vrijdag 29 april 2022

Hendrik van Herwaarden deel 1

 Het is Dinsdagmiddag 12 februari 1954.

Hendrik van Herwaarden (32)
Gezeten nabij de zacht snorrende haard, die een ereplaats inneemt in de gerieflijk ingerichte woonkamer van dit bekende Baarnse echtpaar, verkenden onze ogen even de voorwerpen, die de wanden sieren. Het verkennen verkeerde in belangstelling toen onze ogen bleven rusten op een groot, in bruine tinten gehouden, schilderij van de Oude Ned. Herv. kerk te Soest met daaronder een kleine, in kleuren uitgevoerde tekening van de Ned. Herv. kerk op de Baarnse Brink. Zij werden de ongezochte aanloop tot een hartelijk gesprek, waar Bruid en Bruidegom tegenop gezien hadden als tegen een berg, doch dat slechts een gezellig praatje bij de haard werd, dat eerst met foto’s en diploma’s en later met schilderijen, die uit andere kamers werden aangedragen, een rijke illustratie kreeg. 

De wieg van de thans bijna 80-jarige Hendrik van Herwaarden stond aan de voet van Soest’s oude kerktoren; in de oude kerk werd hij gedoopt en in haar schaduw groeide hij op. Doch er is nog een andere reden waarom hij voor geen geld afstand zou willen doen van het door Hartogh-Heijs vervaardigde schilderij: 43 jaar aan een stuk is zijn vader koster van deze kerk geweest.

De Ned. Herv. kerk op de Brink neemt een even belangrijke plaats in zijn leven in. De 32 jaren, welke hij de Ned. Herv. Gemeente als diaken gediend heeft, leveren daarvan een tastbaar bewijs. Ook aan de kleurige tekening van de kerk op de Brink is de heer van Herwaarden echter om nog een andere reden gehecht. De tekening is gemaakt door zijn te vroeg ontslapen beste vriend, wijlen de heer Jan Timmer.

De verfraaiing van Baarn

Toen het gesprek eenmaal op gang was, waagden we de vraag: „Kunt u iets vertellen over uw werk als opzichter der Gemeente-plantsoenen?” — Het antwoord kwam vlot en uitvoerig: „De verfraaiing van Baarn heeft me altijd na aan het hart gelegen. Het initiatief, dat enige vooraanstaande Baarnse ingezetenen in 1909 namen om een vereniging op te richten, welke zich de verfraaiing van Baarn ten doel zou stellen, werd door mij van harte toegejuicht. Toen kort na de oprichting mij het verzoek bereikte adviseur der vereniging te worden, heb ik deze taak met plezier op me genomen. Het eerste belangrijke verfraaingswerk, dat onder mijn toezicht werd uitgevoerd, betrof de aanleg van het plantsoen op het Stationsplein. Daarna werd de wildernis, welke zich van het station af tot de Amsterdamse straatweg langs de Spoorweglaan (de tegenwoordige Gerrit van der Veenlaan) uitstrekte, aangepakt. Het kreupelhout moest plaats maken voor de wandelplantsoenen, zoals u ze thans kent. Met de uitvoering van deze werken had de vereniging zich de sympathie van het Gemeentebestuur verworven. De vereniging kreeg een behoorlijke subsidie waardoor zij in staat gesteld werd enige arbeiders in vaste dienst te nemen. Als adviseur der vereniging kwam ik in steeds nauwer contact met de directeur van Publieke Werken, de heer de Boois. Deze zorgde er voor, dat alle nieuwe plantsoenen in de gemeente onder mijn toezicht, door personeel der vereniging, werden aangelegd en onderhouden. Tijdens de oorlog is aan dit werk een einde gekomen. Het N.S.B.-gemeentebestuur nam in 1941 de zorg op zich.


Deze foto is gemaakt tijdens een excursie in 1941 naar de dahliavelden van Burbankia, de kwekerij van Hendrik Hornsveld.

vrijdag 22 april 2022

Burgemeester Laan. [Door mr. T. Pluim 18-04-1918]

(Dit verhaal komt niet voor in het boek “Uit de Geschiedenis van Baarn”, geschreven door Mr. T. Pluim).

Burgemeester Laan
Een belangstellend lezer schrijft mij, naar aanleiding van mijn artikel „Baarn omstreeks 1860"*, wel eens gehoord te hebben, dat Burgemeester Laan in de Kerkstraat heeft gewoond (thans het huis van den heer V. Visser), terwijl ik hem ’s avonds na de proef met de straatverlichting naar de Heemstralaan huiswaarts zag keren. Gaarne zou hij daarover nader ingelicht zijn, en zoo mogelijk enigszins iets meer over den peetvader der Laanstraat vernemen. Natuurlijk wil ik gaarne aan dat verzoek voldoen.

Mr. J. C. G. C. Laan was in 1826 te Zuilen (bij Utrecht) geboren, en kwam in huis bij zijn oom, den heer Laan, die op Steevlied bij Groeneveld woonde, destijds een prachtig buiten met vele waterwerken. (Als men omstreeks 3 min. voorbij het Huis Groeneveld links het fietspad naar Hilversum-Laren inslaat, ziet men bijna onmiddellijk rechts nog de voormalige oranjerie en iets verder de boerderij der thans afgebroken villa.) De heer Laan, de oom, liet met den heer Huydecooper het paviljoen te Blaricum bouwen, waarvan onze latere Burgemeester den eersten steen legde. Met ingang van 11 Oct. 1858 werd Mr. Laan tot onzen Burgemeester benoemd; het volgende jaar trad hij in het huwelijk met mejuffrouw Leuveling - Tjeenk. Het jonge paar ging wonen op de villa „Nova” (thans „Ekeby“ van den heer Patijn), tot 1862, toen de Burgemeester naar de kom van het dorp verhuisde, daar de afstand Heemstralaan- Brink wel wat groot was. Hij ging toen wonen in de Kerkstraat in het reeds genoemde huis van den heer V. Visser, dat hij aankocht. In die dagen vergaderde de Gemeenteraad in het Rechthuis (thans hotel Central), maar een eigenlijke secretarie was daar niet; die had de Burgemeester aan huis. Dit werd wel wat lastig en zoo huurde Mr. Laan in zijn buurt het huis, dat thans het no. 44 draagt. De eigenaar was de ons reeds bekende kleermaker W. A. van der Heyde, die het vroeger o.a. ook verhuurd had aan den schoolmeester- burgemeester-raadslid N. Numan, welke daarin van zijn 80ste jaar tot aan zijn dood (12 jaar later) van zijn Baarnsch pensioen heeft genoten.

Toen Mr. Laan zich in de Kerkstraat vestigde, lag daar nog een breede sloot, tot groot ongerief der bewoners; op zijn initiatief werd deze sloot weldra gedempt. Dit verklaart, waarom het eerste gedeelte der Kerkstraat (van de Brinkstraat af gerekend) breder is dan het laatste gedeelte. Zoo heeft men later op de tegenwoordige Faas Eliaslaan aan weerszijden óók een sloot gedempt.

Met ingang van 28 Nov. 1867 nam Mr, Laan eervol ontslag als Burgemeester van Baarn en Eemnes, daar hij tot lid der Gedeputeerde Staten van Utrecht benoemd werd. Hij vestigde zich toen te Amersfoort, tegenover de Groote Kerk op den Hof.

In 1873 is hij te Wiesbaden overleden. Zijn weduwe woonde eerst een tijdlang te Arnhem en thans nog steeds in Den Haag, Javastraat 102, Natuurlijk bezit zij nog vele aangename herinneringen aan Baarn, te meer daar Mr. Laan hier zeer gezien was. Het meest sprekende souvenir van die waardering is zeker wel het prachtige zilveren theeservies met bouilloire (schenkketel), dat hem bij zijn aftreden namens Prins Hendrik en de Gemeente door een commissie werd aangeboden en wel op 7 Januari 1868, dus 50 jaar geleden.

Mr. T.Pluim in 1918

vrijdag 15 april 2022

Wie was Peet Koops

Wie was Peet Koops

Er waren Baarnaars, die vroeger de Fanfare 'Concordia' het muziekkorps van Peet Koops noemden. Niet voor niets spraken de muzikanten daar van 'de vader van de vereniging', terecht benoemd tot erevoorzitter van deze plaatselijke fanfare. Anderen herinneren zich Peet Koops meer als oud-voorzitter van voetbalvereniging 'Baarn' en sommigen brengen hem onmiddellijk met onze gasfabriek in verband. Toch denkt het merendeel van onze dorpsgemeenschap bij het noemen van zijn naam direct terug aan zijn functioneren als de allerlaatste kantinevader (en vergeet zijn vrouw niet als kantinemoeder) van het voor de militairen in september 1939 in de Hoofdstraat geopende 'Onder de Linden'. 

Eigenlijk was die kantine een initiatief van de Oxford- beweging, waarvan de heer Koops al geruime tijd een actief lid was. Van september 1939 af stond die kantine voor de in Baarn gelegerde gemobiliseerde ter beschikking en het echtpaar Koops werd met het beheer daarover belast.

Geboren werd Peet Koops op 18 november 1888 in Bunschoten, maar reeds op 10-jarige leeftijd kwam hij met zijn vader naar Baarn. Al in zijn jeugdjaren bleek hij een echte verenigingsman en organisator te zijn, want het was voor een belangrijk deel aan zijn initiatief te danken, dat een aantal Baarnse jongens in maart 1908 besloot de voetbalsport in ons dorp in verenigingsverband te gaan beoefenen

Zij richtten de voetbalvereniging T.O.P. (Tot Ons Plezier) op welke enkele jaren later wegens perikelen met de Bond de naam 'Baarn' kreeg. Peet Koops werd de eerste voorzitter van deze vereniging.

De mobilisatie in 1914 maakte een einde aan zijn activiteiten als verenigingsbestuurder, evenals aan het scheidsrechteren bij de Utrechtse Bond. Kort na die Eerste Wereldoorlog trad Peet Koops in dienst bij het gemeentelijk gasbedrijf, waar hij tot de zomer van 1940 als stoker en machinist werkzaam is geweest.

In de jaren tussen beide wereldoorlogen was hij op allerlei gebied zeer actief. Peet Koops was bestuurder van de Baarnse Gemeentewerklieden Bond, oprichter en voorzitter van de Arbeiders Sportbond, alsmede oprichter en regisseur van toneelvereniging 'Morgenrood'.

Café Onder de Linden

Na de oorlogsdagen van mei 1940 kocht de heer Koops 'Onder de Linden' in de Hoofdstraat en heropende de kantine als clubhuis voor Baarnse verenigingen, annex café-restaurant. Gedurende 12 jaren heeft hij de leiding van deze bekende Baarnse zaak gehad.

Vermoedelijk zal ik wel niet volledig zijn, wanneer ik nog vermeld dat hij voorzitter werd van de biljartclub 'Onder de Linden', maar bovenal dat hij in januari 1940 oprichter en voorzitter van het fanfarecorps 'Concordia' is geweest. In 1955, toen hij door ziekte gedwongen werd de leiding van die muziekvereniging aan een jongere over te dragen, maakte hij zich toch nog zeer verdienstelijk voor het uniform comité van de fanfare.

Peter Frans overleed op dinsdag 3 december 1957 in Baarn. Hij mocht 69 jaar en 15 dagen oud worden.
Hij werd begraven te Baarn Nieuwe algemene begraafplaats Wijkamplaan.

Wilt u uw herinneringen delen, stuur een e-mail naar: bakker.groenegraf@gmail.com. Of een briefje aan: Baarnsch Geheugen Marisstraat 4, 3741 SK BAARN

maandag 11 april 2022

Hofleverancier van Baarnse Herinneringen

door Eric van der Ent en Ed Vermeulen


De honderdste aflevering van de verhalen opgenomen in de rubriek ’Vandaag is morgen alweer gisteren’. Ja, de tijd vliegt. Begonnen in september 2015 en nog steeds springlevend. Dit laatste is ook van toepassing op de beide schrijvers: Eric van der Ent (1965) en Ed Vermeulen (1942). Beiden, niet geboren wel getogen in Baarn, hebben de Baarnse geschiedenis in hun hart gesloten. En daarbij ook hun eigen meest dierbare herinneringen die een onuitputtelijke bron van inspiratie vormen bij het schrijven van de verhalen voor ’Vandaag is morgen alweer gisteren’. Naast hun herinneringen hebben zij gelukkig ook de foto’s nog. Beiden delen zij, in deze honderdste aflevering, met u de lezer. Eric geeft u een kijkje in zijn muzikale verleden en Ed laat zijn jeugdvriendschappen in de jaren 1945-1960 de revue passeren.

Eric: 

Honderd afleveringen! Daar mogen we best trots op zijn. U bent van ons gewend dat we in de afgelopen 99 afleveringen schreven over de geschiedenis van Baarn, vaak vanuit een persoonlijk perspectief. In deze honderdste aflevering schrijven Ed en ik een écht persoonlijk verhaal, natuurlijk wél met Baarnse herinneringen, maar een beetje anders dan u van ons gewend bent.

Prívéles van juffrouw Corrie van den Hamer,
boven op haar slaapkamer.
(Coll. Eric van der Ent)
Mondharmonica

Al van jongs af aan hield ik van muziek. Op mijn zesde, in 1971, werd ik lid van de Baarnse Mondharmonicaverenging Excelsior. Ik was te jong en te onervaren om gelijk mee te kunnen spelen in het orkest. Eerst kreeg ik privéles van juffrouw Corrie van den Hamer uit de Prof. Krabbelaan. Na anderhalf jaar studeren was ik rijp om opgenomen te worden in het orkest. De club groeide in die jaren als kool en al snel waren er zoveel jonge nieuwe leden dat besloten werd om een jeugdorkest op te richten. Ik had geluk! Mijn plek in het orkest was naast het mooiste meisje van de club: Anja Jansen. Jarenlang was ik heimelijk verliefd op haar, zij wist van niets. Toch bloeide er iets prachtigs op tussen ons. Nog altijd is zij mijn echtgenote en nog steeds ben ik verliefd.


1973: oefenen in de achtertuin uit het
lesboek ‘De Jonge Accordeonist’.
(Coll. Eric van der Ent)
Accordeon

BMV Excelsior ben ik, met uitzondering van de periode dat ik in militaire dienst moest, trouw gebleven tot de opheffing in 1995. Mondharmonica spelen was leuk, maar ik wilde meer. Mijn ouders hadden een pick-up waarop langspeelplaten konden worden afgespeeld. Ze hadden een mooie stapel van die zwarte geluidsdragers, maar ik had maar oog voor één singletje: Schneewalzer van Schriebl & Hupperts! Twee accordeonisten die in mijn beleving de sterren van de hemel speelden. Dat wilde ik ook kunnen. Ik mocht op mijn achtste van mijn ouders op accordeonles. Elke week bracht ome Arie Luikinga me met zijn auto naar Soest waar ik les kreeg van Els, achternaam ben ik helaas vergeten. Niemand had een auto... alleen ome Arie. Dat ome Arie, die eigenlijk helemaal geen oom van me was, mij jarenlang elke week bracht was natuurlijk geweldig! Hij speelde trouwens ook accordeon, en niet onverdienstelijk. Terwijl ik boven op een kamertje mijn les kreeg, wachtte hij beneden tot ik klaar was en hij me weer thuis kon brengen.

Als ik aan die tijd terugdenk zie ik mijn lesboeken nog steeds voor me: “De Jonge Accordeonist” en “De Vlijtige Accordeonist” van Peter Black. Deze lesboeken zijn nu, bijna 50 jaar later, nog steeds te koop! Er was wel een probleem. Op mijn achtste was ik ongeveer drie turven hoog. Een accordeon is toch wat groter dan een mondharmonica. Ik kon het instrument niet rechtop op mijn schoot zetten, zoals zou moeten. Dan kon ik er niet overheen kijken. Het apparaat moest ik op mijn schoot leggen waardoor de luchtbalg tijdens het spelen langs mijn sleutelbeen schuurde. Ik had daardoor op die plek altijd eelt.

1974: Baarns Jeugd-muziekfestival. Tweede van links, dhr. Lokhorst, dirigent van BMV Excelsior. In het midden Irene Zwiep, tweede van rechts, een sip kijkende Eric van der Ent. De overige prijswinnaars waren Nicolien Franssen, Caroline van Dorsselaer, Marjan Bakker, Marike Kerbert, de blokfluitgroep van de Oosterschool en Beatgroep The Growing Grasshopper Blues Band uit Soest.
(Foto: Herman van Dam)

Baarnse Jeugd-muziekfestival

In 1974, ik had nog maar een paar accordeonlessen genoten, organiseerde showband Oosterkwartier het Baarnse Jeugd-muziekfestival. BMV Excelsior deed met het jeugdorkest mee. Mijn ouders besloten om mij, met mijn accordeon, ook in te schrijven als ‘solo-artiest’. Mijn eerste grote optreden was een feit. Ik mocht meedoen in de leeftijdscategorie 6 t/m 8 jaar. Stijf van de zenuwen beklom ik het podium en legde de accordeon op mijn schoot. Ik speelde één van de treurig klinkende vingeroefeningen uit “De Jonge Accordeonist”. Foutloos, ik was trots! De aanblik van het nerveuse kleine jongetje met zijn liggende accordeon zal geholpen hebben, want virtuoos was ik zeker niet. De jury, onder leiding van Wim Vedder kende mij met de eerste prijs toe in mijn leeftijdscategorie. Ook het jeugdorkest van BMV Excelsior won in haar categorie de eerste prijs. Daar speelde ik ook in mee, dus ik had maar liefst twee eerste prijzen. In de categorie 9 t/m 13 jaar won Irene Zwiep, dochter van Simon Zwiep, destijds redacteur bij de Baarnsche Courant. Zij speelde electrisch orgel. Mijn muzikale carrière was begonnen, de wereld lag voor mij open, maar het zal u misschien opvallen dat ik als tweevoudig eersteprijswinnaar toch wat sip kijk op de foto. Natuurlijk was ik blij met mijn prijzen. Bij de uitreiking hield ik als een ware Johan Cruyff, die net met Ajax de wereldbeker gewonnen heeft, mijn prijs boven mijn hoofd. Fotograaf Herman van Dam gebaarde me echter dat ik mijn ‘trofee’ gewoon voor mijn borst moest houden. Ik begreep het niet. Ik had toch gewonnen? Wat een teleurstelling! 

Midden jaren tachtig: Got Ya! Marty van der Ent, Arjan Segers, Marc Keijzer, Michel van Olm, Margarita Pierik, Eric van der Ent.
(Foto: Jaap Roskam)


Muzikale carrière

Het muziekfestival was zonder twijfel een geweldige stimulans voor de rest van mijn muzikale ‘carrière’. Op mijn 13e richtte ik samen met Marc Keijzer, zoon van de bekende Baarnse muzikant Siem Keijzer, The Young Players op. Kort daarna vroegen we de zussen Dineke en Petra van de Bunt als zangeres. Toen Dineke geen zin meer had werd zus Marty van der Ent als zangeres ingezet. We traden op bij lokale verenigingen zoals K.S.V. Limvio, TOV, Toneelverenigingen Karakter en Oosterkwartier. Na een paar jaar vonden we de naam The Young Players niet stoer genoeg meer. We doopten de bandnaam om in Got Ya! Tot 1995 heeft Got Ya! in verschillende bezettingen opgetreden. De liefde voor muziek bleef, maar de combinatie werk, gezin en band werd te veel. Anja en ik bezoeken nog steeds zeker 2 á 3x per maand een popconcert of theatervoorstelling, maar de tijd van zelf musiceren is voorbij. 

***

Ed: 

Vriendschappen kleuren je leven, waarbij het kan gebeuren dat de kleuren van het geluk en het verdriet in elkaar overlopen en soms ook versterken.

Vriend en buurjongen Sjaak (Jacques) Suydendorp (r)
en ikzelf  op wacht bij Spoorstraat 2. 
(Coll. Ed Vermeulen)
Spoorstraat 2

In februari 1944 zette ik, komend vanuit Den Helder voet op Baarnse bodem. Ons eerste adres; Spoorstraat 2. Het was oorlog, dus veel groter dan onze tuin was mijn territorium niet. Dit werd anders na mei 1945. Ik ontdekte dat naast ons, net om de hoek in de Laanstraat Jacques (voor mij Sjaak) Suijdendorp woonde. Jacques’ vader had een elektrotechnisch installatiebureau aan huis en zijn moeder een winkel in manufacturen. Jacques was wat ouder en zeker een kop groter. Het weerhield ons er niet van om vrienden te worden. Wat we speelden? Wat dacht u in mei 1945? We hadden al snel een soort bewakingsdienst opgericht. Een soort Binnenlandse Strijdkrachten zonder verdere vooruitzichten. De enige uit die tijd bewaarde foto spreekt boekdelen: op wacht bij Spoorstraat 2, zonder wapens weliswaar, maar we zagen er zo ook al vervaarlijk genoeg uit. Een paar jaar later verhuisde Jacques naar Veenendaal, een gebeurtenis die het einde van onze vriendschap inluidde. De herinnering bleef. Een vijftiental jaren geleden vonden we elkaar via internet terug.

Jacques Suijdendorp: 1 mei 1940 – 13 december 2009

Amaliakleuterschool, 1947-1948. Gert Dop schuin rechts onder Juffr. Dissel, ikzelf midden rechts.
(Coll. Ed Vermeulen)


Prinses Amaliaschool

In de jaren voorafgaand aan de lagere school bezocht ik de Amalia bewaarschool in de, het laat zich raden, Schoolstraat. Ik leerde er klokkijken en veters strikken! Twee vaardigheden die nog steeds van pas komen. Ook hier ontstond een vriendschap: Gert(je) Dop. Gert woonde  niet ver van ons vandaan op de Eemnesserweg. Op een gegeven moment verhuisde hij naar een andere, nieuwgebouwde, buurt en ging naar een andere lagere school dan ik. Net als ikzelf ging ook Gert naar zee. Uit het oog dat wel, maar uit het hart? Einde vriendschap? Niets was minder waar: toen wij elkaar in 1960 op weg naar de Hogere Zeevaartschool in Amsterdam herontdekten waren er slechts een paar woorden nodig om de vriendschap van toen nieuw leven in te blazen. Dat Gert weer later een soort familie zou worden, hij is getrouwd met een volle nicht van mijn echtgenote, lag toen nog in de toekomst verborgen. Een vriendschap die ondanks afstand en beleving, nog steeds bestaat. 


Van links naar rechts vriend en buurjongen
 Evert Wijers, zijn zusje Rita, de goede Sint,
Ed zelf en Gerrit Wijers.
(Coll. Ed Vermeulen)
Laanstraat 66a

In februari 1950 verhuisden wij naar de Laanstraat (66a boven de groentewinkel van Robberse). Naast ons, op no. 68, banketbakkerij Wijers. Er ontstond een vriendschap met de oudste zoon Evert, een vriendschap die naar later zou blijken tot ver over de schooltijd heen reikte. De lagere school en Lyceumjaren, 1953-1959, werden zonder bij elkaar in de klas te zitten, met uitzondering van de eerste Lyceumklas, gedeeld. De in de tweede klas van het Lyceum gemaakte keuzes veroorzaakten een lichte splitsing in onze schoolwegen. Het weerhield ons er echter niet van om vijf jaar lang samen ‘s ochtends de weg naar school, Het Baarnsch Lyceum, af te leggen. De route liep via Spoor- en Parkstraat en de Prins Hendriklaan naar de Stationsweg, waar we dag na dag allerhartelijkst door conciërge Smit verwelkomd werden. Een vriendschap voor altijd vastgelegd in de Sinterklaasfoto, gemaakt in waarschijnlijk 1952 of 53. Naast de man met de baard ziet u Evert, zijn broer Gerrit, zusje Rita en mijzelf. Ons geloof was (redelijk) sterk! We hadden ook een hangplek: het sinds lang verdwenen hek achter de immense kastanjeboom voor no. 68. Na huiswerktijd onze vaste ontmoetingsstek. Hiaten in de tijd waren er genoeg, maar we hadden aan paar woorden genoeg om weer op dezelfde golflengte te zitten. Zoals eerder gezegd, een vriendschap die verder reikte dan de schooljaren.

Evert Wijers: 1 juli 1939 – 14 mei 2021.


Evert Wijers, Bob Steenstra en Ed Vermeulen samen
 in klas 1C van Het Baarnsch Lyceum
(Coll. Ed Vermeulen)

Hervormde Lagere School, Spoorstraat 

In de lagere schooltijd vanaf klas drie: Bob Steenstra, doopnamen Bauke Hendrik, zoon van groenteboer Steenstra uit de Brinkstraat. We speelden in en rond de winkel, waar de geur van pinda’s hing, gebrand in Steenstra’s pindabranderij! Ook Bob ging naar het Lyceum, we deden gelijktijdig toelatingsexamen. In de derde klas verliet Bob onze school en ging elders verder leren. Hij ging het onderwijs in en gaf onder meer les in mijn geboorteplaats Alkmaar. Het heeft jaren geduurd maar toen we elkaar op een reünie van onze lagere school opnieuw ontmoetten, hadden we aan een half woord voldoende om weer op hetzelfde spoor te zitten. Een bijzonder kenmerk van de vriendschappen van toen! 

Bob Steenstra: 4 december 1940 - 29 augustus 2013.

Sint Nico Driessen en Piet Ed Vermeulen
(Coll. Ed Vermeulen)

Het Baarnsch Lyceum
 
Nico Driessen
(Coll. Ed Vermeulen)

De lyceumjaren werden gekenmerkt door een intense vriendschap met Nico Driessen, één van de zoons van rector Driessen en zijn echtgenote mevr. Driessen-Bolkesteijn. Vijf jaren lang deelden we lief en leed. We gingen uiteindelijk allebei naar zee, de vriendschap werd voortgezet per brief en uiteindelijk ingehaald door de verdrinkingsdood van Nico, die in de nacht van 4 op 5 november 1961 van het m.s. Kreon overboord sloeg en in de golven van het Engelse kanaal het leven liet. In het verhaal ’Afscheid, requiem voor een vriend’, heb ik getracht deze vriendschap in woorden te vangen.

Nico Driessen: 2 april 1941 – 5 november 1960.


Nu alles, in woord en beeld vastgelegde, dierbare herinneringen.



Dit verhaal (aflevering 100) verscheen op maandag 11 april 2022 
in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Geheugenvanbaarn.nl    

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u Geheugenvanbaarn.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Geheugenvanbaarn.nl.

vrijdag 8 april 2022

De Elisabethstraat in Baarn

 De Elisabethstraat in Baarn

Tot 1920 had je in Baarn de Hanensteeg. Die liep van de Zandvoortweg naar de Verlengde Dalweg (heet nu Berkenweg). De steeg hoorde bij de oude buurt Santvoort, waar ook de Johannalaan, Dijkweg, Dallaan, Zandvoortlaan toe behoorde. Santvoort was een arme buurt. Het was een zogenaamde arbeidersbuurt, maar een groot gedeelte van de buurt was werkloos. Het was armoe troef...
De naam Hanensteeg lag in de buurt echter niet goed. De bewoners vonden de naam maar niets. Er werd een verzoek in bij de gemeenteraad ingediend om de naam van de steeg te wijzigen. Besloten werd om de straat te vernoemen naar het eerste kind dat in de straat geboren zou worden. Op 1 februari 1920 was het zover. Het gezin van schilder Adriaan Overeem en Teuntje Nagel, wonende aan de Hanensteeg 15, werd verblijd met de geboorte van een dochter: Elisabeth Overeem. In 1921 werd het dus "Elisabethstraat" tot rond 1970, toen de wijk Santvoort werd gesaneerd. Het laatste stukje van de Elisabethstraat bleef bestaan, het gedeelte vlakbij de Zandvoortweg.







zondag 3 april 2022

Herdenkingsbordjes in Baarn

 

Op 2 april zijn er in Baarn 44 herdenkingsbordjes geplaatst die een inzicht geven wie er in Baarn in de 2e wereldoorlog zijn omgekomen.


Op 2 april was hierover een tv-uitzending van SBS 6.



Meer informatie hierover op: https://4en5meibaarn.nl/herdenkingsborden

zie ook het verhaal van Leendert Beerschooten op:


zaterdag 2 april 2022

Een Baarnaar gesneuveld op 10 mei 1940

Leendert Johannes Beerschooten
Het verhaal over een inwoner van Baarn die is gesneuveld op 10 mei 1940 te Den Helder. Hij stierf voor zijn vaderland.


Wat gebeurde er op 10 mei 1940:

Toen de opeenvolgende berichten bij het Nederlandse oppercommando en de Nederlandse regering binnenkwamen, deelde het Algemeen Hoofdkwartier om 05.15 uur mee: "Van drie uur af hebben Duitsche troepen de grens overschreden. Vliegaanvallen zijn geprobeerd op enkele vliegvelden. Weermacht en afweer zijn paraat bevonden. Voor zover bekend zijn ten minste 6 Duitsche vliegtuigen neergehaald."

De Duitse gezant overhandigde om 06.00 uur een verklaring, waarin de inzet van een geweldige troepenmacht werd aangekondigd. Duitsland garandeerde de staat van bezit in Europa en overzee indien verzet zou uitblijven. Zo niet, dan bestond er gevaar voor volledige vernietiging van land en staatsbestel. Als motivatie vermeldde men een dreigende inval van Frankrijk en Groot- Brittannië, België, Nederland en Luxemburg. In haar antwoord wees de regering de Duitse aanval verontwaardigd af en verklaarde dat Nederland geen enkele overeenkomst had gesloten of overwogen met welke natie dan ook. Nederland verklaarde dat het zich in oorlog beschouwde met het Duitse Rijk.


De regering liet haar vertegenwoordigers in Parijs en Londen weten dat "aan ons land te verlenen bijstand welkom zal zijn". Op hun beurt lieten de Franse en Britse regeringen weten dat deze hulp zo mogelijk zou worden verleend. Nog diezelfde ochtend rukte het Franse 7e Leger op richting België en Nederland.

De Nederlandse regering bleek in deze eerste oorlogsdagen een meester in selectieve informatievoorziening. Er werd slechts weinig concrete informatie aan de Nederlandse bevolking doorgegeven. Alles wat de Nieuwe Rotterdamsche Courant 's avonds kon melden, was dat de Duitsers met vier pantsertreinen waren binnengevallen. Een ervan was bij Venlo samen met de spoorbrug in de lucht gevlogen. Ook de andere drie zouden vernietigd zijn. Verder zouden 70 Duitse vliegtuigen zijn neergehaald. Daarbij zouden 1000 parachutisten op één dag zijn gedood. Er werd met geen woord gerept over de andere Duitse troepen. Ook zouden er "zwakke, in het binnenland gelande vijandelijke afdelingen trachten zich te handhaven". De werkelijkheid was dat Duitsland, in de toentertijd grootste luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis, rond de residentie bijna 8000 man aan de grond had gebracht rond Den Haag, Rotterdam en Moerdijk. 
Een Bf-109

Tijdens de mobilisatie werd de 1e Jacht Vliegtuig Afdeeling (1e JAVA) op vliegveld de Kooij in Den Helder gestationeerd. Zij beschikten over Fokker D.XXI’s. Op 10 mei 1940 boden toestellen van deze eenheid fel tegenstand tegen de Luftwaffe. Het terrein zelf kreeg een aantal luchtaanvallen te verduren. De meeste gebouwen en lesvliegtuigen gingen daarbij verloren.

Grafzerk L.J. Beerschooten







Tijdens deze aanvallen is mijn oom, Leendert Johannes Beerschooten  die Korporaalradiotelegrafist bij de Afdeeling 1e JAVA op vliegveld de Kooij was, die dag helaas gesneuveld, door toedoen van de mitraillerende Bf-109's vliegtuigen van de duitsers. Hij is begraven op de nieuwe Algemene Begraafplaats hier in Baarn, vak 18 nummer 6.




Tijdens de oorlog had mijn oom een Oorlogszakboekje bij zich. In het oorlogszakboekje staat het uittreksel uit de Nederlandse vertaling van het op 27 juli 1929 te Genéve gesloten Verdrag voor de verbetering van het lot der gewonden en zieken, zich bevindende bij de legers te velde, bekend gemaakt bij Koninklijk Besluit van 25 oktober 1932, Staatsblad Nr. 514.


Oorlogszakboekje
Middels een telegram kreeg mijn Opa, Leendert Johannes Beerschooten, namens de oorlogsminister "een uitnodiging om aanwezig te zijn herdenkingsplechtigheid op 14 mei 1946, tot het in ontvangst nemen van een postume huldiging". Het ging hier het postuum toegekende 'BRONZEN KRUIS" aan zijn zoon.
Telegram met de uitnodiging


De voordracht

bronzen kruis


































Een bijbehorende oorkonde
In mei 1949 ontving mijn opa van de Minister van Oorlog, gelet op het Koninklijk Besluit van 6 januari 1948, Postuum toegekend aan zijn zoon het "Oorlogsherinneringskruis".
 
 
In oktober 1950 ontving mijn opa een brief van de oorlogsgravenstichting. hierin werd zijn medewerking gevraagd om het ruimen van graven in de toekomst te voorkomen.

Brief van de Oorlogsgravenstichting

In augustus 1967 kreeg mijn opa een brief van een Commandant van de Koninklijke Luchtmacht, J. Eden. Hierin werd uitgelegd dat zij een blijvend contact met de nabestaanden wilden onderhouden via "Het van Weerden Poelmanfonds.
Brief over de van Weerden Poelmanfonds
Het onderhouden van de graven van mijn familie, waaronder die van oom, doe ik zelf op de begraafplaats. Wel zorg ik ervoor dat voor 1 mei de graven nog even extra aandacht krijgen.

Op het bevrijdingsmonument tegenover het station zijn 2 plaquettes aangebracht. Op de rechter plaquette staat ook de naam van Leendert Beerschooten.

Het Bevrijdingsmonument tegenover het Station in Baarn

Het bevrijdingsmonument staat symbool voor vrede en veiligheid. Het kruis herinnert aan de oorlogsslachtoffers en de muur verbeeldt de fusillademuur waartegen velen het leven lieten.
Het monument, een ontwerp van Ir. Daniël Horn (26-04-1903) werd onthult op 3 mei 1947, is een uit blokken natuursteen opgetrokken gedenkmuur met in het midden een kruis. Aan weerszijden bevindt zich een gebogen lage bakstenen muur, waarop een plaquette is bevestigd. Op de rechterplaquette zijn de namen van de 31 Baarnse oorlogsslachtoffers vermeld. Op de linkerplaquette wordt de betekenis van het monument uitgelegd. Aan de voorkant van de muur is een gemetseld plateau aangelegd.  De tekst op de muur luidt: '1940 1945'.
 

Linker plaquette van het monument




Rechter plaquette van het monument met de 31 namen
bevrijdingsmonument
op 4 mei in Baarn

Tijdens de dodenherdenking op 4 mei gebeurde het wel eens dat er een aantal vliegtuigen over kwamen. Zij vlogen dan over in " De Missing Man Formation".
De Missing Man Formation is een eerbetoon aan een overledene, meestal een mede-vlieger of staatshoofd. Ook kan het een herdenking zijn voor de gevallenen in een strijd of oorlog. Het ritueel van de Missing Man Formation kent twee varianten. De eerste variant is dat de fly past wordt uitgevoerd door een formatie, waarbij duidelijk te zien dat één vliegtuig ontbreekt (de ‘missing man’). Dit wordt gedaan als er maar drie vliegtuigen zijn om de formatie mee te vliegen. De tweede variant is de viermans-formatie waarbij één van de vliegtuigen op het moment suprème steil omhoog klimt. Ook bij de viermans-formatie is het mogelijk dat één vliegtuig simpelweg ontbreekt. In 2007 heb ik de eerste variant hiervan in Baarn gezien.

De ‘missing man’
 
4 mei 2007 dodenherdenking in Baarn



Leen Bakker

Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://ljabakker.magix.net/website


http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter









vrijdag 1 april 2022

Kruispunt Trier

Kruispunt Trier

Wellicht hebben vele Baarnaars zich verbaasd over de naam, welke het grote kruispunt bij de Amsterdamsestraatweg even voorbij Paleis Soestdijk gekregen heeft. Afslaan richting Bilthoven gebeurt immers op het ’Kruispunt Trier’. Tevergeefs zal worden gezocht naar enige samenhang met die gelijknamige oude stad aan de Moesel. Want die relatie bestaat helemaal niet.

De naam is afkomstig van een hotel, dat daar tientallen jaren op die hoek gestaan heeft. Eigenaar was de Amsterdammer C. Trier. Overigens geen onbekende in de horecawereld, want in de hoofdstad bezat hij in de Kalverstraat ’Het Poolsche Koffiehuis’. Tot ver na de laatste wereldoorlog zou dat etablissement trouwens drukbezocht blijven, al werd de naam in ’Hotel Polen’ veranderd.

In Baarn zou ook het nodige veranderen. Het oude hotel Ubbink werd al spoedig gesloopt, om plaats te maken voor een geheel nieuw pand. Een horecabedrijf dat aan de eisen van de nieuwe (twintigste) eeuw zou kunnen voldoen. Het vroeg enige tijd behelpen, maar al spoedig verscheen het nieuwe hotel, dat zoals verwacht de naam van de eigenaar zou krijgen: Hotel Trier.


Het duurde niet lang of iedereen sprak daarna ook over het kruispunt Trier, een begrip dat door de nabijheid van het paleis steeds belangrijker zou worden. Het is dan ook niet toevallig, dat juist op dit kruispunt de eerste proeven in onze gemeente met een rijdende stoplichteninstallatie werden genomen.

In de loop van 1898 kon het nieuwgebouwde hotel geopend worden. Maar aanpassingen aan de eisen des tijds bleven vervolgens uit en na een leegstand van tientallen jaren, ontkwam ook Hotel Trier niet aan de slopershamer. Op de vrijkomende grond verrezen de huidige Oranjeflats, iets meer op Soester gebied gelegen.

Schuin achter Hotel Trier stonden destijds de stallen, waar de paarden en rijtuigen van de gasten ondergebracht konden worden. Toen daar minder en minder gebruik van gemaakt werd, vulde een tennisbaan de open ruimte langs de Praamgracht op.

De Baarnse Bierhal

U leest het goed, ook Baarn kende een ’bierhal’, zodat men voor die activiteit heus niet naar onze Oosterburen behoefde te gaan. Ongeveer te vinden op de plaats, waar nu de taxi-wachtplaats aan het Stationsplein te vinden is. Oorspronkelijk moest men naar het tweede perron in Baarn de spoorrails oversteken, wat later door een tunnel gewijzigd werd. De ingang van die tunnel kwam naast de Bierhal te liggen.


Toen het Baarnse stationsgebouw verrees, werd de bovenverdieping gebruikt voor restauratieruimte. De trap erheen is nog altijd aanwezig. Na de komst van de bierhal zou deze wachtruimte van daaruit bediend worden. Om tenslotte door enkele woningen vervangen te worden.

In 1935 nam ene Hastrich de exploitatie van die bierhal van zijn voorganger Van Duursen over en zie, hij maakte er een bloeiend bedrijf van. Natuurlijk niet alleen met die Duitse concerten, er kwamen ook variétévoorstellingen, bloemententoonstellingen, kinderfeesten en noem maar op.

Zelfs werd het aangrenzende plantsoentje tussen het (eerst veel kleinere) VVV-kantoortje en het oude Baarnsch Lyceum gebruikt om kermissen op te stellen. Er was dan ook weinig begrip, maar wel veel verzet in Baarn, toen tegen de wil van de heer Hastrich, de Bierhal door NS gesloopt werd.