zaterdag 24 september 2016

Wie, wat, waar: Zandvoortweg?

Speurder, de speurhond van Groenegraf.nl
Vandaag is een nieuwe uitzending in de rubriek Wie, Wat, Waar? bij RTV Baarn gestart. De rubriek is een samenwerking met Stichting Groenegraf.nl. U kent inmiddels onze speurhond "Speurneus". Tijdens de uitzending van de rubriek Wie, Wat, Waar? graaft Speurneus telkens een foto van Groenegraf.nl op. Wij hopen dan dat de kijkers van RTV Baarn en de volgers van Groenegraf.nl de vragen die we hebben over de foto kunnen beantwoorden.







Deze foto is waarschijnlijk in de Zandvoortweg gemaakt. Kan iemand dat bevestigen? Graag willen wij ook weten wie deze drie heren zijn.

Wat we precies willen weten leest u op onze site via deze link, of bekijkt u op RTV Baarn. De uitzending blijft ook te zien op onze site via deze link. Op die plek kunt u gelijk ook uw reacties plaatsen.

We zijn heel erg benieuwd of u ons kunt helpen!




RTV Baarn kunt u ontvangen via het digitale pakket van Ziggo op kanaal 42 of via de stream op www.rtvbaarn.nlYouTube en Facebook.

Op onze site is deze rubriek te volgen via www.groengraf.nl/wiewatwaar

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

donderdag 22 september 2016

Heimwee naar prachtige platenhoezen

Deze vier woorden vormden de kop van een artikel in de Baarnsche Courant van woensdag 27 oktober 2010. Interessant genoeg om er, nu zes jaar later, een verhaaltje aan te wijden opgedragen aan de prachtige platenhoezen van toen.
Een verhaal van Ed Vermeulen, met een uitgebreide tekstbijdrage van Bas Peet. Beiden zijn oud medewerkers van N.V. Philips Phonografische Industrie (P.P.I.), Baarn.

 Hoezenboek - De vormgeving van de Nederlandse platenhoes
1950-1970   
 
Op maandag 25 oktober 2010 verscheen het mooie door Baarnaar en oud Phonogram directeur Leo Boudewijns geschreven: ’Hoezenboek - De vormgeving van de Nederlandse platenhoes 1950 – 1970’.

Het eerste exemplaar van dit prachtig uitgevoerde en met veel liefde en gevoel voor detail geschreven boek werd op die dag aan de schrijver overhandigd door TV presentator Paul Witteman. Plaats van handeling: onze ’eigen’ Baarnse Boekhandel Den Boer, midden in de Laanstraat hoek Spoorstraat. In de ogen van velen misschien wel de mooiste boekhandel van Nederland. En dat al sinds 1887.
Overhandiging eerste exemplaar aan de auteur
(Foto: Melle Boudewijns)

Een stampvolle Boekhandel Den Boer
 (Foto: Melle Boudewijns)

Een gesigneerd exemplaar (Foto: Melle Boudewijns)
Het prachtige pand van Boekhandel Den Boer

In drieëntwintig prachtig geïllustreerde hoofdstukken vertelt Leo Boudewijns in dit bijzondere boek op een uiterst persoonlijke wijze over zijn loopbaan als hoezenontwerper, hijzelf spreekt van ’art director avant la lettre’ bij Philips/Phonogram in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Een métier dat nog volkomen nieuw en onbekend was, alle facetten moesten immers werkenderwijs ontdekt en ingevuld worden. Zijn werkplek bevond zich in de nu inmiddels al weer lang geleden verdwenen Villa Hoog Wolde aan de Baarnse Gerrit van der Veenlaan. Hier bevond zich het hoofdkantoor van N.V. Philips Phonografische Industrie (P.P.I.) of zoals u wilt Polygram, één van ’s werelds grootste muziekmultinationals en ooit de grootste werkgever van Baarn.




De muzikaalste villa van Baarn: Hoog Wolde, 1968
(Foto: Bas Peet) 

’Hoezenboek’, een boek dat het nog steeds verdiend gelezen en bekeken te worden door een ieder met een gevoel van heimwee naar de prachtige platenhoezen van weleer: u de platenkoper van toen (en misschien nog wel), oud P.P.I. medewerkers van diverse pluimage, platenbaasjes, hoezenontwerpers, platenpersers en inhoezers gelijk. Kortom een ’must’ voor diegenen die een mooi ontworpen en uitgevoerde platenhoes wisten en weten te waarderen. Na het lezen van dit prachtige boek weet u alles nou ja bijna alles over het ontwerpen van hoezen.







 Fabriek op de Torenlaan   (Coll. Groenegraf.nl)
Mocht u toch nog vragen hebben over wat er verder gebeurde nadat het ontwerp werd aangeleverd op de ’Fabriek’ aan de Torenlaan (ooit gelegen op de plek waar nu woonwijk Plantage is) verdiep u dan in de hierna volgende bijdrage van oud collega Bas Peet, ooit werkzaam in de Huis- en Hoezendrukkerij:

LP hoes en MC inlaycard, een kleurrijk geheel  (Coll. Bas Peet)

Huisdrukkerij:  mens en techniek  (Foto's: Bas Peet)
’In de huisdrukkerij werden grammofoonplatenhoezen en inlaycards voor musicassettes gemaakt.
De werkvolgorde was als volgt: het hoesontwerp en bijbehorende werktekening werden op Hoog Wolde door de ontwerpers in samenspraak met de labelchefs (productmanagers) gemaakt, waarna deze samen met eventuele kleurendia’s, foto’s en teksten werden aangeleverd bij de huisdrukkerij. Van genoemde dia’s werden deelnegatieven gemaakt, voor elke kleur een film (rooddruk, blauwdruk, geeldruk en dan nog de zwartdruk, door ons ’kracht’ genoemd). Zwart hield weliswaar niet veel beeld in maar zorgde wel voor de diepte van het plaatje, vandaar het woord kracht. Van de werktekeningen en eventuele zwart/wit foto’s werden aansluitend negatieven gemaakt. Vervolgens kwam het materiaal op de werktafel van mijzelf of een van de andere collega’s en werd langs fotografische weg in elkaar gezet. Dit resulteerde in een voor elke te drukken kleur complete positieffilm, die op zijn beurt naar de kopieerafdeling ging waar de films op drukplaten gezet werden om aansluitend in de drukkerij in de gewenste oplage te gedrukt te worden. Dit alles gebeurt nu digitaal, maar het handwerk van vroeger was toch erg plezierig en had duidelijk zijn charme.’

Filmopbouw en eindresultaat  (Foto's: Bas Peet)
In zijn exposé gebruikt Bas Peet de woorden ’mijzelf of een van de andere collega’s’ . U wilt natuurlijk weten wie die collega’s dan wel waren. Om daar achter te komen tonen we drie prachtige inmiddels nostalgische groepsfoto’s, de oudste dateert uit 1968, met een groot aantal medewerkers van P.P.I. ’s Huis-en Hoezendrukkerij. Van velen zijn de namen bekend, maar er ontbreken er ook een aantal. Aan u, de lezer, de vraag: ’Wie is wie?’
Mocht u iemand, nu nog aangemerkt als N.N., herkennen, aarzel niet en stuur een mail met de betreffende naam naar groenegraf.baarn@gmail.com

Huisdrukkerij P.P.I.  1968  (Coll. Bas Peet)
 1: Van Rees, 2: N.N , 3: Jan Mackaay, 4: N.N, 5:  Mol, 6: N.N, 7: Loes Holthuizen,
 8: N.N, 9: N.N, 10: Dirk van de Hoef. 

Huisdrukkerij P.P.I. 1970  (Coll. Bas Peet)
1: Bob van Delft, 2: Jan Mackaay, 3: Bertus Lamers, 4: N.N, 5: Dirk van de Hoef, 6: Loes Holthuizen, 7: Bas Peet, 8: Jan Cressent, 9: N.N, 10: Henny Weinberger

Het voltallige (?) en uiterst goedlachse personeel  (Coll. Bob van Delft) 
We herkennen met zekerheid: 5: Nico Heesemans 6: Dirk van de Hoef, 24: Loes Holthuizen,
 26: Van de Abeele. Kent u de overigen?


Terug naar Hoog Wolde
Toen ikzelf als productmanager Populair Repertoire op Hoog Wolde (lees: Het Paviljoen oftewel de Houten Keet) werkte (periode 1976 – 1990) werden de meeste hoesfilms vanuit het Artistmanagement of platenmaatschappij (zowel binnen- als buitenland), aangeleverd. Slechts een enkele LP hoes werd nog door onszelf in eigen beheer ontworpen.

Ed en zijn steun en toeverlaat Mary de Haan, 1978 (Coll. Ed Vermeulen)

Wel werden veel single en maxi-single hoezen, weliswaar op basis van aangeleverd diamateriaal, nog in huis ontwikkeld. Een aantal voorbeelden variërend van The Boomtown Rats, Flash & The Pan, Player, Santa Esmeralda, Graham Bonnet en BZN zijn te zien op het prikbord achter mij. Een bont en zeer gemengd muzikaal gezelschap waarmee via telefoon met draaischijf (!), telex en natuurlijk regelmatige persoonlijke contacten gecommuniceerd werd.

Min of meer hetzelfde beeld was vanaf 1986 van toepassing op de CD-inlaycard.

Zo niet bij Philips Klassiek (Philips Classics). Hier werd nog tot in lengte van jaren het mooie vak van hoesontwerper (designer) in ere gehouden.

U kent nu de geschiedenis van het ontwerpen en drukken van die prachtige platenhoezen van weleer. Het gebeurde in Baarn, als het ware bij u en mij om de hoek. Voorbije geschiedenis? Op de plek waar ooit Villa Hoog Wolde stond en waar nu alleen het oude toegangshek nog herinnert aan vroeger tijden bevindt zich nu (nog steeds) muziekgigant Universal!

Bron:
Baarnsche Courant 27 oktober 2010
Leo Boudewijns: Hoezenboek (uitgave 2010), ISBN 978-90-5997-095-3

Dank aan:
Bas Peet: tekstbijdrage en foto’s
Bob van Delft: foto











Ed Vermeulen (1942)
                              
                   


Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter               

maandag 19 september 2016

Huis onder water,een oude plaatsgenoot,natte voeten en de tijd die even stil stond

door Ed Vermeulen


September 2016. Wat herinnert u zich van de nagenoeg voorbije zomer, de bijna hittegolf, het wisselvallige (typisch Hollandse) zomerweer of toch de overvloedige regenval. Tijd voor een terugblik in het weer in vroeger tijden.


Huis onder water
’Help! ons huis staat onder water’: in de kretologie van de moderne tijd een veelgebruikte, maar meer nog verkeerd gebruikte term.

Huis onder water (Foto Coll. Historische Kring Baerne)

Watervluchtelingen, verzorgd en verguisd
Zoals een oprechte jutter bij de roep ’Schip op strand!’ zich naar het strand begeeft om de stranding te aanschouwen, tracht ik bij het horen van de kreet ’Huis onder water’ uit te vinden om welk huis het gaat en spoed ik mij er heen. Om ter plekke teleurgesteld vast te stellen dat het huis helemaal niet onder water staat, verre van dat meestal. Inmiddels ben ik er, een beetje laat en naïef misschien, achter gekomen dat de kreet niets met water, maar alles met verkoopprijzen en vooral hypotheekschulden te maken heeft. Maar daar gaat dit verhaaltje niet over, ik wil het hebben over huizen die echt onder water staan. Dat wateroverlast in Baarn van alle tijden is zal de lezer bekend zijn. Slaat u het verhaal ’Watervluchtelingen en natte voeten’ over de watersnood van 1916 er nog maar eens op na en u bent weer geïnformeerd. Of beter nog lees het door Bertus Wouda geschreven en in april 2016 verschenen boek ’Watervluchtelingen, verzorgd en verguisd.’


Ook werd het mij opnieuw duidelijk bij het lezen van het artikel ’Natte driehoek Emmapark drooggelegd’ in de Baarnsche Courant van 9 september 2015, nu precies een jaar geleden. Letterlijk staat er geschreven: ’De bewoners van de natte driehoek Van Reenenlaan, Regentesselaan en Rutgers van Rozenburglaan hoeven niet langer Buienradar nauwlettend te volgen om te kijken of er geen hoosbuien op komst zijn. Vorig jaar (2014) nog liep de natte driehoek twee keer over’.

Opmerkelijk verhaal: immers de drie genoemde lanen liggen in een gedeelte van Baarn, al van oudsher bekend als Hoog Baarn. Laat ik nu in de 3e klas van de lagere school bij de lessen Nederlandse taal van juffrouw Koopmans geleerd hebben dat: ’hoge bomen veel wind vangen, na regen altijd zonneschijn komt en wie hoog en droog woont geen natte voeten krijgt’. Wat kan een mens zich toch vergissen. Niets is wat het lijkt, de uitdrukking ’Hoe hoger hoe natter’ zou bij nader inzien dus echt niet misstaan in dit rijtje volkswijsheden.

De natte driehoek...hoog en droog? (Foto: Caspar Huurdeman)

Zoals te zien op de foto zijn er ogenschijnlijk doeltreffende maatregelen genomen. Is hoog is nu ook echt droog?


Terugkerende wateroverlast
Ondanks alle genomen en nog te nemen maatregelen kon en kan het zijn dat na een heftige regenval en wolkbreuken het Baarnse rioleringsstelsel het enigszins laat afweten. Op zondag 4 september 2016 was het weer raak, toen na een zeer zware regenbui zowel de Stations-, Eemnesser- en de Geerenweg-Drakenburgerweg blank kwamen te staan. De Baarnsche Courant meldde zelfs dat de pas gerenoveerde Lindenkom (bij Baarnaars beter bekend als de ’Kleine Kom’) buiten haar oevers was getreden. Prachtige, een tikje overdreven, beeldspraak, er was meer sprake van het ’overgelopen badkuip effect’. Maar, eerlijk is eerlijk, nat was het zeker! En wat te denken van de Koninklijke wachtkamer op het station, ook al meerdere keren volgelopen met regenwater!

Zandzakken voor de deur van de Koninklijke wachtkamer
 (Foto: Christine Schut)
 Ook uit mijn vroege jeugd herinner ik mij water, heel veel water. Ik neem u mee terug naar het jaar 1950: ik was acht en zat in de 3e klas van de lagere school (in de Spoorstraat), bij juffrouw Koopmans, maar dat wist u al.



Herv. Lagere School in de Spoorstraat, ons klaslokaal 1e etage, geheel rechts.
(Foto Coll. Stichting Groenegraf.nl)

Het was bijna zomervakantie. Daar keken de juf, mijn medeklasgenoten en ik naar uit. Op vrijdagmiddag 21 juli, we zaten keurig met de armen over elkaar in de banken in ons vaste lokaal (vanuit de Spoorstraat gezien, eerste etage geheel rechts), de juf las een spannend verhaal voor, barstte er rond twee uur ‘s middags boven Baarn een ontzettend noodweer los. Inktzwarte lucht, rukwinden, zware regen- en hoosbuien, onweer, donder en bliksem, het einde der tijden leek nabij. Niet dat ik precies wist hoe dat er uit zou zien, maar met mijn rijkelijk aanwezige fantasie was ik, naar later bleek, aardig ’warm’. Ook was ik blij was niet al te ver van school te wonen, Laanstraat 66A, mocht het echt zover komen. Op een gegeven moment werd de deur van het klaslokaal opengegooid en daar stond Vree, onze vertrouwde en boomlange conciërge. Van mijn moeder mocht ik geen Vree zeggen maar meneer Vree. Dit telt na al die jaren nog steeds. Dus: meneer Vree stond in de deuropening en gebaarde dat wij allemaal de klas uit moesten om te gaan schuilen in het trappenhuis. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen en nog voordat de volgende bliksemschicht op ons werd afgevuurd zaten we in onze ‘Schuilkelder’, het trappenhuis.


Interieur school met onder de trap onze schuilplek
(Coll. Stichting Groenegraf.nl)

We zongen liedjes, misschien wel ’van je hela hola, houdt er de moed maar in’. En dat deden we! Zoals bij alles kwam ook aan dit oordeel een einde. De bui trok over, de schoolbel ging en we mochten naar huis. Daar trof ik mijn moeder aan met een van pijn vertrokken gezicht. Wat was er gebeurd? Op het moment dat de klap viel was zij juist halverwege de uiterst steile trap (we woonden op een bovenhuis), onderweg naar boven of beneden dat weet ik niet meer. Ze schrok van de donderklap en gleed naar beneden. Met als gevolg grote blauwe plekken en pijn. Maar pijn of geen pijn, het weerhield haar niet om mij nog maar eens te vertellen dat deze klap haar herinnerde aan het bombardement in het eerste oorlogsjaar 1940 in Den Helder, de geboorte- en toenmalige woonplaats van mijn ouders. Een voltreffer op het rijtje huizen waar zij woonden vlakbij de marinewerf. Weg huis! Gelukkig staat Laanstraat 66A er nog steeds! Na enkele woorden van troost gesproken te hebben ging ik weer naar buiten de Laanstraat in.

Het einde van een ’Oude Plaatsgenoot’

Er was van alles gebeurd en dat wilde ik wel met eigen ogen zien. Bij de Brood- en Banketbakkerij A.E.G. Vonk (Altijd Even Goed Verzorgd) hoek Laanstraat Nieuwstraat, nu Banketchocolaterie Hendricksen, was de straat en het gehele kruispunt ondergelopen.

Links boven: A.E.G.Vonk, hoge laarzen en water!
Rechts boven: Tegen de stroom in.
Onder: Ook de L39449 is waterproof!
Foto's: Coll. Historische Kring Baerne

Niets nieuws onder de zon: dit ten opzichte van Hoog Baarn laaggelegen punt liep wel vaker onder water. In het fotoarchief van de Historische Kring Baerne (HKB) bevinden zich prachtige foto’s, op 17 juni 1908 gemaakt door fotograaf Voskuijl, die we kennen van het verhaal ’Omroepperikelen 1930’, waarop te zien is dat dit punt tot grote vreugde van de jeugd van toen, maar zeker tot verdriet van om- en aanwonenden, ook onder water stond.

Waterrijk Baarn oftewel Playfountain avant la lettre
(Coll. HIstorische Kring Baerne)

Stroomafwaarts...de Laanstraat in
(Coll. Historische Kring Baerne)

Heel dichtbij kon ik niet komen, want mijn (te kleine) laarzen liepen vol en aan natte voeten had ik een hekel. Spannend was het wel. Een vriendje vertelde dat het bij de hoek Oranjestraat – Laanstraat nog erger was. Zo snel als we konden holden we op onze inmiddels soppende laarzen erheen. Hij had niets teveel gezegd. Naast een overstroming was ook de grote kastanje naast De Rieten Dakjes door een rukwind omgegaan, tegen het huis op no. 31 van de familie R.P van Dijen gevallen en in de val was de schoorsteen van het dak gerukt en was er een grote scheur in de gevel ontstaan.


De 'Oude Plaatsgenoot' zoekt steun
(Coll. Historische Kring Baerne)

Dit huis rechts van no. 29, waar G.J. van Dijen zijn Brood- Beschuit- en Banketbakkerij had (in later jaren de Broodbakkerij van P. Vroegop). Het laatste oordeel. En ja hoor, zoals u op de foto ziet: het huis stond onder water! Dit rampzalige feit had niets maar dan ook helemaal niets met hypotheekschulden te maken, maar alles maar dan ook alles met de inmiddels gepasseerde en weggetrokken wolkbreuk.


Huis onder water
(Coll. Historische Kring Baerne)

De tijd staat even stil
In de Baarnsche Courant van 25 juli 1950 vastgelegd in de prachtige zin ’het einde van een ’Oude Plaatsgenoot’ legde de kastanjeboom van Van Dijen om zeventien minuten over twee in de middag het loodje! Precieze tijdwaarneming: dit ondanks of dankzij het feit dat tijdens het noodweer de grote wijzer van een der wijzerplaten van de klok van de Pauluskerk werd getroffen en kromgebogen door een windhoos, waarna de klok was stil blijven staan. Opmerkelijk detail: aan de boom was een bordje bevestigd met een pijl wijzend in de richting van het toenmalige Warenhuis 1001. De multifunctionele wegwijsboom!
Ook eiste het noodweer in Baarn een slachtoffer: aan het Zuidereind werd de uit Amersfoort afkomstige DUW (Dienst Uitvoering Werken) ploegbaas D. Overdijk door de bliksem getroffen en gedood. Een dieptriest gebeuren, waarvan ik toen geen weet had. De gesneuvelde kastanje trok zoals te verwachten veel bekijks, zelfs zoveel dat politieman Van der Zee* het verkeer in goede banen moest leiden.

Het gezag en de mannen van PW
(Coll. Historische Kring Baerne)

Veel bekijks! Onder het publiek herkennen we, in korte broek, bakker W.J.Rodenrijs,
de latere eigenaar van de gelijknamige Cafétaria/automatiek in de Laandwarstraat en met kind op de
 arm mevr. Middelveld van de naaimachinehandel uit de Laanstraat.
(Foto Egid, E.J Hartmann, Oranjestr.3)
De tijd staat even stil
De zaken werden voortvarend aangepakt: er werd gehoosd, gezaagd en opgeruimd. De werklieden van Publieke Werken (Gemeentewerken) stonden zoals altijd hun mannetje, voor transport zorgde de oude getrouwe L-13497. Tot half elf ’s avonds zijn zij in de weer geweest om de klus te klaren. Dit laatste heb ik van horen zeggen, want om die tijd lag ik al op één oor in mijn bed, dromend over wat er morgen mogelijk weer zou gebeuren en natuurlijk over de op handen zijnde vakantie! Over tijdwaarneming gesproken: u weet nu meteen min of meer de leeftijd van de nu op dezelfde plek staande kastanjeboom: ruim midden zestig! Inmiddels ook hard op weg naar de eretitel: ’Oude Plaatsgenoot’. De in de Baarnsche Courant gebezigde woorden ’De tijd staat even stil’, zouden vele jaren later de titel vormen van de veel bekeken serie historische wandelingen door Baarn, samengesteld en gelopen door Ans van Egdom de onvermoeibare en altijd goedlachse presentatrice van RTVBaarn en haar wandelpartner, de in 2007 overleden kenner van het Baarn zoals het ooit was Cees van de Steeg.

Ik stel mij zo voor dat deze markante Barinees, in zijn werkende leven timmerman op Paleis Soestdijk, op de hoek van de Oranjestaat gezegd zou kunnen hebben: ’Voor de kastanjeboom die u ’hiero’ ziet, is er ooit ’daaro’ eentje omgevallen!’

Alle genomen maatregelen ten spijt, ik herhaal het nog maar een keer, is droog wonen lang niet overal vanzelfsprekend. U bent gewaarschuwd!

* Agent van politie Van der Zee: hoeveel ballen had hij in de loop der jaren al in beslag genomen wanneer hij mijn buurjongen en mij betrapte bij het voetballen op straat. Altijd vergezeld van de woorden: ’Jullie kunnen morgen op het bureau komen en misschien krijg je de bal terug, maar reken er maar niet op!’ De ballen werden opgeslagen en bewaard in een kast in de hal van het bureau aan de Stationsweg. De gang naar het politiebureau was niet iets om naar uit te kijken. Gelukkig hadden we onze connecties: de zoon van Adjudant Bekking, Roland, goede vriend en leeftijdgenoot. Hij woonde samen met zijn ouders boven het bureau en was altijd bereid om op ons verzoek even in de bewuste kast te kijken of onze bal daar inderdaad lag en, minstens zo belangrijk, er voor te zorgen dat de bal zonder dat wij ons op het bureau hoefden te melden toch weer onze kant op kwam. Het zal duidelijk zijn: ook al ben je nog zo jong, het hebben van goede connecties speelde ook toen al een rol!

Inspiratiebron: jeugdherinneringen
Bron: Baarnsche Courant 25 juli 1950








Ed Vermeulen (1942)



Dit verhaal verscheen op maandag 19 september 2016 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

zaterdag 17 september 2016

Schiphol op 26 mei 1920

Welke inwoner van Baarn is nog nooit op vliegveld Schiphol geweest ?
Wel op 26 mei 1920 zag het er zo uit!

Schiphol in 1920
maar 2 passagiers
Sinds de DH-9 met twee passagiers aan boord op het toenmalige vliegkamp Schiphol landde. Het was de eerste vlucht van een K.L.M.-lijntoestel en tevens zo niet de geboorte, dan toch de officiële aangifte van de oudste der thans nog bestaande luchtvaartmaatschappijen. Degenen, die toen bij de K.L.M. in dienst waren, zullen wel nooit vermoed hebben, dat het drassige stukje land, waarop zij werkten, dertig jaar later de "toegangspoort van Europa" genoemd zou worden. Uit balansen, statistieken en tabellen kan men de indrukwekkende opgang van de K. L. M. nagaan, maar beter dan cijfers kunnen de verhalen van haar oudste employés ons een indruk geven van de enorme ontwikkeling, die de luchtvaart sedert de eerste dagen van de K.L.M. beleefd heeft. Drie van hen hebben wij even uit hun drukke bezigheden kunnen halen en in een van de laatste houten barakken, die na de oorlog op Schiphol zijn verrezen, hebben wij met hen de sfeer geproefd.
Schiphol was oorspronkelijk een militair kamp
De K.L.M. was in die dagen nog: maar een klein en onaanzienlijk bedrijf. De militairen die toen op Schiphol hun vliegkamp hadden, keken de K.L.M.-ers nog met de nek niet aan. Het personeel bestond uit een twintig man, onder wie een zestal Nederlanders. Deze laatste moesten zich inwerken, daar men op het gebied van de vliegerij in ons land nog geen ervaring bezat. 
De toestellen, compleet met piloot, werden van een Engelse onderneming gecharterd. Het waren militaire vliegtuigen, die gedurende de oorlog van 1914-1918 voor verkenningsvluchten gebruikt waren. De piloten waren ruwe klanten, die gedurende de
met een leren jas aan
oorlog aan het front ervaring hadden opgedaan. De een of twee passagiers, die het vliegtuig kon meenemen zaten in een open cockpit achter de bestuurder en de service van de K.L.M. bestond voornamelijk hierin, dat zij gedurende de tocht een zware jas en een motorkap te leen kregen. Van zakenreizen was toen nog geen sprake en een groot deel van de passagiers bestond uit mannen, die met hun vrienden een weddenschap hadden aangegaan, dat zij durfden vliegen.
Het vertrek van een vliegtuig was iedere dag weer een gebeurtenis. Het hele K.L.M.-personeel stond bij het toestel te wachten of de passagier al of niet zou verschijnen. Als hij kwam opdagen, fluisterde men met een zucht van verlichting tegen elkaar: ,,Hij is er." De Engelse piloten maakten het de K.L.M. in die beginperiode dikwijls zeer lastig. Het gebeurde namelijk nogal eens, dat de passagiers wel verscheen, maar dat men van de piloot niets hoorde of zag. Dan ging men met de enige auto van de K.L.M., - een wagen, die minstens evenveel lawaai maakte als de vliegmachines - naar zijn hotel in de stad om hem uit zijn bed te trommelen, hetgeen nogal enige tact vereiste. Ook gebeurde het wel, dat men in angst en vreze naar de komst van een vliegtuig uitzag, terwijl naderhand bleek, dat de piloot bij Zandvoort zijn machine op het strand had gezet om in het Casino te gaan dansen !
De Schiphol auto met veel lawaai


Een vlucht naar Londen ging wat men noemde "huisje-boompje-beestje". Men vloog langs de Nederlandse kust tot bij Calais, waar men naar Dover overstak. Als men van daar af de spoorlijn volgde, kwam men vanzelf hoven de Engelse hoofdstad. Wel had de vlieger een kompas aan boord - zijn enige instrument overigens - maar door de talrijke ijzerverbindingen in de omgeving gaf dit meestal volkomen onbetrouwbare aanwijzingen.

Er ging wel eens wat kapot onderweg
Niettegenstaande deze primitieve uitrusting gebeurde er maar weinig ongelukken. Daarvoor was de snelheid te gering. Men vloog in vijf en een half uur naar Parijs en het kon gebeuren dat men daar aankwam met een gescheurd vleugelbeslag en twee gescheurde motorbeslagen, maar deze werden hij aankomst wel weer gerepareerd. De lichte machines hadden maar al te dikwijls moeite om tegen de wind op te tornen. Zij konden dikwijls lang boven het vliegveld blijven hangen zonder noemenswaard vooruit te komen. Het resultaat van zulk een strijd met de wind was dan meestal, dat het vliegtuig het moest opgeven.
Buitenlandse machines
Langzamerhand kwamen er op Schiphol ook buitenlandse machines landen. De Farmant-Goliath was er zelfs een soort stamgast. Een Franse piloot, die eens met de Farmant opsteeg, kon om de' een of andere reden geen hoogte krijgen. Hij wist met zijn toestel nog juist over een brede sloot nabij het vliegveld te komen. Daar plofte hij op het veld neer, waar hij het landingsgestel brak. Overigens, kwam hij met de schrik vrij. Zoals gebruikelijk in die dagen ging al het personeel naar het terrein van het ongeluk om de man hulp te bieden. Men kon echter niet over de sloot. Hevig opgewonden liep de Fransman voor de sloot heen en weer, totdat hij zijn kousen en sokken uittrok en tot aan zijn hals door het water naar de overkant waadde.

Eigen toestel van de K.L.M.
Toen eens een vliegtuig bij het opstijgen van het vliegveld Hamburg een wiel verloren had, belde het personeel aldaar de eerstvolgende landingshaven, in dit geval Schiphol op. Men kon dan daar de piloot tijdig waarschuwen. Een man ging met een wiel op zijn hoofd het veld in en probeerde met schreeuwen en gebaren de aandacht van de piloot te trekken om deze er opmerkzaam op te maken, dat hij een wiel miste. De piloot stond dan nog voor de puzzel, welk wiel bij verloren had. Het rechter of het linker. De verschillende functies op Schiphol waren toen nog niet verdeeld. Ieder deed wat er toevallig aan de orde was. Men keek de motoren na, hield het vliegtuig schoon, nam de kaartjes in, bracht vrouwelijke passagiers op de handen door het drassige modder naar het toestel of ging het magazijn opruimen.
Dikwijls moest men s' nachts dan ook nog wacht lopen. Een straffe discipline was nog niet nodig. Allen waren even enthousiast voor de vliegerij. Als men niet klaar was, werkte men door. Men voelde zich als in een grote familie. Zo verhaalde een van de employés ons van een Kerstavond. Men had gedacht naar huis te kunnen gaan, maar op het laatste ogenblik wilde een van de motoren niet draaien. Men moest doorwerken. Te middernacht werd het werk even onderbroken. In de cantine had men wit papier over de ruwe, houten tafels gelegd. De chef had een pot soep laten klaarmaken en een van de monteurs hield een toespraak, zo ontroerend, dat de mannen er tranen van in de ogen kregen.

Het bescheiden begin is mede door het harde werk van deze ouderen - ze zijn overigens nog niet zo heel oud en ze hebben nog wel wat jaren te goed, voor zij met pensioen gaan - die zich onder de bekwame en stuwende leiding van de heer Plesman gesteld hadden, geworden tot een maatschappij die de naam van Nederland heeft uitgedragen tot in de verste hoeken van de wereld. De zestig hectaren weiland van vroeger zijn uitgebreid tot de zeshonderd hectaren, die Schiphol thans groot is. Start- en rolbanen met een totale lengte van drieëntwintig kilometer doorkruisen het polderland. Niet alleen de K.L.M. die thans een luchtnet heeft van honderdvijfendertigduizend kilometer, maar ook een twintigtal buitenlandse maatschappijen maakt thans geregeld gebruik van deze moderne vlieghaven. De dagelijkse luchtdienst naar Londen is uitgegroeid tot een dienst, die vierenveertig maal per week door de K.L.M. wordt uitgevoerd met de hypermoderne Convair-liner. Wij zouden zo kunnen doorgaan met een opsomming, welke niet anders dan geweldige tegenstellingen zou laten zien, maar die slechts deze éne conclusie kan versterken: Er is hard gewerkt op Schiphol.

Een reactie op het artikel kwam van Wim Velthuizen:

Dit is een schoolreisje naar Schiphol van de Cantonschool in de jaren zestig van de vorige eeuw.
 
Met hartelijke groet,
Wim Velthuizen


Cantonschool op Schiphol in de jaren '60
 
 Geplaatst door L.J.A.Bakker 




Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

vrijdag 16 september 2016

Oproep: Een brief uit de oorlog

door Eric van der Ent



Onlangs kreeg Wim Velthuizen het verzoek om na te gaan wie de schrijvers van onderstaande brief waren. Deze brief werd kortgeleden in een bijbel gevonden in een klein plaatsje in Friesland. Hier onderstaat het begin van een handgeschreven brief van de Baarnse Cor, Griet en Aafie aan hun ouders in Bolsward.
Het eerste gedeelte van de brief sluit prachtig aan bij het verhaal over Baarn in de jaren ’40-‘45, dat u kunt lezen in het boek Duizend Jaar Baarn van de Historische kring of in het verhaal over de Tweede Wereldoorlog op de website van Stichting Groenegraf.nl (www.groenegraf.nl/WO2). Uit de eerste regels van de onderstaande brief blijkt al dat niet iedereen meteen de Duitsers als vijand beschouwde. Wij zoeken naar nabestaanden van de afzenders. Waarschijnlijk werkte Cor Veltman bij een grote Baarnsche uitgeverij met meerdere directeuren.

Dit is het eerste deel van de brief.




                                                                                                Baarn, 21 Mei ‘40
Beste ouders,

Jullie kaart ontvingen wij hedenmorgen. We hadden al gehoord dat in de Noordelijke provinciën niets beschadigd is. Alleen stonden jullie een dag eerder onder Duitse bescherming dan wij. jullie zult die eerste morgen ook wel geschrokken zijn van vliegtuiggeronk en schieten. Baarn dat heel dicht bij Amersfoort en Soesterberg, vlak achter de z.g. Eemlinie ligt, was zo onveilig  dat we reeds ’s middags naar Laren N.H. moesten evacueren, naar verkiezing per auto of fiets. Wij hebben het noodzakelijkste op de fiets geladen en zijn met duizenden anderen vertrokken. Een kleine 3 uren hebben Griet en Aafie moeten wachten voor ik een inkwartieringsbiljet had bemachtigd. Vele vluchtelingen hebben tot middernacht moeten wachten, terwijl er waren die een plaats in een kerkgebouw of zolder werd aangewezen. Wij zijn best onderdak gekomen bij 2 oudere mensen, broer en zuster, erg rijk en het huisvol met antiek dat we er haast niet bij konden. In ’t begin had ik een beetje strubbeling met hen over slaapplaats en voeding, maar later werden we beste maatjes vonden ze het heel prettig dat ze niet alleen waren bij luchtalarm e.d. ’s Zaterdags ben ik nog teruggeweest naar het verlaten Baarn, waarvoor ik een bewijs van doortocht moest hebben van den Burgemeester. Diverse nuttige dingen heb ik toen nog naar Laren gesleept. Achteraf bleek het niet nodig, want Woensdagavond, toen we terug mochten, vonden we Baarn onbeschadigd terug.


Wie kan ons hier meer over vertellen?  Stuur uw reactie naar groenegraf.baarn@gmail.com 



Eric van der Ent

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter