donderdag 31 augustus 2017

Villa Parkwijk Wilhelminalaan 3

Villa Parkwijk
Parkwijk is gebouwd voor Marianne Anna Maria Carp-Henny, weduwe van Carel Frederik Carp, de tweede zoon van garenfabrikant Jacob Arnoud Carp. In 1910 werd jonkheer Carel Herman Aart van der Wijck de tweede bewoner. Van der Wijk laat het huis in 1912 verbouwen door de architecten Rigter en Van Bronkhorst. Als de bewoner reeds in 1914 overlijdt wordt het huis verkocht aan de Amsterdamse tabakshandelaar Henry Philip Manus en diens echtgenote Soeta Vita Israël. Hun dochter Rose Manus zou een leidende rol in de vrouwenkiesrechtbeweging gaan spelen. Enkele leden van het huispersoneel woonden na oplevering van Parkwijk op Molenweg 41 en 49 in Baarn. 

H.P.Manus 
Carl Herman Aart van de Wijck

Eind jaren dertig van de twintigste eeuw werd een deel van het enorme landgoed verkocht voor woningbouw. Parkwijk wordt dan gekocht door de Talmastichting, voor de verzorging van ouden van dagen. Na de oorlog wordt het pand eigendom van het gereformeerde zendingscentrum. In 1976 vestigt het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB) - wat nu Bouwgarant heet -  zich in het gebouw. Tegen de achtergevel is een doorgang aangebracht die de villa verbindt met nieuwbouw uit 1991. In 2001 wordt Parkwijk helemaal gerenoveerd. In de nieuwbouw achter de villa zijn in 2013 meerdere kantoren gevestigd. 

De villa van buiten
Wie de brede oprijlaan met zijn indrukwekkende bomen 'aflegt', komt aan bij het bordes, waar tegenwoordig de hoofdingang is gesitueerd. Vroeger zat deze in de linkerzijgevel. De loodrecht op de voorgevel toelopende oprijlaan liep van oorsprong ook om het huis, maar de verbouwingen van de laatste decennia hebben daar een einde aan gemaakt. Het dak is gedekt met rode kruispannen en voorzien van dakkapellen en een dakruiter. De villa heeft een rechthoekige plattegrond waarvan de lange zijden evenwijdig aan de straat lopen. De gevels zijn rijk uitgevoerd met bepleisterde partijen en schoon metselwerk in onder meer plinten, banden, bogen en erker. Elke gevel is op een andere wijze opgebouwd. De voorgevel ( of zuidgevel) kenmerkt zich door een asymmetrische indeling en heeft 
de oprijlaan
afwisselend een bakstenen en stucwerk bekleding. Hij
wordt gedomineerd door een rechts van het midden geplaatste driezijdige uitbouw (waar zich nu de ingang bevindt).
Die uitbouw heeft een mezzanino (tussenverdieping die lager is dan de helft van de hoofdverdieping) en bezit een aantal zeer langgerekte vensters en een vensterpartij vlak onder de dakgoot met daarboven een strook met beverstaartpannen.

De erkerachtige uitbouw is overkapt met een apart schilddak rechts van de uitbouw is een gevelpartij met een brede, diepe rondboognis en twee smalle rondboogvensters op de begane grond en de 1" verdieping. Deze partij is grotendeels in baksteen uitgevoerd. Het gedeelte waarin de smalle vensters zijn opgenomen eindigt in een puntgevel met een schoorsteen in de top De linkerpartij heeft op de begane grond gekoppelde vensters en op de verdieping een grote loggia met rondbogen met daarachterliggende bakstenen graatgewelfjes. De bovenste zone van dit geveldeel is met latwerk betimmerd.

De vensters zijn draai- of schuifvensters met roeden in de bovenlichten. De linkerzijgevel bevat de oorspronkelijke hoofdingang die in een rondboog is gezet. Deze is rechts van de driezijdige erker geplaatst, net als die aan de rechterzijgevel. Ter rechterzijde van de oude hoofdingang bevindt zich een rondboogvenster. Twee rondboogvensters, gescheiden door een muurdam bevinden zich in de tweede bouwlaag. De topgevel en het gedeelte onder het dakoverstek zijn betimmerd met verticale houten delen Links van de uitbouw is in de gevel een rondboogvenster aangebracht evenals een dichtgezet inpandig balkon in de tweede bouwlaag. De achtergevel (noordgevel) wordt gekenmerkt door een naar voren stekend bouwdeel met in de linkerzijgevel in de tweede laag een balkon. Tegen dit bouwdeel is de driezijdige erker geplaatst, net als die aan de zijgevels.

De villa van binnen
Het huis heeft een fraaie hal, die in het interieur een centrale plaats inneemt. De interieurindeling is origineel. De hal beslaat twee bouwlagen en bevat een groot trappenhuis De houten trap heeft geprofileerde staanders in Art Nouveau stijl. De trapstijl op de begane grond is bekroond met een harpij (grootste arend van Zuid-Amerika met zeer krachtige tenen en klauwen) De hal is voorzien van veel houten betimmeringen en van bogen met groen verglaasde steen. De deuren zijn voorzien van messing deurkrukken en sloten alsmede van messing plaatwerk. Een aantal kamers bevat nog originele lambriseringen, schouwen, vloeren en balkenplafonds. Het houtsnijwerk bezit eenvoudige Art Nouveau ornamentiek.

Zeer belangrijk zijn twee elementen. Allereerst een zithoek met vaste banken (nu in de directiekamer) bij een haard onder een verlaagd plafond. Dergelijke hoekjes zijn een geliefd interieurelement in Engels-Amerikaanse landhuizen. Het tweede element is de erker halverwege de trap naar de eerste verdieping Een dergelijk element ziet men veel in negentiende-eeuwse Duitse villa's en was bedoeld als plek om rustig na te denken. In een rondbogige nis boven de voormalige serredeuren naar de rechtergevel is een schildering in neoclassicistische stijl aangebracht. Deze zijn in 1918 gemaakt door Firma J.H. Heijer & zoon.

De architect
Johan Wilhelm (Willem) Hanrath wordt op 24 december 1867 in Amsterdam geboren als dertiende en laatste kind van Johan Otto Hanrath en Amelia Maria Fenteuer van Vlissingen Na wat plannen voor de grote vaart en een niet afgemaakte HBS-opleiding komt hij in Zaandam terecht waar hij overdag in een timmerwerkplaats werkt en 's avonds teken- en bouwkunstonderricht krijgt. Op zijn twintigste vertrekt hij naar München en Berlijn waar hij zich inschrijft voor een cursus 'Bauführer Ook deze studie maakt hij niet af maar nu omdat hij de kans krijgt praktijkervaring op te doen bij de bekende Berlijnse stadsarchitect Ludwig Hoffmann (1851-1932). Na twee jaar keert Hanrath in Nederland terug als zelfstandig architect. Zijn eerste project - in 1893 - is een houten vakwerkbouwvilla in Bloemendaal.

'De Eersteling', schrijft hij trots achterop de foto's. Daarna volgen de opdrachten snel Hanrath vestigt zich in 1896 in Hilversum en bouwt daar in 1904 aan de Rossinilaan 4 voor zijn gezin de Villa D 'Olijftak. In een houten achter aanbouw installeert hij zijn architectenbureau dat daar tot lang na zijn dood zal blijven bestaan. In 1905 komt er een keerpunt in zijn bouwen. Hij krijgt van F.L Wurfbain de opdracht voor een landhuis in de typisch Amerikaanse colonial style. Hanrath aarzelt, maar verdiept zich dan in de oudere renaissance- en barokarchitectuur. Het boeit hem en het resultaat is het ontwerp voor Landhuis Groenendaal in Hilversum, dat veel bijval krijgt. Het bureau floreert Speciaal in Hilversum en het Gooi bouwt Hanrath grote landhuizen. Maar ook veel scholen, een ziekenhuis in Utrecht, het gebouw ten diensten van het genootschap 'Liefdadigheid naar Vermogen aan een Amsterdamse gracht en stadswoonhuizen in Utrecht en Rotterdam Op 2 juli 1932 overlijdt hij. Zijn archief bevindt zich momenteel bij het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam

De renovatie van 2001 en 2013
In 2001 wordt Parkwijk helemaal gerenoveerd. In de nieuwbouw achter de villa zijn in 2013 meerdere kantoren gevestigd. 









Geplaatst door L.J.A.Bakker
http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl

 

 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten