17.9.16

Schiphol op 26 mei 1920

Welke inwoner van Baarn is nog nooit op vliegveld Schiphol geweest ?
Wel op 26 mei 1920 zag het er zo uit!

Schiphol in 1920
maar 2 passagiers
Sinds de DH-9 met twee passagiers aan boord op het toenmalige vliegkamp Schiphol landde. Het was de eerste vlucht van een K.L.M.-lijntoestel en tevens zo niet de geboorte, dan toch de officiële aangifte van de oudste der thans nog bestaande luchtvaartmaatschappijen. Degenen, die toen bij de K.L.M. in dienst waren, zullen wel nooit vermoed hebben, dat het drassige stukje land, waarop zij werkten, dertig jaar later de "toegangspoort van Europa" genoemd zou worden. Uit balansen, statistieken en tabellen kan men de indrukwekkende opgang van de K. L. M. nagaan, maar beter dan cijfers kunnen de verhalen van haar oudste employés ons een indruk geven van de enorme ontwikkeling, die de luchtvaart sedert de eerste dagen van de K.L.M. beleefd heeft. Drie van hen hebben wij even uit hun drukke bezigheden kunnen halen en in een van de laatste houten barakken, die na de oorlog op Schiphol zijn verrezen, hebben wij met hen de sfeer geproefd.
Schiphol was oorspronkelijk een militair kamp
De K.L.M. was in die dagen nog: maar een klein en onaanzienlijk bedrijf. De militairen die toen op Schiphol hun vliegkamp hadden, keken de K.L.M.-ers nog met de nek niet aan. Het personeel bestond uit een twintig man, onder wie een zestal Nederlanders. Deze laatste moesten zich inwerken, daar men op het gebied van de vliegerij in ons land nog geen ervaring bezat. 
De toestellen, compleet met piloot, werden van een Engelse onderneming gecharterd. Het waren militaire vliegtuigen, die gedurende de oorlog van 1914-1918 voor verkenningsvluchten gebruikt waren. De piloten waren ruwe klanten, die gedurende de
met een leren jas aan
oorlog aan het front ervaring hadden opgedaan. De een of twee passagiers, die het vliegtuig kon meenemen zaten in een open cockpit achter de bestuurder en de service van de K.L.M. bestond voornamelijk hierin, dat zij gedurende de tocht een zware jas en een motorkap te leen kregen. Van zakenreizen was toen nog geen sprake en een groot deel van de passagiers bestond uit mannen, die met hun vrienden een weddenschap hadden aangegaan, dat zij durfden vliegen.
Het vertrek van een vliegtuig was iedere dag weer een gebeurtenis. Het hele K.L.M.-personeel stond bij het toestel te wachten of de passagier al of niet zou verschijnen. Als hij kwam opdagen, fluisterde men met een zucht van verlichting tegen elkaar: ,,Hij is er." De Engelse piloten maakten het de K.L.M. in die beginperiode dikwijls zeer lastig. Het gebeurde namelijk nogal eens, dat de passagiers wel verscheen, maar dat men van de piloot niets hoorde of zag. Dan ging men met de enige auto van de K.L.M., - een wagen, die minstens evenveel lawaai maakte als de vliegmachines - naar zijn hotel in de stad om hem uit zijn bed te trommelen, hetgeen nogal enige tact vereiste. Ook gebeurde het wel, dat men in angst en vreze naar de komst van een vliegtuig uitzag, terwijl naderhand bleek, dat de piloot bij Zandvoort zijn machine op het strand had gezet om in het Casino te gaan dansen !
De Schiphol auto met veel lawaai


Een vlucht naar Londen ging wat men noemde "huisje-boompje-beestje". Men vloog langs de Nederlandse kust tot bij Calais, waar men naar Dover overstak. Als men van daar af de spoorlijn volgde, kwam men vanzelf hoven de Engelse hoofdstad. Wel had de vlieger een kompas aan boord - zijn enige instrument overigens - maar door de talrijke ijzerverbindingen in de omgeving gaf dit meestal volkomen onbetrouwbare aanwijzingen.

Er ging wel eens wat kapot onderweg
Niettegenstaande deze primitieve uitrusting gebeurde er maar weinig ongelukken. Daarvoor was de snelheid te gering. Men vloog in vijf en een half uur naar Parijs en het kon gebeuren dat men daar aankwam met een gescheurd vleugelbeslag en twee gescheurde motorbeslagen, maar deze werden hij aankomst wel weer gerepareerd. De lichte machines hadden maar al te dikwijls moeite om tegen de wind op te tornen. Zij konden dikwijls lang boven het vliegveld blijven hangen zonder noemenswaard vooruit te komen. Het resultaat van zulk een strijd met de wind was dan meestal, dat het vliegtuig het moest opgeven.
Buitenlandse machines
Langzamerhand kwamen er op Schiphol ook buitenlandse machines landen. De Farmant-Goliath was er zelfs een soort stamgast. Een Franse piloot, die eens met de Farmant opsteeg, kon om de' een of andere reden geen hoogte krijgen. Hij wist met zijn toestel nog juist over een brede sloot nabij het vliegveld te komen. Daar plofte hij op het veld neer, waar hij het landingsgestel brak. Overigens, kwam hij met de schrik vrij. Zoals gebruikelijk in die dagen ging al het personeel naar het terrein van het ongeluk om de man hulp te bieden. Men kon echter niet over de sloot. Hevig opgewonden liep de Fransman voor de sloot heen en weer, totdat hij zijn kousen en sokken uittrok en tot aan zijn hals door het water naar de overkant waadde.

Eigen toestel van de K.L.M.
Toen eens een vliegtuig bij het opstijgen van het vliegveld Hamburg een wiel verloren had, belde het personeel aldaar de eerstvolgende landingshaven, in dit geval Schiphol op. Men kon dan daar de piloot tijdig waarschuwen. Een man ging met een wiel op zijn hoofd het veld in en probeerde met schreeuwen en gebaren de aandacht van de piloot te trekken om deze er opmerkzaam op te maken, dat hij een wiel miste. De piloot stond dan nog voor de puzzel, welk wiel bij verloren had. Het rechter of het linker. De verschillende functies op Schiphol waren toen nog niet verdeeld. Ieder deed wat er toevallig aan de orde was. Men keek de motoren na, hield het vliegtuig schoon, nam de kaartjes in, bracht vrouwelijke passagiers op de handen door het drassige modder naar het toestel of ging het magazijn opruimen.
Dikwijls moest men s' nachts dan ook nog wacht lopen. Een straffe discipline was nog niet nodig. Allen waren even enthousiast voor de vliegerij. Als men niet klaar was, werkte men door. Men voelde zich als in een grote familie. Zo verhaalde een van de employés ons van een Kerstavond. Men had gedacht naar huis te kunnen gaan, maar op het laatste ogenblik wilde een van de motoren niet draaien. Men moest doorwerken. Te middernacht werd het werk even onderbroken. In de cantine had men wit papier over de ruwe, houten tafels gelegd. De chef had een pot soep laten klaarmaken en een van de monteurs hield een toespraak, zo ontroerend, dat de mannen er tranen van in de ogen kregen.

Het bescheiden begin is mede door het harde werk van deze ouderen - ze zijn overigens nog niet zo heel oud en ze hebben nog wel wat jaren te goed, voor zij met pensioen gaan - die zich onder de bekwame en stuwende leiding van de heer Plesman gesteld hadden, geworden tot een maatschappij die de naam van Nederland heeft uitgedragen tot in de verste hoeken van de wereld. De zestig hectaren weiland van vroeger zijn uitgebreid tot de zeshonderd hectaren, die Schiphol thans groot is. Start- en rolbanen met een totale lengte van drieëntwintig kilometer doorkruisen het polderland. Niet alleen de K.L.M. die thans een luchtnet heeft van honderdvijfendertigduizend kilometer, maar ook een twintigtal buitenlandse maatschappijen maakt thans geregeld gebruik van deze moderne vlieghaven. De dagelijkse luchtdienst naar Londen is uitgegroeid tot een dienst, die vierenveertig maal per week door de K.L.M. wordt uitgevoerd met de hypermoderne Convair-liner. Wij zouden zo kunnen doorgaan met een opsomming, welke niet anders dan geweldige tegenstellingen zou laten zien, maar die slechts deze éne conclusie kan versterken: Er is hard gewerkt op Schiphol.

Een reactie op het artikel kwam van Wim Velthuizen:

Dit is een schoolreisje naar Schiphol van de Cantonschool in de jaren zestig van de vorige eeuw.
 
Met hartelijke groet,
Wim Velthuizen


Cantonschool op Schiphol in de jaren '60
 
 Geplaatst door L.J.A.Bakker 




Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

16.9.16

Oproep: Een brief uit de oorlog

door Eric van der Ent



Onlangs kreeg Wim Velthuizen het verzoek om na te gaan wie de schrijvers van onderstaande brief waren. Deze brief werd kortgeleden in een bijbel gevonden in een klein plaatsje in Friesland. Hier onderstaat het begin van een handgeschreven brief van de Baarnse Cor, Griet en Aafie aan hun ouders in Bolsward.
Het eerste gedeelte van de brief sluit prachtig aan bij het verhaal over Baarn in de jaren ’40-‘45, dat u kunt lezen in het boek Duizend Jaar Baarn van de Historische kring of in het verhaal over de Tweede Wereldoorlog op de website van Stichting Groenegraf.nl (www.groenegraf.nl/WO2). Uit de eerste regels van de onderstaande brief blijkt al dat niet iedereen meteen de Duitsers als vijand beschouwde. Wij zoeken naar nabestaanden van de afzenders. Waarschijnlijk werkte Cor Veltman bij een grote Baarnsche uitgeverij met meerdere directeuren.

Dit is het eerste deel van de brief.




                                                                                                Baarn, 21 Mei ‘40
Beste ouders,

Jullie kaart ontvingen wij hedenmorgen. We hadden al gehoord dat in de Noordelijke provinciën niets beschadigd is. Alleen stonden jullie een dag eerder onder Duitse bescherming dan wij. jullie zult die eerste morgen ook wel geschrokken zijn van vliegtuiggeronk en schieten. Baarn dat heel dicht bij Amersfoort en Soesterberg, vlak achter de z.g. Eemlinie ligt, was zo onveilig  dat we reeds ’s middags naar Laren N.H. moesten evacueren, naar verkiezing per auto of fiets. Wij hebben het noodzakelijkste op de fiets geladen en zijn met duizenden anderen vertrokken. Een kleine 3 uren hebben Griet en Aafie moeten wachten voor ik een inkwartieringsbiljet had bemachtigd. Vele vluchtelingen hebben tot middernacht moeten wachten, terwijl er waren die een plaats in een kerkgebouw of zolder werd aangewezen. Wij zijn best onderdak gekomen bij 2 oudere mensen, broer en zuster, erg rijk en het huisvol met antiek dat we er haast niet bij konden. In ’t begin had ik een beetje strubbeling met hen over slaapplaats en voeding, maar later werden we beste maatjes vonden ze het heel prettig dat ze niet alleen waren bij luchtalarm e.d. ’s Zaterdags ben ik nog teruggeweest naar het verlaten Baarn, waarvoor ik een bewijs van doortocht moest hebben van den Burgemeester. Diverse nuttige dingen heb ik toen nog naar Laren gesleept. Achteraf bleek het niet nodig, want Woensdagavond, toen we terug mochten, vonden we Baarn onbeschadigd terug.


Wie kan ons hier meer over vertellen?  Stuur uw reactie naar groenegraf.baarn@gmail.com 



Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

14.9.16

Speurtocht naar nabestaanden van Jan Koele en Maria Moen

door Eric van der Ent



Twee weken geleden ontving ik een emailberichtje van Jan van der Wijngaart uit Zwolle. Jan bezoekt onze site regelmatig omdat zijn echtgenote afstamt van de familie Koenen uit Baarn. In het Zwolse dagblad "De Stentor" las Jan een oproep van Sjoerd Schaaf uit Twello.

Sjoerd was via Jan Gorter en Wim van Beusekom, twee leraren aan het De Bruyne Lyceum in Utrecht, in het bezit gekomen van een persoonsbewijs uit de Tweede Wereldoorlog. Waarschijnlijk hebben zij dit materiaal gekregen van leerlingen om de klas te laten zien. Beide docenten zijn inmiddels overleden en het materiaal is via de zoon van Jan Gorter bij Sjoerd (als historicus) terechtgekomen. Sjoerd zou graag willen dat het persoonsbewijs weer terecht komt bij nabestaanden van de toenmalige eigenaresse. De reden dat Groenegraf.nl in beeld komt is omdat die toenmalige eigenaresse in Baarn geboren is. Haar naam is: Maria Moen. Voor Groenegraf.nl en haar volgers dus de schone taak om nabestaanden op te sporen.




Maria Moen en Jan Koele
Maria Moen is geboren op 21 maart 1897 in Baarn als dochter van spoorwegbeambte / overwegwachter Gerrit Moen (1856-1932) en Maria Ravenhorst (1858-1965). Maria kwam uit een gezin met maar liefst dertien kinderen waarvan slechts zes kinderen de volwassen leeftijd haalden. Vader Gerrit en zijn gezin woonden op de Oosterhei en later aan de Stationsweg in Baarn.
Maria trouwde op 10 maart 1921 in Baarn met Jan Koele (1896-1964) uit Doornspijk, zoon van timmerman Aart Koele en Aaltje Fiechter. Jan was schoenmaker van beroep. Hij had zijn schoenmakerij aan Van Assenraadstraat 1 in Amersfoort.




Bron: Amersfoortse Courant
Na het huwelijk verhuisde Jan Koele van de Van Assenraadstraat naar Kruiskamp 62 op een steenworp afstand van zijn oude adres in Amersfoort. Echtgenote Maria Moen trekt bij hem in, om de rest van hun leven op dat adres te blijven wonen.

Op 12 april 1922 werd in Amersfoort zoon Jan Marie Koele geboren. Het zou mooi zijn als we bij hem het persoonsbewijs konden afleveren, maar helaas, hij is in 2013 overleden.

Overlijdensberichten Jan Koele en Maria Moen
Bron: CBG


De laatste rustplaats vam Jan Koele en Maria Moen
Bron: www.online-begraafplaatsen.nl
Jan Koele overleed in 1964 en Maria Moen in 1966. Zij vonden hun laatse rustplaats op de begraafplaats Rusthof aan de Dodeweg.

In de  overlijdensberichten staan zoon Jan Marie en zijn echtgenote H.W. Koele-Hoefsloot vermeld. Tevens worden hun drie kinderen vermeld: Ad, Mary en Hans. Met deze informatie moet het toch mogelijk zijn om nabestaanden van Maria Moen te vinden?

Helpt u mee om het persoonsbewijs terug in de familie te krijgen?

Tips kunnen naar groenegraf.baarn@gmail.com

Met dank aan Jan van der Wijngaart en Sjoerd Schaaf.

Update 20 oktober 2016: Inmiddels heeft dhr. Hans Koele, kleinzoon van Jan Koele en Maria Moen, zich bij ons gemeld. Hij vind het leuk om het document weer in familiebezit te krijgen. Inmiddels is het persoonsbewijs bij hem afgeleverd.


Eric van der Ent
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

12.9.16

Boekpresentatie "Glorieus Baarn en Lage Vuursche", Jacobus Craandijk

Boekpresentatie

Met presentaties van prof. Marita Mathijsen
en journalist Flip van Doorn

Zondag 2 oktober 2016, 16.00-17.30 uur
Restaurant Greenfields te Baarn

Van Jacobus Craandijk verschenen tussen 1875 en 1888 in acht kloeke delen zijn Wandelingen door Nederland. In Baarn en omgeving maakte hij drie tochten. De verslagen van die wandelingen worden door de Baarnse uitgeverij PROMINENT opnieuw uitgebracht. Gelardeerd met tal van oude ansichtkaarten.



Tijdens de presentatie vertelt Flip van Doorn, wandeljournalist bij dagblad Trouw meer over de auteur Jacobus Craandijk. Marita Mathijsen, hoogleraar Nederlandse Letterkunde houdt een inleiding over reizen en recreëren in de 19de eeuw. Een exemplaar van het boek wordt overhandigd aan achterkleinzoon Joris Craandijk.

Graag even aanmelden via: info@uitgeverijprominent.nl of 06-54682826.

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

10.9.16

Wie, wat waar: Melkboer Van Ommen


Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groengraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.








Op Gaslaan 11 in Baarn woonde voor de Tweede Wereldoorlog melkslijter Jan van Ommen. Hierboven ziet u Jan in een prachtige melkwagen voor zijn woning aan de Gaslaan. Op de woning en op de wagen is een bord te zien met zijn naam. Wij willen graag weten of iemand meer kan vertellen over de prachtige wagen waarin hij reed. Het is door een motortje aangedreven. Zelf zit hij achterop en bestuurt vanuit daar de wagen. Voorop is een kenteken te zien, dus de wagen werd echt gezien als auto of motor. Voorin zit een knaap. Zelf had Jan van Ommen geen kinderen, waarschijnlijk was die jongen een knecht van hem. Herkent iemand deze jongeman?

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




RTV Baarn kunt u ontvangen via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter