zondag 21 september 2014

Een paal bij het tolhuisje

Het tolhuis aan de Eemweg bij de Kerkstraat in Baarn is zonder twijfel één van de meest gefotografeerde plekjes van Baarn, zo niet het meest gefotografeerde plekje. Honderden, misschien wel duizenden verschillende afbeeldingen heb ik al gezien. En terecht, het was ook een schilderachtig tafereeltje. Honderden keren is het geschilderd, getekend, geëtst, gekalligrafeerd en gefotografeerd. Het tolhuisje in de sneeuw, het tolhuisje in het water (tijdens overstromingen), de afbraak van het tolhuisje, op ansichten, in oude toeristische boekjes. Prachtig allemaal. Jammer dat het in de jaren vijftig moest verdwijnen.


Onlangs vond ik op marktplaats een prachtig album. In dat album zijn 45 prachtige foto's te vinden, naar schatting rond 1910 gemaakt. Ik heb de locatie waar die foto's gemaakt zijn nog niet allemaal kunnen traceren, maar volgens mij zijn ze allemaal, op één na, in Baarn en directe omgeving genomen. Binnenkort zal ik u on ons weblog trakteren op deze foto's. Misschien kunt u ons helpen de locatie van alle foto's te achterhalen.

De hierboven afgebeelde foto is afkomstig uit het genoemde album. Ondanks dat het tolhuisje al zo vaak gefotografeerd is, vind ik juist deze foto heel erg bijzonder. Het tolhuisje staat er in volle glorie op, rechts achter de boom zijn nog net de contouren van het huis Eemwijk. De beroemde kunstenaar, schilder en beeldhouwer Frans Stracké had er zijn atelier en stierf er ook in 1898. Links is nog net de eerste bebouwing van de Kerkstraat te zien. De foto is genomen vanuit de Faas Eliaslaan. Rond 1910 zal die laan nog maar net zo geheten hebben. Pas na het overlijden van Freule Faas Elias in 1902 werd de laan omgedoopt van Noorderlaan naar Faas Eliaslaan. Dat had deze bewoonster van het huis Schoonoord ook wel verdiend, want na haar overlijden liet zij de Hervormde Gemeente een bedrag van 100.000 gulden en het hofje aan de Oosterdwarsstraat (nu Westerstraat) na. Tegenwoordig is 100.000 gulden nog steeds een enorm bedrag, maar een eeuw geleden was zo'n bedrag echt onvoorstelbaar groot!

Maar goed, ik dwaal af. De reden waarom ik deze foto zo bijzonder vind, is omdat er op de voorgrond bij de ingang van de Faas Eliaslaan een enorme paal te zien is. Ondanks dat  het tolhuisje ontelbare keren afgebeeld is, is die paal mij nooit opgevallen. Ik heb ons fotoarchief er nog eens op nageslagen, maar op vrijwel geen enkele foto waarop het tolhuis afgebeeld is, is deze paal te zien. Waarschijnlijk hebben de fotografen flink hun best gedaan om de paal uit beeld te houden. Op een enkele ansichtkaart is de paal ook te zien.

Ik vraag me nu af wat dat voor paal was. Was het wellicht een grenspaal? De bebouwde kom van Baarn hield hier wel op. Hier ging je de polder richting Eembrugge en Bunschoten-Spakenburg in. Of was  deze paal misschien een deel van een toegangshek tot het landgoed van Schoonoord van Freule Faas Elias geweest? Ik heb geen idee. Mogelijk had het nog een andere functie. Weet u het? Laat het ons dan weten.

Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op  Facebook en Twitter

donderdag 18 september 2014

125 jaar Smederij Vervat in oktober 1979

Goossen Vervat en Hendrika
Maria Costerus
In het jaar 1854, om precies te zijn, op 4 oktober, kwam de eerste Vervat naar de Lage Vuursche om een smidse te beginnen. Zijn naam was Piet Vervat, die getrouwd was met Mietje de Bonneville.
Uit dit huwelijk werden 7 kinderen geboren, waaronder 5 zoons, die allen smid werden. Een van de vijf zonen was Teunis. Teunis was gehuwd met Neeltje Overeem, zij overleed op haar 43 ste jaar in op 5 maart 1883. Teunis is later getrouwd met Mientje de Wit, en hij nam de zaak over. Geurt een zoon van Teunis nam daarna ook de zaak weer over. Teunis overleed op 30 december 1916.
Uit het huwelijk dat Geurt gesloten had met Jannigje de Kruif, werden een dochter en een zoon geboren. Deze zoon: Goossen werd natuurlijk ook een smid. Goossen trouwde met Heintje en er werden 2 dochters en een zoon geboren. Geurt was de naam van zijn enige zoon. Geurt is getrouwd met Jopie Boon en is thans de eigenaar van de smederij, en hoopt dat zijn zoon Jan, de zaak later weer van hem wil nemen, om de traditie voort te zetten. Dit is een kleine beschrijving, van allen die in de smederij hebben gewerkt in de loop der jaren.


smederij Vervat lang geleden

Nu iets over het werk in de smederij van toen en nu. Van heel vroeger weet ik niet veel, maar het was toen wel altijd zwaar en hard werken. Het gereedschap moest zelf gemaakt worden, maar ook werden er bijlen, schoppen, etc. in de smederij gemaakt. Paarden beslaan was dagelijks werk. Hoepels leggen om houten wagenwielen gebeurde ook heel veel. Toen ik op de ambachtsschool was, kwam het hoepelleggen ook nog wel voor. Het gebeurde dan altijd op een woensdagmiddag, want dan kon ik mooi aan de blaasbalg trekken om het vuur aan te houden. De ijzeren hoepel werd dan helemaal warm gemaakt; was hij op temperatuur, (dat zag men aan de kleur van het ijzer), dan werd hij uit het vuur gehaald en om het houten wiel gelegd, en dan snel met water afgekoeld. Door deze snelle koeling krimpt het ijzer, en klemt hij om het hout vast, en wordt daarna nog met spijkers vastgezet.

Met het 100 jarig bestaan was het 's avonds nog feest op het dorp. Mijn vader kreeg van de gemeenschap een ventilator, deze kon don de oude blaasbalg vervangen. Ook kwam er een muziekkorps uit Baarn. Mijn vader heeft ook de lichtkronen die in het gemeentehuis hangen gemaakt. Het mooie handwerk, wat vroeger werd gemaakt, ziet men vandaag niet meer. Ze komen bij mij ook nog wel eens vragen voor het maken van een stukje smeedwerk, waaronder uithangbordjes, windwijzers maar ze schrikken meestal van de prijs. Materiaal, dat valt wel mee, maar het arbeidsloon maakt het zo duur.


de familie Goossen Vervat met links Geurt Vervat
























Een paard beslaan doe ik ook nog, niet zo veel als mijn vader vroeger deed. Ik besla de paarden alleen maar thuis, dus ik hoef niet de boer op. Tegenwoordig wordt er veel koud beslagen, maar ik besla alleen warm. Bij koud beslag wordt meestal de hoef van het paard naar het ijzer gemaakt. Zo hoort het echter niet; men moet eerst de hoef afkappen, en goed afsnijden, en dan het ijzer naar de hoef maken.
Door het ijzer warm pas te maken, komen ze ook veel vlakker onder de hoef. Vroeger kwamen er wel paarden om de paar weken, die de hele dag op de straat liepen, maar nu duurt het soms wel 2 maanden. Het is vandaag de dag wel zo, als ik een paard aan het beslaan ben, dat ik veel bekijks heb, en er worden dan ook veel foto's en films gemaakt. Ook van de televisie zijn er een keer opnames gemaakt voor het programma "Ren je rot".
Er is in de loop van de jaren niet veel veranderd in de smederij zelf. De boormachine en de slijpsteen werden door mijn grootvader ook al gebruikt, ze doen het nog steeds goed, ze worden allebei door een elektromotor aangedreven.
Mijn vader is ruim 42 jaar bij de brandweer geweest; de meesten zullen niet weten waarom, maar het was zijn hobby. Niet alleen in zijn werk wilde mijn vader graag dat de vonken er af vlogen, maar bij zijn hobby ook.



Misschien is dat de reden, dat ik ook bij de brandweer ben; met dit verschil dat vroeger in de smederij en daar buiten, er meer vonken afvlogen dan tegenwoordig.
Aldus Geurt Vervat op 4 oktober 1979 vanuit zijn smederij in Lage Vuursche.



Leen Bakker


Geplaatst door L.J.A.Bakker
http://ljabakker.magix.net/website
http://knipselsuitkranten.nl
http://www.grijsvuur.nl









Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

maandag 15 september 2014

De oude begraafplaats Baarn vertelt nu nog meer geschiedenis


Het overwoekerde en zwaar beschadigde graf van
Guimond de Briquemond
Dat de oude begraafplaats aan de Berkenweg in Baarn een waardevolle plek is, boordevol informatie over onze Baarnse voorouders zal u niet verrassen. U weet waarschijnlijk ook dat onze gemeente deze mooie plek in de jaren tachtig van de vorige eeuw bijna had laten verdwijnen. De begraafplaats lag er verwaarloosd bij. Veel graven waren verzakt en de monumenten waren overwoekerd door klimop. Eigenaren van graven hebben de plicht om hun graf te onderhouden. Doen ze dat niet, dan heeft de gemeente het recht om het graf te ruimen. Hier was duidelijk sprake van gebrek aan onderhoud. De graven waren bijna niet meer zichtbaar en het betreden van de begraafplaats was met gevaar voor eigen leven, zo ernstig waren de graven verzakt. Vernielingen door de jeugd die daar hadden huisgehouden hadden had het gemeentebestuur het laatste zetje gegeven. Er moest wat gebeuren. In al hun wijsheid werd besloten om flink op te ruimen. De klimop werd verwijderd en vele grafmonumenten werden eveneens verwijderd.

Eén van de verwijderde monumenten, hier
nog in volle glorie. Het graf van Schöne.
Voor iemand met een beetje gevoel voor geschiedenis was dit een ware ramp. Wat was het een foute beslissing om die monumenten te verwijderen! We hebben het aan de helaas inmiddels overleden Jaap Kruidenier en aan de Historische Kring Baerne te danken dat onze oude begraafplaats nog bestaat. Zij wisten het gemeentebestuur ervan te overtuigen, dat het verwijderen van de grafmonumenten een grote vergissing was. Het verwijderen van de monumenten werd gestaakt, onder de voorwaarde dat de begraafplaats onderhouden zou worden. Dat gaf het startschot voor een 'werkgroep oude begraafplaats' van de Historische Kring Baerne die deze taak op zich nam. En hoe! Al jarenlang zijn vrijwilligers bezig op de begraafplaats om grafmonumenten te herstellen en de beplanting, struiken en bomen te onderhouden. In opdracht van de gemeente is ook de oude muur en het hek om de begraafplaats prachtig hersteld. Inmiddels is de begraafplaats ook gemeentelijk monument. Baarn is gelukkig zuinig geworden op dit mooie stukje erfgoed. Verschrikkelijk dat zoveel monumenten verdwenen zijn, maar wat nog over is prachtig.


André Mascini, voorzitter van de
HKB heet alle bezoekers welkom
Zaterdag 14 september was het weer open monumentendag. Op die dag werd ook de oude begraafplaats opengesteld voor bezoekers. De Historische Kring Baerne gebruikte die dag voor een bijzondere gebeurtenis. Zoals ik al schreef zijn veel
Taco Hofstra van de
werkgroep oude
begraafplaats
grafmonumenten verwijderd. Door historisch onderzoek heeft de werkgroep oude begraafplaats echter de exacte locatie kunnen vaststellen van een aantal belangrijke en bekende oude Baarnaars. Die locaties zijn weer gemarkeerd door nieuwe prachtig monumenten. Deze monumenten zijn afgelopen zaterdag onder grote belangstelling onthuld.





Michiel Deylius
Ontwerper van de
nieuwe grafmonumenten
De monumenten zijn ontworpen en gemaakt door Michiel Deylius, beeldhouwer en letterhakker. Het moet gezegd worden. De monumenten zijn prachtig en robuust. Klaar om de komende eeuwen te doorstaan. Onthuld zijn de monumenten van de families Van IJsendijk, Schöne, Taets van Amerongen, Astro, Faas Elias, De Bull, Ten Dam en Toe Laer.
Dhr. W. Verhoek, oud hoofdonderwijzer van de Astroschool
in gesprek met leden van de familie Astro.
Voorzitter van de HKB, dhr. André Mascini, opende het gebeuren en heette iedereen welkom, waarna dhr. Taco Hofstra van de werkgroep oude begraafplaats toelichtte wie de personen waren, van wie het graf van een nieuw monument werd voorzien. Daarna werden de graven bezocht en werden bloemen gelegd bij de monumenten.

Dhr. Astro in gesprek met
burgemeester Mark Röell
Voor zover er nog nabestaanden in leven zijn, werd die bloemlegging door de nabestaanden gedaan. Zo was er een grote delegatie van de familie Astro aanwezig en ook afstammelingen van de familie Toe Laer. Onze burgervader Mark Röell woonde de onthulling bij.
De nieuwe grafmonumenten die de plaats aanduiden waar de families begraven zijn.

Na afloop werd onder het genot van een kopje koffie nog wat nagepraat en op deze prachtige zonnige dag nog wat gewandeld langs de overige monumenten.

Wat een prachtig initiatief. Dankzij de Historische Kring Baerne zijn er weer blijvende herinneringen aan deze oude bekende Baarnaars. Baarn mag zich gelukkig prijzen met zo'n actieve historische vereniging.

Website Historische Kring Baerne:
http://historischekringbaerne.nl/

Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op  Facebook en Twitter

zaterdag 13 september 2014

Drie kerken voor de Oosterhei, deel 2: de Mariakerk

In deel 1 van deze serie noemde ik de Zuidoostwijk van Baarn, die in de jaren vijftig werd bebouwd, de relatief grootste uitbreiding in de Baarnse geschiedenis. Het ging om wat ik de ‘grote Oosterhei’ noemde, de wijk tussen Wijkamplaan, Bremstraat, Maatkampweg en de nieuw aangelegde Lepelaarstraat. Het werd wel ‘een dorp op zichzelf’ genoemd. Er kwamen scholen, kerken en een winkelcentrum. Deze serie gaat over de kerken en we beginnen met de rooms-katholieken. De Maria Koningin Kerk, in de volksmond Mariakerk genoemd.


De Mariakerk vanuit de lucht

Wie de kerkelijke kaart van Baarn een beetje kent, weet dat de leden van de rooms-katholieke Nicolaaskerk en de Mariakerk totaal verschillend zijn. De Nicolaaskerk (Kerkstraat) is traditioneel, in de Mariakerk is meer mogelijk wat afwijkt van de aloude gebruiken. Dat is niet erg, want aan allebei is behoefte. Ik was echter wel verbaasd toen ik ontdekte dat de twee niet om die inhoudelijke redenen waren gesplitst. De Mariakerk is om puur geografische reden ontstaan: de Oosterhei!
In 1959 schreef aartsbisschop Alfrink van Utrecht (later kardinaal) een brief aan kapelaan Visscher, ook te Utrecht, met de opdracht een parochie te stichten in de Zuidoostwijk van Baarn. In protestantse kerken kunnen zulke initiatieven alleen plaatselijk ontstaan, maar de katholieken kennen geen plaatselijke zelfstandigheid. De grote uitbreiding in Baarn was bij de provinciale organisatie opgevallen. Utrecht besloot dat er een kerk op de Baarnse Oosterhei moest komen.
Als geschiedschrijver kom ik steeds voor raadsels te staan. Zo begrijp ik niet dat Visscher direct een parochie moest stichten, voordat er een gebouw was. De Oosterhei was een wijk voor jonge gezinnen, met kleine kinderen. Die konden toch nog wel een paar jaar naar de Kerkstraat blijven fietsen? Toch kreeg hij die opdracht, hij stichtte een wijkparochie en die kwam bijeen in het Slachthuis aan de Bremstraat, hoek Ericastraat.
Onze taal kent het woord bouwpastoor, door Van Dale omschreven als: ‘Priester die belast is met de bouw van een kerk voor een nieuw op te richten parochie, waarvan hij veelal pastoor zal worden’. Het woord wordt ook wel schertsend gebruikt, ook voor protestantse dominees die zich met kerkbouw bezighouden. Maar Visscher was het letterlijk, al was hij in het begin nog slechts kapelaan, oftewel hulppastoor.
In de kerstnacht van 1962 werd de Mariakerk in gebruik genomen, op de hoek van de Maatkampweg en de Bremstraat, dus op een steenworp afstand van het Slachthuis. Op de foto zien we de eerstesteenlegging. Wie het zijn kan ik niet nagaan, het zou me niet verbazen als aartsbisschop Alfrink de gedenksteen (zoals te zien niet letterlijk de eerste steen) bevestigde.


De eerstesteenlegging van de Mariakerk

De kerk heeft vele bijzondere kenmerken en lijkt in niets op een klassieke rooms-katholieke kerk als de Nicolaaskerk. Er zijn twee uiterlijke kenmerken die in het oog springen. Eentje is het kunstwerk op de buitenmuur, uitbeeldend de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes met hun olielampen, uit een gelijkenis uit de Bijbel. Een ander opvallend kenmerk: de toren staat los van de kerk.
Veruit de bekendste pastoor van de Mariakerk was Frans Saelman, die de parochie leidde van 1974 tot zijn dood in 1992. Hij was een controversiële pastoor. Vrienden ontdekten bij hem genezende krachten en paranormale gaven. Hij was dus geen fantast, anderen zeiden het over hem. Saelman besloot die krachten uit te oefenen, individueel en in bijeenkomsten. Vele mensen van buiten Baarn zochten hun toevlucht tot hem, maar de meesten van zijn eigen parochianen namen zijn gaven niet serieus. Toch lachten ze hem niet uit, ze bleven hem trouw omdat er met zijn kerkdiensten en pastoraat niets mis was.
Na het overlijden van Saelman zat de parochie zonder pastoor. Parochianen namen de taken over, ontwikkelden zich tot lekenpredikers. Onvermoede talenten kwamen naar boven. De parochie omschrijft zichzelf tegenwoordig als ‘veerkrachtig en moedig, tegen alle verdrukking in, vasthoudend en eigenzinnig’.
De parochie kreeg geen pastoor meer, wel weer pastors. Een pastor leidt een parochie, maar hoeft geen priester te zijn. Ook vrouwen kunnen pastor worden, maar geen priester. Zo werd het verschil met de Nicolaasparochie groot. Een vrouw die een dienst leidt, zal daar onbespreekbaar zijn.
In 1996 ontstond een opmerkelijke relatie tussen rooms-katholieken en gereformeerden. De Gereformeerde Kerk aan de Oude Utrechtseweg werd gerenoveerd en de kerkgangers kregen vier maanden lang onderdak in de Mariakerk. Gereformeerden om negen uur, rooms-katholieken om half elf. Uit die relatie ontstonden gezamenlijke kerkdiensten, een paar keer per jaar. Vanuit het bisdom worden die met argusogen bekeken en zijn er ook voorwaarden aan gesteld. Het tekent de Mariakerk. Gereformeerden hebben geen last van restricties van hogerhand, rooms-katholieken wel. De leden van de Mariakerk gaan echter het liefst hun eigen gang.

Reacties blijven welkom, want in een geschiedenisverhaal zitten onvermijdelijk fouten. Zo schreef ik in deel 1 dat op de Oosterhei een openbare school (Cantonschool) en een protestants-christelijke (Guido de Bres) werden gevestigd. Wat ik niet wist, was dat de rooms-katholieken aan de Bremstraat tegenover de kerk de Sint Josephschool hadden gebouwd, later Eemdalschool genoemd. Tegenwoordig is daar de Kleine Stad gevestigd, voor kinderopvang. En daarnaast… een moskee. Dat alleen de rooms-katholieken met een kerk op de Oosterhei achterbleven, was eigenlijk ook een foute conclusie van mij. Een moskee mag je ook een kerk noemen.





Johan Hut
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op  Facebook en Twitter

donderdag 11 september 2014

Hoogte- en dieptepunten bij de Brandweer

Hoogte- en dieptepunten bij de Brandweer tussen 1960 en 1980 en in 2002


Open het Dorp inzamelactie in 1962
B. Keppel, J. v.d. Horst ,J. Meerveld, H. v.Veen,
H. Blok en A. v. Lambalgen
"Open het Dorp" was de eerste grote geldinzamelingsactie in 1962 op televisie in Nederland. De uitzending duurde 23 uur en bracht twaalf miljoen gulden op. Ook de brandweercollega's van Baarn waren daarbij aanwezig onder leiding van J.v.d.Horst.


Op 4 september 1976 rukte de brandweer van Baarn onder leiding van Leen Bakker uit voor bijstand bij de Baarnse Ziekenomroep, maar niet voor een uitslaande brand! Het voormalige ontvangststation van het gasbedrijf was door de gemeenteraad van Baarn in gebruik gegeven aan de Stichting Baarnse Ziekenomroep. Een groepje medewerkers van de ziekenomroep ging aan de slag om van het ontvangststation een studio te maken. Dat zij extra hulp nodig hadden bleek al snel. Dat kwam ook het bestuur van de personeelsvereniging van de brandweer ter ore. Toen bleek weer eens dat deze vereniging bestaat uit mannen die vanuit hun sociale gevoel niet alleen brandweerman zijn, maar bereid zijn ook een ander te helpen wanneer het zomaar nodig is, voor het goede doel. Spontaan boden zij hulp aan. En twaalf man sterk gingen zij aan het werk: hakkend, bikkend, zagend en timmerend om een nieuwe vloer te leggen. Op deze manier ging de aanvankelijk eindeloos lijkende verbouwing heel hard, en mede daardoor kon de ziekenomroep gauw beschikken over hun nieuwe studio.

Belangrijker is misschien nog wel dat weer eens blijkt dat het in Baarn nog niet zo slecht gesteld is met de onderlinge niet-te-betalen hulpverlening. Het leek ons goed u eens opmerkzaam te maken op dit stuk zelfwerkzaamheid en die ongevraagde hulp, die ook in deze tijd nog mogelijk blijkt.’ Aldus de Baarnsche Courant van vrijdag 5 september 1976.

 Zelfredzaamheid lost brandend probleen op

kuil werd gegraven naast de kantine
en werd het nieuwe instructielokaal

In juli 1979 keurde de gemeenteraad een uitbreiding van de instructieruimte annex kantine van de brandweer goed. De ‘brandende’ behoefte aan nog meer ruimte deed de brandweervrijwilligers van Baarn besluiten met eigen vrijwillige inbreng onder de toekomstige uitbreiding nog een kelder te realiseren. Op vrijdag 22 september zetten de brandweervrijwilligers, onder leiding van Wolter Wiersema, de handen daarvoor aan de schop en begonnen met de grondwerkzaamheden en hielpen daarna bij de bouw. Een hartverwarmend staaltje van zelfwerkzaamheid, mag je gerust zeggen.

 

Murk Camper


Een indrukwekkende laatste groet
Voor de crematieplechtigheid in Den en Rust te Bilthoven namen wij afscheid van onze alom gewaardeerde collega Murk Camper. Met onze wagens voor de kazerne brachten wij en vele collega’s, onder wie ook een afvaardiging van het bevriende korps uit het Italiaanse Salò, in rij op de Plataanlaan een laatste groet aan onze op 46-jarige leeftijd overleden brandweercollega. De acht dragers gingen de rouwwagen vooraf. Na de indrukwekkende plechtigheid reed de stoet richting Bilthoven, waar de crematie volgde. Murk Camper was brandweerman in hart en nieren. Meer dan 25 jaar was hij aan het korps verbonden, doorliep alle geledingen, was actief bij het jeugdkorps, bij wedstrijden, bij de uitwisselingen met Salò en bij de personeelsvereniging. Onze meerdere malen onderscheiden collega lukte het van zijn hobby zijn professie te maken. Sinds 2001 was hij beroepskracht in Arnhem, waar hij met zijn vrouw en twee kinderen zou gaan wonen. Rond juli 2001 werd kanker bij hem geconstateerd en aan die ongeneeslijke ziekte bezweek hij op 9 januari 2002.












Het boek over de Brandweer van Baarn "Waarom Redden" is te koop voor een klein prijsje (€ 8,00). Kijk in onze webwinkel
Het Boek "Waarom Redden"








Geplaatst door L.J.A.Bakker oud korpslid van Brandweer Baarn

http://www.grijsvuur.nl

http://knipselsuitkranten.nl

http://ljabakker.magix.net/website#Startpagina



Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter