. Net als ieder­een, bukte ze zich voor het kleine, vooroeverneigende spiegeltje bij de kapstokken, om haar haren wat op te kammen, zoals wij vrouwen dat plegen te doen als we eenigen tijd een hoed hebben opgehad. Net als iedereen warmde ze haar handen wel eens bij de groote kachel 's winters, voor 't college begon.

Eén grappig voorvalletje herinner ik mij daar­omtrent. Eens stond ze zoo bij de kachel, toen prof. Verwey binnenkwam. Maar daar ze met den rug naar de deur stond, merkte ze 't niet op. De prof sloot de deur, liep naar den katheder. De gewone, geleidelijke stilte trad in. Nog had Juliana, genoeglijk zich warmende, niets ontdekt. Ik meen - maar dat weet ik met zeker meer - dat 's profs inleidend "Dames en heeren" óók nog noodig was, voor de prinses, in grooten schrik, op haar plaats vloog.

Eéns is ze te laat gekomen. Dat blijft voor mij altijd 'n lieve herinnering. Klop, klop, ging het bescheiden op de deur, ongeveer vijf minuten nadat 't Letterkundecollege begonnen was. Meneer R., de onverstoorbare begeleider van de prinses - hij was altijd in haar onmiddellijke na­bijheid - opende de deur, en naar binnen schoof een blozende en zeer verlegen

Juliana, met een vriendin. Een stampvol college. Nergens meer plaats.  Ze ontdekt nog 'h open plek, aan 't raam. Dan pakt ze de vriendin bij de hand en loopt zeer snel, bijna op 'n drafje, op de teenen naar het eene plekje aan 't raam, waar voor haar ingeschoven wordt en ze nog net op de punt van de tafel dictaat zal kunnen maken. Maar ze moest voor heel 't college langs. Wat wàs ze verlegen ! Op dat oogen­blik had ze iets onzegbaar kinder­lijks. Het was mij even, of ik twee spelende kinderen op een wei had gezien, hand in hand­ een wonderlijke associatie overi­gens in deze omgeving. Misschien kwam het, omdat dit zoo vér af was van de min of meer zelf - verzekerde houding, die den meesten studenten op dezen leef­tijd eigen is. Prof. Verwey, met zijn rustig gezicht, zag volkomen den humor van ’t geval.

Hij wachtte even tot de drie gezeten waren, en ging toen kalm door. Dat de prinses toch binnen was gekomen, pleit voor haar ijver; het was bij ons geen gewoonte, nog naar binnen te gaan als je te laat was.

De prinses luis­terde met groote aandacht in de lessen. Meermalen had je gelegenheid haar ongemerkt 'n beetje te bekijken, vooral wanneer ze aan een van de opzij geplaatste tafels zat en je dus tegelijk met den hoogleeraar ook haar voor je zag. Bij een van die gelegenheden heb ik het gewaagd haar vluchtig uit te teekenen, terwijl ze verzonken zat tè luisteren naar het reciteren van 'n gedicht. Het moest natuurlijk vreselijk vlug gaan, en ze mocht vooral niets merken. In dien tijd was ze gezetter dan nu. Maar ze was heel goed gebouwd, en ze had o.a. bijzonder mooie, witte handen. Ik zat daar menigmaal naar te kijken. In haar profiel vond ik altijd. dat ze gelijkenis ver­toonde met koningin Emma, ofschoon dat op de foto's nooit zoo opvalt. Haar japonnen waren merk­waardig eenvoudig, ,,schooljurken" droeg ze, zou je kunnen zeggen. En nooit hebben haar haren in dien tijd de buitensporigheden van tang of watergolf gekend. Ook was 't zoo aardig, haar als 'n gewoon mensch te zien worstelen met 'n vulpen, die lekte, of mee te maken hoe ze, snip- en snipverkouden, den eenen zakdoek na den anderen te voorschijn trok.


De prinses was goedlachsch, ze had iets heel opgewekts over zich. Als er iets te lachen viel, dan hoorde je haar 't eerst. En dan opeens - ja, dat gebeurde ook wel eens - kon ze haar kleine oogen over alle aanwezigen laten gaan met iets koel-hooghartigs, met waarlijk iets vorstelijks in dien blik. Dat was een àndere Juliana. Maar dat duurde meestal maar kort. Een van de sympathiekste dingen van haar Leid­schen studietijd vond ik, dat ze zich heeft willen onderwerpen aan examens, vrijwillig. Ieder, die van deze zaken iets afweet, begrijpt wat dat zeggen wil. Het betekent een concentratie, een samenvatting, een inspanning. En - voor Juliana - een zeker zich prijsgeven. Want hierdoor kon haar intelligentie getaxeerd worden, en blijkbaar vreesde ze die taxatie van den kant der critische hoogleeraren niet. Haar tentamina moeten buitengewoon goed zijn geweest. Prof. Huizinga prees bij haar promotie openlijk en emfatisch haar criti­sehen geest, haar ruim verstand. Ik hoor nog een van de andere profes­soren, die haar geëxami­neerd had en die ook mijn leermeester was, met nadruk tijdens een onder­houd mij zeggen: ,,Ik ben er ten stelligste van overtuigd, dat de prinses een groote dosis Oranje intellect heeft."

Dit alles is negen jaar ge­leden (lees oktober 1936), doch deze kleine dingen van onze prin­ses liggen me nog altijd goed in 't geheugen. Het zijn niet meer dan wat losse herinne­ringen, maar ze hooren tot de aardigste en dierbaarste van mijn leven. En in deze dagen van haar stralend geluk, nu onze gedachten in zoo groote ge­negenheid naar haar uitgaan, werden ze weer extra leven­dig in mij en voelde ik de behoefte, er iets van te ver­tellen, en weer eens het oude dictaatschrift met de heime­lijk gekrabbelde portretjes voor den dag te halen.

Zoo hebben haar gekend haar vele Leidsche studie­genooten, die verder nooit in eenig persoonlijk contact met haar gekomen zijn, maar haar toch van zoo heel nabij meemaakten. Ook voor hen was zij waarlijk ,,mede­studente".

    




Leen Bakker
Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://knipselsuitkranten.nl

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter