3.4.17

Straatnamen

door Cees Roodnat


Er kwam dit jaar een nieuw boek uit over de herkomst van straatnamen, één van mijn favoriete onderwerpen. Ik droom er wel eens over. In zo’n droom belt onze burgemeester mij dan met de vraag of ik voor alle straten, lanen of plantsoenen een nieuwe naam wil bedenken. “U krijgt een maand de tijd en als het af is noemen we ook een straat naar u.” 


Na de Tweede Wereldoorlog mocht
de Willem de Zwijgerlaan gewoon
 weer Wilhelminalaan heten.
Ach ja, toen ons dorp nog een peuter was leek het zo simpel. Het dorpsplein heette de Brink, de belangrijkste straat de Hoofdstraat, de uitvalswegen heetten naar hun bestemming Amsterdamse straatweg, Oude Utrechtse weg of Eemnesserweg. De Ooster-, Noorder- of Westerstraat of Middellaan (nu Julianalaan) naar hun richting ten opzichte van de Brink. Straatnaamgevers van vroeger deden nog niet nodeloos ingewikkeld. Ze noemden een straat naar wat je er vond: Schoolstraat, Fabriekstraat, Bruglaan, Bosbadlaan, Kerkstraat of Kerkhoflaan. Of naar de bedrijvigheid die er plaatsvond: Smitssteeg of Nijverheidsstraat. En toen het dorp wat groter werd naar de grote villa’s die er stonden: Cantonlaan, Pekinglaan, Nieuw Schoonoordstraat.


Maar ook in het geven van bijnamen bleken Barinezen uiterst vindingrijk. Wat denkt u bv. van De Reet van Egypte (een doodlopend zijstraatje van de Nieuw Baarnstraat), de Reet van Nagel (nu de ingang naar de parkeerplaats in de Laanstraat), het Moffenplein (hoek Westerstraat/ Oosterstraat, waar ooit Duitse muzikanten in pension zaten), de Jeneversteeg (nu Laandwarsstraat) of het Donkere laantje (nu Parkstraat, ooit Beukenlaantje)? Toch wist de toenmalige postbode er wel raad mee. Maar ja, de bouwwoede vanaf 1880 maakte het bedenken van namen er niet eenvoudiger op. Veel namen van oude wegen of straten verdwenen of kregen een andere naam. En die nieuwe namen hadden nog maar weinig van doen met wat er op die plekken vroeger was, stond, of groeide. In de nieuwe villaparken werd het Oranjehuis hofleverancier van lanen of plantsoenen. Hoewel Wilhelmina, prinses Juliana, prins Bernhard en prinses Beatrix vanaf 1942 van de bezetter tot na de bevrijding even het veld moesten ruimen voor Willem de Zwijger, Maurits, Frederik Hendrik en Gustaaf Adolf. Zeehelden, staatslieden, schilders, componisten en professoren die met Baarn weinig van doen hadden gaven hun naam aan nieuwe wijken. In buurten met een  bomen- of bloemennaam groeien helaas geen acacia’s, berken, anemonen of begonia’s. En hebt u op de Eem wel eens een gondel, bark of fregat zien afmeren? Herinnert u zich J.F. Kennedy die op de Brink “Ich bin ein Barinees” riep?
Het straatnaambordje van de inmiddels verdwenen
 Dijkweg. Deze weg liep van de Berkenweg
naar de Zandvoortweg, parallel aan de
Elisabethstraat en Johannalaan.

Toegegeven, door al die uitbreidingen of inbreidingen in Baarn is het bedenken van passende straatnamen er niet eenvoudiger op geworden. En “Eigen dorp eerst” krijgt ook al gauw een bijsmaak. Maar iets meer gevoel voor de betekenis van een plek, het belang van een dorpsgenoot, de historie van een gebeurtenis in ons dorp, zou aanstaande straatnaambedenkers sieren. De M.C. Escherlaan, Meester de Groothof, de Ruyterhof, Meester Pluimhof, Plantage, Schouten- en Lindenhof, maken duidelijk dat het kan. Begin 2015 werd ik op mijn wenken bediend toen de gemeente een prijsvraag uitschreef om een straatnaam te bedenken voor de plek waar woningen en een nieuw schoolgebouw zouden worden gebouwd op het terrein van de voormalige gemeentewerf. Die staan er inmiddels. Het college kreeg toen meer dan 60 namen binnen. Uit de tien genomineerden kwam de naam “De Oude Werf” als m.i. terechte winnaar te voorschijn. Zo’n prijsvraag zou de gemeente vaker moeten uitschrijven. Het betrekt de burger bij de achtergrond van lege plekken in het dorp en maakt een creativiteit los, waaraan het veel formele straatnaamcommissies vaak ontbreekt. Te veel kansen zijn al verkeken. Waar ooit Conimex stond vindt u dus geen ketjaplaantje of kroepoeksteeg. Onze vrouwelijke “schimmel-professor” Johanna Westerdijk wordt wel herdacht dit jaar, maar is tot op heden ‘onbestraat’ gebleven. Ook dorpsgenoten Lodewijk van Deyssel, Hella Haasse en haar vader vindt men nog onvoldoende straatwaardig. Dat belooft weinig goeds voor Ronald Giphart en vriend Bert Natter later.

Het straatnaambordje “Elisabethstraat” met haar naamgeefster
Elisabeth Overeem. Er bestaat nog een klein stukje van die straat
 en dat heet nu Populierenlaan

Gelukkig heeft de gemeenteraad de regel dat aan voor ons dorp verdienstelijke personen geen straat mag worden gewijd weer losgelaten. Ik heb burgemeester Röell niet teruggebeld dat ik zijn verzoek in welwillende overweging wil nemen. Het was maar een droom tenslotte. En die komen (net als veel passender straatnamen) niet altijd uit, zong Marco Borsato al.









Geraadpleegd: 
Dr.C.G.L.Apeldoorn. Baarn, de straat waarin wij wonen. Uitgeverij BaarnscheCourant, 2003
René Dings, Over straatnamen met name. Uitgave Nijgh & Van Ditmar, 2017.



Cees Roodnat












Dit verhaal verscheen op maandag 3 april 2017 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen?
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

31.3.17

Omnummering Smutslaan, een verzoek aan de gemeente Baarn

door Eric van der Ent


Via bewoners van de Smutslaan in Baarn vernamen wij over het voornemen van de gemeente Baarn om de huisnummering van de Smutslaan te wijzigen, dit in verband de geplande nieuwbouw op het N.B.S.-terrein. Wij, als Stichting Groenegraf.nl, zouden het gemeentebestuur dringend willen verzoeken om het voornemen tot wijziging van de huisnummers te willen heroverwegen.




Reden om dit verzoek aan het college van Burgemeester en Wethouders te richten is het feit dat de Smutslaan is bebouwd met prachtige historische villa’s met elk hun eigen geschiedenis. Die geschiedenis is vastgelegd in verschillende publicaties, bijvoorbeeld het boek “Baarn, Geschiedenis en Architectuur” maar ook de eerdere publicatie over het architectuuronderzoek van de gemeente Baarn zelf uit oktober 1979. Bij wijziging van de nummering zullen de verwijzingen in deze publicaties niet meer kloppen.
 
Voor onze publicaties over de geschiedenis van Baarn en haar inwoners maken we vaak dankbaar gebruik van online gepubliceerde historische kranten, onder andere op www.delpher.nl van de Koninklijke Bibliotheek. In die online doorzoekbare kranten is een zee aan informatie te vinden over historische panden in Baarn. Bij verkoop van deze panden werd vaak heel veel informatie vermeld, zoals naam van de architect, bouwstijl, beschrijving van het pand en vaak zelfs de inboedel. Bij het loslaten van de huidige nummering zal het in de toekomst niet meer mogelijk zijn, of in ieder geval veel moeilijker worden, om de juiste informatie bij het juiste pand te kunnen registreren.

In de afgelopen decennia is het al te vaak gebeurd dat huisnummeringen van straten in Baarn volledig op de schop gingen. Een feit waar we met onze onderzoeken heel vaak tegenaan lopen en wat onze onderzoeken steeds belemmerd.


Het voorstel van de buurtbewoners om het te bebouwen terrein een aparte straatnaam te geven steunen wij dan ook van harte. Wellicht kan er voor die straat een mooie passende, voor die plek historisch relevante naam gevonden worden. Dat zou voor de bewoners heel veel ergernis en administratieve rompslomp uitsparen en (toekomstig) geschiedkundig onderzoek vergemakkelijken.

Namens Stichting Groenegraf.nl
Eric van der Ent

Eric van der Ent












Bovenstaande oproep is tevens per brief aan het gemeentebestuur gericht.


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. 

Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter.

30.3.17

De postzegel jubileert (1952)


een liefhebberij die het leven duurt
Het is 28 december 1952.
Honderd jaar geleden bolderde over de hobbelige wegen van ons vaderland een bijzondere postkoets. Nee, er zaten deze keer geen lieftallige jongedames in, die gilletje slaakten, wanneer de zwartglanzende paarden de koets te snel voorttrokken. Er was ook geen oom met kuitbroek en hoge boord om hen te troosten en moed in te spreken. Misschien was het weer te slecht voor hun ruisende, wijde rokken en hun luifelhoed en waren zij daarom maar thuisgebleven.

Er lag maar één ding in de koets, een zak met post. En de brieven, die er in zaten, waren voor het eerst in de geschiedenis van Nederland beplakt met postzegels. "Na 1 Januari 1852 zal de vooruitbetaling van post kunnen geschieden door het aanhechten van postzegels, dewelke voor dat doel, door de zorg der administratie, aan ieder kunnen worden verstrekt." Zo ongeveer luidde artikel 9 van de postwet, die van kracht was geworden. Een even simpel als praktisch idee van de Engelsman James Chalmers was ook in Nederland werkelijkheid geworden; een idee, dat de oplossing bracht voor een misstand, die reeds jaren heerste.
Stel u voort Nicht Aagje in Appingedam zond een verjaarsbrief naar tante Aleida in Vlissingen. De postkoets nam haar epistel mee tot Zwolle. Van daar ging het met de diligence naar Nijmegen. De veerman nam het mee over de Waal. Dan ging het weer met de postkoets naar... en met de diligence tot ... en met de veerman over enzovoort. En als het dan hij tante Aleida kwam, kon deze kon deze haar spaarduitjes voor de verjaarstaart aan de postman geven ! En die had een rekening . . . . van al degenen, die de brief een stukje door ons lieve vaderland hadden vervoerd! Zo was het toen de gewoonte. Arme tante Aleida ! Arme nicht Aagje! Zou haar briefje werkelijk in goede aarde zijn gevallen.
Maar goed, de gure Nieuwjaarsdag van 1852 had een betere tijd ingeluid voor alle nichtjes en voor alle tantes en voor ons hele volk. Voortaan kon ieder zijn brief verzenden, waarheen hij maar wilde, tegen een kleine vooruitbetaling.
met sigaar in de mond
Op de eerste Nederlandse postzegel stond het stoere portret van koning Willem III. De postzegel vervangt een muntstuk, zo redeneerde men, en op het geld stond immers ook sinds eeuwen het beeld van de vorst of het wapen van de republiek. Het kanton Genève voerde in zijn eerste postzegel het staatswapen. De eerste Engelse postzegel - die een wereldprimeur was en reeds enkele jaren vóór de onze was verschenen - - toonde een elegante Koningin Victoria.
Het moet van het begin af een lust voor het oog zijn geweest al die miniatuurschilderijtjes bijeen te zien. Reeds twee jaar na het uitkomen van de eerste Engelse zegel was het voor vele dames in dat land een sport hun kamerschermen er vol mee te plakken. Ja, men maakte zelfs hele behangsels van postzegels!
Maar er waren ook mensen, die in de postzegel iets anders zagen dan een bron van onschuldig genoegen. Lombardije rapporteerde in deze dagen reeds de eerste vervalsingen, Graveurs en drukkers spanden zich daarom terstond in om de zegels niet alleen fraaier te maken, maar vooral zulke exemplaren te vervaardigen, dat ze zeer moeilijk konden worden na gemaakt. Zij brachten er de zogenaamde "guilloche" op aan, 'n warnet van fijne lijntjes, die tevens dienden om de postzegel te versieren. We zien dit ook op onze bankbiljetten.
ook voor de jeugd
En inmiddels deed men alle moeite om wat meer afwisseling in de zegels te brengen. Zij werden van vierhoekig driehoekig en er verschenen zelfs ronde exemplaren. Toen ontstond ineens de grote animo voor het postzegelverzamelen. Tegen het eind van de vorige eeuw verscheen in Amerika een serie, waarop de lotgevallen van de beroemde ontdekkingsreiziger Columbus stonden afgebeeld. Het voorbeeld werd spoedig over de hele wereld nagevolgd. Men ging op de zegels voorstellingen aan brengen van de meest verscheiden aard. Uitvindingen, historische gebeurtenissen, dieren en planten, volkenrassen, kunstwerken en kunstenaars, heiligen en voorstellingen van liefdadige werken, sporthelden, dat alles kreeg een plaats op de postzegel.
is die wel echt ?

Thans, na ruim honderd jaar postzegels, uit alle landen, met ontelbare voorstellingen, is het terrein voor de verzamelaar niet meer te overzien. Niemand kan er dan ook aan denken een volledige collectie op te bouwen. De verzamelaar van vandaag kiest een deel, bijvoorbeeld 'n land of een thema, dat hem interesseert. Tijdens zijn vrije avonden verrijkt hij door zijn postzegels spelenderwijze zijn kennis van de natuur. de techniek, de schilderkunst of de sport. Groot in aantal zijn ongetwijfeld de zegels met voorstellingen van religieuze aard. In Amerika, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk zijn zelfs verenigingen gevormd, die zich toeleggen op het verzamelen van postzegels met christelijke motieven. Ook ons land kent sinds kort na de oorlog de vereniging "Sint Gabriël". Al deze verenigingen werken nauw samen. Zij organiseren grootse tentoonstellingen. Bij zulke gelegenheden blijkt ook voor de buitenstaanders overduidelijk de waarheid van hetgeen Kardinaal Spellman vorig jaar zei op de nationale vergadering van postzegelverenigingen te Washington. "Hier bereikt de kunst van de ontwerper, de graveur en de fotograaf haar toppunt van volmaaktheid, zowel ten aanzien van de verhevenheid van het onderwerp als van de schoonheid van de artistieke uitbeelding".

 

Geplaatst door L.J.A.Bakker 



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl

25.3.17

Wie, Wat, Waar: Herauten verkondigen de geboorte van Beatrix

Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.







.


Deze foto is gemaakt op het erf van de boerderij van Teunis Haarman aan de Kerkstraat in Baarn. De linker dame komt overduidelijk uit Bunschoten. Haar naam is ons niet bekend. In het midden staat Gosen Johannes Brölman, geboren in 1908, fruithandelaar uit de Leestraat. Rechts staat een zoon van boer Teunis Haarman. Welke zoon het is, weten we niet.

De foto is gemaakt op 31 januari 1938, de dag van de geboorte van prinses Beatrix. Deze beide heren zijn zo gekleed omdat ze officieel in Baarn om gaan roepen dat de prinses geboren is.
Deze foto mochten we ontvangen van dhr. G.J. Brölman uit Baarn, zoon van boven afgebeelde Gosen Johannes.

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!







De uitzendingen van RTV Baarn zijn te zien via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook. 
Ook via Xs4all en Telfort met de witte afstandsbediening op kanaal 626 en via XMS, Edutel, Fiber.nl, Stipte, Lybrandt en Telfort met de zwarte afstandsbediening op kanaal 2125.



Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen?
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Groenegraf.nl.

23.3.17

Swiebertje en Henk Veenstra


swiebertje in het bos
'Tot kijk Saartje, ik ga naar Amerika', waren de laatste woorden van 'Swiebertje' tijdens de slotaflevering in 1980 van de gelijknamige populaire jeugdserie op TV van de NCRV. Swiebertje reed met de fiets ergens op een laantje naar een onbestemde verte. 'Dit laantje', waar de laatste opnamen zijn gemaakt, was het Schepersveld in Hollandsche Rading. Swiebertje ging over de voormalige Reijer van Dijkse Steeg richting Maartensdijk. De tv-serie werd door John Uit den Bogaard geschreven en voor de NCRV geproduceerd en geregisseerd door Henk Veenstra uit Hollandsche Rading.


Henk Veenstra woont sinds 1966 in Hollandsche Rading en heeft naast zijn werk voor radio en tv zijn spo­ren in het dorp verdiend. Henk weet heel veel over Sinterklaas te vertel­len, alsof hij het zelf is geweest, en was als aktief lid van de Oranjever­eniging bekend met het organiseren van een feestje in het dorp. Henk werd in 1925 aan de Schipbeekstraat in de Utrechtse Rivierenwijk gebo­ren. In het examenjaar van de mulo solliciteerde hij bij de Post, waarbij ook zijn vader werkzaam was, naar een funktie als loketambtenaar. Na­dat hij op 30 juni 1940 het mulo-b diploma behaalde, begon hij een dag daarna op 1 juli op kantoor bij een verzekeringsmaatschappij'. Per 1 sep­tember trad hij in dienst van de PTT en werkte gedurende een interne op­leiding op vrijwel alle bijkantoren in de stad.

12 AMBACHTEN
Na de bevrijding kwam hij op kan­toor van de firma Bosshardt, dichtbij het Academisch Ziekenhuis. Deze firma leverde o.a. verpleegstersuniformen. Gedurende de avonduren volgde Henk een boekhoud- en handelscorrespondentie-opleiding. In zijn vrije tijd was hij actief als Welpenleider bij de Manenborggroep van de padvinderij. De vader van een van de andere leiders van de groep was hoofonderwijzer. Hij zei tegen Henk, toen hij over de vele kantoorbaantjes hoorde: 'dat wordt 12 ambachten en dertien ongelukken'. Henk vond dat de man gelijk had en gooide het roer om. Hij ging een tweejarige avondopleiding voor onderwijzer volgen. Overdag werkte hij bij de patiëntenadministratie van het Academisch Ziekenhuis. Gedurende de opleiding voor onderwijzer moest Henk soms overdag 'gaan kweken', dit is stage lopen op scholen. Bij het ziekenhuis had hij variabele werktijden. Het werd 'ritselen met de tijd'. De eerste stageperioden liep Henk op de Hervormde Gemeenteschool nummer 10 in de toen nog Maartensdijkse wijk Tuindorp en de W.G. Hulstschool aan de Jutfaseweg. In 1952 rondde Henk zijn opleiding af en werd onderwijzer aan de school in Tuindorp. En daarna bij de W.G van Hulstschool. In 1957 - bestond de school - 100 jaar. Henk Veenstra schreef samen met de oude Van Hulst een musical over het 100- jarig bestaan van de school. Het stuk behandelde drie episoden van de school: de oude school, het heden en een visie op de toekomst. In het ver­leden zaten de kinderen in de voor­stelling nog in 'tienpersoonsbanken' zoals vroeger gebruikelijk was. De toekomst werd in het stuk uitgebeeld als een periode waarin iedereen zich met alles bemoeide op school. Een goed aanvoelen van de latere demo­cratiseringsgedachte?

Het Schepersveld waar de laatste opnamen van Swiebertje in 1980 zijn gemaakt
 
NAAR DE NCRV
In 1955 solliciteerde Henk Veenstra op een vacature als producer van schoolprogramma's bij de NCRV en Werd aangenomen. Hij ontmoette bij de NCRV Johan Bodegraven die hij nog kende van de padvinderij in de Utrechtse Rivierenwijk. De TV was in opkomst. Henk deed aan het begin van zijn loopbaan bij de omroep er­varing op door zoveel mogelijk mee te lopen met bekende programmama­kers zoals: Dik Simons, Peter Koen, Dick van Bommel en Max Douwes. Henk werd de zevende producer bij de TV en de eerste voor de schoolte­levisie. Zijn eerste reportage die hij maakte ging over diergaarde Artis. Ook werd hij ingeschakeld bij het maken van amusements-tv op de zaterdagavond. Eens in de maand was de NCRV aan de beurt om de zaterdagavond met amusement te vullen.

het telegram voor de toom kippen
EEN TOOM KIPPEN
Het was dikwijls improviseren. Henk kreeg bijvoorbeeld vlak voor een op­name in Dordrecht een telegram thuis met de opdracht: 'Neem van­avond een toom (groepje kippen) kippen mee voor dé uitzending'. Henk ging naar een kip­peboer in De Meern en reed met een paar manden met kippen naar Dor­drecht. Goos Kamphuis leidde een quiz 'met prijzen in de persoonlijke sfeer'. Een van de kandidaten had opgegeven, dat hij graag kippen wilde gaan houden. Alleen na de uit­zending bleek, dat de man net was verhuisd en geen ruimte meer had voor een toom kippen. De beesten moesten weer terug naar De Meern. 
 

 

 

COCO DE VLIEGENDE, KNORREPOT

Saartje gespeeld door Riek Schagen
Aan veel van de jeugdprogramma's waaraan de herinneringen thans nog in de hoofden van vele volwassenen voortleven, heeft Henk Veenstra meegewerkt. Zoals: Wie wil mijn marmotje zien? van Han Rensebrink, Coco de Vliegende Knorrepot, de Verrekijker, Swiebertje en De Kijkkastman. Tijdens de opnames in de Irenestu­dio, het kleine witte kerkje in Bus­sum, ging er weleens wat mis. Zoals de poppespeler Feike Boschma die loekie de Aap met een zwaai door de lucht liet gaan. De kop schoot los van de romp en kwam in een mand te­recht. Feike moest verder al improvi­serend doorspelen met de losse on­derdelen van de pop.
 
Henk Veenstra als de Kijkkastman
 
DE KIJKKASTMAN
Naar een idee van W.G. van Hulst boeide Henk, gekleed in een lange zwarte cape, kinderen met een hou­ten kijkkast. Door kijkgaatjes konden de kinderen in de kist voorstellingen zien die de kinderen thuis tegelijker­tijd op de buis ook zagen. Het waren filmpjes van zeven minuten die er­gens op lokatie waren opgenomen. In 1968 was er bijvoorbeeld een filmpje te zien van molenaar Schuurman uit Westbroek. De molenaar zat een molensteen te billen, dit is de groe­ven op de steen uithakken, en tegelij­kertijd vertelde hij over het molen­vak.
 
 
 
SWIEBERTJE
De serie Swiebertje werd geschreven door John Uit den Bogaard. John was ook als 
Bromsnor gespeeld door Lou Geels
 onderwijzer opgeleid en daarna bij de omroep terecht geko­men. Hij had het verhaal over de zwerver Swiebertje al lang voordat het door de tv populair werd, ge­schreven. Swiebertje en de burge­meester moesten op elkaar lijken en elkaar kunnen naspelen. Joop Dode­rer was volgens Henk Veenstra een groot vakman. Hij kon zijn tegenspe­lers danig in verwarring brengen, hetgeen vaak komische. situaties op­leverde, die niet in het script waren voorzien. In de eerste afleveringen werden de rollen gespeeld door Joop Doderer als Swiebertje en Guus Her­mus als de burgemeester. Later speelden o.a. Bert Dijkstra en Rien van Nuenen de rol van burgemeester in de serie. Na een onderbreking van enkele jaren heeft Henk.Veenstra.de, serie Swiebertje weer van stal ge­haald en de laatste serie gemaakt. Eerst als producer en daarna nam Henk ook de regie van het stuk voor zijn rekening. Het werk van een producer is veelomvattend. Hij moet er o.a. voor zorgen, dat de juiste spelers voor de opnames beschikbaar zijn. Dit gaf nogal eens problemen wanneer een bepaald toneelgezelschap een speler niet kon missen of niet aan de tv af wilde staan.
Malle Pietje gespeeld door Piet Ekel

 
AKTIEVE RUST
Of Swiebertje destijds via het Sche­persveld in Amerika (lees Maartensdijk) is aangekomen, heeft de schrijver John Uit den Boogaard nooit bekend gemaakt. Maar wat wel zeker is, is dat Henk Veenstra, de producer en regisseur van de populaire jeugdse­rie, van een welverdiende actieve rust ging genieten.
 
Met dank aan mevrouw Barlo die het stuk beschikbaar stelde uit de serie "Kiek nou toch 's effe an" van koos Kolenbrander


Geplaatst door L.J.A.Bakker 
 http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl