woensdag 9 juli 2014

Ereveld, het verhaal van een reis, een ontdekking en een Indische familiegeschiedenis

Bevrijdingsmonument Baarn 1940-1945, Stationsplein.
Mooi bloeit de magnolia.
Foto: Collectie Groenegraf.nl
Op 15 augustus vindt in Den Haag  bij het Indisch Monument, gelegen in de Scheveningse bosjes, de officiële landelijke herdenking plaats van de capitulatie van het Japanse leger in het voormalige Nederlands-Indië (nu Indonesië) op 15 augustus 1945. In ons eigen Baarn wordt deze herdenking gehouden bij het Bevrijdingsmonument op het Stationsplein. Dit in 1946 uit blokken natuursteen opgerichte  monument werd onthuld op 3 mei 1947. In eerste instantie opgericht ter herdenking van alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, kreeg het monument een meer specifiek Baarnse betekenis door de op 29 oktober 2001 door Z.K.H. Prins Bernhard onthulde plaquette met daarop de namen van eenendertig Baarnse oorlogsslachtoffers. De jaarlijkse gehouden herdenking wordt georganiseerd door het Comité 4 en 5 Mei Baarn (www.4en5meibaarn.nl)


15 augustus 1945
Op 15 augustus 1945 maakte de Japanse keizer Hirohito in een radiotoespraak de capitulatie van zijn leger bekend en op 2 september werd in de baai van Tokio door vertegenwoordigers van het Japanse keizerrijk het officiële document van de overgave getekend aan boord van het Amerikaanse slagschip USS Missouri. Hiermee werd de Tweede Wereldoorlog ook in Zuidoost-Azië beëindigd. Op 16 augustus werden de poorten van de Japanse mannen –en vrouwenkampen in Nederlands-Indië geopend. Naar schatting 110.000 Nederlandse staatsburgers, onder wie zowel blanke als gemengdbloedige Indische Nederlanders werden bevrijd na ruim drie jaar internering. Velen van hen waren ernstig ziek en verzwakt door het schaarse eten, het gebrek aan medische zorg en de erbarmelijke leefomstandigheden in de kampen. Ook buiten de kampen hebben niet geïnterneerde Indische Nederlanders honger en ontberingen geleden. Zij bezaten weliswaar het Nederlandse staatsburgerschap, maar op basis van hun afstamming van een Indonesische (Inlandse) voormoeder konden ze bij de Japanse bezetter aantonen dat ze tot de inheemse bevolking behoorden. Zij werden ’buitenkampers’  genoemd. Hun aantal werd geschat op 200.000. Militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL)) die dwangarbeid in Birma, Siam (Thailand), China en Japan overleefd hadden, hebben maandenlang op verscheping moeten wachten. Het aantal krijgsgevangenen, dat buiten Nederlands-Indië in door Japan bezet gebied werd bevrijd, kan worden geschat op ongeveer 25.000. Op 17 augustus 1945 werd door de politieke leiders Soekarno en Mohammad Hatta de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië uitgeroepen. Het Nederlandse gouvernement weigerde echter de onafhankelijkheid te erkennen en wilde hoe dan ook de ’oude’ koloniale orde herstellen. Vanaf september 1945 brak een uiterst gewelddadige periode aan welke de geschiedenis is ingegaan onder de naam Bersiaptijd. (Bersiap: wees paraat). Indonesische vrijheidsstrijders belaagden blanke en Indische Nederlanders. Woonhuizen werden geplunderd en duizenden burgers werden vermoord.
  
Oorlogsgravenstichting
Velen van hen vonden hun laatste rustplaats op één van de door NederlandseOorlogsgravenstichting (OGS) op Java  ingerichte erevelden. Deze in 1946 opgerichte Stichting is verantwoordelijk voor de inrichting en onderhoud van de Nederlandse erevelden over de gehele wereld. Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de OGS ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Op Java bevinden zich zeven Nederlandse erevelden: Ancol (Jakarta-Tandjong Priok), Menteng Pulo (Jakarta), Pandu (Bandung), Leuwigajah (Cimahi), Kalibanteng en Candi (Semarang), Kembang Kuning (Surabaya). Hier zijn ruim 24.000 slachtoffers, zowel burgers als militairen, van de strijd in Nederlands Indië begraven. De vervulling van een ereplicht, toen, nu en in de toekomst. Het motto van de Stichting is: ‘Opdat zij met eere mogen rusten’ .






                    Ereveld … het verhaal.
’Op maandag 5 maart 2007 brachten mijn vrouw en ik tijdens onze rondreis door Thailand een bezoek aan het ereveld Kanchanaburi en de brug over de Kwai rivier. Een lang gekoesterde wens ging in vervulling.’


Een kleine familiegeschiedenis
Douwe van der Wal, fuselier KNIL,
Bandoeng 1935.
Collectie M.E. Vermeulen-van der Wal


Mijn vrouw Martje Edith van der Wal is in 1939 te Magelang, midden Java, geboren. Zij is de dochter van KNIL militair Douwe van der Wal afkomstig uit Leeuwarden en de Indische Edith Hendrika Soffner uit Semarang. Tot de Japanse inval op Java in maart 1942 en de daaropvolgende capitulatie van het KNIL woonde het gezin op diverse plaatsen op Java en Bali. De hierop volgende periode van krijgsgevangenschap maakte een einde aan het gezinsleven.

Douwe van der Wal en zijn verloofde Edith Hendrika Soffner,
Malang 1938. Collectie M.E. Vermeulen-van der Wal.
Douwe werd na een eerste interneringsperiode op Java waarschijnlijk eind 1942 per schip op transport gezet naar Siam, nu Thailand, en werd tewerkgesteld aan de Birma-Siam spoorlijn. Deze periode duurde tot 15 augustus 1945 de dag waarop hij volgens zijn Japanse interneringskaart in Bangkok werd overgedragen aan de geallieerde strijdkrachten. Martje verbleef samen met haar moeder en andere familieleden op diverse plaatsen op Java, kamp Tawangsari te Lawang en kamp de Wijk, in Malang. Het huwelijk van haar ouders werd eind 1946 in Soerabaja door scheiding ontbonden. 
Voorzijde van Japanse interneringskaart Douwe van der Wal. Collectie Ed Vermeulen.

Martje werd aan haar vader toegewezen en reisde vanaf dat moment als een echte anak-KNIL met het legeronderdeel van haar vader mee. Na een aantal omzwervingen via Bali en Sumatra kwam zij in Batavia terecht. Na een kort verblijf in het Tjideng kindertehuis vertrok zij op 2 april 1947 met het m.s Kota Baroe naar Nederland. In Leeuwarden werd zij liefdevol opgenomen in het gezin van haar Friese grootouders. (zie verhaal East is East)


Ereveld Pandu,Bandung
Ereveld Pandu, Bandung, een bloemengroet,
rust in vrede. Foto: Oorlogsgravenstichting.
In de zomer van 1991 reisden wij samen met vrienden voor het eerst naar Indonesië. Een bezoek  aan het ereveld Pandu te Bandung was in ons reisschema opgenomen. We legden bloemen bij het graf van de grootouders van onze in Purwokerto geboren vriendin en lieten de beelden van deze indrukwekkende en schitterend onderhouden begraafplaats op ons inwerken. Wij dwaalden rond tussen de eindeloze rijen kruisen en lazen de soms bekende namen. Tot onze grote verrassing zagen wij een kruis met daarop de naam ’E.G.SOFFNER, KPL. PARA 1 KNIL’. Wij lazen de geboorte- en sterfdata, 20-4-26 en 29-6-49, het maakte hem drieëntwintig jaren jong. Het was de eerste keer dat wij de familienaam ’Soffner’ tegenkwamen buiten die van de moeder van mijn vrouw om. Een heel bijzondere  gewaarwording, die meteen vragen opriep, hadden we te maken met familie, een onbekende broer of neef misschien?
Ter plekke besloot ik om na terugkeer in Nederland een onderzoek naar de naam ’Soffner’ te beginnen. Allereerst zocht ik contact met de Oorlogsgravenstichting (OGS) in Den Haag. Per brief werd mij medegedeeld dat ’E.G’ stond voor ’Eduard George’, geboren 20-4-1926 te Djokjakarta, overleden 29-6-1949 te Kroja-Banjumas. Gesneuveld ten tijde van één van de vele acties van de aan het Korps Speciale Troepen verbonden Para Gevechtsgroep. Op een kaart van Java vond ik Kroja, gelegen tussen Purwokerto en de bekende havenplaats Tjilatjap. Ik wist iets, maar nog lang niet alles. Opnieuw wendde ik mij tot de OGS en begreep dat er ergens in Nederland een zuster van Eduard G. Soffner woonde.


Familierelatie
Eduard George (Eddy) Soffner.
Collectie Familie Soffner.
Via mijn ondertussen redelijk vergevorderde onderzoek naar de herkomst van de familie Soffner, met als uitgangspunt de uitgebreide informatie verkregen via het Indisch Familie Archief (IFA) in Den Haag had ik ontdekt dat één of meerdere Soffner’s zich rond 1800 in Indië hadden gevestigd. Op een inwonerslijst van Djokjakarta uit het jaar 1804 staat een soldaat met de naam Soffner vermeld. Inmiddels had ik vast kunnen stellen dat de grootvaders van Eduard George en van mijn vrouw Martje, broers waren. Beiden waren in respectievelijk 1844 en 1864 geboren in de aan de Javazee gelegen havenplaats Tegal. De familieband was dus duidelijk. Het lukte om contact te leggen met de zuster van Eduard, door haar Eddy genoemd, een lieve vriendelijke toen tachtigjarige dame. Zij was blij verrast te horen van onze belangstelling voor haar broer Eddy en de naam Soffner. We werden uitgenodigd voor een bezoek, waarbij wij allerhartelijkst ontvangen werden. Verhalen uit de familie en de moeilijke naoorlogse jaren in Indonesië en Nederland werden verteld. 
Naast Eddy had zij nog een broer verloren in de Tweede Wereldoorlog, Frederik Henri, soldaat KNIL geboren 02-7-1923 te Djokjakarta en overleden te Tarsao, Thailand op 23-6-1943, een week voor zijn twintigste verjaardag. Tarsao op km 131 van de beruchte Birma-Siam spoorlijn. Fred Soffner werd, na aanvankelijk begraven te zijn op een van de vele provisorische begraafplaatsen langs de spoorlijn, na het beëindigen van de vijandelijkheden herbegraven op het grote en speciaal ingerichte ereveld Kanchanaburi dat gelegen is op korte afstand van de brug over de Kwai.



Erevelden, Java
Ook had ik tijdens mijn familieonderzoek ontdekt dat twee jongere, voor ons onbekende, broers van mijn vrouw’s moeder Edith Soffner hun laatste rustplaats hadden gevonden op erevelden op Java. Hun namen: Albert Johannes en Floris Soffner beiden geboren in Tegal in respectievelijk 1919 en 1921. Albert overleed op 6 februari 1945 in kamp Bangkong, Semarang en ligt begraven op het ereveld Kalibanteng, ook in Semarang. Zijn Bangkong-kampnummer: 28652. Floris overleed op 6 maart 1942 in kamp Kesilir, Oost Java en is begraven op het ereveld Kembang Kuning te Soerabaja. Het einde van hun jeugd werd gemarkeerd door hun sterfdag. Een bloemengroet laat weten dat zij niet vergeten zijn.

Kamp Kesilir, nabij Kalibaru, Oost Java. Tekenaar onbekend, uit collectie Henk Smit.
Het met een pijl aangegeven huisje werd mede door Henk Smit gebouwd.



Kanchanaburi,Thailand
Ingang Kamp Kanchanaburi 1945-46. Op deze plek werd het Ereveld ingericht.
Collectie A. Kannegieter
Op maandag 5 maart 2007, een zonnige en hete dag, vertrokken wij vanuit Bangkok richting Kanchanaburi. Tijdens de rit werd ik door onze reisleider in de gelegenheid gesteld om via de boordmicrofoon onze medereizigers te vertellen over onze ’missie’, het brengen van een bloemengroet bij het graf van Fred Soffner en het bekijken van ’de Brug’ en ’de Spoorlijn’, de plek waar Douwe van der Wal bijna drie kostbare jaren van zijn leven, met een bijna fatale afloop, dwangarbeid moest verrichten. 
Ingang Ereveld Kanchanaburi.
Foto: Will van de Corput, Teteringen
Een tijd die hij ondanks ernstige ziektes, dysenterie en malaria, heeft overleefd dankzij zowel zijn sterke gestel als ook zijn onverwoestbare Friese nuchterheid. Na een tussenstop in Ban Don Wai stopte onze bus bij het aan een drukke weg gelegen ereveld. Het ereveld Kanchanaburi is aangelegd op initiatief van de ’Commonwealth War Graves Commission’. Dit is de Britse zusterorganisatie van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting. Deze organisatie is verantwoordelijk voor het inrichten en onderhouden van oorlogsgraven van landen uit het Gemenebest. Ook het onderhoud van de Nederlandse graven op hun erevelden wordt door deze organisatie, in overleg met de OGS, verzorgd.

Fred H. Soffner, een foto uit andere tijden.
Collectie Fam. Lawson-Merke
Lopend in de brandende zon zagen wij de perfect onderhouden lange rijen graven met liggende stenen. Op de stenen bekende en onbekende namen. In vak 5, rij E, op nummer 27 vonden wij het graf van Fred Soffner. Hier legden wij een orchideeëntak, gekocht in een bloemenstal nabij het ereveld. Wij lieten de stilte met daarin het gefluit van vogels, de stemmen van bezoekers, het ruisende water van de grote sproeiers en het voorbijrijdende verkeer als enige achtergrondgeluiden op ons inwerken en lieten onze gedachten de vrije loop.
Bloemengroet bij het graf van onbekende neef
Fred Soffner.
Foto: Ed Vermeulen
Voor ons vertrek wisselde ik een paar woorden met één van de aanwezige opzichters en nam afscheid met een handdruk.







Graf Fred Soffner, 2 juli 1923 - 23 juni 1943.
Foto: Ed Vermeulen










In gedachten.
Collectie Ed Vermeulen





















Ereveld Kanchanaburi, Opdat Zij Met Eere Moge Rusten.
Foto: Ed Vermeulen
.
Birma-Siam spoorlijn
Van het ereveld reed de bus naar het nabijgelegen grote parkeerterrein bij ’de Brug’. Hier was op geen enkele wijze sprake van serene rust maar sloeg de toeristische drukte in volle kracht toe. Tientallen reisbussen brachten keer op keer honderden belangstellenden bij dit historische punt, gelegen aan de rivier Kwai Yai, die overigens ten tijde van de oorlogsjaren nog de naam Mae Klong droeg en eerst in 1960 zijn huidige naam verkreeg. 



Ondanks het alom aanwezige toeristische circus kostte het nauwelijks moeite om het juiste gevoel op te roepen, passend bij de herinnering aan Douwe en zijn kameraden in de tropenhitte werkend aan de spoorlijn in de jaren 1943-1945. 
Een gevoel dat nog het beste geïllustreerd en vergeleken kon worden met het beeld van de tientallen wegwerkers die wij op het traject van Bangkok naar Kanchanaburi met onze comfortabele reisbus gepasseerd waren, terwijl zij in de verzengende hitte van de middagzon bezig waren met het asfalteren van de autosnelweg. Met als grote verschil natuurlijk het ontbreken van de gewapende Japanse en Koreaanse soldaten en bewakers en zonder de allesoverheersende aanwezigheid van vernedering, geweld, ondervoeding en ziektes. Het gevoel oorlog versus vrede
kreeg meer en meer betekenis.  
Locomotief, de tand des tijds doorstaan.
Foto: Ed Vermeulen

Er liepen volgens mij nu meer Japanners rond dan tijdens de Tweede Wereldoorlog en ik vroeg mij af welke gedachten zij hadden bij het zien van de toeristische attractie die de ’Death Railway’ nu is geworden. Ik probeerde contact te maken, maar kreeg weinig tot geen respons. Het zij zo.
Japanse wijze van transport.
Foto: Ed Vermeulen
Na een bezoek van meer dan een uur vertrokken wij met de bus richting ons aan de Kwai-rivier gelegen hotel. Een bijzondere dag die werd afgesloten met een avondtocht per boot over de rivier. De ondergaande zon kleurde de hemel vuurrood.



Stevig constructiewerk Birma-Siam spoorlijn. Collectie A. Kannegieter


Bloedrood ging de zon onder.
Foto: Ed Vermeulen

15 augustus 1945
Van Bali-Lombok tot aan Palembang:
Gadja Merah, de Rode Olifant.
Collectie Pim Faber
Voor Fred Soffner en alle overige slachtoffers van de Spoorlijn blies een trompetblazer het signaal ’Last Post’. Dat zij allen in vrede mogen rusten. In de maanden volgend op de capitulatie van Japan werden in Thailand drie bataljons geformeerd, bestaande uit vrijwillig aangemelde en goedgekeurde ex-krijgsgevangenen van het oude KNIL. Als mouwonderscheiding droegen zij een aanvallende rode olifant. Douwe van der Wal was één van hen. Hij volgde met het 2e bataljon van de Bali-Lombok Brigade de roep van de Gadja Merah, de Rode Olifant.


Met het m.s. Rajula vertrok de Bali-Lombok Brigade midden fabruari 1946 vanuit Ban-Seng, Thailand naar Singapore.
Collectie Arie Lagendijk

Midden februari 1946 vertrok de brigade vanuit Thailand over zee met het m.s. Rajula naar Singapore naar Soerabaja. Hier werd overgescheept op het m.s Sainfoin. Via de rede van Soerabaja voer dit schip aansluitend richting Bali waar de troepen nabij Sanur aan land gingen.  De eerste stap op de lange weg naar Orde en Vrede.
Y-brigade op Sumatra, 1e Politionele Actie, Operatie Product,
Douwe van der Wal en een gedeelte van zijn peleton.
Collectie M.E. Vermeulen-van der Wal

Ereteken Orde en Vrede met jaargespen 1946, 1947, 1948 en
1949, zoals uitgereikt aan Adjudant O.O. Douwe van der Wal.
Collectie M.E. Vermeulen-van der Wal

Voor altijd samen op wacht met de klewang en de karabijn paraat.
KNIL 1830-1950. Bronbeek, Arnhem.
Foto: Ed Vermeulen

Het vervolg … Pusaka.
De eerste versie van het verhaal Ereveld werd in het door het Indisch Familiearchief uitgegeven Bulletin van juli 2007 opgenomen en kort daarna op de website geplaatst. Het werd door velen gelezen. Voor één lezer in het bijzonder had het verhaal een speciale betekenis. Op een avond nu een paar jaar geleden werd ik deelgenoot gemaakt van zijn opmerkelijke ontdekking. In een gesprek vertelde hij dat Eduard George Soffner zijn biologische grootvader van vaderszijde was. Een lang in de familie verborgen gehouden geheim werd nu geopenbaard en als ware het de ziel van de voorouders als erfstuk, Pusaka, doorgegeven en als waarheid aanvaard. Een in zijn bezit zijnde kris is hiervan het symbool. Weer werd er een pagina aan het familieboek toegevoegd


Douwe van der Wal staand links, een trotse KNIL fuselier.
Schietbaan Tjipatat nabij legerplaats Tjimahi, Java, 1935.
Collectie: M.E. Vermeulen-van der Wal












Keris gemaakt in 1921 voor Susuhunan Paku Buwono de 10e van Solo-Soerakarta (1866-1939). In 1939 als Pusaka geschonken.
Collectie: Privé bezit
Detail van dezelfde Keris, houten greep op kling, ingelegd met ruwe diamanten.
Collectie: Privé bezit

Nog een Indisch familieverhaal lezen? Dat kan via de verhalensite Oneindig Noord Holland waarop het verhaal Van Zeevaarder tot Gezagvoerder, (klik hier) over het leven en werken van KPM kapitein Boy Brijl, is geplaatst. Het verhaal neemt u mee van Indië  naar Nederland, Texel en weer terug naar Indië. Veel mooie historische foto’s!
Gedenk de namen van hen die ons voorgingen. Bedenk ook dat zij allen en ook wij onderdeel zijn van de geschiedenis.






Ed Vermeulen (1942)




De oorspronkelijke versie van het verhaal ’Ereveld’ werd gepubliceerd in het IFA Bulletin uitgave juli 2007 en aansluitend op de site. Op 10 augustus 2007 volgde plaatsing in de Baarnsche Courant. 

Bronnen:
Gadja Merah document door Ruud O. Spangenberg, november 1994.
Griselda Molemans - Opgevangen in andijvielucht, uitgave 2014
Oorlogsgravenstichting (OGS), Den Haag.
Stichting Indisch Familie Archief (SIFA), Den Haag - dossier familie Soffner.   
Willy Meelhuijsen – Revolutie in Soerabaja, uitgave 2000

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

6 opmerkingen:

  1. Geweldig weer in 1 woord, zo bijzonder goed verwoord.Ben aangedaan, weet zoveel meer van het achterliggende verhaal.En een week geleden op Bronbeek gelopen, ook voor Co heel heftig, wilde dolgraag na zijn plantersopleiding naar Indonesië, helaas zijn ultieme droom werd verstoord en zochten we het in Australie, zoals ve4len met ons.Chapau Ed!!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hartelijk bedankt voor deze mooie en betrokken woorden.
      Ed

      Verwijderen
  2. Wat een prachtig en ontroerend verhaal! Mijn opa is gestorven aan de dodenspoorlijn. Een Nederlandse Knil militair uit Den Haag. Begraven in Kanchanaburi. Deze geschiedenis laat je niet los en mag nooit vergeten worden...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Onbekende lezer(es)
      Met liefde geschreven. Zolang de naam van uw grootvader genoemd wordt in de familie verhalen is hij niet vergeten. Groet Ed

      Verwijderen
  3. dacht mijn vader te herkennen Frans van Doremalen

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Waarde lezer, bedankt voor dit bijzondere bericht. Stuur mij een e-mail op edenmarty@hetnet.nl en wij praten verder over dit onderwerp. Nogmaals mijn dank.
      Groet Ed

      Verwijderen