maandag 14 maart 2022

Eemlands Allerlei: deel 2

 Door Ed Vermeulen


Lichtvoetig en goed gemutst de lente van het nieuwe jaar in met voor de een historisch verantwoorde weetjes en voor de ander geschiedkundige niemendalletje. Vier miniverhaaltjes met een Eemlands tintje.

Brand in de Paaskerk
(Foto: Caspar Huurdeman)

Brand Paaskerk 
Het was even schrikken toen ons in 2021 via de Baarnsche Courant het bericht bereikte van een korte felle brand in de mooie uit 1880 daterende Paaskerk aan de Oude Utrechtseweg. Gelukkig is alles goed afgelopen en is het fraaie kerkgebouw, op wat rookschade na, een erger lot bespaard gebleven. Maar stel nu dat dit niet het geval was geweest en de door Architect Sytse Wierda (1839-1911) ontworpen kerk, zie de drie (ien, twa en trije) door Eric van der Ent geschreven verhalen, echt was afgebrand dan hadden we met zijn allen toch een groot historisch probleem gehad. 

In Zuid-Afrika opgedoken bouwtekening van villa  Leestraat 12
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

Of zoals het BC schreef: ’Het is toch een pand uit 1880 met veel hout’ Bovendien: we kunnen er natuurlijk niet vanuit gaan dat in Zuid Afrika nog een bouwtekening van een door Wierda ontworpen Baarns gebouw opduikt, zoals dat het geval was met het fraaie pand hoek Leestraat-Spoorstraat (de oude Rotterdamsche bank of nog ouder de BOAZ-bank).

De Paaskerk in 1962
(Coll. Geheugenvanbaarn.nl)

Beeld Van Heutsz, Bronbeek
(laststandonzombieisland.com)

Atjeh in Baarn
Dat we in Baarn een Lt. Gen. van Heutszlaan hebben, vernoemd naar Joannes Benedictus van Heutsz (1851-1924) wiens bijnaam ’de pacificator van Atjeh’ luidde,  is een ieder bekend maar of onze vaderlandse  boktorren en ander houtvernietigend gespuis mogelijk voorouders in Atjeh hebben is een vraag van een geheel ander kaliber. Het zou me, gezien de Atjehse termieten populatie, niet verbazen. Vele tientallen jaren geleden werd ik geconfronteerd met deze ongenode gasten op de zolder van ons huis.
Wat te doen: je schakelt Rentokil in. Ik verzeker u, voorwaar geen pretje, de zolder moet leeg, en dan bedoel ik echt leeg, en vooral ook schoon en stofvrij opgeleverd worden alvorens de man in het witte pak gewapend met flitspuit zijn werk kan doen. Er zat dus niets anders op dan liggend op mijn rug het stof van eeuwen te gaan verwijderen. Met behulp van een loeiende stofzuiger lukte dit uitstekend. Naad na naad van ons houten dakbeschot en zoldervloer werden door mij gereinigd. In het zweet mijns aanschijns deed ik wat ik geacht werd te doen. Op een gegeven moment werd het me teveel en wilde ik de strijd staken toen mijn oog viel op een klein glinsterend voorwerp verborgen tussen twee planken van de zoldervloer. 

Draagmedaille Atjeh 1873-1874
(Coll. Ed Vermeulen, foto Joop van Slooten-Joop4art)

Het voorwerp, ter grootte van een ouderwets dubbeltje, werd door mij veilig gesteld, om later aan een nauwgezet onderzoek te worden onderworpen. Tijdens een korte koffiepauze, loep erbij, stelde ik vast dat de beeldzijde een portret weergaf van Koning Willem III , met als tekst Willem III Koning der Nederlanden GHVL, Groot Hertog van Luxemburg. Op de achterzijde ontwaarde ik het woord Atjeh met datering 1873 en 1874. Aan het voorwerp een oogje. Duidelijk géén muntje maar een soort medaille. De geraadpleegde conservator van Bronbeek wist het zeker: een draagmedaille van iemand aan wie ooit de Atjeh medaille was uitgereikt. Hij vertelde er bij dat een draagmedaille op eigen kosten diende te worden aangeschaft. Ook toen al! Ik had geen herkenning, anders dan dat ik wist dat de eerste echtgenoot (Pieter H.G.B. Gode 1859-1906) van mijn Helderse grootmoeder, opoe Vermeulen, als kok bij de marine in 1896-1900 deel had uitgemaakt van een in Atjeh gelande troepenmacht en hem een herinneringsmedaille was uitgereikt. 

 Terug uit de Oost: Zr. Ms. Atjeh loopt haven van Den Helder binnen , 1894.
(Coll. NIMH)

In zijn conduitestaat als volgt omschreven: ’Op 1 februari 1902 de gesp voor belangrijke krijgsbedrijven Atjeh 1896-1900 uitgereikt’. In de huidige discussie over ons koloniale verleden kan aan het woord ’belangrijk’ een betekenis van enige importantie toegekend worden. Maar ook wist ik zeker dat dit relikwie onmogelijk van hem kon zijn. Een andere optie: een oud bewoner van ons huis was in Atjeh geweest. Een zoektocht volgde, maar tot op heden heb ik (nog) geen naam boven water weten te toveren. Of zou voornoemde Van Heutsz, ’de pacificator van Atjeh’ ooit de Heemskerklaan bezocht hebben? ’Pacificator’: ook bij dit fraaie woord kun je zo je bedenkingen hebben. Weet u wat pas echt pacificerend werkt? U laten verwennen bij De Generaal!

Voormalig buurtstation nu Eethuys-Café De Generaal
(Foto: Geheugenvanbaarn.nl)

Ton van den Oudenalder: samensteller HKB tentoonstellingen en verzamelaar van herinneringsstenen.
(Foto: Christine Schut)

In steen gebeiteld
Naam van de mooie en informatieve, door Historische Kring Baerne-collega Ton van den Oudenalder, opgezette site met daarop misschien wel alle in Baarn voorkomende herdenkingsstenen. Ook die van Faas Eliaslaan 17? Jazeker! Jaren geleden door een helaas niet in het verleden geïnteresseerde eigenaar onder een dikke laag muurverf overgeschilderd en uit zicht verdwenen.

De overgeschilderde gevelsteen Faas Eliaslaan 17
(Foto: Ton van den Oudenalder)

De huidige bewoners hebben een duidelijk betere band met het verleden. De steen is weer goed zichtbaar. Kent u deze site? Nee, dan zit er maar één ding op, intikken, opzoeken en bekijken! En…mocht u nog een verborgen, niet op de site genoemde, herinneringssteen weten, zowel Ton als wij zijn slechts een email van u verwijderd.



Teloorgang van het Baarnse kabouterpad:
Opnieuw sloeg de schrik mij om het hart toen de Baarnsche Courant meldde dat het in het Baarnse Bos gelegen Kabouterpad het loodje moet leggen. Al van oudsher wonen er in dit bos kabouters. Twee daarvan heb ik goed gekend. Hun namen: ’Suizebol en Bijdepink’

Suizebol en Bijdepink

Kabouter Ed op een zonnige dag in het Baarnse Bos
(Foto: Geheugenvanbaarn.nl)
Hun  levensloop wordt beschreven in het gelijknamige boek van Phiny Dick.  Zij woonden niet ver van de Grote Kom, een paar bomen vanaf de uil Wollewittewuif, wiens familie zich nu genesteld heeft in de boom tussen de Pauluskerk en ons gemeentehuis. Dat Phiny Dick getrouwd was met Marten Toonder, de schepper van heer Bommel en Tom Poes, wist ik in mijn jonge jaren niet. Ook de wetenschap dat zowel Phiny, van wie het ouderlijk huis in later jaren stond aan het Soester Kerkpad no. 16, als ook Marten, vaders hadden die als kapitein voeren bij Nigoco, de rederij waar ik zelf een tiental jaren bij gevaren heb: het was mij lang onbekend. 

Van Nievelt, Goudriaan & Co’s Stoomvaart Maatschappij
 (VNGC) pet-embleem. (Coll. Ed Vermeulen)



Waarom ik het dan nu wel weet? Ik las de door onze plaatsgenoot Wim Hazeu geschreven, in 2012 uitgegeven, biografie ’Marten Toonder’. Hierin beschrijft de auteur naast de nautische familiebanden van het jonge paar, ook hun dwaaltochten door het Baarnse Bos: ’het magische donkere bomenbos’. De laatste vier woorden komen uit de biografie, te mooi om ze niet te lenen! Oproep aan de Baarnse kabouters: let op uw saeck! Of beter nog: wijk uit naar Soest, sinds mensenheugenis onze kaboutervriendelijke buurgemeente.

Soest, van oudsher zeer kaboutervriendelijk!
Van kabouterkoning tot Rien Poortvliet.
(Krantenbericht: Baarnsche Courant 25-8-1989)


Dit verhaal (aflevering 99) verscheen op maandag 14 maart 2022 
in de Baarnsche Courant  in de rubriek

  ’Vandaag is morgen alweer gisteren (bruggetjes naar vroeger)’

Deze rubriek is een samenwerking tussen de Historische Kring Baerne en Geheugenvanbaarn.nl    

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op.
 Uiteraard kunt u Geheugenvanbaarn.nl ook volgen op Facebook en Twitter

Geïnspireerd geraakt door onze oud Baarn-verhalen? 
Kom in actie en deel ook uw herinneringen op Geheugenvanbaarn.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten