vrijdag 25 oktober 2019

Rampspoed voor Baarnaars in 1918


Het is vrijdag, 13 september 1918. Een ongeluksdag zou de bijgelovige zeggen. En dat
bleek het ook te zijn. Op die dag vond namelijk een verschrikkelijke treinramp plaats bij Weesp. “Weesp”, zult u zeggen, “wat heeft dat te maken met een verhaal over oud-Baarn? ” 

Maar bij de ramp kwamen nogal wat Baarnaars om het leven! Baarn was in die tijd behoorlijk afhankelijk was geworden van de spoorlijn naar Amsterdam. In 1874 werd de spoorlijn Amsterdam-Amersfoort, langs Baarn geopend en Baarn kreeg, met een beetje hulp van Prins Hendrik, zijn eigen station. 

Dat zorgde ervoor dat rijke Amsterdammers dagjes uit gingen naar de mooie omgeving, of er langere tijd verbleven in in de vele pensions en hotels die in die tijd als paddenstoelen uit de grond schoten in Baarn. Dat Baarn in de smaak viel bleek wel uit het feit dat veel rijke Amsterdammers in Baarn en omgeving hun zomerverblijven bouwden, en velen zich hier definitief kwamen vestigen. Vaak werkten ze echter nog in Amsterdam, dus de treinverbinding naar Amsterdam werd volop gebruikt. 

En zo gebruikten vele Baarnaars de trein ook op die vrijdag, 13 september 1918. De trein vertrok om 9.46 uur uit Amersfoort, waar eerst nog een trein uit Groningen aangekoppeld werd. Die passagiers uit Groningen waren op dat moment al 4 uur(!) onderweg. Om 9.59 uur waren de Baarnse reizigers aan boord gegaan en ging het op naar Hilversum waar om 10.10 uur vertrokken werd. In Bussum en Weesp werd niet gestopt en daar moest de trein volgens reglement “met afgesloten stoom en niet sneller dan 45 km per uur” rijden. Nadat de brug bij Weesp gepasseerd was moest de trein weer vaart maken om tegen de helling van de brug over het Merwedekanaal (heet nu Amsterdam-Rijnkanaal) op te klauteren. 

Het was het laatste jaar van de eerste wereldoorlog en de kolen die de trein op gang moesten brengen waren uitgesproken slecht. Langzaam reed de trein de helling van de brug op. Er was niet voldoende stoom voor meer snelheid.  Een wegwachter en een wegarbeider die in een seinhuis aan de Gooise kant van de brug stonden vertelden later aan de verslaggevers van de krant hoe ze hadden gezien dat de locomotief de brug bereikt had. Op datzelfde moment zagen ze de achterste bagagewagen achterover hellen. De trein schoof nog even door en de locomotief sloeg tegen de brugingang. 

De personenwagons, die achter de bagagewagen hingen, zagen ze van de dijk afglijden. Even klonk er een geweldig lawaai, een klap…. Één ogenblik was het angstaanjagend stil… en toen verscheurde een onmenselijk gejammer en gegil aan de andere kant van de dijk de stilte. Van de eerste wagons was niet veel meer over dan hoop versplinterd wrakhout. De seinwachters wilden naar Weesp bellen, maar de lijn was stuk. Ook de seinen waren stuk dus hebben ze naar elke kant van de spoorlijn een man met een rode vlag gestuurd om de aankomende treinen te waarschuwen. 

Van het treinpersoneel bleek niemand gewond en zij verleenden direct eerste hulp, samen met een chirurg en vier nonnen die in de trein zaten. Ook een groep militairen die toevallig in de omgeving marcheerden schoten te hulp. Een hulptrein uit Naarden-Bussum arriveerde meer dan een uur later. De ongevallenwagons vertrokken rond die tijd uit Amsterdam en een trein van het Rode Kruis kwam tweeënhalf uur na de ramp op de plek aan. Taco Zondervan, één van de overlevenden van de ramp beschreef wat er na het ongeluk gebeurde:

 “Wat wij bij dit grootste spoorwegongeluk, dat in Nederland wellicht ooit gebeurt is, gezien hebben, valt niet te beschrijven. Een gehele trein ligt kris en kras door en over elkaar. De dijk, waarover eens het spoorwegverkeer liep, bestaat niet meer, hij schijnt als in een afgrond verdwenen. Het weiland waarin de overblijfselen van de trein liggen, is als het ware omgeploegd en een sloot is plotseling gedempt” Taco Zondervan heeft geluk gehad. 

Beduusd en met enkele kneuzingen en lichte verwondingen wordt hij met andere gewonden in het weiland gelegd. “Naast mij lag iemand die geen benen meer had”. “Met bijlen en zagen worden de half versplinterde wagons uit elkaar gehaald, omdat vermoedelijk nog een paar slachtoffers er onder bedolven liggen”. Tegen half twee werden een groot aantal gewonden op dekschepen gelegd die in het Merwedekanaal lagen en naar Amsterdam vervoerd. Daarna volgde een schuit met de doden. 

Later zou blijken dat bij deze treinramp 41 personen om het leven gekomen waren en 42 mensen gewond raakten. De oorzaak van de ramp was het verzakken van de spoordijk. Dit bleek het gevolg te zijn van de overvloedige regen van de voorgaande tijd en de slechte staat waarin de spoordijk verkeerde. Op het moment van de verzakking was de locomotief al op de brug en hij bleef hangen in het ijzerwerk van de brugconstructie. 

Johan Jacob Schöne
De loc en de tender kantelden naar rechts. De tender bleef liggen op het landhoofd, een bagagewagen daarachter kwam tegen het landhoofd tot stilstand. De volgende drie rijtuigen zakten van het talud af en schoven in en op elkaar. De houten bovenbouw werd grotendeels versplinterd, waardoor hier de meeste doden en gewonden vielen. Het derde rijtuig werd bovendien bedolven door een daarachter rijdende bagagewagen en een postrijtuig, die door de snelheid gedeeltelijk naast de voorgaande rijtuigen terecht kwamen. Het rijtuig achter het postrijtuig kwam schuin vanaf het talud omlaag te hangen, maar was nauwelijks beschadigd. 

De laatste rijtuigen van de trein ontspoorden wel, maar bleven op de spoorbaan staan.  Van de 41 dodelijke slachtoffers die er vielen bleken er minstens 9 (dus bijna een kwart!) uit Baarn te komen: Jhr. Barthold Jacob de Geer,  Theodoor Antonius Joseph Gilissen (inderdaad de bankier), Wilfried August Heitmann, Jacoba Maria Horsman, Pieter Cornelis Cleijndert, Bertha Lewon, Simon Zwart, Anna Sophia Rauch en haar echtgenoot Johan Jacob Schöne.
Overlijdensadvertentie
Het kan niet anders zijn, of deze ramp moet een enorme impact op de Baarnse bevolking gehad hebben. De landelijke dagbladen stonden vol over deze ramp. De meeste omgekomen Baarnaars waren niet van geboorte Baarnaar, maar waren oorspronkelijk afkomstig uit de stad. Maar ze woonden hier wel, en ongetwijfeld hadden ze Baarnaars in dienst als tuinman, knecht of dienstbode en de Baarnse middenstand zal ze zeker gekend hebben als hun klanten. Tja, het moet een flinke impact in Baarn gehad hebben. Dat kan niet anders. Op de Baarnse begraafplaatsen zijn de grafmonumenten van een aantal slachtoffers nog steeds te vinden.


geplaatst door L.J.A.Bakker