donderdag 9 augustus 2018

Voor de goede orde deel 5


NIET ALLEDAAGS


Zou Baarn zonder de aanwezigheid van het Paleis Soestdijk een onbekend plekje zijn gebleven? Het Baarnse politie­korps zou nooit tot de huidige sterkte zijn uitgebreid in ieder geval. Maar ongetwijfeld heeft de aanwezigheid de vestiging van vele (meestal gefortuneerde) landgenoten bevorderd.

We praten over de eerste decennia van deze eeuw, toen Baarn uitgroeide tot een exclusief villadorp. Een image dat veel te lang is blijven hangen, want geleidelijk werd omge­schakeld naar sociale woningbouw en kwamen andere eisen om de hoek kijken. Maar zelfs met die grote villa's en tuinen ontstond een pro­bleem. Bij deze status konden de inwoners zich gemakkelijk een auto aanschaffen, toen deze gemotoriseerde voertuigen meer en meer de paardentraktie verdrongen.

Maar ... villa's met eigen garages waren vrijwel onbekend, dus moest er door de verkopers van deze vierwielers zelf een antwoord op gegeven worden. Op diverse plaatsen in ons dorp verschenen garageboxen, vooral omdat de auto alsmaar in populariteit won en met de stijging van die verkoop ook de vraag naar stallingruimte in Baarn groter werd.

Even een pikant zijweggetje. De duurste wagen die in 1928 op de Amsterdamse RAI-tentoonstelling stond - een Bent­ley van wel 30 mille, waarvoor eerst in Den Haag nog een carrosserie moest worden gemaakt - werd wel aan een in­woonster van Baarn afgeleverd!

Drie jaar daarna verscheen er voor een nieuwe garage aan de Brink een noviteit voor Baarn: een electrische benzine­pomp. Tot dan was men in ons dorp gewend, dat aan deze vulstations met de hand gezwengeld moest worden. Sterker nog, in die tijd werd de meeste benzine nog in kleine hoe­veelheden aan huis geleverd!

Enkele belangrijke data in de Baarnse geschiedenis: de eerste ANWB-verkeersborden werden hier al in 1903 ge­plaatst. Om bij de politie te blijven: de eerste motorfiets voor ons plaatselijk korps werd in 1926 door Lettenmeijer geleverd.

De drukte bij kruispunt Oranjeboom, wanneer de Baarnse politie het verkeer regelde. Inzet: brigadier B. Engel met het ingenieuze verkeersbord.

In 1931 kwam de eerste brandweerauto in Baarn voor het toen nieuw opgerichte korps. Tot dan was het blusmateriaal op enkele plaatsen verspreid in het dorp geplaatst, waar vrijwillige brandbestrijders erover konden beschikken. Al in het begin van de eeuw had de heer Lengers een hoge ijzeren toren gemaakt voor het drogen van brandslangen. Deze 'Eifel¬toren', zoals die stellage al gauw in de volksmond genoemd werd, stond bij dat leuke huisje naast het schoolgebouw aan de Eemnesserweg. Daar woonde trouwens ook nog lange tijd een agent van politie: J.H. Stoffels.

Die allereerste (uiteraard rode) brandweerauto kreeg een plaatsje in een garage aan de Nw. Baarnstraat. Het personeel probeerde er zo dicht mogelijk in de buurt te wonen. Een beroepschauffeur van het bedrijf (Messing) dat deze auto leverde, werd bestuurder van de nieuwe aanwinst.
Een uurtje oefenen bij de Eem, op de dag dat de wagen afgeleverd werd, moest voldoende zijn.
Aan de vooroorlogse zaterdagavonden in de Laanstraat bewaart Baarn de beste herinneringen. 'Even een Laanstraatje pikken', was vooral in de zomermaanden een vanzelfsprekendheid. Net zo goed als het kruispunt Oranjeboom het doelwit werd van de zondagmiddagwandeling.

Omdat men daar genieten kon van de ingewikkelde wijze, waarop het verkeer geregeld moest worden.

Plus de 'meidenmarkt', die langs de Amsterdamsestraatweg richting Paleis aan de rand van het Baarnse Bos spontaan ontstond en nevenactiviteiten als de muziek en preekbeurten op een houten kistje, waarmee het Leger des Heils zieltjes probeerde te winnen. Menige Baarnse (oudere) politieagent denkt bij het zien van die statische, volledig automatische verkeerslichteninstalatie op dat kruispunt met weemoed terug aan die vroegere tijd. Toen bij de twee zijwegen van de Amsterdamsestraatweg - de Hilversumsestraatweg kwam enkele tientallen meters verderop richting Paleis uit dan de Lt.gen. van Heutszlaan - alles met een ingenieus verkeersbord moest worden geregeld. Er waren gespierde armbewegingen nodig om de verkeersklapborden in de gewenste stand te zetten.

Zo'n bord werd in Amsterdam gevonden en iedere dag tegen de avondspits was het weer raak bij de Oranjeboom. Destijds gemopper op deze allesbehalve gemakkelijke taak, ook al duurde dat maar één hoogstens twee uur. Nu de weemoed, dat er zoveel sfeer verloren is gegaan.

Zoiets missen zou wellicht te veel gezegd zijn, maar de romantiek kan niet ontkend worden. Vergeten is de hoofdpijn iedere zondagmiddag veroorzaakt, wanneer de benzinedampen dat werken in die lange files bemoeilijkten. Vergeten ook de lessen die oud-agent Struik - toen zelf ruim in de 80 - na afloop nog aan zijn jongere' collega's meende te moeten geven: 'Jochie, je hebt dat en dat niet goed gedaan. Dat had je zo en zo moeten doen!'

* * *

Met de Wilhelmina vijver heeft de politie weinig bemoeienis gehad. Wanneer dat Wilhelminapark in de tegenwoordige tijd aangelegd was, zou de ondernemer H. Sweris een projectontwikkelaar genoemd worden. Toen sprak men nog simpel van een aannemer, die bovendien ook nog een tijd lang in de Baarnse gemeenteraad zat.

Om zijn nieuw te ontwikkelen buurt zo aantrekkelijk mogelijk te maken, koos hij eerst voor een wielerbaan. Hoewel die internationale vermaardheid kreeg en ook een nationale kampioen als Jaap Eden er reed, het succes was niet naar verwachting. Onze plaatsgenoot Frohn, zei f ook actief op het gebied van twee- en vierwielers, werd er directeur van.

Verkeersongevallen (1). Een facet waarmee de Baarnse politie veelvuldig te maken had. De bestuurder van deze auto reed door na het gebeurde en verklaarde: 'niets van een aanrijding gemerkt te hebben'.


Tijdens een optocht in Baarn aan het einde van de vorige eeuw werd op een praalwagen een fiets geshowd. Zo overtuigd was men, dat zo'n tweewieler het vervoermiddel van de toekomst zou worden. We weten inmiddels dat die koffiedikkijkers gelijk gekregen hebben. Maar de Baarnse wielerbaan heeft nooit dat succes gehad, dat ervan verwacht werd.

Al gauw veranderde de heer Sweris daarom zijn trekpleister in deze buurt - de wielerbaan verhuisde naar Breda - en stapte over op de aanleg van een vijver. Omdat het in opzet de bedoeling was die wateroppervlakte in de winter te benutten als ijsbaan, koos men voor een strakke rechthoekige vorm.

Op dat oorspronkelijke idee kwam men later weer terug, want de nadruk werd volledig op een rustieke vijver gelegd. De randen dus niet meer strak, maar speels verlopend. Waardoor de vijver toch als ijsbaan gebruikt kon worden. Hoofdzakelijk door de geringe afstand door de jeugd en hoeveel Baarnaars hebben er niet de eerste beginselen van het schaatsen opgedaan?!

Maar de nadruk kwam echt op een aantrekkelijke vijver te liggen, waarvoor ook de populatie bedoeld was. De politie werd wat die vissen betreft alleen ingeschakeld bij 'illegale hengelaars', want het was al gauw bekend dat de vijver vol zat. Net als bij het schaatsen was ook de visvangst voornamelijk een zaak voor de jeugd.

De daar uitgezette karpers lieten zich eerlijk gezegd ook op een eenvoudige wijze vangen. Zij waren best bereid het voedsel tot dicht langs de walkant weg te halen. Daarvan maakten die jongeren simpelweg gebruik.

Zonder veel moeite of voorbereiding kon iedere knaap een flink visje aan de haak slaan. Letterlijk, want met een tot een balletje gekneed stukje brood er om, gooide men het touwtje - een hengel was niet eens nodig - in het water. Gemakkelijker kon het niet, steeds weer waren er karpers argeloos genoeg om te happen.

Als wilden wierpen die 'vissers' zich soms op hun vangst. Met de duidelijke bedoeling het gevangen dier zo snel mogelijk te doden. Want vóór er een politieman langs kon komen, moest het corpus delicti verdwenen zijn. Vette, wat gronderig smakende vissen, zodat eigenlijk niemand ooit zijn buit nog op wilde eten ook.


OORLOGSTIJD
In september 1939 kwam de mobilisatie en van die tijd af veranderde ook Baarn. Diverse scholen kwamen vol soldaten te liggen en ook (leegstaande) villa's werden gevorderd, ondermeer Peking en Alta. In de Hoofdstraat werd 'Onder de Linden' ingericht tot soldatenkantine met P.F. Koops als hoofd van dit nieuwe centrum.
Geruchten waren er in die vooroorlogse tijd genoeg en ook burgers werden ingeschakeld bij een organisatie ter beveiliging tegen luchtgevaar. Het gebouwtje van Het Baarns Mannenkoor aan de Eemstraat werd ervoor in gebruik genomen.

Dreigend oorlogsgevaar dreef de spanning op, maar toch werd door vele Baarnaars nog niets vermoed toen in de nacht van 9 op 10 mei Duitse vliegtuigen over ons dorp vlogen. Zaterdag 11 mei werden hier wonende Duitsers aangehouden, evenals plaatsgenoten, die met de Nazi-beweging sympathiseerden.
De mannen gingen naar het politiebureau, terwijl de vrouwen en kinderen een onderkomen vonden in het gemeentehuis.

Maar toen tot evacuatie van Baarn (voornamelijk naar Laren en Huizen) besloten werd, moest ook de secretarie verkassen. De keuze viel op Lage Vuursche, waar men in de Chr. School een plaatsje vond. Ook het politieapparaat volgde daarheen.

De oorlogshandelingen duurden in Nederland maar kort en dus keerde ook de lokale overheid snel terug. De 18 politiemannen, waaruit het korps toen bestond, moesten hun vuurwapens inleveren. Wat tot gevolg had, dat elders hals over kop sabels moesten worden gekocht. Wat is een geüniformeerde dienst immers zonder wapen.
De eerste Duitsers die in Baarn arriveerden, kwamen te paard en voor hen was de manege aan de Torenlaan de aangewezen plek voor inkwartiering. Voor de troepen die volgden werden scholen en grote panden in onze plaats gevorderd. Soms met een speciale bestemming - denk aan Groeneveld, terwijl Buitenzorg een zomer lang vakantieoord voor NSB-kinderen was - en Rusthoek werd zelfs voor een 'hoge ome' gereserveerd. Het verhaal gaat dat Seyss Inquart er geweest zou zijn, maar alleen het verblijf van Flieger-general Christiansen staat vast.

De korpsleiding was in handen van commissaris Kipp. Adjunct-inspecteur Dragt, die voor de oorlog de naar Naarden vertrokken Brands was opgevolgd als tweede man na Kipp, bevond zich tijdens de meidagen van 1940 in militaire dienst. Zijn vervanger was Boekhoudt.

Auto's en paarden vorderen, was algemeen verwacht. Maar ook metalen, lege benzinevaten, fietsen en radiotoestellen waren in die tijd niet veilig. De geel gekleurde Davidsster werd op 2 mei 1942 als jodenster toegepast en in september van dat jaar volgden hier de eerste arrestaties van joden.


Het korps gemeentepolitie Baarn uit de laatste oorlogsjaren (1943/45):
Bovenste rij v.l.n.r.: Sermond, v.d. Zee, Boon
Middelste rij v.l.n.r.: Stolz, v. Beest, Breda, Vermand, Peper, Groot Bleumink, Vieregge, Koppert, Bos, Harteveld, Lodenstijn, v. Wijk, Kuitert.
Onderste rij v.l.n.r.: Bekking, Boelens, Oosterdijk, v. Riel, Maas, Martens, Dijs.

Commissaris Kipp ging er niet mee akkoord en werd op 30 september 1942 ontslagen. Lang heeft zijn civiele tijd niet geduurd, want op 6 juni 1943 is hij overleden. Helaas waren niet alle korpsleden even consequent als hij. Hoewel, in hun ogen wel, want het gezag van de overheid was voor velen van die generatie heilig.
Welke overheid dat ook was. Een plichtsgevoel dat niet altijd begrepen werd en wordt. Men kan zich immers ook afvragen, of een bezettende mogendheid wel bevoegd geacht mag worden en de ondergeschikte dus naar de regels van dat gezag zou mogen handelen. Het is zonder meer een zwarte bladzijde in de geschiedschrijving geworden.

Hoewel moeilijk na te gaan, spreekt men van 54 joden, die in een kleine 7 maanden in ons dorp opgepakt zouden zijn. Waarbij vervolgens ook nog de inboedel genaast werd. Beter verliep alles bij de vordering van radiotoestellen. Die bleken net voor die tijd ondergedoken te zijn, terwijl ook de plaatselijke handelaren eventueel bijgehouden registers of boeken - want ook die controle was van hogerhand voorgeschreven - niet meer in bezit bleken te hebben.

* * *
Het Baarnse politiekorps ontkwam niet aan een geleidelijke infiltratie door NSB'ers, net als het gemeentehuis trouwens. Daar werd Froonhof burgemeester en toen bij de politie ook Dragt weggewerkt was, kwam de korpsleiding in Duitsvriendelijke handen. Maar veel geluk had het toenmalige overheidsapparaat daar niet bij.

Eerst kwam uit Amsterdam een NSDAP-figuur. Ene Max v.d. Berg, maar die werd van zijn bed gelicht in verband met medeplichtigheid aan regelmatig voorgekomen klandestiene vleestransporten. Niet alleen v.d. Berg werd daarvoor in Zeist ter verantwoording geroepen. Uit het Baarnse politiekorps werd op die 19e oktober 1943 ook nog agent T.B. Boender gepakt. Op heterdaad betrapt in Zeist nog wel, samen met een behanger uit ons dorp. Later bleek de particulier secretaresse van burgemeester Froonhof een van de grootste afnemers te zijn.

Boender kreeg voor het vervoeren van clandestien vlees in een (Baarnse) politieauto twee jaar gevangenisstraf. De behanger ging voor een jaar achter de tralies. Behoorlijke straffen, maar hoeveel keer hadden zij wel niet vlees gereden?

Daarna kreeg van Riel, afkomstig van de marechaussee, hier de leiding, hoewel vrij kort omdat opperluitenant L.M. Knoop vervolgens dat commando weer over nam. Een minder geliefde figuur, die bovendien een Germaanse SS-achtergrond bleek te bezitten.
Over NSB-burgemeester Froonhof, geïnstalleerd op 14 maart 1942 door de Commissaris der Provincie, was Baarn niet eens zo ontevreden. 't Had veel erger gekund, erkende men. Een van zijn niet gelukte plannen was Huize Peking voor de gemeente te verwerven, om daar uiteindelijk het gemeentehuis te vestigen. De tuin is overigens wel openbaar groen geworden.

Hij kreeg twee NSB-wethouders, ir J .P. Leeuwen berg en ir A.J. van der Hoeven. Laatstgenoemde nam later nog een poosje de functie van burgemeester over. Namen bij de politie uit de oorlogstijd zijn ondermeer hoofd wachtmeester A. Oosterdijk, NSB-politieagent Blok en als leider van de hulppolitie de NSB'er H.R. van Elk.

* * *
Inspecteur Dragt was vastgenomen in verband met de moord op de Baarnse politieman Wolf. Deze woonde in de door Oskam bij zijn vertrek naar Lage Vuursche vrijgemaakte dienstwoning boven het politiebureau aan de Stationsweg. Een man bekend geworden door zijn grote neus (wat hem die bijnaam opleverde) en zijn onmiskenbare verdiensten ais stormram-middenvoor in het politievoetbalelftal. Baarn wist na zijn komst in 1937 ook al gauw, dat hij gul was met het uitschrijven van processen-verbaal.

In de oorlogstijd deed Wolf steeds meer zijn best voor de CCD, de Crisis Controle Dienst, welke vooral met klandestien slachten en illegale vleestransporten te maken kreeg. Wat niet wegnam, dat hij nog steeds een Baarns politieuniform droeg en een oud-collega toevertrouwde, daarnaast ook bezig te zijn met een onderzoek naar de plaatselijke illegaliteit. Een speurtocht welke hem al de nodige gegevens zou hebben opgeleverd.

Nu was uitgerekend die vertrouwensman zelf uiterst actief in de plaatselijke ondergrondse en dus besloot hij onmiddellijk alarm te slaan. Na een spoedberaad met ondermeer Dragt, die in Baarn een leidinggevende rol in dat illegaal verzet had, werd het gevaar landelijk gemeld. Met enorme consequenties, want men zond iemand van een knokploeg naar Baarn om Wolf te liquideren.

Het eveneens landelijk geleide onderzoek na deze opzienbarende moordzaak concentreerde zich hoofdzakelijk op het politiebureau. Bij de voordeur van het bovenhuis had men zich gemeld en toen Wolf uiteindelijk verscheen om mee te gaan - hij was gelokt voor een clandestien vleestransport - schoot men hem in koelen bloede neer.

Zowel de chef Dragt als agent W. v.d. Pol waren de verdachten, omdat controle van de eigen vuurwapen-administratie het gemis van ... één patroon uitwees. Terwijl er toch veel meer schoten gelost waren: in het dode lichaam waren wel vijf treffers gevonden.

Maar het tweetal werd toch op transport naar kamp Vught gesteld, waar zij in 1944 weer uit vrij kwamen. Agent v.d. Pol trad opnieuw in Baarnse dienst, de heer Dragt vond elders onderdak en zou pas bij de bevrijding teruggehaald worden.

Op de bevrijdingsdag nam hij het bevel van de Baarnse gemeentepolitie weer op zich. Ook werd Dragt districtshoofd van de PRA (Politieke Recherche Afdeling), die vooral bekendheid kreeg als Politieke Opsporings Dienst (POD). Uit Baarn werd Bekking als lid van de gemeentepolitie tijdelijk (voor zo'n anderhalf jaar) in die dienst benoemd, waarvoor hij in Utrecht gedetacheerd werd.

In de oorlogsjaren gaven de bemoeienissen met de WA-mannen van de NSB behoorlijk wat overlast. Volgens instructies van hogerhand moest politiebescherming geboden worden, wat vaak nodig bleek. Daarentegen mocht die WA geen enkele politiebevoegdheid uitoefenen en bijvoorbeeld ook geen wapens dragen. Wat hen er niet van weerhield met de koppelriemen op burgers in te slaan, wanneer er scheldwoorden naar hun hoofd gegooid werden.

Voorts gaf het opplakken van posters nogal eens aanleiding tot schermutselingen. Om maar te zwijgen van de reacties, wanneer het publiek die opplakbiljetten vernielde. In de begintijd was ook de verstandhouding van die WA met medewerkers van de Ned. Unie-al vlug in 1940 dooreen driemanschap als politiek tegenwicht in het leven geroepen - allesbehalve rooskleurig. Tegenover die ene leider van de NSB en de prijs van de aangeboden krant 'Volk en Vaderland' bood die Unie immers 'drie leiders voor twee kwartjes'. Waarmee het drietal aan de top van die al gauw verboden partij bedoeld werd.

Veel werk in 1941 bezorgde nog de bekladding van diverse gangmuren in het voormalige gebouw van het Baarnsche Lyceum, dat toen aan de Stationsweg bij de spoorwegovergang stond. Verschillende spreuken bleken te zijn aangebracht, stuk voor stuk beledigend voor de bezetter. Een gebroken ruit in een van de benedenlokalen wees e op, dat de daders daar binnengedrongen waren.
Het bezorgde de gemeentepolitie ontzaglijk veel werk. Ontelbaar de getuigenverklaringen, terwijl de leerlingen ondermeer in de aula moesten komen om een vragenlijst in te vullen. Men verwachtte daaruit aanwijzingen te halen. Soms moest een geheel woord (waarbij alleen de eerste letter gegeven was) ingevuld worden, dan weer slechts enkele letters.


Het korps gemeentepolitie Baarn 1946/47
V.l.n.r.: Engel, Knecht, Bouma, v. Anrooy, v. Dijk, Lodestijn, de Gier, Piet, Wie/inga, Oskam, Vel/er, Meijer, de Jong, Groot Bleumink, Klomp, v. Wijk, v.d. Zee, Stolz, de Wit, Pot, Smit, Mol, Schothorst, Bakker, v. 't HoJ; Harte¬veld, Smit, Koppert.
Zittend v.l.n.r.: Maas, Dragt, v. BeekCalkoen (burgemeester), Bekking, Dijs

Ergens op een van die binnenmuren stond bijvoorbeeld geschreven 'Weg met die kannibalen van Moffen' en prompt moest men op dat velletje papier aangeven, dat menseneters ook we k……  genoemd  worden.  Een onschuldige manier van oorlogvoeren, zou je zeggen.

Kort voor het einde van de oorlog werden in Baarn alsnog de nodige illegalen opgepakt en opgesloten in de cellen van het politiebureau aan de Stationsweg. Terwijl men toch op de klompen kon aanvoelen, dat de totale capitulatie van de Duitsers niet lang meer kon uitblijven. Het was alleen de vraag wanneer.

In die zenuwslopende uren werden die ondergrondse medewerkers - inclusief de heer Jurriëns, die na de bevrijding een leidinggevende rol zou spelen - in Baarn in de cel gestopt. Tijdelijk dan, want het was een wonderlijke ontdekking, toen op een gegeven ogenblik niemand meer in het bureau aanwezig bleek te zijn, of terugkwam. Terwijl alle deuren - niet in de laatste plaats ook die van de cellen - open stonden en de vogels gevlogen waren. Inclusief de dienstdoende agenten.

* * *
Veel geluk had Baarn niet met het tweetal, dat na de verplaatsing van commissaris Kipp uit Velsen-IJmuiden naar Baarn, ook hierheen overkwam. Hoe het Wolf vergaan is, werd al verteld. De andere man (v.d. Heiden) kwam al kort na de oorlog in een moeilijk conflict met (de inmiddels teruggekeerde) Dragt en de burgemeester.

Die ernstige strubbelingen zouden tenslotte voor het ambtenarengerecht uitgezocht worden, maar leverden het plaatselijke politiekorps toch de nodige negatieve publiciteit op. Waarbij v.d. Heiden - die er in de oorlogsjaren in slaagde door ziekte meestal afwezig te zijn - het onderspit delfde. Ook zijn hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep was tevergeefs.

Al die tijd was v.d. Heiden geschorst en later werd hij dus ontslagen. Maar ook de heer Dragt bleef niet in Baarn, hij maakte promotie bij zijn benoeming tot commissaris in Zutphen. Hoewel de Baarnse man-in-de-straat roddelde over 'wegpromoveren'.

DRUKTE BIJ HET PALEIS

Zondermeer een compliment voor de heer Dragt, dat zijn allereerste draaiboek voor de ordehandhaving rond de traditionele bloemendéfilé's bij Paleis Soestdijk op Koninginnedag (30 april) zoveel jaren vrijwel onveranderd gebruikt kon worden. Terwijl hij dat schema toch in de kortst mogelijke tijd produceren moest.

Het grondprincipe bleef in grote trekken gelijk, omdat ook de Oranjeverenigingen weinig of niets aan die opzet veranderden. De zorg buiten de hekken bleek de Baarnse gemeentepolitie keer op keer aan te kunnen. Hoewel erkend dient te worden, dat er maar enkele maanden tijd was om alles voor te bereiden. Terwijl men gesteund werd door bijstand uit de regio, inzetbaarheid van de ME, plus de nodige ruiters, waarvoor het publiek immers altijd respect toonde.

Ook het werk van de korpsen (denk maar aan Soest) uit de naburige gemeenten mag niet onvermeld blijven. Zeker niet omdat het regelend optreden niet tot de uren van het défilé beperkt bleef. Na afloop wilde plotseling iedereen in zijn auto langs het paleis rijden, wat soms wel tot acht uur 's avonds voor de nodige drukte zorgde. Om maar te zwijgen van de opstoppingen, waarbij men wel tot aan de Groest in Hilversum vast zat.


Die tijd dat de regerende vorstin in Baarn woonde, zorgde uiteraard voor de meeste drukte. Maar rechtvaardigde tevens dat het Baarnse korps gemeentepolitie tot een sterkte van boven de vijftig krachten uitgroeide. De Koninginnedagvieringen (met name de bloemendéfilé's) werden al vermeld, maar ook de viering van het 25-jarig regeringsjubileum op 5 september 1973 was zo'n hoogtepunt.

Er was trouwens regelmatig ceremonieel vertoon bij Paleis Soestdijk, waar ook de ambassadeurs en andere hoogwaardigheidsbekleders hun geloofsbrieven kwamen aanbieden. Soms was de Baarnse politie pas op het laatste ogenblik geïnformeerd, zoals bijvoorbeeld bij de huldiging van de Oranje-voetballers op het Paleis na hun successen op het Wereldkampioenschap. Dat betekende dan veel extra werk en vooral... improvisatie!

Wat een radio- en tv-mensen, plus buiten- en binnenlandse pers en fotografen (zelfs het filmjournaal ontbrak niet), toen HKH Prinses Beatrix in juni 1965 op Paleis Soestdijk haar verloving bekend maakte. Voor de oorlog had de kroonprinses al zoveel dagen topdrukte in Baarn veroorzaakt bij haar geboorte!

De rijtoeren door Baarn waren stuk voor stuk publiekstrekkers en dus extra drukte voor de politie. Op donderdag 17 februari 1966 regelde de huidige Koningin (toen nog kroonprinses) ook haar ondertrouw in het gemeentehuis van Baarn.

Geloof maar dat alles steeds weer vooraf tot in de puntjes geregeld moest worden. Om maar te zwijgen van de zenuwen op en rond zo'n dag. Zo vond de Baarnse motorpolitie 's nachts voor de ondertrouw een verdachte zak op straat. Wat nu weer? Meegenomen naar het bureau bleek er overigens niets mee aan de hand te zijn.

Nog een ondertrouw in het Baarnse gemeentehuis, namelijk op 12 december 1966 van HKH Prinses Margriet met Mr. Pieter van Vollenhoven. De eerste vorstelijke bruiloft met burgemeester Mr J. van Haeringen (52) als ambtenaar van de burgerlijke stand beleefde Baarn op zaterdag 28 juni 1975.


Door de aanwezigheid van Paleis Soestdijk en zijn bewoners kon de Baarnse politie - zoals hier bij een rijtoer van het verloofde paar (Beatrix/Claus) - op veel drukte rekenen.

HKH Prinses Christine trouwde toen met de heer Jorge Guillermo om half elf 's morgens. Om vervolgens via het Eemviadukt naar de Domkerk in Utrecht te gaan. Een stoet van 19 auto's van het Paleis door Baarn. Zweetdruppels genoeg voor de organisatoren, dagenlang.

Soms was zo'n wekenlange voorbereiding voor niets. Met het oog op de eerste blijde gebeurtenis op Kasteel Drakensteyn bijvoorbeeld stond alles in Baarn en Lage Vuursche op scherp. Tot in de puntjes wist iedereen wat hij doen moest, maar ... de geboorte geschiedde in het Stads- en Academisch ziekenhuis te Utrecht en alle voorzorg in Baarn moest afgeblazen worden. Nu ja, Nederland had weer zijn Willem (Alexander).

* * *
Indirect in verband met het paleis kan ook het dag en nacht posten bij gebedsgenezeres Greet Hofman gebracht worden. Of bijvoorbeeld het signaleren van een verdacht lang tegenover het paleis staande auto. Welke uiteindelijk door een carpooler daar neergezet bleek te zijn. Maar de politie was er wel voor ingeschakeld.

Extra drukte in Baarn kreeg de politie lange tijd op Tweede Pinksterdag, wanneer het Leger des Heils zijn landdagen organiseerde in het bos links van de Hilversumsestraatweg, door het Oranjehuis al sinds de tijd van Koningin-Moeder Emma daarvoor beschikbaar gesteld. Ontelbaar veel bussen kwamen die dag in de berm van die grote weg te staan. En dan het werk in de Baarnse gemeenschap zelf. Bij optochten, avondvierdaagsen, fietsvierdaagsen, 4 meiherdenkingen, Koninginnedagvieringen, St. Nicolaasintochten en niet te vergeten, wat de winkeliers ieder jaar weer wisten te organiseren. Tot een complete evenementenweek toe.

Hoeveel mensen zullen er niet bij het Paleis door de Baarnse politie afgehaald zijn, omdat de marechaussee voorkomen wilde dat zij moeilijkheden konden veroorzaken. Ook gebeurde dat trouwens wel bij het station in samenwerking met de spoorwegpolitie.

Dat contact tussen de Baarnse politie en de in Baarn gelegerde marechaussee kan uitstekend genoemd worden. Scherp gesteld zorgden die geüniformeerden voor de bewaking bij en binnen het paleishek, de gemeentepolitie uiteraard voor de orde op de openbare weg.

Dat samenwerkingsverband is tijdelijk zelfs wel intensiever geweest, namelijk in de tijd van de (Molukse) gijzelingen. Toen werd zelfs ook met de ME samen gesurveilleerd en kende men gemeenschappelijke objecten. Ondermeer de woning van een minister in Baarn.


Zelf werkzaamheid van het personeel, om het oude bureau zo funktioneel mogelijk te maken.

Het (telefonisch) contact tussen de marechaussee in zijn wachthokje bij het hek, met de meldkamer van het Baarnse politiebureau, blijft toch wel de rode draad in dit gebeuren. Plus de aanwezigheid natuurlijk van de kazerne aan de Amsterdamsestraatweg, waarvan ook de schietkelder regelmatig door de Baarnse politie gebruikt mag worden.
Marechaussee-brigade Soestdijk, opgericht in 1947, werd een van de grootste van de 66 die ons land telt. Vlak na de oorlog in het leven geroepen nam de marechaussee enkele taken van de rijkspolitie over. Eén daarvan (begon op I 5 januari 1947) dus bij Paleis Soestdijk.

Die kazerne werd belangrijk uitgebouwd, omdat het aantal manschappen van deze marechaussee-brigade ook steeg. Terwijl voorts de bewaking van Kasteel Drakensteyn en een tijd lang tevens de Zwaluwen berg, waar de staf van de Prins in Hollandsche Rading verbleef, voor hun rekening kwam.

Voor ceremoniële diensten zijn diverse mannen van die brigade met de Koningin mee naar Den Haag verhuisd. Het werk daar zal overigens weinig af wij ken van het geestdodend karakter, dat dit in Baarn had. In 1980 kwamen bij Soestdijk ook de eerste vrouwelijke marechaussees. Apart functioneert nog de Veiligheidsdienst van het Koninklijk Huis.

Toen het prinselijk echtpaar in 1937 zijn intrek nam op Paleis Soestdijk, zorgde een aantal rijksveldwachters nog voor die bewaking; gestationeerd in een bureautje tegenover het Paleis in die rij witte dienstwoningen.
Een opmerkelijk gebeuren vond op Pinksterdrie (juni 1984) plaats bij Paleis Soestdijk, toen men uit Amersfoort een kei kwam halen. Deze grote steen was in 1937 uit Lippe naar Baarn gekomen en 47 jaar later op een open vierwieler, getrokken door Amersfoortse 'poorters' naar de Stadsring in hun stad vervoerd. Daar bood Prins Bernhard de kei 's avonds officieel aan.

 Bronnen:
Uitgegeven in verband met de reorganisatie van de Nederlandse politie en het opgaan van de Gemeentepolitie Baarn in Regiopolitie Utrecht District Eemland-Noord.
Tekst:  S.N.  Zwiep 

Illustraties:  Historische  Kring  Baerne  Politiearchief, Baarnsche Courant en vele particulieren
Druk:  Bakker  Baarn