maandag 4 maart 2019

Sporen van Indië op de oude begraafplaats aan de Berkenweg, Baarn

Willebrodus J. Th. Naessens, ’De Pianoman’ 

Een verhaal van Ed Vermeulen


Naessens piano, te koop in Jakarta (2010) 
Op de Baarnse geschiedenissite Groenegraf.nl vindt u een keur aan op genealogische basis gestoelde kleine en grotere verhalen. Dikwijls staat hierin de oude begraafplaats aan de Berkenweg centraal. Niet meer dan logisch want hier immers vonden veel inwoners van het oude Baarn, bekende en onbekende Baarnaars en Barinezen gelijk, hun laatste rustplaats. De oude begraafplaats, net op tijd van de ondergang gered en nu in ’eeuwigdurend’ onderhoud bij een uiterst actieve werkgroep van de Historische Kring Baerne! Eén van de verhalen die er uit springen is het verhaal van de internationaal bekende pianobouwer, tevens zelf begaafd pianist, Willebrodus Josephus Theodorus Naessens, ’Willem’ voor zijn familie en  talrijke vrienden en in ons verhaal ’De Pianoman’. Sinds februari 1915 begraven op de oude begraafplaats aan de Berkenweg. 

Laatste rustplaats van het echtpaar Naessens-Wardenaar op de
oude algemene begraafplaats aan de Berkenweg in Baarn
Het Baarnsch Lyceum: In 2016 schreef ik  het verhaaltje Louisa State en Het Baarnsch Lyceum; een verhaal gedrapeerd rond een klassenfoto van jongensklas 1c van Het Baarnsch Lyceum uit 1953. Met het plaatsen van deze foto wilde ik er de aandacht op vestigen dat in die jaren, Nederlands Indië, hoewel voorbij, nog redelijk aantoonbaar aanwezig was. Eén van mijn klasgenoten heette Leo Naessens.


Klas 1C Het Baarnsch Lyceum, Leo Naessens en Ed Vermeulen klasgenoten.
In het midden mevrouw Reijerse -Beun, docente Nederlands. (Coll. Ed Vermeulen)    

Hij woonde in die jaren op Louisa State, een groot en bekend internaat op de Gerrit van de Veenlaan, waar veel bewoners banden met het voormalige Ned. Indië en Indonesië hadden. Op de Indische site Indisch4ever werd aandacht aan het verhaal besteed. Er kwamen reacties waaronder één uit het verre Nieuw Zeeland van zijn vroegere klasgenoot Leo Naessens. Als achterkleinzoon van ’De Pianoman’ wist hij veel, zo niet alles, over zijn overgrootvader te vertellen. Hij vertelde onder meer hij dat hij in de laat 70’er jaren evenals in jaren ’90 van de vorige eeuw, tijdens zijn werkzaamheden als journalist voor diverse kranten, waaronder de Jakarta Post, met eigen ogen had kunnen vaststellen dat het Naessens gebouw in Surabaya nog steeds bestond.

Naessens gebouw Surabaya

De uitgebreide en waardevolle door hem met ons gedeelde informatie maakte het mogelijk het oorspronkelijke verhaal uit 2006 te breiden en van na enig speurwerk gevonden nieuwe, typisch Baarnse en soms ook Soester, details te voorzien.  

De familie Naessens voor hun woning in Surabaya in 1895. Zittend in de stoel, Willebrodus Naessens

De Pianoman: Willebrodus Naessens werd geboren op 22 maart 1862 in Zaltbommel, als zoon van Willem Johannes Theodorus Naessens en Cornelia Sophia Constantia Bol. Volgens familiedocumenten zou hij in 1877, op vijftienjarige leeftijd, zijn intrek hebben genomen bij een weduwe Sanders in Leiden. Hij was een talentvol pianospeler en ontwikkelde zich tot een veelgevraagd concertpianist. Tijdens één van zijn concertreizen door het voormalige Nederlands Indië besloot hij om zich in Surabaya (Oost Java) te vestigen. Een besluit onder meer ingegeven door  het feit dat hij niet erg te spreken was over de kwaliteit van de door hem in Nederlands Indië bespeelde piano’s: deze waren meestal afkomstig uit Europa en in veel gevallen niet bestand tegen de tropische omstandigheden. Hij zag hier mogelijkheden, bleek een uitstekend gevoel voor ’zaken’ te hebben, dat hij gebruikte bij het oprichten in 1891 van de firma W. Naessens & Co. Deze firma in eerste instantie gericht op de import en verkoop van piano’s en andere muziekinstrumenten, schakelde al snel over op de bouw van piano’s. Hierbij werd het mechanisme van de piano vanuit Europa geïmporteerd, waarna het meubel door lokale Javaanse en Chinese meubelmakers werd gebouwd van tropisch hardhout, djati en teak. Dit hout was beter bestand tegen de lokale klimaatinvloeden en insecten (termieten). 

Naessens piano’s, de tand des tijds doorstaan!
Deze manier van fabricage bleek een groot succes: al spoedig volgde in 1897 de opening van een tweede filiaal en fabriek in Batavia. Uiteindelijk zou Naessens in 1903 ook de reeds bestaande pianofabriek van John Corsmit (Johannes Jacobus Corsmit, geboren 4 april 1852 in Vlissingen en overleden te Surabaya op 30 maart 1903) overnemen. Corsmit was getrouwd op 17 november 1863 te Surabaya met de in Nederland geboren Elisabeth Petronella Schell.

Johannes Jacobus Corsmit
(coll. Sylvia Tempelman-Corsmit)

Ook deze werkte al volgens de later ook door Naessens gehanteerde bouw- en handelswijze. Een citaat uit een artikel over de Bataviasche Tentoonstelling verwijst hiernaar:

’Wat tegenwoordig doodgewoon lijkt – een piano met een djatihouten kast- was op de Bataviasche Tentoonstelling iets geheel nieuws. De eerste, die een dergelijke tropenpiano hier vervaardigde was pianobouwer John Corsmit uit Surabaya. Het mechanisme liet hij uit Europa komen, de rest was Indisch maaksel’

Fabriek Gebr. Corsmit te Surabaya, waar naast piano’s ook biljarts
 en rijtuigen werden vervaardigd. (foto: rond 1900). Deze foto was
te zien tijdens tentoonstelling over Ned. Indië te Kijkduin (juni 2005)
 en was ten tijde van de tentoonstelling in eigendom
bij Antiquariaat Minerva, Den Haag
Vervolgens werden door Naessens in 1911 te Semarang (Midden Java) en Medan (Sumatra) en in 1913 in Djokjakarta (Midden Java) filialen geopend. 

Naessens gebouwen Batavia (Jakarta) en Medan (Sumatra)

 De zaken liepen voorspoedig en Naessens zag steeds meer kansen om zijn muzikale handel uit te breiden. Onder meer door te starten met de productie van automatische piano's, waarbij de piano zelf speelde en de muziek werd gereproduceerd vanaf een papieren rol. Een dergelijk instrument bestond al onder de naam Pianola; dit was echter een beschermde naam. Naessens zocht derhalve samenwerking met de Duitse fabrikant Hupfeld, maker van een vergelijkbaar instrument de Phonola.

De Phonola van Naessens, de Pianoman

    

Buitenplaats Hill Grove Soestdijk (Coll. J. Kappers)
Vacature op Hill Grove (1914)
Maria Naessens - Wardenaar
(foto gemaakt in Soest, 1913)

In 1911 kwam hij terug naar Nederland, en vestigde zich met zijn gezin in de fraaie villa Hill Grove, ooit het buiten ’Landlust’, in Soestdijk, gemeente Soest aan de Rijkstraatweg A47 (de latere Burg. Grothestraat) op slechts een steenworp afstand van Huize Groenweg, dat vanaf 1938 Javahotel werd genoemd en weer later Oranjehotel. Vermeldenswaard is dat deze beide hotels onder leiding stonden van de uit Indië, waar zij meerdere hotels bezaten, komende familie Cramer van den Boogaart. Weer later verhuisde deze familie naar Baarn en hielden pension in de nog steeds bestaande villa Mollerusstraat 1.


Javahotel, het latere Oranjehotel (Coll. J.Kappers)
Mollerusstraat 1, villa Johanna (Coll. J. Kappers)

Naessens: De leiding van zijn bedrijven in Nederlands Indië liet Naessens over aan zaakwaarnemers. In Den Haag begon hij een klein filiaal van Hupfeld's Phonola, korte tijd later gevolgd door een groter filiaal in Amsterdam. Dit Amsterdamse filiaal werd gesticht samen met de firma Duwaer aldaar. ’Duwaer en Naessens’ bloeide, dankzij de lucratieve handel in Hupfeld instrumenten, op tot een zaak, die in 1911 een prachtig pand aan het Leidsebosje kon betrekken. Vanzelfsprekend liet Naessens ook Hupfeld instrumenten naar Indië verschepen om ze daar tropenbestendig te laten maken. In 1911 en de jaren erna had de firma Naessens niet minder dan 200 man in dienst!

Amsterdam Leidseplein (ca. 1920), zicht op Koepelkerk en rechts Duwaer & Naessens gebouw. (Coll. SERC)

Op deze prachtige foto uit de twintiger jaren van de vorige eeuw ziet u op de achtergrond het Duwaer-Naessens pand met links de Koepelkerk, beiden in 1972 gesloopt. Rechts de Stadsschouwburg met daarachter (niet zichtbaar) het fameuze American Hotel en links het pand, bij velen bekend als het Hirsch gebouw waar ooit modezaak Hirsch triomfen vierde, maar ook de plek waar later Van der Laaken’s Handelmaatschappij NV (in cosmetica en  parfumerieën) met hierin ook een parfumeriewinkel en kapsalon zich vestigde. Waarom ik u dit vertel? Eigenaar de heer Van der Laaken Sr., vertrok in 1939/1940, in een poging de steeds heftiger wordende dreigingen van het Nationaal Socialisme uit de weg te gaan, samen met zijn echtgenote en hun twee kinderen (jongen en meisje) via Engeland naar Nederlands Indië. Gezien de toenemende oorlogsdreiging in het Verre Oosten waarbij uiteindelijk ook Nederlands Indië betrokken zou worden werd zoon André (geboren in 1921) in september 1941 onder de wapenen geroepen bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Hij maakte de strijd tegen Japan mee, werd na de capitulatie van het KNIL op 8 maart 1942 krijgsgevangen gemaakt waarna hij te werk werd gesteld aan de beruchte Birma-Siam Spoorlijn. Hij overleefde, evenals zijn beide ouders en zuster, de verschrikkingen van het kamp. In de herfst van zijn leven gekomen woonde André van der Laaken samen met zijn echtgenote, zij overleed in 1997, in Baarn, waar hij in 2002 is overleden.  

André van der Laaken (1941 KNIL) 
(Coll. Van der Laaken)

Batavia en Surabaya: In 1913 werd het gebouw van W. Naessens & C0. te Batavia (het latere Djakarta) het toneel van een aantal stakingen georganiseerd door Sareket Islam, een inlandse (Indonesische) politieke partij, die streed voor sociale en economische vrijmaking van de lokale (inheemse), bevolking. De staking van 1913 ondersteunde aanspraken op een beter salaris, een vrije vrijdagmiddag, zodat de arbeiders de gebeden in de moskee konden bijwonen en betere sociaal economische omstandigheden in het algemeen.
Bijzonder om te vermelden is het feit dat de oorspronkelijke ’Naessens Muziekhandel’ in Surabaya nog in vol bedrijf was toen in februari 1942 de eerste Japanse troepen Surabaya binnentrokken.

De showroom van W. Naessens & Co. in Batavia. In de showroom zijn niet minder dan 12 Phonola voorzet-apparaten te zien
Het bericht over het noodlottige ongeval
(Twentsch Dagblad Tubantia 1-2-1915)

Noodlottig ongeval: Op 31 januari 1915 sloeg het noodlot toe. Naessens was samen met zijn echtgenote per auto met chauffeur onder weg naar Den Haag. Nabij Woerden reed de auto door een oneffenheid in de weg en botste daarna tegen een paal van een brug. Naessens, die samen met zijn vrouw op de achterbank zat, kwam hierdoor hard met zijn hoofd tegen de glazen afscheidingswand waarvan glasscherven zijn halsslagader doorsneden. Hij bloedde dood in de armen van zijn vrouw. Mogelijk één van de eerste verkeersongevallen met dodelijke afloop in Nederland. Zijn echtgenote, Maria Frederika Naessens-Wardenaar, en de chauffeur overleefden dit tragische ongeval. Naessens werd vier jaar nadat het echtpaar zich komende vanuit Nederlands Indië weer in Nederland gevestigd had in Baarn op de oude algemene begraafplaats aan de  Berkenweg begraven. Hij bereikte de leeftijd van 52 jaar. Waarom de begrafenis in Baarn plaats vond is niet te achterhalen; het echtpaar woonde immers in Soestdijk, gemeente Soest. Ook hun kinderen woonden niet in de directe omgeving. Mogelijk ging het echtpaar in Baarn naar de kerk en vond daarom de begrafenis in Baarn plaats. We weten het niet.
Overlijdensbericht van Willebrodus Naessens
(Algemeen Handelsblad 1-2-1915)


Maria Frederika Wardenaar (= Mia Aarwen)
(Coll. Naessens)
Naessens' echtgenote: de Indische Maria Frederika Wardenaar, geboren op 5 december 1867 te Kediri, Oost Java, was een telg uit de oude Indische familie Wardenaar. Haar ouders waren  Charles Thomas Wardenaar en de Javaanse Warsinah. Zij nam actief deel aan het werk van haar man en deed de administratie van het bedrijf. Daarnaast was zij een getalenteerd schilderes en zangeres en stond naast onder haar familienaam ook bekend onder haar artistennaam: Mia Aarwen. Hoe dit pseudoniem is ontstaan is niet bekend. Een mogelijkheid is dat het om een samenstelling gaat vanuit de namen Wardenaar en Naessens, maar zekerheid hierover is er niet. Wat we wel met zekerheid weten is dat Mia Aarwen naast schrijfster van jeugdverhalen (o.a het in 1919 verschenen ’Sienem, een ware Javaansche geschiedenis’) een zeer verdienstelijk toneelspeelster was en in 1924 verbonden was aan het toneelgezelschap van de bekende toneelschrijver Jan Fabricius (1871-1964). Hier speelde zij dikwijls typisch Indische rollen zoals in 1930, een jaar voor haar overlijden, een glansrol in de Indische klucht ’Het Spookhuis’ van Henri van Wermeskerken (1882-1937). De pers schreef over deze rol: ’Zij (Mia Aarwen) speelde uitstekend en haar spel deed de inhoud die niets om het lijf had, glad vergeten’ 



Van een drietal door  haar gemaakte schilderijen, vol Javaanse mystiek, zijn afbeeldingen opgenomen in de mei 1923 editie van het tijdschrift Nederlands Indië - Oud en Nieuw. In hetzelfde jaar werd haar werk ook getoond tijdens een tentoonstelling te Scheveningen.



Haar overgrootvader Willem Wardenaar, was in de periode juli 1800 tot november 1803 ’opperhoofd’ van de Nederlandse factorij of handelspost op Dejima, een klein eiland in de baai van Nagasaki, Japan. Hij zou mogelijk een nogal opmerkelijke rol gespeeld hebben bij  Engelse pogingen om zich gedurende de Napoleontische jaren van Dejima meester te maken. Deze handelspost was door de VOC in 1609, eerst op het eiland Hirado en sinds 1641 op Dejima, gevestigd. Het laatste opperhoofd was Janus H. Donker Curtius, die van november 1852 tot februari 1860 dit ambt bekleedde. Na het overlijden van haar echtgenoot in januari 1915 werd Hill Grove op 27 juli van hetzelfde jaar in een openbare verkoping verkocht en verhuisde de weduwe Naessens naar Den Haag, waar zij nog vele jaren woonde. Uiteindelijk werd de villa rond 1930 gesloopt, waarna er in 1931 een rij van acht aaneengeschakelde villa’s (Burg. Grothestraat 48 t/m/ 62) werd gebouwd met de uiterst intrigerende, mogelijk op Bijbelse gronden geïnspireerde, naam ’De acht zaligheden’. Op 21-6-1931 overleed Maria Wardenaar op 63 jarige leeftijd aan leukemie in het ziekenhuis Maria Stichting, een voormalig rooms-katholiek ziekenhuis, te Haarlem. Dit ziekenhuis dat vanaf 1989 deel zou uitmaken van het Spaarne Ziekenhuis speelde een grote rol in de familie Naessens, meerdere familieleden waren hieraan als arts verbonden. Maria Frederika Wardenaar werd bij haar echtgenoot in Baarn begraven, waar hun graf nog steeds aanwezig is.

Op 1 augustus 1931, een maand na haar overlijden, verscheen in de pers het volgende artikel:



Het verhaal van Willebrodus Josephus Theodorus Naessens, De Pianoman, opnieuw verteld en vastgelegd.

’In eeuwigdurend onderhoud’: het goed verzorgde en van een nieuwe belettering voorziene graf Naessens-Wardenaar’
 (Foto’s: Mart Karsemeijer)

De toevalligheden in het leven: In 1991 maakten Ed Vermeulen en zijn vrouw, samen met hun vrienden Jan en Lily van Hoogstraten-Corsmit een reis door Java en Bali. De beide echtgenotes zijn op Java geboren. Op de Christelijke begraafplaats Pandu in Bandung vonden zij na enig zoeken de restanten van het graf van Lily’s grootvader Eduard Petrus Theodoor Corsmit (1891-1939).

Graf Corsmit op begraafplaats Pandu, Bandung 1991  (Coll. Ed Vermeulen)
Begraafplaats Pandu, Bandung 1991
 (het jaar van de geit?)
Coll. Ed Vermeulen
Een graf ontworpen door haar vader Ir. E.J.A. Corsmit, in zijn werkzame leven ingenieur bij de Staats Spoorwegen op Java. Dat overgrootvader Johannes Jacobus ’John’ Corsmit pianofabrikant was is toen niet ter sprake gekomen en werd pas tijdens correspondentie in 2018 bekend. In dit geval een bijzondere toevalligheid. Dat het bezoek aan het ernaast gelegen Ereveld Pandu tot een doorbraak in weer een andere Indische familiegeschiedenis zou leiden, was onverwacht en is tot op de dag van vandaag een klein wonder te noemen.



Dank aan: 
Leo Naessens voor het ter beschikking stellen van de  uitgebreide documentatie over het leven van zijn overgrootvader Willebrodus Naessens, De Pianoman.

Hans Boers- informatie over Mia Aarwen


John Kappers: diverse foto’s en kranten berichten.
Mart Karsemeijer (Werkgroep Oude Begraafplaats - Historische Kring Baerne)
Madeleine Rinzema- van der Laaken: info uit fam. archief Van der Laaken
Sylvia Tempelman-Corsmit 

Geraadpleegd: 
Theo Corsmit: Genealogie familie Corsmit, 2004. 
Groenegraf.nl: De oude begraafplaats aan de Berkenweg te Baarn.

Geïnspireerd door: Internationale Pianofabrikant begraven in Baarn, Groenegraf.nl (2012)

Voor dit artikel is ook de website van het Pianola-Museum een belangrijke bron geweest. 
Klik hier om hun website te bezoeken.

Alle foto’s uit Coll. Naessens , tenzij anders aangegeven.













Ed Vermeulen (1942)









Dit verhaal verscheen op maandag 4 maart 2019 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

 ’Vandaag is morgen alweer gisteren 


‘Vandaag is morgen alweer gisteren’ is een initiatief van de Historische Kring Baerne en Stichting Groenegraf.nl en verschijnt periodiek op maandag in de Baarnsche Courant en in het weblog van Groenegraf.nl. De verhalen worden afwisselend geschreven door 
Ed Vermeulen en Eric van der Ent. 

Wilt u meer lezen over oud Baarn?

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd geraakt door dit oud-Baarn verhaal en wilt u zelf eens wat 
schrijven voor onze website? Stuur uw verhaal dan
 per email aan groenegraf.baarn@gmail.com