donderdag 14 september 2017

Huize Peking, Huize Holland en Huize Canton


Huize Peking.
Huize Peking
Het oorspronkelijke huis van 1791-1890.

Op het einde van de 18e eeuw, toen de synode zich niet langer tevredenstelde met het bouwen van buitenplaatsen en koepels in fantasie vormen, maar de echte Chinese stijl ging volgen, stichtte en jonge en schatrijke Amsterdamse koopmanszoon van zwakke gezondheid, en Reinhard Scheerenberg genaamd, uit Chinese materialen te Baarn twee landhuizen in pagodevorm, welke hij "Cleijn Peking" en Canton doopte.

Hij was rijk geworden met de handel op China. Centrale ligging van Baarn, het geografisch middelpunt van Nederland, de betrekkelijk korte afstand tot Amsterdam en vooral de schone natuur van Baarn trokken hem zo aan dat hij hier zijn zomerverblijf wilde vestigen. Hij liet deze woningen in Chinese stijl en van echte, door zijn eigen schepen aangevoerde, Chinese materialen bouwen.

Op 9 augustus 1791 legde hij de eerste steen van het exotisch zomerverblijf huize Peking aan het einde van de Torenlaan. De bijbehorende gedenkstenen met de tekst: “R. Scheerenberg stichter van dit gebouw 9 augustus 1791” is thans ingemetseld aan de achterzijde van het huidige pand. Hij noemde het heel bescheiden ” Cleyn Peking”, maar al spoedig is dat “Cleyn” weggelaten.

In 1793 bouwde hij even verderop nog een tweede Chinese landhuis Canton. De bouw van een derde Chinese landhuis ”Nanking” werd door de troebelen van de Franse tijd niet uitgevoerd.

Huize Canton

Zowel in Peking als in Canton diende het souterrain tot dienstenvertrekken en bevatten de eerste verdieping de woonkamers, de tweede de slaapkamers, de hoofdverdieping van klein Peking had stuiten van vijf kamers, die van kanton telde vier kamers en een slaapkamer met het kabinet met en alkoof, terwijl mijn vandaar langs een kleine trap en zeskantige koepel kon bereiken.

Door hun begripsvorming en heldere bonte kleuren, hun wonderlijke versieringen, vergulde klokjes en spitsjes trokken en Cleyn Peking en Canton de aandacht van anderen, die er destijds nog stille heidedorpje Baarn bezochten.
"de Scheerenbergkom"
Voor huize Peking kocht Scheerenberg aan de overkant ook veel bos aan ten westen van de Torenlaan. Hier liet hij een vijver graven. De vijver heette “Scheerenbergkom”, maar veel ouderen hebben dit water gekend als de “Pekingkom”, met daarnaast de Pekingberg. Ook liet hij het Pekingbos aanleggen met daarin een beekje en een Chinees bruggetje. Dit gebied, bestaat uit bos, heide en bouwland, was afhankelijk 21 ha groot, maar werd steeds uitgebreid, zodat het tenslotte half Baarn omvatten. Hierop stonden nog zeven arbeidershuisje, een ruime stal/koetshuis “Boschzicht” voor 16 paarden en een klein woonhuis, bestemd voor de zomergasten.

Gersau
Verder werd de grote “overtuin” aangelegd met daarin in een Zwitserse stijl gebouwd theehuisje, genaamd “Gersau”. Er leidde een onderaardse gang van huize Peking naar die theehuis.

Een van de eerste zomergasten was de Duitse schilder Friedrich Tischbein. Hij kreeg veel bestellingen via Scheerenberg. De schilder en diens vrouw Sophie Müller logeerde geregeld op Peking. En waren meer zomergasten, onder andere twee Franse émigé’s, die geheel op kosten van Scheerenberg leefden.

‘s Avonds placht het hele gezelschap in de voorkamer op de eerste verdieping van Peking samen te komen. In 1794 verscheen nog een Franse émigré op huize Peking, die de rust er danig heeft verstoord. Dit was mevrouw Polanen, die haar echtgenoot, de gezant van de Bataafse Republiek in de Verenigde Staten, had verlaten en via Parijs was uitgeweken naar Nederland.
Zij wist de zwakke Scheerenberg onder haar invloed te brengen en verjoeg de overige gasten. Scheerenberg liet zich inpalmen door de nieuwe Franse overheersers. Hij werd benoemd tot representant van het kwartier Eemland en bleef dit tot 4 april 1794.
In 1797 trouwde hij te Parijs met de 17-jarige Elizabeth Sara Polanen, een huwelijk door de tirannieke moeder doorgedreven ondanks de afkeer die het jonge meisje van Scheerenberg had. Het jonge paar vestigde zich op Peking.

De gebouwen Peking en Canton hebben veel tot de bekendheid van Baarn bijgedragen. Zij kregen zekere vermaardheid, ook al door de internationale gezelschappen, die Scheerenberg des zomers rond zich verzameld.

In 1893 raakten de Amersfoortse dichter Dieter pijpers in vervoering, toen hij Baarn binnenkwam en Peking en Canton zag en dichtte:

          “Welk een spitse pirami (de Brinktoren)
          Die ik in de verte zie
          Door deez ‘ hoge beuken dreven
          Laat ons Bearen binnenstreven
          Dat mijn komst daar hulde biê
          Is het een droom? Kan ’t waarheid wezen?
          Zijn wij hier in het land van de Chineezen?
          Welk een komst verbaast ons hier
          ‘k ben beneveld bij’ aanschouwen
          Van die vreemde praalgebouwen
          Die elk opgetogen houên
          Door hun trotse pracht en zuiver”

Scheerenberg bereidde zijn bezittingen door aankoop en huizen bouwen voor zijn werklieden voortdurend uit, zodat hij op het laatst half Baarn bezat. Hij was begaan met het lot van de Baarnse bevolking en had in 1802 en tapijtfabriek gesticht, die al gauw tot grote bloei kwam. Hij liet dat tapijten en vloerkleden maken van koehaar (dus niet van wol). Hij richtte in verschillende plaatsen in de omtrek spinscholen op, waar vooral de kinderen garens leerden spinnen en zo een centje konden bijverdienen, want leerplicht was er toen niet. Hij liet nieuwe woonwijken aanleggen voor de werklieden. Ook schonk hij het dorp en nieuwe school. De straten in de buurt kregen (later) ook allemaal namen uit het Verre Oosten: Balistraat, Lombokstraat, Celebesstraat, Javalaan (waaraan huize Peking en huize Canton zelf ook (liggen/lagen), Cantonlaan, Sumatrastraat Madurastraat, Borneostraat, Molukkenstraat, Padangstraat.

Vermoedelijk hebben hier (in navolging van Scheerenberg?) eerst families gewoond, die ook in het verre gewesten (vooral Indonesië) ruimschoots de kost hadden verdiend en in de sfeer van dit door natuurschoon begiftigde Baarn het gevoel van thuis zijn konden koesteren.

Zijn fabrieken namen zo in omvang toe, dat ze hem boven het hoofd groeiden. In 1810 verkocht hij ze aan een maatschappij onder de directie van een zekere Cohen.
Vanaf 1827 ging het slechter met de fabriek en in 1835 werd de fabriek opgeheven en verplaatst naar Deventer, waar zij weer tot bloei kwam.

Persoonlijk ging het Scheerenberg ook niet meer zo voorspoedig. Zijn schoonmoeder buiten hem uit en bracht hem door haar verkwisting en vrijwel tot de bedelstaf. Scheerenberg bezwaarde al zijn bezit met hypotheek en verkocht tenslotte op 4 augustus 1808 huize Peking en huize Canton aan Koning Lodewijk Napoleon verkocht voor ƒ 60.000. Deze Chinese buitenplaatsen grenzen aan het domein Soestdijk, dat door hem op 21 december 1806 was geannexeerd. Scheerenberg verhuisde naar Utrecht, waar hij op zich maatschappelijke gebied bleef bewegen. Na de dood van zijn vrouw, in 1813 nauwelijks 30 jaar oud, vestigde hij zich in Den Haag, waar hij op 7 oktober 1834 als ze vergeten burger stierf.

Koning Lodewijk Napoleon bood de huizen op 30 mei 1810 publiekelijk te koop aan. Nicolaas Mollerus werd eigenaar van Canton voor ƒ 8600,- en van Boszicht voor ƒ 2490,- , doch Peking is toen onverkocht gebleven. In wiens handen het is gekomen is niet meer na te gaan. Wel is bekend dat jonkheer Johan Melchior Kemper Peking huurde van 1813 tot zijn dood in 1824 en er vele zomers heeft doorgebracht.

In 1833 kocht de kroonprins (de latere koning Willem II), in 1815 in het bezit van het domein Soestdijk hersteld, Peking en Canton en verhuurder Peking, eerst aan ene team er en later aan de familie Moorman. Hoelang deze families er gewoond hebben en of er nog andere bewoners zijn geweest is niet bekend meer.

Na de dood van koning Willem II kwam zijn dochter prinses Sophie in het bezit van Peking, terwijl Canton in de handen kwam van de weduwe van de koning, Anna Paulowna van Rusland.

In 1882 zijn beide Chinese buitenplaatsen door de koninklijke familie verkocht aan de Baarnsche bouwmaatschappij. Sedert dien verwisselde zij telkens van eigenaar. Merkwaardigerwijs kreeg Peking daarna verschillende eigenaren, die eveneens als Scheerenberg veel tot de voorspoed van Baarn hebben bijgedragen: de nieuwe burgemeester de Beaufort, de filantroop Van Senden en de bekende zakenman en filantroop August Janssen. Daarna kwam het in handen van de familie Oyens, die het in 1885 verkocht aan de nieuwe burgemeester van Baarn, jonkheer Beaufort.

Huize Holland
Intussen was al grenzend aan Huize Peking in de jaren 1870-1880 Huize Holland gebouwd, vermoedelijk als woonhuis voor het bedienend personeel. Het is eveneens een mooi pand, een statig herenhuis (met onder andere een fraaie wijnkelder). Het pand kwam in 1901 reeds op de monumentenlijst. Kennelijk is het daar weer een keer van afgevoerd, want in 1977 werd het gebouw waardig vol genoeg gevonden om het op de monumentenlijst te plaatsen.

In 1981 wilde de Rijksdienst van de Monumentenzorg Huize Holland weer van de lijst afvoeren vanwege de slechte staat waarin het pand was komen te verkeren, onder meer na bewoning door krakers. Weliswaar was het pand inmiddels verkocht aan het Rijk voor uitbreiding van het belastingkantoor en werd het is juist ingrijpend verbouwd en opgeknapt, maar er was kennelijk al het nodige aan vernield. Per saldo staat het pand nog steeds op de Monumentenlijst.

In het kader van de reorganisatie van de Belastingdienst werd het pand weer door het Rijk afgestoten.

Het vernieuwende Huize Peking heeft merkwaardig genoeg nooit op de Monumentenlijst gestaan!
 
Het vernieuwde Huize Peking (1891-1991)
De Chinese Buitenplaatsen waren als winterverblijf ongeschikt gebleken. De slaapkabinetten van Peking waren bijvoorbeeld slechts via een buitentrap bereikbaar. Daarom liet de nieuwe eigenaar, burgemeester jonkheer de boel voor, het oude Huize Peking afbreken en op dezelfde grondvesten en nieuw Huize Peking bouwen, volgens het ontwerp van J.D.F. van der Veen, toenmalig gemeentearchitect. De bouwkosten bedroegen bijna een ton. Op 1 februari 1891 was de nieuwe vier la in moderne stijl gereed en werd op die dag in gebruik genomen. Ook hiervan is een gedenksteen aanwezig aan de achterzijde van het gebouw naast de vorige, in de gemetselde gedenksteen, met als tekst: “De vernieuwing geschiedde door jonkheer M.B.Ph. de Beaufort in de jaren 1890”.

Zo was een eigenaardige woning in Baarn verdwenen, nadat het bijna en eeuwenlang grote eigenaardigheid was geweest.

Na het vertrek van burgemeester de Beaufort in 1898 kwam Peking in handen van G.H. van Senden. Diens weduwe verkocht op 1 oktober 1910 aan August Janssen, die eigenaar/bewoner was van Canton en beide huizen dus weer in één hand verenigde. Hij ging Peking verhuren.

Na de dood van August Janssen in 1918 werd Peking op 3 april 1919 via makelaar Wörtman voor ƒ 164.800 verkocht aan ene Schmiedel.

In 1922/1923 werd het schilderachtige Pekingbos met de Pekingkom, de Pekingberg en de overtuin geveld, afgegraven en gedempt en verkaveld tot bouwterrein voor villa’s (Nicolaas Beetslaan, Bilderdijklaan, Da Costalaan, De Genestetlaan, Vondellaan, Torenlaan).

Over de bewoners van Huize Peking en hun leven is weinig bekend. Eigenlijk weten we alleen iets over het leven van Scheerenberg, zoals hiervoor weergegeven. Tussen 1910 en 1948 is het huis voor diverse doeleinden gebruikt. Het werd soms verhuurd (aan onder andere de families Rutgers van Rozenburg, Van der hoef, Van der Poel, Versteeg, Bruntel), in de eerste wereldoorlog is het gebruikt door het Rode kruis als lazaret, en  er werden tuinfeesten gegeven, waarbij de Koninklijke familie vanaf het (thans verdwenen) bordes aan de achterzijde van het gebouw toekeek, het is als school en als goederenopslagplaats gebruikt, maar ook heeft het huis tientallen jaren leeg gestaan, met name omdat de uit  Duitsland afkomstige familie Schmiedel het huis zelf nooit heeft bewoond. De vrouw Schmiedel wilde niet in Baarn wonen. Schmiedel overleed in 1941.

In 1939 kwamen er Nederlandse militairen in, nadat in het huis en aan het dak de nodige voorzieningen tot herstel waren getroffen. Bij de bezetting namen de Duitsers uiteraard ook Huize Peking in beslag en blindeerden het. De sporen van de witgekalkte ramen waren tot enkele jaren terug nog te zien op de eerste verdieping. Ook heeft de Nederlandse Arbeidsdienst en een tijdje ingezeten en is het gebruikt als opslag voor joodse goederen. Na de bevrijding kwamen de Canadezen in het gebouw.

Het huis kwam na de oorlog in handen van de gemeenten. Over de bestemming is jarenlang gedelibereerd. Er waren vier mogelijkheden:

  1. Verkoop. Goed in het kader van de begrotingstekorten en ter voorkoming van nieuwe uitgaven voor herstelwerkzaamheden.
  2. Verhuur aan een exploitant en gebruik als restaurant en zalencomplex.
  3. Verhuur aan het Rijk voor het gebruik als belastingkantoor.
  4. In eigen gebruik als ontspannings- en cultureel centrum.
Uiteindelijk werd gekozen voor mogelijkheid drie en kwam in 1948 het huis in gebruik bij de Belastingdienst als inspectie en ontvangkantoor. De huurprijs bedroeg ƒ 100.000 per jaar, een aardige inkomsten voor de gemeente.

In het plantsoen voor Huize Peking werden later vier bomen geplant ter ere van de geboorte van elk van de vier prinsessen, met bijbehorende tekst in een grote tegel.

In 1979 werden Huize Holland en Huize Peking door de gemeente aan het Rijk verkocht. Het plantsoen voor Huize Peking en de Pekingtuin achter het pand bleven in het bezit van de gemeente. In de tuin staat naast een muziekkoepel en Chinees-Indisch restaurant “Peking”. Ook heeft er jarenlang een poffertjeskraam gestaan. Het Rijk verbouwde, herstelde en restaureerde beide villa’s, verbond ze aan elkaar en nam ze in gebruik als inspectie der directe belastingen en ontvangstkantoor van ’s Rijksbelastingen.

In 1991 werd Huize Peking weer verbouwd om gebruikt te worden als nevenvestiging van de nieuwe belastingeenheid Particulieren Amersfoort. De oude inspectie en het oude ontvangstkantoor verdwenen. In 2012 werd huize Peking verkocht en kreeg het de bestemming verzorgingshuis. Huize Holland werd per 1 januari 1992 verkocht. De gemeente Baarn heeft afgezien van het recht van eerste koop. De bestemming blijft kantoorpand.

Huize Canton
Huize Canton heeft een gelijksoortige geschiedenis gehad. Het werd gebouwd in 1793, werd in 1808 verkocht aan koning Lodewijk Napoleon en de gevoegd bij het domein Soestdijk. In 1815 keerde het domein en ook Huize Canton terug bij de Oranjes. In 1850 kocht Koningin-Moeder Anna Paulowna, weduwe van Koning Willem II, Huize Canton van de erfgenamen van de Koning, die in 1849 was overleden. In 1865 werd Prins Hendrik als legataris van zijn moeder eigenaar. In 1882 kocht de Baarnse Bouwmaatschappij Canton van de erfgenamen van Prins Hendrik.

de familie Janssen bij hun koepel
In 1890 kocht Peter Willem Janssen, directeur van de Deli-maatschappij te Amsterdam Canton.

In 1904 werd August Janssen, directeur van Indisch cultuurondernemingen, als erfgenaam van zijn vader, eigenaar en bewoner. Canton had daarvoor als woonhuis en ook een tijdje als sanatorium gediend.

In 1910 werd Huize Canton wegens bouwvallig uit gesloopt. De oorspronkelijke gevelsteen ging bij de afbraak verloren. Een nieuwe werd op 6 april 1911 in de heropbouw ingemetseld. Op dezelfde plaats werd een nieuw Huize Canton gebouwd dit was klaar op 5 april 1911. In 1920 kocht de levensverzekeringsmaatschappij “Conservatrix” uit Amsterdam, de villa en bracht er haar hoofdzetel heen.

Onder de verkooporders niet begrepen het Cantonspark (gelegen aan de Faas Eliaslaan), een vorstelijke tuin van 3,5 hectaren, die in 1905 was aangelegd door de tuinbaas van August Janssen, J. Goossen. Dit park werd na de dood van Janssen (ook een groot weldoener in Baarn: hij schonk onder andere de bad-en zweminrichting de Eem) in 1918 door de erfgenamen geschonken aan de Staat der Nederlanden onder voorwaarden dat het als botanische tuin zou moeten dienen. Na enige strijd met de Universiteit van Amsterdam werd de tuin in 1920 eigendom van de Rijksuniversiteit van Utrecht, die het als Hortus ging gebruiken. Het werd een fraaie tuin met grote glazen kassen en veel bijzondere planten en bomen uit heel de wereld. J. Goossen werd benoemd tot hortulanus. De tuin werd voor het publiek toegankelijk voor één gulden. Door de aanleg van een nieuwe centrale Hortus op het nieuwe universiteitscomplex “De Uithof” (dicht bij huis) werd het Cantonpark echter overbodig voor Utrecht. De tuin werd dan ook verkocht aan de gemeente Baarn, onder voorwaarde dat het als park in stand zou blijven en niet bebouwd zou worden.

Bronnen:
Eemland, S.Hoog, Baarn, 1978
Baarnse Lusthoven, TH. Coppens, Baarn 1990
Uit de geschiedenis van Baarn, T. Pluim, Baarn, 1932/1975
Uit de geschiedenis van Baarn, G. Hooijer, Baarn, 1972
Baarn, G.A. Hoekveld, Baarn 1964
Dit is Baarn, Bakker/Baarnsche Courant, 1986/1987
Baerne, Historische Kring Baerne, september 1986
Maandblad voor Oud-Utrecht, december 1943
Baarn/Peking, Th. De Ruig, Baarnsche Courant, oktober 1984
Archief Belastingdienst Baarn
Jan Vrieze gesprekken met diverse personen en medewerkers en eigen ervaringen en waarnemingen.
 

Geplaatst door L.J.A.Bakker


http://www.grijsvuur.nl
Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  


Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl
 

 

 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten