donderdag 4 januari 2018

Het volk van Bunschoten/Spakenburg

Het landelijk Bunschoten en Eemdijk met het vissersdorp Spakenburg vormt samen een gemeente, onder eerstgenoemde naam. Het ontstaan van Bunschoten is onzeker: 1000 – 1100.Voor 1300 had Bunschoten stadsrechten, waaraan oude benamingen als Burgwal en te Spaken­burg, de Oude- en Nieuwe Schans herinneren.

Karakteristiek voor dit gebied is de gemeenschappelijke klederdracht van zowel de boeren als de vissers. Vooral onder de vrouwen en meisjes is het oude kostuum nog zeer resistent. De typische kinder­dracht is te Bunschoten en Spakenburg volkomen verdwenen. Eem­dijk heeft zijn kinderdracht nog weten te behouden, wat wellicht is toe te schrijven aan de enigszins geïsoleerde ligging. Hoewel dit aan­zienlijk minder is geworden sinds een aantal jaren geleden. Men ziet echter nog wel kinderen (in 1966), die in de kinderdracht gaan, meer meisjes dan jongetjes. Er doet zich in deze dorpen het verschijnsel voor onder de meisjes van zestien, achttien jaar en soms wel ouder, dat zij zich op die leef­tijd gekomen voelen aangetrokken tot het flatterende streekkostuum, dat moeder en grootmoeder droegen toen zij zo oud werden. Tege­lijkertijd treden er echter modeverschijnselen op, waaraan de moderne tijd niet vreemd is. De zwarte kousen zijn vervangen door nylons, waarbij modieus vrouwelijk schoeisel wordt gedragen, al gaat men in het traditionele kostuum. Bij warme dagen zijn blote armen bepaald 'in' bij het jongere geslacht. De halve mouwen ziet men nog alleen bij oudere vrouwen, welke nog geen inbreuk willen maken op de dorpsadat, die het dragen van halve mouwen voorschrijft, die de bovenarmen bedekken. De hullemuts die het hele hoofd bedekte is verdwenen en vervangen door een koket gevalletje, een gehaakt mutsje, dat vrijheid laat aan het haar en meer achter op het hoofd wordt gedragen. Deze muts was vroeger de eigenlijke russenmuts. Oude vrouwen dragen thans nog de ouderwetse hullemuts, die bij de jongere generatie heeft af gedaan.
De jonge vrouw of het meisje uit de boerenstand, dus uit Bunschoten en Eemdijk, ging met haar tijd mee. Zij steekt zich onder het mel­ken van de koeien in werkkledij, de blauwe overall. Haar witte muts houdt zij echter hierbij op. Deze is nog niet vervangen door een hoofddoek, zoals men die overal elders bij dit werk ziet. Behalve bij enkele ouderen is de mannendracht vrijwel verdwenen. De mannen gaven de voorkeur aan een konfektiekostuum, al wordt 's winters bij koud weer de blauwe schipperstrui gedragen, vooral door de mannelijke bevolking van Spakenburg.

'Gaal' boeten te Spakenburg
In het algemeen bewaren de vrouwen en meisjes beter hun klederdracht dan de mannen, die er eerder toe overgingen zich op z'n burgers te kleden. De vissersbroek is niet meer strikt noodzakelijk en niet bepaald geschikt voor arbeid in de fabriek of op het land. De gouden tijden voor de visserman zijn voorbij, voor altijd. Eens waren de havens van Spakenburg wouden van masten, als de vloot aan het eind van de week binnenliep en er r 80 tot over de 200 schepen lagen gemeerd. Overwegend waren dit botters, later kwamen er motorkotters bij, doch deze waren in de minderheid. Waperende wimpels in de wind wiegende netten, dat wàs het beeld van een bedrijvige zaterdag in Spakenburg.

Wasdag te Spakenburg
Vroeger werd gevist op de Zuiderzeeharing, een puike vis. Er was vraag naar en de palingrokerijen schoten uit de grond. Daarnaast leverde de botvisserij een goede boterham op en verder viste men nog op garnalen en paling. Een gedeelte van de vangst, voornamelijk paling, werd af gevoerd naar Volendam. Dit werd anders, toen men zich te Spakenburg toelegde op de palingrokerij. Dit was noodzakelijk, daar de haring door de af sluiting van de Zuiderzee het liet af weten, de toegang tot de oude binnenzee was immers afgesloten. De vishandel bleef echter bloeien. Straat- en groothandel haalt nu zelfs verse vis uit Scheveningen, IJmuiden en Den Helder. De Spakenburger ziet er ook niet tegen op om naar België (Ostende) en Duitsland (Hamburg) te trekken om daar vis te halen. De straathandelaren bestrijken een groot rayon en de Spakenburger vishandelaar is op de marktdagen in de grote gemeenten in de buurt van Spakenburg een nooit ontbrekende verschijning. Zijn vrouw of dochters in de bekende streekdracht brengt de zo nodige fleur-en-kleur. Tussen de vissersbevolking en de boerenbevolking van Eemdijk en Bunschoten bestonden vroeger wel maatschappelijke verschillen. De boer gebonden aan zijn land en vee had een meer gefundeerd bestaan dan de doorgaans arme visserman, die afhankelijk was van de wind en het water. Het was deze wisselvalligheid die op de boer de indruk maakte, dat de visser 'een avonturier' was die het er maar op waagde. In de ogen van zijn buurlui, de boeren, werd hij vaak miskend, zijn aanzien was gering. Armoede was in het verleden niet zelden zijn deel. Men weet nog te verhalen dat in de winter, wanneer de visserman werkloos thuis zat, kinderen naar Bunschoten en Eemdijk werden gestuurd om een stuk, een boterham. Moeder had geen geld meer om brood te kopen. 's Winters werden er schulden gemaakt bij de bakker en kruidenier, die 's zomers weer werden terugbetaald, als de visserij weer voldoende opleverde. De boeren zaten in verschillende kolleges, als waterschappen, de gemeenteraad en het kerkbestuur, waar voor de vissers nauwelijks plaats was een vijftig jaren geleden. Boerenzoons en vissersdochters trouwden niet met elkaar en omgekeerd was dit ook het geval.
de haven




de dorpsstraat
Op godsdienstig terrein waren de verschillen minder diep, hoewel de meningen hierover dikwijls uit elkaar liepen. In het algemeen was en is men zeer rechtzinnig. De Gereformeerde belijdenis heeft een sterke aanhang. Een van de meest kenmerkende eigenschappen is wel de strijdvaardigheid op het gebied van godsdienstzaken, die ertoe geleid heeft dat er meerdere kerkgenootschappen ontstonden. Van huis uit Calvinist is dit volk, oranjegezind, zonder een zweem van kruiperigheid. De steile godsdienstijver heeft zelfs bij vele families een scheuring teweeggebracht. Overtuigd van 'het goede' zette men door, zonder zich te bezinnen om de gevolgen.

Hoe erg het toeging leert ons het boekje Uit de oude doos, waaruit wij het onderstaande citeren (1)  T A. Blokhuis, Uit de oude doos. Wat een eeuw geleden in Bunschoten en Spakenburg is geschied. De Afscheiding 25 juni 1836-26 juni 1936, Spakenburg z.j., blz. 118 e.v).

'Er was veel onenigheid in de boezem des Kerkeraads. 't Was de barenstijd van onze gemeente (Gereformeerde gemeente). De stormen drangperiode volgde. En daar zitten wij in 1840 volop in. (Hier wordt de Afscheiding in 1836 bedoeld).

De geboorte was zwaar geweest, de kinderjaren onzer gemeente waren niet minder gedrukt. 't Pad ging niet over rozen. Onze wiegezangen werden begeleid door knallende commando's van officieren, sergeants en korporaals. Van alle zijden was persing en spanning. Deze druk drijft naar God, maar de drukking der melk vormt boter. Ondanks alle vervolgingen heeft het God behaagd onze gemeente uit te breiden.

De grote tegenstander zat niet stil. Fel begon zijn aanval de gemeente te schokken. Ketterse gevoelens werden openbaar. Een zekere Jacobus Poort kreeg vele aanhangers. Tijmen Letter werd al spoedig zijn rechterhand en medestander. Beiden vurige aanhangers van een nieuwe leer. Poort wilde ten koste van alles leider worden, doch dit werd afgewezen door de toenmalige Kerkeraad, die allerminst was ingenomen met deze geestdrijverij. Poort verkondigde dat hij toch tot het ambt zou geraken, zonder ervoor te studeren.  

Hij was het die zijn openbaringen verspreidde. De Heere had hem onder anderen getoond, dat spoedig de wereldlijke en kerkelijke regeringen zouden worden vernietigd. Ook werd hem geopenbaard, dat de gemeente geen predikanten of ouderlingen meer zou behoeven. God had hem opdracht gegeven om op geduchte wijze de mensen te waarschuwen. Bekeert u, en beweent uwe zonden. Daarom maande hij met kracht aan, om alle af goden weg te werpen. De mannen, zowel als vrouwen moesten zich in rouwgewaad kleden, van het hoofd tot de voeten. Ja, zelfs paarden en wagens moesten in het zwart gaan. Alle huizen der gemeente moesten zowel vanbinnen als buiten, zwart geverfd zijn. De afgoden moesten weg. Daarom moesten alle gouden en zilveren sieraden, alle sierlijk vaatwerk en alle fraaie meubelstukken vernietigd worden. Het was zonde, zo oreerde Poort verder, als men spijs of drank gebruikte uit gekleurd vaatwerk. Alle kleur of versiersel vertoornde den Heere; Het was uit den boze.

De leer van deze geestdrijver vond ingang, gezelschappen kwamen bijeen. En al spoedig voegde Poort de daad bij het woord. Toen de aandrang hem schijnbaar te machtig werd, zette hij de zaag in de poten van zijn mahoniehouten kabinet en begon hiervan brandhout te maken. De staartklok onderging hetzelfde lot. De kastdeuren werden met de bijl opengekloofd; de spanen vlogen in het rond. De glazenkast werd leeggeveegd en alle glazen en verdere porcelein- en aardewerk aan scherven getrapt. Er ontketende zich bij sommigen een ware beeldenstorm. De vrouwen deden ijverig mee. Met schorten vol porcelein en aardewerk liepen zij naar de sloten achter hun erf en stortten ze daar leeg. Van het kostbaarste porcelein maakte men een paadje op de weg. Weer anderen sloegen met een bezem de schilderijen van de wand. Heel wat Genoveva's zijn aan stukken gegaan. Er werd door 'de zwarten' voor een kapitaal moedwillig vernield. In menige woning werd een ware verwoesting aangericht.

op de uitkijk naar de boten
Profetieën over een naderend wereldgericht waren niet van de lucht. De vlammen zouden het eerst uitslaan op de zee. Met grote snelheid zou de brandende zee de haven met de schuiten aantasten en spoedig zouden van alle zijden de vurige vlammentongen de ganse aarde overdekken. Vooraf zou door de verderfengel de huizen van een merkteken worden voorzien. Er werd huisbezoek gedaan in verband met deze heersende dwaalleer, die ernstige vormen begon aan te nemen. Velen bleven doorgaan en gooiden hebben en houden op de mesthoop. De verkeerde neigingen 'der zwarten', zoals zij werden genoemd, zij die zichzelf voor de allervroomsten hielden en leef den naar dat hun dwaze hart hun ingaf - die Gods woord zelf verklaarden naar de mening van hun vertroebelde geest - groeiden aan. Wel had de Satan zijn juiste pijlen gericht, op hen, die zich niet langer dekten met het borstwapen der gerechtigheid - die niet langer hanteerden het zwaard van Gods woord. De zwarte tijd is een zwarte bladzijde uit de geschiedenis onzer jeugdige kerk. Om der wille van de waarheid moet dit vermeld. Liever hadden wij het in de pen gehouden. Deze godsdienstige uitwassen van een geëxalteerde groep geestdrijvers namen tenslotte een einde. De excessen hielden op en men keerde terug naar een normaal leven.
De herinnering aan de zwarte tied is er nog wel en hier en daar kan men, zoals op de Eemdiek, horen vertellen hierover. De berepoten van het beste kabinet werden ofezaagd en de gebeeldhouwde engelen op de kastdeuren werden er ofehoald. 'Gin beelden meer in huus 't Sting in de Schrift'. Maar dat is ook alles. Wat de mensen heeft bewogen in die tijd is niet bekend. Een soort godsdienstige massapsychose, aangewakkerd door een geestdrijver, die handelde naar - volgens hem - goddelijke inspiratie. Er wordt nu slechts meewarig om geglimlacht, het was immers slechts van voorbijgaande aard. Oude boerderijen zijn er weinig in dit deel van Eemland. De meeste dateren uit het midden van de vorige eeuw en hebben zowel uit- als inwendig veel veranderingen ondergaan. De boer gaat hier met zijn tijd mee. Bunschoten en Eemdijk kennen alleen veeboeren, de ploeg als werktuig is er onbekend. Als een bijzonderheid mag nog wel genoemd worden, dat deuren en ramen aan de binnenzijde vaak rood of donkerbruin zijn geschilderd. Van stijlopvatting in de zwarte tijd is geen spoor meer over. Men houdt ook van gekleurde tegels met kinderlijk primitieve voorstellingen, die toch niet ouder zijn dan I50 jaren. De mannendracht is te Eemdijk meer resistent dan te Bunschoten. Er zijn nog vele diekers, die eraan vasthouden. Nog is de kinderdracht hier niet geheel verdwenen. En al woont het gezin in een moderne woning, voorzien van ijskast en bankstel, de jonge vrouw gaat er rond in haar fraaie streekkostuum.

Bron:  Beeld van Eemland van E.Heupers


 Geplaatst door L.J.A.Bakker

http://www.grijsvuur.nl

Vragen, opmerkingen of tips? Neem gerust contact op. Uiteraard kunt u groenegraf.nl ook volgen op Facebook en Twitter  

Kom in actie en deel ook uw Baarnse herinneringen op Groenegraf.nl



Geen opmerkingen:

Een reactie posten