17.12.16

Wie, wat, waar? Eerste steen Nicolaaskerk

Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.








Eerste steen van de R.K. Nicolaaskerk aan de Kerkstraat is gelegd door R.K. Kerkbestuur 28-5-1904. De kerk is in 1905 in gebruik genomen. Op de steen staan vermeld: Mr. Franciscus Pen (niet de Burgemeester, maar kleinzoon en notaris / wethouder), Petrus Jacobus Cornelis Kok (pastoor), Hendrik (Hein) Schimmel (katholieke boer die aan de Zandvoortweg woonde) en P. Brouwer? en G. Westerhorst? We zijn op zoek naar de identieteit van de laatste twee heren.

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




RTV Baarn kunt u ontvangen via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

15.12.16

Freule Hetty de Beaufort


Agathe Henriette Maria de BEAUFORT, vooral bekend als H. Laman Trip-de Beaufort en Henriette L.T. de Beaufort (geboren in Baarn 13-10-1890 – gestorven in Bennekom op 26-3-1982), schrijfster en historica.
Dochter van Binnert Philip de Beaufort (1852-1898), burgemeester van Baarn (1885 - 1897), en Alida Henriette Cornelia van Eck (1857-1907). Hetty de Beaufort trouwde op 14-5-1914 in Renkum met Herman Laman Trip (1881-1928), advocaat. Dit huwelijk bleef kinderloos.
Freule Hetty de Beaufort werd geboren op het landgoed Peking in Baarn, als jongste van drie kinderen en enige dochter van een adellijke burgemeester. Ze was zeven toen haar vader burgemeester van Den Haag werd en kamerheer in buitengewone dienst van koningin-regentes Emma. Een jaar later overleed hij. Met haar moeder woonde ze ’s winters in de stad en ’s zomers op het landgoed ‘Mariëndaal’ bij Oosterbeek, bezit van de familie Van Eck. Hetty kreeg thuis privéonderwijs. Na de dood van haar ziekelijke moeder in 1907 ging ze voor twee jaar naar een meisjeskostschool in Genève. Daar kwam ze tot het inzicht dat ze meer opleiding wilde dan het onderwijs in vreemde talen en goede manieren dat de norm was voor meisjes van haar stand.
Freule Hetty de Beaufort

Huwelijk
In 1912 begon Hetty de Beaufort als toehoorder colleges geschiedenis en Nederlands in Utrecht te volgen en genoot van het studentenleven. Ze raakte onder meer bevriend met de radicaal denkende Clara Wichmann. Twee jaar later trouwde ze met veel pracht en praal de bijna tien jaar oudere advocaat jonkheer Herman Laman Trip, die ze bij vrienden van de familie had ontmoet. Haar verslag van hun Ierse huwelijksreis (lange tochten met rugzak) werd onder de titel ‘Lente in Ierland’ gepubliceerd in Onze Eeuw (1915).

Het paar ging wonen op Mariëndaal. Haar echtgenoot vestigde zich als advocaat en Henriëtte werkte aan een historisch toneelstuk over Willem van Oranje dat ze in 1916 publiceerde onder de naam ‘H. Laman Trip-de Beaufort’. Eduard Verkade bracht het stuk in 1917-1918 op de planken, maar het maakte geen indruk. Hierop besloot ze zich niet meer aan toneelwerk te wagen, en koos voor verhalend historisch proza. ‘Het werd Vondel’, zou haar vriendin *Kitty de Josselin de Jong in 1982 schrijven in haar levensbericht voor de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Vondel. Kunst en karakter verscheen in 1920 als boek en kreeg een lovende recensie van Lodewijk van Deyssel.
In 1918 werd Herman particulier secretaris van de topdiplomaat Cornelis van Vollenhoven, die voor enkele jaren naar Washington werd uitgezonden. Het echtpaar deelde daar de flat met deze beroemde geleerde en beleefde zo enkele bijzonder inspirerende jaren: overdag werd er gewerkt. De Beaufort schreef een bundel Bijbelse verhalen, die in 1924 in Nederland zou uitkomen. ’s Avonds voerden de drie flatgenoten lange gesprekken en lazen ze elkaar voor. In een van die gesprekken verbaasde Van Vollenhoven zich erover dat er nog geen biografie van Gijsbert Karel van Hogendorp was. De Beaufort besloot in die leemte te voorzien en toog aan het werk.

Smokkelroute
Na enkele jaren keerde het echtpaar terug naar Mariëndaal. Het huwelijk bleef kinderloos. Dat is wellicht de reden dat De Beaufort in 1924 besloot een grote erfenis die haar was toegevallen te besteden aan een kindersanatorium. Het werd gevestigd in Oberstdorf in de Beierse Alpen en kreeg de naam Hohes Licht. Haar literaire werk raakte hierdoor enigszins op de achtergrond, maar in 1927 publiceerde zij Onder de zon. Novellen (1927). Het was haar eerste werk als romancière. Willem Kloos besprak het waarderend in De Nieuwe Gids, Ritter noemde het ‘werk van zeer hoog gehalte.’ Na de plotselinge dood van haar man in 1928 trok De Beaufort zich lange tijd terug in Hohes Licht, waar zij meestal was te vinden aan de zijde van de Duitse directrice Elisabeth (‘Li’) Dabelstein. Vanaf 1933 was Hohes Licht een belangrijke schakel in een smokkelroute waarlangs joodse kinderen naar Zwitserland reisden. De Beaufort en Dabelstein konden dit werk volhouden tot de Bevrijding in 1945. Tussen de bedrijven door werkte De Beaufort aan haar Van Hogendorpbiografie. Na 1945 kon ze hiervoor ook het nodige archiefonderzoek doen. Het boek kwam uit in 1948 en werd in 1950 bekroond met een prijs van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. In 1949 publiceerde ze haar enige – sterk autobiografische – roman: Dolly van Arnhem, waarin ze de ontwikkeling beschrijft van een jonge vrouw uit een adellijk Gelders geslacht.
Schrijversloopbaan
In 1956 zette De Beaufort haar schrijversloopbaan voort met een biografie van Rembrandt. In hetzelfde jaar verkocht ze Hohes Licht aan een kerkelijke instelling en verhuisde ze naar Bennekom, waar ze samen met vriendin en secretaresse Toos Voorhoeve de villa Beukenhof betrok. In 1957 schreef ze het artikel ‘De biografie. Een theoretisch onderzoek’. Ze vond een biografie pas geslaagd als er sprake was van ‘een versmeltingsproces van verstand en talent, van wetenschap en kunst’. Niet lang hierna kreeg ze bezoek van de uitgever Geert-Jan Lubberhuizen, die haar vroeg een biografie van koningin Juliana te schrijven. Omdat de De Beauforts eeuwenlang in nauw contact met het vorstenhuis hadden gestaan, leek hem dat een uitstekend idee. De Beaufort weigerde, maar schreef in plaats daarvan de eerste biografie van de in 1962 overleden prinses Wilhelmina. Na de publicatie ervan (in 1965) schreef ze nog een verslag van een reis door Afrika, dat in 1968 onder de titel Ruimte en zonlicht. Safari in Afrika uitkwam. Daarna was De Beaufort alleen nog actief op sociaal en religieus gebied: als voorzitster van het Tollensfonds voor Nederlandse letteren, van de wereldwijde PEN-club en van de plaatselijke afdeling van de vooruitstrevende en oecumenische Nederlandse Protestanten Bond. Ze was na de oorlog samen met Dabelstein benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en werd in 1970 bevorderd tot Officier. In 1980 kreeg ze de erepenning van het Tollensfonds.
In 1982 overleed Hetty de Beaufort, 92 jaar oud, aan een longontsteking. Ze is begraven op de begraafplaats in Bennekom naast de in 1976 overleden Dabelstein en liet aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde een fonds na dat iedere drie jaar de Henriëtte de Beaufortprijs uitreikt aan de Vlaamse of Nederlandse auteur van een literaire biografie of autobiografie. Haar oeuvre is door de historicus Arie van Deursen in het Biografisch Woordenboek van Nederland nogal zuinig samenvat. Haar levensbericht door Kitty de Jong geeft een rijker geschakeerd beeld van deze ‘great Lady’, zoals een deelnemer aan het PEN-congres in 1947 haar betitelde.

Het complete verhaal over Henriette de Beaufort kunt u lezen op:
Bronvermelding: Redactie, Beaufort, Henriette de, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland

Geplaatst door L.J.A.Bakker 






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  
Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl



12.12.16

Moeder Matthea, gebeurtenissen te Lage Vuursche

door Eric van der Ent


Femia Theodora Antonia de Beer.
Moeder Matthea, tante Fem.
December is een feestelijke maand. Sinterklaas is nog maar net vertrokken en over enkele weken vieren we het Kerstfeest alweer. Maar december is ook een maand van bezinning. In deze periode denken we ook vaak terug aan gebeurtenissen in het verleden. Dit voorjaar kwam ik in contact met mevr. D. Laoût-de Beer uit Utrecht. Zij schreef mij over een bijkans vergeten gebeurtenis in de Lage Vuursche, deze maand alweer 73 jaar geleden. Ik zocht haar op en samen bezochten we, op een prachtige voorjaarsdag in mei, de plek waar het allemaal gebeurde: het klooster in Lage Vuursche. Samen zittend op een bankje op de kloosterbegraafplaats vertelde ze het verhaal over haar tante Fem, dat ik hierbij met u deel:

Tante Fem was een zuster van mijn vader en was Moeder Overste van het Sint Elisabethklooster in Lage Vuursche van de Congregatie van de Zusters van O.L.Vrouw. Haar kloosternaam was “Moeder Matthea “ maar wij mochten haar Tante Fem noemen naar haar doopnaam “Euphemia”. Als kind ging ons gezin samen met mijn ouders op bezoek bij Tante Fem bijvoorbeeld als zij, altijd op een zondag, haar verjaardag samen met ons vierde. In de ruime bezoekkamer van het klooster stond dan altijd een grote tafel mooi en feestelijk gedekt met wit tafellinnen, voor mijn ouders en voor ieder kind een bord en bestek, op tafel  allerlei heerlijkheden zoals beschuit, krentenbrood, witte en bruine bolletjes, verschillende soorten broodbeleg, zálige jams, hagelslag, bananen en ander fruit. Voor ons kinderen was dat ongeveer luilekkerland! Als wij dan zo rond de tafel geschaard zaten kwam Tante Fem de bezoekkamer binnen. Haar forse verschijning straalde een vriendelijkheid, warmte en rust uit, zó weldadig dat ik het altijd onthouden heb. Zij onderhield zich met élk van ons, was belangstellend naar de schoolresultaten van ieder kind, gaf elk van ons  een vriendelijke aai over het hoofd, tussendoor iedereen aanmoedigend vooral “toe te tasten” en te genieten van alles wat op tafel stond. Dat lieten wij kinderen ons geen tweede keer zeggen! Er werden versjes opgezegd, (uiteraard uit het hoofd geleerd!) ter ere van Tante Fem en er werden liedjes gezongen. Tante Fem straalde!!

St. Elisabethklooster, Lage Vuursche

Ik was in die jaren een interne leerlinge op het Pensionaat Mariënburg in Bussum van dezelfde kloosterorde als mijn Tante. Daar kreeg ik als 6/7-jarige, (maar later ook nog wel) af en toe een pakje toegestuurd afkomstig van mijn Tante Fem, zo’n pakje bevatte bijvoorbeeld een warm mutsje voor in de koude winter, ook een keer een paar (door een van de zusters in Lage Vuursche) gebreide warme wanten, soms ook een mooi schilderijtje voor boven mijn bed op een grote slaapzaal, waar de bedden afgeschermd waren met lange witte gordijnen. Ik voelde me bevoorrecht met zo’n lieve tante en mocht dan  (onder leiding van een van de zusters van het Pensionaat) een bedankbriefje schrijven!

De vakanties bracht ik altijd thuis door bij mijn ouders en broertjes en zusjes. Op een koude decemberdag  drie dagen na Kerstmis eind 1943 tijdens de bezettingsjaren door de Duitsers merkte ik dat er iets heel naars gebeurd moest zijn met Tante Fem, er werd gefluisterd door de volwassenen, (zelf was ik toen 12 jaar) de ware toedracht kwam voor de kleintjes niet echt naar voren. Ik ving woorden op over “onderduikers, verraad en Euterpestraat”. Op een ochtend nam mijn moeder me per trein mee naar Amsterdam naar een klooster waar Zusters woonden van, naar ik meen, dezelfde orde als waartoe mijn Tante Fem behoorde. In de spreekkamer gaf mijn moeder een pakje met schone onderkleding aan de zuster aan de andere kant van de tafel en kreeg mijn moeder een dergelijk pakje mee retour. Mijn moeder maakte met een nagelschaartje de zoom van een hemd een paar centimeter open en daar kwam een briefje tevoorschijn. Ik werd geacht niets daarvan te kunnen volgen maar toch werd het mij duidelijk dat met die briefjes korte berichten werden uitgewisseld tussen mijn Tante Fem en het “thuisfront”.

In het voorjaar van 1944 bleek mijn Tante weer in Lage Vuursche te zijn waar zij, doodziek en verzwakt door alles wat er met haar gebeurd was, verpleegd werd in het Sanatorium waar zij Moeder Overste was. Zij is nooit meer hersteld en overleed Maart 1948. Ik heb mijn tante nooit meer ontmoet en heb destijds ook nooit het complete verhaal gehoord over de afschuwelijke gebeurtenissen rond die vreselijke 28ste december 1943.

In de schoolvakanties mocht ik wel eens mee met mijn vader om de grote manden schoon wasgoed te bezorgen in het Klooster te Lage Vuursche; mijn vader had n.l. samen met twee broers een stoomwasserij en het Klooster was “klant”. Dat bezorgen gebeurde per grote bestelwagen maar toen die door de Duitse bezetters in beslag werd genomen kwam er een oudere auto met een zogeheten “gasgenerator” en nóg later zelfs met paard en wagen. Die ritten zouden een mooie aanleiding geweest kunnen zijn voor mijn vader om mij te vertellen over alles wat er met mijn Tante Fem had plaats gevonden, zéker die ritten met paard en wagen, dat ging altijd in een heel rustig drafje, vaders schoen luchtigjes tegen de rechter achterkant van het paard rustend, de leidsels losjes in vaders handen; helaas is van vertellen nooit iets gekomen, wij reden stil over de paden van de Lage Vuursche naar Hilversum en daarna verder naar Bussum waar wij woonden. De band met mijn vader was ook niet zo dat ik hem daarover durfde te vragen.




Het leven ging verder, ik trouwde, kreeg een gezin  en in mijn achterhoofd bleef het onvoltooide verhaal van mijn Tante Fem hangen. Tot ik zo’n tiental jaren geleden besloot nasporingen te gaan doen en zo  kwam ik uiteindelijk terecht bij het Moederhuis van de Congregatie van de Zusters van O.L. Vrouwen, daar vond ik de zuster-archivaris bereid mij te helpen. Zo kreeg ik uiteindelijk het gehele verslag van de inval door de Duitse bezetters in het Klooster te Lage Vuursche van begin tot eind te lezen. Ik kon mijn ogen niet geloven:  hulp aan onderduikers, verraad, overval en beroving van het klooster door de bezetters, alle zusters inclusief de bedlegerige patiënten (die laatsten met bed en en al) in de kloosterkapel samengedreven en opgesloten; Moeder Matthea en de rector geslagen en in een overvalauto geduwd en afgevoerd naar Amsterdam, martelingen in het gebouw aan de beruchte “Euterpestraat”, daarna in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Zij heeft dit alles moeten doorstaan. Een kloosterzuster die in haar goedheid haar leven in de waagschaal stelde voor haar medemens. Samen met mijn man bezocht ik het “Niod” in Amsterdam en heb daar de gegevens over mijn Tante Fem aangeleverd; er was daar niets over haar bekend. Op het kerkhof staat haar naam als Zuster Matthea (zónder speciale vermelding over haar bijzondere belevenissen) vermeld op de grote steen van het verzamelgraf tussen de lange reeks namen van de vele, in de loop der jaren herbegraven medezusters. Moeder Marie Matthea werd zo weer Zuster Matthea. Voor mij zal zij altijd blijven: mijn dierbare “Tante Fem”.

Zo zaten we samen op het bankje op de begraafplaats, mevr. Laoût en ik. Een indrukwekkend verhaal. Samen genietend van de eerste voorjaarszon in mei, denken we zonder verder te spreken, terug aan “Tante Fem”.

Eric van der Ent en mevr. D. Laoût-de Beer

Met dank aan mevr. D. Laoût-de Beer, (85 jr.)

Dit verhaal verscheen op maandag 12 december 2016 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd door onze verhalen over oud Baarn? Kom in actie en plaats ook uw herinneringen op onze website.

10.12.16

Kerststallenroute Baarn ”De Weg van het Licht’’ (zondag 18 december 2016 tot en met vrijdag 6 januari 2017) en andere (Baarnse) tradities

door Ed Vermeulen (reprise)




De Weg van het Licht (foto: Gerard Adolfse)
Traditie: het overdragen van persoon op persoon en van generatie op generatie van cultuurgoederen, overlevering en hetgeen dat wordt overgeleverd, een van oudsher bestaand gebruik en het handelen volgens overgeleverde gebruiken.                   

Deftig klinkende omschrijvingen van zaken die in mijn en zeer waarschijnlijk ook in uw leven een belangrijke rol spelen. In dit verhaal noem ik een aantal van deze tradities zoals het (bloemen)defilé bij Paleis Soestdijk, de rondgang door Baarn in de Kerstnacht van het muziekcorps van het Leger des Heils, het treintje in de etalage van Boekhandel Den Boer als teken van het naderende Sinterklaasfeest, de Kerstbijeenkomsten op de Lagere School en op Het Baarnsch Lyceum (we spraken van een Kerstwijding), de 1940-45 herdenking bij het monument van mijn zeevaartschool de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam, de Kerstkist aan boord van Nederlandse koopvaardijschepen, de 4 mei herdenking bij het Monument op het Stationsplein en de Indiëherdenking op 15 augustus. 
Maar denkt u ook aan het jaarlijks optuigen van de kerstboom en het aansteken van de kaarsjes (ooit echte!). Zelfs meer aardse zaken als oliebollen op oudejaarsavond en uitwaaien op het strand op nieuwjaarsdag kunnen onderdeel van de familietradities  worden. 


Tradities in beeld

Soms denk ik wel eens dat het leven uit louter tradities bestaat en misschien is dat ook wel zo. De beleving zal van persoon tot persoon verschillen en kan sterk wisselend zijn, afhankelijk van hoe u in het leven staat of, ook niet onbelangrijk, waar en bij wie ooit uw wieg heeft gestaan. Een bijzonder weetje is dat tradities sinds 2012 officieel zijn erkend als een nieuwe tak van erfgoed. Ook door Nederland werd toen het UNESCO Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed ondertekend. In aanmerking komen tradities die zo belangrijk worden gevonden dat ze niet verloren mogen gaan. Per land wordt een zogenaamde nationale inventaris samengesteld. Tot de meest recente toevoegingen aan de Nederlandse lijst behoren de Indische Rijsttafel en het op Texel gevierde Ouwe Sunderklaas (Ouwe Sunder) op 12 december en de, eveneens Texelse, Meierblis op 30 april. 

     Indische Rijsttafel                                        Ouwe Sunderklaas                                             Meierblis
De Weg van het Licht
Sommige Baarnse tradities gingen, ingehaald door de tijd, verloren: het defilé bij het Paleis en de muzikale Kerstnachtroute van het Leger des Heils. Weer anderen  bleven, stevig geworteld in ons Baarnse leven. Er ontstonden ook nieuwe. De kerststallenroute ”De Weg van het licht”  is er zo een. Dit jaar al voor de eenentwintigste keer! Over deze kerststallenroute, inmiddels opgenomen in de eregalerij van Baarnse tradities, sprak ik eerder met de bevlogen en enthousiaste initiatiefneemster de Baarnse Jacqueline van den Eshof-Ansinger. Zij vertelde hoe zij in december 1994, nu meer dan twintig jaar geleden, bij het zien van een grote kerststal op een plein in het stadje Malmédy in de Belgische Ardennen hiertoe werd geïnspireerd. Malmédy, onlosmakelijk verbonden met de Tweede Wereldoorlog en het Ardennenoffensief in de barre winter van 1944-45.

Malmédy, bron van inspiratie
Haar idee was het om in het oude deel van Baarn een route te organiseren langs in tuinen opgestelde kerststallen. Dit alles onder de  naam ”De Weg van het Licht”   

In den beginne 
Met Kerstmis vieren christenen over de gehele wereld de geboorte van Jezus nu ruim tweeduizend  jaar geleden in Bethlehem. De heilige Franciscus van Assisi, Italië, begon voor het eerst met het uitbeelden van een levende kerststal in een bos bij het stadje Greccio in het jaar 1223. Het zou het begin worden van  een mooie en vooral bijzondere Europese traditie. 


Assisi                                                                  Franciscus van Assisi                                    Greccio
Vanaf dit moment begon de verspreiding van de Kerststal en tegelijkertijd haar zegetocht door Europa om uiteindelijk ook in Baarn een vaste plek te verwerven. 

Kerststallen op de route (Foto's: Gerard Adolfse)


De Weg van het Licht
Vanaf zondag 18 december 2016 tot en met vrijdag 6 januari 2017 staan in meer dan honderd Baarnse tuinen, goed zichtbaar vanaf de openbare weg, bijzondere en sfeervol verlichte kerststallen en andere kersttaferelen opgesteld. De stallen worden aangegeven met een duidelijk zichtbare witte, op een stok bevestigde, ster en zijn tot elf uur ’s avonds verlicht. De verscheidenheid is groot: veel traditionele, maar ook meer eigentijdse modern gestileerde stallen, stallen van Lego, Nijntje, en ook stallen ’met een knipoog’ en wandkleden. De fantasie van de deelnemers aan de route staat garant voor veel sfeervol kijkplezier, waarbij het goed is om te weten dat het merendeel van de stallen door de deelnemers zelf gemaakt zijn. Bij iedere stal hangt aan het hek een Routekaartje, te downloaden via de site ’De weg van het licht’. Ook buiten de ’officiële’ route staan in zeker dertig tuinen mooie kerststallen opgesteld. Een bezoek hieraan is dan ook zeker de moeite meer dan waard. 


Kerststallen op de route (Foto's: Gerard Adolfse)
Evenals vorig jaar zullen ook winkeliers in het Baarnse winkelcentrum mee doen,  herkenbaar  aan een witte ster in de etalage. In de loop der jaren heeft de route door een grote stroom aan publicaties in de landelijke pers nationale bekendheid gekregen en een trouwe schare kijkers aan zich weten te binden. Ook vanuit het buitenland , o.a. Duitsland en België, weet men de weg naar de Baarnse kerststallenroute te vinden. 
                         
Vind uw weg
De Kerststallenroute begint in de Faas Eliaslaan, waar u naast de van oudsher opgestelde stallen met o.a. de prachtige stal in de voormalige Villa Cuba (nu Villa Elias), weer een aantal nieuwkomers zult aantreffen 

Kerstsfeer op de Faas Eliaslaan (Foto's: Nancy Nieuwenhuis)

Vervolgens loopt de route langs de Heilige Nicolaaskerk in de Kerkstraat, welke wegens ingrijpende restauratiewerkzaamheden helaas is gesloten, via de Dalweg en Eemnesserweg naar Hoog Baarn. In totaal een ongeveer vier kilometer lange en mooie wandeling door winters Baarn! 

Heilige Nicolaaskerk

Het zogenaamde ’Kindje wiegen’ op 1e Kerstdag zal dit jaar plaats vinden in de Maria Koninginkerk, Maatkampweg 18, Baarn. Check de site voor de juiste begintijd. 


Kindje wiegen in een Noord-Brabantse R.K. Kerk

Laat de kinderen…
Onze oudste kleinkinderen zijn in 1996 geboren, meisjes, inmiddels jongedames, op wie wij de eerste jaren van hun jonge leven hebben gepast. De kerststallenroute was toen, weliswaar aanzienlijk korter dan nu, een jaarlijks terugkerend onderdeel van de oppasdag! Steeds meer kinderen weten niet goed wat de gedachte achter Kerstmis is en wat er gevierd wordt. De Kerststallenroute biedt naast een mooie winterse wandeling aan ouders ook de mogelijkheid om de oorsprong van het Kerstverhaal te vertellen en te duiden. Wat de leeftijd van uw (klein)kinderen ook is, een kennismaking met de ’De Weg van het licht’ zal ook hen aanspreken en inspireren. 
                               
Kerststallen op de route (Foto's: Gerard Adolfse)
Zo wijd de wereld strekt
U vindt wereldwijd stallen in allerlei stijlen van Griekenland tot Ierland en van Finland tot Spanje, maar ook door geheel Zuid Amerika. Ik herinner mij de kerststal in het zeemanshuis ’Stella Maris’  (Sterre der Zee) in Buenos Aires, Argentinië waar ik in mijn jaren op zee in de jaren zestig van de vorige eeuw wel eens aanlegde. De eerlijkheid gebiedt me echter te zeggen dat ik in die jaren meer oog had voor de Maria achter de bar dan die in de stal. Bijzonder ook is dat in Spanje en dan met name in de regio Catalonië rond Barcelona een specifieke traditie in ere wordt gehouden: de Caganer Catalan, het Poeperdje, een man op zijn hurken die aan het poepen is! Deze figuur is over het algemeen aan de achterkant van de kerststal verstopt. 


Caganer Catalan
Zijn behoefte wordt gezien als het symbool van de vruchtbaarheid der aarde. Een teken van geluk omdat het de aarde bemest en een goede oogst voor het komende jaar zeker stelt. Een gewoonte ontstaan in de 18e eeuw. Ook in de Baarnse kerststallenroute heeft de Caganer een plekje gekregen. Weet u hem te vinden?                  

Ten slotte
Welke weg u ook bewandelt in uw leven: ’het pad der rechtvaardigen dat is als de morgenglans’ of uw eigen ’boulevard of broken dreams’, de ’Weg van het Licht’ is zeker de allermooiste. Wat je ook doet, waar je ook bent, Kerst kan en moet altijd gevierd worden! Goed Kerstfeest gewenst. 
            


Foto: Gerard Adolfse
         

Met dank  aan :
Mevrouw Jacqueline van den Eshof- Ansinger

Informatie over de te bezichtigen stallen, routebeschrijving etc. vindt u vanaf midden december op de website  www.wegvanhetlicht.nl. , mailadres: kerststallenroute@ansinger.nl. In de donkere uren kan het meenemen van een zaklampje handig zijn. Maar uiteraard voldoet ook het licht van smartphone of tablet. 

De kerststallenroute wordt mede mogelijk gemaakt door: Repro Baarn, Hubo Seure Baarn, Nieuw Baarnsche School (NBS), Winkeliersvereniging ’Centrum Baarn’ en Kringloopcentrum Soest.  








Ed Vermeulen (1942)


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

8.12.16

Onder Baarn's paraplu...

Het is mei 1957. "Onder Baarn's paraplu" - lopen de reizigers nu beschermd tegen de ongeneugten die Moeder Natuur voorheen met kwistige hand in de vorm van stromende regens op hen deed neerdalen. Aan het einde van de vorige maand is men gereed gekomen met de nieuwe overkapping van het tweede perron te Baarn. Hoewel ogenschijnlijk van weinig belang in verhouding tot de grote stationsbouwwerken in Rotterdam, Venlo, enz., willen we toch even stilstaan bij dit werk dat door zijn aparte constructie de aandacht heeft getrokken. Bij de opzet is men van de gedachte uitgegaan dat de overkapping van het perron door zijn eenvoud het rustige karakter van de ietwat landelijke omgeving van de "kleine residentie" moest onderstrepen.

Daarnaast moest de ondersteuning van de kap over het vrij smalle banaanvormige perron een zo gering mogelijke oppervlakte beslaan, opdat de reizigers ongehinderd hun weg van de trein naar de tunnel zouden kunnen afleggen. De oude, op twee rijen kolommen rustende overkapping van gegolfd plaatstaal werd afgebroken en men bouwde een houten dak dat op één rij stalen kolommen rust. Deze kolommen zijn hol en dwars op de lengterichting van het perron geplaatst, hetgeen een drietal voordelen schiep, te weten: 1e in de holle kolommen konden de pijpen voor afvoer van regenwater worden aangebracht, 2e. materiaalbesparing bij de één meter brede kolommen, die zijn behangen met borden van de stationsreclame, 3e. een meer effectieve wijze van stationsreclame, aangezien de borden dwars op de perronrichting staan en daardoor meer in het oog vallen.
de nieuwe overkapping van het 2e perron

Op de kolommen zijn twee stalen liggers aangebracht, waarop (voor het eerst bij perronoverkappingen van NS toegepast) gelijmde houten liggers zijn geplaatst. Houten liggers uit een stuk zouden een groot gevaar voor doorbreken doen ontstaan, vooral aan de uiteinden. waar de liggers slechts acht centimeter dik zijn. Het samenstel van gelijmde latten geeft de ligger echter een grote hechtheid.

 Toiletten, een koffiekiosk en een krantenwinkeltje
Op de liggers is de normale houten kapbeschieting aangebracht met daarop een teervrije bedekking. De nieuwe overkapping is 125 meter lang (voorheen 93 meter) en strekt zich uit van de tunneluitgang tot en met het gebouwtje waarin de toiletten zijn ondergebracht. De perronvloer is nu geheel betegeld; de loketten voor de controleambtenaren werden eveneens vernieuwd.
De geheel nieuwe wachtkamer biedt 36 reizigers een zitplaats. Aan de uiteinden van deze langgerekte ruimte zijn een koffiekiosk en een krantenwinkeltje ingericht.

Met dank aan de heer J. Kouwenberg uit Baarn voor het artikel.

 Geplaatst door L.J.A.Bakker 





Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  


Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl