zondag 1 maart 2015

Van rijwielhandel Van Eijden terug naar groentehandel Denekamp

Vorige week verscheen in ons weblog een bijdrage van Machiel Bakker. Hij beschreef daarin de geschiedenis van het pand aan het begin van de Zandvoortweg in Baarn, waar nu rijwielhandel van Arnold van Eijden gevestigd is. Klik hier voor dit verhaal. Dat verhaal was de eerste bijdrage van Machiel aan ons weblog. We kregen er veel leuke reacties op. Ik hoop dat Machiel nog veel meer verhalen voor ons blog wil schrijven.

Nu heeft Machiel voor onze trouwe bezoekers iets speciaals gemaakt. In onderstaand filmpje ziet u de rijwielhandel van Arnold van Eijden aan de Zandvoortweg. U zult het pand allemaal herkennen. Maar als u het filmpje start wordt u mee terug genomen in de tijd. U ziet de groentehandel van Hendrikus Denekamp tevoorschijn komen, zoals het in de zestiger jaren op die plek te vinden was.



Ik weet niet hoe u erover denkt, maar wat mij betreft mag Machiel nog veel meer van dit soort filmpjes maken! Mee eens? Laat het ons weten.

Eric van der Ent
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen opFacebook en Twitter

vrijdag 27 februari 2015

Grappige voorvallen bij de Brandweer

Die goede oude brandweertijd
Over de ‘goede oude tijd’ doen nog de mooiste verhalen de ronde en enkele, die opgetekend werden, willen we u niet onthouden.

Het uniform was tot de jaren vijftig niet meer dan een rubber pak dat uit een broek, een lange jas en een zuidwester bestond. De kwaliteit was zodanig dat het pak in de winter recht overeind gezet kon worden en in de zomer voor gebruik uit elkaar geplukt moest worden, zo plakte alles aan elkaar. Een deskundige en tactische aanpak van een brand kende men in die tijd niet. Waar rook was werd gespoten, daarmee uit! Zo was er eens een klein brandje in een huiskamer achter een sigarenwinkel. Het ging gepaard met een flinke rookontwikkeling, die doordrong in de winkel. De brandweer kwam aan bij het pand en sloeg prompt een ruit van de winkel in, waarna de spuitgasten de sigaren en sigaretten van de planken spoten, terwijl daarbij ook de vitrine met alle rookartikelen onder water werd gezet. Toen de brandweermannen door de winkel wadend de huiskamer bereikten, bleek dat het brandje uit zichzelf gedoofd was. Niemand maakte zich boos over een dergelijk voorval, dus ook niet de Baarnaars.

Hartversterkertje na de brand
In de winter van 1939-’40 brak er brand uit in hotel Kasteel De Hooge Vuursche. Het winterde flink en de brandweermannen begonnen bij aankomst een wak te hakken in het ijs van de vijver voor het gebouw. Toen ze zo’n negentig centimeter diep gehakt hadden, stuitten ze op de bodem. De vijver naast het gebouw gaf minder problemen. Dat het kasteel intussen al flink brandde, behoeft natuurlijk geen betoog.

amsterdamsestraatweg postkantoor
In die tijd was het slecht gesteld met de verzorging van het brandweerpersoneel. Na een hele nacht blussen was er geen mens die naar de ijverige spuitgasten omkeek. Bij de nablussing van het hotel in de middag, klapperden de meesten dan ook van honger en kou. Ze besloten op onderzoek uit te gaan in het souterrain, de keuken en... ze ontdekten de wijnkelder. Toen was het leed gauw geleden en die dag eindigde op een feestavond in de sneeuw. Het liep echter wel uit de hand, want één van de brandweermensen moest twee dagen later met een zware longontsteking naar het ziekenhuis.
 

Het portret van een brandweerman uit de jaren ’60

Hij is een man van 20 tot 35 jaar, die zijn militaire dienst heeft vervuld. Hij heeft een werkkring in Baarn, waarbij het geen bezwaar is dat hij plotseling kan worden weggeroepen. Hij voelt ervoor zich te verdiepen in dat verantwoordelijke brandbluswerk door training en studie. Hij moet het hoofd koel houden als hij voor hete vuren komt te staan, en sportief zijn, want er kan veel van hem worden gevraagd. Hij is, kort gezegd, een man die van het vrijwillige brandweerwerk een serieuze hobby wil maken. Dat hoeft – tussen haakjes – niet voor niets, want de oefen- en diensturen worden gehonoreerd.



 

Brandweer Baarn rukt uit met een ‘lelijk eendje’

Zes brandweerlieden van het korps Baarn waren te zien in het televisieprogramma Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet dat werd gepresenteerd door Peter-Jan Rens bij rtl4 in mei 1994.
Samen met de showmaster rukten de Baarnaars uit om een brand te blussen. Het complete gezelschap zat in een heel bijzondere ‘brandweerauto’: een lelijk eendje. De vier heren en twee dames van het Baarnse korps moesten buiten 29 olievaten met water en brandbare vloeistof blussen. Alles binnen twee minuten. De kandidaten van het spel moesten raden of de brandweerlieden deze klus binnen de vastgestelde tijd konden klaren. Of ze dit eerder was gelukt, mochten ze natuurlijk niet verklappen... maar ze hadden hierop geoefend. Tijdens de proefopnamen deden ze er twee en een halve minuut over. De Baarnaars rukten uit met Peter-Jan Rens in de ‘brandweer-eend’ met blauwe zwaailichten. De eerste eend voldeed niet aan de eisen en zakte flink door. Tijdens de proefopnames vlogen de vonken van de achterbumper. De tweede eend, snel geleverd door een dealer in Hilversum, bleek wel in orde. Maar bij de eerste poging bezweek de onderste trede van het decor pardoes onder het gewicht. Nadat de decorbouwers de boel hadden gerepareerd, kon het gehele gezelschap de opnames hervatten. Tijdens de eerste proef-uitruk vanuit de studio naar buiten konden de cameramannen de eend niet bijhouden: bestuurder Peter-Jan Rens trapte het gaspedaal te diep in. Eenmaal buiten doofden de Baarnse spuitgasten de vlammen in de vaten op vakkundige wijze, waarna iedereen weer instapte en de ploeg weer koers zette richting studio. Tijdens de officiële opnames werd dit kunstje met succes nog eens herhaald.







Het boek over de Brandweer van Baarn "Waarom Redden" is te koop voor een klein prijsje (€ 8,00). Kijk in onze webwinkel
Het Boek "Waarom Redden"









Geplaatst door L.J.A.Bakker oud korpslid van Brandweer Baarn

http://www.grijsvuur.nl

http://knipselsuitkranten.nl
http://ljabakker.magix.net/website#Startpagina

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter





woensdag 25 februari 2015

Drie kerken voor de Oosterhei deel 4: De Opstandingskerk

door Johan Hut


De Opstandingskerk in 1967
In deel 1 van deze serie schreef ik over de nieuwe Oosterhei, in de jaren vijftig gebouwd. In deel 2 over de bouw van de Mariakerk (rooms-katholiek), in deel 3 over De Ark (hervormd). Maar de Opstandingskerk, die stond toch helemaal niet op de Oosterhei? Nee, maar boven dit verhaal staat niet ‘op’, maar ‘voor’. Waarom de kerk dan niet op de hei stond, is nogal hilarisch.


De Opstandingskerk tijdens de bouw
De gereformeerden waren de eersten die een kerk op de Oosterhei wilden bouwen, al in 1953. Een stuk grond dat de kerkenraad op het oog had, werd echter voor hun ogen weggekaapt. Door wie, daar kan ik niet meer achter komen. Misschien de Cantonschool of de Guido de Bres. In elk geval nam de kerkenraad op dat moment een belangrijk besluit. De raad stelde vast dat Baarn vol was, in elk geval in de zuid-oostwijk. Maar ook elders, de Schildersbuurt zou ook al een van de laatste wijken zijn die er in Baarn nog gebouwd konden worden. We kunnen er nu om lachen, want later zouden nog de halve Staatsliedenbuurt en de hele Professorenbuurt, Componistenbuurt en alle delen van het Eemdal gebouwd worden. Maar de gereformeerde kerkenraad nam een doortastend besluit en kocht een stuk bouwgrond tussen de Eemweg en de Frans Halslaan. Het laatste stuk bouwgrond in Baarn, dacht men in 1953. Let wel: de Mariakerk is in 1962 gebouwd en De Ark in 1961. Daar had de Opstandingskerk dus ook kunnen staan.

De Gereformeerde Kerk had een groot kerkgebouw aan de Oude Utrechtseweg (nu Paaskerk geheten), met 750 zitplaatsen, en een klein gebouw (240 plaatsen) aan de Laanstraat, de vroegere School met den Bijbel. Op die plaats staat tegenwoordig de ABN-Amrobank. Het inwonertal van Baarn groeide hard en dat gold ook voor de Gereformeerde Kerk. Die profiteerde in de jaren vijftig tevens van de komst van het Zendingscentrum (Wilhelminalaan) en het Evangelisatiecentrum (Amsterdamse Straatweg) van de landelijke kerk en de gereformeerde opleidingscentra Jelburg en Nijenburgh, ook aan de Amsterdamse Straatweg. De kerkenraad wilde de Laanstraatkerk vervangen door een kerk met 750 zitplaatsen. Later in de jaren zestig nam de raad zelfs een optie op een stuk grond voor een derde kerkgebouw, aan de Kennedylaan tegenover de Gaspard de Colignyschool. Uit het vervolg van dit verhaal wordt duidelijk dat het fijn is dat die derde kerk er niet is gekomen.

In 1957 werd de eerste bouwcommissie ingesteld. De kerkenraad stelde een budget van 400.000 gulden in, de commissie presenteerde een plan van 560.000 gulden. Dat was het einde van de bouwcommissie.
In 1960 werd een tweede bouwcommissie ingesteld. Die koos voor de Baarnse architect Zuiderhoek (Prins Bernhardlaan), die indruk had gemaakt met de Petrakerk in Veenendaal. Zuiderhoek twijfelde aanvankelijk, omdat hij het terrein te klein vond voor een kerk, maar bedacht vervolgens de tentvorm als oplossing voor dat probleem. Het gebouw kreeg daardoor heel veel dak, waarop de architect besloot het door leien te laten dekken in plaats van (goedkopere) pannen, om het geheel minder massaal te maken. Als aannemer werd de Hilversummer Pellikaan gekozen, die in zijn woonplaats samen met Zuiderhoek de Bethlehemkerk had gebouwd.

In april 1964 werd de eerste steen gelegd, door dominee Krijger samen met de vierjarige Elsbeth Eringa. De bouw kostte 545.000 gulden. Het bouwfonds was opgelopen tot 320.000 gulden, terwijl het rijk een ton bijdroeg ingevolge de ‘Wet premie kerkbouw’. De kerk hoefde dus maar 125.000 gulden te lenen. Een jaar later werd de kerk in gebruik genomen. De naam Opstandingskerk was al in 1960 uit een prijsvraag gekomen. De kerk aan de Oude Utrechtseweg was naamloos (nou ja, Gereformeerde Kerk) en kreeg bij de ingebruikname van de Opstandingskerk de naam Kruiskerk. Vanwege de kruisvormige plattegrond, maar ook omdat de opstanding van Jezus volgde op zijn kruisiging.
Het interieur van de kerk
De Kruiskerk (Paaskerk) aan de
Oude Utrechtseweg
De Opstandingskerk had een prachtige akoestiek. Dat was een opluchting, want volgens deskundigen kun je dat van tevoren nooit zeker weten. Het werd ook een kijk-kerk. Omdat er geen zijvleugels waren, zoals in de Kruiskerk, was de kerkzaal goed geschikt om bijvoorbeeld dia’s te vertonen. Een bouwkundige bijzonderheid waren de claustra’s, de stenen in de zijmuren met kleine, ongelijk gevormde raampjes.

Zoals gezegd kwam er geen derde gereformeerd kerkgebouw. Sterker nog, het duurde niet heel lang voordat de twee gebouwen ook niet allebei vol zaten. Het vertrek van de genoemde landelijke centra uit Baarn in de jaren zeventig speelde daarbij mee. De teruglopende kerkgang in het algemeen natuurlijk ook. In de jaren negentig groeide het besef dat alle kerkgangers wel in één gebouw pasten. De keus viel op de Oude Utrechtseweg, met zijn grote kerkplein en bijgebouw, Het Brandpunt.
Het was een emotionele beslissing, omdat de Opstandingskerk veel populairder was dan de Kruiskerk. De kerk werd in 1995 verkocht aan een projectontwikkelaar, die er een appartementengebouw van maakte. Van de opbrengst van 825.000 gulden (er was geen hypotheek meer) werden Kruiskerk en Brandpunt groots gerenoveerd en werden beide gebouwen ook binnendoor met elkaar verbonden. Het gebouw werd zo mooi, dat de negatieve emoties direct omsloegen in vreugde.
De naam Kruiskerk werd veranderd in Paaskerk, omdat kruis zonder opstanding maar de helft van  het Paasverhaal is.


De Oosterhei, waarvoor de kerken zulke grootse plannen hadden, heeft uiteindelijk nog maar één kerk, de Mariakerk. Die kerkgangers zouden ook wel in de Nicolaaskerk passen, maar het zijn twee verschillende rooms-katholieke kerken geworden. Hetzelfde geldt voor de twee hervormde kerken op de Brink en aan de Tromplaan, die gaan ieder hun eigen weg. Er is in Baarn geen kerkelijke gemeente meer die om reden van ruimte twee gebouwen nodig heeft. Daar hoor ik niemand om treuren, het is juist fijn als je met z’n allen in één gebouw past. Dat de Opstandingskerk maar dertig jaar heeft bestaan, dat is wel droevig voor een gebouw dat met zo veel vreugde tot stand werd gebracht.


Met dank aan dhr. L. Prinsen, Amersfoort voor de foto's van de bouw van de Opstandingskerk.






Johan Hut

maandag 23 februari 2015

Van koetshuis tot tweewielerzaak

Door Machiel Bakker

Het koetshuis en oranjerie van de villa ”Veltheim” aan de Zandvoortweg (door de jaren heen waren er diverse huisnummers op het pand, nl. 1, 1b, 1c, 1d en 3) waar nu de tweewielerzaak van Arnold van Eijden is, heeft in de loop der jaren diverse bedrijven gehuisvest en heeft verschillende eigenaren en bewoners gehad. Het gebouw is in de loop der jaren meerdere keren verbouwd en aangepast. Het gebouw stamt uit 1850 en heeft diverse bewoners gehuisvest.

Zo is onder andere in 1934 de zijgevel veranderd van halfronde ramen naar grote ramen.
Op nr. 1a was Z. Koopmanschap daar rond 1917 woonachtig.
Op huisnummer 1b woonde volgens een adresboek uit 1917 W. P. J. van Ooyen daar. Volgens datzelfde adresboek woonde er rond die tijd ook een onderwijzeres mej. L.C. Vorholt.
Op nummer 1c heeft P. de Ruiter hier ook nog zijn muisjes gefabriceerd in de ruimte naast de voormalige paardenstal. Op 1d was rond 1917 G.M.A. Geisderven daar woonachtig.

De groentewinkel van H. Denekamp.

Groente- en fruithal Denekamp

Vanaf 1923 was daar H. Denekamp groentehandelaar gevestigd met zijn gezin met 9 kinderen, vier jongens en vijf meisjes (2 voornamen van die kinderen waren o.a. Steven en Antoon). Hij ging wonen in het oranjeriegedeelte. De oude paardenstal werd later aardappelopslag, eerst was dat de kelder.
Deze H. Denekamp kwam uit Apeldoorn, waar hij in de eerste jaren van de twintigste eeuw handelde in vlees. Hij verkocht pluimvee, wild en dergelijke aan gegoede families uit het hele land. Ook in Baarn kreeg hij klanten. Na verhuisd te zijn naar Soest streek hij in 1923 aan de Zandvoortweg neer en begon met de verkoop van aardappelen, groenten en fruit. Door heel Baarn werden de bestellingen geleverd.
Een deel van de vroegere paardenstal,
wat later aardappelopslag werd.
Meteen na de Tweede Wereldoorlog kwam de zoon (Steven?) Denekamp in de zaak. Deze Steven werd echter Piet genoemd. Dit was het gevolg van het feit dat voor hij in de groentewinkel ging werken hij bij een bakker in Baarn werkte waar ook een Steven werkte, dat leverde problemen op, dus werd er gezegd ”dan noemen wij jou maar Piet”, en zodoende werd er over Piet Denekamp gesproken.  Hoewel enkele broers en zusters soms in de zaak assisteerden, was hij als enige in het bedrijf geïnteresseerd.
Meerdere jaren stond hij met een zus in de winkel tot zij overleed. Naast de groenten, fruit en aardappelen werden ook rietmatten, bonenstokken en kippenvoer verkocht. In de beginjaren zestig beperkte de heer Denekamp zich tot de groentezaak-artikelen, waaronder ook conserven, enkele levensmiddelen en andere bijprodukten. Uiteindelijk stopt hij met de zaak in 1989 om gezondheidsredenen.
De groenteboer huurde in 1977 zijn winkel voor 41 gulden en 25 cent.


Garage van der Goot

De kant waar de garage van Van der Goot gevestigd
was en wat nu showroom is.
Zandvoortweg 3 was oorspronkelijk de stalling voor koetsen en de paardenstal. Later, ergens rond 1929 was enige tijd de huisschilder/decorateur J.J. Bak daar gevestigd. Ook het garagebedrijf van Rossum heeft daar gezeten dat voortgezet werd door G.J. van der Goot. Gijs van der Goot was getrouwd met Henny van Klingeren (1927-2009), had twee kinderen (Nelly en Martin) en heeft onder andere op de hoek Oosterstraat/Irisstraat gewoond. Hij werkte voor hij zijn eigen bedrijf had bij garage Legemaat. Er was ook een benzinepomp aanwezig.
De garage van Van der Goot (Zandvoortweg 3) werd voor 60 gulden in de maand gehuurd.

Rijwielhandel A.B. Buitenhuis

Op 28 januari 1938 beginnen dan de gebroeders Gert (Gerrit 24-3-1916 - 11-12-1993), gehuwd met Lijntje Maria Wilhelmina van der Horst (22-03-1918 - 22-03-2000) en Ab (Albert Bernardus 18-10-1918 - 30-01-1985), gehuwd met Reinie Maria Gerharda van Lingen (21-07-1921 - 21-05-1999) Buitenhuis in Baarn een tweewielerzaak aan de Zandvoortweg 1b. Zij woonden destijds respectievelijk aan de Pelikaanweg 13 en 18 in Soest. Het pand werd eerst nog gehuurd. Vervolgens werd het pand op 24 mei 1949 door beide broers gekocht van Jan van Os Fzoon, koopman wondende te Benschop, 178A. De huisnummering was toen nog Zandvoortweg 1, 1b en 3.
Tekening in Oost-Indische inkt
gemaakt door Gert Buitenhuis.

Gert hield zich voornamelijk met de financiële kant bezig, hij heeft ook nog bij Bosch en Keuning gewerkt op de boekhouding, terwijl
Ab zich meer met de technische kant bezighield. Er werd heel wat keren verbouwd en vergroot. September 1949 werd de zolderverdieping verbouwd tot bovenwoning. In 1955 zijn de kozijnen aan de straat en zijkant gewijzigd. In 1960 werd de werkplaats vergroot. Ook bleef het niet alleen bij fietsen. Autopeds, stofzuigers, maar vooral (na de oorlog) kinderwagens waren geslaagde uitbreidingen van het assortiment. Terwijl rond 1950 de bromfiets aan zijn opmars begon en ook Buitenhuis naar verhouding mee groeide. Tot het te veel werd en hun medewerker Tinus Zwanikken, die in 1960 bij Buitenhuis was komen werken in 1974 met de bromfietsen in de Kerkstraat aan het werk ging. Deze zaak bestaat ook nog steeds, rond 2011 overgenomen door zijn zoon Rob Zwanikken. Een andere medewerker bij Buitenhuis was jarenlang Frans (F.J.) Brandt, die bij Eembrugge woonde.
De fietsenopslag in de begintijd
van de fa. Buitenhuis.
De ”jongens van Buitenhuis”, zoals zij tientallen jaren in Baarn genoemd werden waren in 1977 rond de zestig. Tijd voor een jongere generatie en daar zij zelf geen opvolgers hadden, werd de zaak toen verkocht aan Arnold van Eijden. Een in Hoogland geboren vakman, die ondanks zijn jonge leeftijd (30) al 12 jaar in de tweewielers actief is. Hoofdzakelijk in Amersfoort, waar hij achtereenvolgens bij vier bazen de branche leerde beheersen. Om zich nu eindelijk zelfstandig te vestigen, wat in feite altijd zijn streven was.
De showroom in de Buitenhuis tijd.
Vakmanschap en een ongelooflijke service waren de pijlers, waarop Buitenhuis groeide.
Dag en nacht stonden zij voor hun klanten klaar, ook wanneer het alleen maar om een praatje in de werkplaats ging. Zo ontstond een hechte binding met de klanten, waarvan sommigen al van het begin af kwamen. Of waarvan de volgende generatie ook de gang naar Zandvoortweg 1b leerde vinden.
In deze zaak werden altijd goede merken verkocht, waarvan Buitenhuis meerdere heeft overleefd: Vesting, Gruno, Germaan, Eysink. Maar ook Batavus, Peugeot, Sparta. Merken die ook over gingen naar de nieuwe eigenaar, die daarnaast ook de bromfietsenverkoop- en reparatie weer in ere herstellen ging.

De showroom net nadat de zaak door Arnold van Eijden
overgenomen is.

Arnold van Eijden tweewielers

Donderdag 15 december 1977 vond de overdracht plaats aan Arnold van Eijden en Joke van Eijden-Keizer, waarna de zaak enkele weken gesloten werd voor een interne reorganisatie. In een dorp waar negen fietsenmakers gevestigd waren, durfden Arnold en Joke de gok te wagen om de kleine fietsenhandel over te nemen. Met als droom, er een florerende handel van te maken.
Op 7 januari 1978 volgde de heropening. Arnold van Eijden gaat zich dan naast de bromfietsenhandel- en reparatie vooral toeleggen op onderdelenverkoop aan doe-het-zelvers.
Plus de presentatie van race- en trimbenodigdheden, kleding, enzovoorts, waarbij zijn vrouw hem in de winkel gaat assisteren.
De gebroeders Buitenhuis namen op dezelfde dag dat hun opvolger de zaak heropent afscheid van hun oude klanten.
Een blik in een deel van showroom
en werkplaats in 1983.
Nico Haak overhandigt in 1988
een prijs naar aanleiding van het
10-jarig jubileum aan mevr. van Remmerden
In 1990 konden Arnold en Joke van der Eijden hun grote droom verwezenlijken; het volledige pand omtoveren tot één grote, moderne tweewielerzaak.
Geen wonder dat hij ook weer met de bromfietsenhandel begint, wanneer wij weten dat hij al jarenlang een verwoed motorcrosser is (250 cc), waarbij hij regelmatig in de prijzen viel. Bij zijn club in Ermelo was hij kampioen. In de loop der jaren hebben diverse mensen, verenigingen en organisaties een beroep hebben kunnen doen op de steun van Arnold van Eijden d.m.v. sponsoring. Ook hebben diverse Baarnaars zich gelukkig mogen prijzen met het winnen van een fiets bij een of andere actie van deze tweewielerzaak.
V.l.n.r. John van Ee, Joke en Arnold
van Eijden tijdens de heropening in 1991.
Het assortiment is in de loop der jaren wel aan verandering onderhevig geweest. Zo waren het vroeger meestal gewone stadsfietsen, tegenwoordig is de markt verschoven naar een grote diversiteit aan soorten fietsen, zoals mountainbikes, kinderfietsen, toerfietsen, trekkingfietsen (vakantie), racefietsen en niet te vergeten de fietsen met trapondersteuning (elektrische fietsen).
In 2014 is de zaak verder gemoderniseerd, waardoor een nog grotere showroom ontstaan is. Op een goede service kan je bij deze tweewielerzaak net zoals vroeger bij Buitenhuis nog steeds rekenen.











Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

zaterdag 21 februari 2015

Begraven in Zandvoort maar toch in Baarn

Bidprentje Henricus Comarus van Dommelen
Een echte Baarnaar denkt bij het woord Zandvoort niet direct aan de badplaats aan de Noordzeekust. Nee, hij denkt aan het buurtje in Baarn. Maar als ik het over het kerkhof Zandvoort heb, weet u dan waar die begraafplaats te vinden was?

Het is niet de oude algemene begraafplaats aan de Acacialaan, waarvan de ingang nu aan de Berkenweg te vinden is, als u dat soms dacht. Er was daar vlakbij nog een begraafplaats, namelijk bij de Zandvoortweg langs het pad waarover nu de Professor Krabbelaan loopt. Daar op de hoek Zandvoortweg en het zandpad tegenover de Acacialaan woonde Dirk van de Vuurst, groentehandelaar. De groentehal naast de woning van Dirk werd gebruikt als schuilkerk. Tijdens de reformatie mochten de katholieken niet in het openbaar geloof belijden. De groentehal werd gebruikt als plek om als katholieken bij elkaar te komen. Achter de groentehal was ook een kerkhof te vinden waar de katholieken hun overleden dierbaren begroeven. De Acacialaan, die de twee begraafplaatsen met elkaar verbond heette in die tijd Kerkhoflaan.

De woning van Dirk van der Vuurst met daarnaast de groentehal die als schuilkerk gebruikt werd.
Er zijn niet veel Baarnaars die weten dat langs de Krabbelaan een kerkhof lag. Het werd in 1830 aangelegd. Daarvoor werden de katholieke in de hervormde Pauluskerk aan de Brink begraven. Het begraven in de kerk werd in 1829 verboden. Zo kwam het dat de oude algemene begraafplaats aan de Berkenweg en het katholieke kerkhof Zandvoort werd aangelegd. Toen de katholieken in 1861 een echte kerk aan de Schapendrift (nu Kerkstraat) kregen en daar een kerkhof werd aangelegd, werd het kerkhof op Zandvoort overbodig. Het kerkhof op Zandvoort werd gesloten. In 1921 werd het als pompstation voor de riolering aan de gemeente Baarn verkocht. Nu is er van dat kerkhof niets meer terug te vinden.

Toch duikt er nog af en toe bewijs op. Onlangs vond ik op marktplaats.nl een bidprentje van Henricus Gomarus van Dommelen. Op het bidprentje is te lezen dat Henricus op 14 april op het R.K. Kerkhof te Zandvoort, bij Baarn is begraven. Een jaartal ontbreekt op het bidprentje, maar op wiewaswie.nl vond ik meer gegevens over hem. Het bleek te gaan om Henricus van Dommelen en Anna Maria Stuber, geboren op 9 november 1807 te Utrecht en overleden op 11 april 1848 te Utrecht op 40-jarige leeftijd. Tijdens zijn leven was hij chirurgijn majoor der marine en doctor in de genees-, heel- en verloskunde te Utrecht, zo lezen we op het bidprentje. Leuk dat zo'n 167 jaar oud stukje papier ons die informatie kan verstrekken.

Natuurlijk vraag je je dan af waarom deze geneesheer in Baarn begraven is. Op genealogieonline.nl heeft Maarten Stoffels stamboomgegevens van deze familie geplaatst. Klik hier om die te bekijken. Het blijkt dat Henricus Gomarus maar liefst 11 broers en zusters had. Zijn vader is in Baarn overleden. Waarschijnlijk woonde zijn vader dus in Baarn. Op het bidprentje wordt geen echtgenote vermeld. Was hij vrijgezel? Misschien is hij daarom wel in de woonplaats van zijn ouders begraven?

De laatste regel op het bidprentje luidt: "God! vergeef uwen dienaar Henricus de zonden en zwakheden, welke hij hier op aarde begaan heeft." Bij zo'n zin vraag ik me af of Henricus misschien iemand was die regelmatig een scheve schaats reed, of was dat een standaard regel op een bidprentje? Niemand leeft immers zonder zonden...

Genoeg vragen nog, maar één ding weten we zeker: Henricus Gomarus van Dommelen is begraven op het kerkhof te Zandvoort bij Baarn. En wij hebben het voor iedereen die het wil weten vastgelegd in onze database met personen begraven in het Eemland.

Eric van der Ent
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen opFacebook en Twitter