maandag 12 december 2016

Moeder Matthea, gebeurtenissen te Lage Vuursche

door Eric van der Ent


Femia Theodora Antonia de Beer.
Moeder Matthea, tante Fem.
December is een feestelijke maand. Sinterklaas is nog maar net vertrokken en over enkele weken vieren we het Kerstfeest alweer. Maar december is ook een maand van bezinning. In deze periode denken we ook vaak terug aan gebeurtenissen in het verleden. Dit voorjaar kwam ik in contact met mevr. D. Laoût-de Beer uit Utrecht. Zij schreef mij over een bijkans vergeten gebeurtenis in de Lage Vuursche, deze maand alweer 73 jaar geleden. Ik zocht haar op en samen bezochten we, op een prachtige voorjaarsdag in mei, de plek waar het allemaal gebeurde: het klooster in Lage Vuursche. Samen zittend op een bankje op de kloosterbegraafplaats vertelde ze het verhaal over haar tante Fem, dat ik hierbij met u deel:

Tante Fem was een zuster van mijn vader en was Moeder Overste van het Sint Elisabethklooster in Lage Vuursche van de Congregatie van de Zusters van O.L.Vrouw. Haar kloosternaam was “Moeder Matthea “ maar wij mochten haar Tante Fem noemen naar haar doopnaam “Euphemia”. Als kind ging ons gezin samen met mijn ouders op bezoek bij Tante Fem bijvoorbeeld als zij, altijd op een zondag, haar verjaardag samen met ons vierde. In de ruime bezoekkamer van het klooster stond dan altijd een grote tafel mooi en feestelijk gedekt met wit tafellinnen, voor mijn ouders en voor ieder kind een bord en bestek, op tafel  allerlei heerlijkheden zoals beschuit, krentenbrood, witte en bruine bolletjes, verschillende soorten broodbeleg, zálige jams, hagelslag, bananen en ander fruit. Voor ons kinderen was dat ongeveer luilekkerland! Als wij dan zo rond de tafel geschaard zaten kwam Tante Fem de bezoekkamer binnen. Haar forse verschijning straalde een vriendelijkheid, warmte en rust uit, zó weldadig dat ik het altijd onthouden heb. Zij onderhield zich met élk van ons, was belangstellend naar de schoolresultaten van ieder kind, gaf elk van ons  een vriendelijke aai over het hoofd, tussendoor iedereen aanmoedigend vooral “toe te tasten” en te genieten van alles wat op tafel stond. Dat lieten wij kinderen ons geen tweede keer zeggen! Er werden versjes opgezegd, (uiteraard uit het hoofd geleerd!) ter ere van Tante Fem en er werden liedjes gezongen. Tante Fem straalde!!

St. Elisabethklooster, Lage Vuursche

Ik was in die jaren een interne leerlinge op het Pensionaat Mariënburg in Bussum van dezelfde kloosterorde als mijn Tante. Daar kreeg ik als 6/7-jarige, (maar later ook nog wel) af en toe een pakje toegestuurd afkomstig van mijn Tante Fem, zo’n pakje bevatte bijvoorbeeld een warm mutsje voor in de koude winter, ook een keer een paar (door een van de zusters in Lage Vuursche) gebreide warme wanten, soms ook een mooi schilderijtje voor boven mijn bed op een grote slaapzaal, waar de bedden afgeschermd waren met lange witte gordijnen. Ik voelde me bevoorrecht met zo’n lieve tante en mocht dan  (onder leiding van een van de zusters van het Pensionaat) een bedankbriefje schrijven!

De vakanties bracht ik altijd thuis door bij mijn ouders en broertjes en zusjes. Op een koude decemberdag  drie dagen na Kerstmis eind 1943 tijdens de bezettingsjaren door de Duitsers merkte ik dat er iets heel naars gebeurd moest zijn met Tante Fem, er werd gefluisterd door de volwassenen, (zelf was ik toen 12 jaar) de ware toedracht kwam voor de kleintjes niet echt naar voren. Ik ving woorden op over “onderduikers, verraad en Euterpestraat”. Op een ochtend nam mijn moeder me per trein mee naar Amsterdam naar een klooster waar Zusters woonden van, naar ik meen, dezelfde orde als waartoe mijn Tante Fem behoorde. In de spreekkamer gaf mijn moeder een pakje met schone onderkleding aan de zuster aan de andere kant van de tafel en kreeg mijn moeder een dergelijk pakje mee retour. Mijn moeder maakte met een nagelschaartje de zoom van een hemd een paar centimeter open en daar kwam een briefje tevoorschijn. Ik werd geacht niets daarvan te kunnen volgen maar toch werd het mij duidelijk dat met die briefjes korte berichten werden uitgewisseld tussen mijn Tante Fem en het “thuisfront”.

In het voorjaar van 1944 bleek mijn Tante weer in Lage Vuursche te zijn waar zij, doodziek en verzwakt door alles wat er met haar gebeurd was, verpleegd werd in het Sanatorium waar zij Moeder Overste was. Zij is nooit meer hersteld en overleed Maart 1948. Ik heb mijn tante nooit meer ontmoet en heb destijds ook nooit het complete verhaal gehoord over de afschuwelijke gebeurtenissen rond die vreselijke 28ste december 1943.

In de schoolvakanties mocht ik wel eens mee met mijn vader om de grote manden schoon wasgoed te bezorgen in het Klooster te Lage Vuursche; mijn vader had n.l. samen met twee broers een stoomwasserij en het Klooster was “klant”. Dat bezorgen gebeurde per grote bestelwagen maar toen die door de Duitse bezetters in beslag werd genomen kwam er een oudere auto met een zogeheten “gasgenerator” en nóg later zelfs met paard en wagen. Die ritten zouden een mooie aanleiding geweest kunnen zijn voor mijn vader om mij te vertellen over alles wat er met mijn Tante Fem had plaats gevonden, zéker die ritten met paard en wagen, dat ging altijd in een heel rustig drafje, vaders schoen luchtigjes tegen de rechter achterkant van het paard rustend, de leidsels losjes in vaders handen; helaas is van vertellen nooit iets gekomen, wij reden stil over de paden van de Lage Vuursche naar Hilversum en daarna verder naar Bussum waar wij woonden. De band met mijn vader was ook niet zo dat ik hem daarover durfde te vragen.




Het leven ging verder, ik trouwde, kreeg een gezin  en in mijn achterhoofd bleef het onvoltooide verhaal van mijn Tante Fem hangen. Tot ik zo’n tiental jaren geleden besloot nasporingen te gaan doen en zo  kwam ik uiteindelijk terecht bij het Moederhuis van de Congregatie van de Zusters van O.L. Vrouwen, daar vond ik de zuster-archivaris bereid mij te helpen. Zo kreeg ik uiteindelijk het gehele verslag van de inval door de Duitse bezetters in het Klooster te Lage Vuursche van begin tot eind te lezen. Ik kon mijn ogen niet geloven:  hulp aan onderduikers, verraad, overval en beroving van het klooster door de bezetters, alle zusters inclusief de bedlegerige patiënten (die laatsten met bed en en al) in de kloosterkapel samengedreven en opgesloten; Moeder Matthea en de rector geslagen en in een overvalauto geduwd en afgevoerd naar Amsterdam, martelingen in het gebouw aan de beruchte “Euterpestraat”, daarna in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Zij heeft dit alles moeten doorstaan. Een kloosterzuster die in haar goedheid haar leven in de waagschaal stelde voor haar medemens. Samen met mijn man bezocht ik het “Niod” in Amsterdam en heb daar de gegevens over mijn Tante Fem aangeleverd; er was daar niets over haar bekend. Op het kerkhof staat haar naam als Zuster Matthea (zónder speciale vermelding over haar bijzondere belevenissen) vermeld op de grote steen van het verzamelgraf tussen de lange reeks namen van de vele, in de loop der jaren herbegraven medezusters. Moeder Marie Matthea werd zo weer Zuster Matthea. Voor mij zal zij altijd blijven: mijn dierbare “Tante Fem”.

Zo zaten we samen op het bankje op de begraafplaats, mevr. Laoût en ik. Een indrukwekkend verhaal. Samen genietend van de eerste voorjaarszon in mei, denken we zonder verder te spreken, terug aan “Tante Fem”.

Eric van der Ent en mevr. D. Laoût-de Beer

Met dank aan mevr. D. Laoût-de Beer, (85 jr.)

Dit verhaal verscheen op maandag 12 december 2016 in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Groenegraf.nl    






Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Bent u geïnspireerd door onze verhalen over oud Baarn? Kom in actie en plaats ook uw herinneringen op onze website.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen